Hoe je vooral niet bewijst dat iemand wat kocht in je webwinkel

| AE 9394 | Webwinkels | 14 reacties

Voorbeeld van een incassozaak van een onderneming die een gecedeerde vordering op basis van een te gebrekkig aanvangsdossier dan wel te gebrekkige vertaling daarvan in de eigen processtukken laat sneuvelen. Een ambtelijke samenvatting van een recent vonnis dat in heerlijke taal een incassopartij werkelijk tot op de enkels affakkelt. Maar met tussen de regels door wel een schrikbarende constatering: hoe bewijs je dan wél dat iemand wat kocht bij je webwinkel?

De zaak is juridisch relatief simpel. Een webwinkel had een bestelling ontvangen en wilde daarvoor graag betaald worden. De persoon wiens naam en adres in de bestelling stonden, reageerde echter niet, dus verkocht men de vordering aan een incassobureau dat vervolgens naar de rechter stapte. Maar dat ging allemaal wel érg snel: het dossier rammelde zodanig dat de rechter eigenlijk meteen al de zaak aan de kant schuift. (Rechter Staal uit Maastricht, zie deze blog voor eerdere uitspraken van deze held.)

Een paar pareltjes:

Genoemd is een als zodanig niet in het geding gebrachte factuur die de dagtekening ’01-08-2016’ zou hebben en een gefactureerd bedrag van € 59,95 zou bevatten. Om welke zaak / zaken het hierbij zou gaan, laat Direct Pay na te vermelden. Ook valt in het exploot niet te ontwaren hoe / wanneer en op welk adres de ‘verkoper’ veronderstelt aan haar leveringsverplichting voldaan te hebben.

Vertaling: waar wordt nu precies geld voor gevraagd?

[Direct Pay] beroept zich op de gekozen manier van klantwerving via een website als verklaring voor het gegeven dat van de ‘elektronische overeenkomst’ geen ‘door partijen ondertekend document’ bestaat. Toch voegt Direct Pay in haar repliek aan eerdere beweringen toe dat op die overeenkomst een bepaalde set via een klik te activeren algemene voorwaarden van toepassing verklaard is. Daarnaar heeft Direct Pay zonder verdere detaillering of concrete aanduiding van het belang van een enkel onderdeel verwezen (prod.1).

Vertaling: er is via internet besteld, daar is verder geen bewijs van maar we hebben wel algemene voorwaarden dus moet er worden betaald.

Een ontoereikend zaakdossier, althans voor zover Direct Pay dit overgenomen dossier in een gebrekkig onderbouwde vordering vertaalt, is ter beoordeling aan de kantonrechter voorgelegd. Nadat mogelijk in een eerdere fase [gedaagde] er buiten rechte al mee overvallen is. Dat laatste is allerminst zeker, getuige het feit dat Direct Pay in haar exploot beweert niet op de hoogte te zijn van enig verweer van [gedaagde] . De fanatieke bestrijding van de vordering door [gedaagde] in de gerechtelijke procedure maakt het tamelijk onwaarschijnlijk dat zij eerder dan 9 januari 2017 (datum dagvaarding) kennis gekregen heeft van een tegen haar gerichte vordering.

Vertaling: en hoezo heeft u niet even nagevraagd hoe het zat?

Tussen de regels door lezend vermoed ik dat de webwinkel tegen een nepbestelling op valse naam is aangelopen. De persoon wiens naam genoemd was, werd daarbij niet geloofd (of gewoon geheel genegeerd onder het motto “smoesjes, je moet gewoon betalen”). En voor het incassobureau is dit ook gewoon productiedraaien: drie standaardbrieven en dan naar de rechter, komt wel goed want ze verweren zich toch nooit. En dan heb je dus de pech een rechter te treffen die hier zich al járen over opwindt.

Juridisch wordt het nu wel interessant: er is via internet besteld, en alle correspondentie (zoals de bestelbevestiging) ging per mail. En nu we bij de rechter staan, moet worden bewezen dat deze mevrouw de persoon was die de bestelling deed. Maar hoe doe je dat? Je kunt moeilijk laten zien hoe je website nu werkt als de bestelling uit 2016 was. Los daarvan, hoe bewijs je dan dat díe persoon de bestelling heeft gedaan?

Arnoud

Hoe je met een nepvonnis je reputatie op kunt schonen

| AE 9023 | Meningsuiting | 38 reacties

grumpy-cat-no-nee-weigering-juristTwee Californische advocaten worden ervan beschuldigd met neprechtszaken hun cliënten beter in zoekmachines te laten uitkomen, las ik bij Ars Technica. Of nou ja, neprechtszaken: ze bestonden echt, en er werd ook echt wat geëist. Gelukkig voor partijen kwam men meteen tot een schikking. Dus hoezo is dat raar, en vooral wat levert het je dan op voor je zoekresultaten?

Eigenlijk is de truc briljant in zijn eenvoud. Waar het hier om ging, is het weg krijgen van onwelgevallige publicaties over je cliënt. De meeste blogdiensten en recensiesites doen dat naar goed Amerikaans gebruik alleen met een court order want free speech en zo. Notice en takedown heeft dus niet echt zin, tenzij je auteursrechtelijke trucs gaat toepassen. Je moet naar de rechter, en zijn vonnis “die recensie is smaad” is het enige waarmee dat bericht dan weggehaald wordt.

De scam komt erop neer dat je een bereidwillige stooge (hoe noem je dat bij ons, een katvanger?) zoekt die zich wel wil laten aanklagen voor die recensie. Je dagvaardt hem voor een verklaring voor recht en misschien één dollar schadevergoeding, hij erkent meteen dat hij schuldig is en daarmee is voor de rechter de zaak snel klaar.

Immers wat niet wordt betwist, is voor de rechter waar. Als beide partijen het erover eens zijn dat deze meneer de auteur is en dat de inhoud onrechtmatig is, dan kan de rechter dus niet nader bewijs eisen of die meneer écht de review geschreven heeft, of alsnog gaan beslissen dat géén sprake is van onrechtmatigheid. Vonnis, stempel, klaar. En vooral: opsturen dat vonnis naar de site met de review. Want weet die veel welke persoon achter Henkiepenkie123 zit?

Nee, natuurlijk klopt dat van geen kant. Zeker niet als je als eisende advocaat wéét dat de meneer die je dagvaardt, niet de schrijver van het bericht is. Maar dat is lastig te bewijzen als de gedaagde niet gevonden kan worden. En op zich is het niet gek dat een auteur van een smadelijke tekst niet meer gevonden wil worden. Heb je dan verder ook geen identiteitsgegevens of wat dan ook van je Henkiepenkie123, dan sta je als reviewsite dus met lege handen. Ja, zeer creatief.

Arnoud

Rechter Richard Posner zeer geërgerd door juridisch jargon

| AE 8705 | Internetrecht | 40 reacties

us-supreme-court-rechtbank.jpgDe bekende Amerikaanse hogerberoepsrechter Richard Posner ergert zich dood aan het juridisch jargon waar zijn collega’s mee smijten, meldde de Wall Street Journal onlangs. “Judicial opinions are littered with stale, opaque, confusing jargon,” schreef hij in een recent arrest. “There is no need for jargon, stale or fresh. Everything judges do can be explained in straightforward language—and should be.”

De discussie over jargon is natuurlijk niet uniek voor het recht. Elk vakgebied kent jargon, en dat is logisch. Jargon helpt je sneller communiceren met vakgenoten. Als ik zeg dat je ook bij een akte gewoon kunt haviltexen, dan begrijpt iedere jurist wat ik bedoel. (Tegen een klant zou ik zeggen dat je ook bij een getekend contract nog steeds niet alleen vast zit aan de letterlijke tekst, maar dat je ook de bedoelingen van partijen mee moet nemen voor zover ze die over en weer konden weten, en dat de Hoge Raad die bedoelingen-norm ooit in het Haviltex-arrest formuleerde.)

Het probleem bij rechten is dat de producten daar direct relevant zijn voor de hele maatschappij. Een wetenschappelijk paper komt hooguit zeer indirect in de krant terecht, maar de impact merk je pas als iemand er een product van maakt of als we besluiten dingen anders te gaan doen door het nieuwe inzicht uit dat paper. Maar een vonnis of een nieuwe wet heeft direct impact.

Regelmatig wordt er dan ook gepleit voor vonnissen in gewone taal. Al in 2007 werd bijvoorbeeld in het strafrecht het Promis-vonnis geïntroduceerd: het Project Motiveringsverbetering in Strafvonnissen. Ook in civiele zaken zie je diverse rechters proberen het net even wat gewoner te doen dan de juridische frases. Een mooi streven, zoals ook Dijkstra vond.

Maar gaat het werken? Ik twijfel of het écht alleen een kwestie is van nodeloos jargon dat we uit gemakzucht copypasten zodat we ons eerste concept kunnen inleveren zonder te hoeven herschrijven (wel een goeie trouwens). Een belangrijke voor mij is dat dingen vaak zo héten. Is het jargon om te spreken van reflexwerking? Ik kan het wel metconsumentengelijkgesteldwording noemen, maar daar wordt het niet duidelijker op.

Natuurlijk zal er veel jargon worden gebruikt uit luiheid of omdat juristen niet loskomen van hun bronnen dan wel ivoren toren. Maar er zit óók wat diepers. Veel discussies worden vertroebeld zodra je juridische zaken gaat simplificeren of vertalen. Er is dan altijd een nuance of detail waar je op ‘gepakt’ kunt worden. Zo was ik daarnet bij dat Haviltex-verhaal vergeten te zeggen dat de maatschappelijke kringen en de rechtskennis van partijen meewegen. Bij een consumentencontract kun je dus met letterlijk dezelfde contractsclausule ergens anders uitkomen dan bij een grootzakelijk contract.

Om zulke discussies te vermijden, hebben mensen dan al snel de neiging gewoon maar de juridische norm te plakken. Dan heb je in ieder geval geen detail daarvan vergeten. Ik zie dat veel in politieke discussies: in een lobbygevecht eindigt men vaak met een copypaste van een wet of juridische definitie om maar te voorkomen dat een partij roept dat je afwijkt van afspraak A of verdrag B. Ditzelfde speelt ook bij vonnissen. Een belangrijke grond om in hoger beroep teruggefloten te worden, is een onjuiste norm hanteren bij het beoordelen van de zaak. Om dat te voorkomen, is een simpele truc om in ieder geval de norm even letterlijk te kopiëren. Niemand die dan kan zeggen dat je vanaf de verkeerde plek bent begonnen.

Mooi voorbeeld: ik was ooit bij een congres waarin deurwaarders discussieerden over de tekst van hun juridische stukken (zoals exploten en aanzeggingen) die de meeste mensen niet begrijpen. Ze hebben daarom nu bijsluiters ontwikkeld, maar waarom zou je dan niet de bijsluiter gebruiken in plaats van de ouderwetse officiële tekst? De conclusie was, als ik me het goed herinner, dat je dan als deurwaarder mógelijk een gaatje openliet om het stuk ongeldig verklaard te krijgen. Terwijl de ouderwetse tekst meer dan 100 jaar stresstests overleefd had.

En dat is vaak ook waar het om gaat, dat stresstesten. Je wilt niet alleen dat iedereen het begrijpt, je wil ook je gelijk halen met die tekst. En aangezien juristen getraind zijn om zwakheden te vinden in argumenten van de wederpartij, sta je met een simpele rechttoe rechtaan formulering zwakker. Je vergeet die nuances, je laat ruimte voor een uitzondering, je gaat wel kort door de bocht gezien het Weens Koopverdrag, et cetera. Net zoals bugbestendige software zelden echt móói is, is een onverslaanbare juridische tekst dat dus ook.

Arnoud

“Die blog moet eraf want dat vonnis geeft een verkeerd beeld!”

| AE 8259 | Iusmentis | 25 reacties

Met enige regelmaat is wat overdreven, maar het is meer dan nooit: klachten naar aanleiding van een blog over een of ander vonnis, door een daarbij betrokken partij die vindt dat de zaken verkeerd voorgesteld zijn. Had ik niet even contact kunnen opnemen, zodat ik de juiste feiten had gebruikt in plaats van de bizar… Lees verder

Rechter verbiedt smaadpleger socialemediaprofielen te hebben

| AE 5028 | Aansprakelijkheid, Meningsuiting | 37 reacties

Een man uit Noord Holland heeft vorige maand van de kortgedingrechter een socialemediaverbod van één jaar gekregen, meldde NRC gisteren. De man had een uitgebreide smaadcampagne op zijn Hyves- en Facebookprofielen begaan, en na een eerdere veroordeling weigerde hij te stoppen. Hij mag een jaar geen profielen aanmaken, op straffe van een dwangsom en lijfsdwang… Lees verder

Rechters mogen niet zomaar googelen voor hun vonnis

| AE 2702 | Internetrecht | 20 reacties

Als een rechtbank haar vonnis baseert op gegevens die het heeft ontleend aan een eigen zoektocht op een internetsite, schendt zij het principe van hoor en wederhoor. Dat bepaalde de Hoge Raad afgelopen vrijdag. De HR vernietigt daarmee een arrest van het gerechtshof dat mede gebaseerd was op gegoogelde informatie over een softwarepakket. De gevonden… Lees verder

Googelen door de rechter: geen bewijs van algemene bekendheid

| AE 2387 | Aansprakelijkheid, Meningsuiting | 25 reacties

Zijdelings inhakend op de discussie of rechters mogen googelen dan wel wikipediën: het Gerechtshof Den Haag had niet enkel via googelen mogen achterhalen dat de afkorting “A.C.A.B.” naar algemene bekendheid “All Cops Are Bastards” betekende. Dat bepaalde de Hoge Raad gisteren. In februari vorig jaar veroordeelde het Gerechtshof een man die een bomberjack droeg met… Lees verder

Executiegeschil over al of niet gemaild domeinnaamverhuisformulier

| AE 2155 | Contracten, Domeinnamen | 18 reacties

Executiegeschillen. Het klinkt pijnlijker dan het is, hoewel je er als rechter liever niet te veel mee te maken krijgt. Dit zijn geschillen over de tenuitvoerligging of executie van een eerder vonnis. Oftewel: doet hij wel op tijd wat hij moest, en zo niet heb ik dan recht op dwangsommen? Afhankelijk van hoe het vonnis… Lees verder

Huizenzoekmachine Jaap moet stoppen met overnemen

| AE 302 | Internetrecht, Zoekmachines | 3 reacties

Huizenzoekmachine Jaap mag niet langer de teksten en foto’s van te koop staande huizen overnemen van makelaarsites, inclusief Funda, zo bepaalde de rechter afgelopen donderdag. Wel mag Jaap korte stukjes, adresgegevens en een thumbnail-versie van de foto blijven gebruiken. Het waren eigenlijk stiekem twee zaken, die de rechtbank nu tegelijk afdoet. In de ene zaak… Lees verder