Noord-Koreaanse Linux schendt GPL?

north-korea-red-star-linux.pngIn een artikel over Noord-Korea’s Red Star Linux meldde Webwereld:

Zoals valt te verwachten wordt de broncode niet gedeeld, en schendt de Noord-Koreaanse staat dus de GPL-licentie die aan Linux gekoppeld is

Waarom dat te verwachten was, ontgaat me. Maar ik vroeg me toen wel af, kan de GPL in Noord-Korea wel geschonden worden? In ieder geval wat Linux betreft dan.

Bestaat auteursrecht in Noord-Korea? Jazeker: de North Korea Copyright Act (vertaling door KoryoPAT). Software wordt genoemd (artikel 9 sub 8).

Geldt dat ook voor plutocratische imperialistenbuitenlanders? Jazeker, de Democratische Volksrepubliek Korea is lid van de Berner Conventie sinds 2003. En daarmee erkent het land buitenlandse auteursrechten.

Dat biedt dus hoop voor Linus en zijn medeprogrammeurs. Maar in de wet op auteursrecht op software staat een opmerkelijke bepaling (artikel 2):

Registration of software is the prime process in the protection of software.

Software wordt dus alleen beschermd na registratie. Ook als de software uit het buitenland komt:

The copyright of a software that has been developed by a foreign legal person or an individual and registered first in the DPRK shall be protected by this law.

Nu is dat een probleem, want de Berner Conventie verbiedt registratie als eis alvorens auteursrechten toe te kennen. Je zou dus als Linux-auteursrechthebbende in een Noord-Koreaanse rechtbank op grond van de Berner Conventie kunnen eisen dat je auteursrechten direct worden erkend, ook zonder registratie. Ik ben heel benieuwd wat de reactie zal zijn.

Verder staat er nog in artikel 35 een leuke bepaling die heel relevant voor open source lijkt te zijn:

One may copy and use a software without the permission of the copyright holder in the following cases; … * When the software has been distributed free of charge.

Linux wordt zonder vergoeding verspreid en zou daarmee onder deze uitzondering kunnen vallen. (Natuurlijk, je mag geld vragen voor Linux maar er staat “has been distributed” en dat is zeker het geval bij Linux.) In feite staat hier dat het concept van open source niet kan bestaan in Noord-Korea, want alle software die eenmaal legaal gratis in omloop is gekomen, valt onder deze uitzondering.

Alles bij elkaar lijkt de conclusie dat Red Star de GPL schendt ietwat prematuur.

Arnoud

Want zo is het ook! (in boekvorm)

omdat-ik-het-zeg-katinka.jpgIk ben al jaren fan van het werk van Tink, van Want zo is het ook!.

Het zou te ver gaan om het een noodzakelijk kwaad te noemen, maar winkelen is niet mijn hobby. Maar soms moet je. Omdat iemand per se jarig moet worden, omdat je met je grauwgrijze Nike-sweater niet voor de klas kan, omdat je iemand gezelschap houdt, of omdat je schoenen eigenlijk allang wijlen zijn. In dergelijke gevallen spoed ik mij dorpwaarts en bestorm hier en daar een winkel.
Laat ik het maar gewoon zeggen: ik maakte me al een tijdje behoorlijk zorgen. Ja, echt. Noem het ouderwetsch of preuts: ik trok het erg slecht. Uitgaan was een helletocht gelijk. Want in ieder schimmig hoekje van een willekeurige dansvloer stonden jongetjes- en meisjespubers dingen te doen die kleine jongetjes en meisjes niet horen te doen. Vind ik. Moet iedere jongeling maagd blijven tot het huwelijk? Neen, natuurlijk niet. Wat als er geen huwelijk komt? Dat zou wreed zijn.

Haar columns zijn nu gebundeld tot een boekje, dat je kunt bestellen via BoekScout. Een aanrader!

Arnoud

Mag je je kinderen in de gaten houden op de PC?

Wellicht naar aanleiding van het Amerikaanse webcamgate waarin een school de webcams op uitgedeelde laptops bleek te gebruiken om leerlingen thuis te bekijken, vroeg een lezer me:

Mag je als ouder ongemerkt een programmaatje installeren op de pc van je eigen zoon of dochter met het doel hem of haar beter in de gaten te kunnen houden?

Ik denk dat het juridisch wel mag. Binnen de familiekring zal de privacyverwachting niet erg groot zijn. Bovendien hebben ouders een zorgplicht voor hun kinderen, en daar hoort ook bij dat je oppast dat ze geen verkeerde dingen doen.

Ik vind wel dat je als ouder heel heel erg terughoudend moet zijn met zo’n controle. Ook kinderen hebben recht op privacy en als ouder zomaar alles gaan bijhouden en bekijken vind ik een ernstige schending van dat recht. Hoofdregel bij privacy is dat er een aantoonbare noodzaak moet zijn op grond waarvan je kennis neemt van die gegevens.

Ik zou dus in ieder geval je kind uitleggen wat je bijhoudt en waarom, en zorgen dat je niet uit nieuwsgierigheid zomaar chats gaat lezen, foto’s bekijkt of privemails aan vriendjes of vriendinnetjes gaat doornemen.

Arnoud

Afscherming online archieven omzeilen, mag dat?

De afscherming van online archieven blijkt makkelijk te omzeilen, meldde Webwereld gisteren. Dit geldt voor bijvoorbeeld het Haags Gemeentearchief, maar ook voor de Financial Times en Elsevier. Zoekmachine-expert Henk van Ess ontdekte het lek en publiceerde de truc in een aantal filmpjes. De trucs blijken simpel:

Zo is met een bookmark-truc het online-ontoegankelijke deel van het Haagse Gemeentearchief toch gewoon in te zien. Voor het maximum van zes leesbare artikelen bij opinieweekblad Elsevier is het nog eenvoudiger. Het uitschakelen van JavaScript volstaat om meer artikelen te kunnen zien.

U voelt ‘m al aankomen: mag dat eigenlijk wel, zo’n beveiliging kraken en uitleggen hoe dat kan? Het gaat immers om beveiligingen wegens auteursrechten, en artikel 29a Auteurswet zegt dat het omzeilen van “doeltreffende technische voorzieningen” onrechtmatig is.

Bij de Elsevier-truc heb ik daar geen twijfel over: ja, dat mag. Het aan- of uitschakelen van Javascript is een doodnormale handeling. Ik kan dat moeilijk als omzeilen van een beveiliging zien. Ok, als je het doet specifiek om de Elsevier-‘beveiliging’ te omzeilen wordt het misschien iets anders, maar dan zou ik graag dat woord “doeltreffend” eens willen benadrukken in artikel 29a.

Er is bij de invoering van dit wetsartikel niet heel uitgebreid ingegaan op wanneer een beveiliging nu “doeltreffend” is. De minister liet het bij de opmerking dat het “uiteindelijk aan de rechter” is om dit te toetsen. Het proefschrift van Kamiel Koelman over auteursrecht en technische voorzieningen (PDF, 1,5MB, pagina 88 e.v.) gaat er iets dieper op in maar begint al meteen met “Het is echter onduidelijk wat ermee wordt bedoeld”.

Het verdrag waar de bepaling uit komt, eist dat de beveiliging “de beoogde bescherming bereikt”. Een cirkelredenering natuurlijk: een beveiliging is doeltreffend als hij beveiligt. Maar uit de literatuur blijkt dat als het doorbreken “geen bijzondere inspanning vergt” of als de ‘beveiliging’ slechts een “signalerend of waarschuwend effect” produceert, er geen sprake kan zijn van doorbreken.

In 2007 oordeelde een Finse rechter als eerste (en tot dusverre als enige) over het kraken van zo’n beveiliging. Uit het door Ars Technica vertaalde vonnis:

[S]ince a Norwegian hacker succeeded in circumventing CSS protection used in DVDs in 1999, end-users have been able to get with easy tens of similar circumventing software from the Internet even free of charge,” wrote the court. “Some operating systems come with this kind of software pre-installed…. CSS protection can no longer be held ‘effective’ as defined in law

Oftewel, als de kraak wijd en zijd bekend is en zelfs gewoon standaard met Linux meekomt, dan kan niet langer sprake zijn van het doorbreken van een ‘doeltreffende’ voorziening. Ik zou zeggen: deze ‘kraak’ is evenzo gebaseerd op standaardfunctionaliteit van webbrowsers en kan dus met de beste wil van de wereld niet onrechtmatig zijn.

In het filmpje over toegang tot het Haagse Gemeentearchief wordt aan de bookmark een code toegevoegd die links naar afbeeldingen herschrijft. Henk legt niet uit hoe dat werkt maar ik vermoed dat het een dieplink is naar de afbeeldingen die dus zelf niet beveiligd zijn. Dit is een bekende dommigheid: men beveiligt wel de webpagina waar de afbeelding op moet verschijnen maar niet de afbeelding zelf.

De redenering lijkt me dezelfde. Je kunt zelfs zeggen dat er geen beveiliging wordt doorbroken omdat de afbeeldingen zelf onbeveiligd online staan. Wie de URL weet van zo’n afbeelding, kan deze intypen en het plaatje zien. Hoe is dat onrechtmatig?

Arnoud

Zit er auteursrecht op Google Streetview?

streetview-copyright-google-hoezo.pngEen lezer vroeg me:

Zit er copyright op de beelden van Google Streetview? En zo niet, waarom zegt Google dan van wel?

Nee, er zit geen auteursrecht (copyright) op de foto’s die de Google-Streetviewauto heeft gemaakt. Die auto (zie bijvoorbeeld deze foto) heeft een vaste camera op het dak gemonteerd, die afgesteld is om elke zo veel seconden een foto te maken. Daar zit volstrekt geen creativiteit van de bestuurder in. En zonder creativiteit van de maker van de foto kan er van auteursrecht geen sprake zijn.

Waarom Google het dan toch claimt? Een reflex, waarschijnlijk: wij hebben het gemaakt dus we zetten er “copyright Google” op.

(Let op: de Streetview API en andere diensten bovenop de foto’s kunnen wel degelijk beschermd zijn, want het maken daarvan is wel degelijk creatief.)

Arnoud

Hoe verboden is omgekeerd zoeken in telefoongidsen eigenlijk?

telefoongids-telefoonboek-gouden-gids-zoeken.jpgEen lezer vroeg me:

Op diverse sites kun je “omgekeerd zoeken” in telefoongidsen, dus op basis van een nummer de naam- en adresgegevens van een abonnee achterhalen. Als je dat wil aanbieden, moet je wel een CD-foongids kraken of iets anders illegaal doen. Maar stel nu dat je legaal bij die gegevens zou kunnen, mag het dan wel? Of is omgekeerd zoeken per definitie in strijd met de privacy?

Ik zou niet meteen durven zeggen dat het “kraken” van een CD-foongids illegaal is. Het is nog maar zeer de vraag of ereen databankrecht zit op een telefoongids. Je hebt namelijk alleen een databankrecht als je substantieel geïnvesteerd hebt in het telefoonboek zelf. Het lijkt me goed verdedigbaar dat een telefoongids een bijproduct is van het onderhouden van een telecommunicatiedienst.

Alleen geldt er hier de complicatie dat de telefoongids van KPN ondergebracht is in een aparte BV (De Telefoongids BV, inderdaad) wiens hoofdactiviteit is het onderhouden van de telefoongids. Het argument is dan dat de investeringen van DTG puur gericht zijn op de gids en daarmee geen bijproduct zijn. Ik kan het argument niet meteen weerleggen, maar ik heb er wel grote moeite mee dat een niet-beschermde databank alsnog beschermd wordt als je deze maar in een aparte BV stopt.

Maar goed, laten we eens aannemen dat er inderdaad geen databankrecht zit op een telefoongids. Kun je dan een omgekeerd-zoekendienst aanbieden?

Telefoongidsen vallen onder de Telecommunicatiewet, artikel 11.6. Dit artikel vereist toestemming voor opname in de gids, en ook nog eens aparte toestemming voor omgekeerd zoeken in lid 3. Bij mijn weten vragen telecomaanbieders alleen maar om toestemming om je “in de gids” op te nemen, en dat is dus nog geen toestemming voor omgekeerd zoeken. Een omgekeerd-zoekendienst kan dus niet legaal worden aangeboden, tenzij de aanbieder daarvan apart toestemming vraagt aan de betrokken abonnees.

In 2007 heeft DTG geprobeerd de OPTA los te laten op deze diensten, met precies dat argument. De OPTA vond dat echter niet opportuun:

Het college is van oordeel, dat het verschijnsel “omgekeerd zoeken” op zichzelf genomen niet als een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer wordt ervaren, voor zover dit belang wordt beschermd door artikel 11.6, derde lid, van de Tw. De Richtlijn verbiedt omgekeerd zoeken niet en er zijn landen waarin “omgekeerd zoeken” wettelijk is toegestaan. Bovendien zijn bij het college in de afgelopen twee jaar geen klachten binnengekomen van natuurlijke personen (lees: particulieren of consumenten) over het zonder hun toestemming aanbieden van mogelijkheden tot omgekeerd zoeken.

Opmerkelijk: op grond van de privacy is het vereiste van aparte toestemming ingevoerd, maar omgekeerd zoeken is geen schending van de privacy. Maar als er geen klachten van consumenten zijn binnengekomen, dan hoeft de OPTA inderdaad niet op te treden. Het achterliggende idee lijkt te zijn dat mensen die geven om hun privacy, toch al niet in de gids staan (of een anonieme prepaid nemen). Dat DTG het vervelend vindt, is geen argument, want artikel 11.6 is er voor de eindgebruiker en niet voor de aanbieder.

Ik kan daaruit alleen maar de conclusie trekken “het mag niet, maar totdat er mensen grootschalig gaan klagen, zal de OPTA niet optreden”. Dus zolang die omgekeerd-zoekendiensten maar klein en onopvallend genoeg blijven, kunnen ze in de marge blijven opereren.

In juni vorig jaar meldde de staatssecretaris nog dat een “aantal marktpartijen” overwoog deze dienst aan te gaan bieden. Ik neem aan dat dat de telecomaanbieders zelf zijn, die dan via het inschrijfformulier die toestemming gaan regelen. Ik ben heel benieuwd wat er dan gebeurt.

Arnoud

Onderzoek toont aan: downloadverbod zal industrie niet helpen

Invloed van downloadverbod op koopgedrag downloaders, klik voor vergrotingEen wettelijk downloadverbod zal geen invloed hebben op het koopgedrag van internetgebruikers. Zo’n verbod, voorgesteld door het kabinet, kan zelfs een averechts effect hebben op het bestrijden van illegale muziek- en films op internet. Dit blijkt uit een onderzoek dat onderzoeksbureau Multiscope in opdracht van de stichting Copyright en Nieuwe Media heeft gehouden onder een representatief deel van de Nederlandse bevolking. De stichting pleit voor het verbeteren van de kwaliteit van legale downloads, en het weglaten van kopieerbeveiligingen en niet te skippen intro’s, omdat dit de verkoop wél zal stimuleren.

Update: download het onderzoeksrapport!

Van de ondervraagden zegt 63 procent niet meer films of muziek in de winkel te gaan kopen door een verbod. Tien procent van de ondervraagden zegt zelfs minder in de winkel te gaan kopen bij een downloadverbod.

Een derde van de Nederlandse bevolking haalt wel eens muziek of films van internet. Meer dan een miljoen Nederlanders zelfs meer dan eens per week. Maar liefst 75% van de respondenten die downloaden is niet van plan te minderen als zo’n verbod er zou komen. Pas als het verbod gekoppeld zou worden aan permanente controle en afsluiten van internet bij overtreding zouden worden genomen om illegaal downloaden te bestrijden, geeft 43% van de respondenten aan te gaan minderen. In Frankrijk is het al wettelijk verplicht dat internetproviders hun klanten permanent in de gaten houden en afsluiten van internet als ze drie keer betrapt worden op illegaal downloaden.

De verwachtingen omtrent een downloadcontrole, klik voor vergrotingAuteursrechtenwaakhond Brein zou graag een afsluitplicht ook in Nederland invoeren, bijvoorbeeld door dit via rechtszaken af te dwingen. Ruim zestig procent van de ondervraagden vindt het echter onterecht wanneer de internetprovider verplicht wordt downloadverkeer te controleren om overtreders af te sluiten bij overtredingen. Afsluiting is uitsluiting.

Het aanbieden van legale alternatieven zal weinig aan het gedrag van downloaders veranderen: slechts 10 procent van de ondervraagden zou daarom stoppen met illegaal downloaden. Hoewel legaal aanbod van muziek en films op internet moet worden gestimuleerd, is criminaliseren van de huidige downloadpraktijk een heilloze weg.

Het onderzoek laat zien dat, naast vooral het feit dat downloaden gratis is, het karige aanbod, kopieerbeveiligingen en de gebrekkige kwaliteit van de legale bronnen belangrijke redenen zijn om te downloaden uit illegale bron. Zoals Apple met iTunes voor muziek heeft laten zien, en ook uit Brits onderzoek is gebleken, zal investeren in deze punten veel meer opleveren.

Arnoud

ACTA als pallatieve zorg

Donderdag bij 3 Voor 12 mocht ik even losgaan over het geheime ACTA-verdrag:

De vrees is dat men uitkomt op de natte droom van de contentindustrie. Het is alvast geen goed teken dat vertegenwoordigers van de contentindustrie wel bij de gesprekken betrokken lijken, en bijvoorbeeld consumentenbonden niet. Hooguit zijn er principiële politici die de andere kant van het verhaal aankaarten. Nu lijkt het vooral een poging om het falende businessmodel van een industrie te beschermen. De terminale patiënt ligt al een tijdje in het ziekenhuis, en om hem in leven te houden zetten we steeds zwaardere apparatuur in.

Update (10:12): Lees ook Brenno’s uitstekende artikel over ACTA bij Webwereld.

Die discussie mag ik trouwens 13 maart gaan voeren met onder andere de opvallend liberaal met auteursrecht omgaande Fred Teeven.

Arnoud

Een website kun je niet oplichten

Intrigerend arrest dat ik vond via de RSS-dienst van Jure.nl:

Verdachte wordt ter zake van poging tot oplichting vrijgesproken, nu Lenen.nl niet kan worden aangemerkt als “iemand” als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van het Strafrecht.

De verdachte stond terecht voor oplichting (inderdaad, art. 326 Strafrecht). Hij had namelijk op die site (opgezet door DSB Bank) een aanvraagformulier voor een lening ingevuld met daarbij de naam- en adresgegevens plus sofinummer van zijn huisgenoot maar wel zijn eigen bankrekeningnummer. (Team Identiteitsdiefstal kom er maar in). Toen men nabelde voor een afspraak, haakte hij af. Kennelijk rook men toch toen zodanig veel lont dat er aangifte werd gedaan, maar de politierechter sprak hem vrij, waarop het OM in hoger beroep ging.

Punt was echter dat in de tenlastelegging werd gezegd dat hij had geprobeerd “Lenen.nl” te bewegen tot afgifte van een geldbedrag. Dat is onmogelijk: “Lenen.nl” is geen persoon en ook geen bedrijf, maar alleen een website. Er had dus moeten staan dat hij had geprobeerd “DSB Bank NV, handelend onder de naam lenen.nl althans enige handelsnaam” op te lichten. Tsja.

Ook nog opmerkelijk: het Hof heeft in Wikipedia gekeken wie er achter lenen.nl zat als ik het goed lees.

Uit een openbare bron (www.wikipedia.nl) blijkt bovendien dat [naam].nl slechts één van de vele handelsnamen van [bedrijf] is.

Ik zou persoonlijk bij het handelsregister kijken, maar goed het is mooi dat rechters wat meer op internet kijken. Alleen volgende keer graag wel http://nl.wikipedia.org/ hanteren.

Arnoud

Het beperkte belang van de wet oneerlijke handelspraktijken (gastpost)

Vandaag een gastpost van Remko S. over het beperkte belang van de Wet Oneerlijke Handelspraktijken voor misleide consumenten.

Van de wet oneerlijke handelspraktijken (WOHP), de implementatie van richtlijn 2005/29/EG, wordt vaak ten onrechte verondersteld dat het een machtig wapen is in de handen van de consument tegen de handelaar die hem een oor heeft aangenaaid. Een oppervlakkige blik wekt inderdaad deze suggestie:

Een handelspraktijk is misleidend indien informatie wordt verstrekt die feitelijk onjuist is of die de gemiddelde consument misleidt of kan misleiden, al dan niet door de algemene presentatie van de informatie … (6:193c BW)

Een handelspraktijk is bovendien misleidend indien er sprake is van een misleidende omissie, [dat wil zeggen dat er] essentiële informatie welke de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen, wordt weggelaten … (6:193d BW)

Een handelspraktijk is in haar feitelijke context, al haar kenmerken en omstandigheden in aanmerking genomen, agressief indien door intimidatie, dwang, waaronder het gebruik van lichamelijk geweld, of ongepaste beïnvloeding, de keuzevrijheid of de vrijheid van handelen van de gemiddelde consument met betrekking tot het product aanzienlijk wordt beperkt of kan worden beperkt … (6:193h lid 1 BW)

… waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen.

De wet bevat twee lijsten met voorbeelden die in alle gevallen oneerlijk (193g) of agressief (193i) zijn. De richtlijn staat niet toe (considerans 17) dat deze lijsten in nationale wetten worden uitgebreid.

De eerste fout die meestal wordt gemaakt is dat er de verkeerde consequenties verondersteld worden: het bedrijven van een oneerlijke handelspraktijk levert een onrechtmatige daad op (6:193b lid 1), welke plicht geeft tot schadevergoeding (6:193j lid 2), niet ontbinding, vernietiging of beëindiging anderszins van de gesloten overeenkomst. Hierdoor is de slagkracht van de consument beperkt: hij zal de achteraf ongewenste overeenkomst moeten respecteren.

De tweede fout die snel gemaakt wordt is dat men veronderstelt dat de condities waaronder er sprake is van bedrog, dwaling of bedreiging dezelfde zijn als misleiding en agressiviteit in de zin van de WOHP. Dit is niet het geval. Hoewel het mogelijk is dat die twee samenvallen zijn ze niet gerelateerd.

De eisen die aan wilsgebreken worden gesteld zijn hoger dan aan oneerlijke handelspraktijken. Voor misleiding moet er sprake zijn van een onjuiste mededeling of verzwijging, bedrog en dwaling voegen daar nog aan toe dat de overeenkomst niet zonder deze mededeling of verzwijging tot stand zou zijn gekomen. ‘Omissie’ moet ook niet worden verward met ‘verzwijgen’ of ‘nalaten in te lichten’, vereist is slechts dat de informatie beschikbaar is en de informatie waarover men volgens de verkeersopvattingen de klant behoort in te lichten is slechts een beperkt deel daarvan. Ook moet een ‘uitnodiging tot koop’ niet worden verward met ‘aanbod’. Niet alle informatie genoemd in 6:193e BW hoeft in het aanbod voor te komen. Het is voldoende dat het op de website of in een bijgeleverd foldertje te vinden is.

Een eenvoudig voorbeeld: een platenzaak biedt haar CD’s aan met de aanprijzing dat je hiervan een kopie mag maken. Nu is dat gewoon een wettelijk recht, dus zij begaat een onrechtmatige daad (193g sub j). Maar het is geen bedrog en de klant dwaalt niet: hij wil een CD waarvan hij een kopie mag maken en hij krijgt een CD waarvan hij een kopie mag maken.

Ander voorbeeld (met dank aan het zeer lezenswaardige artikel van professor Van Boom): Een consument koopt een printer waarbij niet wordt vermeld dat de vervangingskosten van de inktcartridges, per keer, even hoog zijn als de aanschafkosten van de printer. Dit is een misleidende omissie in de zin van de WOHP, maar geeft geen dwaling.

Nog enkele oneerlijke handelspraktijken waarbij er geen onjuiste informatie over het product wordt gegeven (wat meestal een voorwaarde is voor bedrog en dwaling) zijn:

  • bedrieglijk beweren dat het product slechts zeer korte tijd beschikbaar zal zijn (193g sub g);
  • niet als zodanig herkenbare advertorials als reclame gebruiken (193g sub k);
  • beweren dat de handelaar op het punt staat zijn zaak te beëindigen, indien dit niet het geval is (193g sub o);
  • onjuiste informatie verstrekken over marktomstandigheden of de mogelijkheid het product te bemachtigen (193g sub r);
  • de indruk wekken dat de handelaar niet optreedt ten behoeve van zijn beroep (193g sub v).

Bedreiging is aanwezig wanneer iemand tot het sluiten van een overeenkomst wordt bewogen door deze of een derde met enig nadeel in persoon of goed te bedreigen. Daarvoor is meer nodig dan ‘ongepaste beïnvloeding’. Zo wordt een redelijk oordelend mens niet bedreigd omdat zijn kinderen hem proberen over te halen producten voor hen te kopen (193i sub e) of omdat de bestaansmiddelen van de handelaar in het geding zijn (193i sub g), maar dit zijn wel onder alle omstandigheden agressieve handelspraktijken.

Dat er een onvoordeligere overeenkomst is gesloten dan wanneer er geen oneerlijke handelspraktijk was bedreven, kan als schade worden gezien: het negatief contractsbelang. Daartoe dient men de werkelijke situatie te vergelijken met de hypothetische situatie dat de consument wel juist was geïnformeerd.

Daarbij zal de consument oplopen tegen de bewijslastverdeling: hij is het die de toerekenbaarheid, het causaal verband en de schade moet bewijzen. En aangezien niet te verwachten valt dat de handelaar erg toegeeflijk zal zijn om de schade te erkennen en te betalen zal de consument de gang naar de rechter moeten maken. Hoevelen zullen om een paar tientjes de poot stijf houden? Maar goed, nemen we eens aan dat de klanten uit de voorbeelden hierboven van die zeldzaam principiële types zijn die het op een rechtszaak laten aankomen.

In het geval van de CD zou de klant kunnen stellen dat (1) hij de CD kocht bij de misleider omdat deze adverteerde met het recht om een kopie te maken en dat (2) hij deze anders verderop in de straat voor een paar euro minder zou hebben gekocht. Hoe gaat hij voldoende aannemelijk maken dat (1) het mogen maken van een kopie de reden was dat hij de CD bij de misleider kocht en dat (2) hij wist dat dezelfde CD verderop in de straat goedkoper werd aangeboden?

In het geval van de printer is de vraag wat de schade eigenlijk is die de koper lijdt. Niet het maanden later kopen van de cartridges – dat volgt niet rechtstreeks uit de oneerlijke handelspraktijk. Alleen het kopen van de printer zelf volgt daaruit. Zou hij hebben geweten dat die cartridges zo duur zijn, dan zou hij waarschijnlijk een duurdere printer met goedkopere cartridges hebben gekocht. Hij heeft geen schade maar voordeel!

De minister, door de Eerste Kamer gevraagd of er aan het overtreden van de WOHP ook niet vernietigbaarheid van de overeenkomst zou moeten worden gekoppeld, antwoordde:

Indien een overeenkomst tot stand is gekomen als gevolg van een misleidende of een agressieve handelspraktijk als bedoeld in de artikelen 193g en 193i, zal vrijwel altijd ook sprake zijn van bedrog of dwaling. In de artikelen 3:44 en 6:228 BW is bepaald dat de consument in dat geval bevoegd is de desbetreffende overeenkomst te vernietigen. De consument beschikt dus over een vernietigingsbevoegdheid ter zake van de overeenkomst.

Deze conclusie is te kort door de bocht: er is een overlap, maar lang niet alle oneerlijke handelspraktijken resulteren in een wilsgebrek. Er zal waarschijnlijk doorwerking naar dwaling plaatsvinden doordat de gewoontes in het maatschappelijk verkeer veranderen. Daardoor zal over de enkeling die hierin achterblijft worden geoordeeld dat hij behoorde te weten dat hij de klant had behoren in te lichten. Een verschuiving van onderzoeksplicht naar mededelingsplicht dus. Maar dat is iets wat in de loop van een decennium gebeurt, niet in de nacht van dinsdag 14 op woensdag 15 oktober 2008.

Het Duitse equivalent van de WOHP (de UWG) richt zich primair op mededinging. Daarom kent zij alleen benadeelde concurrenten een schadevergoeding toe (§9). Consumenten zullen zich moeten beroepen op § 823 Abs. 2 BGB, wat betekent dat zij wel schuld moeten bewijzen. De implementatie in het Verenigd Koninkrijk (de CPRs) kent geen ontbinding (par. 29) en ook geen compensatie voor benadeelde consumenten. In België (de WHPC) is een door oneerlijke handelspraktijk gesloten overeenkomst nietig (94/5 § 1 WHPC jo. 1133 BW jo. 1131 BW). De consument kan in België bij overtreding van wat in Nederland 6:193g sub l, p, q en 6:193i, sub a, b, h zijn, het aankoopbedrag terugvorderen zonder dat hij het geleverde product of de afgenomen dienst hoeft terug te geven (94/14 § 2). Onze minister heeft aan beide Kamers toegezegd in 2010 de ervaringen in België te evalueren.

Het belang van de WOHP is vooral publiekrechtelijk. In de Wet handhaving consumentenbescherming krijgt de Consumentenautoriteit de mogelijkheid een dwangsom of bestuurlijke boete op te leggen (2.9 Whc) wegens overtreding van de WOHP (8.8 Whc). Maar gezien vanuit het gezichtspunt van de reeds misleidde consumenten is dat een geval van ‘als het kalf verdronken is, dempt men de put’.

Resumerend, het privaatrechtelijke belang van de wet oneerlijke handelspraktijken is beperkt omdat:

  1. het bedrijven van een oneerlijke handelspraktijk de plicht geeft tot schadevergoeding, niet het recht op ongedaanmaking van de overeenkomst;
  2. <li>wanneer er sprake is van een oneerlijke handelspraktijk er niet noodzakelijkerwijs ook sprake is van een wilsgebrek;</li>
    
    <li>de moeilijk te bepalen schade in rechte moet worden verhaald.</li>