Afgaan op de juistheid van een wizard

Intrigerend vonnis over rechten ontlenen aan een wizard op de site van het Openbaar Ministerie. Als de wizard zegt dat je een goede kans maakt (“waarschijnlijk gegrond”) maar de wet zegt van niet, wie wint er dan? Nou, de wizard. Want die moet (als ie bij het OM staat) gewoon zeggen wat de wet is. Dat blijkt uit een recent parkeervonnis want over weinig spijkers op laag water wordt zo veel geprocedeerd als parkeren en flitsen.

Ik spaar vonnissen waarin disclaimers direct of indirect een rol speelden, en ik dacht dus ook dat dit een mooie zou zijn. Maar de site van het OM hééft helemaal geen disclaimer. Ook geen proclaimer – de binnen de overheid gepromote variant op de disclaimer waarin je zegt wat je wél waar gaat maken.

In deze zaak had een vrouw een boete gekregen voor “parkeren in strijd met een parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1)”. Naast de klacht dat de situatie onduidelijk was, had ze ook pas ruim na vier maanden de beschikking ontvangen. En nu heeft het OM de bezwaartest, een wizard waarbij je kunt zien of je bezwaar kans maakt. Als je die doorloopt en dan kiest voor “het duurde maanden voor ik de beschikking kreeg”, dan krijg je dit:

screencapture-doe-de-test

“Waarschijnlijk gegrond” klinkt voor mij als “in principe gaat u dat winnen” en dat is toch mooi om te horen. Maar de wet zegt nergens dat die termijnoverschrijding automatisch een afwijzing of zo van de beschikking moet opleveren, dus hoewel het OM het kwalijk vond dat dit zo in de wizard stond, mocht dat geen gevolgen hebben volgens de officier. Maar nee, zegt de rechter:

Aldus heeft de officier van justitie zelf de suggestie gewekt dat er wel gevolgen zijn verbonden aan het overschrijden van de termijn van 4 maanden. Onder die omstandigheden had de officier van justitie die verwachting ook dienen waar te maken.

Het beroep tegen de beschikking is dan ook gegrond en mevrouw hoeft geen boete te betalen.

Het vonnis was uit oktober en vandaag staat het er nog steeds, dus kennelijk vindt men het ook weer niet zó vervelend om dat uit die wizard te laten komen.

Arnoud

Is een iPad een telefoon of een computer?

In de categorie achterdeorenkrabvragen: is een iPad een telefoon of een computer? Ja, dat is een zeer relevante vraag. Tenminste, wanneer je als werkgever je werknemers allemaal een iPad geeft omdat dat zo zakelijk hip en handig is. Want werknemers computers geven mag niet zomaar, dat telt als loon in natura. En in een recent vonnis kwam het nu eindelijk eens tot een uitspraak.

Een bedrijf had al haar werknemers (664 man) een iPad verstrekt, inclusief mobiel-internetdatakaart met Vodafoneabonnement. Eer waren geen afspraken gemaakt over het gebruik, en de iPad hoefde niet te worden ingeleverd bij ontslag. Dat riekt naar loon in natura, want zo’n iPad neemt iedereen natuurlijk mee naar huis om daar te gaan angrybirdsen tijdens de kerst. Het bedrijf maakte bezwaar tegen de loonheffing, en zo kwam het tot deze uitspraak.

De wet op dat moment (art. 17 Wet LB) bepaalde dat iets geen loon is als het een “vrije verstrekking” is, oftewel

tot voorkoming van kosten, lasten en afschrijvingen ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking;

Een categorie producten die hieronder valt, waren de communicatiemiddelen(art. 15b Wet LB):

telefoon, internet en dergelijke communicatiemiddelen – niet zijnde computers en dergelijke apparatuur en bijbehorende apparatuur –, tenzij het zakelijke gebruik van meer dan bijkomstig belang is;

En hier ontstond dus de discussie over. Is een iPad een “communicatiemiddel” zoals een telefoon, of een “computer en dergelijke”? Formeel is het natuurlijk een computer, het ding rekent en doet I/O, maar volgens die definitie is álles een computer en dat is niet de bedoeling.

Het bedrijf wees erop dat een iPad primair wordt gebruikt voor communicatie: e-mail, internetten, whatsappen, twitteren, geven van presentaties, socialemediaën, etcetera. Geen mens gaat documenten zitten typen op een iPad of spreadsheets vullen. De belastingdienst stelde daar tegenover dat het apparaat inherent ontworpen moet zijn om communicatie (zoals telefonie, sms en e-mail) een overheersende rol te laten spelen.

Tsja, daar zit je dan als rechter.

Gelukkig was er nog de wetsgeschiedenis: wat was er zoal gezegd over “computers” en “communicatieapparatuur” toen dit wetsartikel werd ingevoerd?

Een mobiele telefoon kan ook onder deze omschrijving [van “computer”] vallen als de functie van telefoontoestel duidelijk ondergeschikt is aan andere functies, zoals telematica of dataverwerking (…) Pocket-PC’s, mini-notebooks en navigatie-apparatuur vallen niet onder het begrip communicatiemiddelen. Dergelijke apparatuur valt onder de regeling voor computers e.d.

En op basis van die passages concludeert de rechter dat een telefoon een telefoon is als hij eruit ziet als een telefoon. En dát doet een iPad niet. Goed, je kunt er vast met een app mee bellen als hij een sim heeft, en videochat via Skype kan natuurlijk ook, maar dat is niet de primaire functie van een iPad, laat staan dat ie daarvoor vormgegeven is. Niet voor niets ziet mevrouw rechtsboven op het plaatje er enigszins dom uit met de iPad aan het oor.

Mede gelet op het formaat van de iPad, het geheugen van 32 GB en met inachtneming van de vele andere gebruiksmogelijkheden dient de iPad veeleer te worden aangemerkt als kleine computer die mede geschikt is voor verschillende vormen van communicatie.

En computers zijn alleen vrijgesteld als ze “meer dan bijkomstig” zakelijk worden gebruikt, volgens de wettelijke regeling meer dan 90% van de tijd.

Het creatieve argument dat de iPad als vakliteratuur (ook een vrijgestelde categorie) moet worden gezien, wordt eenvoudig terzijde geschoven. Een iPad is geen literatuur, laat staan vakliteratuur. Je kunt er vakliteratuur mee lezen, maar dat maakt het leesapparaat nog geen vakliteratuur.

Update (7 december) bij Webwereld ontdekten ze dat de werkgever in kwestie RTL is. Deze heeft aangekondigd in hoger beroep te gaan.

Arnoud

Ik moet heel juridisch lachen om die “Facebook Privacy Notice”

Onder het motto “geen idee wat het betekent maar het leest juridisch dus zal het vast wel nuttig zijn” knalt menig persoon de laatste tijd deze tekst op Facebook:

In response to the new Facebook guidelines I hereby declare that my copyright is attached to all of my personal details, illustrations, comics, paintings, professional photos and videos, etc. (as a result of the Berne Convention). For commercial use of the above my written consent is needed at all times!

By the present communiqué, I notify Facebook that it is strictly forbidden to disclose, copy, distribute, disseminate, or take any other action against me on the basis of this profile and/or its contents. The aforementioned prohibited actions also apply to employees, students, agents and/or any staff under Facebook’s direction or control. The content of this profile is private and confidential information. The violation of my privacy is punished by law (UCC 1 1-308-308 1-103 and the Rome Statute).

Ik ben blij dat ik geen Facebook heb want als ik dat de hele avond in mijn timeline zou zien, zou ik van ergernis helemáál overspannen raken.

Nee, het slaat helemaal nergens op, die Facebook notification. Tegen de tijd dat je een dergelijke tekst plaatst, ben je al lid van Facebook en dus ben je akkoord met hun gebruiksvoorwaarden. Je kunt dat niet achteraf opzij zetten of aanpassen, ook niet met een beroep op de Berner Conventie, het Verdrag van Rome (dat gaat over het Internationaal Strafhof, wtf?) of artikel 1-308 van de Uniform Commercial Code. Geen van die rechtsbronnen biedt jou de bevoegdheid om achteraf terug te komen op een contract dat je hebt gesloten.

En ook juridisch-inhoudelijk slaat het nergens op. Je kunt wel zeggen dat je auteursrecht hebt (en dat heb je ook inderdaad van die Berner Conventie) maar Facebook mag nog steeds alles dat ze in de gebruiksvoorwaarden van je eisen. Die voorwaarden hoeven niet schriftelijk te zijn gemeld, de hyperlink bij registratie is genoeg.

Ook melden dat je profiel privé en vertrouwelijk is, gaan je niet helpen, zelfs niet als je dat notificeert in een communiqué langs elektronische weg (in plaats van ze dat te zeggen per e-mail). Wederom, de voorwaarden van Facebook bepalen wat privé is – en belangrijker, wat Facebook mag doen met content die privé is. Toegegeven, als van specifiek content duidelijk is dat deze privé is dan mag Facebook die niet van de ene op de andere dag publiek maken (zoals ze ooit met foto’s deden door alles naar publiek te gooien) maar het idee dat je Facebook zelf zou kunnen verhinderen iets te doen (zoals jou bannen of je content verwijderen) met content op hun server is gewoon te hilarisch voor woorden.

Misschien dat deze tekst ingegeven is door het plan van Facebook om de feedbackregels aan te passen die zij moet volgen alvorens de voorwaarden te mogen wijzigen. Facebook vindt het niet meer leuk dat er gestemd moet worden, kort gezegd.

Dat artikel 1-308 UCC is trouwens een verhaal apart. Het artikel bepaalt kort gezegd dat je naar Amerikaans recht een overeenkomst onder protest kunt aangaan, oftewel onder voorbehoud van bepaalde rechten. Zo kun je een overeenkomst sluiten als niet op voorhand alles duidelijk is. Een handig juridisch trucje, maar ondertussen door rare figuren gekaapt die onder meer met dit artikel gaan beweren dat je jezelf buiten het rechtssysteem kunt plaatsen door een dergelijke disclaimer op te sturen naar de rechtbank. Een variant van het opzeggen van het sociaal contract met de Staat, wat ook niet kan. Like it or not (haha, hij zei “like” en Facebook), je valt onder het recht en daar is geen ontsnappen aan.

Aan Facebook valt wél te ontsnappen: zeg je account op en alle rechten die FB heeft op je content komen te vervallen. Of je daarna opnieuw lid kunt worden mét een geldig voorbehoud van rechten, betwijfel ik maar díe rechtszaak wil ik wel eens zien.

Arnoud

Van wie is die website (met CMS)

Weer een regelmatig terugkerende kwestie: mensen laten een website bouwen, denken daar eigenaar van te zijn maar er blijkt een door de sitebouwer zelf ontwikkeld CMS achter te liggen. En artikel 18.3 van diens algemene voorwaarden bepaalt dat het eigendom daarvan “ten alle tijde” (sic) bij hem ligt. Ja, dat is rechtsgeldig ondanks die taalfout.

Hoofdregel uit het auteursrecht is dat degene die een werk maakt, de rechten daarop heeft. Ook als deze in opdracht werkt, hét grote misverstand bij online auteursrechten (oké, naast “het staat op internet en is dus vrij van rechten”). Als je dus een site laat bouwen, is die niet van jou. De site is van de ontwikkelaar en hij staat jou toe deze te gebruiken voor het doel dat in de offerte is benoemd, meer niet.

Natuurlijk kun je daar andere afspraken over maken in het contract. Een zin als “het (intellectueel) eigendom van de site ligt bij Klant” is genoeg, mits de passage ondertekend wordt en duidelijk is om welke site het gaat.

Dan is er nog één probleem: het contentmanagementsysteem oftewel CMS waarmee de site is gebouwd. Er zijn bergen opensourcecontentmanagementsystemen (zie plaatje) waarmee dit zou kunnen, maar menig ontwikkelbedrijf voelt de onbedwingbare neiging om toch zelf een CMS te bouwen. Goed, dat mag, maar het gevolg is wél dat je als klant alsnog vastzit aan dat ontwikkelbedrijf. Je zou haast gaan denken dat ze het erom doen.

De eigendom van het CMS opeisen kan, maar dan moet je wel een aparte bijzin opnemen “inclusief het achterliggende CMS” in die zin die ik daarnet noemde. Maar of de ontwikkelaar daarmee akkoord gaat, betwijfel ik. Hij kan dan immers het CMS aan niemand anders meer beschikbaar stellen. Mogelijk komt ie zelfs in de problemen met bestaande klanten die het CMS al gebruiken (hoewel dat op zich prima te regelen is met een licentie terug).

Dit probleem voorkomen kan maar op één manier: vooraf vragen met welk CMS de site gebouwd gaat worden en hoe het zit met eigendom daarvan. En dat behoort net zo’n logische vraag te worden als de verborgen gebreken bij huizen.

Arnoud

“Weg met die algemene voorwaarden!”

Gisteren blogde mijn broer (iedereen nog bedankt voor de verjaardagsmails trouwens) over een onderwerp dat mij aan het hart gaat, of beter gezegd het brood: Weg met die algemene voorwaarden!

Als je toch al een onpersoonlijke moloch bent, zo schrijft hij, dan oké dan snap ik dat je ook onpersoonlijke voorwaarden hebt. Maar wat nu als je gewoon een zzp’er bent? Dan sta je toch voor een persoonlijk gesprek:

[Kleine ondernemers] die standaard algemene voorwaarden hanteren, hebben een diepgegrond gebrek aan respect voor hun eigen klanten. Waarom bent u toch zo gemakzuchtig met uw algemene voorwaarden? Waarom durft u niet gewoon het gesprek aan te gaan met uw klant? Want uiteraard is het goed dat u van te voren helderheid wilt over allerlei zaken, maar dat kan toch juist prima in een goed gesprek met uw opdrachtgever? U kunt op deze manier laten zien dat u uw klant serieus neemt, en samen met uw klant oplossingen bedenkt bij mogelijke problemen. Die werkwijze hanteert u toch ook altijd als het gaat om de inhoud van het werk en de prijs? Waarom dan niet over de voorwaarden?

En inderdaad, eigenlijk zouden algemene voorwaarden niet nodig moeten zijn in deze situaties. Als we gewoon normaal tegen elkaar doen bij de offerte en uitvoering, dan is geneuzel in kleine lettertjes nergens voor nodig. Maar ja, dat de advocatuur en juristerij al eeuwenlang bestaat geeft wel aan dat het lang niet altijd goed gaat. En dan heb je een probleem want als je ruzie hebt én geen duidelijke regels over de exit dan wordt het knallen.

Als ik algemene voorwaarden schrijf, noem ik mezelf altijd professioneel doemdenker: wat kan er misgaan en hoe kunnen we dat pareren/voorkomen/inperken? Mensen denken liever niet na over zulke situaties, maar je moest eens weten hoe veel ruzies en gezeik wij langskrijgen die vermeden hadden kunnen worden als ze vooraf even drie regels op papier hadden gezet.

Algemene voorwaarden zijn net een stoma: je moet er niet aan denken en echt fris is het ook niet maar als het misgaat ben je er toch maar wat blij mee.

Overigens zijn veel voorwaarden zo respectloos omdat de ondernemer niet nadenkt wát hij in zijn voorwaarden wil hebben. Je pakt een model van de Kamer van Koophandel, je copypaste wat van de concurrent en je typt na elk akkefietje een “dat zal me niet nóg eens overkomen”-clausule erbij. Menig ondernemer heeft geen idee waaróm hij die clausules heeft: “dat stond zo in de tekst van onze advocaat” of “ik dacht dat zal juridisch wel zo moeten” – de slechtste redenen om een clausule te laten staan.

Hebben jullie wél nagedacht over het hebben van voorwaarden? En over waarom welke clausule erin staat?

Arnoud

WhatsApp als bewijs van een gemoedstoestand

Dit vonnis gaat ongetwijfeld bekend worden als het WhatsApp-vonnis, want ja nieuwe technologie hè. Maar uiteraard gáát het niet om WhatsApp, net zo min als het ooit ging om de postduif als zodanig. Het gaat om ontslag: als een boze werknemer “Ik heb er geen zin meer in. Ik heb het hier gezien en ga weg.” zegt, mag je daar dan uit concluderen dat ze ontslag neemt? En WhatsApp speelt alleen de rol van ziekmeldingskanaal. Maar toch.

Werknemers die in een opwelling ontslag nemen zijn een belangrijk deel van het ontslagrecht. Heel kort door de bocht komt het erop neer dat je als werkgever in zo’n geval een onderzoeksplicht hebt of de werknemer het wel echt meende. Zeker als sprake is van wat heet een hevige gemoedstoestand. In zo’n geval zul je het even moeten laten bekoelen en navragen. Een dag later (zoals in dit vonnis) de bevestiging sturen is dus iets te enthousiast.

De werknemer had achteraf toegelicht dat zij op het moment van haar uitlatingen geïrriteerd was en zich geprovoceerd en geïntimideerd voelde door de vragen van de werkgever, die haar afleidde terwijl ze haar werk probeerde te doen. Het werd dus allemaal even te veel en in een opwelling flapte ze dat eruit. Niet verstandig, maar het gevoel “en krijg nú met z’n allen collectief jeuk op een gênante plaats” hebben we allemaal wel eens. Bovendien had ze zich de volgende ochtend ziek gemeld, en dat doe je niet als je écht weg wil.

Dat ziekmelden ging dus via WhatsApp. En de werkgever ontkende dan ook dit gehad te hebben. Maar WhatsApp geeft bij berichtjes keurig aan of ze zijn gelezen, en dat is dus prima bewijs van een en ander:

Uit het ter zake door [A] als productie 2 bij dagvaarding overgelegde productie blijkt immers dat er naast het bericht twee vinkjes zijn geplaatst. Op grond hiervan kan zonder meer worden aangenomen dat het bericht succesvol is afgeleverd op het apparaat van [B].

En dat klopt. Ze zijn er dus wel, rechters met ICT-clue (en twitteraccount). Hoewel ze bij Nu.nl in twijfel trekken of een bericht wel écht is aangekomen als WhatsApp zegt van wel. Bewijs dat het is gelézen krijg je er niet mee, maar dat hoeft ook niet. In het Nederlands recht is het genoeg dat je bewijst dat het aangekomen is, en vanaf dat moment is het (niet) lezen het risico van de andere partij.

Dat een brief wellicht netter was geweest, is voor de rechter irrelevant. En ik vind het wel wat hebben: je wilt zo snel mogelijk aangeven wat je werkelijke bedoeling was, dus waarom niet WhatsApp?

Arnoud<br/> Foto: Stichting Onjuist Spatiegebruik.

Tijd voor een nieuwe layout!

Zo, daar zijn we dan eindelijk met de lang beloofde nieuwe layout van deze blog. Het had nog enige voeten in de aarde, maar het is gelukt. Arjan Snaterse en Roy Huiskes hebben een mooi stukje werk geleverd.

In de basis is de opzet grotendeels hetzelfde, maar de layout heeft een flinke lik verf gehad. Belangrijkste vernieuwing zit in het reactieblokje rechts: in plaats van enkel de vijf laatste reacties zie je nu reacties gegroepeerd per blog. Zo kan één verhitte discussie een vraag in een andere blog niet wegduwen.

De comments zijn wat strakker neergezet, en er is nu de mogelijkheid om genest te reageren. Er wordt nog gewerkt aan een optie om reacties van anderen te kunnen plussen (maar niet minnen) om zo de extra waardevolle items eruit te halen.

Verder staan er bannertjes en een reclametekst tussen, want de kachel moet ook blijven branden natuurlijk.

Als detail wordt nu bij elke blog een AE-nummer gepubliceerd. Dat is bedoeld als offline referentienummer. Je kunt in de zoekmachine dat nummer (met AE ervoor) invoeren en dan krijg je direct die blog. Handig voor wie een blog wil citeren in een artikel in een tijdschrift, bijvoorbeeld.

Ik ben heel benieuwd wat jullie ervan vinden!

Arnoud

Concurrentje pesten middels pornosite

porno.jpgOk, wat was u denkende. Dat was mijn eerste gedachte bij het lezen van dit vonnis over twee concurrerende fietsenzaken waarbij de één een domeinnaam had geregistreerd die vrijwel identiek was aan die van de concurrent. En wel op het moment dat ik las “Deze domeinnaam wordt gelinkt aan een pornografische website.” Echt.

Het vastleggen van de domeinnaam die lijkt op de bedrijfs- of domeinnaam van een concurrent is op zich al dubieus, maar als je dit soort dingen gaat doen moet je niet gek opkijken als je meteen verliest. Je zult een héél goed verhaal moeten hebben waarom je dat doet, en dat was er in dit geval niet:

Ter comparitie heeft de heer [Gedaagde] uitgelegd dat hij de concurrentie van [Eiser] vreest en de domeinnaam geregistreerd heeft om die aan [Eiser] te kunnen verkopen ‘als er rare dingen zouden gebeuren’. De rechtbank vermag niet in te zien wat [Gedaagde] hiermee bedoelt.

En als de rechtbank niet snapt wat je bedoelt, gaat men zelf bedenken wat je zou kunnen bedoelen:

[D]de rechtbank [is] van oordeel dat er geen andere reden geweest kan zijn dan het dwarszitten van haar concurrent. Dit dwarszitten kan gelet op de concurrentiestrijd tussen partijen gericht zijn geweest op misleiding van klanten en potentiële klanten van [Eiser].

Voor de pornosite was wél een verklaring: waarschijnlijk was de site gehackt. Een naburige school had ook last van zulke doorlinks. Op zich legitiem, het kan gebeuren dat je dat soort rommel op je site krijgt. Maar dat kwam hier niet heel geloofwaardig over. De politie had de laptop van de gedaagde directeur onderzocht en geen sporen gevonden van gehackt zijn (of van het aanbrengen van pornolinks), maar wél geconstateerd dat er van alles weg was.

De rechtbank gelooft er dus niets van. Concurrentje pesten, dat is het. En dat mag niet, dus meneer moet stoppen met het gebruik van die domeinnaam. Gek genoeg geen overdracht.

Ook was er schadevergoeding geëist. Maar wat ís die schade? Schade moet je aantonen, je kunt niet zomaar een bedrag uit de lucht grijpen. En ondanks het toch behoorlijk specifieke bedrag van 12.722,50 euro dat men eiste, vond de rechtbank dat niet gebleken was van schade. De doorlink was maar zó kort in de lucht (Tweede Paasdag ook nog eens) en geen enkele klant had aangegeven hierom afgehaakt te hebben.

Arnoud

Gastbloggers gezocht!

Binnenkort (de 19e al!) ga ik met vakantie. Ik heb dan weinig tijd om zelf te bloggen, maar deze blog drie weken stof laten verzamelen lijkt me ook zo wat. Dus: wie heeft er zin om een gastbijdrage te doen?

Het hoeft niet moeilijk juridisch complex te zijn: je eigen mening over het ICT-recht of een onderdeel daarvan is prima. Alleen de mening dat jouw product of dienst hartstikke goed is en mijn lezers het moeten kopen, is niet acceptabel.

Als alternatief/aanvulling overweeg ik de stellingweek: elke dag een andere stelling (door mij of een lezer aangedragen), waar we dan over kunnen discussiëren.

Andere suggesties voor drie weken contentvulling zijn ook welkom! 😉

Arnoud

Spionagemalware Duqu schendt GPL

duqu-gpl.pngSjongejongejonge, wat zullen de Duqu-makers daar wakker van liggen: de beruchte spionagemalware Duqu bevat open source-code die onder de ‘virale’ licentie GPL vallen, las ik bij Webwereld. Duqu blijkt open source blokken te bevatten van derden en die licentie te negeren.

Tsja, wat moet je met zo’n berichtje? Ik noem het maar ‘grappig’, wanthet is ergens wel grappig om te denken dat malwaremakers die economische spionage en mogelijk zelfs hardwarevernielingen gaan veroorzaken een opensourcelicentie zullen respecteren. Gelukkig dus maar dat er “This post is for fun, don’t take it too seriously,” bij staat.

En dan maar doorpakken op een stukje irritatie van mij: je kunt in situaties als deze de GPL niet schenden, want de GPL is niet bindend als je je er niet aan houdt. Je pleegt auteursrechtinbreuk, natuurlijk, maar eisen dat iemand de GPL naleeft is onmogelijk. Tenzij iemand gezégd heeft de GPL te willen naleven en vervolgens dat blijkt niet te doen.

In maart hadden we nog een discussie over GPL bij tablets, waarbij de discussie was of je als koper de GPL kon afdwingen. Dat kan (via een derde-begunstigde discussie) maar wél moet dan eerst vaststaan dat de verkoper zich aan de GPL heeft gebonden.

Het enkele feit dat iemand GPL-licensed code verspreidt, is nog geen bewijs dat hij zich aan de GPL heeft geconformeerd.

Arnoud