Domeinnaam opgezegd; toch in rekening gebracht

Een lezer schreef me:

Ik was klant bij een ISP die aankondigde te stoppen met haar bedrijf. Ik had daar een aantal domeinnamen, maar na een kritische blik besloot ik deze maar gewoon te laten verlopen want ik deed er eigenlijk niets meer mee. Ik heb toen in het beheerpaneel de .nl’s, .com’s etc op Niet Verlengen gezet, in de veronderstelling dat ze daarmee automatisch zouden verlopen nadat men haar activiteiten zou stopzetten. Echter, enige tijd later bleek een ander bedrijf de klanten overgekocht te hebben, en toen kreeg ik ineens een rekening van het nieuwe bedrijf dat mijn domeinnamen in haar systeem had geïmporteerd. Maar ik had ze toch op “niet verlengen” gezet?

Het is op zich mogelijk dat een contract wordt overgenomen als een bedrijf ermee stopt. Daarmee gaan alle rechten en plichten over naar die koper. Aparte toestemming is daarvoor niet nodig, hoewel consumenten bij zo’n overname het recht hebben het contract op te zeggen als het wordt overgenomen. Maar bij bedrijven kan dit, mits het maar in het contract staat.

Dit betekent dus dat de domeinnamen blijven bestaan tot het einde van de normale periode. Ze mogen niet verlengd worden, want dat had de vraagsteller aangegeven. Dus een rekening lijkt me niet de bedoeling.

Ik vermoed dat de koper simpelweg een lijst met domeinnamen heeft gekregen, en niet alle informatie uit dat beheerpaneel overgenomen heeft. Dat is erg slordig. Dat paneel was de door de oude provider aangewezen manier om een domeinnaamcontract op te zeggen of te verlengen. En de nieuwe provider moet daar dan naar kijken voordat hij rekeningen gaat sturen.

Ik zou ze dus zeggen: ik heb op dd/mm deze domeinen via het beheerpaneel bij oude ISP X op “niet verlengen” gezet en daarmee gemeld de overeenkomst op te willen zeggen. Dat was de aangewezen manier, dus dat had u moeten lezen of navragen. Dat u dat niet gedaan hebben, moet voor uw rekening komen (3:37 lid 3 BW).

Arnoud

Mag reverse engineering bij EULA verboden worden?

multimeter2.jpgEen lezer vroeg zich af:

Is het rechtsgeldig in Nederland om in een EULA reverse engineering van een softwarepakketgeheel te verbieden, ook voor toepassingen als het maken van interoperable software?

Reverse engineering, in goed Nederlands decompilatie, is volgens artikel 6 van de Software-richtlijn een handeling die geen inbreuk op het auteursrecht oplevert.

Desondanks zie je regelmatig in EULAs een tekst als “reverse engineering is forbidden”, maar dat heeft geen juridische waarde. Artikel 9 lid 1 van diezelfde Richtlijn bepaalt dat “elk contractueel beding dat strijdig is met artikel 6” nietig is. Oftewel, de rechthebbende kan zich op zo’n beding niet beroepen, en doet hij het toch dan hoef je alleen maar naar deze artikelen uit de richtlijn te verwijzen.

Een goed geschreven EULA of softwarelicentie bevat dan ook een tekst als “reverse engineering is verboden voor zover dat juridisch toegestaan is”. Niet alle vormen van reverse engineering zijn namelijk toegestaan onder de Richtlijn. Alleen die vormen waarmee je compatibiliteit met zelfgeschreven software wilt bewerkstelligen, of waarmee je alleen de achterliggende ideeën, concepten en principes achterhaalt zijn legaal. Met name is het niet legaal om de informatie te gebruiken om een kloon van de software te maken.

Arnoud

Elektronisch archiveren bij de overheid (gastpost)

archiefkasten.pngOnlangs deed een rechter voor het eerst uitspraak in een zaak waarin digitale duurzaamheid een rol speelt: de manier waarop we digitale bestanden gaan bewaren om in de toekomst historisch onderzoek te kunnen doen, maar ook om onze overheid te kunnen controleren. Een archiefdienst wilde een papieren archief scannen en de originelen weggooien. Maar dat mag (nog) niet. Want wie zegt dat we de digitale bestanden voor altijd kunnen blijven lezen?

Het archiefwezen bewaart de (tot nu toe papieren) weerslag van (overheids)handelen, zoals brieven en beleidsnota’s. Dit is geregeld in een heuse Archiefwet. Maar de weerslag van handelen gebeurt nu en in de toekomst steeds meer digitaal. Hoe moet een commissie Davids onderzoek doen naar de besluitvorming over Irak, als Balkenende daarover bijvoorbeeld Word-documenten op zijn computer zou hebben staan, die hij – vlak voor hij de commissie benoemd – even in zijn voordeel aanpast? Hoe moet een historicus over 100 jaar onderzoek doen naar deze besluitvorming als de Word-documenten software-matig niet meer kunnen worden geopend of – nog erger – op een 5 1/4 floppy zijn bewaard en überhaupt niet meer hardwarematig kunnen worden gelezen?

Je kunt je – dichterbij huis – voorstellen dat het lastig wordt je recht te halen bij je gemeente als dit soort zaken niet goed zijn geregeld. Wat te denken van journalisten die dingen aan de kaak willen stellen en op basis van de WOB aanspraak kunnen maken op inzage in overheidsarchieven.

Gelukkig is de overheid zich hiervan bewust, dus zal Balkenende niet zo maar relevante Word-documenten op zijn eigen PC hebben en wordt gewerkt aan inzichten en systemen om dit probleem te ondervangen. Het idee voor een oplossing wordt een e-depot genoemd. Dit is (kort-door-de-bocht) een hele grote storage unit, met onder andere allerlei geavanceerde backup-faciliteiten, extra controles op authenticiteit van data en autorisatie op toegang. En het systeem wordt ingericht voor de hele lange termijn. De implementatie en organisatie van deze e-depots staat nog in de kinderschoenen: er is bij velen nog onduidelijkheid wat je nu allemaal realistisch kunt doen. Er wordt wel hard aan gesleuteld.

Bij het Stadsarchief in Amsterdam vonden ze hun e-depot al goed genoeg om de papieren originelen weg te gooien en alleen de digitale scans te bewaren. Hiervoor hebben ze vergunning aangevraagd bij de provincie. In mooi juridisch, de stad Amsterdam vraagt aan de provincie of zij haar archief mag “substitueren” oftewel vervangen door een ander origineel, in dit geval scans. De provinciale archiefinspectie vond het e-depot niet goed genoeg en weigerde de vergunning. En toen mocht de bestuursrechter het zeggen. Hij stelde de provincie in het gelijk.

Kern van zijn vonnis is dat er behalve een goed technisch systeem ook een visie moet zijn op hoe het technische systeem op de lange termijn onderhouden moet worden, en dat de organisatie erop moet worden ingericht. De rechter oordeelde dat deze organisatie in Amsterdam nog niet voldoende was. Ik kan dat niet beoordelen, maar zoals zo veel ICT gerelateerde onderwerpen is het dus voornamelijk een organisatorisch probleem en niet een technisch. Voor digitale duurzaamheid zijn nog best wat innovaties noodzakelijk (en misschien wel voortdurend innovaties noodzakelijk), maar deze kunnen alleen organisatorisch worden opgelost.

Ivo Zandhuis is deskundige op het gebied van automatisering en cultureel erfgoed en werkt sinds 2000 als onafhankelijk adviseur voor erfgoedinstellingen. Zie Ivo Zandhuis Onderzoek & Advies.

Pirate Bay-beheerders veroordeeld – het vervolg

piratebay-sunk-dank-bas-taart.pngEn daar waren we dan weer. Met dank aan Peter die voldoende Zweeds beheerst om in de comments gisteren enkele belangrijke stukken van het vonnis in de Pirate Bay-zaak te vertalen. De rechtbank besteedt in de 107 pagina’s vonnis uitgebreid aandacht aan hoe TPB werkt en hoe dit juridisch gekwalificeerd moet worden.

TPB heeft zowel een zoekfunctie om Torrent-bestanden te zoeken als een tracker om, gegeven een torrent, in contact te komen met mensen die het bijbehorende werk aanbieden. Allereerst betoogt de rechtbank dat filesharen een vorm van openbaarmaken (“communication to the public”) van de werken is, omdat in beginsel iedereen toegang krijgt tot het werk. Je hoeft alleen maar de torrent te hebben, en die is op een vrij toegankelijke website te vinden immers.

Het uitwisselen van bestanden via peer-to-peer netwerken zonder toestemming is dan een inbreuk op auteursrecht. Doe je dat opzettelijk en grootschalig, dan pleeg je een misdrijf. Daarom gooit de rechtbank het voor TPB op medeplichtigheid aan dit misdrijf. Iets dat in Nederland ook geprobeerd is bij Releases4U/Shareconnector, maar die werden vrijgesproken omdat er geen bewijs was dat mensen ook werkelijk via de hashcodes van die sites werken hadden uitgewisseld.

De Zweedse rechtbank heeft minder moeite met dat punt. Er moet worden bewezen dat het misdrijf (uitwisseling zonder toestemming) plaatsgevonden heeft. Dat is geen probleem, want op de site van Pirate Bay zelf zijn statistieken te zien hoe veel seeds beschikbaar zijn. Ook zouden torrentclients rapporteren aan TPB dat ze een werk volledig gedownload hebben. Die feature ken ik niet trouwens, maar misschien bedoelen ze daarmee dat een client meldt dat hij geen peer meer is maar een seed. Maar hoe dan ook, melden dat X mensen het werk gedownload hebben dankzij TPB is natuurlijk mooi bewijs dat X mensen het auteursrecht geschonden hebben.

Medeplichtigheid onder Zweeds recht werkt als volgt (pagina’s 62 en 63 van het vonnis, met dank aan Peter):

In overeenkomst met wat eerder aangevoerd is zal, volgens hoofdstuk 23, paragraaf 4, niet alleen degene die een misdrijf begaat (hoofdmisdrijf) veroordeeld worden, maar ook iemand die met raad of daad bijgedragen(*) heeft (medeplichtigheid). Deze bepaling is toepasbaar op alle misdrijven waar een gevangenisstraf op kan volgen. Strafrechtelijk vervolgd kan worden degene die fysiek of psychisch bijgedragen(*) heeft aan een misdrijf. De medeplichtige zal uitvoering van het hoofdmisdrijf makkelijker hebben gemaakt. Niet wordt vereist dat het handelen van de medeplichtige noodzakelijk was voor het uitvoeren van het hoofdmisdrijf. Medeplichtig is zelfs degene die slechts in onbeduidend geringe mate heeft bijgedragen aan het hoofdmisdrijf.

(*) bijgedragen: Hier staat in het zweeds “främja”, wat een heel brede betekenis heeft. Het kan betekenen bijdragen, helpen, stimuleren, bevorderen, maar zelfs zoiets als reklame maken voor, of iemand wijzen op iets.

Waarom is TPB medeplichtig volgens het vonnis:

Door het in de lucht houden van een website met goed uitgebouwde zoekfuncties en eenvoudige middelen voor uploaden en opslag, alsmede het met elkaar in kontakt brengen van individuele bestandsdelers middels de aan de site gekoppelde tracker, heeft, volgens de rechtbank, de Pirate Bay, het misdrijf vergemakkelijkt en daarmee daaraan bijgedragen.

Vervolgens kijkt de rechtbank of men de vier verdachten aansprakelijk kan houden voor dit strafbaar feit. Zijn zij verantwoordelijk te houden voor wat er gebeurde, en was het hun bedoeling dat dit zou gebeuren? Net als in Nederland is voor medeplichtigheid in Zweden opzet nodig. Een mes uitlenen maakt je niet medeplichtig aan moord, maar een mes uitlenen aan een boos iemand die aankondigt zijn schoonmoeder op te gaan ruimen wel.

Verantwoordelijk waren ze (Google Translate):

The defendant’s conduct is characterized by a partnership in which each person known to each other’s involvement and roles. They have acted and worked as a “team”, with the common objective to further develop The Pirate Bay, both technically and commercially. The district court found at an overall assessment that also Peter Kolmisoppi Sunde and Carl Lundström have been involved in The Pirate Bay operations to such an extent that they, together with Fredrik Neij and Gottfrid Blackholm Warg, may be deemed to have been responsible for the organization, administration, programming, financing and operation of file-sharing service on the way the prosecutor argues.

Was er sprake van opzet? Daarvoor moet je, in het geval van auteursrechteninbreuk, weten dat er inbreuken gepleegd worden door illegaal uitwisselen. De vier verdachten betoogden dat zij niet wisten van specifieke inbreuken, zodat ze niet medeplichtig kunnen zijn aan die inbreuken. Maar dat gaat niet op. De opzet hoeft niet op een specifieke inbreuk gericht te zijn (Google Translate):

It is instead sufficient for them to have had the intent to the fact that copyrighted materials were present in the website (see NJA 2007 p. 929). It is, inter alia, through the questioning of the defendants and the letter from the rights holders that have been published on the website The Pirate Bay, and e-mail correspondence, which talks about the activities as piracy, clear that the defendants had knowledge that the copyright protected protected works available via the website and shared via the tracker was within the framework of The Pirate Bay’s activities.

De verdediging bracht nog de regeling over aansprakelijkheid van providers ter tafel. Bittorrent-trackers en torrentsites zijn een “dienst van de informatiemaatschappij” waarbij informatie van anderen wordt doorgegeven. Volgens Europese regelgeving zijn hun aanbieders daarmee in beginsel niet aansprakelijk voor de inhoud van die dienst. Maar dan moet je wel reageren op een takedown verzoek. En dat deed TPB niet, zodat ze niet onder deze regeling kunnen vallen.

Bij Tweakers nog aandacht voor BREIN dat zoals altijd creatief met jurisprudentie omgaat en betoogt dat met dit vonnis Nederlandse ISP’s kunnen worden verplicht om TPB te blokkeren. Niet dus. Er hangt hoger beroep, dus dit vonnis heeft geen werking. Verder ben ik me niet bewust van enige wettelijke plicht om zaken te blokkeren die elders illegaal zijn verklaard.

Arnoud

Verrassing: Pirate Bay-beheerders veroordeeld

piratebay-sunk-dank-bas-taart.pngToch nog een verrassende uitspraak. In 107 pagina’s juridisch Zweeds krijgen vier Pirate Bay-beheerders een jaar cel en gezamenlijk 2,7 miljoen euro boete opgelegd. Dit na een proces dat de Piratenbaaiers niet geheel serieus leken te nemen, en waarin de eisers vele steken lieten vallen (niet-aangemelde getuigen en bewijs, stellingen die men al heel snel moest laten vallen, en noem maar op). Dat Pirate Bay dan alsnog veroordeeld wordt, verbaast me nogal.

De reden? Tsja, mijn Zweeds is nogal roestig en een Engelstalig vonnis is nergens te vinden. Dus dat valt niet mee. Google Translate heeft een hoog bork-bork-bork gehalte, maar kort gezegd: medeplichtigheid aan strafbare inbreuk op auteursrechten. Dit omdat men “behulpzaam” is bij de inbreuk door de zoekmachine en de tracker aan te bieden. Een bijzonder algemeen en vaag criterium, dat in het vonnis niet echt uitgewerkt lijkt te zijn (maar nogmaals, het is 107 pagina’s Zweeds dus ik kan er overheen gelezen hebben).

Heeft het enig praktisch gevolg? Nee. De site blijft gewoon open. Het vonnis slaat alleen op de vier beheerders – en die gaan in hoger beroep tegen dit vonnis. De Pirate Bay zelf, laat staan Bittorrent in het algemeen, is dus niet illegaal verklaard, en het heeft al helemaal geen gevolg voor Nederlandse torrentzoekmachines of trackers.

Wordt vervolgd, en nee dat was geen woordspeling.

Arnoud

Rechtbank: SURFnet geen openbaar elektronisch communicatienetwerk

surfnet.pngWeet u nog, die keiharde botsing tussen OPTA en SURFnet? Ik was het ook helemaal vergeten, maar gelukkig meldde ISPam het. SURFnet heeft bij de rechter gelijk gekregen: zij zijn geen openbare internetaanbieder en hoeven zich dus niet bij de OPTA aan te melden.

Wie internet-toegang aanbiedt aan “het publiek”, moet zich registreren bij de OPTA en heeft allerlei plichten zoals het aftapbaar maken van hun netwerken. Een besloten netwerkaanbieder hoeft dat niet. Denk aan een bedrijfsnetwerk. Maar hoe zit het met SURFnet, dat toch een vrij groot netwerk heeft en daarmee alle universiteiten en andere onderwijsinstellingen van internettoegang voorziet?

De OPTA vond de doelgroep zo groot dat deze neerkwam op “het publiek” zoals de Telecommunicatiewet dat bedoelde. De uitleg van de telecomtoezichthouder was dat het ging om de vraag of de groep vooral onderling wil communiceren, zoals bij een bedrijfsnetwerk, of dat de groep vooral naar buiten wil, het grote boze internet op. Maar dat criterium neemt de rechter niet over: dat het “ook om communicatie met een ieder die gebruiker is van internet” gaat, “acht de rechtbank geen omstandigheid om te kunnen spreken van een openbare dienst dan wel openbaar netwerk.”

In het vonnis wordt de doelgroep van SURFnet als “beperkt” aangemerkt:

De rechtbank [is] van oordeel dat de kring aan wie [SURFnet] haar diensten aanbiedt, wel degelijk beperkt is te achten. Die kring is immers onder één (doel)groep te scharen, namelijk instellingen die zich richten op wetenschappelijk onderzoek en hoger onderwijs. Naar het oordeel van de rechtbank is dit een voldoende afgebakende groep. Die groep is niet toegankelijk voor het algemene publiek.

Mooi voor SURFnet dus, maar ik zit me nu wel af te vragen of meer ISPs hier gebruik van kunnen maken. Als je dus kennelijk een mooie geformuleerde doelgroep kunt aanwijzen en je alleen daarop richt, dan ben je geen openbare internetaanbieder? Is “KPN Zakelijk Draadloos Internet” dan een private aanbieder omdat alleen bedrijven erop mogen? Hm.

Arnoud

Fotograferen verboden, ja echt

fotograferen.gifIn Remy Chavannes’ onvolprezen Nu.nl-column van afgelopen zaterdag stond een opvallende conclusie:

Fotografen in heel Europa zullen voortaan eerst toestemming moeten vragen voordat zij een medemens fotograferen ” al is het alleen maar om afspraken te maken over het verdere gebruik van de foto. De rechters hebben erover nagedacht, maar misschien toch niet lang genoeg: het lijkt me een rechtsregel die in de praktijk massaal geschonden gaat worden.

Het gaat om het Reklos vs Griekenland-arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. De tekst is alleen beschikbaar in het Frans, en mijn Frans is wat minder goed dan dat van Remy, vandaar dat ik er nu pas op terugkom.

In deze zaak stond het grondrecht op privacy van artikel 8 EVRM centraal. Dit grondrecht werkt ook door in het portretrecht: het publiceren van een portretfoto kan een inbreuk op iemands privacy zijn. Maar nu gaat het Hof verder: het enkele nemen van de foto levert al een inbreuk op de privacy op.

Uit de verrassend goede Google-vertaling van het arrest:

The image of an individual is one of the main attributes of his personality because it derives its originality and allows it to differentiate itself from its peers. The human right to protect its image is an essential component of his personality and assumes primary control of it by the individual.

Oftewel: iemands portret is een wezenlijk onderdeel van die iemand, en daarom dient die persoon zo veel mogelijk zeggenschap te hebben over zijn portret. Daarom mag hij niet alleen publicatie maar ook het vervaardigen van portretfoto’s verbieden. “Otherwise, an essential attribute of personality could be held captive by others without any control on its possible future use.”

Chavannes concludeert hieruit dat ook de foto’s van het Unox-meisje op het strand niet gemaakt hadden mogen worden, maar ik betwijfel of je zo ver kunt gaan. Er speelde mee dat de foto in een duidelijke privéomgeving (een ziekenhuis) werd gemaakt. Op de openbare weg heb je ook wel privacy, maar minder dan in een ziekenhuis. Bovendien lijkt het me volstrekt onwerkbaar voor fotografen en filmers om ook op de openbare weg aan iedereen toestemming te vragen die voor de camera komt.

Arnoud

Cameratoezicht door de buren

Een vraag die ik regelmatig krijg: [mijn buren / de vereniging van eigenaren / de huisbaas] [heeft / hebben] camera’s opgehangen waarmee ook mijn [huis / erf / auto / tuin] gefilmd wordt. Mag dat?

Cameratoezicht, oftewel een camera ophangen en de beelden opnemen, is aan regels gebonden. De belangrijkste is art. 441b Wetboek van Strafrecht, dat kort gezegd elk opzettelijk filmen of fotograferen van personen met een aangebrachte camera in de openbare ruimte verbiedt, tenzij dit duidelijk aangekondigd is. Hangt er dus geen bordje, of erger nog is de camera verdekt opgesteld, dan kun je zonder meer eisen dat de camera wordt weggehaald.

Hangt de camera in het zicht en is duidelijk dat er wordt gefilmd, dan is dat in principe niet strafbaar. Wel kan het een privacyschending opleveren. Daarover deed in 2007 het Gerechtshof Leeuwarden uitspraak. Niet elk filmen van de openbare weg is een schending van de privacy. In dat arrest ging het over de vraag of iemand zijn auto mocht filmen als die aan de weg stond geparkeerd:

In dat licht acht het hof het plaatsen van een camera, gericht op de auto van [de eiser] en het tonen van die beelden op een monitor, waarbij ook een gedeelte van de Rijksweg in beeld is, als zodanig niet in strijd met het privacybelang van weggebruikers … In wezen komt dit gebruik van de camera en het observeren van de auto overeen met hetgeen [de eiser] met het blote oog zou waarnemen vanuit zijn raam indien hij overging tot verwijdering van de daarvoor geplaatste bosschage.

Opmerkelijk nog is dat het CBP zegt:

Bewaking van de straat is niet uw verantwoordelijkheid, daar moet het videocameratoezicht stoppen.

Ik kan geen basis in de wet of jurisprudentie vinden voor deze uitspraak. Artikel 441b Strafrecht en het hierboven aangehaalde arrest bevestigen juist dat je ook de openbare weg mag filmen, zolang dat maar geen inbreuk op de privacy van anderen oplevert. Het is dus niet automatisch een privacyschending, maar filmen met een bewakingscamera kan wel inbreuk op de privacy opleveren.

Andermans erf of huis filmen is een ander verhaal. Het is strafbaar (art. 139f Strafrecht) om mensen te filmen in een woning of andere “niet voor het publiek toegankelijke plaats” – maar wederom alleen als dat niet aangekondigd is. Als de bewakingscamera van de buren dus jouw oprit filmt, dan is dat niet strafbaar.

Wel lijkt het me zeer snel een inbreuk op de privacy om andermans erf of huis te filmen met zo’n bewakingscamera. Op die grond kun je dus eisen dat de buurman de camera wegdraait. Maar dat zal niet altijd lukken: in deze zaak werd de camera bij een deurbel geen privacyschending geacht, ondanks dat daarmee de deur van de daarnaast wonende buurvrouw te zien was.

Arnoud

Hoe bewijs je dat iets op internet heeft gestaan?

Een lezer mailde me:

Hoe bewijs je dat iets op internet heeft gestaan? Als je iemand aanspreekt op bv. inbreuk op auteursrecht, is de kans aannemelijk dat hij bij een aanmaning de documenten direct van internet verwijdert. Nu kan je screenshots en foto’s maken, en je kan zelfs derden vragen de pagina’s te bekijken en daar eventueel over te getuigen, maar is dit voldoende?

Er zijn geen harde regels over bewijs in dit soort rechtszaken. Je mag alles aanvoeren en laten zien waarmee je je stelling aannemelijk maakt. Het is aan de rechter om te bepalen hoe veel waarde hij aan iets toekent. Over het algemeen zijn ze sceptisch bij beweringen dat screenshots fake zijn, zeker als daar geen onderbouwing bij komt met bv. wat er dan wel stond.

Ik zou bij een sommatie naar een inbreukmaker altijd een screenshot meesturen. Dan heb je bewijs, de brief met die screenshot zit ook bij hem in het dossier en hij zal moeten reageren. Ik heb nog nooit meegemaakt dat iemand dan zegt “die screenshot is fake”.

Als je echt zekerheid wil, print dan de pagina uit en ga ermee naar de Belastingdienst. Die dateren alles waar ze een stempel op kunnen zetten. Dateringsdiensten zijn eigenlijk voor uitvinders die hun werk willen beschermen, maar voor deze situatie (en voor bewijs van echtheid van e-mail) kan het ook goed. En het is nog gratis ook.

Alleen, vooraf screenprints maken en dateren is leuk, maar dit wordt pas een probleem als de wederpartij in de rechtszaal ineens begint te roepen dat de screenshot fake is. En dan ben je al te laat om nog de Belastingdienst te laten stempelen. Dus ook dit biedt geen 100% zekerheid. Maar die heb je ook niet nodig: je moet de rechter overtuigen dat jouw verhaal aannemelijker is dan dat van de wederpartij. Theoretische mogelijkheden zijn daarbij minder belangrijk dan wat zich in jouw concrete geval kan hebben voorgedaan. Als je geen van beiden een computerdeskundige bent, dan is de kans klein dat er met de HTML-codes geknutseld is of dat er fake sites gebouwd zijn.

Arnoud

Dienstmededeling: reactiefunctionaliteit uitgebreid, is het nuttig?

Een aantal lezers (met name Juerd) is het al opgevallen: sinds kort kun je je abonneren op discussies waar je aan meedoet. Hierdoor hoef je niet steeds terug naar een blogbericht om te zien of er nog gereageerd is sinds jouw bijdrage, maar krijg je per reactie een mail voor elke nieuwe reactie.

Om je abonnementen te beheren, zit er in elke mail een speciale link. Hier zit een code aan vast, zodat je niet zomaar andermans abonnementen kunt gaan beheren als je een e-mailadres weet. Deze code is gebaseerd op een zekere vorm van zwarte magie, waardoor het kan gebeuren dat oude codes niet meer werken. In dat geval zul je moeten wachten op een volgende reactie, of er zelf eentje moeten plaatsen, zodat je weer een verse link krijgt.

Verder is op veler verzoek een editfunctie ingebouwd. Je kunt je eigen commentaar gedurende 15 minuten na plaatsing aanpassen. Handig voor die taalfout of dat ontbrekende woord dat je pas bij teruglezen ziet, of wanneer je erachter komt dat WordPress net iets anders met HTML codes omgaat dan je dacht. Het is uiteraard niet de bedoeling dat je je reacties inhoudelijk aanpast als je binnen dat kwartier door anderen erop aangesproken wordt.

Missen jullie nog meer dingen qua functionaliteit van deze blog?

Arnoud