Bandbreedte kun je niet stelen

dak plafond studentenflat computer aftappenHet aftappen van internetverbindingen is geen diefstal, bepaalde de rechtbank Amsterdam donderdag. In deze strafzaak had de verdachte een computer geinstalleerd in het vals plafond van een studentenflat om zo van de snelle internetverbinding daar te profiteren. Naast inbreuk op het auteursrecht (vanwege uitgewisselde muziek) werd ook diefstal van “capaciteit van bandbreedte” ten laste gelegd.

De rechtbank bepaalt in het vonnis echter dat dat niet kan. Door ongeoorloofd gebruik te maken van bandbreedte verliest de rechthebbende immers hierover niet noodzakelijkerwijs de feitelijke macht, aldus de rechtbank. Hij heeft nog steeds controle over de netwerkverbinding en kan deze nog steeds gebruiken. Misschien dat de snelheid omlaag gaat door de meeliftende plafondpc, maar snelheid is geen tastbaar iets dat je kunt stelen.

Het stelen van niet-tastbare zaken is al lang een moeilijk punt in het recht. Tjalling Hielkema van Solv wijst terecht op het Elektriciteits-arrest uit 1921, waarin werd bepaald dat elektriciteit wel degelijk gestolen kon worden. Stroom is voor menselijk beheersing vatbaar, en door het aftappen van de stroom van de buurman kon deze niet meer over die stroom beschikken. Dat vond de Hoge Raad hetzelfde als het stelen van een fysiek object zoals een fiets.

Computergegevens waren volgens diezelfde Hoge Raad geen goed, zo bleek in 1996. Het kopiëren of wegnemen van gegevens is vervolgens apart strafbaar gesteld in de Wet Computercriminaliteit.

Het verbaast me dan ook dat hier gekozen is voor een tenlastelegging van diefstal en niet van computervredebreuk. Het aansluiten van je eigen PC op andermans netwerk lijkt mij een vorm van binnendringen, en het gebruik van de netwerkcapaciteit is daarbij een strafverzwarende omstandigheid (art. 138a leden 1 en 3 Wetboek van Strafrecht). Mag ik dit een flater van het OM noemen?

Via Boek9.nl en met dank aan Mr. D.M. Rupert, Teurlings & Ellens advocaten .

Arnoud

Aansprakelijk voor kwaadaardige gadgets op Hyves?

aapje-api.pngCollega-jurist Danny Mekic’ kwam onlangs met de interessante observatie: hoe zit het met vertrouwen van gadgets op sociale netwerksites zoals Hyves?

Gadgets of widgets zijn kleine applicaties die je op een webpagina, blog of iets dergelijks kunt opnemen. Daarmee kun je bijvoorbeeld laten zien of je online bent op MSN, spelletjes toevoegen, het weerbericht in jouw stad laten zien of andere al dan niet nuttige dingen voor je bezoekers doen. Maar die applicaties kunnen ook allerlei persoonsgegevens verzamelen en daarmee enge dingen doen.

Vrij weinig mensen staan daarbij stil. Mensen vertrouwen Hyves, schrijft Danny terecht. Hyves heeft toch een privacypolicy? Dus dan zal het wel goed zitten met die privacyaspecten.

In de Hyves privacy policy staat echter:

Verder is het zo dat Hyves derden de mogelijkheid geeft om applicaties te ontwikkelen op basis van de Hyves API te ontwikkelen. Dit zijn, kort gezegd, applicaties die gebruik maken van Hyves. Deze applicaties worden gemaakt door derde partijen die niet aan Hyves gelieerd zijn. Ze worden dus niet door, voor of namens Hyves gemaakt. Hyves heeft geen invloed op de werking van deze applicaties of wat er met jouw gegevens gebeurt, als je gebruik maakt van een dergelijke applicatie. Als je een applicatie toestemming geeft voor het gebruik van jouw (persoons)gegevens, valt dit dan ook buiten de verantwoordelijkheid van Hyves. Je kunt je gegeven toestemming altijd zelf weer intrekken.

Kortom, Hyves stelt zich niet aansprakelijk voor privacyschendingen door gadgets of widgets.

Bij de zin “wij stellen ons niet aansprakelijk” zou u nu moeten denken “dat hoeft ook niet, dat doe ik wel”. Maar gaat dat hier op? Ik denk van niet.

De Hyves API is een generieke omgeving waarbinnen elke mogelijke applicatie ontwikkeld kan worden. Hyves heeft daar weinig tot geen invloed op. Tenzij men allerlei speciale maatregelen gaat nemen. Hyves zou bijvoorbeeld het systeem zo kunnen bouwen dat alleen gecertificeerde applicaties kunnen werken. Aan certificatie kunnen dan eisen worden gesteld, zoals het zich houden aan de privacywetgeving.

Maar daarmee halen ze zich een gigantische berg werk op de hals. Plus: is het wel realistisch om te verwachten dat men kan controleren op mogelijke privacyschendingen? Ik denk het niet. Microsoft probeerde dit al eerder met gesigneerde ActiveX controls maar echt lekker werken doet dat niet. Waarom zou het voor Hyves anders zijn?

Het enige wat ik nog kan bedenken, is dat Hyves bij installatie van een widget een waarschuwing toont dat zij niet aansprakelijk zijn. Maar goed, dat wordt dan toch blindelings weggeklikt. Dus meer dan dit kan Hyves niet doen, denk ik.

Arnoud<br/> PS excuses voor de flauwe grap in het plaatje, maar ik wist niks beters ter illustratie van een API(E).

Google laat beurskoers United Airlines $10 kelderen

google-news.jpgBen je aansprakelijk voor oud nieuws? Die vraag zullen ze zich bij Google Legal ongetwijfeld stellen nadat vermelding op de Google News-homepage van een artikel uit 2002 over de surseance van United Airlines de koers van dat bedrijf met zo’n 10 dollar (ongeveer 80 eurocent tegenwoordig) deed kelderen.

Het artikel was uit 2002, maar werd door de Sun Sentinel opnieuw onder de aandacht gebracht in een kadertje getiteld “Popular stories: Business”. De Googlebot ontdekte het, vond geen datum op de pagina van het artikel en bedacht toen maar dat het actueel nieuws moest zijn. En daarom kwam het bovenaan te staan als je zocht op “bankruptcy” bij Google News. Wat ze bij financieel analist Bloomberg dagelijks doen kennelijk, want binnen het kwartier stond het bericht op de Bloomberg News Wire zodat alle beurshandelaren het onder ogen kregen.

Google maakt zich geen zorgen, lijkt het. Er stond geen datum op, dus was het niet hun schuld dat ze het bovenaan de zoekresultaten lieten verschijnen. Maar als je even doorleest, valt op wat er niet staat: excuses voor de overlast of iets anders dat in de rechtszaal uitgelegd zou kunnen worden als erkenning van schuld.

En dat is logisch, want het lijkt me dat je Google best zou kunnen aanspreken voor de financiële gevolgen van deze fout. Als er geen datum bijstaat, dan moet je een bericht niet zomaar behandelen als nieuws. Sterker nog, Google News zet in haar richtlijnen dat websites die in de News-index willen, duidelijk hun datums moeten markeren. Zo kom je er niet in als er geen datumcode uit de URL te halen is. Dus hoe krijgen ze het voor elkaar om dit oude bericht toch als nieuw te laten verschijnen?

Of is de schade de schuld van al te snel verkopende aandelenhandelaars die afgaan op een kop zonder zelfs maar even te checken of het bericht waar is?

Arnoud

Wanneer is de koop op afstand gesloten?

elsevier-koopnu.jpgEen lezer deed een poging om de serie West Wing, The Complete Series te bestellen bij de webshop van Elsevier. Hij drukte op de hiernaast afgebeelde knop, en kreeg tot zijn verbazing en teleurstelling deze tekst:

Helaas is West Wing, The Complete Series (Seizoen 1 t/m 7) tijdelijk niet leverbaar!

Nu kan het natuurlijk altijd dat dingen niet op voorraad zijn. Maar, zo vroeg onze lezer zich af: heb ik de box eigenlijk niet al gekocht? Kan ik met andere woorden Elsevier aan de koopovereenkomst houden?

Een lastige vraag. De webshop doet een aanbod (deze box voor dit bedrag) en de bezoeker gaat akkoord door op die knop te drukken. Maar ik vraag me af of mensen al verwachten de koop gesloten te hebben als ze op die knop drukken. Normaal komt er nog een hele riedel aan schermen achteraan, met bijvoorbeeld informatie over de verzendkosten waar je mee akkoord moet gaan. Vanuit die redenering is de koop pas gesloten als er in het allerlaatste scherm op “koop definitief maken” of zoiets geklikt wordt.

Maar stel nu dat de koop wel degelijk op dit moment gesloten is. Verzending is bijvoorbeeld gratis en alle informatie is al elders (bv. bij klantregistratie) afdoende gemeld. Dan zit Elsevier inderdaad vast aan de verplichting tot levering.

Elsevier heeft de box niet, kan niet leveren en schiet dan tekort in de nakoming, zoals dat heet. Dat kan tijdelijk zijn of blijvend. Als de box bij de leverancier uitverkocht is en ook niet meer komt, heet dat een blijvende onmogelijkheid tot nakoming. Zit er nieuwe voorraad aan te komen, maar duurt dat nog een jaar, dan is de onmogelijkheid slechts tijdelijk.

In beide gevallen kan de klant van de overeenkomst af als levering onmogelijk blijkt (art. 6:265 BW). In gebreke stellen is niet nodig in die situatie.

Maar kan Elsevier van de overeenkomst af? Nee, formeel gezien niet. Zij hebben beloofd te leveren en dat zullen ze moeten doen ook. Als levering onmogelijk is, kunnen ze niets anders dan wachten tot het weer mogelijk wordt dan wel tot de klant geen zin meer heeft te wachten.

Arnoud

Holland Open OSS conferentie: ik spreek, komt u ook?

Op 18 en 19 september is de jaarlijkse Holland Open conferentie er weer. En ik ga weer eens spreken, deze keer voor het eerst niet namens Philips. De organisatie meende mijn presentatie als volgt te moeten samenvatten:

Leuk, Open Source Software. Maar hoe implementeer je dat nou in je beleid. Wat zijn de juridische valkuilen, waarom zijn er zoveel verschillende licenties en waar moet je op letten als gebruiker. Want wat zijn de risico’s eigenlijk als een systeem componenten bevat die licentie-technisch strijdig zijn? Wat weten ICT-bedrijven daar eigenlijk van en kun je vertrouwen op de contracten die met de gebruikers worden afgesloten? Onder andere Arnoud Engelfriet, octrooigemachtigde en tot voor kort aan de slag bij Philips, weet daar als partner bij ICTrecht alles van. Maar of we vrolijk worden van zijn boodschap? Volgens hem liggen er nog veel kansen voor open source software als we in staat zijn het “neen, tenzij” beleid van veel bedrijven om te buigen.

Mocht u dat niks lijken, dan is in ieder geval Brenno de Winter’s presentatie over het Small Sister project verplichte kost.

Lees het programma hierrr en geef u dan snel op als deelnemer.

Arnoud

Waarom hoeven auteurs geen moeite te doen voor hun copyright? (gastpost)

Een blogger las mijn gids over gebruik van materiaal van anderen en stuurde me een uitgebreide mail. Omdat het onderwerp veel bloggers aangaat, plaats ik de brief integraal (ja, met expliciete toestemming).

Ik werd hier door een bevriende blogger naar toe gestuurd, en raakte zeer verontrust. Ik beheer twee weblogs met langlopende series over kunst en over dieren. Zonder afbeeldingen geen series. Deeplinken is geen optie, om redenen die je op je site zelf al uitlegt, en daarbij is een weblog zonder plaatjes gewoon niet aantrekkelijk, surfers klikken snel weer weg.

Ik heb daar honderden ongeautoriseerde kunstafbeeldingen staan. Nu vind ik het geen enkel bezwaar als de eigenaar van een afbeelding mij verzoekt de zijne weg te halen, ik kan het jammer vinden maar delete het onmiddellijk. Maar jij stelt dat ik dan al te laat ben, dit gebaseerd op de zaak Galeries.nl.

Ik heb al langer de indruk dat rechters er een eigen wetboek op nahouden. De één geeft je een boetetje, de ander een gevangenisstraf. Maar het punt is eigenlijk, dat die copyrightwet in beginsel niet deugt. Het is ronduit idioot dat je niet aan hoeft te tonen dat een schrijf, schilder of fotowerk van jou is. Je publiceert het ergens, je naam staat er niet bij, voor anderen is het daardoor van de Grote Onbekende, en toch claim je het. En op een wijze die ik nogal arrogant vind. Moet ik de naam ruiken of zo?

Nu kan een kopieerder van een internetafbeelding heel makkelijk een copyrightregel in een foto wegshoppen of er afknippen. Toch is dat de issue niet. Ik heb zelf vele, vele uren verspild met het zoeken naar de naam van een auteur. Van een afbeelding die nota bene op zijn eigen site stond. Er was zelfs geen profiel met een pseudoniem. Ik heb ook meerdere malen een sitebeheerder gemailed met de vraag of ik zijn afbeelding mocht gebruiken. Ik kreeg nooit antwoord. Daar ben ik dan ook mee gestopt.

Wat moet je hier nou mee? Achter me staan tien, honderd anderen die dat plaatje ook willen gebruiken, langs me heen reiken en het van de site plukken, toedeloe. Dat mogen zij ook niet, maar het maakt wel dat je er dan makkelijk over gaat denken; klik, kopieer/plak, verder geen gezeur.

Een kopieerder weet dus vaak niet wie de auteur is, maar weet ook vaak niet of de afbeelding die hij kopieert, niet alreeds een illegale kopie is. Het plaatje is in principe dan helemaal taboe, maar het is zo mooi, en heeeelemaal wat ie zocht voor zijn nieuwe artikel…

Het is fout, ik weet het. Maar de wet is niet waterdicht. En als een rechter met een bad hair day of een eksteroog dan de eiser tegemoet komt door voorbij te gaan aan de gewilligheid van de kopieerder om het plaatje per onmiddellijk te verwijderen alsmede excuses te maken, en keihard zegt, “Niks mee te maken, u krijgt een boete van 2000 euro”, vind ik dat NIET rechtvaardig.

Dan is er nog een ander punt. Mijn twee weblogs hebben geen commerciële oogmerken (en ook weinig bezoekers, gemiddeld 10 per dag). Ik kan zonder meer aantonen dat ik geen plagieur ben en geen zelfverrijker, ik breng gewoon eerbetonen aan kunstenaars (en gratis exposure) en ik draag mijn steentje bij in de strijd tegen dierenleed. En daar hoeft een rechter niet ontvankelijk voor te zijn? Moeilijk te verteren.

Ik breng dit alles ter sprake omdat mijn weblogs me zeer aan het hart liggen (ondanks die schamele schare fans). Ik ken de Galeries.nl-kopieerder en zijn beweegredenen niet, maar vind evengoed een hoop onredelijkheid in die zaak zitten. En ik vind het ook absurd dat de Galerie en de fotograaf wel het lef hebben een zaak aan te spannen, maar niet het fatsoen om hun spullen zelf even van een merkje te voorzien. Omdat dat ‘niet hoeft’.

Wat vinden jullie?

Arnoud

[Powerpoint zondag] Laat zien waar je over praat

Powerpoint zondag: een serie artikelen over hoe je op een effectieve manier van Powerpoint gebruik kunt maken.

Niemand zit te wachten op iemand die “iets gaat vertellen”. Je geeft een presentatie om een bepaalde boodschap over te brengen.“Iets vertellen” is geen boodschap. Je publiek moet iets gaan doen met wat je ze vertelt. Niet alleen maar een warm gevoel krijgen van het nieuwe mission statement of te weten komen wat de jaarcijfers zijn. Je wilt ze ergens van overtuigen.

De cruciale vraag is dus: waar komt je publiek voor? Welke vragen hebben zij, wat willen zij weten?

Voor je dus ook maar één sheet maakt, moet je dus weten wat je hoofdboodschap zal zijn. Waar moeten ze mee naar buiten gaan? Waarom moet het publiek weten wat ik ga vertellen? Dat wordt de centrale focus van je presentatie. Om een boodschap goed over te laten komen is herhaling essentieel. De hoofdboodschap moet dus steeds terugkomen.

De vuistregel voor de opbouw is vertellen, vertellen, vertellen. Vertel wat je gaat vertellen, vertel het en vertel wat je net verteld hebt.

Een veel gebruikte manier om die lijn in je boodschap te krijgen, is de verhaaltechniek. Stel dat je afdeling gaat verhuizen naar een nieuw gebouw en het jouw taak is om mensen te “informeren over hun nieuwe werkplek.” Hoe breng je daar nu structuur in aan? Zet een fictieve werknemer centraal en bespreek diens dag in het nieuwe kantoor.

Maria is een 32-jarige medewerkster van de administratie. Ze komt ‘s ochtends met de auto of de fiets: waar parkeert ze? Of als ze met de bus komt, hoe ver is het lopen vanaf de halte? Laat de parkeerplaats, de halte en het nieuwe gebouw zien op een satellietfoto van Google Earth.

Op haar nieuwe werkplek heeft ze nu eindelijk de ruimte voor al haar dossiers. Foto van haar oude werkplek met stapels paperassen, en de nieuwe met keurig geordende stapeltjes. Natuurlijk begint ze de dag met een kop koffie. Foto van de nieuwe automaat. Door naar het kopieerapparaat. Het lunchrestaurant. Het park voor de wandeling. Dit geeft een logische structuur aan je verhaal en gaat uit van het publiek. Zo wordt voor hen meteen duidelijk wat het nieuwe kantoor hen op zal leveren.

Deze aanpak heeft één nadeel: je moet oefenen, oefenen, oefenen in wat je gaat zeggen. En met oefenen bedoel ik niet: door je sheets bladeren en zeggen “hier ga ik vertellen over onze nieuwe producten, hier iets over het nieuwe kantoor en hier sluit ik af met de verwachte verkoopcijfers.” Zeg het. Zet de presentatie aan en houd je verhaal. Dan merk je wat eigenlijk overbodig is, wat de onlogische overgangen zijn en waar een extra sheet toch wel handig zou zijn.

Arnoud

(Foto teleprompter: Luc van Braekel)<BR/> (Foto bureau: koneude)

Hoe bewijs je de echtheid van e-mail?

Een lezer mailde me:

Ik heb een zakelijk geschil met een klant waarvoor we binnenkort bij de kantonrechter staan. De wederpartij heeft e-mails tussen ons als bewijs gebruikt. Maar zij hebben de nodige trucs uitgehaald: sommige mails zijn weggelaten, en andere zijn inhoudelijk gewijzigd of geantedateerd.

We hebben alle originele mails nog in onze map Verzonden en het archief van inkomende mails van deze klant. Maar hoe kunnen wij nu de rechter overtuigen dat onze versies echt zijn en die van de klant vervalst?

Altijd lastig, zoiets. Je kunt printouts van je eigen kopieën van de e-mails als bewijsstuk in het geding brengen. Het zal dan opvallen dat deze afwijken van de kopieën van de tegenpartij. Het is dan aan de rechter om af te wegen welke hij authentiek acht.

Elke aanwijzing dat iets niet klopt, mag je naar voren brengen als bewijs. Zo zou het kunnen dat een mail met veranderde datum ineens verwijst naar een mail met een latere datum, wat natuurlijk niet kan. Ook kun je aan de headers laten zien op welke mail een bepaalde mail een reactie was. Als dat niet klopt door de aangepaste data, is dat ook mooi bewijs.

Inhoudelijke wijzigingen zijn lastiger aan te tonen. In ieder geval moet je keihard ontkennen die tekst geschreven of ontvangen te hebben. Ook hier weer, elk argument waarom dat zo zou zijn, mag je naar voren brengen. Als een wijziging je iets in de mond legt dat in een eerdere mail geheel anders staat, dan is dat een aanwijzing voor vervalsing.

Hebben jullie suggesties?

Arnoud

De (on)bindendheid van de consumenten geschillencommissie (gastpost)

geschillencommissie-logo.gifWie overeenkomsten sluit krijgt er vroeg of laat mee te maken: geschillen. De partijen kunnen het dan onderling niet eens worden over een oplossing. Zij kunnen dan aan de rechter vragen om met een uitspraak te komen. Hier zitten echter wel een aantal negatieve consequenties aan vast.

Allereerst is de rechtsgang erg duur. Voor rechtszaken tot 5000 euro liggen de kosten van de dagvaarding en de griffiekosten, voor het behandelen van uw zaak door de rechter, tussen de 110 en de 270 euro volgens de Consuwijzer. Nee, de kosten rijzen de pan uit door de kosten die je maakt als je een advocaat in de arm neemt. Je moet al gauw 200 euro neer leggen per uur dat je advocaat aan je zaak besteedt. Nu kun je dergelijke rechtszaak zonder advocaat voeren, wat ons brengt op de tweede negatieve consequentie: een rechtszaak voeren is erg ingewikkeld. Het gevaar is dan wel dat je al gauw de fout in gaat, waardoor je zaak op procedurele gronden verliest terwijl je toch het gelijk aan je kant hebt.

Daarom is De geschillencommissie in het leven geroepen. Deze commissies op diverse gebieden presenteren zich graag als hét alternatief voor een rechtsgang. De overheid heeft alle geschillencommissies erkend en volgens de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken betekent dit dat “goede procedure en onpartijdige beslissingen gewaarborgd zijn”. Bovendien is een uitspraak bindend. Kortom, als we deze stichting mogen geloven, is het geschil voor leggen aan de rechter compleet overbodig geworden. Is de uitleg die de stichting geeft wel realistisch of had ze een roze bril op toen de stichting haar website ontwierp?

Een voorbeeld. Een geschil was in de maak toen consumenten een overeenkomst sloten met een winkelier voor de levering en het leggen van een parketvloer. Toen er zich vlak hierna krassen zich op de vloer vertoonden, hebben deze consumenten zich spoedig bij de winkelier gemeld met hun klachten. De importeur van de vloer heeft deze onderzocht in opdracht van de winkelier en kwam tot de conclusie dat de vloer geen productfouten c.q. productiefouten bezat, maar dat het ging om problemen die veroorzaakt waren door de consument. De winkelier weigerde vervolgens om de vloer te herstellen of te vervangen.

De consument neemt hier geen genoegen mee en gaat naar de Geschillencommissie Parket. De deskundige die zij inschakelen komt tot de conclusie dat de vloer weliswaar slijtvast maar niet erg krasbestendig is. Bovendien is de schade niet te herstellen. Volgens de deskundige is de schade aan de vloer te wijten aan het schuiven met stoelen en andere scherpe voorwerpen. Als voorbeeld geef hij aan: “steentjes in de schoenen, scherp zand onder het vilt van de meubels, scherp speelgoed en dergelijke”. De geschillencommissie komt als gevolg van dit oordeel tot de volgende conclusie:

(…) dat niet gezegd kan worden dat de ondernemer de tussen partijen gesloten overeenkomst niet deugdelijk is nagekomen. De commissie onderschrijft het rapport van de deskundige in die zin dat niet gezegd kan worden dat er in technische zin iets fout is aan de vloer. De klachten worden veroorzaakt door het gebruik van de vloer en leefsporen als deze (los van de krassen veroorzaakt door het verplaatsen van een kast) moeten worden aangemerkt als oorzaken van buitenaf die niet met succes aan de ondernemer kunnen worden tegengeworpen. Dat een en ander zichtbaar is hangt mede samen met de kleur van de vloer. Kennelijk had de consument te hoge verwachtingen van de vloer.
De commissie is niet gebleken dat de ondernemer de consument wat dat betreft op het verkeerde been heeft gezet. (…)

Menig consument had hier zijn verlies genomen, aangezien de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken dat een uitspraak bindend is en door de erkenning van de overheid een goede procedure en een onpartijdige beslissing gegarandeerd is. Deze consumenten doen dit echter niet en stappen naar de rechter. Dat mag, zelfs bij bindende uitspraken zoals deze. Artikel 7:904 BW bepaalt namelijk:

Indien gebondenheid aan een beslissing van een partij of van een derde in verband met inhoud of wijze van totstandkoming daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, is die beslissing vernietigbaar. (…)

De rechter kan op grond van dit artikel de uitspraak vernietigen. Deze rechter wilde zijn vingers echter niet branden aan de de uitspraak, vermoed ik, want de zaak komt in hoger beroep. (LJN AY8747). De hogere rechter vindt dat de geschillencommissie heeft nagelaten om de bevindingen te toetsen aan het door hem geschetste wettelijk kader. Daarnaast constateert het Hof dat de geschillencommissie enkel is afgegaan op het, hiervoor niet geschikte, rapport van de deskundige. Het Gerechtshof concludeert dat de inhoud en wijze van totstandkoming van de uitspraak van de geschillencommissie in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. En dus vernietigt hij de uitspraak van de geschillencommissie. Het Hof gaat vervolgens over tot inhoudelijke beoordeling van de zaak:

Op een vloer in een woning wordt nu eenmaal met schoenen gelopen, met stoelen geschoven en door kinderen met speelgoed gespeeld. Anders dan het schuiven met een kast vormt dit een normaal gebruik. [appellant] mocht dan ook bij deze vloer krasbestendigheid verwachten bij normaal gebruik. De “keiharde kunststof toplaag” bleek echter al spoedig niet bestand tegen dat normaal gebruik. De geleverde vloer heeft in dit opzicht niet de eigenschappen die [appellant] mocht verwachten. Ondanks ingebrekestelling bij brief van 2 december 2003 (productie 13 bij memorie van grieven) weigert Salland Parket over te gaan tot herstel of vervanging. Zij is derhalve toerekenbaar tekortgeschoten.

Het Hof ontbindt als gevolg daarvan vervolgens de overeenkomst met de winkelier. Een uitspraak van een geschillencommissie kan dan wel bindend zijn, maar is gelukkig niet onvernietigbaar. De Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken wil ons graag doen geloven dat erkenning van de overheid inhoud dat een “goede procedure en onpartijdige beslissingen gewaarborgd zijn”, maar deze zaak toont aan dat dit toch echt niet het geval is. Mocht iemand van het bestuur meelezen: het zo wellicht verstandig zijn om in deze tekst hier wat nuances te bouwen.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

Ook de EULA van Google Chrome is nog in beta

google-chrome.pngDeelnemer nummer zoveel in de categorie (te)veeleisende EULA‘s: Google Chrome. Deze prachtige browser, die al crasht als je te hard wijst naar een rare hyperlink, heeft een bijzonder interessante bepaling in de EULA, die trouwens Nederlandse gebruikers niet bindt:

11.1 U behoudt de auteursrechten en enige andere rechten die u al bezit over de inhoud die u op of via de Services inzendt, plaatst of weergeeft. Door het verstrekken, publiceren of weergeven van Inhoud door of via de Services, verleent u Google een eeuwigdurende, onherroepelijke, wereldwijde, royaltyvrije en niet-exclusieve licentie op het reproduceren, aanpassen, wijzigen, vertalen, publiceren, verspreiden, publiekelijk uitvoeren en weergeven van deze Inhoud. Deze licentie is uitsluitend bedoeld om Google in staat te stellen de Services weer te geven, te verspreiden en te bevorderen en kan voor bepaalde Services worden ingetrokken, zoals gedefinieerd in de Aanvullende voorwaarden van die Services.

Vertaling: door het opvragen van een webpagina via de Chrome-browser verleen je Google toestemming om die webpagina te mogen kopiëren, verspreiden, publiekelijk uitvoeren enzovoorts.

Die licentie is kennelijk ook nog in beta. Kan iemand me uitleggen waarom ik, de eerzame gebruiker van de software, Google een licentie moet geven op de webpagina’s die ik “op of via [Chrome] … weergeef”? Het lijkt me eerder dat de site mij een licentie moet geven. Chrome heeft daar verder niets mee te maken en moet gewoon doen wat ik zeg.

Verder geef je Google hier feitelijk toestemming om de inhoud van via webformulieren geuploade bestanden (het printklare manuscript van je boek, bijvoorbeeld) op alle mogelijke manieren te gebruiken om Chrome te “bevorderen”. Wat is bevorderen? Promoten, zo blijkt uit de Engelstalige licentie. Dus Google mag reclame maken met alles wat via de browser wordt geupload of verzonden? Grapjassen.

Ook een leuke dat het Amerikaanse bedrijf Google mij, Nederlandse downloader, wil binden aan Engels recht. Sorry, maar ik weiger een pruik op te zetten als ik iemand een proces aan ga doen.

En als ik dan opmerkingen lees over “impliciete voorwaarden omtrent bevredigende kwaliteit”, vraag ik me af of ze bij Google de advocaten ook al hebben vervangen door vertaalsoftware?

Heel erg is dat niet, want deze voorwaarden worden namelijk op de verkeerde manier aangeboden: ik kan ze niet opslaan. Ze staan in een <iframe> en er is geen download/opslaan knop. En nee, het frame selecteren en in een tekstbestandje plakken is iets dat alleen geeks kunnen en is daarom niet afdoende om te voldoen aan de eis dat algemene voorwaarden op te slaan zijn. Daardoor is deze EULA niet bindend voor gebruikers van Chrome. Gezellig!

Nee, deze beta is ook juridisch gezien nog lang niet klaar voor productie.

Waarom zou ik trouwens Chrome willen gebruiken als ik al Firefox 3 gebruik? Of is dit net zoiets als fanatieke sporters die ook per se hun bidon van Adidas willen hebben?

Arnoud