‘Europees wetsvoorstel maakt van isp’s politieagenten’

three-strikes.jpgHelp, de EU gaat een three-strikes beleid invoeren: wie drie keer een auteursrecht schendt op internet, raakt zijn of haar internettoegang kwijt. En dit terwijl dat beleid in april nog afgekeurd was. Die enigszins paniekerige boodschap was de aanleiding voor een uitgebreide PR-campagne (die me doet terugdenken aan het begin van het het software-patentendebat, maar dat terzijde).

Maar waar staat dat? In een voorstel tot hervorming van telecomwetgeving stond één ietwat bevoogdende maar verder relatief onschuldige bepaling:

De lidstaten zien erop toe dat wanneer contracten worden gesloten tussen abonnees en aanbieders van elektronische-communicatiediensten en/of -netwerken, bedoelde abonnees alvorens een contract wordt gesloten en op gezette tijden daarna duidelijk worden geïnformeerd over hun verplichting auteursrechten en verwante rechten in acht te nemen. Onverlet het bepaalde in Richtlijn 2000/31/EG betreffende elektronische handel, omvat dit de verplichting om de abonnees te informeren over de meest gebruikelijke inbreuken en de juridische gevolgen daarvan.

In een voorgesteld amendement wordt dit artikel uitgebreid naar een verplichting voor ISP’s om “distribute public interest information to existing and new subscribers when appropriate”. Waarbij “infringement of copyright and related rights” een onderdeel is van “public interest information.” Ik haal daar nog steeds niet meer uit dan voorlichting, maar je zou het ook kunnen lezen als een verplichting om blafbrieven te sturen bij een gedetecteerde vermeende inbreuk door een klant.

Frankrijk is bezig met een wetsvoorstel voor een three strikes-beleid: bij gedetecteerde inbreuk eerst twee waarschuwingen van je ISP, en daarna afsluiting van je internettoegang gedurende een jaar. Het is niet duidelijk of ISP’s daarbij verplicht zullen worden om actief te monitoren (iets dat niet mag onder de huidige Europese wetgeving) of slechts brieven van instanties als BREIN door moeten geven aan klanten.

Inderdaad, dit voorstel kun je lezen als de eerste van die drie stappen. Maar als het de bedoeling zou zijn om iets dergelijks op Europees niveau te introduceren, zou het dan niet handig zijn als de andere twee stappen er ook in staan?

Update (8 juli): bij Nu.nl maakt Toine Manders zich boos over het mailbombardement door mensen die tegen dit voorstel waren. Manders legt uit:

De verzenders menen dat het parlement een voorstel aanneemt waarbij een provider hen afsluit als ze illegale muziek of een film downloaden. “Klopt niet”, zegt Manders. “Het rapport is er juist op gericht consumenten méér rechten en bescherming te geven, zoals het recht op meer informatie over tarieven en leveringsvoorwaarden.”

Via EDRI.

Arnoud

[Powerpoint zondag] Laat dat katheder los

Presenteren is een show. Maar shows zijn lastig te geven als je de hele tijd achter je computer moet staan om op het knopje ?Volgende sheet? te moeten drukken. Gebruik daarom een presenter zodat je vrij rond kunt lopen. Deze handige apparaatjes passen precies in je hand en hebben losse knopjes voor ?volgende sheet?, ?vorige sheet? en vaak ook een laserpointer. Ze werken draadloos via een ontvanger die je gewoon in de USB-poort van je laptop steekt.

Presenters zijn er in vele soorten en maten. Mijn persoonlijke favoriet is de Atek Tote presenter. Deze is klein, ligt goed in de hand en heeft een wieltje aan de zijkant waarmee je door de presentatie navigeert. De meeste andere presenters hebben hier knopjes voor, wat het nadeel heeft dat je je vinger moet verplaatsen als je een andere knop wilt indrukken. Dat maakt het allemaal net iets minder intu�tief.

De Atek Tote presenter

Drie andere populaire modellen zijn de Libra, Labtec en Keyspan presenters:

Het belangrijkste is om een apparaat te kiezen dat voor jou intu�tief werkt. Door je presentatie lopen moet zo glad mogelijk gaan.

Er zijn er ook met veel meer knopjes, zoals de Targus wireless multimedia presenter:

Ze doen me altijd denken aan de afstandsbediening van mijn televisie. Zo?n groot ding springt in het oog bij je publiek, en dat is nu net niet de bedoeling. Bovendien is bij zo veel knopjes de kans groot dat je op het verkeerde knopje drukt. En dat is wel het laatste wat je wilt middenin je presentatie.

Naast een draadloze presenter heb je natuurlijk ook een draadloze microfoon nodig als je rond wilt lopen. Probeer als het even kan een clip-on microfoon te regelen. Anders sta je met je presenter in je ene hand, en een microfoon in je andere hand, en dat is niet handig als je handgebaren wilt maken.

Bovendien krijg ik bij zo?n draagbare microfoon altijd het idee dat het publiek me voor Frans Bauer zal aanzien.

Arnoud

Inzage krijgen in camera-opnames

Vorige week zondag berichtte ik over een videoclip per beveiligingscamera, die op basis van de (Engelse) Wet Bescherming Persoonsgegevens tot stand zou zijn gekomen. Dat bleek een publiciteitsstunt, maar zou het werkelijk kunnen, vroeg een lezer me. Jazeker. Maar hoe krijg je dat de beveiligingsmensen uitgelegd?

Het CBP bevestigt in haar Informatieblad Als u mensen filmt dat het recht op inzage (en correctie) ook geldt voor beelden waar mensen herkenbaar opstaan. Men beveelt aan:

Leg in een procedure of protocol vast hoe iemand inzage kan krijgen in de gegevens die over hem of haar in het systeem zitten en hoe wordt omgegaan met de overige rechten van de betrokkene.

Je hoeft geen specifieke reden op te geven om inzage te krijgen. Wel moeten de beelden natuurlijk opgeslagen zijn. Vaak wordt met een analoge camera op afstand toezicht gehouden maar wordt er niets opgenomen. Je kunt niet eisen dat men dit gaat opnemen zodat je er een kopie van kunt krijgen.

Uit artikel 38 Vrijstellingsbesluit (uitgewerkt in een handreiking) blijkt wel dat beelden na 24 uur (update 2013: vier weken) moeten worden verwijderd of vernietigd. Een verzoek om inzage zal in veel gevallen dus al daarop af moeten ketsen, want gegevens die je niet meer hebt, hoef je niet af te geven.

Langer bewaren mag alleen als het gaat om beelden waar een “incident” op te zien is, omdat de beelden dan nuttig kunnen zijn als bewijs. De gefilmde personen die betrokken zijn bij het incident, kunnen dan kopieën van de beelden opeisen. Dat moet geen probleem zijn, want de beelden zijn bekend en liggen klaar. Wie cameraopnamen in het algemeen langer wil bewaren, moet zijn verwerking trouwens ook aanmelden bij het CBP.

De Hoge Raad oordeelde in 2007 dat de Dexia-bank transcripties van opgenomen telefoongesprekken met klanten moest maken en verstrekken aan die klanten. Meer over die zaak in De WBP na de Dexia-uitspraken. En als geluidsopnamen onder de Wbp vallen, waarom video-opnamen dan niet?

Wel is het inzagerecht beperkt tot beelden waar je zelf opstaat. Je kunt dus niet zomaar alle camerabeelden van een bepaalde dag opvragen omdat je daar misschien opstaat. En als er andere mensen herkenbaar op staan, zal de verantwoordelijke deze onherkenbaar moeten maken.

Een punt is natuurlijk wel dat de betreffende beelden een stuk moeilijker terug te vinden zullen zijn. De opnames van telefoongesprekken met klant X zijn waarschijnlijk wel voorzien van de aanduiding “klant X”, maar bij camerabeelden zit zelden een tag met de personen die erop te zien zijn.

Het bedrijf heeft dan het recht om te eisen dat het verzoek wordt gepreciseerd: op welke tijdstippen was u op welke locaties, en wat voor jas had u aan? Alleen met dat soort informatie kan men de juiste opnamen lokaliseren en daaruit de betreffende beelden selecteren.

Natuurlijk is dat veel werk voor het bedrijf, maar dat speelde ook in de Dexia-zaak en daar zei de Hoge Raad over:

Waar het om gaat is of door de inwilliging van het enkele verzoek van [verweerder] de administratieve lasten zodanig disproportioneel zijn dat Dexia in een van haar rechten en vrijheden wordt aangetast of dreigt te worden aangetast Daarbij geldt dat Dexia per persoonsgegeven en per document aannemelijk zal moeten maken dat dit het geval is, aangezien art. 43 Wbp slechts de mogelijkheid biedt om art. 35 Wbp buiten toepassing te laten voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de in art. 43 Wbp genoemde gronden.

En dat gaat alleen in uitzonderlijke gevallen op, waarbij het bedrijf ook nog eens zal moeten bewijzen dat het werkelijk onhaalbaar is voor hen om aan een individueel verzoek te voldoen. Een algemeen “dat is te veel werk” of “dat is een aantasting van de beveiliging” is niet voldoende.

Je kunt natuurlijk ook een petje en zonnebril opzetten om herkenning te voorkomen.

Hoe veel beveiligingscamera’s hangen er eigenlijk in Nederland, is daar iets over bekend?

Arnoud

Oeps I did it again! (gastpost)

brein.gifNa de welles nietes discussie over de thuiskopie uit illegale bron, ben ik eens op bezoek gegaan bij de website van BREIN. Mijn oog viel daar meteen op de column van Tim Kuik (de directeur van de stichting) getiteld ‘Hans kan niet lezen!’. Hans Bousie is een advocaat gespecialiseerd op het gebied van intellectueel eigendom. Hans heeft een column geschreven waarin hij reageert op het voorstel van BREIN om naar Brits voorbeeld internetters af te sluiten die de auteurswet overtreden. Hans maakt daarbij alleen een klein foutje, waardoor hij opmerkt dat BREIN het heeft over downloaders, terwijl ze het in werkelijkheid hebben over het uploaders. Tim voelt zich duidelijk aangevallen want hij reageert zo:

Dat draagt niet bij tot het ‘slimme publieke debat’ dat hij naar eigen zeggen voor staat. De feiten Hans, die zijn belangrijk. Dat zou een jurist toch moeten weten. ‘Roept u maar’, roept Hans. Maar Hans zelf lijkt zomaar wat te roepen.

Het beste paard struikelt nooit, zal Tim hebben gedacht. Als je anderen verwijt dat ze niet goed lezen en de wet niet kennen, dan zou het wel prettig zijn als je zelf de reputatie hebt dat je geen of weinig fouten maakt. Als die reputatie ontbreekt dan controleer je tekst op fouten drie keer voor dat je deze online zet, toch”

Het was BREIN die al op 1 juni 2002 nog verklaarde dat het vanzelfsprekend zou zijn dat “het verboden was om illegale MP3 bestanden te downloaden”, want, zo redeneerde men, “konden illegaal verspreide bestanden niet legaal worden door een opvolgend gebruik.”

Vanaf niet later dan 6 april 2003 heeft Brein een column van Kris Wauters op haar site gehad waarin de auteur aangaf dat downloaden verboden was. Ik heb daarbij geen voetnoot van Tim Kuik gezien dat het hier om Belgische wetgeving ging. Volgens mij is dat misleiding.

Tim legt vervolgens in zijn column uit hoe het echt zit, althans hoe hij denk dat het echt zit:

Hierna nog eens hoe het echt zit. Downloaden van muziek en film valt onder de wettelijke uitzondering op het anderszins exclusieve auteurs- en daaraan verwante naburig recht. Dat wil zeggen dat de wet toestaat dat je muziek en film downloadt indien je het zelf voor je eigen gebruik doet en er geen direct of indirect commercieel oogmerk mee dient. Als je dus gratis illegaal aanbod downloadt zodat je het niet hoeft te kopen dan is dat NIET toegestaan. Als je dat in een korte kreet wil samenvatten kun je zeggen ‘verkoop vervangend downloaden is verboden’.

Commercieel oogmerk zou volgens Tim dus wijzen op de situatie dat je als consument de film, liedje, etc. eigenlijk had willen kopen maar dit nu niet doet omdat je het gratis kunt downloaden. Ik kan in ieder geval wel lezen en heb voor jullie gelezen: de van Dale:

com·mer·ci·eel (bijvoeglijk naamwoord; commerciëler, commercieelst)
  1. betr. hebbend op de handel, het zakenleven
  2. gebaseerd op het maken van winst

Tim redeneert dus als volgt: als je de film, liedje, etc. had gekocht, maar dit niet doet omdat je het kunt downloaden dan haal je een financieel voordeel, dat is winst en dus handel je met een commercieel oogmerk. Die uitleg zelf klinkt plausibel maar de toepassing daarvan binnen de context klinkt op z’n zachtst gezegd erg vreemd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er geen kamerstukken zijn te vinden die zijn uitleg ondersteunen.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2001–2002, 28 482, nr. 3
In het wetsvoorstel wordt met het oog op aanpassing aan de richtlijn maar tevens met het oog op behoud van een wenselijke consumentenvrijheid een wijziging van het regime voor privé-kopiëren voorgesteld. Dit heeft twee oorzaken. In de eerste plaats wordt de tekst van de wet in overeenstemming met de tekst van de richtlijn gebracht. Hoewel het bestaande regime van privé-kopiëren in de Auteurswet 1912 en de Wet op de naburige rechten inhoudelijk niet afwijkt van wat de richtlijn toelaat, namelijk – kort gezegd – het kopiëren van beschermd materiaal door een natuurlijk persoon zonder commercieel oogmerk, heeft het, mede vanuit het uitgangspunt dat waar mogelijk de terminologie van de richtlijn wordt gevolgd met het oog op het bereiken van harmonisatie op de interne markt, de voorkeur de tekst van de wet met die van de richtlijn in overeenstemming te brengen.

Hier wordt commercieel oogmerk duidelijk gekoppeld aan de persoon c.q. de functie die deze uitoefent. Iedereen die niet in of voor deze branche werkt en ten goede trouw is zal bij het lezen van de wetsartikel denken dat consumenten gewoon toegestaan is om privé-kopieën te maken. Een term als commercieel oogmerk zullen zij verbinden aan bijvoorbeeld een professionele opdrachtnemer. En de wetgever is daar geen uitzondering op:

Tweede Kamer, vergaderjaar 2002–2003, 28 482, nr. 8
De voorgestelde nieuwe redactie van artikel 16c, eerste lid, beoogde de bepaling meer in lijn te brengen met de redactie van artikel 16b, eerste lid, en hield niet in een uitbreiding van de regeling. Deze leden zij evenwel toegegeven dat de bepaling in een digitale omgeving tot misverstanden omtrent de betekenis en reikwijdte aanleiding kan geven. Bedoeld is dat een privé-kopie slechts onder bepaalde voorwaarden is toegestaan, namelijk wanneer het gaat om een kopie voor eigen oefening, studie of gebruik, zonder direct of indirect commercieel oogmerk. Dat sluit uit dat dergelijke kopieën in opdracht door een professionele opdrachtnemer worden gemaakt. Anderzijds wil de regeling ook niet in het privé-domein van de gebruiker treden door bijvoorbeeld het maken van een privé-kopie door een familielid zonder commercieel oogmerk te verbieden.

Maar stel dat Tim op dit punt toch gelijk zou krijgt van de rechter, bij voorkeur in een zaak waar hij tegenover een consument staat, hoe dacht hij dan ooit te kunnen bewijzen dat iemand het werk wilde kopen? Dus zelfs als hij gelijk zou hebben, dan maakt dat in praktische zin niet zoveel uit. Degene die de kopie heeft gemaakt, kan er heel simpel onder uit komen door te roepen dat hij het niet wilde kopen. Aangezien de bewijslast bij de eisende partij (Brein) ligt, is simpelweg je mond houden is al genoeg om de dans te ontspringen.

Echter het lijkt mij veel waarschijnlijker dat Tim het gewoon weer fout heeft. En vervolgens van andere verlangt dat zij zijn foute uitleg van de tekst onderschrijven op straffen van een berisping. Dergelijke situaties vind ik altijd opmerkelijk. Tim, als je mee leest, een gratis advies: hou de volgende keer gewoon in het achterhoofd dat je op dit punt al eerder de fout in bent gegaan en stel je wat milder op. Fouten maken is menselijk, dat zou jij toch moeten weten.

Over fouten gesproken, wedden dat de FAQ van Brein er over vijf jaar heel anders uit zou zien wanneer bloggers massaal het citaatrecht aangrepen om kleine stukjes te laten horen van muziek zodat de lezer weet waar de blogger het over heeft?

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

Geen portretrecht bij op straat genomen foto

Opmerkelijk: een ‘gewone Nederlander’ die op straat werd gefotografeerd, kon haar portretrecht niet inzetten tegen commerciële verkoop van die foto. De Consumentenbond had een foto van beeldbank Hollandse Hoogte gebruikt bij een artikel over MP3-spelers. De vrouw op die foto was daar niet blij mee, omdat ze ongevraagd in haar strakke sportkleding werd gefotografeerd. En Hollandse Hoogte verdiende daar nog eens geld mee ook. Toch mocht dat van de rechter.

In het vonnis oordeelt de rechter: “Het kan zo zijn dat [eiseres] niet graag gefotografeerd wordt, maar dat is onvoldoende om een redelijk belang aan te nemen.” Op zich is dat juist, maar er speelde hier heel wat meer. Met name het commercieel exploiteren van de foto zou mee moeten wegen bij de beoordeling van dat redelijk belang. Daarover vermeldt het vonnis:

Ten slotte heeft [eiseres] gesteld dat zij het recht om haar portret voor commerciële doeleinden te gebruiken zelf wenst te hebben. In dit verband is van belang, zoals Hollandse Hoogte heeft bepleit, dat het Hollandse Hoogte uitsluitend gaat om de afbeelding van een sportieve moeder met Mp-3 speler en niet om het portret van [eiseres]. [eiseres] is immers geen bekende Nederlander, model of sporter die haar portret commercieel kan exploiteren. Daarbij komt nog dat er geen enkele aanleiding bestaat om aan te nemen dat [eiseres] van plan is haar portret voor commerciële doeleinden te gaan gebruiken. In tegendeel, [eiseres] heeft zelf verklaard dat zij zichzelf niet graag op foto’s ziet.

Hieruit concludeert de rechter dat de eiseres geen bekende persoonlijkheid is en dus geen commercieel belang kan hebben bij de foto, zodat Hollandse Hoogte de foto mag blijven gebruiken. Nogal eigenaardig. Niet alleen bekende Nederlanders hebben een verzilverbaar portetrecht. Uit het Discodanser-arrest van de Hoge Raad bleek al in 1997 dat ook gewone mensen een redelijk belang tegen zo’n commercieel gebruik van hun portret kunnen hebben:

De opname van een portret in een reclame voor een produkt of dienst heeft immers tot gevolg dat de geportretteerde door het publiek geassocieerd zal worden met dat produkt of die dienst, waarbij het publiek in het algemeen – en doorgaans terecht – ervan uit zal gaan dat het gebruik van het portret niet zal zijn geschied zonder toestemming van de geportretteerde en de opname van het portret in de reclame-uiting zal opvatten als een blijk van publieke ondersteuning van het produkt of de dienst door de geportretteerde. Op deze gronden is het op een dergelijke wijze gebruiken van een portret in beginsel aan te merken als een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de geportretteerde.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9, dat ook de foto in kwestie laat zien (wat ik niet netjes vind, maar goed).

Update (3 februari 2009): in hoger beroep bevestigd:

In het midden kan blijven of [het bezwaar van eiseres] – in dit geval – een redelijk belang oplevert op grond waarvan zij zich op de voet van artikel 21 Auteurswet 1912 tegen (verdere) openbaarmaking kan verzetten. Haar belang weegt hier naar het voorlopig oordeel van het hof niet op tegen het door Hollandse Hoogte ingeroepen belang op informatievoorziening. Het hof licht dit toe. Het belang van de informatievoorziening. brengt mee dat berichtgeving zoals hier aan de orde moet kunnen worden voorzien van illustratiemateriaal, zoals foto’s van de werkelijkheid. Het is daarbij onvermijdelijk dat foto’s van toevallige passanten worden gepubliceerd.

Update (15 mei 2012) ook in ander arrest wordt bepaald dat een ‘gewone’ foto geen portretrecht heeft. Money quote:

Het hof merkt in dit verband op dat het – bij het voorkomen van de publicatie van een foto betrokken – belang van degene die zich op een voor het publiek vrij toegankelijke plaats op een opvallende wijze manifesteert (en er kennelijk geen bezwaar tegen heeft om op die wijze gezien en gefotografeerd te worden) over het algemeen niet zal opwegen tegen het belang van diegene die de foto wil gebruiken ter illustratie van een aan die wijze van manifestatie gewijde beschouwing, ook indien deze beschouwing kritisch van aard is.

Arnoud

Notarissen schrijven saai, hebben wel databankrecht

veilingnotaris.gifOok notarissen hebben recht op databankrecht. Dat blijkt uit een recent arrest (PDF van 2 MB) van het Gerechtshof Arnhem. De website Veilingnotaris.nl is een huizenzoekmachine, maar dan voor gedwongen verkoop (dat gaat per veiling). Op Openbareverkopen.nl waren een aantal van de ter veiling aangeboden huizen ook te vinden, en natuurlijk was dat aanleiding voor een leuke rechtszaak over databankenrecht. In het arrest onder andere aandacht voor de vraag hoe saai notarissen eigenlijk schrijven, maar vooral over of een verzameling aankondigingen van executoriale verkopen een databank is.

Het databankenrecht staat sinds het Europese William Hill-arrest onder druk. Om een beschermde databank te krijgen, moet je een substantiële investering hebben gedaan in het opbouwen of onderhouden daarvan. Maar sinds dat arrest moet die investering ook nog eens direct gericht zijn op het bouwen van de databank zelf. En daar gaat het vaak fout: veel investeringen zijn gericht op het verzamelen van de gegevens en niet op het in een databank stoppen daarvan. Makelaars maken beschrijvingen van huizen om die te verkopen, maar geen databank met huizen, en hebben dus geen databankrecht.

De oplossing: richt een apart bedrijfje op dat de databank bouwt en vult. De kosten die dat bedrijfje dan maakt, zijn gericht op de databank en dan is die databank beschermd. Makelaars hebben geen databankrecht, maar Funda dus wel. Hetzelfde doet ook Veilingnotaris. Sinds 2002 blijkt deze site een slordige half miljoen euro in opbouwen en onderhoud van deze huizen te hebben gestopt (acquisitie van webbouwers naar aanleiding van dit vonnis wordt niet op prijs gesteld).

Openbareverkopen heeft 131 aankondigingen overgenomen. Omdat Veilingnotaris per maand 150 nieuwe huizen toevoegt, vindt het Hof dat Openbareverkopen een substantieel deel van de databank heeft opgevraagd. Die redenering volg ik niet helemaal. Het Hof gaat uit van artikel 2 lid 1 sub a, en dat gaat over het overnemen van (vrijwel) de gehele databank. Daarbij moet je niet kijken naar wat er toegevoegd wordt, maar hoe groot de databank als geheel is lijkt me zo.

Ik krijg de indruk dat het Hof toch met een scheef oog naar sub b heeft gekeken: het herhaaldelijk en systematisch overnemen van kleine delen van de databank. Daarbij speelt namelijk een rol of dat botst met de normale exploitatie van de databank. Want wat merkt het Hof op:

Daarbij is van belang dat, gelet op de door de Notarissen te betalen – geringe – bijdrage voor het gebruik van de website, de door Internetnotarissen gepleegde investeringen pas geruime tijd na de exploitatie van de databank kunnen worden terugverdiend. Openbareverkopen daarentegen heeft met haar handelwijze in korte tijd en op eenvoudige wijze geprofiteerd van de commerciële waarde van de databank van Internetnotarissen waardoor zij schade heeft toegebracht aan de door Internetnotarissen verrichte investeringen.
En dat is typisch een redenering waarom overname van een niet-substantieel deel niet mag. Overnemen van de hele databank mag niet, of je daar nou van profiteert of niet.

Notarissen zijn kennelijk lang niet zo creatief als makelaars, zo blijkt. Want auteursrecht op de door hen aangeleverde teksten wordt afgewezen. De beschrijvingen van de te veilen huizen blijkt puur zakelijk en functioneel en volstrekt niet creatief. Geen “jarendertigpand in originele staat voor de echte klusser” maar “recreatiewoning op dubbele kavel” en vermelding van het kavelnummer. Tsja.

Zoals bijna altijd bij geschillen over databankrecht komt ook altijd de geschriftenbescherming even langs. Een woord waar mijn dicteersoftware altijd geschifte bescherming van maakt, wat ergens wel ironisch is. Notarissen schrijven dan misschien wel saai, maar ze schrijven wel geschriften. En die zijn beschermd tegen overnemen. Dus ook de notarissen zelf (naast de beheerder van de databank) mogen een schadevergoeding eisen van Openbareverkopen.

Een opvallend argument was nog dat de aankondiging van een notariële veiling onder de regeling van overheidspublicaties gerekend moest worden. De notaris is immers wettelijk verplicht (art. 516 Rechtsvordering) om een executoriale verkoop openbaar bekend te maken. Maar dat gaat niet op, aldus het Hof. Een wettelijke plicht om iets te publiceren maakt de publicatie nog geen publicatie “door of vanwege de openbare macht.”

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

Privacywet versus waarschuwen voor spam

Privacy is een groot goed, maar er wordt me iets te vaak misbruik gemaakt van de wet om onwelgevallige gegevens van het net te halen. En dat is jammer, want het maakt het moeilijker voor gewone mensen om een gerechtvaardigd beroep op diezelfde privacywet te doen.

Gisteren werd bekend dat stichting Mijn Kind Online een waarschuwingsbericht had aangepast onder druk van haar provider (Web-log.nl, een dienst van Ilse). De waarschuwing betrof een typische tell-a-friend-spam site: “je geeft je MSN-account weg om je hele vriendenlijst te laten spammen zodat de maker van geldmetjepc.nl jouw vrienden kan ronselen voor de affiliatie-programma’s”, zo legt Mijn Kind Online uit. De site meldt dat je tot 4000 euro per maand zou kunnen verdienen door reclame te ontvangen per mail “tot wel 1 euro per bericht”.

Reden voor de aanpassing was dat Mijn Kind Online in de waarschuwing de naam noemde van de ondernemer achter het bedrijf in kwestie. Deze had bij Web-log geklaagd over de naamsvermelding met een beroep op de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Hij had immers geen toestemming gegeven voor deze naamsvermelding, en hij was geen bekende Nederlander dus de naamsvermelding moest weg.

Web-log had een jurist geraadpleegd en die vond dat uit een belangenafweging volgde dat de naam inderdaad niet genoemd hoefde te worden. Mijn Kind Online had kunnen volstaan met verwijzen naar de bedrijfssite, en als mensen dan zo nodig wilden weten wie er achter het bedrijf zat, moesten ze dat maar zelf opzoeken.

Wat de jurist echter kennelijk vergat te controleren, is of de WBP uberhaupt wel van toepassing is op dit blogbericht van Mijn Kind Online. Mijns inziens is hier namelijk sprake van een journalistieke uiting, en die hebben geen toestemming nodig om namen te noemen als dat relevant is in de verslaggeving.

Mijn Kind Online schrijft trouwens nog “hij doet niets onwettigs”, maar daar zou ik nog even een flinke kanttekening bij willen zetten. Bij dit systeem moet je andermans e-mailadressen (MSN-adressen) opgeven. Tell-a-friend systemen zijn spam en daarmee verboden. Het is de beheerder van de site die de mails doet versturen, en daarmee vallen ze onder zijn verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid.

De grapjassen zetten dan wel in hun algemenen (sic) voorwaarden:

Artikel 02.02: Geldmetjepc zal bij het akkoord gaan met deze algemene voorwaarden een uitnodigingsmail versturen naar alle contactpersonen in de msn gebruikers lijst van de aanmelder. Alle berichten die door de aanmelder via Geldmetjepc worden verstuurd vallen hierbij voor rekening van de aanmelder.
…
Artikel 03.02: De Geldmetjepc gebruiker vrijwaart Geldmetjepc van eventuele schadeclaims en of rechtzaken van derden, voortvloeiende uit het gebruik van Geldmetjepc door akkoord gaan en het aanvinken van de “checkbox”.

Het moge duidelijk zijn dat dit volstrekte onzin is. De gebruiker kan andere mensen niet opt-innen. Via algemene voorwaarden kan de site het risico van haar onrechtmatig handelen niet bij de gebruiker leggen. De site verstuurt de mails, en de site is dus aansprakelijk voor de schade.

Bovendien, zelfs al zou het zo zijn dat de gebruiker te zien is als de verzender in de zin van de antispamwet, dan nog is het terecht dat Mijn Kind Online erop wijst dat dit gebeurt. Lang niet iedereen zal hierop verdacht zijn. En zo’n wezenlijke bepaling wegstoppen in algemene voorwaarden is op zijn minst onzorgvuldig.

Klachten kunt u hierrr indienen.

Arnoud

Breukhoven wint ook in hoger beroep

Vorig jaar won Connie Breukhoven een kort geding tegen websites Zijonline en Witheet over het door die sites opgerakelde gerucht over Breukhoven’s vermeende prostitutieverleden. De sites waren in hoger beroep gegaan, maar het arrest in hoger beroep laat het vonnis volledig intact.

Het voornaamste verweer was dat het om nieuws ging, omdat Connie Breukhoven een bekende Nederlander is. Maar dat gaat niet op. Zoals altijd gaat het om een afweging. Het enkele feit dat iets als nieuws gezien kan worden, betekent nog niet dat je het mag melden. Het (maatschappelijk) belang van een publicatie moet worden afgewogen tegen het privacy-belang van de betrokkene. Zo oordeelt het Hof:

Zodanige inbreuk kan echter wel gerechtvaardigd zijn, indien de publicatie bijdraagt aan het publieke debat of indien daarmee anderszins enig maatschappelijk belang is gemoeid. Denkbaar is bijvoorbeeld dat het prostitutieverleden van invloed op of betekenis voor (de waardering van) het handelen van de betrokkene of diens betrouwbaarheid is of kan zijn, terwijl diens handel en wandel enige maatschappelijke betekenis heeft dan wel enige maatschappelijke rol speelt.

In het geval van Breukhoven ging het om een onbevestigd gerucht van 30 jaar oud, dat absoluut niet actueel was geworden of om een andere reden nu weer gemeld zou moeten worden. Er was dus geen enkele reden om het gerucht op te rakelen, en daarom was de publicatie op Zijonline en Witheet onrechtmatig.

Via SOLV advocaten.

Arnoud

Gastbloggers gezocht!

Binnenkort wordt het weer zomervakantie, en ik zal dan wat minder tijd hebben om zelf dagelijks te bloggen. Het lijkt me erg leuk om gedurende die periode een aantal gastbijdragen te mogen publiceren van meelezende juristen, programmeurs, advocaten, studenten of wie zich maar geroepen voelt. 🙂

Elk onderwerp is welkom, zolang het maar een raakvlak heeft met internetrecht. Het mag zelfs onder pseudoniem.

Wat zijn jouw ervaringen met computercriminaliteit? Erger je je al jaren aan de eenzijdige regels over domeinnamen? Altijd al je gal willen spuien over auteursrechten of inbreuk daarop door zoekmachines? Of moet die Engelfriet eens ophouden met zeuren over softwarelicenties en gewoon GPLv3 omarmen? Dan is dit je kans! Schrijf het van je af, en ik zet het op mijn blog.

Arnoud

Welles/nietes: de thuiskopie uit illegale bron

Eerst even voor jezelf lezen, schreef Volledig bericht, pardon Boek 9. Ik deed dat en viel van mijn stoel. Woensdag oordeelde de rechtbank Den Haag dat een kopie voor eigen gebruik van illegaal aangeboden materiaal geen thuiskopie is. In deze zaak hadden twintig importeurs en fabrikanten van beschrijfbare informatiedragers een zaak tegen Stichting Onderhandelingen Thuiskopie (SONT) aangespannen. Men kon het niet eens worden over de hoogte van de vergoeding, met name vanwege de vraag waar allemaal rekening mee gehouden moest worden. Eén van die dingen: “de schade die het gevolg is van illegaal kopiëren (incl. downloaden) uit een illegale bron.”

Nu is het downloaden uit illegale bron een hot topic. Mag het wel, mag het niet? De wet zegt zelf nergens dat het niet mag. De rechter in de Techno Design-zaak vond het geen inbreuk op het auteursrecht (iets dat in hoger beroep “onbesproken” en dus overeind bleef). Bovendien had de minister dit letterlijk gezegd bij de laatste wijziging van de Auteurswet. In het vonnis oordeelt de rechtbank ‘s-Gravenhage echter dat die uitleg helemaal niet MAG omdat deze in strijd is met een Europese auteursrechtenrichtlijn.”

Richtlijn 2001/29/EG bepaalt namelijk in artikel 5 dat een beperking op het auteursrecht slechts mag als aan een driestappentoets is voldaan:

  1. Het moet gaan om “bepaalde bijzondere gevallen”.
  2. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de normale exploitatie van de werken.
  3. De wettige belangen van de rechthebbende worden niet onredelijk geschaad.

Hierover werden in juli vorig jaar kamervragen gesteld. Toen antwoordde de minister dat deze toets wel degelijk toegepast was:

De drie-stappen-toets is bij de vormgeving van de thuiskopieregeling in acht genomen en ligt besloten in de voorwaarden die aan de inroepbaarheid van de privékopie-exceptie worden gesteld (Kamerstukken II 2002- 2003, 28 482, nr. 5, blz. 18).

Echter, wat zegt de rechter in deze zaak:

De rechtbank stelt voorop dat het maken van een privé-kopie van illegaal materiaal een illegale handeling is. Deze handeling valt niet onder de werkingssfeer van artikel 16c Aw.

Dit is voor mij volstrekt onbegrijpelijk en in ieder geval zwaar ontoereikend gemotiveerd. Waarom is het een illegale handeling? De passage leest als een cirkelredenering: het is een illegale handeling, dus is het geen toegestane thuiskopie, en dus is het illegaal.

Het vonnis doet een poging haar uitgangspunt te motiveren:

In de parlementaire geschiedenis zijn weliswaar aanknopingspunten te vinden voor een andere uitleg, maar de door de minister voorgestane en door de regering onderschreven uitleg, waarbij ervan wordt uitgegaan dat een privé-kopie van een illegale bron legaal is, is in strijd met de drie-stappen-toets van artikel 5 lid 5 van de Richtlijn.

Het was wellicht aardig geweest als de rechtbank had toegelicht waarom en met welk punt van de toets er dan strijd zou zijn. Zeker nu de minister zelf heeft aangegeven dat er wel degelijk gedriestaptoetst is.

Een ander punt is dat de rechter hier een wettelijke bepaling (artikel 16c Auteurswet) toetst aan een eis uit een Europese Richtlijn. Dat mag op zich. Als blijkt dat de bepaling zich niet goed aan de Richtlijn houdt, dan mag de rechter de bepaling richtlijnconform uitleggen. Hij mag daarbij echter niet tegen de letterlijke tekst van de wet ingaan (“contra legem”). En ik zou zeggen dat dat hier het geval is. Er staat niets in de wet over de bron. Een extra bepaling erbij verzinnen die zegt dat de bron legaal moet aanbieden, gaat dan in tegen de bewoordingen van het wetsartikel.

Christiaan Alberdingk Thijm wijst erop dat het nog gekker wordt: je zou zeggen dat een heffing voor iets illegaals niet kan, maar toch bepaalt de rechter dat men de kopieerheffing mag gebruiken om te compenseren voor “illegaal downloaden”. De vraag is dan of het thuiskopiëren uit een illegale bron daarmee niet alsnog rechtmatig is geworden, aldus Alberdingk Thijm.

Ook Evert van Gelderen (De Gier Stam) is kritisch over het vonnis. Ik moet eigenlijk de eerste jurist die positief is nog tegenkomen.

Kortom, een hoogst merkwaardig vonnis dat wat mij betreft per direct in hoger beroep overnieuw gedaan mag worden.

Arnoud<br/> PS: disclaimer: Philips is een van de eisers maar ik ben niet bij deze zaak betrokken geweest.