Nederland moet wetgeving sportweddenschappen aanpassen, eist Commissie

Nederland moet haar Wet op de Kansspelen aanpassen om te zorgen dat buitenlandse aanbieders van sportweddenschappen effectieve toegang krijgen tot de Nederlandse markt. Ook als dat via internet gaat. Dit eiste de Europese Commissie afgelopen donderdag. Als Nederland binnen twee maanden geen bevredigende reactie geeft, kan de Commissie naar het Europese Hof van Justitie stappen om zo af te dwingen dat dit gebeurt (dat staat in art. 226 EG-Verdrag).

Het gaat dus niet om het legaliseren van internetgokken in het algemeen, zoals b.v. Tweakers of Planet schrijven. Emerce en Elsevier hebben het wel goed.

Volgens artikel 49 EG-Verdrag mogen lidstaten geen beperkingen opleggen aan grensoverschrijdende diensten. Wie in Spanje een loterij wil organiseren, mag niet door de Nederlandse of Spaanse overheid worden gehinderd bij het werven van Nederlandse deelnemers. De enige uitzondering hier is als een lidstaat op grond van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid kan rechtvaardigen dat die beperking toch moet worden opgelegd. De beperking mag dan niet verder gaan dan noodzakelijk voor het doel en mag bovendien niet discrimineren.

In het Gambelli-arrest bepaalde het Europese Hof dat een verbod op online gokken mag wanneer dat noodzakelijk is om gokverslaving of het witwassen van zwart geld tegen te gaan. Maar zo’n verbod is niet ‘noodzakelijk’ wanneer de overheid zelf kansspelen aanbiedt. Letterlijk zegt het Hof:

Welnu, wanneer de autoriteiten van een lidstaat de consumenten aansporen en aanmoedigen om deel te nemen aan loterijen, kansspelen of weddenschappen opdat de schatkist er financieel beter van zou worden, kunnen de autoriteiten van deze staat zich niet op de met de beperking van de gelegenheden tot spelen gediende maatschappelijke orde beroepen ter rechtvaardiging van maatregelen als die in het hoofdgeding.

Het vergunningenstelsel uit de Wet op de Kansspelen was in overeenstemming met dit arrest, oordeelde de Hoge Raad in 2005 in een zaak aangespannen door het Engelse gokbedrijf Ladbrokes. Nederland mag zelf voor een groot deel bepalen hoe zij gokverslaving bestrijdt, en als zij een Staatsloterij of Holland Casino een nuttig onderdeel vindt van die bestrijding, dan mag dat. Door dat beperkte legale aanbod is er een uitlaatklep zodat gokkers niet de illegaliteit in hoeven met alle risico’s van dien.

De Europese Commissie denkt daar anders over. Zij is niet overtuigd dat er effectief beleid is om gokverslaving ook echt te bestrijden. Bovendien mag de Lotto sinds kort als enige sportweddenschappen via internet aanbieden. En daarmee discrimineert Nederland: waaarom de Lotto wel en Ladbrokes niet? Zoals Jan Kabel al schreef, als je zoiets gaat toelaten, loop je de kans op Europeesrechtelijk afgedwongen liberalisering van de interactieve kansspelenmarkt.

Wie komt met de flauwste grap a la “de uitkomst blijft een gokje” of “wedden dat er geen zaak van komt”?

Arnoud

[Powerpoint zondag] Neem de ruimte met je sheets

Powerpoint zondag: een serie artikel over hoe je op een effectieve manier van Powerpoint gebruik kunt maken.

Wees niet bang om veel sheets te gebruiken. Liever twee of drie sheets met een paar elementen, dan eentje die volgebouwd zit met van alles. Toon dus één concept of idee per sheet. Heb je twee concepten, maak dan gewoon twee sheets. Dit was mijn introductie bij een presentatie over open innovatie:

Elke sheet blijft dus maar kort in beeld, want veel meer dan de tekst op de sheet valt er niet te vertellen. Omdat de tekst zo kort is, is dat geen probleem. Sterker nog, dat soort kernachtige boodschappen blijven juist beter hangen door een sheet te laten zien met alleen die boodschap er op. Als ik die twee zinnen als bolletjes onder elkaar had gezet, was dat een stuk minder krachtig geweest.

Dat werkt ook goed als je twee dingen wilt contrasteren, zoals hier het verschil tussen gesloten innovatie (“wij doen alles zelf”) en open innovatie (“wij werken samen”):

Heb je meerdere elementen die iets gemeenschappelijk hebben, visualiseer dan op basis van dat gemeenschappelijke thema. Bij een presentatie over merken wilde ik laten zien wat de drie waardevolste merken zijn. Dat kan met een lijstje, maar het kan ook zo:

Arnoud

Het computergrondrecht

Het Duitse Grondwettelijk Hof erkent een “grondrecht op het waarborgen van de vertrouwelijkheid en de integriteit van IT-systemen”, meldt Nu.nl. Dit grondrecht was de reden om een wet van de deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen te vernietigen waarin de politie uitgebreide bevoegdheden kreeg om computers van burgers te doorzoeken. Uit het arrest van het Bundesverfassungsgericht blijkt dat men dit grondrecht als onderdeel van het Persönlichkeitsrecht, het recht van de burger om zich persoonlijk te ontplooien en ontwikkelen zolang dat maar de rechten van anderen niet schendt. Dit recht is in Duitsland expliciet in de Grondwet vastgelegd.

De Nederlandse grondwet heeft zo’n bepaling niet. Artikel 10 van onze Grondwet bevat wel een bepaling ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer, en deze bepaling zou een persoonlijkheidsrecht omvatten. En dat artikel 10 geldt ook op internet. De persoonlijke levenssfeer geldt niet alleen thuis, maar ook op de openbare weg, en eigenlijk in het hele openbare leven. Je hebt dus ook privacy op internet. Natuurlijk zitten daar wel grenzen aan. Om eens wat te noemen: wat je zelf publiceert op een openbaar medium, is nauwelijks nog als privé-informatie te beschouwen.

Het lastige in Nederland is dat je niet altijd een direct beroep op de Grondwet kunt doen. Artikel 120 van de Grondwet verbiedt de rechter te toetsen of een wetsbepaling in strijd is met de Grondwet. Maar dat gaat alleen over wetsbepalingen: een gemeentelijke APV, een bevel van een politieagent of een andere regeling die geen “wet in formele zin” (aangenomen door het parlement) is, mag wel worden getoetst aan de Grondwet.

De rechter mag wel een wet toetsen aan verdragen zoals het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Artikel 8 van het EVRM bevat ook een privacyregeling. Een Nederlandse wet die regelt hoe de politie je computer mag doorzoeken, mag niet in strijd zijn met dit artikel 8 EVRM. Blijkt dat toch zo te zijn, dan mag de rechter het wetsartikel niet toepassen.

Arnoud

Verweer tegen gebruikelijke excuses van de winkeliers (gastpost)

“U heeft geen recht op herstel of vervanging, want u heeft het product niet goed gebruikt!” Het gebruikelijke excuus waar een willekeurige winkelier mee aankomt, als je met een defect product bij hem aanklopt. Toch heeft de winkelier het hierbij lang niet altijd bij het juiste eind, zelfs als hij kan aantonen dat het product geen productiefouten bevat!

De wet zegt namelijk dat een gekocht product niet aan de overeenkomst beantwoordt als het niet die eigenschappen bezit die je op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Dit heet het conformiteitsbeginsel en dat is geregeld in artikel 7:17 BW. Daarbij geldt dat je mag aannemen dat het product die eigenschappen bezit die voor normaal gebruik nodig zijn, tenzij het om een eigenschap gaat waar je aan behoorde te twijfelen. Je moet twijfelen als de verkoper expliciet meld dat het product een bepaalde eigenschappen mist of niet geschikt is voor een bepaald gebruik of situatie. Daarnaast moeten die eigenschappen aanwezig zijn die voor afgesproken bijzonder gebruik nodig zijn. Maar wat wil dat nu concreet zeggen?

Het eerste en belangrijkste kenmerk is dus dat het product vermoed wordt geschikt te zijn voor normaal gebruik. In de rechtszaak LJN AY8747, waar een consumentengeschil over een parketvloer centraal stond, oordeelde de rechter als volgt:

Op een vloer in een woning wordt nu eenmaal met schoenen gelopen, met stoelen geschoven en door kinderen met speelgoed gespeeld. Anders dan het schuiven met een kast vormt dit een normaal gebruik. [appellant] mocht dan ook bij deze vloer krasbestendigheid verwachten bij normaal gebruik.

Normaal gebruik is dus dat gebruik dat het doorsnee individu uit de doelgroep pleegt. Voor een vloer in een woning geldt dus dat het schuiven met stoelen onder normaal gebruik valt. En krasbestendigheid is de eigenschap die benodigd is voor dit gebruik. Een verkoper kan het dus maar beter melden als een vloer niet krasbestendig is.

“Er is spraken van waterschade, dus het defect is uw eigen schuld” is een andere mededeling waar je tegenaan kunt lopen bij een defect product, met name bij elektronica. Zelfs als deze zijn gemaakt om overal mee naar toe te nemen. Marije Hulshof, directeur van de Consumentenautoriteit stelt in haar column, ‘niet meer bellen in de regen?’ , over mobiele telefoons: “die moet u mee kunnen nemen in uw tas of binnenzak om te gebruiken op kantoor, in de kroeg of op het terras. Ook als het miezert. Normaal gebruik, noemen we dat.” Voor een mobieltje is normaal gebruik dus kunnen bellen in de regen, en de eigenschap die daarbij hoort is waterwerendheid. Aan de aanwezigheid van deze eigenschap moet je twijfelen als gemeld is dat het mobieltje niet tegen regen kan.

Het derde voorbeeld gaat over bijzonder gebruik. Stel een winkel verkoopt servers en werkstations aan ondernemers. Nu wil een lokaal radiostation een server voor in haar studio. Dit vereist dat de computer (zeer) stil is zodat deze niet op de opname te horen is. Het bijzondere gebruik is dan dat op een meter afstand professionele opnames te maken moeten zijn en de gewenste bijzondere eigenschap van de computer is stilheid. Het radiostation moet dan laten weten dat ze de computer op deze manier willen gebruiken.

Het conformiteitsbeginsel regelt dus wie van de partijen wat moet melden. Eigenschappen die ontbreken aan een product moeten gemeld worden door de verkoper, als deze nodig zijn voor normaal gebruik. De overige gewenste eigenschappen hoeft het verkochte product alleen te bezitten, indien de koper daar om heeft gevraagd. Het is redelijk om te verlangen van de verkoper dat hij de markt globaal kent, want hij verdient er zijn brood mee. Daarentegen is het weer onredelijk te verwachten dat de verkoper de specifieke wensen van de koper kent, want hij kan natuurlijk geen gedachten lezen.

Als het product niet aan het conformiteitsbeginsel voldoet dan heb je recht op herstel of vervanging (7:21 BW), schadevergoeding van gevolgschade (7:24 BW) en in sommige gevallen ook op ontbinding of prijsvermindering (7:22 BW) als er sprake is van non-conformiteit. Echter, de consument moet in beginsel wel bewijzen dat daarvan sprake is (150 Rv). Gelukkig heeft de wetgever het je iets makkelijker gemaakt gedurende de eerste zes maanden na aankoop. Volgens artikel 7:18 lid 2 BW moet de verkoper dan bewijzen dat het product aan het conformiteitsbeginsel voldeed. Als het product binnen de garantie valt, dan ligt de bewijslast ook bij hem.

Een eenvoudige bewering is niet voldoende. Als koper kun je bijvoorbeeld aan deze bewijslast voldoen door te wijzen op de problematische geschiedenis of een productie fout in een bepaalde serie. En als koper hoef je eveneens geen genoegen te nemen met alleen een bewering van de verkoper.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je o.a. artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren ervan.

Is ontslag nemen per e-mail rechtsgeldig?

Een lezer wilde per e-mail ontslag nemen, maar diens werkgever weigerde dat te accepteren omdat “e-mail geen rechtsgeldig medium is”. Oh?

Opzeggen mag in principe op elke manier, ook mondeling of per e-mail. Het kan zijn dat er bij CAO of in de arbeidsovereenkomst andere afspraken zijn gemaakt. Dan moet opzegging volgens die afspraken gebeuren.

Vaak staat er in een CAO dat opzegging “schriftelijk” moet. Je kunt je afvragen of met een e-mail daaraan voldaan is. Onlangs werd e-mail als “schriftelijk” gezien bij een ingebrekestelling. De redenering daarbij zou ook op kunnen gaan voor opzegging van arbeidsovereenkomsten, maar persoonlijk zou ik het daar niet op willen laten aankomen.

Het probleem bij opzeggen per e-mail is dat de opzegger moet bewijzen dat de e-mail is aangekomen, en de wederpartij alleen maar hoeft te ontkennen deze gehad te hebben. Het is dus niet verstandig om op te zeggen per mail. Net zo goed als mondeling ontslag nemen niet verstandig is.

Bij een bedrijfsnetwerk is er vaak een (redelijk) betrouwbare optie om een ontvangstbevestiging te vragen. Dat zou kunnen helpen als bewijs. Maar vaak toont zo’n ontvangstbevestiging niet aan wat de inhoud van de mail was.

Op Flexmarkt het volgende advies:

De opzegging is pas geldig als het bericht van opzegging de andere partij heeft bereikt. De werkgever moet bij geschillen de bezorgdatum en het adres van de brief kunnen aantonen. Bewaar een kopie van de opzegbrief. Er is geen opzegging als blijkt dat de brief op het verkeerde adres is bezorgd. Daarom is een aangetekende brief het aangewezen middel. Want zelfs als de aangetekende brief niet wordt afgehaald bij het postkantoor, is de opzegging geldig. De geadresseerde draagt in dat geval het risico dat de brief hem of haar niet heeft bereikt. Dat geldt ook als de werknemer is verhuisd en geen adreswijziging heeft doorgegeven aan de werkgever. Vaak bevat een cao nadere regels.

Zie ook Arbeidsrechter.nl dat ook sterk afraadt om per e-mail ontslag te nemen.

Arnoud

SEO op andermans merknaam (bij Netters)

Bij webbouwergemeenschap Netters schreef ik een column over search engine optimization met behulp van andermans merknamen:

Merknamen zijn geliefd voer voor SEO campagnes. Iedereen kent die namen, ze worden veel ingetypt dus als je daar wat traffic van mee kunt nemen, is dat altijd leuk. Zeker als je ook nog eens gerelateerde producten verkoopt.

Merkhouders stellen het alleen, zacht gezegd, niet op prijs als andere mensen van de reputatie van hun merk profiteren. Ze hebben soms miljoenen geïnvesteerd om die reputatie op te bouwen, en ze willen daar graag controle over houden. Over merkinbreuk bij online reclame en SEO wordt dan ook regelmatig geprocedeerd.

Lees verder in SEO op andermans merknaam bij Netters.nl.

UPDATE (12:43) Of lees de recentie bij Marketingfacts!

Arnoud

Plugins voor Joomla: verplicht GPL of toch niet?

Een lezer had een plugin voor het open source content management system Joomla! gemaakt, en vroeg zich af of hij die mocht verkopen zonder de broncode open source te maken. Joomla! is beschikbaar onder de GPL. Een afgeleid werk, dat wil zeggen een aanpassing of uitbreiding, mag je dus alleen ook weer onder de GPL verspreiden. Je mag er best geld voor vragen, maar je moet de broncode meeleveren. Geld vragen heeft niet zo veel zin, want iedereen mag de software weer verspreiden, zelfs gratis.

Maar hoe zit dat met een plugin? De FSF, auteurs van de GPL, vinden niet verrassend dat elke plugin GPL moet worden. De tekst van GPL (v2) zegt echter:

If identifiable sections of [the modified] work are not derived from the Program, and can be reasonably considered independent and separate works in themselves, then this License, and its terms, do not apply to those sections when you distribute them as separate works.

Een plugin die uitsluitend gebruik maakt van de gewone plugin API zou ik beschouwen als een apart werk. Er zitten geen auteursrechtelijk beschermde stukjes van Joomla zelf in zo’n plugin. Het aanroepen van API calls is technisch noodzakelijk en daarom niet auteursrechtelijk relevant. En in die situatie mag je de plugin los van Joomla! verspreiden op elke manier en onder elke licentie die je goeddunkt.

Wat niet mag, is Joomla! in combinatie met de plugin verspreiden. Maar dat komt niet zo vaak voor, omdat Joomla! een webapplicatie is. Plugins worden eigenlijk altijd los gedownload door mensen die Joomla! al geïnstalleerd hebben. Joomla! zelf heeft hierover nagedacht en concludeert dat :

We’ve also decided that we do not have the authority to publish Joomla! under a version of the GPL that gives exceptions for proprietary extensions. It’s difficult to relicense a GPL’d project, and there is no indication that OSM currently has that ability. Our current understanding is that extensions that aren’t released under the GPL or compatible licenses are non-compliant, and that view is based on the guidance of both the Free Software Foundation and the Software Freedom Law Center.

Op zijn minst zul je dus enige weerstand vanuit de Joomla!-gemeenschap ondervinden als je plugins uitbrengt onder een andere licentie dan de GPL. Echter, gezien het feit dat er heel veel plugins onder een “commercial license” bij Joomla! zelf te vinden zijn, zou ik me daar geen al te grote zorgen over maken.

Zie ook de recente discussie bij Joomla! zelf.

Arnoud

Veroordeling voor publicatie naaktfoto’s ex-partner op internet

Afgelopen vrijdag is een man tot 6.000 euro schadevergoeding veroordeeld voor het verspreiden van naaktfoto’s van zijn exvriendin via internet (Emule en MSN), las ik op Nu.nl. De foto’s bleken via Emule, een filesharing netwerk, aangeboden te worden. Ook had de verdachte deze foto’s via MSN gedeeld met allerlei mensen. Gauw het vonnis erbij gepakt, want zo’n hoge boete had ik nog niet eerder gezien. Waarom is dat nu strafbaar?

De grondslag blijkt smaadschrift: aantasting van de eer en goede naam van de vrouw in kwestie door het verspreiden van geschriften. Logisch. Door het publiceren van pornografische foto’s kun je iemands goede naam behoorlijk schaden. Zelfs als de foto’s, zoals hier, met toestemming waren gemaakt. En digitale foto’s zijn prima te zien als geschriften.

Met het verweer dat het wellicht iemand anders was geweest, maakt de politierechter korte metten:

Naar eigen zeggen is verdachte de enige persoon die gebruik maakt van zijn computer, is zijn Windows gebruikersnaam [usernaam] en zijn e-mailadres [e-mailadres]. Bij de hierboven aangehaalde via MSN Messenger gevoerde gesprekken, waarbij de genoemde bestanden werden verzonden, werd gebruik gemaakt van het genoemde e-mailadres, terwijl er was ingelogd onder de genoemde gebruikersnaam. Hiermee staat voldoende vast dat verdachte de genoemde MSN Messenger gesprekken heeft gevoerd en ook de genoemde bestanden heeft verzonden.

Hetzelfde gaat op voor het delen via het P2P programma Emule: de verdachte had zelf gezegd dat hij verstand had van computers, en daarom vond de rechter het onwaarschijnlijk dat de foto’s per ongeluk in een gedeelde map terecht waren gekomen. Wat ook meewoog, is dat alle foto’s hernoemd waren van de bekende nietszeggende naam (DSC00007.JPG) naar “Ex-vriendin [bestandsnaam], uit [plaatsnaam]”. Dat kan alleen iemand gedaan hebben die weet hoe de ex-vriendin heette en waar deze woont. Een willekeurige grapjas die de foto’s toevallig had gevonden, had ze waarschijnlijk niet hernoemd, of in ieder geval niet naar die specifieke namen.

De gevolgen voor de ex waren zeer ernstig:

Bij de uitoefening van haar beroep en in haar woongenot heeft zij zodanig problemen ondervonden dat zij klanten verloor en is verhuisd.

De verdachte kreeg dan ook een boete van 1500 euro opgelegd, plus een schadevergoeding voor het slachtoffer van 5860,50 euro.

Update (16 mei 2012) de Hoge Raad bepaalt dat het fotograferen an sich geen ontucht is. Je moet meer doen.

Arnoud

De waarde van gratis

Foto: Henk-Jan WinkeldermaatGratis is niet hetzelfde als waardeloos. Maar hoe kom je rond als auteur als je je werk gratis weggeeft in plaats van royalties per doosje, per exemplaar te rekenen? Met die insteek organiseerde Erno Mijland de bijeenkomst Survival of the fittest content makers. Daar ontmoette ik (voor het eerst!) in persoon Marco Raaphorst, Henk-Jan Winkeldermaat, Laura Babeliowsky, Huub Koch, Erno Hannink, Sanne Roemen en natuurlijk Erno Mijland zelf (hoewel ik die al eens eerder had ontmoet). Wat een leuke kennismaking met iedereen!

Erno schreef al een uitgebreid verslag van de bijeenkomst. Het gaat om waarde creëren met je content, en waarde vertaalt zich weer in een beloning voor de auteur. Maar wat is waarde, en waar ligt die? Erno omschrijft het zo:

Een interessant punt in de bijeenkomst was de vraag of content eigenlijk wel intrinsieke waarde heeft, of dat die waarde pas ontstaat op een bepaald moment in een bepaalde context? Zoals de krant van gisteren niets waard is, de krant van vandaag een euro waard is en de krant van morgen een vermogen. Waarde wordt dan bijvoorbeeld gecreëerd door gemak: een nummer in iTunes kan 0,99 euro kosten omdat het direct beschikbaar is op het moment dat de eindgebruiker er behoefte aan heeft. Anderen bewijzen het door teksten gratis voor iedereen beschikbaar te maken op het internet en toch te verdienen aan de boeken waarin deze teksten verzameld zijn (de beleving van de drager).

Zoals Marco Raaphorst het zegt:

Heel simpel: als je weblog waarde heeft, als de lezers er iets aan hebben, dan vertegenwoordigt het waarde. En die waarde valt uit te drukken in geld. Niet alleen kan een weblogger aan advertenties verdienen, een weblog vormt ook vooral een laagdrempelige manier om nieuwe klanten te verwerven. Bewust of onbewust. Hoe meer je van jezelf laat zien, des te groter is de kans dat mensen jouw ding, jouw content of jouw visie willen inhuren.

Zo zie ik het ook. In december schreef ik waarom ik al mijn werk gratis weggeef. Hergebruik mijn werk gerust, schreef ik toen, dat is goede promotie voor mij (zolang je mijn naam maar goed spelt, een niet-triviaal aspect in mijn geval). Die promotie vertaalt zich in niet-materiële waarde. Ik verdien geen cent meer door deze blog, maar krijg wel veel aandacht en exposure. Ook dat heeft waarde.

Erno publiceerde ook een zeer leesbaar artikel over economische modellen voor content op internet.

(Foto door Henk-Jan WinkeldermaatHuub Koch, Creative Commons BY-NC-SA 2.0)

Arnoud