Wie heeft het auteursrecht op een werk? (2)

Ik kom nog even terug op één onderdeel van mijn post van gisteren over wie het auteursrecht heeft op een werk.

Wie een arbeidsovereenkomst met een bedrijf met als deel van zijn taakomschrijving het “vervaardigen van bepaalde werken”, heeft geen auteursrecht op die bepaalde werken. Dat ligt dan bij de werkgever, het bedrijf dus.

Geldt dit ook voor een freelancer? Nee. Een freelancer heeft wat heet een “overeenkomst van opdracht” met de opdrachtgever. Die speciale regelingen over auteursrecht bij de werkgever gelden alleen als er arbeidsovereenkomsten zijn.

Bij allebei soorten overeenkomst is er een instructie (je moet iets doen) en een vergoeding (je krijgt daar geld voor). Het verschil is, bij de freelancer is geen gezagsverhouding en bij de werknemer wel. De werkgever kan allerlei instructies geven en de werknemer heeft die maar op te volgen. Bijvoorbeeld dat je van 9 tot 5 aan je bureau moet zitten typen. De freelander beslist in principe zelf wanneer hij de opdracht uitvoert, zolang hij deze maar op de afgesproken datum af heeft.

Deze regels komen niet direct uit de auteurswet, maar uit het arbeidsrecht. Je moet dus via de ‘gewone’ regels van het arbeidsrecht kijken of er een dienstverband is, en daarna pas of het werk dat de werknemer gemaakt heeft valt onder de “bepaalde werken” van artikel 7 van de auteurswet.

Arnoud

Gesprekken met mobiele GSM telefoons zijn nooit anoniem (via Corcom)

CorCom Security Analysing blogt zeer uitgebreid over hoe gebruikers van GSM telefoons op te sporen zijn, en meteen ook maar hoe eenvoudig elk gesprek af te luisteren is.

Alle gesprekken die gevoerd zijn van of naar een bepaald toestel zijn gemakkelijk met elkaar in verband te brengen. Alle gesprekken die gevoerd zijn van of naar een bepaald nummer (prepaid of niet) zijn makkelijk met elkaar in verband te brengen. Ook alle gesprekken die gevoerd zijn van of naar een telefoon zijn in verband te brengen met alle andere gesprekken die ooit gevoerd zijn van of naar nummers van SIM-kaarten die ooit in die telefoon gezeten hebben, en met alle gesprekken op telefoons waar die kaarten dan weer in gezeten hebben, en naar alle nummers van SIM-kaarten enz.

Arnoud

Wie heeft het auteursrecht op een werk?

Een vraag van een lezer:

Ik ben als freelancer ingehuurd om een tekst te schrijven voor een website. Dat heb ik gedaan, en ik ben er ook netjes voor betaald. Nu zie ik dat de opdrachtgever die tekst ook gebruikt heeft in zijn folders, hij heeft nooit gezegd dat hij dat wilde doen. Ik heb hem daarop aangesproken, en toen zei hij dat dat mocht omdat hij het copyright had “want hij had voor de tekst betaald.” Maar ik heb het geschreven, dan zijn de auteursrechten toch van mij?

Uitgangspunt is dat wie een werk maakt, daarop het auteursrecht heeft. De schrijver heeft auteursrecht op de tekst, de fotograaf op de foto en de beeldhouwer op het standbeeld. Het gaat er niet om wie betaalt of wie opdracht gaf: wie maakt, heeft de rechten.

Nu is dit een wettelijke regel, en dus zijn er uitzonderingen.

De eerste is het dienstverband. Wie een arbeidsovereenkomst met een bedrijf met als deel van zijn taakomschrijving het “vervaardigen van bepaalde werken”, heeft geen auteursrecht op die bepaalde werken. Dat ligt dan bij de werkgever, het bedrijf dus. Een journalist in dienst bij de krant kan geen auteursrecht claimen op zijn artikelen, net zo min als de programmeur die de software voor de website maakt. Maar de portier die onder werktijd een boek schrijft, heeft daar zelf het auteursrecht op want daar was hij niet voor aangenomen.

Als de werkgever de werknemer specifiek vraagt om een bepaald werk te maken, dan komt het auteursrecht ook toe aan de werkgever. Zelfs als het niet tot de taak van die werknemer hoort om dat soort werken te maken. Vraagt de directeur aan de koffiejuffrouw om even een leuke foto van de afdeling te maken, dan is die foto van het bedrijf. Zelfs als ze die met haar eigen toestel maakt.

Een andere is de leiding en opdracht. In de wet staat dat als een werk gemaakt is “naar het ontwerp van een ander en onder diens leiding en toezicht”, dat dan die ander de rechthebbende is. Dat gaat niet over opdrachtgevers zoals van de freelancer uit de vraag. Dit artikel is bedoeld voor bijvoorbeeld architecten, die auteursrecht hebben op de huizen die ze ontwerpen ook al worden die feitelijk door anderen gebouwd. Of een auteur die een bandje volspreekt en het door een assistent laat uittypen, al dan niet met meteen een redactionele slag er overheen.

De freelancer is geen werknemer en dus zelf rechthebbende op wat hij maakt. Ook als hij betaald wordt door de opdrachtgever. Ook als de opdrachtgever expliciet omschrijft wat hij wil hebben. De enige manier om dat te veranderen, is door contractueel te regelen bij wie de rechten liggen.

Natuurlijk heeft de opdrachtgever wel het recht om het werk te gebruiken voor het doel waarvoor hij het liet maken. De tekst voor de website mag dus op de website worden geëxploiteerd. Maar die tekst mag niet zomaar in papieren folders worden afgedrukt.

Voor al deze regels geldt dat je hier via een contract van kunt afwijken. De werknemer kan in de arbeidsovereenkomst (of een aanvullende afspraak) vastleggen dat bepaalde werken van hemzelf zijn, en de freelancer kan in het inhuurcontract zijn copyrights juist afstaan. Dat mag allemaal, maar leg het wel schriftelijk vast.

Lees meer in Spoedcursus auteursrecht: Eigendom van een beschermd werk en Wie is de maker van een auteursrechtelijk beschermd werk?.

Arnoud

Privacy voor de Hyves-generatie

Het privacy project, een mooi nieuw initiatief over privacy voor de Hyves-generatie. Zoals Opiniewebloguitlegt:

Documentaires over privacy zijn vrijwel altijd gemaakt vanuit het standpunt van mensen van boven de vijfendertig. De Web 2.0 generatie, die met internet, webcams en mobiele telefoons met ingebouwde camera is opgegroeid, komt er nauwelijks aan te pas. Terwijl juist zij er door het gebruik van nieuwe media en technieken een heel andere beleving van privacy op nahoudt. Vertrouwden jongeren vroeger hun diepste geheimen hooguit aan een dagboek toe, met de komst van Hyves, Flickr, Facebook en YouTube zijn ze veel opener geworden. Geheimen lijken zij niet meer te kennen. Gedachten, ideeën, foto’s, filmpjes, alles wordt gedeeld, niet alleen met elkaar, maar met de hele wereld.

Privacyproject.nl is een initiatief van Holland Doc, het multimediale podium voor documentaires van de Publieke Omroep

Arnoud

Auteursrecht op foto’s bestaat niet, aldus privacy-waakhond

In een artikel van het CBP foto’s en ander beeldmateriaal op internet een bijzonder opmerkelijk stukje:

Uw foto kan worden gezien als een bijzonder persoonsgegeven omdat het iets zegt over uw ras. De houder van de website mag geen foto’s van u op zijn website plaatsen zonder dat hij u daarover heeft geïnformeerd en uw uitdrukkelijke toestemming heeft gevraagd. Als u de beelden zelf openbaar heeft gemaakt, bijvoorbeeld door ze op uw eigen website te plaatsen, dan is het niet verboden om de foto verder te publiceren.

Ik denk dat de fotograaf toch nog wel iets te zeggen heeft over het herpubliceren van zijn foto’s.

Via Planet, wier vergelijking van het CBP met “een aap [die kijkt] naar een verroest horloge: niet wetend wat te beginnen” ik absoluut hilarisch vond.

Arnoud

AT&T respecteert vrije meningsuiting in algemene voorwaarden

Begin oktober werd bekend dat AT&T in haar algemene voorwaarden een verbod had opgenomen op het leveren van kritiek op het bedrijf. Wie dat toch deed, kon per direct worden afgesloten.

Dat gaf nogal wat herrie in de tent, vandaar dat AT&T nu bijgedraaid is. In haar terms of service staat over dit onderwerp nu:

5.1 Suspension/Termination. AT&T respects freedom of expression and believes it is a foundation of our free society to express differing points of view. AT&T will not terminate, disconnect or suspend service because of the views you or we express on public policy matters, political issues or political campaigns. …

Via Slashdot.

Arnoud

Eén trol maakt nog geen “patentbarrage” – Linux onderwerp van octrooirechtszaak

Onder de zeer tendentieuze kop Patentenbarrage op Linux begint meldt Planet over een octrooirechtszaak tegen Linux-distributeurs Red Had en Novell. Kom op zeg. Het was toch ook geen “barrage” toen Acacia het octrooi tegen Apple inzette. Afgaande op de in het artikel geciteerde bronnen baseert Planet zich daarbij vooral op het de laatste tijd nogal hysterische Groklaw, dat achter elk juridisch hobbeltje voor Linux een Microsoft-samenzwering ziet. (Tweakers bericht neutraal trouwens)

Die samenzwering bestaat, als ik het goed begrijp, uit drie dingen:

  1. Ballmer heeft onlangs gezegd “dat alle Linux-gebruikers schatplichtig aan Microsoft zijn”.
  2. <li>Al eerder riep Microsoft-octrooidirecteur Brad Smith dat <a href="http://money.cnn.com/magazines/fortune/fortune_archive/2007/05/28/100033867/">Microsoft meer dan 200 octrooien heeft</a> waar Linux inbreuk op maakt.</li>
    
    <li>De octrooihouder in kwestie is "<a href="http://blogs.ocregister.com/morningeye/archives/2006/07/acacia_ceo_were_not_a_patent_troll.html">wij zijn geen trol</a>" <a href="http://www.buildingipvalue.com/06US_Can/113_116.htm">octrooitrol</a> Acacia, waar twee <a href="http://blogs.cnet.com/8301-13505_1-9796697-16.html">voormalige Microsoft octrooimensen zijn gaan werken</a>.</li>
    

Alleen is het octrooi afkomstig van Xerox, niet van Microsoft. Wat dit dus met Microsoft IP te maken heeft, weet ik niet.

Verder was Ballmer een beetje dom toen hij dat getal riep. Dat was geen eigen Microsoft-onderzoek, maar een citaat uit de studie van Dan Ravicher’s Public Patent Foundation uit 2004. En die studie concludeerde alleen dat er mogelijk sprake was van inbreuk op 283 octrooien, niet dat dat zeker zo was. Laat staan trouwens dat die 283 van Microsoft waren. Ravicher vond er 27, geen 283.

Maar nu even serieus. Octrooien en open source blijven een lastige combinatie, dat is waar. Maar octrooirechtszaken zijn niet uniek voor open source. Ook de manier waarop deze zaal zal worden opgelost -een schikking– is niet uniek.

Het belangrijkste is echter dat dit soort overspannen retoriek niet goed is voor open source. Open source draait om samenwerken, en daarbij moet je op een normale manier met elkaar kunnen praten. Ook over risico’s en bedreigingen. Wat schiet je op met dit soort retoriek en holle kreten? Het is een mooi verhaal, maar wat moet een bedrijf met een claim dat er een “barrage” aan octrooirechtszaken aankomt? Dat klinkt vreselijk. Stoppen met Linux dan maar?

Al in 2004 schreef David McGowan dan ook terecht:

If the F/OSS community wants to be in commercial space, community members will have to learn to deal calmly with IP litigation. The F/OSS production model will work where it makes sense, and it will not work where it doesn’t. It’s really just that simple. Particular claims in individual suits—even one against a flagship program such as the GNU/Linux OS—will not determine the fate of the community. Such cases present factual issues that will get resolved one way or another; they do not represent a crisis for F/OSS production as a whole. Norm entrepreneurial rhetoric that plays off such cases should be treated as entertainment. Enjoy it if you like it, take inspiration from it if you must, but don’t confuse it with the way things actually get done.

En Jerry Rosenthal van Open Invention Network (waar Red Hat, Novell en mijn werkgever oprichters van zijn, samen met nog Sony, IBM en NEC) zei al eerder:

This is not the first time that unsubstantiated claims of patent infringement have been leveled at Linux. Moreover, just as in the past, these claims are made without disclosing any evidence. It’s time to stop the accusations and show the evidence. What’s happening with these accusers is the equivalent of declaring four aces while being unwilling to show even a pair of deuces.

Laten we dus eerst maar eens kijken wat er in die octrooiclaims staat.

Arnoud

De auteursrechtelijk beschermde blafbrief

Blafbrieven zijn boos klinkende brieven van advocatenkantoren waarin in dure juridische taal iets met de strekking van “u doet iets en wij willen dat u daarmee ophoudt” wordt geroepen, liefst met de nodige algemene dreigementen zoals “wij behouden ons alle opties voor, inclusief de gang naar de rechter”. Natuurlijk mag een advocaat wel dreigen, maar dan moet er wel iets aan de hand zijn. Een blafbrief is puur bedoeld als intimidatie naar een juridische leek.

Als tegenreactie op dat soort acties hebben veel internetters tegenwoordig de hobby om blafbrieven integraal op internet te zetten. Tussen je lezers zit vast wel iemand met juridische kennis die er dan een paar mooie gaten in kan schieten. En als die brief naar meerdere mensen is gestuurd, valt dat nu op en dan kan er misschien een collectieve tegenactie worden gestart.

Zo ook de Amerikaanse club Public Citizen. Deze had wat onaardigs gezegd over de infomercials van DirectBuy, waarop de huisadvocaat reageerde met, inderdaad, een blafbrief. En wat staat daar nu onderaan:

Please be aware that this letter is copyrighted by our law firm, and you are not authorized to republish this in any manner. Use of this letter in a posting, in full or in part, will subject you to further legal causes of action.

Dit komt wel vaker voor, meldt Techdirt. Door te roepen dat er auteursrecht op de brief rust, hoopt men te voorkomen dat de ontvanger deze publiceert, zodat de zaak geen ongewenste aandacht krijgt.

Nu kan een mooi geschreven stuk juridisch proza best beschermd zijn door het auteursrecht, maar dit is toch niet bepaald waar auteursrecht voor bedoeld is. Verkoopt de advocaat normaal licenties op deze teksten? Welke Cedar-afdeling moet ik hebben voor de rechten van juridische tekstschrijvers?

Nog even afgezien van het Amerikaanse recht op fair use, het mogen hergebruiken van een werk voor een legitiem doel zoals kritiek. Dat gaat hier zeker op, meldt William Patry, Google’s Copyright Counsel. De advocaat heeft dus geen poot om op te staan.

Via Slashdot en Ars Technica.

Arnoud

Leren presenteren van Bill of Steve

In de nieuwste post op Presentation Zen een vergelijking tussen de presentatiestijlen van Bill Gates en Steve Jobs. U kunt vast wel raden welke sheet van wie is:

Jobs heeft inderdaad een minimalistische stijl, wat een stuk rustiger overkomt. Maar het is niet alleen een kwestie van minder op je sheet proppen, zo schrijft Reynolds:

But the biggest difference is not the fact that Steve’s slides are simpler with fewer elements and fewer bullet points, the biggest difference is in the way they are used. If you want to appreciate the difference you have to watch both presentations. The difference is that Steve’s slides flow smoothly with his talk. Bill’s slides aren’t really necessary; they are more of an ornament or a decoration off to the side. Bill would have been better off just pulling up a stool and sharing his ideas and then answering questions that audience members could have submitted before the talk so that Bill could select which ones he’d answer.

Inderdaad. Ik roep het al vaker, maar toch nog maar een keer: Powerpoint is geen autocue. Sheets zijn er om je gesproken tekst visueel aan te vullen, zodat je boodschap beter overkomt bij je publiek. Niet om later terug te lezen wat jij verteld hebt.

Mensen luisteren namelijk met hun linker hersenhelft, en ze kijken met de rechter. Zet je alleen tekst op je sheet, dan moeten mensen hun linker hersenhelft gebruiken om die te begrijpen. Terwijl ze dat doen, kunnen ze niet naar jou luisteren. Als ze dus naar jou luisteren en tegelijkertijd een sheet bekijken met een visuele boodschap, wordt het effect van jouw tekst versterkt.

Meer tips in Laat je presentaties plakken.

Arnoud

Wie deze grappig vindt, is een nerd

Zoals altijd briljant maar wel voor een gespecialiseerd publiek: de nieuwe xkcd van Randall Munroe.

En nee, een dergelijke voornaam krijg je in Nederland er niet door voor je kind. Maar het is wel het probleem van de instantie met de databank als de spelling van je naam niet in hun systeem past, of erger nog daar gekke dingen doet.

Arnoud