Museum claimt copyright op foto’s van schilderijen zonder auteursrecht

blackboard-zwarte-lijst.jpgSoms denk je: nee, al die rants over auteursrecht, ik overdrijf. Het is gewoon een recht als alle andere, en het is internetgekkigheid waardoor het allemaal zo raar lijkt soms. En dan lees je “Een Duits museum klaagt Wikimedia aan omdat daar foto’s op staan van schilderijen zonder auteursrecht. Het museum is het niet eens met opname van deze foto’s in de Wikimedia Commons, en stelt dat de foto’s wél onder auteursrecht rusten omdat, eh, ja waarom eigenlijk?

Auteursrecht verloopt 70 jaar na de dood van de maker. Wat je daar ook van vindt: een portret uit 1862, geschilderd door de in 1886 overleden Caesar Willich, is nu in het publiek domein. Daar is geen twijfel over mogelijk.

Toch vindt het Mannheimer Museum dat zij rechten heeft op de foto’s die Wikimedia heeft opgenomen. Er zit meer achter dan alleen “auteursrecht want wij verdienen geld in de souvenirshop”: Heise meldt dat men de “Lichtbilder”-regeling uit het Duitse auteursrecht inroept (72 Urhebergesetz) dat bepaalt dat op foto’s een termijn van 50 jaar na eerste publicatie zit. (Dat mag van Berne.) En die foto’s zijn nog geen 50 jaar oud.

Leuk geprobeerd natuurlijk, maar er zit nog wel één voorvraag bij: is er enige creativiteit te ontwaren in de foto? Want zonder eigen intellectuele creatie van de maker is het onmogelijk een auteursrecht te claimen, zo bepaalde het Hof van Justitie alweer een paar jaartjes terug. Onze geschriftenbescherming sneuvelde om die reden – het enige criterium daarvoor was “het staat op schrift” en dat mag niet van het Europese auteursrecht.

Waar is de creativiteit in een foto van een schilderij? De handboekjes auteursrecht roepen bij die vraag standaard enigszins plichtmatig dingen als lichtinval, hoek, schaduw of sluitertijd en dat geloof ik graag maar bij een foto van een schilderij met niets meer of minder dan het schilderij? Een foto die identiek zou zijn aan een vergelijkbare foto van een ander? Nee, dat gaat hem niet worden. Deze foto’s zijn publiek domein, punt.

(RTL zet dan weer © Wikimedia Commons bij een plat screenshot met een foto van een publiekdomeinschilderij, wtf.)

Arnoud

Brein wil torrentschikking openbreken vanwege crowdfundingactie

geld-varkentje-betalen.jpgEen lid van Kickass Torrents heeft crowdfundingcampagnes opgezet om uploaders DisasterZany en ipod020 te helpen met het betalen van hun schikkingsbedrag aan Brein, meldde Tweakers gisteren. De twee uploaders schikten eind november met de antipiraterijstichting voor niet nader bekend gemaakte bedragen. Tegen Tweakers zegt Breinbaas Kuik “dit muisje krijgt nog een staartje” nu het erop lijkt dat anderen dan de uploaders de schadevergoeding betalen.

Allereerst: wat Brein claimt, is geen boete. Ik snap dat dat lekker bekt, maar het is fout – het is een civielrechtelijke schadevergoeding, niet meer. Dat maakt uit, want boetes worden opgelegd door overheidsinstanties belast met opsporing en bestrijding van strafbare feiten of bestuursrechtelijk verboden gedragingen.

Ten tweede is het bepaald raar om terug te komen op een schikking vanwege het feit dat anderen met de pet rond gaan om de schadevergoeding bij elkaar te brengen. Als je schikt over geleden schade, dan is het daarmee klaar. Je spreekt af dat de ander inderdaad schade heeft berokkend, je bepaalt hoe hoog die schade is en vervolgens wordt vastgelegd dat hij die zal betalen (en meestal ook zich zal onthouden van toekomstige schade, op straffe van een contractuele boete – ja, dat heet dan weer wel boete). Er is geen enkele rechtsregel dat alleen de schadeveroorzakende persoon die schade mag vergoeden.

Een schikking openbreken omdat dit je niet bevalt, zal niet gaan lukken. Je moet wel een buitengewoon hardvochtige rechter zijn wil je dáár in meegaan.

Ik geloof onmiddellijk dat Brein voor een lager bedrag heeft geschikt dan ze zouden doen bij een multimiljonair-uploader. Het is volstrekt normaal om de hoogte van een schikking af te stemmen op de persoon van de dader. Je schikt immers omdat je allebei je kansen voor een rechtszaak inschat en denkt dat je zo netto beter uitkomt. Om dan als schikking €1750 te pakken omdat je bij een rechtszaak mogelijk lager uitkomt, of de dader in schuldsanering valt waardoor je dus niets krijgt, is een reële commerciële overweging.

Alleen: daar mag je dus achteraf niet meer op terugkomen. De vaststellingsovereenkomst is in de wet geregeld (art. 7:900 en verder BW) als overeenkomst om dingen af te sluiten. Wat je op papier zet, dat is het en niets meer of minder. Openbreken kan eigenlijk niet. De lat ligt érg hoog:

Indien gebondenheid aan een beslissing van een partij of van een derde in verband met inhoud of wijze van totstandkoming daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, is die beslissing vernietigbaar.

En dat is een heel stuk hoger dan “hela, gaan andere mensen een beetje met de pet rond, wat krijgen we nou”. Er is immers niets op tegen om met de pet rond te gaan zodat iemand zijn schadevergoeding kan betalen. Dat daaruit blijkt dat mensen het gedrag van deze uploaders eigenlijk helemaal niet onrechtmatig vinden, is vervelend voor het slachtoffer, maar dat maakt het niet “maatschappelijk onaanvaardbaar”

Ook je beroepen op dwaling of andere juridische noodgrepen zal niet snel lukken. Het kan op zich, maar er moet dan wel sprake zijn van actief zwijgen of verkeerd voorlichten door de wederpartij. Dan moet je eerder denken aan valse opgaven over je financiële status. Claimen armlastig te zijn en achteraf een ton op de bank hebben kan reden zijn (maar niet automatisch) om een lage schikking van tafel te krijgen.

Een na de schikking opgestarte crowdfunding kan echter geen geslaagde grond voor dwaling opleveren. Dwaling kan immers nooit gebaseerd zijn op een “uitsluitend toekomstige gebeurtenis” (art. 6:228 BW). Iets dat je pas achteraf ontdekt, is dus je eigen probleem.

Dus nee, ik zie hem niet. Voor toekomstige schikkingen misschien wel; Brein zal zo minder snel geneigd zijn de volgende keer weer voor een laag bedrag te schikken als de uploader stelt krap bij kas te zitten. Maar het lijkt me uitermate sterk dat als je enkel tegen dát punt bezwaar maakt, Brein bij de rechter succes krijgt met een schadeclaim.

Arnoud

Arnoud

De schade bij een online auteursrechtinbreuk anno 2015

groep-claim-geld.jpgHoe bepaalt de rechter de hoogte van de schadevergoeding bij ‘kleine’ online auteursrechtinbreuken? Het komt vrijwel dagelijks voor dat deze of gene een claim ontvangt met het verzoek enkele honderden euro’s te betalen wegens auteursrechtinbreuk, inclusief stevige toeslagen op het publicatietarief onder verwijzing naar algemene voorwaarden of jurisprudentie. Vaak wordt daarbij gedreigd met duizenden euro’s proceskosten als men het op een zaak laat aankomen. Wat blijft er nu over bij de rechter? Ik onderzocht de situatie sinds 2012 (mijn vorige artikel) en publiceerde in Computerrecht (PDF) de bevindingen. Een samenvatting.

In het huidige onderzoek worden drie arresten en 32 vonnissen, gewezen tussen 29 augustus 2012 en 1 augustus 2015, onder de loep genomen om antwoord te geven op de vraag hoe de rechter de hoogte van de schade bepaalt bij een ‘kleine’ online auteursrechtinbreuk, met name ten aanzien van verhogingen op de gebruikelijke licentievergoeding.

Uit het eerdere onderzoek bleek dat met name drie groepen ten strijde trokken tegen ‘kleine’ online auteursrechtinbreuken, namelijk Cozzmoss, Getty Images en fotografen. Het speelveld is echter veranderd sinds 2012. De twee meest geruchtmakende partijen van destijds, Cozzmoss en Getty Images, lijken beide van het toneel verdwenen. Waar Getty Images lang bekend stond als de partij die de hoge claims stuurt, blijkt daarvan in de praktijk niets te zijn terecht gekomen te zijn. Mij is geen Nederlands vonnis bekend waarin Getty Images optrad tegen een auteursrechtinbreuk, afgezien van een rechtszaak tegen omroepvereniging TROS, waarbij van haar claim van een kleine vijfduizend euro slechts werd gereduceerd tot € 1.416,25 werd toegewezen.

Ook het minstens zo beruchte Cozzmoss (later handelend onder de handelsnaam Auxen) lijkt haar zijn juridische strijd te hebben beperkt. Er zijn van na december 2013 geen vonnissen te vinden waarin het bedrijf optreedt, afgezien van een wat merkwaardige rechtszaak tegen UFO-geïnteresseerdensite “Star People” waarvan echter nog geen vonnis beschikbaar is. Op 1 augustus 2015 bleek de website van het bedrijf gesloten, hoewel de inschrijving bij de Kamer van Koophandel niet doorgehaald was. Ook van kranten – voor wie Cozzmoss/Auxen regelmatig optrad – zijn na december 2013 geen vonnissen wegens auteursrechtinbreuk door overnemende websites gevonden.

De juridische strijd tegen ‘kleine’ inbreuken lijkt dan ook sinds eind 2013 beperkt te zijn tot de derde groep uit het eerdere onderzoek, namelijk de fotografen. Van de 35 onderzochte zaken zijn er 32 aangespannen door fotografen, waarbij stockfotobureau Masterfile met vijf zaken een opvallende speler blijkt, naast fotografen Bert van Loo (drie zaken) en Roel Dijkstra (drie zaken) en advocate mr. Van Boven die in maar liefst 14 van de 35 zaken namens de eisers optrad.

Om de schade te bepalen is een eerste belangrijke vraag welk bedrag aan royalty’s of vergoedingen verschuldigd zou zijn geweest indien er om toestemming was gevraagd. Hoofdregel hierbij is dat het gaat om de vergoeding die aan deze rechthebbende verschuldigd zou zijn geweest, niet om enkel een marktconforme vergoeding. Een individuele fotograaf kan en mag immers meer (of minder) vragen dan in de markt gebruikelijk is. Wel zal de rechthebbende in voorkomende gevallen (bijvoorbeeld met facturen) moeten bewijzen dat hij deze tarieven ook daadwerkelijk rekent.

Een merkwaardige rol bij het bepalen van schade spelen de zogeheten Richtprijzen Nederlandse Vakfotografie, samengesteld door ene Jurriaan Nijkerk. Dit document vermeldt prijzen voor divers gebruik van fotografisch werk, en wordt door fotografen nogal eens opgevoerd als de basis voor een verschuldigde schadevergoeding. Nijkerk pretendeert dat de door hem opgesomde richtprijzen “zijn gebaseerd op onderzoek naar het prijspeil voor publicatie en productie”, aldus het voorwoord. Regelmatig wordt door eisers gesteld dat de rechter deze richtprijzen gewoonlijk overneemt bij de bepaling van de schade. Dit is in strijd met de werkelijkheid: in slechts één uitspraak worden de richtprijzen als uitgangspunt voor de schade genomen (ter vergelijking: bij het vorige onderzoek in vijf van de 25 zaken).

Naast deze richtprijzen wordt ook wel verwezen (in twee van de 35 zaken) naar de tarieven van stichting Foto Anoniem, die op verzoek vrijwaringen afgeeft wanneer men foto’s wil gebruiken waarvan de rechthebbende niet te achterhalen is. Deze tarieven worden in één zaak aangevoerd als door de fotograaf gehanteerd tarief en in een tweede als begroting van de schade . Dit laatste lijkt een prima uitgangspunt: het vrijwaringstarief van de stichting kan men immers zien als een billijke schatting door een ter zake deskundige partij van de schade die men aan een later opduikende fotograaf zou moeten betalen vergoeden. In deze tweede zaak verhoogt de rechtbank het tarief echter met 25% ter compensatie voor gestelde verminking en ontbrekende naamsvermelding. Dit is opmerkelijk. De vrijwaring van Foto Anoniem zou dan toch alle schade moeten omvatten, ook ten aanzien van verminking of naamsvermelding. Het is dan bepaald onlogisch dat de fotograaf meer schade zou hebben.

Een arrest van het Hof Arnhem verscheen echter spoedig daarna. De door deze uitspraak ingezette lijn ingezet door deze uitspraak blijkt zeer relevant voor de praktijk. In dit arrest (in een Cozzmoss-zaak) had de eisende rechthebbende in eerste instantie een opslag van 200 procent op haar gebruikelijke tarief geëist, maar dit in hoger beroep teruggebracht tot een verhoging van 25 procent met als rechtvaardiging de door de zaak uitgeholde exclusiviteit van haar auteursrecht. Het Hof wijst dit toe nu deze uitholling onvoldoende is weersproken door gedaagde. Daarnaast werden administratiekosten toegewezen in verband met opsporing en onderzoek, alsook de volledige proceskosten.

Het arrest wordt in twee zaken uit het onderhavige onderzoek expliciet gevolgd, waarbij de 25 procent verhoging wordt gerechtvaardigd door de verminderde exploitatiemogelijkheden door ontbrekende naamsvermelding en verminking van de foto. Het percentage van 25 procent verhoging ter compensatie van aanvullende schade wordt in nog vier andere zaken gehanteerd. In andere zaken worden wel hogere verhogingen toegewezen. Zo werd in twee zaken een verdubbeling van het basistarief toegewezen en in drie andere een verdrievoudiging. . In vier van deze vijf gevallen wordt expliciet opgemerkt dat de verhoging dient ter afschrikking: voorkomen moet worden dat men pas na aangesproken te worden zijn op de auteursrechtinbreuk gauw alsnog de gewone licentievergoeding betaalt.

De overweging dat een verhoging opgelegd dient te worden teneinde de inbreukmaker af te schrikken doet de wenkbrauwen fronsen. Afschrikking en het stimuleren van gedragsverandering zijn immers eenvoudigweg maatregelen met als doel generale preventie, en schadevergoeding toekennen vanuit dit strafrechtelijke motief is niet conform het Nederlandse civiele recht.

Het toekennen van extra schadevergoeding in de vorm van een verhoging op de licentievergoeding is op zichzelf te rechtvaardigen als dit aan een concrete post te koppelen is. Dit is de lijn zoals uitgesproken door het Hof Arnhem, hierboven aangehaald. De meest voor de hand liggende (en meest geciteerde) schadeposten zijn ontbreken van naamsvermelding en verminking van de foto, het verminderen van de marktwaarde en verlies van exclusiviteit. In dit onderzoek worden zij één of meer van deze posten in 13 van de 35 zaken geëist en toegewezen, waarbij in 5 zaken de verhoging éénmaal het basistarief bedroeg en in de resterende 8 een lager bedrag (veelal 25 procent). Ook de kosten van opsporing worden regelmatig aangehaald als extra schadepost. Op zichzelf is dit terecht. Echter, het moet wel aannemelijk zijn dat deze kosten zijn gemaakt, en daar schort het nog wel eens aan. Sommige eisers rekenen in de eerste brief bijvoorbeeld meteen duizenden euro’s aan kosten, hetgeen op mij overkomt als intimidatiepoging, zeker wanneer men vervolgens bereid blijkt voor de helft of minder te schikken.

Algemene voorwaarden van partijen als de FotografenFederatie (thans DuPho) die opslagen bedingen bij ongeautoriseerd gebruik worden door eisers regelmatig de rol van “rechtens aanvaardbaar uitgangspunt” toegedicht om tot verhogingen van 200 of 300 procent te komen. In zes van de tien gevallen waarin een dergelijk beroep op deze voorwaarden wordt gedaan, wordt dit toegewezen. Het lijkt erop dat dit gebeurt om een punitieve verhoging te kunnen rechtvaardigen.

De proceskosten vormen daarnaast een significante kostenpost voor inbreukmakers. In de helft van de gevallen worden deze zonder meer opgelegd aan deze partijen. Opvallend is dat wanneer de inbreukmaker zich bereidwillig toont de schade te vergoeden, dit eerder leidt tot matiging van de proceskosten, zeker in gevallen waarin de rechthebbende het onderste uit de kan probeert te krijgen.

Arnoud

Kan een hyperlink met preview auteursrechtinbreuk zijn?

panorama-holleeder-foto-prevewiEen Twitter- of Facebookpreview met daarin een foto kan een auteursrechtinbreuk zijn. Dat maak ik op uit een recent vonnis in een zaak tussen een fotograaf en online kiosk Myjour. Eh, oeps, einde van het internet, al die dingen?

Bij een artikel in de Panorama was een foto van Willem Holleeder afgedrukt. Dit artikel kon digitaal worden gekocht via Myjour (er was dus een afspraak tussen Panorama en Myjour) en ter promotie deelde Myjour een link naar het artikel op diverse media, zoals Twitter en Facebook. Deze publiceerden de link inclusief previewtekst en verkleinde foto. Vervolgens meldde zich de fotograaf: dat was auteursrechtinbreuk want hij had nooit toegestaan dat de foto op internet kwam, dus graag betalen.

Myjour beriep zich op het Svensson-arrest: zij linkten alleen maar naar het artikel zoals dat legaal in hun kiosk te koop was, en boden de foto dus niet aan een nieuw publiek aan. De foto was gewoon deel van het artikel. Verder stelde men dat het Twitter en Facebook waren die de foto toonden, niet zijzelf. Maar dat wordt niet geaccepteerd: je kunt dat immers uitzetten als je een link deelt.

Het criterium uit Svensson is dat van een “nieuw publiek”. In die zaak stonden nieuwsberichten gewoon online, zonder toegangsbeperking of wat dan ook. Daar een link naar leggen, ook via embedden of frames, is dan geen inbreuk op het auteursrecht, aldus het Hof van Justitie. Het publiek was al die tijd al het gehele internet, daar verandert je link niks aan. Als de link wél een nieuw publiek opentrekt, dan ligt dat anders. Omzeil je met de link bijvoorbeeld een login, dan kunnen andere mensen erbij dan oorspronkelijk bedoeld.

Myjour heeft een afspraak met Panorama over herpublicatie. Het publiek dat bij Myjour klant is, wordt dus met toestemming bereikt. Maar is dat publiek hetzelfde als “heel internet”? Ik denk het niet, want de content staat dan achter een betaalmuur. De content die Myjour gratis publiceert (bijvoorbeeld, eerste alinea + kleine foto) zou voor mij dan voor “heel internet” beschikbaar zijn, en die foto embedden in een linkpreview zou dan geen nieuwe openbaarmaking zijn.

De zaak wordt wel complexer als je bedenkt dat die linkpreviewfoto vaak geen embedded link naar de bronfoto is maar een verkleinde kopie. Dat is logisch, want dan heb je op Facebook/Twitter geen last van traag ladende bronsites. Maar dan gaat het eigenlijk automatisch mis met de auteursrechten: je maakt een kopie en geen link. Daar kom je niet uit met het Svensson-criterium denk ik. Dus dat wordt nog een probleem de volgende keren dat dit zich voor gaat doen.

Wat mij betreft had dit via het citaatrecht opgelost moeten worden, dit is immers gewoon aankondigen van iets legaals en daarbij is een snippet+foto doodnormaal. Maar de rechter wil daar niet aan: de naam van de fotograaf staat er niet bij. Ja, klopt, dat moet, maar wel “voor zover redelijkerwijs mogelijk”. En ik ben daar dan vast een fotografenhater in, maar ik vind het niet redelijk om bij een thumbnail te verlangen dat je naam erbij gezet wordt.

Arnoud

Mag je software reverse engineeren om fouten te vinden?

Een lezer vroeg me:

Is reverse engineering legaal als het doel is om beveiligingslekken te vinden? Jij zei ooit van wel, maar in de wet staat volgens mij dat je alleen mag reverse engineeren om compatibiliteit te realiseren.

Oef, dat is lang geleden, maar inderdaad:

Alleen die vormen waarmee je compatibiliteit met zelfgeschreven software wilt bewerkstelligen, of waarmee je alleen de achterliggende ideeën, concepten en principes achterhaalt zijn legaal. Met name is het niet legaal om de informatie te gebruiken om een kloon van de software te maken.

Waar de vraagsteller naar refereert, is het wetsartikel dat het eerste deel van die zin onderbouwt:

Als inbreuk op het auteursrecht op [software], worden niet beschouwd het vervaardigen van een kopie van dat werk en het vertalen van de codevorm daarvan, indien deze handelingen onmisbaar zijn om de informatie te verkrijgen die nodig is om de interoperabiliteit van een onafhankelijk vervaardigd computerprogramma met andere computerprogramma’s tot stand te brengen, mits: (bla)

Dit is inderdaad beperkt tot reverse engineeren met als doel het maken van een interoperabel eigen programma. Soms is het daarvoor nodig dat je de broncode van andere software achterhaalt, omdat je anders onvoldoende informatie hebt over hoe je eigen software moet gaan werken. Het vinden van een fout in software is natuurlijk niet hetzelfde als “interoperabiliteit tot stand brengen”, tenzij je zegt “ik moet weten hoe die fout werkt want ook daarin moet ik compatibel zijn”.

Er is echter nog een ander artikel dat specifieker op fouten ziet:

De verveelvoudiging, als bedoeld in de eerste zin, die geschiedt in het kader van het laden, het in beeld brengen of het verbeteren van fouten, kan niet bij overeenkomst worden verboden.

Reverse engineeren is een vorm van verveelvoudigen. Dat is waarom deze actie in principe inbreuk op het auteursrecht maakt. Echter, dit artikel verklaart het verveelvoudigen ter herstel van fouten legaal (zelfs als in de EULA staat dat dat niet toegestaan is). Daarom zou dit volgens mij toch gewoon toegestaan zijn.

Dus ik geloof dat ik toch gelijk had, hoewel om een andere reden dan ik zei 🙂

Arnoud

Is een bord eten nu ook al auteursrechtelijk beschermd?

bord-eten-voedsel-fotoIn Duitsland wordt een bord eten nu als auteursrechtelijk beschermd werk van de chef gezien, meldde TechDirt onlangs. Dat ging natuurlijk gelijk de sosjaalmediaas rond. Je mag dus niet meer je eten op de foto zetten en dat op Facebook, Instagram of Twitter zetten?

Ik dacht even dat er een arrest was, maar het is de invulling van een advocaat van een arrest uit 2013 over toegepaste kunst. Daarin werd bepaald dat de auteursrechtelijke eisen aan dergelijke fysieke dingen niet hoger of lager is dan voor andere werken. De Europese regel is immers: auteursrecht heb je als jouw creativiteit in het resultaat van je arbeid te zien is. Bij ons is op grond van die regel onder meer auteursrecht op geuren erkend.

Je kunt best creatief bezig zijn in hoe je ingrediënten op een bord legt en daar wat moois van maakt. Gewoon een schep puree op een bord kledderen is geen kunst, maar een chef die nadenkt over waar het vlees komt te liggen in verhouding tot de groente (flauwe grap: “Hoe vond u het vlees?” “Toevallig, onder een aardappel”), die is dus auteursrechtelijk relevant bezig.

Als iemand een auteursrecht heeft, mag je dat werk niet kopiëren of herpubliceren. En dat geldt ook voor het kopiëren of publiceren van een foto van het werk. Dus #twexit voor #foodporn?

Nou, niet helemaal, want we hebben nog steeds het citaatrecht. Dat zegt dat je best iemands werk mag fotograferen en die foto mag publiceren, als je dat doet met het doel het bord aan te kondigen of te bespreken. Er moet natuurlijk wel een bronvermelding bij, maar dat zou het probleem niet moeten zijn.

Het wringt wel een beetje, dat je een auteursrechtelijke citaatanalyse moet doen (en een auteursrechtjurist moet bellen) om een foto op internet te mogen zetten van je bord eten. Waarom zijn artikelen over auteursrecht áltijd ergernisgevend?

Arnoud

Gastblog: Wat doe jij als iemand jouw content heeft gekopieerd?

copyright-protect-pirates.pngOmdat ik met vakantie ben vandaag een gastbijdrage. Vandaag: Marnix de Munck over het aanpakken van ongewenste kopieën van je website.

Het komt niet zo vaak voor als het stelen van een fiets in hartje Amsterdam, maar het gebeurt toch nog vaker dan je denkt: andere websites die zonder blikken of blozen jouw content overnemen. Vaak onschuldig. Veel mensen denken ten onrechte dat je alles wat je op internet vindt vrij kunt gebruiken, en dus ook mag kopiëren en plakken. Regelmatig is het motief helaas minder onschuldig.

Mij is het de afgelopen tijd een aantal keer overkomen. Ik vond de lay out èn alle content van mijn site www.internetvergelijk.nl één op één terug op andere sites. Ik was er uiteraard niet blij mee. Eigenaren van deze sites maakten niet alleen inbreuk op mijn intellectuele eigendomsrechten, maar hun kopieergedrag zou ook een negatief effect kunnen hebben op mijn SEO. Google en andere zoekmachines willen gebruikers immers altijd de meest relevante zoekresultaten presenteren. En gebruikers zitten niet te wachten op twee verschillende pagina’s met precies dezelfde content vlak onder elkaar in de zoekresultaten. Dit is een vorm van externe duplicate content.

Er is sprake van duplicate content als op twee webpagina’s (vrijwel) dezelfde inhoud te vinden is. Is dit binnen één domein, dan spreken we van interne duplicate content. Staat nagenoeg dezelfde inhoud op twee domeinen, dan is er sprake van externe duplicate content. Zoekmachines geven daarom alleen die content weer waarvan zij denken dat het als eerste is gepubliceerd. Het lukt zoekmachines helaas nog niet altijd om te achterhalen wie de originele content heeft gepubliceerd. Het zou dus voor kunnen komen dat de site van je copycat wel in de zoekresultaten wordt weergegeven en jouw site achter een link, omdat de zoekmachine denkt dat jij degene bent die de tekst gekopieerd heeft.

Kortom: voor mij redenen genoeg om deze copycats aan te pakken. Als mensen er al van op de hoogte zijn dat iemand hun content heeft gekopieerd durven veel mensen dit echter niet aan. Zij weten niet hoe ze het moeten aanpakken of zien op tegen het juridisch getouwtrek en de bijbehorende torenhoge advocatenrekeningen. Met onderstaande tips wordt externe duplicate content relatief eenvoudig op te sporen en aan te pakken. Bij mij is het bovendien de moeite waard gebleken.

Wil je controleren of iemand jouw content heeft gekopieerd, maar weet je niet hoe?

  • Op copyscape.com vul je de url van je website in en Copyscape geeft je direct de websites die jouw content hebben overgenomen.
  • <li>Op plagium.com vul je een stuk van je tekst in, waarna de site je alle websites geeft met precies deze tekst. Dit kan overigens ook gewoon bij Google. Zet je tekst dan wel tussen “dubbele aanhalingstekens” in het zoekveld.</li></ul>
    

    Ik heb zowel telefonisch als per mail contact opgenomen met de webmasters van de andere sites en heb aangegeven dat zij, door zonder mijn toestemming gebruik te maken van de layout en content van www.internetvergelijk.nl, inbreuk maakten op mijn intellectuele eigendomsrechten. Een aantal keer kreeg ik als reactie dat ze niet wisten dat het niet mocht en werd de content direct verwijderd. Bij andere sites kreeg ik een ontwijkende reactie en hadden ze duidelijk geen zin om de dubbele content te verwijderen. Helaas moest ik ze daarom sommeren de content te verwijderen en dreigen met gerechtelijke stappen, waarna de boel vervolgens wel werd verwijderd.

    Bij mij hoefde het zover niet te komen, maar als het bovenstaande ook niet helpt, kan je ook nog een verwijderingsverzoek bij Google indienen. Bijvoorbeeld als de ander botweg blijft weigeren, of zich op het standpunt stelt dat jij hun content hebt gekopieerd. Dat kan via dit formulier.

    Als dit allemaal niet helpt of je te lang duurt, kan je natuurlijk echt juridische stappen ondernemen. Zorg dan wel dat je een goede rechtsbijstandverzekering hebt. Dat voorkomt dat je toch nog met torenhoge advocatenrekeningen te maken krijgt.

    Marnix de Munck is actief op internet sinds 1999. Als eigenaar van Sooda internetbureau bedenkt en ontwikkeld hij met succes diverse websites waaronder internetvergelijk.nl.

Mag ik een databank met jukeboxen opbouwen?

jukebox-auteursrechtEen lezer vroeg me:

Ik ben bezig met het opbouwen van een databank met foto’s en informatie van jukeboxen. Ik wil dit commercieel gaan aanbieden via een app voor jukebox-verzamelaars. Hoe moet ik omgaan met copyrights? Complicerende factor is dat de meeste bedrijven die deze jukeboxen maakten, al lang failliet zijn.

Het ontwerp van een jukebox zal in veel gevallen auteursrechtelijk zijn beschermd. Auteursrecht kan ook gelden voor het uiterlijk van een apparaat; de eis is immers alleen dat er iets creatiefs in het werk zit, het stempel van de maker zoals dat vroeger heette.

(Naast auteursrecht is er ook het modellenrecht, waarbij het uiterlijk van een gebruiksvoorwerp kan worden vastgelegd tegen namaak. De eis van het modellenrecht is nog lager dan die van het auteursrecht, namelijk alleen dat er iets nieuws zit in de vormgeving. Maar die rechten verlopen normaliter na tien jaar, dus daar zou ik me bij deze oude apparaten niet druk om maken.)

Een foto van een auteursrechtelijk beschermd werk is een kopie (verveelvoudiging) daarvan, en die mag alleen als daar toestemming voor is of een uitzondering uit de auteurswet opgaat. De meest voor de hand liggende uitzondering lijkt me het citaatrecht: je wilt in een databank over het product kunnen laten zien hoe dit type eruit ziet, en dat kan redelijkerwijs alleen goed met een foto daarvan.

Natuurlijk mag de foto niet te groot zijn, hij moet een beeld geven van de soort jukebox maar meer ook niet. De app mag in geen geval een verkapte fotodatabase zijn waarbij in feite alleen maar de foto’s worden verkocht en er een paar regels tekst voor de vorm onder staan. Ook moet je de naam van de fabrikant noemen, citaatrecht eist immers een bronvermelding.

Het punt van faillissement zou niet moeten spelen bij citaatrecht. Zolang het auteursrecht bestaat, mag je citeren. Maar als je buiten het citaatrecht gaat, dan is het wel lastig: er is dan niemand meer om toestemming te vragen. Wat moet je dan?

Voor niet-commerciële erfgoedinstellingen is er sinds kort een uitzondering bij over verweesde werken (art. 16o Auteurswet). Maar deze app lijkt me commercieel gericht, daar gaat deze uitzondering dus niet op.

En dan houdt het op: je moet dan beslissen of je het risico wilt nemen dat die fabriek toch iets minder failliet was dan je dacht én een claim in gaat dienen wegens schending van zijn rechten.

Arnoud

Disclaimers overnemen is een inbreuk op auteursrechten

no-nee-disclaimer.pngDe wijze waarop gedaagde de disclaimer gebruikt, levert een inbreuk op van het aan eiser toekomend auteursrecht. Ja, dat staat echt in het vonnis (via). U mag ook even de koffie van het beeldscherm vegen. Maar toegegeven, deze disclaimer is zo lang en wijdsprekig dat ik ‘m wel auteursrechtelijk beschermd vind. En als je een beschermde tekst kopieert, dan kun je problemen krijgen met het auteursrecht.

Om een of andere reden denkt iedereen dat je een disclaimer op je site moet hebben. Ik zou eerlijk gezegd niet weten waarom. Het is juridische dikdoenerij zonder enige waarde in de praktijk, maar iedereen doet het omdat iedereen het doet.

Het idee is dat je met een disclaimer je aansprakelijkheid kunt uitsluiten, maar dat kan alleen als de wederpartij daarmee akkoord gaat. En dát is een beetje lastig te betogen als je een virtueel bordje aan de muur van je website hangt, want het bezoeken van een website kun je moeilijk zien als een handeling die akkoord op zo’n bordje impliceert. (Het werkt wél als je mensen laat registreren en dan akkoord vraagt op algemene voorwaarden waarin je je aansprakelijkheid uitsluit.)

De disclaimer uit dit vonnis is een hele lap tekst en ziet er buitengewoon juridisch uit, dus het verbaast me dan niet dat mensen die tekst massaal overnemen. Maar bij deze disclaimer golden gebruiksvoorwaarden: je moet het document embedden, en je mag niet de tekst copypasten. Kopiëren en plakken werd echter gedoogd, zij het dat de auteur dan altijd eiste dat zijn naam en website erbij werden vermeld.

De gedaagde had de tekst gecopypaste maar zonder die naamsvermelding. Het verweer daarbij was dat er nergens in de voorwaarden stond dat dat moest. Nee grapjas, zie je de rechter denken: je mocht überhaupt al niet copypasten dus vind je het gek dat daar dan geen regels over staan?

Dat in de gebruiksvoorwaarden niet is opgenomen dat indien de disclaimer wordt gekopieerd en geplakt de bron moet worden vermeld, is gelet op het vorenstaande logisch omdat dit niet de te volgen werkwijze conform de gebruiksvoorwaarden is. [eiser] is gerechtigd om aan de ‘gedoogde’ werkwijze tot openbaarmaking van de disclaimer een voorwaarde te verbinden. Deze voorwaarde heeft hij aan [gedaagde] kenbaar gemaakt in het e-mailbericht van 19 september 2013. Nu [gedaagde] zich niet houdt aan die voorwaarde handelt zij ook in die zin in strijd met het auteursrecht van [eiser].

Een schadevergoeding wordt niet geëist, omdat je bij een gratis tekst op internet moeilijk van financiële schade kunt spreken. Maar de auteur krijgt wél de proceskosten vergoed, tot maar liefst € 6.865,58 aan kosten advocaat. En ja, dat is hoe het werkt in auteursrechtland.

(Het is vast flauw om te zeggen: genereer er gratis zelf eentje en doe ermee wat je wil.)

Arnoud

In welke landen ben je aansprakelijk voor je website?

wij-stellen-ons-niet-aansprakelijk.jpgAls een website in een bepaald land op te roepen is, en daar is een inbreuk op auteursrecht (oid) te zien, dan is de rechter van dat land daarvoor bevoegd. Ook als die website niets te maken had met dat land, bijvoorbeeld omdat de domeinnaam een extensie van een ander land heeft. Wel is de schade dan beperkt tot hetgeen er in dat land is aangericht. Dat bepaalde het Hof van Justitie (via) eind januari. Oftewel: káp nou eens met “ik val onder Duits recht want ik heb een .de domein”.

In deze rechtszaak had een organisatie foto’s van een fotograaf met toestemming gebruikt, maar zonder toestemming op hun website gezet. De fotograaf stapte in Oostenrijk naar de rechter, en het bedrijf betwistte dat die bevoegd was omdat zij nu eenmaal in Duitsland was gevestigd en de website een .de extensie had. De rechtbank zette daarop haar juridische hulplijn in en vroeg het Hof van Justitie hoe dat nu zit: wanneer val je met je website onder het recht van een land als je via die website een onrechtmatige daad pleegt?

Nu is dit in het recht niet een heel nieuwe vraag. Het is al langer mogelijk om in land A iets te doen waar ze in land B last van hebben. Denk aan het exporteren van een krant met iets smadelijks, of het lozen van dingen in een rivier. Er zijn dan twee regels: 1) waar de veroorzaker gevestigd is, 2) waar de schade zich voordoet. Bij regel 2 geldt wel de beperking dat je dan alleen de schade mag vorderen die in dát land is voorgevallen. Volg je regel 1, dan mag je in dat land álle schade proberen vergoed te krijgen.

In deze zaak hielp regel 1 niet: de organisatie was immers in Duitsland gevestigd. Maar regel 2 vertaald naar internet gaat wél op:

In omstandigheden als die van het hoofgeding dient dus te worden aangenomen dat het intreden van de schade en/of het risico dat dit gebeurt, voortvloeien uit het feit dat in de lidstaat van de aangezochte rechter via de website van [de organisatie] toegang kon worden verkregen tot de foto’s die het voorwerp uitmaken van de rechten waarop [de fotograaf] zich beroept.

Ja, dat is wel gek: iedere website is in principe op te roepen in elk land. Die redenering kennen wij ook: menig Nederlands vonnis begint ergens met de formaliteit dat de website via internet op te roepen is vanuit Utrecht, Den Haag of Amsterdam en dat daarom de rechtbank Midden-Nederland (voorheen Utrecht), Den Haag of Amsterdam bevoegd is. Het deed me altijd wat flauw aan, maar ja als het Hof van Justitie het zegt dan valt het niet meer te ontkennen.

Dat de website wordt geëxploiteerd onder een Duits topleveldomein en niet op Oostenrijk gericht is, doet niet ter zake. Het gaat er echt alléén om dat je de website kunt benaderen vanuit Oostenrijk, en zodra dat het geval is mag de Oostenrijkse rechter zeggen hoe veel schade er in Oostenrijk geleden is. Deze regel is dus losser dan de regels bij de vraag op welk land een site zich richt bij elektronische handel en reclame. Daar moet je echt actief iets doen gericht op dat land, bijvoorbeeld in die taal adverteren, betaalmiddelen uit dat land accepteren of reclame maken op de radio aldaar.

Ik snap de redenering maar ik maak me er wel zorgen om. Het riekt heel erg naar de mogelijkheid van forumshoppen: zoek een land waar de wet of jurisprudentie je gunstig gestemd is, dien daar je rechtszaak in en hoop dat ze niet ál te moeilijk doen over je schadeclaim.

Arnoud