Ontwikkelaar adviseert speler om ‘verboden’ game illegaal te downloaden

verklaring-ontwikkelaarDe game Hotline Miami 2 mag in Australië vooralsnog niet worden uitgebracht omdat hij wegens strijdigheid met de fatsoensnormen geen leeftijdskeuring krijgt. Een ontwikkelaar van het spel Hotline Miami 2 heeft iemand geadviseerd om het “illegaal te downloaden”, las ik bij Tweakers. Het spel heeft in Australië geen leeftijdskeuring gekregen wegens seksueel geweld. Een redditor vroeg vervolgens een ontwikkelaar hoe hij het spel nu kon spelen, waarop die zei “just pirate it after release”. Oké, journalistiek opmerkelijk, maar wat betekent dit juridisch?

Niet bijster veel. Je kunt als individuele werknemer niet zomaar tegen mensen verklaren dat ze de auteursrechten van je werkgever mogen schenden. Een dergelijke verklaring is niet bindend voor die werkgever, die kan dus nog steeds mensen aanspreken die inbreuk maken op die auteursrechten.

Pas als het publiek bij zo’n verklaring erop mag vertrouwen dat dit namens de werkgever is gezegd, zou dat anders worden. Hee, net als met die fouten prijzen waar je soms op mag vertrouwen? Exact, dat is hetzelfde principe, maar er is ook nog art. 3:61 BW dat ditzelfde herhaalt specifiek bij volmachten om namens een ander te mogen spreken.

Wanneer mag je er nu op vertrouwen dat iemand namens een bedrijf spreekt? Specifiek bij werknemers soms sneller dan je denkt. Ik vond dit vonnis over een contract voor vuilnisophalen, waarbij een werknemer zonder toestemming het contract had getekend en de facturen onder zich hield (waarom is me een raadsel). Het bedrijf wilde niet betalen toen het uitkwam, omdat meneer niet in het handelsregister als bevoegd stond genoteerd. Maar dat hielp ze niet: meneer had de opdracht gekregen “het afval te doen” en kon daaruit concluderen dat hij zulke opdrachten mocht geven. Dat hij vervolgens de facturen verstopte zodat niemand doorkreeg wat er aan de hand was, is niet het probleem van de vuilverwerker.

Vertaald naar deze situatie: als deze ontwikkelaar de opdracht had gehad teleurgestelde klanten uit Australië te helpen die de software willen, dan is het ergens begrijpelijk dat hij zo’n opmerking maakt. Dan kun je als werkgever niet meer zeggen “ho ho dat mocht hij helemaal niet zo zeggen”.

Het is dan alleen wel jammer dat hij de verklaring tegen één persoon deed, want nu mag alleen die ene persoon de software legaal illegaal downloaden. De verklaring was immers niet voor iedereen bedoeld maar werd in privéconversatie gemeld.

Arnoud

Hoe bewijs je dat je een app gemaakt hebt?

hardware-software-computer-gollem-huh.jpgMet zeer, zeer grote regelmaat krijg ik vragen van mensen die hun idee willen beschermen, hun app willen vastleggen of op andere wijze bescherming willen voor een stuk software. Nu zegt de Auteurswet dat je automatisch bescherming krijgt als je een werk maakt (dus ook een app) en dat registratie, depot of wat dan ook niet nodig is. Maar hoe bewijs je dan dat het jouw app is?

In een recent vonnis stond die vraag centraal. De eiser had een app ontwikkeld voor de gedaagde, maar die claimde op zeker moment daar zélf auteursrechthebbende van te zijn. Nu had de gedaagde een redelijk argument: zijn naam stond vermeld bij de apps, preciezer gezegd in de appstore-publicatie daarvan.

De Auteurswet zegt dat je dan ‘vermoed’ wordt de rechthebbende te zijn. Het was dus aan de eiser om te bewijzen dat hij werkelijk het werk gemaakt had.

De broncodes van de app bevatten copyright-vermeldingen in de naam van de eiser. Ook die van een derde, maar die had verklaard de rechten af te hebben gestaan aan de eisende partij.

Wel zaten er ook “zogenoemde open source componenten” in de software. U voorziet nu wellicht gillende FUD over virale effecten en kwijtraken van eigen rechten, maar dat valt reuze mee. De rechter wijdt er eigenlijk maar één zin aan:

Naar het oordeel van de kantonrechter ondersteunen deze omstandigheden het standpunt van [eiser] dat hij de broncodes van de apps naar eigen inzicht en eigen ontwerp tot stand heeft gebracht (al dan niet met hulp van medewerkers van Sveak). Dit wordt niet anders, doordat [eiser], zoals hij ook erkent, bij het schrijven van de broncodes op bepaalde onderdelen (‘open source’) programmatuur van derden heeft gebruikt, aangezien de wijze waarop hij die programmatuur heeft gerangschikt (telkens) een nieuw werk oplevert.

Oftewel, ook al gebruik je software van derden en ook al gebruik je open source, je hebt de auteursrechten op het eindresultaat als je creatief programmeerde of zelfs maar dingen aan elkaar knoopte.

(Het zou kunnen dat de opensourcelicenties van die componenten vereisen dat de eiser de app open source maakt als hij die wil distribueren. Dat komt niet aan de orde want dat is irrelevant bij de vraag wie de maker van de app was. Dat is immers hooguit een geschil tussen de opensourceauteur en zijn afnemer.)

Als laatste argument blijkt de app data te sturen naar een server van de eiser en niet van de gedaagde. Ook dat is natuurlijk best wel een aanwijzing dat die eiser gewerkt heeft aan de app. Alles bij elkaar is daarmee het bewijs geleverd.

Bewijs leveren van makerschap mag dus op elke manier, zolang het totaalplaatje maar de rechter overtuigt dat de app jouw werk was. Een depot of registratie was hier niet nodig, en zelfs het feit dat de naam van een ander bij de app stond, bleek niet onoverkomelijk.

Punt is en blijft alleen: dit helpt enkel tegen mensen die er met jouw broncode vandoor gaan of jouw app letterlijk kopiëren (oké, eventueel met aanpassingen). Wie het achterliggende idee opnieuw implementeert, mag dat doen ondanks het auteursrecht. Ook al deponeer je het honderd keer en zet je er duizend copyright-tekens op.

Maar omdat die uitkomst té frustrerend is voor mensen, zal die vraag “hoe bescherm ik mijn idee” nog héél vaak langs blijven komen.

Arnoud<br/> PS oh en natuurlijk nog de beste wensen voor 2015!

Het (auteurs-)recht van de beeldbank versus het publiek domein

beeldbank-amsterdam-foto-publiek-domeinIk had het al vaker gezien maar nu een lezer me er ook op wees, ga ik er toch eens wat van zeggen. De lezer had de Beeldbank Stadsarchief Amsterdam gevonden en ontdekt dat daar een auteursrechtvoorbehoud werd gemaakt. Dat terwijl er toch ook evident publiekdomeinfoto’s in dat archief staan (zoals van fotograaf Jacob Olie, overleden in 1905, van het plaatje hiernaast). Wat krijgen we nou?

De auteursrechtvermelding staat niet heel prominent in beeld, ik zie linksonder “© Stadsarchief Amsterdam” en een link naar een colofon. Mijn eerste gedachte is dan ook, dat is gewoon een generiek tekstje dat men in het sjabloon heeft opgenomen. De auteursrechtvermelding slaat dan op de layout van de site en/of dient als een aanduiding van wie de uitgever/rechthebbende van de site is. En je moet dan per foto maar uitzoeken wie er auteursrechten heeft.

Ook apart vond ik deze in het colofon:

Iedere poging de watermerken uit de afbeeldingen te verwijderen is uitdrukkelijk verboden.

Dit lijkt te zijn geïnspireerd door artikel 29b Auteurswet, dat het verwijderen van makersaanduidingen verbiedt. Want het is volgens lid 1 verboden “informatie betreffende het beheer van rechten” te verwijderen, en

Onder «informatie betreffende het beheer van rechten» wordt in dit artikel verstaan alle door de maker of zijn rechtverkrijgenden verstrekte informatie welke verbonden is met een verveelvoudiging van een werk of bij de openbaarmaking van een werk bekend wordt gemaakt, die dient ter identificatie van het werk, dan wel van de maker of zijn rechtverkrijgenden, of informatie betreffende de voorwaarden voor het gebruik van het werk, alsmede de cijfers of codes waarin die informatie is vervat.

Een watermerk met makersaanduiding zou hieronder vallen. Echter, dit verbod geldt dus alleen ten aanzien van nog beschermde foto’s.

Gezien deze FAQ van de Gemeente pretendeert men niet zelf auteursrechten te claimen op deze foto’s. Er wordt hier wel gesproken van toestemming vragen, maar zo te zien gaat het dan meer om een voorwaarde gekoppeld aan de dienst van het uitleveren van een hoge-resolutieversie van de foto’s. Op zich mag dat, hoewel ik het persoonlijk wat onsympathiek vind, zeker als het een beeldbank van een overheidsdienst is. Een publieke dienst moet het publieke domein publiek houden, lijkt me.

Arnoud

Auteursrechten op bijbelteksten, hoe zit dat?

youversion-bible-appHet Nederlands Bijbelgenootschap stelt de Nieuwe bijbelvertaling (NBV) niet langer gratis beschikbaar aan derden, las ik bij de EO. De bijbel-app YouVersion moest daarom haar kopie van de NBV verwijderen, wat tot veel teleurstelling leidde bij gebruikers.

Op de teksten die de bron vormen voor de Bijbel rust geen auteursrecht meer, aangezien hun auteurs langer dan zeventig jaar geleden overleden zijn. Maar een moderne vertaling van deze teksten kan wél auteursrechtelijk beschermd zijn. De vertaler moet immers creatief nadenken over hoe die brontekst vandaag de dag in het Nederlands gelezen moet worden. En dit werk kan heel tijdrovend en duur zijn.

Zakelijk gezien is het logisch dat de exploitant van zo’n beschermd werk geld vraagt, bijvoorbeeld door per verkocht exemplaar een bedrag te vragen. Bij online diensten zou je gebruikers per maand kunnen laten betalen, of eventueel per megabyte download.

Opmerkelijk vind ik wel dat het NBV in haar Gebruiksvoorwaarden strenge regels over citeren heeft opgenomen in artikel 5.3, zoals dat er maximaal 50 verzen bijbeltekst geciteerd mogen worden en met name dat dit citeren niet voor commerciële redenen mag gebeuren.

Kan dat zomaar? Ik twijfel. Citaatrecht is een recht, en citeren mag ook in commerciële publicaties. Maar of je dat recht “weg kunt contracteren” oftewel bij overeenkomst kunt afspreken dat je niet mag citeren, is mij niet duidelijk. Ik denk het wel – je mag immers ook een geheimhoudingscontract tekenen dat je helemáál niets zult onthullen uit die documenten. Maar het belang is daarbij wel wat groter dan alleen maar “we willen geld als je veel citeert”.

Een sterker argument lijkt me dat normaal citeren

in overeenstemming [moet zijn] met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is en aantal en omvang der geciteerde gedeelten door het te bereiken doel zijn gerechtvaardigd;

en je kunt je afvragen of meer dan 50 bijbelverzen wel “redelijkerwijs geoorloofd is”. Met welk doel citeer je dan uit dit beschermde werk? Verder dan “een becommentarieerde editie van de NBG-vertaling” kom ik niet.

Ook kun je zeggen dat een app die enkel bijbelteksten toont, niet citeert met een dergelijk legitiem doel. Dat is herpubliceren van de tekst, weliswaar stukje bij beetje maar uiteindelijk is zo wel de gehele tekst in te zien. En er ontbreekt de eigen toevoeging, de context waarin je het geciteerde opneemt. En dat is de belangrijkste eis aan een citaat.

Arnoud

Europees Hof: embedden auteursrechtelijk beschermd materiaal is toegestaan

embed.jpgHet Europese Hof heeft geoordeeld dat het embedden van content geen schending van het auteursrecht inhoudt als de rechthebbende zelf de content al vrijelijk op het internet verspreidt, meldde Tweakers. Dit bepaalde het Hof in de Bestwater-uitspraak, die geen verrassing zou moeten zijn na de Svensson-uitspraak die ditzelfde ook al zei (maar dan meer over linken en framen, oké). De uitspraak is nog steeds niet officieel online, mogelijk omdat men dit een evident gevalletje vindt gezien de Svensson uitspraak. Maar goed, het is mooi nog eens expliciet bevestigd te zien dat embedden écht mag.

The embedding in a website of a protected work which is publicly accessible on another website by means of a link using the framing technology … does not by itself constitute communication to the public within the meaning of [the EU Copyright directive] to the extent that the relevant work is neither communicated to a new public nor by using a specific technical means different from that used for the original communication.

In de Bestwater-zaak hadden twee gedaagden promotievideo’s van het bedrijf op de website van een concurrent gezet, geëmbed vanuit YouTube. De Duitse rechter had vragen gesteld aan het Hof van Justitie of dit een inbreuk op auteursrechten opleverde, en het Hof zegt nu dus kort maar krachtig ‘nee’. Embedden is geen inbreuk zolang je geen nieuw publiek aanboort.

Dat criterium van nieuw publiek kennen we al uit eerdere zaken. Het is waarom de Svensson-zaak zo beslist werd: als je zelf iets op internet zet, dan is het hele internet je publiek en maakt framen of hyperlinken dat publiek niet groter.

Maar wat nu als je embedt, linkt of framet naar een bron die het niet legaal online heeft? Een Nederlandse rechter heeft bepaald dat dat wél inbreuk oplevert, omdat het publiek dan nieuw is ten opzichte van wat de rechthebbende. Maar in de Bestwater-zaak stond de video ook zonder toestemming op Youtube en toch zegt het hof “legaal”. Wellicht dat men bedoelde “ja áls je geen nieuw publiek aanboort dan is het legaal” omdat niets gevraagd was over de status van de Youtube-publicatie.

In de nog te verwachten C More-zaak (C-279/13) wordt wél nadrukkelijk nagevraagd hoe het zit bij linken naar iets dat niet legaal online staat. Dus dat blijft nog even een open vraag.

Arnoud

WhatsApp mag alles met je foto’s en teksten, is dat nieuws?

whatsappWat veel mensen niet weten: WhatsApp heeft de rechten op iedere foto die je via de app verstuurt, meldde Z24 vorige week. De bepaling is goed verstopt in de kleine lettertjes van de gebruiksovereenkomst, aldus de site, die vervolgens een Duitse jurist opvoert om te laten zeggen dat die kleine lettertjes érg ver gaan. Het zal wel aan mij liggen maar is dit werkelijk nieuws?

Al zo lang als er internetdiensten zijn, zitten daar gebruiksvoorwaarden bij. EULA, TOS, TOU, Service Agreement, hoe je ze maar wil noemen: dit zijn de regels en daar mag u het mee doen. Niet alleen zijn die regels vaak éllenlang, ze zijn ook altijd buitengewoon eenzijdig. Mijn theorie blijft dat dat komt omdat juristen getraind zijn te beginnen bij extremen en dan door onderhandeling in het midden te komen – alleen zijn er nu geen onderhandelingen. Ja, of iedereen copypaste elkaar maar na want je komt er toch mee weg, dat kan ook.

Waar het gaat over de auteursrechten van gebruikers zie je dat net zo hard terug.

Uit de WhatsApp::Legal tekst:

… by submitting the Status Submissions to WhatsApp, you hereby grant WhatsApp a worldwide, non-exclusive, royalty-free, sublicenseable and transferable license to use, reproduce, distribute, prepare derivative works of, display, and perform the Status Submissions in connection with the WhatsApp Service and WhatsApp’s (and its successor’s) business, including without limitation for promoting and redistributing part or all of the WhatsApp Service (and derivative works thereof) in any media formats and through any media channels.

Oftewel, oké je blijft eigenaar maar we mogen alles doen met je “Status Submissions” (teksten, foto’s, statusinformatie) dat we leuk vinden. Nou ja alles: bijna alles. Het moet binnen de WhatsApp dienst en bedrijfsvoering liggen, hoewel daaronder ook “promoting the WhatsApp Service” valt. Hoe dat nu hetzelfde is als Z24’s

Als WhatsApp jouw foto doorverkoopt aan een reclamebureau dat vervolgens de hele stad ermee volhangt, kun je in principe niets ertegen doen.

ontgaat me. Hooguit zou men een WhatsApp-conversatie kunnen publiceren in een reclame voor de dienst, zo van kijk eens hoe makkelijk het is en hoe leuk de discussies bij ons. En oh ja wij doen aan privacy. Oh wacht, never mind dat laatste. Maar serieus, zou WhatsApp dat óóit gaan doen? Is er überhaupt enige internetdienst die vrolijk content van gebruikers ging vercommercialiseren op reclameborden of t-shirts zonder dat vooraf te melden?

Afijn. Storm in een glas water wat mij betreft. Maar het verbaast me wel: volgens mij krijg ik elke drie maanden wel een keer een vraag van een journalist hierover, die heeft dan de TOS van een of andere dienst gelezen en daar staat ook zoiets in. Is dat nu écht zo verrassend elke keer?

Arnoud

Moeten wij nu ook schadeclaims betalen voor downloaden van films?

download-downloading-uploadenEen Belgische man dreigt een schadevergoeding van meer dan 60.000 euro opgelegd te krijgen omdat hij films, software en muziek had gedownload van de site belgium-scene.be, las ik bij Tweakers. Hij had Disneyfilms gedownload voor zijn dochters, maar werd door de Belgische Brein (BAF) aangeschreven voor € 37.714 nadat men dankzij een schikking met de sitebeheerders de downloaders had weten op te sporen. En nu we in Nederland een downloadverbod hebben, roept dat de vraag op: kan dat bij ons ook?

Het is natuurlijk ‘maar’ een eis, wat het vonnis gaat zijn moeten we maar afwachten. Maar in principe werkt het in België net als bij ons: je mag geen kopie maken van een werk zonder toestemming, en doe je dat toch dan schend je het auteursrecht. Dat is formeel een onrechtmatige daad, net als iemands auto bekrassen. En wie dat doet, moet de schade vergoeden. Ook als je het per ongeluk deed, ook als je niet wist dat het niet mocht en ook als je geen commerciële bedoelingen had.

De vraag is dus: wat is de schade? Bij een auto bekrassen is dat nog wel te bepalen. Vraag een paar offertes op van autospuiterijen, neem het gemiddelde en klaar ben je. Maar bij auteursrechtinbreuk heel wat lastiger – zie de discussie over schade bij foto-inbreuk. Waar vraag je offertes op van auteursrechtinbreukherstel?

De BAF rekent voor het gemak de verkoopprijs van de DVD als schade. Dat voelt wat erg makkelijk, maar er zit een kern van juistheid in. De schade is in beginsel de waarde van de licentie die je zou hebben gekocht in de hypothetische situatie dat je het netjes gevraagd had. In die foto-inbreukzaken wordt de schade dan ook gewoonlijk gesteld op de prijs van de foto (met 25% opslag voor opsporing en aanverwant gedoe). En als dat werkt bij foto’s, waarom dan niet bij films?

Brein heeft bij ons altijd gezegd niet van plan te zijn achter downloaders aan te gaan. Deze zaak laat zien waarom: deze meneer is zielig want onwetend en Disneyfilms dus kleine huilende dochters in roze tutu’s op televisie, dat kost je je reputatie als eerzaam handhaver van auteursrechten. Dan liever zelfverklaarde piraten aanpakken onder geroep over winst die ze maken, btw die ze dan niet afdragen en wellicht connecties naar georganiseerde misdaad of terrorisme.

Daar komt bij dat Brein als belangenorganisatie geen schadevergoeding mag eisen namens hun achterban (art. 3:305a lid 3 BW) dus het houdt snel op, mochten ze van gedachten veranderen over tutumeisjes. (Dit is bij de Belgische BAF dus anders, een equivalent van 3:305a BW kennen ze niet.)

Maar dat geldt dan alleen voor een dergelijke organisatie. Een individuele rechthebbende mag wél schadevergoeding eisen van een downloader, mits hij deze kan vinden natuurlijk. Dat zal nog niet meevallen bij filesharing, hoewel je natuurlijk altijd een honeypot kunt opzetten en IP-adressen gaan loggen. En dan via de provider deze geïdentificeerd krijgen, wat in principe zou kunnen via het Lycos/Pessers arrest.

Veel zul je er niet aan overhouden. Goed, je krijgt de verkoopprijs van de DVD als schade, en de dader moet de volledige rekening van je advocaat vergoeden. Maar zelfs voor auteursrechthebbenden lijkt het me wat harteloos om voor €17,99 iemand €8000 aan proceskosten aan te doen.

Arnoud

Vijf juridische mythes die nu echt eens naar de prullenbak moeten

mythe-verhaalMet enige regelmaat wind ik me op over juridische mythes en verhalen die ik her en der tegenkom op internet. Vandaag eens een poging er een paar te weerleggen.

Nederlands recht geldt niet vanwege je domeinnaamextensie Zo simpel ligt het niet. Een website valt onder Nederlands recht wanneer de site zich richt op Nederland. Dat is een afweging gebaseerd op een optelling van factoren. De extensie kán een factor zijn, maar weegt niet zwaar: niemand kan serieus ook maar één seconde beweren dat Bol.com niet onder Nederlands recht zou vallen met haar boekwinkel.

Hetzelfde wordt wel beweerd op basis van de locatie waar de servers staan. Het criterium blijft echter hetzelfde voor de wet. Richt je site zich op Nederland, dan val je onder Nederlands recht. Je bent nu echter óók onderworpen aan het recht van het land waar je server staat.

Je bent niet aansprakelijk voor auteursrechten zolang je maar meteen ingrijpt na klachten Deze mythe heeft een kern van waarheid: een tussenpersoon die een klacht krijgt over auteursrechtschendingen door een van zijn gebruikers, ontloopt financiële aansprakelijkheid als hij direct ingrijpt. Maar wie zelf iets publiceert, is geen tussenpersoon. Het is al discutabel of een forumeigenaar een ’tussenpersoon’ is.

Hoofdregel uit de auteurswet is dat wie rechten schendt, de schade moet vergoeden. Ook als hij dat zonder commercieel oogmerk deed. Ook als hij niet wist wie de rechthebbende was. Ook als de rechthebbende niet eerst eist dat de foto of tekst wordt verwijderd. Ook als het origineel zonder watermerk online staat. Ook als de naam van de rechthebbende er niet bij stond of er geen “Alle rechten voorbehouden” bij staat. Ook als.. nou ja, u snapt het punt.

EULA’s zijn niet rechtsgeldig Een EULA is een overeenkomst voor (eind-)gebruikers van software of internetdiensten. Daar is juridisch weinig spannends aan, dus in beginsel is dat gewoon rechtsgeldig. Natuurlijk moeten die voorwaarden wel tijdig zijn gemeld aan de gebruiker (voor of bij het sluiten van de overeenkomst) en wel zodanig dat de gebruiker deze kan opslaan of printen. Inhoudelijk mogen de voorwaarden niet onredelijk bezwarend zijn, maar zeggen dat daarom categorisch álle EULA’s niet rechtsgeldig zijn, gaat te snel.

Deze mythe komt denk ik voort uit juridische analyses waarbij een EULA niet te lezen was tot na aankoop (de shrinkwrap- of krimpfolielicentie); dat is natuurlijk niet rechtsgeldig. En er is in het Amerikaans recht de constructie van het contract of adhesion, waarmee een opgedrongen contract eerder aanvechtbaar is. Die constructie bestaat bij ons niet.

Akkoord vragen op privacyverklaringen Nee. Houd daarmee op. Een privacyverklaring legt uit wat je doet en waarom, maar kan geen basis zijn óm iets te mogen doen. Je moet toestemming hebben (en die kun je niet opeisen in een privacyverklaring of algemene voorwaarden), of je moet je kunnen beroepen op “uitvoering van de overeenkomst” of een eigen dringende noodzaak. En in die beide gevallen is toestemming vragen overbodig.

E-maildisclaimers Onzin. Echt onzin.

Weten jullie er nog meer?

Arnoud

Mag je andermans stamboom overnemen onder auteursrecht of databankrecht?

stamboom-genealogie.pngHet maken en publiceren van stambomen blijft een onderwerp met lastige juridische vragen. Met name waar het gaat om gebruik van gegeven die anderen hebben verzameld.

Het verzamelen van brongegevens voor een stamboom is een tijdrovend werk. Hergebruik van andermans gegevens is daarentegen buitengewoon eenvoudig, zeker als alles gewoon op internet staat. Niet zo gek dus dat iemand die stamboomgegevens heeft verzameld, het niet leuk vindt als een ander die gebruikt.

Toch is daar juridisch wat tegen doen, niet eenvoudig. Het meest voor de hand liggende recht, het auteursrecht, gaat eigenlijk niet op bij stambomen. Voor auteursrecht moet je creatieve arbeid hebben verricht. En hoewel het verzamelen en combineren van gegevens veel arbeid is, is die arbeid niet creatief. Feiten op een rijtje zetten en de juiste combinaties maken levert dus geen auteursrechtelijk beschermd werk op.

Dit bleek uit een onlangs gepubliceerd vonnis. In deze zaak spande de verzamelaar van een uitgebreide stamboom aan gegevens een rechtszaak aan tegen een ander die delen daaruit op een genealogie-website had geüpload. De claim werd afgewezen, want

een stamboom betreft immers een opsomming van gegevens die vaststaan en waarin dus geen creatieve keuzes kunnen worden gemaakt, omdat anders de stamboom incorrect of onvolledig is. Verder valt niet in te zien dat het verbinden van de gegevens en het trekken van conclusies uit de voorhanden zijnde gegevens enige creatieve arbeid vereist. De keuze of rangschikking van stamboomgegevens vormt geen intellectuele schepping.

Een optie die wellicht wél had kunnen werken is het databankrecht. Het verzamelen, verbinden en verrijken van een collectie gegevens in een doorzoekbaar systeem is immers haast de definitie van een databank maken. En een databank is beschermd als je voor deze handelingen een substantiële investering in tijd, moeite of geld hebt gedaan.

Hiervoor zijn echter geen harde criteria. In bovengenoemde zaak was er ook te weinig bewijs hoe veel er nu was overgenomen uit de databank, en dan houdt het ook snel op natuurlijk.

Het lijkt ergens onrechtvaardig dat iemand zo je noeste arbeid kan overnemen en er goede sier mee maken. Maar een recht geven op het resultaat van hard werken lijkt me niet bepaald wenselijk: dat zou meer blokkeren dan mogelijk maken.

Arnoud

Van wie is de Oscarselfie van Ellen Degeneres?

ellen-degeneres-selfie-oscarDe meest geretweete foto ooit: de selfie van Ellen Degeneres tijdens de Oscaruitreikingen. Doel: zo veel mogelijk beroemdheden op één foto en die dan zo vaak mogelijk verspreid via social media. Dat is gelukt, maar vervolgens lokte ze ook nog de juridische vraag uit: van wie is deze foto nu? Immers niet Ellen zelf maar meneer Bradley Cooper rechtsonder drukte op het knopje.

Hoofdregel uit het auteursrecht is dat de partij die het werk tot stand brengt, daar de rechten op heeft. Meneer Cooper is geen aap maar een mens, en hij stelde de compositie samen en drukte op het knopje van de telefoon, waardoor de foto werd gemaakt. Daarmee lijkt het evident: zijn foto. (Degeneres heeft waarschijnlijk een brede licentie tot verspreiding van de foto, want Cooper wist dat dit haar plan was.)

Maar het recht zou het recht niet zijn als hier geen uitzonderingen op te bedenken zijn. Al is het maar om in een juridische blog mee te kunnen liften op de bekendheid van de Oscars en de socialmediahype rond deze foto.

In de VS heeft men het concept work for hire, wat kort gezegd inhoudt dat de rechten toekomen aan degene die inhuurde, niet aan de inhuurder. De definitie:

(1) a work prepared by an employee within the scope of his or her employment; or (2) a work specially ordered or commissioned for use as a contribution to a collective work, as a part of a motion picture or other audiovisual work, as a translation, as a supplementary work, as a compilation, as an instructional text, as a test, as answer material for a test, or as an atlas, if the parties expressly agree in a written instrument signed by them that the work shall be considered a work made for hire. (17 U.S.C. § 101)

Cooper was geen werknemer van Degeneres’ bedrijf, dus optie (1) valt meteen af. Optie 2 zou kunnen: er was sprake van een “specially ordered” werk en dat zou nog een deel van een audiovisual work ook worden (een tweet met foto). Alleen die eis van het “written instrument” zit hier nogal in de weg, want zo’n document is er niet. Dus ook daarmee ga je er niet komen. Met als consequentie dat Cooper inderdaad zelf de auteursrechten heeft.

Bij ons is de status van de werknemer dezelfde: wie iets maakt in de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst (al dan niet onder werktijd en al dan niet onder eigen apparatuur), heeft daarop zelf geen rechten. Die komen toe aan de werkgever.

De status van een ingehuurde freelancer is echter anders. Wie ingehuurd wordt om een werk te maken (al dan niet schriftelijk vastgelegd) heeft daar zélf de rechten op. Niet de opdrachtgever. Menig opdrachtgever is daar achteraf erg verbaasd over: wel betalen, geen rechten? Maar inderdaad. Zo rolt de auteurswet. Natuurlijk mag je best afwijken van deze wettelijke regeling, dat moet je alleen wel expliciet afspreken. En daarna schriftelijk en ondertekend de rechten overdragen.

Die verbazing van opdrachtgevers kan wellicht ingegeven zijn door artikel 6 Auteurswet:

Indien een werk is tot stand gebracht naar het ontwerp van een ander en onder diens leiding en toezicht, wordt deze als de maker van dat werk aangemerkt.

Alleen wordt hiermee niet bedoeld een werk in opdracht, maar een werk waarbij de ander al het creatieve werk deed. De typiste die mijn creatieve dictaat uitwerkte, heeft dus geen auteursrecht. Maar ook de stagiair die die tekst vervolgens uitwerkt tot mooiere zinnen, aangevuld met relevante voetnoten en hier en daar wat mooi beeld, zou geen auteursrecht hebben aangezien ook hij onder mijn leiding en toezicht werkte. Maar de grens is vaag: zou ik een externe eindredacteur inhuren en zeggen “maak er eens wat moois leesbaars van” dan zou die wellicht wél een eigen auteursrecht hebben. Die heeft immers niet zo veel toezicht nodig als een stagiair.

Intrigerend was nog de opmerking uit The Wire dat Samsung de rechten op de foto wellicht had. Immers Degeneres had (naar verluidt) een contract met de telefoonmaker waarin stond dat zij de telefoons zou promoten en dat Samsung vervolgens exclusief rechthebbende zou worden op alle foto’s die ze maakte. Dat kan; dat is dan geen work for hire maar gewoon een contractuele deal waar overdracht van auteursrechten deel van uitmaakt.

Alleen moet ook dan natuurlijk Degeneres wel om te beginnen de rechten hébben. En aangezien de foto van Cooper is, is dat contract met Samsung niet relevant – hij is daar immers geen partij bij. Heel heel misschien als hij wist van het contract en wist dat ook deze foto eigenlijk daaronder had moeten vallen. Dan heeft hij misschien stilzwijgend óók dat contract aanvaardt. Maar ik zou er niet op durven vertrouwen, als dat mijn enige juridische basis was om de auteursrechten te claimen als Samsung zijnde.

Afijn. Leuk die hele juridische analyse, maar ondertussen is de foto dus dik drie miljoen Twitterfeeds door gegaan en hebben alle media er mooi publiciteit mee gegenereerd. En dat zonder een cent aan Degeneres of Cooper. (Niet dat die daar wakker van liggen natuulijk.) En dan kun je je afvragen of het überhaupt nog relevant is, auteursrecht op selfies en socialemediabeeld.

Arnoud