Ryanair ruziet met ticketwebsites, annuleert tickets

ryanair-scrapen.jpgLuchtvaartmaatschappij Ryanair heeft een hoogoplopend conflict met enkele vliegwebsites meldde Nu.nl gisteren. De sites zouden de ticketprijzen van de site van Ryanair ‘scrapen’ om daarmee leuke aanbiedingen met een minstens zo leuke marge er bovenop te kunnen doen.

De truc is dat een robotje van de vliegwebsites zich aanmeldt op de site van Ryanair, zogenaamd als onschuldige consument op zoek naar een ticket. De actuele prijzen van Ryanair worden zo uitgelezen (die kunnen per dag of zelfs per query veranderen) en met de bovengenoemde leuke marge getoond als speciale aanbieding op de vliegwebsite. Wil een bezoeker daar van die aanbieding gebruik maken, dan meldt het robotje zich weer bij Ryanair om met de gegevens van die bezoeker het ticket te bestellen.

Mag dat zomaar? Het scrapen van andermans site is juridisch nogal tricky. Je krijgt te maken met databankrechten, auteursrechten en geschifte, pardon geschriftenbescherming. Ryanair heeft al een paar jaar geleden een creatieve eigen manier bedacht om aan deze praktijken een einde te maken. Men weigert simpelweg tickets te leveren wanneer zo’n robotje het ticket bestelt namens een klant. Die manier van werken is verboden in de algemene voorwaarden van Ryanair.

Maar waar maakt Ryanair zich zo druk om? Een klant is een klant, zou je zeggen. Vliegwebsite Ebookers.ie verklaart in Silicon Republic dat het Ryanair te doen zou zijn om de extra’s die men naast de goedkope tickets probeert te slijten. Op hotel- en autohuur verdient Ryanair meer dan op de tickets, aldus Ebookers. En omdat anderen ook onder die prijzen gaan zitten, wil Ryanair hen het leven moeilijk maken.

Ryanair heeft aangekondigd te gaan lobbyen voor meer juridische bescherming van prijsinformatie en het via robotjes laten doen van bestellingen. Zucht.

Arnoud

“Providers moeten gaan optreden tegen inbreuk”

De tijd van graduated response tegen inbreuk op auteursrecht is gekomen, zo citeert Ars Technica de IFPI. Graduated response, in de VS ook wel bekend als three-strikes beleid, is een aanpak waarbij een provider bij gemelde inbreuk op rechten zelfstandig optreedt tegen de verantwoordelijke klant. Eerst met een waarschuwing, dan met een sommatie en dan met afsluiting van (een deel van) de internetdienstverlening. Zo’n systeem van waarschuwingen is in juli in Engeland ingevoerd.

Nu zie ik niet zo veel problemen met de klanten verplicht waarschuwen. Dat maakt de provider een doorgeefluik tussen klager en klant. In plaats van persoonsgegevens te moeten afgeven (met alle privacyimplicaties en -risico’s van dien) stuurt de provider langs de bekende weg de berichten door. De klant kan er dan zelf voor kiezen om direct te reageren. In de door Remy Chavannes voorgestelde Nomen Nescio-procedure zou de provider uiteindelijk ook de dagvaarding door moeten sturen, waarna de klant zelf gedaagd wordt.

Wat me wel zorgen baart, is het vervolg op “three strikes”, namelijk “you’re OUT”. Afsluiten van internet, of zelfs maar een deel daarvan, is een ingrijpende maatregel die alleen na een gerechtelijk vonnis opgelegd zou mogen worden. Recht op toegang is tenslotte een grondrecht, en daarin zijn inbreuken alleen toegelaten als die bij wet geregeld zijn. Ik zou zelfs zeggen in de strafwet, zodat je als internetter de hoogstemogelijke bescherming krijgt.

Arnoud

Website exploitant vervolgd voor ‘websmaad’ (gastpost)

mr. StaringVandaag weer een gastbijdrage van strafrechtadvocaat mr. A.H. (Bert) Staring. Mooi inhakend op de discussie van dinsdag over Fok!.

Een recent voorbeeld van strafrechtelijke vervolging van een website exploitant is de zaak van Budget Webhosting en diens directeur uit Beverwijk. Deze exploitant weigerde op bevel van de Officier van Justitie op te treden tegen de smadelijke uitlatingen op de website van ene Ruud R., destijds woonachtig in Emmen, die zijn gal spuwde over een advocaat. Zo had deze Ruud R. een advocaat ondermeer uitgemaakt voor “psychopaat, rechter bedriegend advocatentuig die schuldig is aan dood door schuld” etc..

De Officier Justitie is tot vervolging van deze exploitant overgegaan en de zaak is in juli van dit jaar voorgekomen bij de Rechtbank Assen. De Rechtbank heeft de Officier van Justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van Budget Webhosting. Tegen deze beslissing van de Rechtbank is door de Officier van Justitie hoger beroep ingesteld. De vragen die in dit verband rijzen zijn: In hoeverre een website exploitant of een andere tussenpersoon, die van een ander afkomstige gegevens die strafbare informatie bevatten doorgeeft of opslaat, het risico loopt zelf te worden vervolgd? Over welk soort delicten hebben we het dan en hoe kan vervolging worden voorkomen?

Het gaat hier dus om tussenpersonen die elektronische communicatiediensten verlenen bestaande in de doorgifte of opslag van gegevens die van een ander afkomstig zijn. Er zijn in dit verband drie vormen van dienstverlening te onderscheiden.

  • Bij ‘mere conduit’ fungeert de dienstverlener slechts als doorgeefluik: hij geeft informatie door of verschaft toegang tot een communicatienetwerk. Onder ‘mere conduit’ vallen ook de automatische, tussentijdse en tijdelijke opslag van doorgegeven informatie, voor zover deze uitsluitend dient voor de doorgifte en niet langer duurt dan daarvoor redelijkerwijs noodzakelijk is.

  • Bij ‘caching’ gaat het om het automatisch, tussentijds en tijdelijk opslaan van informatie om latere doorgifte daarvan aan andere gebruikers van de dienst doeltreffender te maken.

  • Bij ‘hosting’ gaat het (tevens) om de langer durende opslag van verstrekte informatie, hetgeen een minder passieve rol van de tussenpersoon impliceert dan bij ‘mere conduit’ en ‘caching’.
Zoals gezegd gaat het om gegevens met strafbare informatie, bijvoorbeeld smadelijke, discriminatoire teksten dan wel afbeeldingen waarvan de opslag en doorgifte strafbaar is. Maar het kan ook gaan om bedreigende teksten. Een recent voorbeeld hiervan is de aangifte van Geert Wilders tegen de beheerder van de bekende digitale vriendennetwerk Hyves wegens de jegens hem gedane doodsbedreigingen door bezoekers van deze site. Zo zouden tientallen bezoekers op de ‘Anti-Wilders hyves’ hebben geschreven dat ze de politicus ‘een kogel door zijn kop zullen schieten als ze hem tegenkomen op straat.’. Het is evenwel nog onduidelijk of de beheerder van Hyves hiervoor zal worden vervolgd.

Betekent dit dan dat providers en exploitanten of andere tussenpersonen rücksichtslos kunnen worden vervolgd? Neen, de wet voorziet in een vervolgingsuitsluiting voor deze groep tussenpersonen. De achterliggende gedachte hierbij is de vrijheid van meningsuiting in een digitale omgeving zoveel mogelijk te ondersteunen door de neiging tot preventieve censuur door de tussenpersonen, uit angst voor vervolging, weg te nemen. Er moet evenwel aan bepaalde voorwaarden zijn voldaan wil vervolging kunnen worden voorkomen.

Zo moet de tussenpersoon wel ‘als zodanig’ hebben gehandeld om gevrijwaard te kunnen zijn van vervolging. Dat betekent dat zijn optreden niet verder mag reiken dan ‘mere conduit’, ‘caching’ en/of ‘hosting’. Hij mag zich niet bemoeien met ontstaan, bestemming en/of inhoud van de doorgegeven of opgeslagen gegevens noch mag hij de opslag van gegevens onder zijn gezag of toezicht doen plaatsvinden. Bij ‘mere conduit’ en louter ‘caching’, die vooral passief van aard zijn, zal deze voorwaarde weinig problemen opleveren. Bij ‘hosting’, dat een actievere betrokkenheid bij de gegevens behelst, kan het lastiger zijn vast te stellen of aan de voorwaarde is voldaan. Indien de ‘hoster’ weet dat hij onwettige informatie opslaat, kan sprake zijn van zo’n nauwe betrokkenheid bij de gegevens dat hij niet meer een uitsluitend faciliterende rol speelt; hij treedt dan niet meer ‘als zodanig’ als tussenpersoon op. Ook samenwerking met een afnemer van de dienst om onwettige handelingen te verrichten, gaat het karakter van ‘als zodanig’ optreden te buiten. Kennis van het strafbare karakter van de informatie is evenwel geen onderdeel van de vervolgingsuitsluiting.

Daarnaast moet de tussenpersoon voldoen aan een bevel van de Officier van Justitie om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om gegevens ontoegankelijk te maken. Maar dit bevel kan de Officier Justitie alleen geven als hij hiervoor toestemming heeft gekregen van de rechter.

Welnu, in de hier bovengenoemde zaak van Bugdget Webhosting had de Officier van Justitie weliswaar toestemming gevraagd aan de rechter maar deze niet gekregen. Toch heeft de Officier Justitie Budget Webhosting bevolen om op te treden tegen de smadelijke uitlatingen op de website van Ruud R.. Daar Budget Webosting dit bleef weigeren is de Officier Justitie tot vervolging overgegaan en is de zaak voorgekomen bij de Rechtbank Assen. Volgens de rechter te Assen is het Officier van Justitie hiermee over de schreef gegaan aangezien de vereiste toestemming voor een bevel ontbrak. Budget Webhosting is daardoor een beroep op een vervolgingsuitsluitingsgrond onthouden. Het OM had volgens de rechter dan ook niet tot vervolging mogen overgegaan. Het Openbaar Ministerie is daarom niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van Budget Webhosting. Tegen deze beslissing is de Officier van Justitie vervolgens in hoger beroep gegaan. Deze zaak krijgt dus nog een staartje.

mr. A.H. (Bert) Staring is advocaat in Arnhem, gespecialiseerd in strafrecht.

Grenzen aan columns en de aansprakelijkheid van Fok!

halsema-oplopers.jpgOok de websatire kent grenzen, schreef NRC gisteren. Dit natuurlijk naar aanleiding van de column ‘Femke Halsema moet dood’ van Driek Oplopers bij Fok!. De column zou ironisch bedoeld zijn en “Groenlinks slechts een spiegel voor hebben willen houden in hoe de partijleider de affaire-Duyvendak heeft afgehandeld”. Dat had, zacht gezegd, dan wel iets duidelijker uit de pen kunnen komen. Zoals ik tegenover NRC zei, “dit was een persoonlijk gekleurde oproep om iets bij haar huis te doen. Elke relativering ontbrak.” (Hij zei ooit vrijwel hetzelfde over Geert Wilders maar dat is nooit opgepikt.)

In het NRC artikel nog een intrigerende opmerking van Michael Polman van provider Antenna (en “van ISOC“?):

Het is onduidelijk wie er, behalve de scribent zelf, verder nog strafrechtelijk vervolgbaar is bij dergelijke oproepen. De website zelf is in elk geval juridisch aansprakelijk en steeds vaker ook de providers. Die plegen, om dat te voorkomen, in toenemende mate zelfcensuur”, zegt Michael Polman van Internet Society Nederland en internetprovider Antenna. Internetproviders krijgen volgens hem nu al te maken met justitiële acties als tapverzoeken en inbeslagnames van sites als de officier van justitie of de rechter-commissaris daarom verzoekt.

Ik vraag me af of Fok! hier inderdaad zo evident aansprakelijk zou zijn. Fok! leest columns van vaste columnisten niet vooraf en past dus geen selectie toe in wat deze mensen schrijven. Daarmee zou in eerste instantie alleen de columnist zelf aansprakelijk moeten zijn. Hoewel je je natuurlijk kunt afvragen of je bij een columnist die op het redactionele deel van een site publiceert niet had moeten screenen.

De link met de zelfcensuur van providers zie ik alleen niet. Het was Fok! dat de column weghaalt, de website dus en niet de provider van Fok!.

Bovendien zou het wel erg vreemd zijn als providers overgingen tot zelfcensuur. Juist wanneer ze vrijwillig op zoek gaan naar mogelijke problemen en die pagina’s blokkeren, worden ze aansprakelijk voor wat ze laten staan. Ik hoop dus maar dat Polman met die ‘zelfcensuur’ bedoelde dat men pagina’s na klachten weghaalt.

Arnoud<br/> (afbeelding via De Pers)

Is een webformulier invullen een koop op afstand?

archief-opslag-catalogus.jpgEen lezer had via een website een aantal motoronderdelen besteld. Dit was geen moderne winkel met winkelwagentje en online catalogus; hij moest de nummers noteren en via het bestelformulier de bestelling doorgeven. Zo gezegd, zo gedaan. Hij had alles netjes ingevuld, zijn adres erbij gezet en op “Aanvragen” geklikt. Het bedrijf had hem een mail gestuurd met wat het zou gaan kosten, en hij had teruggemaild dat dat prima was. Een paar dagen later bedacht hij zich, maar het bedrijf wilde de overeenkomst niet ontbinden. Dat mocht onze lezer helemaal niet, aldus de bedrijfsleider, want dit was helemaal geen overeenkomst op afstand. Oh nee?

Voor een overeenkomst op afstand moet er volgens artikel 7:46a lid a BW “tot en met het sluiten van de overeenkomst uitsluitend gebruik wordt gemaakt van één of meer technieken voor communicatie op afstand”. Dat is elk middel waarmee je met elkaar kunt communiceren zonder dat je bij elkaar aanwezig bent (lid d). Een formulier op een website valt daar ook gewoon onder. E-mail ook. Dus wordt hier gebruik gemaakt van “één of meer technieken voor communicatie op afstand”.

Ook moet de winkelier gebruik maken van een “door de verkoper of dienstverlener georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand”. Zoals de ConsuWijzer het formuleert, de winkelier moet dus “normaal gesproken” verkopen via zo’n middel voor communicatie op afstand. Een winkel die een keer via de website een mailtje met een bestelling accepteert, is dus nog niet altijd bezig met koopovereenkomsten op afstand.

Een winkel die zijn site voorziet van een bestelformulier, is echter toch echt structureel bezig met bestellingen accepteren via internet. En dat maakt de overeenkomsten die via het formulier gesloten worden, overeenkomsten op afstand met alle bijzondere rechten en plichten van dien.

Tentamenvraag: wanneer is de overeenkomst tot stand gekomen? Bij het drukken op de “Aanvragen” knop, bij het mailtje met de prijsopgaaf of bij de retourmail met “prima”?

Arnoud

Internet recht en usability: meer overeenkomsten dan je denkt! (bij Usarchy)

Gisteren verscheen bij Usarchy een mooi artikel over de usability van webwinkels. Mijn collega Steven Ras schreef mee.

Typisch geval: De webbouwer is net klaar met de nieuwe webwinkel van zijn klant. Hij is er trots op: Het bestelproces is een fluitje van een cent, de pagina’s zijn mooi minimalistisch en nergens irritante kleine lettertjes of knopjes. Maar dan krijgt de bedrijfsjurist lucht van de lancering…

Had onze webbouwer dan nooit van de Wet Koop op Afstand gehoord? Waarom waren de algemene voorwaarden niet prominent in beeld? En wist hij wel dat het niet voldoen aan de wettelijke informatieplichten tot een boete van duizenden euro’s kon leiden?

Lees verder in Internet recht en usability: meer overeenkomsten dan je denkt! bij Usarchy.

Arnoud

Afgeschermde Hyve is toch openbaar?

Een afgeschermd Hyves-profiel kan in geval van smaad als openbaar worden beschouwd, meldde Nu.nl gisteren. Bij een afgeschermde Hyve kunnen alleen mensen die als ‘vriend’ zijn toegevoegd, iemands profiel of krabbels (berichten) lezen. Voor smaad (art. 261 Strafrecht) is echter nodig dat de uitlating in het openbaar gedaan wordt. Wat je tijdens het afwassen tegen je moeder zegt (hoi mam!) kan dus geen smaad zijn. Wat je op een zeepkist in het park zegt, is openbaar en kan dus smaad zijn.

De politierechter in Assen heeft afgelopen maandag besloten dat een afgeschermde Hyve eerder te vergelijken is met een zeepkist in het park dan de keuken van mijn moeder. Irritant is wel dat dat vonnis dus nergens te vinden is (wie het heeft, mag het mailen, graag!) zodat ik de motivatie niet kan nalezen of bespreken. Update (9 november 2009) het vonnis is bevestigd in hoger beroep.

In een vonnis van afgelopen juni bepaalde de rechtbank Amsterdam nog dat een internetforum (Polinco) geen openbaar medium was, omdat men niet onverhoeds tegen de uitlatingen op het forum aan kon lopen. In een recent arrest van het Gerechtshof in Amsterdam werd deze redenering echter juist weer onderuit gehaald:

Door gebruik te maken van het internet heeft verdachte welbewust gekozen voor een medium met een groot potentieel publieksbereik en kon via zijn website ook daadwerkelijk een groot publiek worden bereikt. Daaraan doet niet af dat internetgebruikers de website van verdachte moesten aanklikken en aldus “niet ongevraagd” zoals bij het medium radio of televisie, met verdachte’s opinies in aanraking kwamen. Niet gebleken is dat de website bijvoorbeeld met een wachtwoord was beschermd. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van internet een enorme vlucht heeft genomen en het hof ziet geen reden voor wat het publieksbereik betreft een onderscheid te maken tussen radio en televisie enerzijds en internet anderzijds.

Intrigerend hier vind ik die opmerking over wachtwoorden. Zou het arrest anders zijn uitgevallen als er wel een wachtwoord op de site had gezeten? Want dan zou de smadelijke Hyve ook niet verboden hoeven worden. Een systeem met autorisatie op basis van een vriendenlijst lijkt me toch sterk vergelijkbaar

Hoe openbaar vinden jullie dat afgeschermde Hyves-krabbels of profielen zijn?

Arnoud

Het boetebeding bij auteursrecht-claims

Gisteren verscheen in De Nieuwe Reporter ‘Bloggers moeten niet zeuren over blafbrieven’, een mooi overzichtsartikel over de recente perikelen rond bloggers en claims van journalisten en anderen wier werk onterecht zou zijn overgenomen. Ik werd geïnterviewd als “advocaat van de blogger-community”, wat nogal veel eer is (en bovendien ben ik geen advocaat).

Hier wilde ik nog even dieper ingaan op één quote van mij uit het artikel:

“Ik ben geen fan van de manier waarop bedrijfjes als Cozzmoss en Swordstone, maar tot op zekere hoogte ook de NVJ, te werk gaan”, zegt Engelfriet. “Lang niet iedereen is goed op de hoogte van de wettelijke regels. Dat is natuurlijk geen excuus, maar wel een reden om rekening mee te houden als je als rechthebbende iemand aanspreekt. Een blogger die te goeder trouw is en meent een heel artikel als citaat te mogen overnemen, behoort geen sommatie van duizenden euro’s, inclusief een verhoging van driehonderd procent conform de NVJ-tarieven, opgelegd te krijgen in een brief.”

Die 300% verhoging staat in de algemene voorwaarden van de NVJ (en de Fotografenfederatie) als vergoeding die verschuldigd zou zijn bij ongeautoriseerd gebruik. Veel claimers roepen dat dit normaal is en in de jurisprudentie erkend zou zijn. Dat steekt me behoorlijk, want het is simpelweg niet waar.

De rechtspraak staat namelijk juist in overwegende mate afwijzend tegenover constructies als deze, waar een claim wordt gelegd met het karakter van een boete. Ik citeer uit een aantal relevante vonnissen. Update zie ook mijn artikel met samenvatting van meer dan 50 uitspraken Vaststellen van schade bij online auteursrechtinbreuk dat in AMI verscheen in 2012.

In Rb. Maastricht 8 februari 2006, zaaknr. 103834/HA ZA 05-836 (LJN AV2506) oordeelde de rechtbank in r.o. 3.5:

Voor ophoging van [het schadebedrag] met een opslag van 200 %, zoals door Magnovit c.s. met verwijzing naar de algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie bepleit, ziet de rechtbank geen grond. Een dergelijke opslag draagt naar het oordeel van de rechtbank het karakter van een boete, waarvoor in het onderhavige geval een contractuele noch een wettelijke grondslag bestaat. Bovendien is niet gebleken van bijzondere omstandigheden – wat de plaatsing zonder toestemming betreft – die aanleiding zouden kunnen geven tot een hogere schadebegroting.

Rechtbank ’s-Hertogenbosch 11 januari 2006, zaaknr. 126357 HA ZA 05-1099 (LJN AU9504):

5.12. Voor toekenning van de door [eiser] gevorderde additionele vergoeding van 200% van de gebruikelijke vergoeding overeenkomstig artikel 15 van de Algemene Voorwaarden van de Fotografenfederatie, bestaat geen ruimte. Toepasselijkheid van die voorwaarden is immers niet tussen [eiser] en [gedaagde] overeengekomen en er bestaat evenmin een wettelijke grondslag voor het opleggen van een dergelijke verhoging, die naar het oordeel van de rechtbank het karakter van een boete heeft.

En in het standaardwerk Auteursrecht (Kluwer Recht en Praktijk 42) van Spoor/Verkade/Visser staat op pagina 498-499:

Gebruikelijke tarieven of percentages kunnen menigmaal een reëel aanknopingspunt vormen [voor een schatting van de schade]. Zulke tarieven zijn echter weer niet zonder meer gelijk te stellen met eventuele door de eiser gehanteerde tarieflijsten. … Een beroep op deze variant gaat o.i. niet op, voor zover de tarievenlijsten (soms zeer aanzienlijke) verhogingen inhouden voor het geval men het niet vooraf eens geworden was. Het gaat dan immers juist niét om gebruikelijke overeengekomen of overeen te komen tarieven, maar om eenzijdig geproclameerde boetes. Een grondslag voor het hanteren van evenbedoelde “boetes” voor berekening van schadevergoeding treffen wij niet aan in de artikelen 6:96 en 6:97, noch elders in de wet. [cursivering in origineel.]

Als iemand meer bronnen heeft, hoor ik dat graag!

Ook gepubliceerde jurisprudentie waarin deze claims wel overeind bleven, is welkom.

Update (19 juli 2011): Rb. Den Haag over luchtfoto’s:

4.27. Voor toekenning van de door Aerodata gevorderde additionele vergoeding van 300% van haar gebruikelijke vergoeding voor het publiceren zonder toestemming en zonder naamsvermelding zoals volgens haar in de fotografie branche gebruikelijk is, bestaat geen ruimte. Dat een dergelijke richtlijn in de fotografie branche wordt toegepast heeft Aerodata onvoldoende nader onderbouwd en er bestaat evenmin een wettelijke grondslag voor het opleggen van een dergelijke verhoging, die naar het oordeel van de rechtbank het karakter van een boete heeft.

En zie ook de Sapph-zaak uit januari van dit jaar.

Update (21 juli 2011): Rb. Dordrecht in een Cozzmoss-zaak:

4.19. De rechtbank neemt voor de begroting van de schade als uitgangspunt dat de kranten tenminste aanspraak hebben op voldoening door BVFP van een redelijke gebruiksvergoeding. … [Echter,] De rechtbank begrijpt uit de stellingen van Cozzmoss dat het gevorderde freelance tarief het tarief is dat de NRC betaalt aan een auteur voor het schrijven van een artikel. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit tarief niet zonder nadere toelichting worden gehanteerd als maatstaf voor de begroting van een redelijke hergebruik vergoeding.
Van Cozzmoss mag worden verwacht dat zij voldoende stelt om aan te kunnen nemen dat sprake is van een hogere schade dan de gederfde gebruiksvergoeding. Anders komt de verdubbeling neer op een boete, in plaats van schadevergoeding. Voor toewijzing van een boete is binnen het kader van artikel 27a Auteurswet geen plaats. … Het enkele feit dat het auteursrecht is geschonden/aangetast is onvoldoende. De daardoor veroorzaakte schade wordt in een geval als dit – waarin de rechthebbenden toestemming voor hergebruik tegen betaling plegen te geven – immers volledig gecompenseerd door de redelijke gebruiksvergoeding.

Update (12 september 2011) Rb. Utrecht in een Cozzmoss-zaak:

Uit de stellingen van Cozzmoss kan echter onvoldoende worden afgeleid dat Trouw, de Volkskrant en ND een hogere schade lijden dan de gederfde gebruiksvergoeding. Het gestelde dat het auteursrecht is geschonden/aangetast en dat sprake is van verlies van exclusiviteit van de auteursrechten en vermindering van exploitatiemogelijkheden is onvoldoende om als schadevergoeding meer dan een redelijke gebruiksvergoeding toe te wijzen …

Voor zover uit het betoog van Cozzmoss is af te leiden dat de verdubbeling dient ter preventie tegen toekomstige inbreuken op het auteursrecht, leidt dit ook niet tot toewijzing van een hoger bedrag dan een redelijke gebruiksvergoeding. Voor toewijzing van een boete is binnen het kader van artikel 27a Auteurswet immers geen plaats.

Update (16 februari 2012) Rb. Haarlem:

De rechtbank zal deze 100%-opslag afwijzen, nu zonder nadere motivering – die ontbreekt – niet valt in te zien waarom een (vaste) extra opslag boven de gederfde licentie-inkomsten in verband met het feit dat men achteraf voor de afbeeldingen betaalt, moet worden aangemerkt als schade die Masterfile Corporation heeft geleden.

Update (20 maart 2013) Gerechtshof Arnhem:

… het bedrag van de schadevergoeding worden afgeleid uit elementen als het bedrag aan royalty’s of vergoedingen dat verschuldigd zou zijn geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het intellectuele eigendomsrecht te gebruiken. Daarbij dient tevens rekening worden gehouden met de kosten van de rechthebbende, zoals voor opsporing en onderzoek.
Schade wordt berekend als 1,25 maal de gebruikelijke licentievergoeding per woord. Zie ook mijn latere blog hierover.

Update (20 maart 2013) Rb. Midden-Nederland:

Voor zover [Eiser] betoogt dat de verhoging op zijn plaats is ter preventie tegen toekomstige inbreuken op het auteursrecht, gaat de kantonrechter daaraan voorbij. Dit zou neerkomen op een boete in plaats van schadevergoeding en voor toewijzing van een boete is binnen het kader van artikel 27a Aw geen plaats.

Update (24 maart 2013) Rb. Midden-Nederland:

Verhoging van het schadebedrag met de factor 1,25 wordt afgewezen, nu onvoldoende is gebleken dat Trouw een hogere schade lijdt dan de gederfde gebruiksvergoeding en verhoging ter preventie tegen toekomstige auteursrechtinbreuk zou neerkomen op een boete, waarvoor binnen het kader van artikel 27 Aw geen plaats is.

Arnoud

Hosten van onrechtmatige torrentsites ook onrechtmatig

Helemaal vergeten te melden, sorry. Twee weken terug werd provider Leaseweb in een arrest in hoger beroep veroordeeld wegens het hosten van de site Everlasting, waar torrentbestanden naar illegaal aangeboden films, muziek, software en dergelijke te vinden waren. In eerste instantie werd Leaseweb verplicht de site te sluiten en de NAW-gegevens van de klant aan Brein af te geven. Dat vonnis is nu bekrachtigd.

We weten al dat het hosten van verwijzingen naar inbreukmakend aanbod verboden is, als dat grootschalig en op commerciele basis gebeurt. Zie bijvoorbeeld Brein/KPN. En dat werd ook in dit vonnis bevestigd:

Dit een en ander leidt naar het voorlopige oordeel van het hof tot de conclusie dat Everlasting welbewust een faciliterende rol speelde bij het op grote schaal inbreuk maken op de auteursrechten en/of naburige rechten – naar moet worden aangenomen – (mede) van diegenen voor de bescherming van wier belangen Brein in dit geding opkomt. Daarmee handelt zij onmiskenbaar onrechtmatig jegens diegenen.

Maar hier gaat het nog iets verder: niet de aanbieders van de torrentsite werden gedaagd, maar hun provider, Leaseweb. Want:

Nu het handelen van Everlasting onmiskenbaar onrechtmatig was, dit handelen plaats vond op de door Leaseweb ge-‘hoste’ website en Brein Leaseweb daar voldoende adequaat op had geattendeerd, handelde Leaseweb op haar beurt onrechtmatig door de website niet te verwijderen.

Brein is natuurlijk blij met de uitspraak. Maar ook Leaseweb is tevreden: er is nu helderheid over wat wel en niet mag, en Leaseweb voelt zich nu gesterkt in haar besluit om alle torrentsites te weren als klant. Bij ISPam de reactie van Leaseweb:

We zijn blij met de uitslag van ons hoger beroep tegen stichting Brein. Het is een winst voor LeaseWeb en voor de hostingmarkt. Wij hebben absoluut bereikt wat we wilden bereiken. Eindelijk is er in Nederland juridische duidelijkheid over de status van Bittorrent in Nederland. Door de rechtszaak die we gevoerd hebben, is het pas nu voor iedereen helder dat Bittorrent in Nederland illegaal is.

Die laatste zin is dan wel weer jammer: Bittorrent is niet illegaal, Bittorrent sites zijn niet illegaal, maar Bittorrentsites die verwijzen naar illegaal aanbod zijn illegaal. Maar dat zal wel te genuanceerd zijn geweest.

Arnoud

Stichting Copyright & Nieuwe Media

Ik sta in statuten! Op 7 juli 2008 vond de oprichting en openingsbijeenkomst van de Stichting Copyright & Nieuwe Media plaats, met mij als secretaris. Doel van de stichting is het zich sterk maken voor de belangen van een ieder die op internet publiceert. Steeds meer bloggers en andere actieve internetters lopen tegen juridische problemen of zelfs claims en rechtszaken aan. Hoe ga je daarmee om, wat moet je daarmee doen en waarom is er niemand die tegengas geeft aan clubs als de Buma, BREIN of de Fotografenfederatie en NVJ? Daar is deze stichting dus voor.

De stichting is nog jong, en de website is dus nog vrij leeg. Dat is dus meteen het eerste actiepunt (en nee, daar gaan we niet eindeloos over vergaderen).

Eén van de dingen die de stichting wil doen, is een meldpunt/helpdesk bieden voor mensen die tegen claims of rechtszaken aanlopen. Denk aan bloggers die een plaatje van 150×150 pixels overnemen en een claim van 1578 euro (“inclusief verhoging van 300% conform standaardvoorwaarden NVJ”) in hun mailbox krijgen. Om daar goede hulp bij te bieden, is medewerking van juristen en advocaten nodig die bereid zijn de nodige bijstand te leveren. Meelezende kantoren: ik hoor graag van u.

Een andere nieuwe activiteit is inderdaad ordinair lobbyen voor nieuwe of herziene wetgeving. Bij veel overleg over auteurswetgeving zitten alleen de bekende, gevestigde partijen aan tafel. En dat is niet goed, als je wetgeving wilt maken die goed aansluit bij internet, blogs en webforums. Vandaar dat de stichting een ander geluid wil laten horen tijdens consultatierondes over wetgeving en aanverwante initiatieven. Een uitgebreider citaatrecht, of misschien wel een compleet fair use systeem zoals in de VS, zou best een goed idee zijn.

Arnoud