Meningsuiting op internet ook grondwettelijk beschermd

Grondrechten gelden ook gewoon op internet. Dat lijkt logisch, maar het is toch goed om te zien dat dat principe ook in de rechtspraak gevolgd wordt. In een recent vonnis van de Europese strafkamer van de rechtbank Amsterdam wordt een uitlating op internet als “minder openbaar” aangemerkt dan bijvoorbeeld radio of televisie. Daarom zal er bij uitlatingen op internet minder snel sprake zijn van strafbare belediging of discriminatie.

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is het belangrijkste verdrag voor grondrechten in Europa. Het recht op vrije meningsuiting wordt in dit verdrag gegarandeerd. Een inbreuk daarop mag alleen als dat bij wet geregeld is, de inbreuk noodzakelijk is om de goede naam of rechten van anderen te beschermen, en de maatregel ook nog eens de best passende (minst erge) remedie is om die anderen te beschermen.

Belediging, smaad, laster, haatzaaien en dergelijke zijn in het Wetboek van Strafrecht verboden. Een strafrechtelijke vervolging mag dus in principe, maar de staat moet hier wel heel terughoudend mee zijn. Het is tenslotte een zeer zwaar middel. In veel gevallen kun je het beter overlaten aan de beledigde of besmade persoon zelf om bij de rechter actie te ondernemen (of niet natuurlijk). En de vervolging moet ook nog eens noodzakelijk zijn om die anderen te beschermen. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens legt dit strikt uit: er moet een “dringende maatschappelijke noodzaak” zijn, een dringend algemeen belang, om op te treden tegen een meningsuiting. Dat zal er niet snel zijn – zeker als het gaat om politieke discussie mag je erg veel zeggen.

In deze zaak vond de rechtbank dat de uitlatingen wel degelijk beledigend bedoeld waren. Het waren vooral grove woorden zonder dat daar nu enige bijdrage aan een debat uit op te maken was. Maar: deze werden geuit op een forum, en voor strafbare belediging moet je in het openbaar gesproken of gepubliceerd hebben. En dat was hier niet het geval. De rechtbank vroeg zich af

of de groepen in kwestie redelijkerwijs tegen de beledigende uitlatingen konden aanlopen, en dus ongevraagd met de uitlatingen geconfronteerd konden worden, zonder zich daartegen te kunnen beschermen. Als verdachte de uitlatingen in zodanige openbaarheid had gedaan dat mensen er onverhoeds tegenaan zouden lopen, zou het opzet op de openbaarheid zonder meer zijn komen vast te staan. Aannemelijk is echter dat verdachte juist door de keuze voor het forum [naam forum] in de veronderstelling verkeerde – en ook de bedoeling had – dat zijn uitlatingen slechts door een klein groepje gelijkgestemden zouden worden gelezen. Zijn opzet was derhalve gericht op een beperkte mate van openbaarheid.

Je moest met andere woorden echt actief op zoek naar deze uitlating. Het was zelfs nodig om je te registreren op het forum voordat je het kon lezen. Je kon er niet onverhoeds tegenaan lopen, aldus de rechtbank. Daarmee vindt de rechtbank deze uitlating wezenlijk anders dan een mededeling op radio of televisie, waar je zomaar onverhoeds tijdens het zappen tegenaan kunt lopen.

Deze Europese strafkamer heeft nog meer uitspraken waarin aan het EVRM werd getoetst, gedaan. En dat is ook precies het doel van deze afdeling van de rechtbank: in het verleden werd niet altijd even expliciet nagegaan of een inbreuk op een grondrecht eigenlijk wel mocht gezien het EVRM. Vandaar dit samenwerkingsverband tussen de afdelingen strafrecht van de rechtbanken van Amsterdam, Alkmaar en Haarlem.

(Bedankt, Piter!)

Arnoud

Productfoto’s en -tekst overnemen van je concurrent, mag dat?

Stel je wilt een webwinkel beginnen. Dan zijn foto’s en teksten van je producten natuurlijk een must. Dat kun je wel zelf gaan schrijven en fotograferen, maar niet iedereen heeft daar zin in. Wat doe je dan? Dan kopieer je dat van de concurrent. En wat doet die dan? Die begint een rechtszaak wegens inbreuk op het auteursrecht.

Webwinkel De Roode Roos had teksten en foto’s van “orthomoleculaire voedingssupplementen” (wie weet wat dat zijn, mag het zeggen) online. Concurrent De Rooij bleek dezelfde foto’s en teksten te hebben, inclusief spelfouten. Inbreuk op het auteursrecht, volgens De Roode Roos. Welnee, volgens De Rooij. Die teksten kwamen uit het Vademecum Integrale Geneeswijzen, en die foto’s waren helemaal niet auteursrechtelijk beschermd.

Pardon? Natuurlijk, als er geen creativiteit bij een foto komt kijken, zit daar geen auteursrecht op. Denk aan een pasfoto uit zo’n fotohokje, of de opnames van een vast opgehangen beveiligingscamera. Maar er is meestal maar bar weinig creativiteit nodig. Een productfoto vereist toch enig nadenken over hoek, belichting, kleurstelling en dergelijke om het product goed uit de hoek te laten komen. Maar De Roode Roos had toch iets meer moeten doen:

Het product maakt het hoofdbestanddeel uit van de foto, daaromheen is slechts een klein wit kader te zien. Kennelijk stond bij het maken van de foto’s een zo objectief mogelijke weergave van het product, van hoge kwaliteit en met goede zichtbaarheid van het etiket, centraal. … Hoewel de voorzieningenrechter niet ontkent dat ook binnen dit kader nog marginale variaties mogelijk zijn, zijn deze in dit geval van ondergeschikt belang aan de zo natuurgetrouw en correct mogelijke weergave van het te fotograferen product.

Daarmee waren deze productfoto’s niet auteursrechtelijk beschermd. Het enige creatieve was het watermerk met het logo van De Roode Roos, en juist dat had De Rooij er afgesloopt voordat ze de foto overnamen.

Ook op de teksten zat geen auteursrecht. De Roode Roos had niet letterlijk overgetypt, maar zich wel zwaar gebaseerd op dat Vademecum, en op de etiketten van de producten. Bovendien beschreven de teksten alleen kort en zakelijk objectieve informatie over de producten. En een opsomming van eigenschappen en ingrediënten van een product is niet auteursrechtelijk beschermd.

Toch kwam De Rooij niet zomaar weg met het overnemen van al die teksten en foto’s. Zo veel materiaal van je concurrent overnemen is maatschappij onzorgvuldig (“niet netjes”) en daarom toch onrechtmatig. In plaats van alles bij je concurrent te halen, had je ook zelf wat foto’s en teksten kunnen maken. Profiteren van het werk van je concurrent is niet de bedoeling.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

Virtueel centen oprapen loont?

Toen ik een hele tijd geleden een Google Adsense account opende, maakte Google 79 cent naar me over om te verifiëren of mijn bankrekeningnummer klopte. Toch leuk als eerste inkomsten. Er zijn meer diensten die dat doen, onder andere Schwab en E*Trade. Kun je rijk worden van die centjes? Ene Michael Largent (sic) heeft het geprobeerd, las ik op NU.nl. De truc:

Largent schreef een computerscript dat hem automatisch vele malen aanmeldde. Zo opende hij zo’n 58 duizend beleggingsrekeningen, waarop de kleine bedragen binnenkwamen. Ook van Googles betaaldienst Checkout wist hij op vergelijkbare wijze ruim achtduizend dollar los te peuteren.

Op zich is dat legaal. Alleen, die bedrijven houden natuurlijk bij wie er een account opent, dus je zult heel veel bedrijven moeten vinden om hier rijk mee te worden. Of je neemt natuurlijk een valse naam aan met een eveneens vals rekeningnummer. En dat heet fraude.

Wie weet er legale trucs om rijk te worden met Adsense of andere internetdiensten?

Arnoud

De ondernemer op de Marktplaats.nl

Een lezer verkoopt regelmatig producten via Marktplaats.nl, en vroeg zich af wanneer hij nu te maken zou krijgen met de wettelijke regels voor consumentenkoop. Hoe veel producten moet hij daarvoor verkopen? Of welk ander criterium geldt er om te bepalen of hij zich aan deze regels moet houden?

Bij een consumentenkoop gaat het om de verkoop van een product aan een consument. Maar de verkoper moet dan wel handelen “in de uitoefening van een beroep of bedrijf”, zoals de wet (artikel 7:5 BW) dat noemt. Het lastige is alleen dat de wet daar geen definitie voor geeft. Er is dus geen duidelijk criterium waarmee dit eenduidig vast te stellen is.

Je kunt kijken naar bijvoorbeeld een inschrijving in het handelsregister. Als die er is, dan handelt de verkoper bedrijfsmatig. En als hij een BV of andere rechtsvorm heeft opgezet, is het ook duidelijk. Maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Wat te denken bij bijvoorbeeld iemand die een Tupperware-party organiseert bij haar thuis? Volgens de Tekst & Commentaar is dat ook bedrijfsmatig handelen. De Tupperware-lady zal dus bijvoorbeeld moeten bewijzen dat een defect aan een product dat binnen zes maanden optrad, de schuld is van de koper (7:18 lid 2 BW, zie ook Alex’ gastpost over conformiteit).

In een zaak uit november 2007 kwam deze vraag aan de orde bij een hondenfokker. De koper had een pup gekocht van deze fokker, maar de pup bleek chronische nierfalen te hebben. De koper beriep zich op zijn wettelijke bescherming als consument, en de verkoper verweerde zich dat hij geen professionele fokker was. Hoe ging de rechter hiermee om?

Wil sprake zijn van beroeps- of bedrijfsmatig fokken, dan dient sprake te zijn van het in een zekere omvang en anders dan incidenteel fokken. … Het hof neemt als uitgangspunt dat ten aanzien van de vraag of de verkoper in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft gehandeld beslissend is wat partijen over en weer hebben verklaard en wat zij over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden. Veel zal afhangen van de manier waarop de verkoper naar buiten treedt. De professionaliteit van het handelen, dient aldus van geval tot geval te worden beoordeeld.

Vervolgens toetst het Hof een hele serie criteria, en komt tot de conclusie dat geen van allen een conclusie rechtvaardigen dat de verkoper bedrijfsmatig bezig was. Ik loop ze even langs:

  • Een fokkerij hebben: een bedrijfsmatige fokkerij kan natuurlijk, maar niet elke fokkerij is een bedrijf.
  • Een naam voeren: de klant noemde dit een handelsnaam, maar bij ook bij pure hobbyfokkers is het gebruikelijk om je kennel een naam te geven. Als uit de naam iets zou blijken dat een professionele activiteit suggereert, zou dat misschien anders zijn (denk aan woorden als “professional”, of “services”).
  • Adverteren: de verkoper adverteerde in een clubblad met haar dekreu en pups, maar omdat het blad alleen op hobbyisten gericht was, en een kleine oplage had, was de advertentie nog geen bewijs van professioneel handelen. Ook consumenten adverteren producten en diensten die zij willen leveren.
  • Een website hebben: goed, het speelde in 2004, maar ook toen al hadden genoeg consumenten en hobbyisten websites. Een fokker die trots is op zijn kennel, kan daar dus een website voor maken en daarop melden dat hij een dekreu heeft waar anderen tegen betaling gebruik van mogen maken.
  • Een betaalde kracht hebben: de verkoper betaalde iemand om te helpen in de kennel. Dat kunnen ook consumenten doen (bijvoorbeeld de hulp in de huishouding). Ook dat zegt nog niet dat je een bedrijf hebt dus.
  • Deskundig en ervaren zijn: de verkoper deed dit al jaren, maar ook hobbyisten kunnen zeer deskundig en ervaren zijn. Wederom geen bewijs dus.

Geen van de genoemde criteria afzonderlijk, noch de combinatie daarvan, overtuigde het Gerechtshof dus dat sprake zou van beroeps- of bedrijfsmatig handelen door de verkoper.

De Belastingdienst hanteert andere criteria. Zij kijken naar tijd die je in de activiteit steekt, of je financieel risico loopt, of je jezelf naar buiten presenteert als onderneming en natuurlijk of je winst maakt. Daarover kwam in deze zaak niets aan de orde. Maar het lijkt mij dat iemand die door de Belastingdienst als ondernemer wordt aangemerkt, voor het consumentenrecht als “verkoper die handelt uit beroep of bedrijf” gezien zal worden.

Met dank aan Rechtenforum.nl.

Update (20 februari 2011) zie ook deze zaak waarin

De advertentie op het Internet was gesteld op naam van [bedrijf 1] (r.o. 4.1. onder a), de eenmanszaak van [appellante]. [echtgenoot appellante] heeft ter gelegenheid van de comparitie van partijen verklaard dat “ons bedrijf” [bedoeld is: het [bedrijf 1] van [appellante]; toev. hof] zo’n 30 à 40 paarden binnen heeft staan, waarvan enkele merries die ieder jaar een veulen krijgen waarvan sommige worden verkocht. [appellante] bood met enige regelmaat onder haar bedrijfsnaam paarden te koop aan op het Internet. Dit alles leidt het hof tot de conclusie dat de verkoop van Pubertha aan [geïntimeerde] is geschied in het kader van het bedrijf van [appellante].

Update (22 mei 2012) iets andere context: verlies je je bijstandsuitkering als je gaat handelen op Marktplaats? Niet per se;

Zoals de Raad eerder heeft overwogen (CRvB 15 maart 2011, LJN BP8124) is het voor ontvangers van bijstand niet verboden om goederen via internet te verkopen, mits daarvan en van daaruit verkregen verdiensten tijdig melding wordt gemaakt aan het bijstandverlenend orgaan. De opbrengst van incidentele verkoop van privégoederen, al dan niet via internet, wordt in het algemeen niet als inkomen aangemerkt, zodat daarvan in beginsel geen mededeling behoeft te worden gedaan.

Arnoud

Aansprakelijk voor organisatie forumborrel?

Telt de organisatie van een forumborrel ook als internetrecht? Een lezer was lid van een forum dat weer eens een bijeenkomst/borrel wilde organiseren. Altijd lastig om vrijwilligers te vinden natuurlijk, maar gelukkig wierp een nieuw lid zich op als organisator. Hij zou sponsors gaan zoeken, de zaal regelen, sprekers inhuren en een leuke aangeklede borrel met broodjes en nootjes laten aanrukken. U voelt hem al aankomen:

Die man heeft flink uitgepakt. Zalen gehuurd, catering, sprekers, alles van de bovenste plank. Uiteindelijk zijn er voor rond de 12.000 euro aan afspraken gemaakt. Vervolgens blijkt dat de “sponsors” helemaal niet bestaan of maar een heel klein bedragje betalen, terwijl hij altijd heeft gezegd dat er geld genoeg was. De verhuurders, cateraars en sprekers komen nu met hun rekening. Het forumlid heeft geen cent en zegt dat de forumbeheerders verantwoordelijk zijn, het is tenslotte ‘hun’ forum. Klopt dat?

Het forum is zelf geen stichting, vereniging of andere rechtspersoon. Het forum kan dus zelf niets kopen of huren. Alleen de individuele leden kunnen dat. Ze mogen er gerust bijzeggen dat het foor het forum is, maar juridisch is dat niet relevant. Zij zijn zelf aansprakelijk en verantwoordelijk voor hun eigen aankopen.

Deze organisator heeft waarschijnlijk gezegd namens het forum de zaken te huren/kopen. Juridisch zou je hem dan kunnen zien als vertegenwoordiger of gemachtigde van de beheerders. De verkoper of verhuurder kan dan de beheerders aanspreken, als die de indruk hebben gewekt dat die persoon inderdaad hen vertegenwoordigde. Bijvoorbeeld doordat de bevestigingsmail naar de beheerder is gestuurd en die een positieve reactie hebben gestuurd.

Is die indruk niet gewekt, dan heeft de organisator de dingen zelf gekocht of gehuurd en dan moet hij betalen aan de verkopers/verhuurders. Hij moet dan bewijzen dat de beheerders van het forum hem beloofd hadden dit te vergoeden, maar dat zal niet meevallen omdat het waarschijnlijk de bedoeling was dat de sponsors dit zouden doen. Dan kom je bij de vraag wat men zou hebben gewild dat er zou gebeuren als de sponsors niet over de brug zouden komen, en dat is een hele lastige.

Met een stichting schep je helderheid over wie of wat het forum nu eigenlijk is. Maar nog steeds heb je dan het probleem dat mensen zich kunnen opwerpen als organisator, en dan namens de stichting dingen gaan kopen of huren. Blijken die dan de stichting met een grote schuld op te zadelen die binnen hun bevoegdheid viel, dan draait de stichting daarvoor op. Wel kan de stichting dan de schade verhalen op die persoon, want die had gegarandeerd dat er sponsors waren en dat klopte niet. Maar ja, of daar dan veel te halen valt?

Mocht iemand behoefte voelen om een blogborrel voor deze blog te organiseren: dat mag, maar je krijgt wel eerst een contract van tien pagina’s voor je neus natuurlijk. 🙂

Arnoud

Wat moet Marketingfacts met klachten over mijn haar?

Voor Marketingfacts schreef ik een column over aansprakelijkheid van hosters en forumbeheerders:

“Die Engelfriet heeft raar haar.” Als iemand dat op Marketingfacts zou schrijven, zou ik hem of haar een proces aan kunnen doen wegens smaad. Het is tenslotte een aantasting van mijn eer en goede naam, ook al is het misschien wel waar. Maar ja, vind die anonieme reaguurder maar eens. Een e-mailadres kun je niet dagvaarden. Marketingfacts zelf is makkelijker te vinden, en ze hebben nog geld ook. Dan pak ik die wel, zij zijn tenslotte medeplichtig door die reactie openbaar te maken.

Heel ver zal ik daarmee niet komen, want M! geniet wettelijke bescherming. Zij zijn niet aansprakelijk voor opmerkingen over raar haar van haar gebruikers, of voor schendingen van privacy, inbreuken op auteursrecht of andere rare dingen die die gebruikers uithalen. Tenminste, wanneer de redactie ingrijpt als er een klacht komt over zo’n opmerking, en die klacht blijkt “onmiskenbaar onrechtmatig” (juridisch voor “wanneer die reactie echt niet kan”). Maar wanneer kan iets nou echt niet? Hoe raar ís mijn haar?

Lees verder in Wat moet Marketingfacts met klachten over mijn haar?.

Arnoud

Informatieverzamelaars vs. Robots.txt (Bart Beuving)

Op het altijd zeer leesbare blog van auteursrechtadvocaat Bart Beuving deze keer een bijdrage over Informatieverzamelaars vs. Robots.txt. Er is veel te doen geweest over het scrapen van andermans site. Databankrechten, auteursrechten en zelfs de geschriftenbescherming werden van stal gehaald om te voorkomen dat slimme jongens ermet duur gemaakte databanken vandoor gaan.

Beuving bespreekt nu een vaak onderbelicht aspect: de robots.txt regels. Via dit bestand kan een sitebeheerder aangeven wat robots wel en niet geacht worden te doen op een site. Maar dat is puur een beleefdheidsnorm: robots kunnen immers net als elke browser elke pagina opvragen op een site, of dat nou “mag” van robots.txt of niet.

Kun je daar iets aan doen? Nee, betoogt Beuving terecht:

Op grond van de auteurswet is het onrechtmatig om ‘doeltreffende technische voorzieningen’ te omzeilen. In normaal Nederlands: onder meer het ‘kraken’ van beveiliging is niet toegestaan. Door de Nederlandse rechter is echter in de kwestie Web Measurement Services/Weborama (ziehier, AE) uitgemaakt dat het negeren van een robots.txt niet wordt beschouwd als het omzeilen van een technische voorziening is en dus ook niet onrechtmatig is.

Inderdaad. Robots.txt is een beleefdheidsnorm. Netiquette. Die norm schenden is inderdad niet netjes, maar je onfatsoenlijk gedragen is niet onrechtmatig. Trek eens de lijn naar de ‘echte’ wereld: wat zou er moeten gebeuren als een marktkraamhouder een bordje ophangt “Medewerkers van concurrenten mogen onze prijzen niet opschrijven om er zelf onder te gaan zitten”? Kan de ene marketman dan de andere aanklagen wegens negeren van het_bordje.txt? Ik mag hopen van niet.

Maar dan schrijft Beuving:

Aan de andere kant: het opzetten en instandhouden van een informatiewebsite vereist substantiële investeringen in de vorm van tijd en geld. Verdienen dergelijke investeringen niet een betere bescherming?

En daar ben ik het volstrekt mee oneens. Elke commerciële activiteit, en niet alleen het opzetten van informatiewebsites, vereist substantiële investeringen in de vorm van tijd en geld. Maar om nu enkel en alleen om die reden een exclusief recht op die activiteit te geven gaat mij veel en veel te ver. IE-rechten worden bijvoorbeeld pas verstrekt als je iets bijzonders doet: je hebt een uitvinding gedaan, een nieuw dessin ontworpen of een werk van letterkunde of kunst gemaakt. Daar kan ik nog wel een rechtvaardiging in zien (ook al blijkt die rechtvaardiging in de praktijk niet te kloppen). Maar het enkele hard werken, wat de Amerikanen sweat of the brow noemen (Feist), behoort geen rechten op te leveren.

Meer algemeen: informatie wil vrij zijn. Informatie gaat vrij zijn. Je kunt dus beter een businessmodel verzinnen waarbij je niet afhankelijk bent van het als enige bepaalde informatie aanbieden. Anderen zullen die van je overnemen. Je moet iets toevoegen. Je bent de eerste, of je selecteert het beste, of je sorteert het het handigste. Zoiets. Bij Marketingfacts verscheen onlangs nog het bericht dat FUnda haar marktaandeel terug aan het winnen is op sites als Miljoenhuizen en Jaap. Het gaat dus om kwaliteit en actualiteit niet alleen om aantallen advertenties.

En wat vinden jullie?

Arnoud

Provider IS InterNed niet aansprakelijk voor smaad door klant

Een hostingprovider hoeft bij vermeende smaad door een klant niet meteen in te grijpen. Tenminste, als hij de feiten niet kent en daarom niet kan inschatten wat er klopt aan het verhaal. Dat blijkt uit een gisteren verschenen vonnis tussen de Staat en hostingprovider IS InterNed Services. En ik heb een leuke aankondiging, helemaal onderaan. 🙂

Een klant van IS had ruzie met de Belastingdienst. Zijn tweedehands-autobedrijf had de nodige aanslagen opgelegd gekregen, en omdat de Belastingdienst bang was dat meneer terug naar zijn eigen land zou gaan, had men aangekondigd deze aanslagen ineens te komen innen. Dat zette het nodige kwaad bloed, en de klant begon op zijn bedrijfswebsite een hetze tegen de Belastingdienst. Daarbij werd de betrokken inspecteur met naam en toenaam genoemd. Zo schreef hij bijvoorbeeld “this corrupt and racist tax official decided to impose a very high tax on me.” Ook werden zowel de inspecteur als de Dienst beschuldigd van racisme, corruptie, machtsmisbruik en discriminatie.

De Staat besloot om de hoster te sommeren de informatie weg te halen. De hoster had dit echter geweigerd met een beroep op de wettelijke bescherming voor hosting providers. De wet zegt namelijk dat providers alleen materiaal van klanten offline hoeven te halen als het ‘onmiskenbaar’ is dat dat materiaal niet door de beugel kan. Je moet met andere woorden in redelijkheid niet kunnen twijfelen aan de juistheid van de sommatie.

Wanneer is het onmiskenbaar dat iets niet mag? Bij een een illegaal aangeboden film gaat dat nog wel, maar hoe schat je als provider in of een uitlating van een klant beledigend of racistisch is? Je kent de feiten en achtergronden van de ruzie niet, dus hoe weet je dan of een opmerking terechte kritiek is of smaad?

Het is dan ook een goede zaak dat de rechter hier oordeelde dat de provider niet in de discussie tussen de Staat en de klant hoeft te treden. Precies omdat je van een provider niet kunt vragen om te oordelen over het beledigende of smadelijke karakter van een publicatie. Dat zou al snel tot een chilling effect leiden: providers die alles waar een klacht over komen, meteen maar offline halen om aansprakelijkheid te voorkomen.

Wel is het jammer dat de rechter niet nader toelicht waarom deze tekst niet onmiskenbaar beledigend is. Het vonnis zegt dat het niet hoefde omdat IS “niet wist, en ook niet kon weten, waarop de uitlatingen waren gebaseerd, zodat zij zich geen oordeel omtrent de juistheid of rechtmatigheid ervan kon vormen”. Dus als IS meer van het geschil had geweten, had ze wel zo’n oordeel moeten vormen? Waar ligt dan de grens? Hoe bekend moeten de feiten zijn? En wanneer moet de provider op de stoel van de rechter gaan zitten? Zou bijvoorbeeld de provider moeten weten dat teksten waarin de Holocaust ontkend of gebagatelliseerd wordt, discriminerend en haatzaaiend zijn? Want dan is de provider verplicht deze weg te halen. Op die vragen geeft dit vonnis helaas geen duidelijk antwoord.

En als ik dan even commercieel mag worden: sinds gisteren biedt mijn nieuwe werkgever ICTRecht een speciale Notice en takedown adviesdienst. Voor webhosters, maar ook voor bloggers en forumbeheerders die dit soort klachten krijgen en zelf niet kunnen of willen inschatten of die klachten kloppen en wat ze nu moeten doen.

Arnoud

Prutsers van Torrentspy krijgen $110 miljoen boete

Een Amerikaanse rechtbank heeft p2p-site Torrentspy een boete opgelegd van 110 miljoen dollar (72 miljoen euro), meldden Nu.nl en Tweakers. De site bood links aan waarmee films en tv-programma’s kunnen worden gedownload. Toch zegt dit weinig over de legaliteit van andere filesharing sites. Torrentspy kreeg deze schadevergoeding vooral opgelegd vanwege haar klunzige manier van omgaan met bewijs.

Zo had Torrentspy tegen de rechter gezegd dat men geen IP-adressen bijhield van gebruikers. Men bleek echter wel een systeem te hebben waarmee gebruikers op basis van IP-adres geband konden worden, en bovendien konden moderatoren wel degelijk IP-adressen van alle gebruikers zien.

Ook ging men na de aanklacht even snel berichtjes op de forums wijzigen: alle titels van beschermde werken werden veranderd in “[een niet nader te noemen film]”. Niet handig als de eiser allang een screendump heeft gemaakt natuurlijk.

Ook niet handig was de mailconversatie tussen de eigenaren over wat te doen met ‘foute’ content: laten we die op een besloten forum zetten, dan ziet de MPAA dat niet. Ja, goed plan! Vooral omdat je in de VS al je e-mailconversaties en al het andere mogelijk relevante bewijs aan de wederpartij moet afgeven als onderdeel van de pre-trial discovery.

Nee, dat had Torrentspy niet handig aangepakt. Bewijs vervalsen of vernietigen is iets waar rechters boos om worden. Bovendien is het automatische gevolg dat je de rechtszaak verliest:

Those actions rubbed the judge the wrong way. “Plaintiffs have convinced the Court that their ability to prove their case has been inalterably prejudiced by Defendants’ willful spoliation of evidence, making terminating sanctions the only effective recourse,” wrote Judge Florence-Marie Cooper in her decision. “The Court has concluded that Defendants’ conduct constitutes spoliation and second, that termination of the case in favor of Plaintiffs is the proper sanction.”

Erg jammer. Want de principiele vraag komt hierdoor niet aan bod. En de hoogte van het bedrag zal andere sites wel twee keer laten nadenken over een schikking in plaats van het voor de rechter te laten komen.

Arnoud

MSN toch merk voor chatten

De naam MSNLOCK maakt inbreuk op het merk MSN van Microsoft, besliste de rechter gisteren. Eind april werd het bedrijf Unicaresoft gedaagd door Microsoft over de naam MSNLOCK voor antichatsoftware. De vraag was of de kreet “msn’en” ondertussen verworden was tot synoniem voor chatten met een instant messenger. Van Dale vindt van wel, en ik ook – maar de rechter ziet nog steeds een duidelijke link met de MSN Messenger van Microsoft.

Om te kijken of een merknaam verworden is tot soortnaam moet je allereerst kijken wat het relevante publiek is. In dit geval is dat duidelijk: chatters. Als je dan marktaandelen van messengersoftware bekijkt, dan is duidelijk dat MSN (Live) Messenger verreweg het meest gebruikt wordt. Gebruikers noemen dat “msn’en” of “chatten”. Daarnaast wordt ook veel gebruikt van Hyves om te chatten. Ik Hyves niet (en msn ook niet trouwens), maar dat zou bekend staan als “hyven, kwekken of chatten”.

De vergelijking met Hyves snap ik niet helemaal, maar de redenering is terecht. Nergens bleek uit dat mensen iets anders gaan doen dan de MSN Messenger gebruiken als ze aankondigen “te gaan msn’en”. En dat is op zich een argument om het merkrecht op MSN overeind te houden.

Als Unicaresoft andere chatsoftware had kunnen vinden die veel gebruikt wordt en waarbij mensen ook zeggen te gaan msn’en, dan had dit anders uit moeten vallen.

Arnoud