Wat wil Microsoft met Yahoo!?

Waarom wil Microsoft zo graag Yahoo! overnemen? Die cruciale vraag, die meer dan 40 miljard dollar waard is, stellen een hoop mensen zichzelf. Het beste antwoord tot nu toe vond ik bij Roughly Drafted, dat Microsoft en Yahoo uitgebreid op een rijtje zet en tot de conclusie komt dat die aankoop er alleen toe zal leiden dat Microsoft haar monopoliekracht kwijtraakt – wat Google de grote winnaar van het hele spel maakt.

With Microsoft increasingly unable to expand or even maintain its monopoly powers, or successfully use them to force the adoption of its own products, what benefit would there be in buying up Yahoo and attempting to use it as an expanded version of the same online strategies that currently aren’t working?
…
A cynic might suggest that such a brutal merger might provide just what the world needs: a dramatic reduction in Microsoft’s power and a disassembly of the largely ineffective Yahoo in order to better use the resources that it currently sits upon. At the same time however, such a consolidation threatens to put too much power in one place. While Google has complained that Microsoft’s Yahoo bid might result raise antitrust issues, the biggest problem created might be the elimination of any check to Google itself.

Lees verder in Why Does Microsoft Really Want Yahoo? bij RoughlyDrafted Magazine.

Arnoud

Webstats van Nedstat opvragen geen inbreuk op databankrecht

Kent u dit icoontje nog? Inderdaad, Nedstat, de oudste bezoekersteller van Nederland. De dienst voor deze gratis teller (Nedstat Basic) werd in 2005 verkocht aan internet reclamebureau Ad Pepper, waarna het Webstat4U en -na enige ophef over floepvensters– Motigo Webstats ging heten.

Ad Pepper had plannen voor uitbreiding, en de tellerdienst van het Franse Weborama leek een aardige kandidaat om aan te kopen. Weborama maakte zich zorgen over klantverlies na die overname, en had toen het slimme plan om eens te kijken hoe populair die Webstats-tellers nu eigenlijk waren. Je kunt namelijk in de gebruikerscatalogus van Motigo kijken wie hun klanten zijn (keurig op categorie), en dan voor een willekeurige klant hun webstatistieken lezen.

Dat massaal opvragen viel natuurlijk op bij Ad Pepper. En omdat de overname ondertussen was afgeketst, lagen de verhoudingen toch al niet zo lekker, dus daar kwam een rechtszaak van: schending van databankrecht en ook nog eens doorbreken van een beveiliging (het negeren van robots.txt) en het ongeautoriseerd opvragen van al die gegevens.

De rechter ging in het vonnis handig voorbij aan de vraag of sprake was van een beschermde databank door meteen te kijken of er sprake was van geheel of gedeeltelijk hergebruik van die databank. Als dat er niet is, is je databankrecht niet geschonden. Weborama zou 27.800 items hebben opgevraagd. Dat was maar een fractie van de databank van Webstats: er bleken meer dan 1 miljoen Webstats-klanten te zijn. Geen gehele overname dus.

Opvragen van kleine stukjes van een databank mag, tenzij het gaat om voorkomen het “leegmelken” van de databank. En daar was bij deze éénmalige actie geen sprake van. Weborama had verder geen commerciele activiteiten ontplooid met de opgevraagde gegevens, dus van schade, laat staan ongerechtvaardigde schade was al helemaal geen sprake. Dus daarmee hield alles op: zonder schade geen vordering.

Het robots.txt bestand was trouwens geen doeltreffende technische voorziening ter bescherming van een databank, dus daar hoefde de spider van Weborama geen rekening mee te houden.

Net als bij het Gaspedaal-vonnis had ook Weborama in haar algemene voorwaarden (terms of service) dit soort acties verboden. En net als Wegener bij Gaspedaal kreeg Weborama hier ongelijk: je mag niet in je gebruiksvoorwaarden iets verbieden waar je geen recht op hebt. Weborama had geen databankrecht, dus mocht ze opvragen uit die onbeschermde databank niet via de achterdeur alsnog tegengaan.

Arnoud

Vooruit betalen bij webwinkels, mag dat?

In september schreef ik in de pizzaboer op afstand over de problemen bij vervalste bestellingen via internet. Je kunt een product bestellen, vervolgens keihard ontkennen dat je het besteld hebt en het dan houden omdat het een “ongevraagd toegezonden artikel” is. Fraude natuurlijk, maar bewijs het maar als webwinkel. Daarom schreef ik:

Een slimme webwinkel laat de klant dus eerst betalen. Dan speelt deze hele discussie niet. De winkel heeft zijn geld, en de ontvanger van het product is óf blij met het bestelde, óf hij kiepert het in de vuilnisbak. Maar dat is niet meer de zorg van de winkel.

Een oplettende lezer wees me op artikel 7:26 BW, dat zegt dat je als consument ten hoogste tot vooruitbetaling van 50% van koop verplicht kunt worden. Dus mag dat eigenlijk wel, alles vooruit betalen?

Deze bepaling is geen dwingend recht (art. 7:6 BW). Dat wil zeggen dat je samen wat anders mag afspreken, en dat gaat dan boven de normale regel. Alleen mag je die afspraak niet in je algemene voorwaarden maken, zo staat in datzelfde 7:6 BW. Je moet expliciet met elke klant apart afspreken dat hij alles vooruit zal betalen.

Dat zou dus goed moeten gaan bij webwinkels. Bij het afrekenen vraag je hem of hij direct wil betalen via bijvoorbeeld iDEAL, of hij een acceptgiro wil of dat hij met zijn creditcard wil betalen. Op die manier bied je elke klant de keuze, en daarmee is het geen algemene voorwaarde meer dat je vooraf moet betalen. Zo is het geheel legaal.

Een winkel die alleen vooruitbetaling via iDEAL biedt, en geen mogelijkheid biedt om b.v. onder rembours te bezorgen of met acceptgiro te betalen bij ontvangst, schendt mogelijk de Nederlandse wet. Maar ik geloof niet dat er webwinkels zijn die alleen iDEAL-betalingen accepteren.

Wel zijn er genoeg webwinkels die alleen een creditcard als betaalmogelijkheid hebben. Dat is geen probleem. Je moet bij het plaatsen van de bestelling toestemming geven om het bedrag van je kaart af te halen, maar het bedrag wordt pas op het moment van aflevering belast. Dat is geen vooruitbetaling in de zin van artikel 7:26 lid 2 BW, zo vond de rechter in de HCC/Dell zaak over de algemene voorwaarden van webwinkel Dell. Daarover trouwens zeer leesbaar is Toetsing van algemene voorwaarden aan koop via internet van Louwrens Phoelich.

Bij webwinkels geldt trouwens nog de bijzondere eis dat de verkoper zijn (fysieke) adres moet melden als vooruitbetaling van de prijs of een gedeelte daarvan verplicht is (7:46c lid 1 sub a BW). Dan weet je dus (als het goed is) waar je heen moet om je geld terug te vragen.

Arnoud

Buma/Stemra treedt op tegen embedded muziekfilmpjes

De Buma gaat achter embeddende bloggers aan. Nee, niet embedded bloggers, maar bloggers die filmpjes of muziek van Youtube in hun berichten opnemen. Op C’T wordt Buma/Stemra als volgt geciteerd:

Embedden is volgens de wet echter ‘opnieuw openbaar maken’, zo zegt Buma/Stemra, en dus is er een webcasting-licentie voor nodig.

Volgens de wet? Dat dacht ik even niet. Embedden is een vorm van inline linken. Linken is geen openbaarmaken in de zin van de Auteurswet, zo blijkt uit de jurisprudentie (zie met name het ZoekMP3-arrest en de recente Shareconnector-zaak). Linken kan wel onrechtmatig zijn, omdat je door een link de inbreuk op auteursrecht faciliteert of zelfs aanmoedigt. Je moet dan wel, zo staat in diezelfde jurisprudentie, weten dat je linkt naar iets inbreukmakends. Nu denk ik dat dat vrijwel altijd wel opgaat bij embed-codes van Youtube, maar nog steeds: het is geen inbreuk maar hooguit onrechtmatig.

En nee, dat is geen gezochte juridisch-theoretische nuance. Of nou ja, dat is het misschien wel, maar hij is wel van belang. Want de manier waarop de Buma omgaat met deze onrechtmatige handelingen, is ietwat merkwaardig: men suggereert dat de blogger een webcasting-licentie nodig heeft voor dergelijke links. Zo schrijft de Buma aan Myownmusicindustry.nl:

[W]ij hebben geconstateerd dat u actief bent om (beschermde) muziekwerken uit het door Buma/Stemra beheerde wereldmuziekrepertoire ter beschikking te stellen, ontvangen wij van u graag de volgende gegevens ter bevestiging;

Dat wekt de indruk dat de embedded blogger inbreuk op auteursrecht pleegt. Alsof de embedded blogger hetzelfde doet als Youtube. Webcasting is een vorm van openbaar maken, daarvoor is een licentie nodig. Dat is duidelijk. Maar iemand die faciliteert bij webcasten, maakt zelf niet openbaar. En wie niet openbaar maakt, pleegt geen inbreuk op het auteursrecht en heeft dan ook geen licentie nodig.

Het is niet netjes om bloggers en Youtube dan zo over één kam te scheren. Youtube maakt openbaar en moet daarvoor een licentie nemen. De schade die de bloggers veroorzaken door hun embed-acties, is afgeleide schade en staat niet in verhouding tot de schade die Youtube veroorzaakt bij de auteursrechthebbenden. Die afgeleide schade kan dan niet leiden tot hetzelfde licentiebedrag als Youtube zou moeten betalen.

Buma zou met Youtube -de eigenlijke inbreukmaker- een ‘echte’ webcasting licentie afsluiten. En afhankelijk van de voorwaarde daarin zou men dan eventueel een apart, afgeleid tarief kunnen hanteren voor mensen die slechts embedden. Of, en dat zou uiteindelijk het beste zijn, Youtube laten afrekenen voor afspelen via haar embedded player, zodat bloggers vrijuit kunnen blijven bloggen.

UPDATE (17:21): De actie van Buma/Stemra was prematuur, zo meldt NU.nl zojuist.

UPDATE (14 februari) Heeft Buma/Stemra haar hand overspeeld? 3voor12 citeert Nicolien van Vroonhoven (CDA), lid van de werkgroep auteursrecht op internet: “Het is typerend hoe Buma hier nu op duikt. Het is lastig juridisch te beoordelen of ze het gelijk aan hun zijde hebben, maar je moet niet altijd het onderste uit de kan willen hebben. Youtube is een vrijplaats, en dat moeten we koesteren.”

Arnoud

Microsoft wil Yahoo! kopen, mag dat?

Microsoft wil internetbedrijf Yahoo overnemen voor 44,6 miljard dollar (omgerekend net geen 30 miljard euro), maar mag dat eigenlijk wel? Microsoft heeft al de nodige rechtszaken en andere procedures aan de broek wegens haar dominante machtspositie. Het bedrijf is een van de drie grootste bedrijven ter wereld in de markt voor zoekmachines en aanverwante diensten, naast Google en het Yahoo dat ze nu willen overnemen.

Als die markt van drie naar twee grote spelers teruggaat, zou je dat kunnen zien als slecht voor de concurrentie. Dat is al snel een reden om zo’n overname te verbieden. Hoe minder spelers, hoe minder concurrentie en daar is de consument niet bij gebaat. Update (3 februari) de eerste klacht is binnen: het duopolie Google/Microhoo is een te grote bedreiging voor de privacy.

Daar komt nog bij dat Microsoft een dominante positie (bijna-monopolie) op de desktop heeft, met XP en Vista. Elke integratie van Microhoo Search (of hoe het dan ook maar gaat heten) in Windows is dan al heel snel misbruik van die dominante positie om de concurrentie op de markt voor zoekdiensten te verpesten. En ook dat mag niet.

Aan de andere kant, Microsoft en Yahoo kunnen afzonderlijk niet tegen de gigant Google op. Een consolidatie van deze ‘kleintjes’ zou dan een machtsblok kunnen zijn waardoor Google minder dominant wordt in deze markt. En dat is juist een reden om de overname toe te juichen.

Ars Technica kwam halverwege januari met een uitgebreide analyse over de businesskant van een overname als deze.

Wat denken jullie? Een tweede machtige partij die tegenwicht voor Google kan bieden, of wederom een vorm van misbruik van de machtspositie van Microsoft?

Arnoud

Andermans site scrapen, wanneer mag dat?

Voor Netters, een community voor webbouwers, schreef ik een juridische analyse over scrapen, hergebruik van stukjes content van andermans site.

Scrapen is een vorm van uitbesteden. Een zoekmachine bouwen is veel werk. En dat geldt niet alleen voor algemene zoekmachines zoals Google, maar ook voor speciale zoekmachines voor huizen, auto’s, contactadvertenties en noem maar op. Veel van dat werk zit hem in het verzamelen en onderhouden van de content. Hoe houd je je database up-to-date, wanneer verwijder je een te koop staand huis en bij welke advertenties moet je ingrijpen omdat er iets illegaals wordt verkocht? Erg fijn dus als je al dat gedoe kunt uitbesteden, en jij je alleen bezig hoeft te houden met zoekresultaten tonen – en natuurlijk de advertenties er omheen.

Maar ja, dan moet die advocaat wel een recht in stelling kunnen brengen. Zomaar iets laten verbieden gaat meestal niet. Dus wat valt er juridisch te doen tegen scrapen? Of omgekeerd, wat mag je scrapen van andermans site?

Lees verder in Andermans site scrapen, wanneer mag dat? bij Netters.

Arnoud

Aanbieden van hashcodes door Shareconnector is onrechtmatig

BREIN vs ShareconnectorDe hashcode-site Shareconnector handelt onrechtmatig door structureel te verwijzen naar illegaal aangeboden films en andere werken op het eDonkey peer-to-peer file sharing netwerk, zo oordeelde de voorzieningenrechter gisteren. Dit is in lijn met de eerdere ZoekMP3- en Dutchtorrent-zaken. Ook daar bleek dat als je links, torrents of andere codes indexeert die verwijzen naar overwegend illegaal aangeboden materiaal, je al snel onrechtmatig handelt.

De rechter motiveert helaas niet of nauwelijks waarom het publiceren van een hashcode dan onzorgvuldig is. De eigenaren van Shareconnector schreven dit half januari:

The whole point is that ShareConnector solely indexes hashcodes (identification) of files that are already available on the eD2k network. Hashcodes are just a bunch of keywords that are initiated as a search in the eMule client when you click on them. The same files can easily be found by copy pasting the filename from legal sites like NFOrce.nl and performing the search in the eMule client/Google/etc. and get the same results. If that is illegal, than all indexing sites like Google should be shutdown as well and that would certainly kill the internet.

Dat is wel een beetje erg makkelijk. “Het is ook bij anderen te vinden, dus ik ben legaal bezig”.

Bovendien is een hashcode wel iets meer dan een trefwoord. Een eDonkey hashcode is een unieke aanduiding van een bestand dat via het eDonkey peer-to-peer file sharing netwerk wordt aangeboden. Een voorbeeld is ed2k://|file|The_Two_Towers-The_Purist_Edit-Trailer.avi|14997504|965c013e991ee246d63d45ea71954c4d|/<br/>

Op Shareconnector waren de hashcodes te vinden van films en andere werken die via het eDonkey peer-to-peer netwerk werden aangeboden. Door de codes in te voeren in je eDonkey client, kon je dan snel het juiste bestand downloaden. De client voert dan namelijk een zoekopdracht uit naar alle aangesloten computers die een bestand met deze code hebben. Vervolgens wordt aan al die computers gevraagd een kopie op te sturen.

Nu kun je wel zeggen dat die hashcodes gewoon trefwoorden zijn die gebruikers intypen in een zoekmachine, maar voor hashcodes is een vrijwel geheel geautomatiseerd systeem gebouwd waardoor je met 1 klik het proces in gang zet waarmee het bestand op je computer terechtkomt. Net zoals een webadres misschien wel een trefwoord is (“ga naar iusmentis.com en typ dan ‘auteursrecht hyperlinks’ in de zoekgleuf”), maar ook daar kan dat eenvoudiger (klik hier). Daarom zie ik een aanklikbare verwijzing die automatisch leidt tot een download als meer dan alleen een trefwoord.

Nu zijn hyperlinks legaal, behalve in bijzondere omstandigheden. En sites als Shareconnector zijn zo’n bijzondere omstandigheid. Shareconnector vergelijkt zichzelf met Google, maar dat gaat niet op. Google indexeert zonder enig filter elke site die zij tegenkomt. Wat Google laat zien, heeft geen kwaliteitsgarantie. Shareconnector zorgde wel voor kwaliteit door gebruikers te laten filteren uit de vele duizenden hashcodes voor materiaal op eDonkey. Zij geven aan welke hashcodes corresponderen met goede films en welke je absoluut niet moet hebben (bv. omdat er een virus in zit of omdat het Grieks nagesynchroniseerd met Perzische ondertiteling is).

Een linksite begeeft zich daarmee op juridisch glad ijs. Door de links inhoudelijk te controleren, kun je niet meer volhouden dat je geen boodschap aan de boodschap had. Google kan dat wel.

Opvallend is wel dat de zaak al sinds 2004 speelt en nu pas tot een kort geding komt. Normaal moet je een “spoedeisend belang” kunnen laten zien voor een kort geding, anders moet je een (langer durende maar grondiger) bodemprocedure aanspannen. BREIN had eerst de FIOD om een strafrechtelijk onderzoek gevraagd, wat leidde tot een strafzaak waarin bleek dat hashcodes aanbieden medeplichtigheid aan het misdrijf “opzettelijke inbreuk op het auteursrecht” kon zijn. De sitehouders werden echter vrijgesproken omdat niet bewezen was dat iemand van de aangeboden codes gebruik had gemaakt, en zonder plegers van inbreuk kunnen er natuurlijk geen medeplichtigen zijn. Dat was in juli 2007. Toch had BREIN in december 2007 nog steeds het voor een kort geding vereiste spoedeisend belang.

(Vonnis via Danny, bedankt!)

Arnoud

Makelaarstichting op zelfde reden opnieuw onderuit tegen Jaap

Niet te geloven: stichting Baas in Eigen Huis verliest weer een proces tegen Jaap, om dezelfde reden als waarom ze in december onderuit gingen tegen huizenzoekmachine Jaap.nl. De stichting claimde namens alle makelaars van Nederland te spreken maar kon dat niet waarmaken. En nu, met vijf ordners vol steunbetuigingen, gaan ze om precies dezelfde reden weer onderuit.

De stichting wil via een collectieve actie (class action suit voor wie Amerikaanse advocatenseries kijkt) Jaap verbieden om makelaarsites te doorzoeken en huizenadvertenties op de Jaap-site over te nemen. Maar voor een collectieve actie moet je in je statuten hebben staan namens wie je optreedt, en die groep moet er ook nog eens allemaal achter staan.

Hier dacht men aan voldaan te hebben met die vijf orders met steunbetuigingen, maar, zo legt de rechter uit, de stichting snapt het onderscheid niet tussen “ik steun de stichting” en “ik wens niet gejaapt te worden”. Nog pijnlijker was dat Jaap op de zitting al 60 makelaars aan kon wijzen die weliswaar een steunbetuiging hadden ondertekend maar ook tegen Jaap hadden gezegd best in hun databank opgenomen te willen worden.

De statuten waren weliswaar gewijzigd, maar niet op de juiste manier:

Vooropgesteld wordt dat uit de gewijzigde statuten niet blijkt dat zij uitsluitend de belangen behartigt van die makelaars(kantoren) die schriftelijk hun steun hebben betuigd of zullen betuigen aan de stichting. Evenmin staat in de statuten vermeld dat zij opkomt voor de belangen van de makelaars(kantoren) die te kennen hebben gegeven bezwaar te hebben tegen het ongevraagd integraal kopiëren van hun objectgegevens op websites van derden. Hiermee staat vast dat de stichting in haar gewijzigde statuten geen onderscheid maakt tussen voor- en tegenstanders.

De stichting mag de rekening van Jaap’s advocaat voldoen (15.547,35 euro) en haar huiswerk nog eens overdoen. Terecht. Het komt op mij over als een ondoordachte en té overhaast afgeraffelde actie. Wat bijzonder jammer is. De kwestie raakt aan fundamentele aspecten van internet: wat mag een zoekmachine overnemen, hoe mogen die resultaten worden geexploiteerd en in hoeverre moet daarbij opt-in of opt-out worden gehanteerd? Door dit soort halfbakken werk krijgen we daar onvoldoende antwoord op.

Arnoud

Engelse woorden als merknaam

Het gebruik van Engelse woorden is in Nederland tegenwoordig zo normaal dat je niet meer kunt zeggen dat een woord een merk (of handelsnaam) is omdat het Engelstalig is. Tot die conclusie kwam de kortgedingrechter eind december in de zaak van het Runner Hardloopcentrum (vonnis bij Volledig bericht, pardon Boek 9). In deze zaak draaide het onder andere om de woorden “Run” en “Runner” voor producten voor hardlopers. In 1993 vond de rechtbank nog dat “Runner” een onderscheidende naam was voor zulke producten, zodat het bedrijf bescherming had voor deze naam als handelsnaam.

Dit soort discussie speelt ook vaak bij domeinnamen. Het gebeurt nogal eens dat iemand een bestaand woord vastlegt als domeinnaam, waarna een merkhouder komt klagen omdat zij dat woord gebruiken voor hun product of dienst. Nu kan op zich een gewoon woord best een merk zijn, zolang het maar onderscheidend is voor de producten waar de merkhouder het voor gebruikt. “Apple” is onderscheidend voor muziekverkoop via internet, maar niet voor een fruitstal, om eens wat te noemen.

Een voorbeeld is de site Ouders Online, waarvan uitgeverij Spaarnestad vond dat die naam te veel leek op hun tijdschrifttitel “Ouders van nu”. Echter, gezien de doelgroep was het feit dat beiden het woord “Ouders” gebruikten, onvoldoende om merkinbreuk aan te nemen.

De Telegraaf had echter met haar merk Speurders® meer succes. Hoewel “speurder” nogal algemeen klinkt, is het in de context van advertenties een bekend begrip. De site speurder.nl (zonder s) moest de domeinnaam dan ook afstaan. Hetzelfde gold voor Mijnspeurder.nl.

Een wat eigenaardige uitspraak was die inzake het Juridisch Loket. Een stichting die juridisch advies gaf, had “juridischloket.info” geregistreerd. Dat mocht niet, omdat het in strijd was met de handelsnaam waaronder de stichting het Juridisch Loket opereerde. Dit was opvallend omdat “juridisch loket” nogal beschrijvend lijkt voor de dienst van het verstrekken van juridisch advies. Bij handelsnamen is de eis van een “onderscheidend” woord echter niet zo streng als bij merken. Bovendien kun je ook hier betogen dat mensen ondertussen de kreet “juridisch loket” associeren met Het Juridisch Loket en niet zomaar een raampje met daarachter een jurist.

Arnoud

Het merk cyberlaw

Het lijkt erop dat ik deze blog niet meer aan Amerikanen mag laten lezen. Tenminste, als de Amerikaanse jurist Eric Menhart zijn zin krijgt. Die heeft namelijk het woord “cyberlaw” als merk laten registreren voor zijn juridische diensten op het gebied van internetrecht (cyberlaw dus, ja).

Op de EFF blog is te lezen:

Eric Menhart may call himself a cyberlawyer, but we think he has a lot of learn about cyberlaw — and common sense. Menhart is the author of a blog about cyberlaw issues called, logically if not innovatively, “Cyberlawg.” (As he says in the top right corner, “Cyberlawg = Cyberlaw blog.”) And he is “principal attorney” in a firm called “CyberLaw P.C.” OK, OK, we get it, he practices technology law. Based on this, he’s applied for a trademark on the use of the term “cyberlaw” in connection with the practice of, um, cyberlaw.

Volstrekt onrealistisch natuurlijk. Om merkbescherming te krijgen, moet je naam “onderscheidend vermogen” bezitten. Dat wil zeggen dat mensen aan de hand van het merk jouw dienst moeten kunnen herkennen en onderscheiden van diensten van je concurrenten. Een naam als SOLV kan dus prima voor een advocatenkantoor. Maar “advocaten en notarissen” is niet geschikt als merknaam. Iedereen in het vakgebied biedt immers advocaten- en/of notarisdiensten aan.

Natuurlijk kun je wel een bestaand woord als merk deponeren. Er geldt niet, zoals bij octrooien, de eis dat de merknaam een nieuw woord of samenstelling moet zijn. Een bekende uitgeverij heet bijvoorbeeld Boom, en dat mag gewoon. Het bedrijf heeft geen monopolie op het woord “boom” maar kan alleen andere uitgeverijen verbieden zich zo te noemen.

In 2003 is iets dergelijks ook al eens geprobeerd met “Computer Law“, wat uiteraard net zo hard afgewezen werd. Daar werd trouwens ook uitgemaakt dat “.com” achter je naam plakken het nog geen merknaam maakt.

Via Slashdot.

Arnoud