Paneldiscussie over auteursrecht op Noorderslag

Met een titel als “Auteursrecht, het einde in zicht” moet ik natuurlijk wel meedoen: op vrijdag 15 januari zit ik op Noorderslag in een interessante paneldiscussie:

Digitale en politieke ontwikkelingen zetten de handhaving van het auteursrecht op scherp. Dit panel gaat in op vragen als: Kan een auteur ook in de toekomst nog op bescherming rekenen van een auteurswet? Is er nog geld te verdienen met de creatie van muziekwerken? Welke alternatieve businessmodellen bestaan er voor een professionele muziekauteur? Een must voor iedereen die wil weten waar het auteursrecht naartoe kan gaan.

Ik zal in ieder geval mijn stuk meenemen over de piraten laten beslissen, maar andere leuke stellingen of suggesties zijn natuurlijk welkom!

Arnoud

Auteursrecht op schaakproblemen

schaken-schaak-stukken-bord-probleem.jpgEen lezer vroeg me:

Voor onze schaakclub wil ik graag een boekje maken met partijen en schaakproblemen als studiemateriaal. Nu zijn er tientallen sites op internet waar je die materialen kunt vinden, maar vaak staat onderaan dat er copyright zit op die pagina’s. Kan ik ze dan toch overnemen?

Zo’n copyrightnotice onderaan een webpagina zegt over het algemeen weinig. Die wordt door de webdesigner in het template opgenomen en staat er dus altijd, ongeacht of deze nu terecht is. Maar goed, zo’n notice hoeft ook niet om auteursrecht te hebben. Waar het om gaat, is of het verslag het stempel van de maker draagt, pardon een eigen intellectuele schepping van de auteur is.

Bij een verslag van een werkelijk gespeelde partij kan ik me dat moeilijk voorstellen. Je noemt dan alleen de gedane zetten, en dat is een puur feitelijke manier van beschrijven. Een wedstrijdverslag (“Na tien minuten staren ging zijn trillende hand naar de e-pion, maar zodra hij deze gezet had bleek uit zijn houding dat dat een kapitale fout was”) is daarentegen wel auteursrechtelijk beschermd natuurlijk.

Of zouden de schakers auteursrecht hebben? Immers, als een zanger auteursrecht heeft op wat hij zingt, waarom een schaker dan niet op wat hij speelt. In het verleden is hierover geprocedeerd en de consensus lijkt te zijn dat dit toch niet opgaat. In Nederland concluderen Spoor/Verkade/Visser uit de literatuur dat auteursrecht op overzichten van zetten uit een schaakspel niet mogelijk is. En als het al kan, dan kan men vrijwel altijd via het citaatrecht toch nog de lijst met zetten weergeven.

Bij een schaakprobleem zou het wel eens anders kunnen liggen. Een schaakprobleem is een verzonnen stelling waarbij men bv. binnen 5 zetten mat of remise moet bereiken. Het verzinnen van die stelling is een creatief denkproces, net als het maken van een kruiswoordpuzzel of cryptogram. Je zou dus kunnen zeggen dat dat je eigen intellectuele creatie is van de puzzelmaker. Opmerkelijk genoeg zegt de British Chess Problem Society, de oudste schaakproblemenvereniging ter wereld, echter zonder voorbehoud:

There is no copyright on chess problems. But do acknowledge its composer and where it was first published (its source).

Ik zou zeggen dat dat wat te kort door de bocht is. Helaas kan ik geen bronnen vinden specifiek over dit onderwerp, maar ik zie niet in waarom een puzzel maken geen beschermd werk zou opleveren.

Een ander punt zijn de collecties van schaakproblemen of -partijen. Een individueel probleem of partijverslag is dan misschien publiek domein, maar iemand die er een hoop bij elkaar brengt, kan zijn eigen intellectuele creatie scheppen door de keuze van welke partijen hij neemt en welke volgorde hij hanteert. Je mag dan niet zomaar die collectie overnemen, ook al zijn de individuele elementen daaruit publiek domein.

En nou kan ik nergens dat citaat kwijt dat “schaken alleen een sport is als de stukken elk 50 kilo wegen.”

Arnoud

60 miljard voor auteursrechteninbreuk geëist

copyright-board-canada.pngEn ik maar denken dat Canadezen de rustige noorderburen in Amerika zijn. Een groep muzikanten (waarvan Chet Baker de bekendste lijkt te zijn) heeft in Canada een rechtszaak gestart waarin maar liefst 60 miljard Canadese dollar wordt geëist wegens auteursrechteninbreuk. En nee, dit gaat niet over filesharende studenten maar over gebruik door de muziekindustrie zelf. Die blijkt jarenlang CD’s uitgebracht te hebben zonder daarvoor royalties te betalen. De reden? Men “kon de maker niet vinden”.

Canada heeft als een van de weinige landen een regeling voor ‘weeswerken’, werken waarvan de maker onbekend of onbereikbaar is. Wie in zo’n geval het werk wil gebruiken, kan een verzoek indienen bij de Copyright Board of Canada om een licentie. Als de Board het verzoek aanvaardbaar vindt, dan krijg je te horen welke royalties je moet betalen, en die worden dan uitgekeerd aan de auteur als die ooit gevonden wordt.

Deze Board werkt met een “Pending List”, een lijst waar je een voorlopige aanvraag op kunt zetten. Daarover wordt nog niet beslist en dus hoef je ook nog niet te betalen. Het idee is dan echter wel dat je ook nog niet het werk gaat uitgeven, maar uit de aanklacht blijkt dat dat laatste toch gewoon gebeurt. Michael Geist legt uit:

Over the years, the size of the pending list has grown dramatically, now containing over 300,000 songs. From Beyonce to Bruce Springsteen, the artists waiting for payment are far from obscure, as thousands of Canadian and foreign artists have seen their copyrights used without permission and payment.

It is difficult to understand why the industry has been so reluctant to pay its bills. Some works may be in the public domain or belong to a copyright owner difficult to ascertain or locate, yet the likes of Sarah McLachlan, Bruce Cockburn, Sloan, or the Watchmen are not hidden from view.

De berichtgeving rond deze zaak heeft een hoog “stelletje hypocrieten”-gehalte, wat niet helemaal onterecht is maar wel afleidt van de echte zaak.

Dit is namelijk precies het probleem dat vaker wordt gesignaleerd bij regelingen rond weeswerken. Je kunt van elk werk wel claimen dat je niet weet wie het gemaakt heeft, en zo aanspraak maken op de regeling. Dat is niet de bedoeling, dus dat moet worden dichtgetimmerd met een goede definitie van “weeswerk”. Maar wanneer is iets een weeswerk? Hoe bewijs je dat je echt maximaal je best hebt gedaan die auteurs te vinden?

Arnoud

Foto maken? Kom maar op met die auteursrechten

Een lezer wees me op een discussie op Flickr over een copyright release form dat de band Mars Volta fotografen onder de neus schuift die vragen of ze bij optredens mogen komen fotograferen. Het is een van de eenzijdigste en meest botte overeenkomsten die ik heb gezien. (Ze krijgen trouwens geen link omdat hun site ongevraagd herrie maakt als je die opent.)

Zo mag je de foto’s die je maakt, hooguit een jaar lang exploiteren. Daarna moet je opnieuw toestemming vragen. Logisch ook, want de band wil graag alle auteurs- en andere rechten hebben op de foto’s die je maakt – inclusief de rechten voor op Mars:

2. I hereby acknowledge that you shall own all rights in the Photos, including the copyrights therein and thereto, and accordingly, I hereby grant, transfer, convey and assign to you all right, title and interest throughout the universe in perpetuity, including, without limitation, the copyright (and all renewals and extensions thereof), in and to the Photos.

Je morele rechten moet je ook afstaan, wat overigens maar beperkt kan. Zo kun je afstand doen van je recht op naamsvermelding of het recht je te verzetten tegen wijzigingen van het werk, maar niet van het recht om tegen verminkingen van je werk op te treden. De clausule houdt daar geen rekening mee en zegt kortweg:

4. I hereby waive all rights of droit moral or “moral right of authors” or any similar rights or principles of law which I may now have or later have in the Photos.

Deze clausule is dus te kort door de bocht en kan door de rechter nietig worden verklaard.

Hoewel? Men vindt eigenlijk dat dit onder Amerikaans recht zou moeten vallen, en daar doen ze helemaal niet aan morele rechten (wat op zichzelf in strijd met Berne is maar dat is weer een hele andere discussie). Want:

5. This Certificate contains the entire understanding of the parties and will be governed by the laws of California in the United States of America applicable to contracts entered into in California in the United States of America.

Of dat opgaat, betwijfel ik. Je kunt een rechtskeuze in een contract opnemen, maar er zal toch wel enige band moeten zijn tussen het gekozen land en het onderwerp van het contract (of de partijen). Als het gaat om een optreden in Nederland, zou ik niet weten waarom Amerikaans recht van toepassing zou moeten/mogen/kunnen zijn.

Maar goed, even afgezien van deze veel te botte formuleringen: kan dit? Ja, dit kan. Het is een overeenkomst tussen twee zakelijke partijen, en in die gevallen hebben de partijen vrijwel onbeperkte contractsvrijheid. Dus als de band dit wil, dan mag ze dat eisen. Wil de fotograaf daar niet mee akkoord gaan, dan heeft hij pech en mag hij geen foto’s komen maken. Want als een optreden op prive-terrein plaatsvindt, dan mag je niet fotograferen als de organisatie dat niet wil.

In de discussie bij Flickr nog een prachtige opmerking:

“Given the jumping up and down by musicians when it comes to protecting their rights & right to earn a decent living, it seems astonishingly hypocritical that their agents (publicists, etc) are basically bullying others in creative industries to sign away their own rights.”

Hoewel dat natuurlijk niet zo hypocriet is als het lijkt: het is dezelfde club (de agents/managers) die alle rechten wil controleren ongeacht wat de creatievelingen daaraan hebben. Ouderwetse hebberigheid dus.

Afijn, dan maar een andere band fotograferen die niet zo moeilijk doet.

Arnoud

Kan ik volstaan met een disclaimer over auteursrechten?

Een lezer vroeg me:

Ik onderhoud een site over vliegtuigspotten. Daarbij gebruik ik graag foto’s, en dat is nog een heel gedoe. Ik moet dan bij een leuke foto flink zoeken om de fotograaf te vinden, en als ik ze vind dan moet ik uitleggen dat de site nietcommercieel is en hopen op een gereduceerd tarief. Gelukkig zitten er ook sympathieke fotografen bij en dan mag ik (met naamsvermelding) de foto gratis gebruiken.

Nu zag ik echter laatst een andere site die dezelfde foto’s had maar dan zonder naamsvermelding. Zij hadden in de linkermarge staan:

Disclaimer: voor zover bekend zitten er geen rechten op de gebruikte foto’s. Mochten er zich op deze blog foto’s bevinden in strijd met het auteursrecht, laat het mij dan weten en de foto zal dan onmiddellijk verwijderd worden.
Is zo’n disclaimer genoeg dan? Hoef ik dan ook niet meer elke keer de fotograaf te zoeken en toestemming te vragen? Want dat zou me een hoop tijd (en geld) schelen.

Teksten als die zie je vaker. Nee, dat is niet genoeg. Het moet echt zoals de vraagsteller het heeft gedaan: netjes vragen en als de fotograaf geld wil, dat geld betalen. Er zijn natuurlijk vrije en gratis bronnen van foto’s (Flickr, SXC.hu, Wikimedia Commons), maar of die net de foto hebben die jij zoekt, is nog maar de vraag.

Mensen die met zo’n tekstje volstaan, lopen een risico op claims van de fotograaf en die claims kunnen fors oplopen.

Die tekst komt van een wettelijke regeling voor internetproviders. Die kunnen inderdaad volstaan met zo’n tekst: zij zijn volgens de wet niet aansprakelijk voor inbreuken door materiaal op de sites van hun klanten, mits ze maar op basis van een klacht de foto weghalen. De fotograaf kan dus klachten indienen bij de hostingprovider van zo’n site, maar hij kan alleen eisen dat ze de foto weghalen. Schadevergoeding kan hij alleen eisen van de plaatser (uploader) zelf.

Persoonlijk heb ik nogal wat moeite met dit zwartwitte beleid. Veel mensen zijn particulier en hebben geen verstand van auteursrechten, maar worden bij de rechter net zo behandeld als grote commerciële bedrijven. Ik zou het een goede zaak vinden als niet-commerciële publicaties anders behandeld werden, bv. doordat je dan geen schadevergoeding hoeft te betalen. Dat zou recht doen aan de huidige praktijk op internet.

Arnoud

Eigendom van een weblog, volgens de CAO

labor-werk-werknemer-arbeid-arbeidsovereenkomst.pngVan wie is deze blog eigenlijk, vroeg biblioblogger Gerard Bierens zich afgelopen week af. Hij was bij een seminar geweest waar was verkondigd dat “alle materiaal wat door de medewerkers geproduceerd wordt, of dat nu gebeurt onder werktijd of op de camping” eigendom zou worden van de HBO-instelling waar men werkzaam was. Dit zou zo in de HBO-CAO (Sinterklaastip: dat rijmt) vermeld staan. Dus kan een in vrije tijd onderhouden weblog dan toch ineens van de onderwijsinstelling zijn?

De tekst van de CAO (zipfile) vermeldt hierover

Artikel E-7 Auteursrechten en industriële eigendom<br/> De rechten op het auteurs-, octrooi- of kwekersrecht alsmede de baten voortvloeiend uit
  • het vervaardigen van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst in de zin van de Auteurswet,
  • het uitvinden van een nieuw voortbrengsel of een nieuwe werkwijze in de zin van de Rijksoctrooiwet of
  • het kweken of winnen van een ras waarop een kwekersrecht kan worden gevestigd als bedoeld in de Zaaizaad- en Plantgoedwet
komen toe aan de werkgever indien het vervaardigen, uitvinden, kweken of winnen door de werknemer in de uitoefening van zijn functie is of wordt verricht ten behoeve van de werkgever.

Dit lijkt sterk op de regels die al in artikel 7 van de Auteurswet zelf staan, namelijk dat

Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt, tenzij tusschen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt degene, in wiens dienst de werken zijn vervaardigd.

De vraag wanneer nu sprake is van “het vervaardigen van bepaalde werken”, is een lastige. Er zijn twee makkelijke situaties: (1) het behoort tot je taakomschrijving dat je die werken zult maken, en (2) je krijgt een specifieke opdracht om die werken te maken. Maar hier is de situatie niet zo makkelijk: er is geen opdracht gegeven om te bloggen, er staat niets in het arbeidscontract over bloggen maar de blog heeft wel enige binding met het werk. En misschien wordt er wel eens geblogd onder werktijd. Dat geeft een groot grijs gebied.

Het is dan verstandig om aanvullende afspraken te maken. Dat kan individueel (als bijlage bij je arbeidsovereenkomst) maar ook collectief. Het is dus op zich rechtsgeldig om in een CAO te bepalen waar de auteursrechten komen te liggen. Echter, het criterium “ten behoeve van de werkgever” is wel erg breed, breder dan wat de Auteurswet zelf bepaalt in ieder geval. Alles dat positief afstraalt op de werkgever kan wel ten diens behoeve zijn.

In februari hadden we een vergelijkbare discussie over de TU/e, waarin mij verweten werd “alleen maar vanuit de student” te redeneren bij de vraag of de TU/e auteursrechten van studenten kan opeisen bij het inschrijvingsformulier. Immers -en ik citeer Alfons Laudy van Octrooicentrum Nederland: “Voor de universiteiten is van belang dat het onderwijs hanteerbaar blijft. En dat komt bij projectonderwijs onder druk te staan als de rechten van (deel)uitvindingen bij studenten liggen.”

Door alle rechten bij de instelling te leggen, blijft het inderdaad allemaal zeer hanteerbaar voor die instelling. Maar een zo algemene regel doet geen recht aan de situatie van vandaag waarin werknemers en studenten steeds meer werken zelf publiceren naast hun dienstverband. Het is eenvoudigweg niet meer redelijk om als instelling of werkgever alles toe te eigenen (met hooguit “er kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt” want de bureaucratie is daar niet op ingesteld en de onderhandelingspositie van de werknemer te zwak). Een regeling zoals deze HBO-CAO verdient een expliciete uitzondering voor bloggen en andere duidelijk eigen activiteiten.

Arnoud

Al te hard blaffen = geen proceskostenvergoeding

Onlangs kwam ik een kantonzaak uit Groningen tegen waarin de eisende jurist wel heel hard blafte: u pleegt plagiaat, u schendt de auteurswet, cliënt heeft de mogelijkheid om een civiele procedure tot veroordeling tot staking van de inbreukmakende handeling en/of betaling van schadevergoeding en/of een strafrechtelijke procedure aanhangig te maken. Bovendien zou aangifte worden gedaan.

Maar wat nu precies overgenomen was en waarom dat inbreuk zou zijn, bleek niet uit die brief. De gedaagde vroeg om verduidelijking: om welke teksten of passages zou het gaan en dan zou ze dat aanpassen. Het antwoord: woef, maar dan juridisch – u moet alle teksten weghalen binnen een week anders gaan we aangifte doen en een rechtszaak beginnen.

Uiteindelijk kwamen er dan toch twee stukjes tekst boven tafel die inbreukmakend zouden zijn. Die werden verwijderd, en toen (woef!) kwam er een schadeclaim van 2000 euro voor de overname en 1785 euro aan kosten voor juridische bijstand.

Daar maakt de kantonrechter in zijn vonnis gelukkig korte metten mee. Allereerst staat niet vast dat de betreffende teksten auteursrechtelijk beschermd zijn. De gebruikte woorden en frases (geluk, hoop, liefde, verdriet, etc) zijn zo gebruikelijk bij dit soort diensten dat er geen stempel van de maker (pardon, eigen intellectuele schepping) in de overgenomen tekstjes te herkennen is.

Belangrijker: de blaffende jurist krijgt zijn kosten niet vergoed. Want:

Om voor vergoeding in aanmerking te komen is het criterium of het maken van die kosten redelijkerwijs verantwoord was. De kantonrechter verstaat onder redelijkerwijs ondermeer dat men aan de wederpartij duidelijk maakt wat men van haar verlangt en haar in de gelegenheid stelt daaraan te voldoen voordat men kosten gaat maken. Uit de gang van zaken blijkt dat [gedaagde] zich van het begin af aan bereid heeft verklaard om de teksten aan te passen, maar dat [Eiser], nog voordat zij aan [gedaagde] had duidelijk gemaakt wat zij gewijzigd wilde zien de zaak ter behandeling aan [jurist] had overgedragen. Daar komt bij dat de eerste twee brieven van [jurist] wel dreigementen bevatten maar geen duidelijkheid gaven hoewel [gedaagde] daar uitdrukkelijk naar had gevraagd.

De eiser mag dus zelf de 2000 euro voor deze jurist betalen.

Een goeie zaak, wat mij betreft. De regels voor proceskostenvergoeding bij auteursrechtzaken is me al lang een doorn in het oog. In tegenstelling tot ‘gewone’ rechtszaken krijg je als verliezer bij een auteursrechtzaak namelijk de werkelijke rekening van de advocaat van de andere partij gepresenteerd. En dat pakt zuur uit bij veel bloggers die (al dan niet uit onwetendheid) een plaatje of tekst overnemen. Hoewel de schadevergoeding misschien beperkt kan worden vanwege bv. het kleine aantal bezoekers, blijven de advocaatkosten torenhoog. Dit maakt het bijzonder moeilijk om tot een fatsoenlijke schikking te komen. Elk uur onderhandelen is immers voor je eigen rekening als inbreukmaker.

Arnoud

Kun je Creative Commons iconen in GPL applicaties stoppen?

alientrap.pngVia-via kwam ik op het Alientrap forum waar een interessante discussie liep over het mixen van GPL code met anders gelicentieerde code. Meer specifiek: kun je plaatjes die onder Creative Commons zijn, eigenlijk wel laten verschijnen in een programma dat onder GPL uitgebracht is?

Hoofdregel van de GPL open source licentie is dat “verveelvoudigingen in gewijzigde vorm” of ook wel “afgeleide werken” alleen mogen worden verspreid onder diezelfde GPL voorwaarden. Hoe je precies een “afgeleid werk” herkent, is al jaren een lastige vraag voor juristen. Er zijn allerlei theorieën, variërend van “alleen gewijzigde bestanden” tot “alles dat je meelinkt” tot zelfs “alles waarbij de intentie is dat het nauw samenwerkt”. Ik besprak dit een tijd geleden in de context van plugins (Joomla of phpBB).

Het bijzondere in deze discussie is dat het nu eens niet gaat over combinaties van software met software, maar over combinaties van software met data zoals plaatjes of muziek. Kun je bijvoorbeeld een icoon laten verschijnen in de interface van een GPL programma dat zelf onder Creative Commons uitgebracht is? Of een helptekst uit Wikipedia halen?

De discussie werd kernachtig samengevat als:

Whether it is allowed to mix licenses in such a way has not been decided in any court yet, so both views may be possible. However, think about this: if it WERE allowed to mix GPL code with non-GPL data, why wouldn’t it be allowed to link GPL code against non-GPL libraries (and vice versa)? The library is just as dynamically loaded as the content. Yet still it is the common legal opinion that GPL code can NOT be linked against non-GPL libraries. The engine loads the data just like it loads its libraries (DLLs). Why should these be considered different, legally?

Het verschil zit hem niet zozeer in het laden, maar in het gebruik van de materialen nadat deze geladen zijn. Code wordt uitgevoerd, en mixt daar met de code die al geladen is. Een plaatje wordt geladen en doorgegeven, dat blijft in principe geïsoleerd van de code die aan het draaien is. Het lijkt me moeilijk om te betogen dat het plaatje op welk moment dan ook onderdeel van de applicatie is.

De enige mogelijkheid die ik zie is dat alles dat in de context van die applicatie op het scherm verschijnt, daar onderdeel van is. Een icoontje verschijnt als onderdeel van de knoppenbalk, en een kaart voor een spel verschijnt in het gebied waar je met je avatar rondloopt. Maar dan is de tekst die ik nu in dit editvenster typ, ook een afgeleid werk van mijn blogsoftware WordPress. En de webpagina’s die in mijn Firefox verschijnen zijn afgeleide werken van die browser. Nee, dat wil er bij mij niet in.

Het zou misschien anders worden als de plaatjes echt als onderdeel van de applicatie worden geïntegreerd, bv. zoals Windows-applicaties het icoontje voor op de desktop met zich meedragen. Dat icoon zit echt fysiek in de applicatie zelf, en zou dus als onderdeel daarvan kunnen worden gezien. Maar een icoon dat los in een map op de harde schijf staat? Nee.

Arnoud

123video wil dat gebruiker haar schade vergoedt

123video.pngInternetprovider Ziggo moet de persoonsgegevens van een klant geven die video’s van pornoster Kim Holland plaatste op 123video.nl, meldde Webwereld maandag. Deze eis had 123video.nl ingesteld omdat zij op haar beurt (haha, hij zei beurt en het gaat over porno) was aangeklaagd door Kim Holland Producties vanwege diezelfde videos.

Dat er illegaal filmpjes worden geupload naar sites als 123video (of Youtube, of …) is natuurlijk geen onbekend verschijnsel. In de meeste gevallen komt er dan een notice-en-takedownclaim van de rechthebbenden, verwijdert de (s)exploitant (haha) van de site het filmpje en daarmee is de zaak klaar (haha). Financiële claims zijn meestal niet aan de orde, want zo’n site kan zich beroepen op de wettelijke bescherming voor hostingproviders. Die stelt dat je als site niet aansprakelijk bent voor uploads van gebruikers, mits je maar gehoor geeft aan evident juiste claims van rechthebbenden over het materiaal.

Kennelijk neemt Kim Holland Producties hier de insteek (haha) dat 123video geen beroep toekomt (haha) op deze uitsluiting. Daar zijn precedenten voor, met name op het gebied van forumsites maar ook natuurlijk bij Mininova dat geen internetprovider bleek te zijn. Maar waarom het voor 123video niet zou gelden, is me niet duidelijk. Afijn, dat is iets voor later, want eerst ligt er dus de oproep tot vrijwaring zoals dat juridisch heet.

123video namelijk is niet voor één gat (haha) te vangen: ze heeft in haar algemene voorwaarden een vrijwaringsclausule opgenomen. Die kreet heeft u vast wel eens in voorwaarden zien staan, iedereen neemt dit standaard op namelijk. Het klinkt misschien onschuldig, een soort van belofte dat je echt-heus-waar geen rechten zult schenden. Maar onschuldig is dit niet: je belooft op te komen (haha) draven als de site wordt aangeklaagd. En in het uiterste geval om die 500.000 euro te komen (haha) vergoeden.

Probleem is natuurlijk om die uploader te vinden. Daarvoor trok (haha) 123video aan de bel bij Ziggo maar die weigerde de gegevens af te staan. De kortgedingrechter in Amsterdam vonniste echter dat Ziggo deze gegevens toch moet afstaan. De ernst van de overtreding en de dreigende schade voor 123video wegen zo zwaar dat de privacy van de klant moet wijken.

Dit is bij mijn weten de eerste keer (haha) dat een provider om deze reden gegevens moet afgeven. Ik ben heel benieuwd of deze persoon nu zelf aangepakt (haha) gaat worden of dat hij mee moet draaien (haha) in de zaak tussen 123video en Holland. In beide gevallen heeft hij toch een groot (haha) probleem.

Arnoud

Achterkamertjespolitiek in Europees Parlement over afsluiten internetgebruikers (gastpost)

vrijschrift.pngEen gastbijdrage van Walter van Holst van stichting Vrijschrift.

Aanstaande woensdag staat een amendement op de toekomstige kaderrichtlijn Telecommunicatie op de agenda van het Europees Parlement met betrekking tot het afsluiten van internetgebruikers. Achter deze gortdroge aankondiging zit een lopend gevecht tussen lobbyisten van de media-industrie, de EU-ministerraad en het Europees Parlement over het mogen afsluiten van internetters wegens auteursrechtenschendingen. Aanleiding is de Franse HADOPI-wetgeving die onlangs in (gewijzigde) vorm <a href=”http://webwereld.nl/nieuws/63764/-three-strikes”definitief-erdoor-in-frankrijk.html”>toch is ingevoerd. Kort en bondig gezegd: notoire downloaders van auteursrechtelijke beschermd materiaal kunnen in Frankrijk hun internetverbinding kwijtraken. In het Verenigd Koninkrijk is soortgelijke regelgeving aangekondigd.

Het Europese parlement had met grote meerderheid een amendement (inderdaad, nummer 138) op de komende kaderrichtlijn Telecommunicatie aangenomen dat het vermogen van de EU-staten om dergelijke regelgeving in te voeren, in zou perken. Dit uiteraard tot grote woede van met name Sarkozy, maar ook andere lidstaten dan Frankrijk hebben hun bedenkingen. Amendement 138 eist namelijk een rechterlijke toetsing voordat dergelijke maatregelen doorgevoerd mogen worden, een onderwerp wat officieel niet tot de bevoegdheden van de EU behoort. Dit heeft in het verleden de EU er overigens niet van weerhouden om toch richtlijnen uit de vaardigen die de rechtsgang raken, waaronder de Handhavingsrichtlijn Auteursrecht die geresulteerd heeft in een revolutie in proceskostenveroordelingen in Nederland.

De discussie tussen het Europees Parlement en de EU-ministerraad is een blokkade voor invoering van de nieuwe kaderrichtlijn Telecommunicatie, wederom een gortdroge term waar een wereld van politiek, economie en lobbyen achter verscholen ligt. Deze kaderrichtlijn is de grootste verandering in de regeluring van de telecommunicatiesector in de EU in tien jaar. Onder andere het zogenaamde digital dividend,de verdeling van door de invoering van digitale televisie vrijgekomen radiofrequenties maken hier onderdeel van uit. Tegelijkertijd bevat Amendement 138 aanknopingspunten voor netneutraliteit. Dit alles staat nu in de ijskast tot de ruzie over afsluiten van internetgebruikers is opgelost.

Om uit de impasse te geraken heeft de voorzitter van de verantwoordelijke commissie van Europarlementariërs, Catherine Trautmann, een compromis gesloten met de EU-ministerraad wat ogenschijnlijk in de geest is van Amendement 138 zoals dat door het EP is aangenomen. Echter, dit compromis wijkt op essentiële punten af:

  • In de oorspronkelijke tekst werd gesproken over maatregelen in het algemeen, in de compromistekst wordt gesproken over maatregelen door de lidstaten. Dit betekent dat de beperkingen niet van toepassing zijn op regelgeving op EU-niveau;
  • In de compromistekst wordt niet langer meer rechtspraak voorafgaand aan de afsluiting van internetgebruikers geëist, dit betekent dat rechterlijke toetsing achteraf ook mogelijk is. Denk aan onze wet-Mulder die veroorzaakt heeft dat verkeersboetes pas aangevochten kunnen worden nadat betaald is;
  • De aanknopingspunten voor netneutraliteit (het recht van gebruikers om zelf hun toepassingen en apparatuur te kiezen) zijn verwijderd.

De voorgaande punten leiden tot een optelsom die buitengewoon veel collateral damage kan leiden. Denk maar eens aan bedrijven die als gevolg van ondoorzichtige afsluitingsprocedures waarin pas achteraf sprake kan zijn van hoor en wederhoor afgesloten worden van internet. En niet alleen bedrijven: toegang tot het internet is steeds meer een essentiële voorwaarde voor participatie in een informatiemaatschappij. Uitsluiting daarvan zou hooguit langs strafrechtelijke weg moeten kunnen, met alle rechtsbescherming die daarmee gepaard gaat.

De discussie in het Europees Parlement is nog niet afgerond en Europese digitale burgerrechtengroepen zijn in actie gekomen, in het bijzonder het Franse La Quadrature du Net. Voor wie hier aan wil bijdragen geldt dat het de voorkeur verdient dat zij telefonisch contact opnemen met Europarlementariërs (lees eerst de tips).

Het belangrijkste doel wat bereikt zou moeten worden is dat niet de compromistekst van Trautmann, maar de democratisch tot standgekomen tekst van het Europees Parlement leidend dient te zijn in de discussie met de EU-ministerraad.

Walter van Holst is in het dagelijks leven IT-jurist en daarbuiten vrijwilliger voor Stichting Vrijschrift.org. Vrijschrift wil dat vrije informatie – zoals vrije software, vrije leermiddelen en literatuur uit het publieke domein – gestimuleerd wordt om de ontwikkeling van de mensheid te versnellen.