Onderzoek toont aan: downloadverbod zal industrie niet helpen

Invloed van downloadverbod op koopgedrag downloaders, klik voor vergrotingEen wettelijk downloadverbod zal geen invloed hebben op het koopgedrag van internetgebruikers. Zo’n verbod, voorgesteld door het kabinet, kan zelfs een averechts effect hebben op het bestrijden van illegale muziek- en films op internet. Dit blijkt uit een onderzoek dat onderzoeksbureau Multiscope in opdracht van de stichting Copyright en Nieuwe Media heeft gehouden onder een representatief deel van de Nederlandse bevolking. De stichting pleit voor het verbeteren van de kwaliteit van legale downloads, en het weglaten van kopieerbeveiligingen en niet te skippen intro’s, omdat dit de verkoop wél zal stimuleren.

Update: download het onderzoeksrapport!

Van de ondervraagden zegt 63 procent niet meer films of muziek in de winkel te gaan kopen door een verbod. Tien procent van de ondervraagden zegt zelfs minder in de winkel te gaan kopen bij een downloadverbod.

Een derde van de Nederlandse bevolking haalt wel eens muziek of films van internet. Meer dan een miljoen Nederlanders zelfs meer dan eens per week. Maar liefst 75% van de respondenten die downloaden is niet van plan te minderen als zo’n verbod er zou komen. Pas als het verbod gekoppeld zou worden aan permanente controle en afsluiten van internet bij overtreding zouden worden genomen om illegaal downloaden te bestrijden, geeft 43% van de respondenten aan te gaan minderen. In Frankrijk is het al wettelijk verplicht dat internetproviders hun klanten permanent in de gaten houden en afsluiten van internet als ze drie keer betrapt worden op illegaal downloaden.

De verwachtingen omtrent een downloadcontrole, klik voor vergrotingAuteursrechtenwaakhond Brein zou graag een afsluitplicht ook in Nederland invoeren, bijvoorbeeld door dit via rechtszaken af te dwingen. Ruim zestig procent van de ondervraagden vindt het echter onterecht wanneer de internetprovider verplicht wordt downloadverkeer te controleren om overtreders af te sluiten bij overtredingen. Afsluiting is uitsluiting.

Het aanbieden van legale alternatieven zal weinig aan het gedrag van downloaders veranderen: slechts 10 procent van de ondervraagden zou daarom stoppen met illegaal downloaden. Hoewel legaal aanbod van muziek en films op internet moet worden gestimuleerd, is criminaliseren van de huidige downloadpraktijk een heilloze weg.

Het onderzoek laat zien dat, naast vooral het feit dat downloaden gratis is, het karige aanbod, kopieerbeveiligingen en de gebrekkige kwaliteit van de legale bronnen belangrijke redenen zijn om te downloaden uit illegale bron. Zoals Apple met iTunes voor muziek heeft laten zien, en ook uit Brits onderzoek is gebleken, zal investeren in deze punten veel meer opleveren.

Arnoud

Three strikes via de ACTA-deur

Gisteren op Tweakers:

Uit een gelekt concept-artikel van het Acta-verdrag, waarover in het geheim wordt onderhandeld, blijkt dat isp’s moeten optreden tegen klanten die auteursrechten schenden. Ook wordt het omzeilen van kopieerbeveiligingen strafbaar.

Over het ACTA-verdrag is veel te doen, met name vanwege de geheimhouding er omheen maar natuurlijk ook de vele draconische verbodsmaatregelen die worden voorgesteld. Overigens valt het voor Nederland wel “mee” wat dat betreft, 80% van wat in ACTA staat is stiekem allang wet hier: online distributie moet onder het auteursrecht, providers worden beperkt aansprakelijk, technische kopieerbeveiligingen mogen niet worden doorbroken en rechteninformatie mag niet worden verwijderd. Tweakers dacht in eerste instantie dat dit nieuw was, maar in een update met quotes van ict-jurist (sic) Christiaan Alberdingk Thijm wordt duidelijk dat daar het venijn niet zit.

Nee, dat zit verstopt in voetnoot 6 uit het vermoedelijke hoofdstuk over digitale maatregelen. In dat hoofdstuk staat een artikel over de beperkte aansprakelijkheid van internetproviders. Die regeling lijkt sterk op wat we sinds 2000 hebben: geen aansprakelijkheid mits men een effectieve notice-en-takedownprocedure implementeert.

Ik haal de tekst en voetnoot even aan:

an online service provider adopting and reasonably implementing a policy to address the unauthorized storage or transmission of materials protected by copyright or related rights

An example of such a policy is providing for the termination in appropriate circumstances of subscriptions and accounts in the service provider’s system or network of repeat infringers.

“Termination of repeat infringers” is natuurlijk precies waar het bij three strikes over gaat. De voetnoot maakt duidelijk dat dit een voorbeeld is, zodat je in theorie ook andere opties kunt aanwijzen als wetgever (boze brieven, blokkeren van P2P of een Brein-hotline) maar het ligt voor de hand dat deze optie het zal worden.

Kan dat zomaar in Europa? Goeie vraag. Eerder deze maand verklaarde de Europese Commissie:

ACTA should not contain measures restricting end-users” access to the Internet that would not be appropriate, proportionate and necessary within a democratic society and without a prior, fair and impartial procedure

wat op zich hartstikke mooi klinkt maar niet uitsluit dat er wel degelijk restricties kunnen worden ingevoerd. Het is nog wat vroeg om te zeggen hoe ver dat precies kan gaan, maar zorgelijk is het wel.

Arnoud

Thuiskopiëren van e-books

Digitale boeken blijken in groten getale illegaal te downloaden via downloadsites, meldde NRC vorige week. En dat vinden de uitgevers niet leuk, want “de onvermijdelijk aan digitalisering gekoppelde piraterij de economische basis onder het boekenbedrijf zal wegslaan.” Nee, men heeft niets geleerd van de muziekindustrie. Opmerkelijk, want er zijn toch genoeg boeken verschenen over dit onderwerp.

De juridische discussie ligt hier iets anders dan bij het downloaden van muziek en films. boeken zijn namelijk uitgesloten van het recht om een thuiskopie -en dus ook een download- te maken. Je mag alleen een “klein gedeelte” van een boek kopiëren, tenzij “redelijkerwijs mag worden aangenomen [dat] geen nieuwe exemplaren tegen betaling, in welke vorm ook, aan derden ter beschikking zullen worden gesteld”. Vandaar dus dat het standaardwerk over auteursrechten van De Beaufort gewoon gedownload mag worden, ook al zit er nog auteursrecht op. (Mag ik ernaar linken? Jazeker, want de bron is legaal omdat de auteursrechten in de VS verlopen zijn.)

De eigenlijke discussie moet niet juridisch zijn maar economisch: hoe stimuleren we het maken en verkopen van boeken, en welke rol kunnen uitgevers daarbij spelen? Het antwoord “downloaden van e-books moet keihard aangepakt worden” lijkt me in ieder geval fout, want dat zet geen zoden aan de dijk. Dat illegale aanbod blijft bestaan, de uitdaging is dus (net als bij muziek, films en games) zorgen voor een legaal alternatief dat voor makers, tussenpersonen en afnemers van werk bruikbaar is.

Arnoud

Google Streetview is volgens mij toch echt commercieel

Sinds kort heeft Google Streetview een nieuwe feature: als je op een plek komt waarbij gegeotaggede Flickr-foto’s beschikbaar zijn, dan kun je die bekijken. Handig, maar er gaat wel iets fout want er komen ook gewoon Creative Commonsfoto’s in beeld die niet commercieel gebruikt mogen worden (bedankt, Marco).

Bij bijvoorbeeld het Zeeheldenkwartier in Den Haag staan linksboven een viertal kleine thumbnails waaronder één van Akbar Simonse. Nu zijn die thumbnails op zich te verexcuseren onder citaatrecht, maar als je erop klikt dan krijg je echt de foto zelf in groot formaat te zien en dat is geen citaatrecht meer:

den-haag-foto-google-streetview-creativecommons.jpg

Op de Flickr-pagina staat duidelijk dat deze foto Creative Commons is maar wel met de “nietcommercieel” optie. En een Streetviewpagina met advertenties erop lijkt mij commercieel.

Nu dacht ik even dat er in de algemene voorwaarden van Flickr iets zou staan als “oh ja wij mogen je foto’s verkopen aan iedereen” maar dat staat er dus niet in. En een andere manier waarop dit zou mogen, zou ik zo niet weten.

En een incidenteel foutje is het niet: ik vond ook een Eindhovense foto van ene Noud (nee, iemand anders) met ook wederom de commerciële rechten voorbehouden.

Ik vermoed dus dat Google gewoon de hele CreativeCommons-stream van Flickr gebruikt en niet kijkt naar de specifieke labeltjes zoals “geen afgeleide werken” of “niet voor commercieel gebruik”. Jammer, want bij Creative Commons zijn dat soort checks juist heel eenvoudig omdat die informatie ook machineleesbaar aangeleverd wordt.

Arnoud

Mogen wij illegale-Windowsgebruikers wel helpen?

genuine-microsoft.jpgEen lezer vroeg me:

Op ons forum helpen we computergebruikers met het verwijderen van virussen, spyware en dergelijke. Nu zegt een van onze leden dat wij mensen niet toe mogen laten die een illegale versie van Windows gebruiken, omdat we dan medeplichtig zijn aan het schenden van auteursrechten van Microsoft. Is dat zo?

Juridisch zie ik geen redenen om iemand hulp te weigeren omdat diens Windows-versie illegaal zou zijn. Nog afgezien van de vraag of die vaststelling terecht is: het is een bekend probleem dat Windows niet altijd correct zichzelf ‘genuine’ verklaart.

Formeel is opzettelijke inbreuk op het auteursrecht een misdrijf (art. 31 Auteurswet). Echter, niet elke nongevalideerde Windows-installatie is inbreukmakend. Een licentieschending is niet automatisch een inbreuk op het auteursrecht.

Maar zelfs als de inbreuk vast zou staan, bv. omdat de poster meldt dat hij een gekraakte Windows gebruikt, dan zie ik nog niet in hoe een forumparticipant strafbaar zou handelen door deze poster te helpen. De inbreuk is al gepleegd, en je kunt daar niet achteraf nog eens medeplichtig aan zijn. Van medeplichtigheid kan alleen sprake zijn als je betrokken bent bij de inbreuk zelf, het kraken en installeren van de software dus.

Natuurlijk mag je als forumlid beslissen dat jij mensen niet wilt helpen, ongeacht de reden. Maar dat is dan een eigen keuze en niet een wettelijke plicht of zo.

Arnoud

Samenwerken en auteursrecht

Begin deze maand stelde nl-x de vraag:

Wie heeft nu eigenlijk de auteursrechten? De fotograaf, omdat hij een camera meenam en op een knopje drukte? De opdrachtgever die de compositie, kleding en model bepaalde? De persoon die uiteindelijk de foto’s bijknipte? Iedereen afzonderlijk? En zo ja, heeft iedereen dan ook veto-recht?

Hoofdregel is dat wie het werk maakt, de auteursrechten heeft. Niet degene met het idee, niet degene die betaalt, niet degene wiens producten op de foto staan en niet degene die de foto’s zal gaan publiceren. (Een uitzondering is wanneer de maker in dienst is bij een ander; die ander is dan auteursrechthebbende.)

Veel opdrachtgevers denken dat omdat zij betalen of omdat zij aangeven wat er op de foto moet, zij de rechten daarop hebben. Dat is niet zo. Pas als ze zich inhoudelijk gaan bemoeien met de compositie kan dat anders worden. Je moet dus kortweg de regisseur van de scene zijn en aan kunnen tonen welke creatieve aspecten die op de foto te zien zijn, aan jouw brein zijn ontsproten.

In de situatie uit de vraag zouden de fotograaf en de opdrachtgever waarschijnlijk een gezamenlijk auteursrecht hebben, omdat ze allebei creatieve inbreng in de foto’s leverden die niet te scheiden is. In dat geval moeten ze samen afspraken maken over exploitatie, omdat ze los van elkaar tegen inbreuk mogen optreden (art. 26 Auteurswet) en dus niet zonder elkaar toestemming kunnen geven voor bepaald gebruik. (Dit is anders in bv. de VS, waar iedere rechthebbende los van de anderen toestemming kan geven voor elk gebruik van het werk.)

Voor software geldt dezelfde regel; maak je samen een programma dan moet je dus samen afspreken onder welke licentie je dat op de markt wil brengen. Doe je dat niet, dan kan je mede-auteur iedere licentie die jij geeft, ernstig frustreren.

Arnoud

Kan een avatar auteursrechten hebben?

Een lezer vroeg me:

Al geruime tijd ben in actief in Second Life. Ik heb daar een winkel waar ik zelfgemaakte virtuele artikelen verkoop. Daar zit een licentie aan, en ik heb bij de copyrightnotice de naam van mijn avatar bij vermeld in plaats van mijn eigen naam. In Second Life is het namelijk niet gebruikelijk om je echte identiteit bekend te maken. Die maak je bekend aan Linden Lab, het bedrijf achter Second Life, en verder opereer je anoniem en ben je in Second Life alleen bekend onder de naam van je avatar. Maar is dat juridisch eigenlijk wel juist? Wat gebeurt er bijvoorbeeld bij een geschil, wordt mijn auteursrecht dan afgewezen omdat het niet onder mijn eigen naam geclaimd is?

Een avatar is geen persoon of bedrijf en kan dus geen auteursrechten bezitten. Formeel is die copyright notice dus niet helemaal correct. Aan de andere kant, het is toegestaan om een pseudoniem te hanteren, en de naam van je avatar lijkt me een soort van pseudoniem voor jezelf. Ik zie er dus weinig mis mee.

Daar komt bij dat een copyrightnotice helemaal niet verplicht is; volgens de wet heb je auteursrecht zodra je iets maakt, ongeacht wat voor mededeling je erbij zet. Je auteursrecht ben je dus niet kwijt omdat je het alleen in de naam van je avatar claimt.

Er zijn wellicht vraagtekens te stellen bij een licentie die als licentiegevende partij een avatar vermeldt. Is zo wel duidelijk met wie je zaken doet? Binnen Second Life zou ik zeggen van wel, gezien die constructie met Linden Labs. De avatar is gekoppeld aan een echte persoon, zodat altijd te achterhalen is met wie je zaken doet.

Verder zou je de naam van de avatar ook kunnen zien als een handelsnaam van de vraagsteller. Die doet op deze manier immers zaken onder die naam. Je kunt meer dan één handelsnaam hebben, dus ook als zhij een andere naam bij de Kamer van Koophandel hanteert kan de naam van de avatar een geldige handelsnaam zijn. En dan is het correct om die naam en niet de naam van de vraagsteller als persoon in de licentie op te nemen.

Arnoud

De waarde van registratie van een idee

Regelmatig krijg ik vragen van lezers die hun idee willen vastleggen en zich afvragen of ze dan “beschermd” zijn.

Ja en nee.

Er zijn vele diensten waar je een idee, tekst, afbeelding of ander werk kunt vastleggen. In Nederland hebben we het i-Depot van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom, en ook commerciële diensten als File-Reg of CCProof zijn in Nederland beschikbaar. De Belastingdienst zet datumstempels op alles dat je op de afdeling Registratie & Successie op de balie legt. Daarmee kun je bewijzen dat het werk op die datum bestond.

Dat is handig, want als iemand anders claimt dat hij het werk gemaakt heeft, kun je die registratie laten zien – en alleen de auteur kon dat werk al zo vroeg gedateerd hebben, dus dan moet je de auteur wel zijn. Maar dat is dan ook het enige.

Wat zo’n registratie je niet geeft, is dwingend bewijs dat je de auteur bent of een rechtsmiddel waarmee je anderen die hetzelfde gaat doen, kunt tegenhouden. Registratie heeft dus geen juridisch voordeel, behalve als je bang bent voor ruzies over wanneer het werk gemaakt is of over hoe het eruit zag op een bepaalde datum.

Ik kan me dan ook geweldig ergeren aan opmerkingen als

File-Reg kan gezien worden als een ‘internet depot’, ook wel ‘i-depot’, voor het vastleggen van uw intellectueel eigendom. Copyright vastleggen via File-Reg is rechtsgeldig en kan als bewijs in gerechtelijke procedures worden toegelaten.

En nee, niet vanwege de flauwe poging om te scoren op de zoekterm “i-depot” van het BBIE. Met deze tekst wordt de indruk gewekt dat je een recht vestigt, of dat het nodig is om auteursrecht (copyright) te registreren. Wat betekent “is rechtsgeldig” immers anders dan “dit levert u een juridisch afdwingbaar recht op bij de rechter”?

(Spitsvondige juristen zullen nu zeggen “rechtsgeldig betekent alleen dat de rechter het niet meteen van tafel veegt”, maar in die betekenis zal de leek het niet opvatten. En de informatiewaarde van de opmerking is in die betekenis nul, net als “uw commentaar onder deze blog is rechtsgeldig.”)

Juridische bescherming van een idee krijg je op twee manieren: 1. Een geheimhoudingsovereenkomst (NDA) afsluiten waarin staat dat de wederpartij het idee niet mag doorvertellen. 2. Het idee uitwerken tot een handboek of draaiboek en daarmee een auteursrechtelijk beschermd werk maken. Wie dan op basis van het handboek het idee hergebruikt, pleegt inbreuk op auteursrechten. Maar je moet dan wel bewijzen dat ze je handboek hebben gebruikt als basis, want zonder toegang tot het origineel kan er per definitie niet uit gekopieerd zijn.

Hierbij kan een depot handig zijn, omdat dan vaststaat welke aspecten van het idee bij de bedenker bekend waren. Maar meer dan dat kan ik niet bedenken.

Arnoud

Embedden nu toch openbaar maken?

Weet u nog, die site MyP2P waar je handige hyperlinks naar illegaal doorgegeven televisieprogramma’s kon vinden? Eerst ex part verboden en toen in de echte rechtszaak wegens overmatige complexiteit niet veroordeeld. In hoger beroep heeft het Hof Den Bosch er minder moeite mee (PDF; en is dat een typemachine?). Hoewel MyP2P er niet voor wordt veroordeelt, laat het Hof zich wel ontvallen dat embedded links nieuwe openbaarmakingen zijn.

Een juridisch omgwtfbbq-momentje? Ik weet het niet. De enige onderbouwing die men geeft is

In de rechtspraak en juridische literatuur wordt betrekkelijk eensgezind aangenomen dat een embedded link wel een openbaarmaking inhoudt. Immers, het materiaal is dan te bekijken of beluisteren binnen de context van de website van degene die de link heeft geplaatst, waardoor diegene die de vertoning van het achterliggende werk zozeer “voor zijn rekening neemt” dat dit niet meer als een enkele verwijzing is te beschouwen.

maar welke rechtspraak of literatuur wordt gebruikt, blijft in het midden. Toevallig verscheen zeer onlangs in tijdschrift Mediaforum (2010, 1) een artikel van auteursrechtenadvocaat Dirk Visser over embedden van Youtube-filmpjes. Hij tussenconcludeert:

Het is dus mogelijk om “embedden”, evenals hyperlinken, niet als auteursrechtelijk relevant openbaar maken aan te merken. Het is ook mogelijk, bijvoorbeeld via een bepaalde invulling van het begrip ‘nieuw publiek”, “embedden” wél als (secundaire) openbaarmaking aan te merken, waarbij men uit moet gaan van een functionele benadering van het openbaar- makingsrecht, waarbij vermoedelijk de indruk van het publiek over wie openbaar maakt van belang is. Het Hof van Justitie der EG zal hierover uiteindelijk moeten beslissen.

Visser lijkt er niet aan te willen dat iedere embedding een nieuwe openbaarmaking is, maar houdt voor commerciële sites zoals MyP2P diverse slagen om de arm (de cynische lezer zou zeggen om zijn broodheer BREIN niet in gevaar te brengen) in zijn conclusie. Zijn onderscheid tussen commerciële en private partijen is op zich sympathiek maar verhoudt zich maar moeizaam met de strenge Auteurswet, die dit onderscheidt niet kent. Iets is openbaarmaking of niet, en de al dan niet bedrijfsmatige status van de openbaarmaker is daarbij niet relevant. Pas bij diverse verweren (openbaarmaking in private kring bijvoorbeeld) of bij regelingen van bv. Buma/Stemra wordt dat belangrijk. Maar de vraag of iets openbaarmaking is, moet zonder aanzien des persoons worden bepaald.

Ik heb even zitten zoeken, maar afgezien van de Nieuw Rechts– en Voeljeniksvan-zaken ken ik er geen waar embedden of inline linken als openbaarmaken werd gezien. En die twee zaken vind ik wat te mager om te zeggen dat “betrekkelijk eensgezind aangenomen” wordt dat dit het geval is.

Oh kijk, de advocaat van MyP2P kwam zelf met deze stelling:

In de rechtspraak en juridische literatuur wordt betrekkelijk eensgezind aangenomen dat een embedded link wel een openbaarmaking inhoudt. Immers, het materiaal is dan te bekijken of beluisteren binnen de context van de website van degene die de link heeft geplaatst en door de plaatsing wordt over het algemeen een nieuw publiek bereikt.

Ik neem aan dat hij het dan ook in het verweer zo heeft geformuleerd en dat het Hof dit via copy&paste heeft overgenomen.

Omdat “niet is gebleken” dat MyP2P embedded links aanbiedt, worden ze hiervoor niet veroordeeld. Waarom erover beginnen, denk je dan. Wel is het onrechtmatig om structureel links aan te bieden naar illegaal aangeboden streams met televisieprogramma’s, geen verrassing gezien de Mininova- en Pirate bay-uitspraken.

Arnoud

Mijndomein wint van konijn

nijntje-trance-hardcore-parodie.pngVolwassenen snappen best dat de bekende Nijntje-parodieën grappig bedoeld zijn, en daarom hoeft hostingprovider Mijndomein.nl ze niet te verwijderen van de site van een klant. Dat blijkt uit het vonnis dat gisteren bekend werd in de zaak tussen de provider en Dick Bruna-bedrijf Mercis. Bij twee afbeeldingen (waaronder helaas de bekende Nijn-Eleven) is echter meer overgenomen dan nodig voor de parodie, en daarom blijven die dan toch verboden. En verder krijgt Mijndomein.nl een last onder dwangsom om bij toekomstige klachten van Mercis binnen 48 uur (“weekenden uitgezonderd”) het materiaal weg te laten, of de klacht nou terecht is of niet.

Dat Mercis het niet leuk vindt dat er “volwassen humor” rond het kindvriendelijke konijn met andreaskruis als neus wordt bedreven, is bekend. Alles en iedereen die het waagde Nijntje als cokesnuiver, wietroker, hardcore-DJ of principiële gabber neer te zetten, kreeg boze sommaties van haar advocaten. Of je nu een blogger was, een roze shockblog of een Belgisch tijdschrift: het moest eraf en het ging eraf.

geen-nijn-eleven.pngMijndomein.nl besloot echter naar de rechter te stappen in plaats van de afbeeldingen te verwijderen. Erg netjes, als hostingprovider hadden ze best het materiaal gewoon weg kunnen hallen op basis van de claim – het parodie-verweer is immers niet haar probleem maar dat van de blogger. De rechter accepteert het parodieverweer, behalve voor twee afbeeldingen die 99% uit een originele Nijntje-tekening zijn overgenomen. En daaronder valt dus ook de Nijn-Eleven tekening, omdat de Nijntje in het vliegtuig en het flatgebouw zijn gecopypaste in plaats van nagetekend.

Verder had Mercis nog het merkenrecht in stelling gebracht: Nijntje is een merk, en merken mag je niet zomaar parodiëren. Maar de rechter houdt het hier simpel (geheel in Nijntje stijl): als het mag onder het auteursrecht, mag het in dit geval ook onder het merkenrecht. Er wordt immers geen geld verdiend met de plaatjes, zodat er geen sprake kan zijn van commercieel gebruik van het merk. En de regels over nietcommercieel gebruik komen hier in feite op hetzelfde neer als de parodie-exceptie in de Auteurswet.

De rechter legt Mijndomein.nl echter wel nog een bijzondere verplichting op: zij moet vanaf nu binnen 48 uur optreden na een klacht van Mercis over merkinbreuk. Als de klacht niet klopt, moeten de partijen dat maar bij de rechter komen uitvechten. Dat lijkt te komen omdat er niet gereageerd zou zijn op een eerste sommatiebrief van de advocaten, maar het pakt wel raar uit. Over vijf van de zeven afbeeldingen is onterecht geklaagd, en vanaf nu moet Mijndomein dus zonder protest doen wat Mercis zegt?

-edit- Link naar vonnis en originele blogpost toegevoegd.

Arnoud