Een medewerker heeft onze software ge-opensourcet, wat nu?

Een lezer vroeg me:

Wij zijn een klein softwarebedrijf dat snel wil groeien, dus we hebben recent een aantal mensen aangenomen. Nu blijkt eentje daarvan in zijn vrije tijd aan een opensourceproject te werken. Op zich prima, alleen brengt hij code in dat project die hij voor zijn werk geschreven heeft. Hij zegt dat het standaardcode is en dat we er alleen maar baat bij hebben, maar volgens mij bepaal ik nog altijd wat wij hier open sourcen. Wat kan ik nu doen?

Een werknemer kan inderdaad niet zelfstandig besluiten dat software die eigendom is van de werkgever, onder een opensourcelicentie beschikbaar mag zijn voor derden. Dat is een bedrijfsbeslissing. En als het bedrijf daarin volgens de werknemer de verkeerde beslissing neemt, dan heb je dat als werknemer te accepteren.

Hier is het duidelijk dat de code van de werkgever is, de software is voor het werk geschreven. Maar er zijn genoeg situaties met twijfelgevallen: het is niet letterlijk dezelfde code, maar men schrijft gelijksoortige code in eigen tijd. Of men schrijft volledig eigen code maar wel aan een project dat werkgerelateerd is. Een webbouwer die in zijn vrije tijd PHP modules ontwikkelt bijvoorbeeld. Dan kom je in de discussie of het werk binnen het kader van het dienstverband valt of niet. En dat is geen kwestie van “het was na 17 uur gemaakt” of “ik gebruikte mijn privélaptop”.

Goed, dus de code is van de werkgever. In principe kan deze nu gewoon naar het opensourceproject stappen en eisen dat deze de code verwijdert. Het project gebruikt de code immers zonder toestemming van de rechthebbende, inbreuk op auteursrecht dus.

Of niet? Het project zou kunnen zeggen, wij mochten erop vertrouwen dat deze werknemer gemachtigd was dit te doen. De wet kent namelijk een beschermingsconstructie voor situaties als deze. Als de werkgever de indruk heeft gewekt bij het project dat de werknemer dit mocht, dan zegt 3:61 BW dat het bedrijf gebonden is aan de licentie, ook als in feite de werknemer niet gemachtigd was dat te doen.

Wat kan zo’n indruk nu opwekken? Enkel dat de werknemer het doet, lijkt me niet genoeg. Een verklaring op de site van het bedrijf dat men open source steunt en belangrijk vindt in combinatie met gebruik van het zakelijke mailadres van de werknemer, dat zou ik wel een moeilijke vinden om te weerleggen. Dat het bedrijf het opensourcepakket (met werknemersbijdragen) zelf in producten stopt, lijkt me ook wel een overtuigend verhaal.

Los daarvan kun je je afvragen of je echt een discussie moet starten bij het opensourceproject. Dat gaat een hoop gedoe en negatieve PR opleveren. Is dat je code echt waard?

Arnoud<br/> PS meer weten over open source? Volg ons webinar open source de 28e.

Mag je een foto van een boek of artikel Twitteren?

twitpicVia Twitter kwam de vraag langs: mag je een foto publiceren op de microblogdienst van een pagina uit een boek, of van een geheel artikel?

Het voelt als een makkelijke manier: je ziet een interessante tekst, je wilt dat delen met je volgers dus maak je er even snel een foto van en die hang je aan een tweet. Een stuk sneller dan alles overtypen of zoeken naar een online bron – die er niet per se hoeft te zijn, zeker niet bij een boek.

Echter, de Auteurswet heeft weinig te schaften met wat handig, makkelijk of gebruikelijk op internet is. Gij zult toestemming verwerven anders zijt gij eene vuige piraat, even samengevat. Nou ja, gelukkig niet helemaal: we hebben het citaatrecht, dat toestaat dat je een stuk van een werk overneemt als dat noodzakelijk is voor aankondiging, bespreking of onderbouwing (art. 15a Auteurswet). Bronvermelding is verplicht natuurlijk.

De wijze van reproductie is niet relevant. Ik kan een tekst overtypen, een screenshot maken of een foto publiceren. Waar het om gaat is of de hoeveelheid geciteerde tekst gerechtvaardigd is door het doel. Bij afbeeldingen speelt dit vaker omdat men daar vaker hele afbeeldingen overneemt (en liefst zo groot mogelijk), en je dan tegen de discussie aanloopt of dit nu versiering is of citeren (zie dit arrest voor een voorbeeld).

Maar vooral van belang is dat je niet meer overneemt dan nodig. Zoals de wet het formuleert: citeren mag als

het citeren in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is en aantal en omvang der geciteerde gedeelten door het te bereiken doel zijn gerechtvaardigd;

Er zijn dus geen harde regels over aantallen zinnen dan wel pixel sdie je mag overnemen (nee, ook niet 194×125). Je moet kunnen rechtvaardigen dat je dít stuk nodig had, en dat het eigenlijk niet met minder kon.

Mijn rechtsgevoel zegt me dat het fotograferen van een hele pagina in het kader van “kijk eens wat een mooi citaat” wat ver gaat. Ik zou me afvragen, kun je niet inzoomen op de alinea met het citaat?

Arnoud

GeenStijl schendt toch geen auteursrecht door te linken naar Britt-Playboyfoto’s

Linken naar illegale blootfoto’s is wel onrechtmatig, maar geen inbreuk op het auteursrecht, zo las ik gisteren bij Webwereld. Daarmee wordt het geruchtmakende vonnis uit september vorig jaar ongedaan gemaakt. Wel wordt de link onrechtmatig verklaard; willens en wetens linken naar iets dat niet legaal online staat, is niet netjes en dus verboden. Grmbl.

In deze zaak ging het om gelekte Playboyfoto’s, foto’s die dus nog niet met toestemming waren gepubliceerd. En gezien recente Europese rechtspraak leverde dat een moeilijke juridische vraag open: is het hyperlinken dan een vorm van publiceren, beschikbaar stellen aan het publiek? Die Europese rechtspraak bepaalde namelijk dat het gaat om de vraag of je een nieuw publiek bereikt. En een nieuw publiek bereiken kan ook met een hyperlink in tekst. De GeenStijl-lezer is een ander publiek dan de FileFactory-bezoeker.

Het Hof begint haar arrest met vast te stellen dat hyperlinks normaal echt gewoon normaal zijn:

Verwijzing met een hyperlink naar een aldus op een andere locatie openbaar gemaakt werk is niet veel anders dan met een voetnoot in een boek of tijdschriftartikel verwijzen naar een reeds gepubliceerd ander werk. Een zelfstandige manier van openbaar maken of van interventie daarbij is het geven van een hyperlink in dat geval in beginsel niet.

Maar ze voegt daar wel meteen aan toe dat áls het werk nog niet openbaar gemaakt is, de hyperlink best eens cruciaal kan zijn. Het Hof noemt dit “volmaakt privé” zijn van de foto: echt niemand kon erbij tenzij ‘ie het adres wist en dat adres stond nergens. Oftewel, enkel een foto uploaden naar een website maakt de foto nog niet publiek. Het publiek moet de URL kunnen weten.

Hier pakt dat gunstig voor GS uit, want Sanoma kon niet bewijzen dat de foto volmaakt privé was. Helaas zonder de criteria te noemen wanneer een foto dan wél volmaakt privé is, of wanneer niet meer. Opname in Google? Publicatie op de homepage van de hostingsite (“Last 10 pictures”)? Een Facebooksignalering door een meneer met 20 vrienden? Een tweet met URL door mevrouw Dekkers zelf? Het voelt een beetje als een makkelijk er vanaf maken zo.

Omdat de foto dus niet volmaakt privé is, is hyperlinken ernaar niet het opentrekken van het publiek en daarmee niet auteursrechtelijk relevant. (Wél relevant was het tonen van een uitsnede/thumb van de foto, want dat was een kopie op de eigen server. En citaatrecht gaat niet op, want citeren mag alleen uit rechtmatig opengetrokken bronnen.)

Sanoma trekt vervolgens de Brein-jurisprudentie over hyperlinken uit de kast: oké, geen auteursrechtinbreuk maar stelselmatig hyperlinken naar illegale Playboyfoto’s en daarvan commercieel profiteren. Dat moet toch niet mogen? En het Hof gaat daarin mee, en rekt en passant de boel nog even een stukje op:

GS Media wist dat de publicatie van de foto’s door vorenbedoelde derde onrechtmatig was. … Uit niets blijkt dat het geenstijlpubliek de foto’s zonder hulp en bijstand van GS Media op eenvoudige wijze had kunnen vinden. Het plaatsen van de hyperlink had derhalve in hoge mate een faciliterend karakter en bovendien kunnen de teksten van de artikelen waarin de hyperlinks waren opgenomen niet anders worden begrepen dan als enthousiasmerend voor het geenstijlpubliek om de illegaal geplaatste foto’s te bekijken.

Waar voorheen de eis dus was dat je structureel en systematisch een verzameling hyperlinks moest hebben, blijkt het nu dus ook genoeg dat je wéét dat je ene hyperlink niet mag en je dat toch doet. Daar word ik toch een beetje zenuwachtig van.

Het verweer van GS dat het lekken van de foto’s toch een nieuwsfeit was, wordt verworpen. Het Hof gelooft er eigenlijk geen bal van dat GeenStijl bezig was met nieuws, getuige

Hoewel de in dit geding overgelegde uitingen van GeenStijl niet direct bijdragen tot de overtuiging dat zij op een serieuze manier maatschappelijke misstanden aan de kaak wil stellen

maar wil veronderstellenderwijs wel even aannemen dat dat wel het geval zou zijn. Helaas helpt dat niet: hoewel het lekken op zich nieuws was, en je dat ook wel mag onderbouwen met feiten, is het niet echt nodig om dan een hyperlink naar de bronfoto’s erbij te zetten. En hier loop ik even vast: je mag het lek onderbouwen met feiten, maar niet linken naar het lek en ook niet een gelekte foto laten zien. Wat dan wel?

Arnoud

Koop ik nou een dvd of een licentie?

Een lezer vroeg me:

Als ik een dvd koop, mag ik dan een kopie van diezelfde film downloaden? Ik wil die film graag op mijn laptop kijken maar ik hb geen dvd-lezer waarmee dat kan. Plus, downloaden is sneller. En ik had ooit gehoord dat je eigenlijk niet de dvd koopt maar betaalt voor een licentie. Die geldt dan toch ook voor de gedownloade kopie?

Hier lopen een paar dingen door elkaar. Je koopt wel degelijk de dvd, en je krijgt inderdaad een gebruiksrecht oftewel licentie op de inhoud daarvan. Maar dat gebruiksrecht zit verknocht aan het gekochte exemplaar.

De koop betreft de materiële drager, het stuk polycarbonaat met putjes dus plus het doosje en de andere dingen die bij het product ‘dvd’ horen. Je wordt eigenaar van die drager en mag daarmee doen wat je wilt. In je dvd speler stoppen, als onderzetter gebruiken, aan de muur hangen, leef je uit.

Wat de inhoud betreft is het lastiger: daar zit auteursrecht op en daar word je géén eigenaar van als koper van de drager. Je krijgt daarop alleen een gebruiksrecht, plus natuurlijk wat je wettelijk gezien mag met auteursrechtelijk beschermd werk. Je mag die dvd afspelen en voor eigen gebruik kopiëren, je mag eruit citeren en je mag het werk parodiëren.

Soms worden er grenzen gesteld aan die licentie. Zo zie je vaak dat er op een dvd staat dat deze alleen gelicentieerd is voor thuisgebruik en niet voor verhuur of vertoning in bioscopen e.d. Het openbaar vertonen van een werk is iets waar je toestemming voor moet hebben, en op deze manier wordt die toestemming je dus ontzegd.

Die licentie is echter onlosmakelijk gekoppeld aan de kopie die je krijgt. Raak je de dvd kwijt, dan heb je dus geen recht op een gratis digitale kopie van die film. Je licentie is met de dvd verloren gegaan.

Wel is het zo dat je voor eigen gebruik muziek en films mag downloaden, ook uit illegale bron. Dus via die route kom je er alsnog – en sterker nog je hóeft dan niet de dvd gekocht te hebben. (Maar let op: bij Bittorrent heb je het punt dat je zelf aan het uploaden bent tijdens het downloaden, en uploaden mag niet.) Maar het is wel zo netjes natuurlijk om uit legale bron te downloaden en/of de dvd te kopen.

Het zou ergens wel mooi zijn als je een licentie koopt die universeel inzetbaar is om toegang tot het werk te krijgen. Maar ik vrees dat dat alleen administratief al onwerkbaar is.

Arnoud

Ben ik aansprakelijk voor auteursrechtinbreuk in een template?

gallery-website-templates.pngEen lezer vroeg me:

Ik exploiteer een aantal webshops en bouw deze vaak met templates die ik netjes aankoop bij de welbekende template-sites. Maar laatst kreeg ik een factuur van een fotograaf vanwege een foto uit zo’n template. Toen ik verwees naar de templatesite zei hij dat hem dat niet uitmaakte en dat ik gewoon aansprakelijk was. Klopt dat? Moet ik echt betalen?

Hoofdregel is dat degene die iets publiceert op internet, aansprakelijk is bij eventuele rechtenschendingen. Dat is hier dus de vraagsteller: het is zijn webshop, dus hij is aansprakelijk voor de foto’s en andere inhoud die hij daar neerzet. (De bescherming voor forumbeheerders lijkt me niet van toepassing.)

Het is gek dat je aansprakelijk bent voor iets dat je niet zelf deed. Maar binnen de auteurswet is dit logisch: anders gaat iedereen naar elkaar verwijzen en blijkt de daadwerkelijk verantwoordelijke toevallig nét even op voetreis in Tibet de komende zeven jaar, sorry. Het systeem is dan ook dat degene die publiceert, het moet regelen met de fotograaf en het daarna kan verhalen op de maker van de site of de leverancier van het sjabloon.

Bij de templatesites die ik ken, is het best lastig om schade te verhalen want de algemene verkoopvoorwaarden zijn expliciet: geen aansprakelijkheid voor inbreuk op rechten van derden, of een beperking van aansprakelijkheid tot de prijs van het template. Of je daar doorheen kunt breken, is een goede vraag. Het lijkt me goed verdedigbaar dat het onredelijk is om je aansprakelijkheid zodanig te beperken dat je vrijelijk werk van derden mag copypasten en de klant met de rekening laten zitten.

Of is dit logisch en een gevalletje goedkoop is duurkoop?

Arnoud

Hoe om te gaan met schadeclaims van fotografen

Vrijwel dagelijks krijg ik mails van mensen die een foto hebben gepubliceerd en nu een claim of factuur van de fotograaf hebben gehad. Soms gaat het dan om tientjeswerk, maar vele honderden of zelfs een paar duizend euro voor één foto is ook niet ongebruikelijk. De gebruikte taal is vaak bepaald niet mals: u bent een vuile inbreukmaker en we gaan alles op u verhalen, en wel over drie werkdagen. Dat is dus behoorlijk schrikken voor mensen die vaak te goeder trouw even een fotootje nodig hadden.

In de basis is de claim meestal wel terecht; foto’s overnemen zonder toestemming mag eigenlijk nooit. Ook niet als ze vrijelijk op internet staan, ook niet als er geen watermerk doorheen staat, ook niet als er geen fotograafnaam of “copyright” bij staat. De enige echte uitzondering is het beeldcitaatrecht: als de foto inhoudelijk onmisbaar is voor de eigen tekst. (De persexceptie kun je vergeten.)

Een bijzonder geval is wanneer je een RSS feed herpubliceert waarin foto’s zitten. Als die feed met toestemming voor publicatie wordt aangeboden (en dat is géén automatisme), dan zou ik zo snel mogelijk contact opnemen met de feed-eigenaar om na te gaan hoe het zit met de toestemming door de fotograaf gegeven. Ook forumeigenaren die claims krijgen over foto’s geplaatst door hun gebruikers, kunnen zich wellicht vrijwaren van aansprakelijkheid.

Als er geen toestemming of geldig beeldcitaat is, dan mag de fotograaf eisen dat zijn schade wordt vergoed. De discussie gaat dan ook eigenlijk altijd over hoe hoog die schade is.

Hoofdregel is dat het tarief van de fotograaf zelf de schade is: dat had je hem immers betaald als er vooraf overleg was geweest. En nee, “hij is zo duur” is dan geen argument meer, de aanname is op dat moment dat je wél een licentiecontract zou hebben gesloten en de vraag is dan dus tegen welke prijs.

Fotografen schermen dan graag met richtprijzen zoals van Foto Anoniem of Richtprijzen.org, maar die worden in de overgrote meerderheid van de gevallen niet overgenomen door de rechter. Het gaat immers om jóuw prijs als fotograaf en niet om wat een vrijwaringsstichting als afkooptarief wil hebben.

Verder wordt vaak geroepen dat het normale tarief met een factor 2 of 3 mag worden verhoogd, omdat dit zo staat in de algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie. Ook dat is zeker geen vaste regel bij de rechter, hoewel menig rechter toch wel gevoelig blijkt voor het argument “zonder verhoging is er geen prikkel om vooraf een licentie te onderhandelen”. Een zelfverzonnen boeteconstructie dus. Ik erger me elke keer weer rot als een rechter dat zegt, zo wérkt het civiele recht niet.

Hoe dan ook: wie foto’s overneemt zonder toestemming (of beeldcitaat) moet daarvoor betalen. Zeker als het gaat om een bedrijf. Excuses als “ik wist niet dat er auteursrecht op zat” gaan bij particulieren héél misschien op, maar reken er niet op. En ook het weghalen van de foto is niet genoeg; schade is schade, en die wordt niet ongedaan gemaakt door het weghalen.

Onderhandelen over de hoogte van de vergoeding blijkt zeker wel mogelijk, maar je zult wel met een reëel bod moeten komen. Als de fotograaf zelf al komt met zijn tarief en dat maal drie doet, dan is gewoon eenmaal het tarief met eventueel een kleine opslag “voor de moeite” een prima tegenbod. Je kunt zelfs overwegen dat bedrag gewoon meteen te betalen en daarmee de discussie te sluiten.

Arnoud

Automatische auteursrechtaansprakelijkheidsclaims

computer-says-no.jpgMicrosoft eist Google-ban op BBC, Wikipedia en Bing, meldde Webwereld maandag. Het bedrijf had via automatisch gegenereerde DMCA notice/takedownberichten de verwijdering geëist van zo’n vijf miljoen webpagina’s, volgens TorrentFreak omdat deze het getal “45” bevatten dat kennelijk iets met Windows 8 te maken heeft. Eh, oeps.

Het idee achter de DMCA was een simpel wettelijk systeem te bieden waarmee rechthebbenden materiaal kunnen laten weghalen dat in strijd is met hun auteursrechten. Omdat ze in Amerika houden van duidelijke regels, was het nogal zwartwit opgezet: een rechthebbende klaagt over een publicatie, de site moet het offline halen maar mag wel de gebruiker informeren. En als die stelt dat de klacht onterecht is, dan moet het teruggezet en dan mogen gebruiker en rechthebbende samen bij de rechter gaan klagen. Omdat iedereen alles on penalty of perjury moet verklaren, en je niet willens en wetens valse claims mag indienen, zit het systeem wel snor met misbruik.

Dacht iedereen. Want de laatste jaren is de volautomatische blokkade sterk in opmars. Het was dus eigenlijk afwachten totdat we een keer zo’n foutje zouden zien als dat van Microsoft. En het zal de laatste keer ook niet zijn. Omdat het op internet wemelt van de illegale uploads, is het niet zo gek dat rechthebbenden met grof geschut gaan schieten en niet elke keer een advocaat in bloed veertien pagina’s plus kopie identiteitsbewijs van een tekenbevoegde directeur willen laten aanleveren. Oh sorry, ik ben weer even cynisch over hoe dat mooie idee van beperkte aansprakelijkheid voor internetdienstverleners compleet is mislukt.

Een aanverwant recent voorbeeld is Youtube. Deze videosite heeft volautomatische herkenning van muziek met hun ContentID algoritme. Als dit algoritme in een upload muziek herkent die bekend staat als beschermd, dan wordt de audiotrack weggehaald. En herkende video’s worden zelfs compleet verwijderd.

Na veel kritiek over de onduidelijke klachtprocedure die hierbij hoort, had Youtube recent haar systeem aangepast. Kort gezegd wordt een tegenklacht (van de gebruiker) automatisch teruggestuurd, waarna de rechthebbende óf zijn keutel moet intrekken óf een formele DMCA notice moet indienen met dus dat “op straffe van meineed” verklaren dat je zeker weet dat de videouploader fout zit.

Leuk bedacht, maar gaat het écht werken? Want de eerste uploader die daadwerkelijk een klager aanpakt wegens meineed in die verklaring moet ik nog tegenkomen. De bewijslast is namelijk hoog: men moet willens en wetens een valse klacht hebben gedaan. Niet alleen maar “er valt over te twisten of die video mocht”, maar “er was geen twijfel dat die video wel mocht”. En omdat ze in de VS de vage open norm van fair use hanteren, is er eigenlijk áltijd wel een twistpuntje van te maken.

Dat, en het feit dat in de triviale gevallen de claim gewoon juist is (en we ook allemaal wéten dat er vele juiste claims tussen zitten) maakt dat er weinig tot geen incentive is om iets te gaan doen aan dit systeem. Dus we hobbelen gewoon nog een paar jaar rond, met regelmatig weer een leuk relletje over de Marslanders wiens livestream offline gehaald worden of dergelijke flauwekul, maar niemand die een wetswijziging gaat bepleiten waar we wat aan hebben. En ja daar word ik écht cynisch van.

Arnoud

Mag ik al mijn klussen in een portfolio opnemen?

portfolio.jpgRegelmatig krijg ik vragen van ontwerpers die een portfolio willen publiceren van wat ze hebben gemaakt. Een volkomen begrijpelijke stap, en commercieel heel verstandig ook. Maar juridisch wel lastig, want je maakt dan een kopie van een auteursrechtelijk beschermd werk en gaat vertellen dat jij dit hebt gemaakt.

Het beste is om toestemming te vragen aan je opdrachtgever (het liefst met een mockup erbij zodat hij meteen ziet wat de bedoeling is). Dit voorkomt in de praktijk veel ruzie en gedoe, want opdrachtgevers vinden het niet altijd leuk. Wij hebben zelf in onze algemene voorwaarden dit recht staan, maar toch vragen we altijd of we van het werk voor een klant een case mogen maken.

Ben je in dienst bij degene voor wie je het werk maakt, dan heeft de werkgever het auteursrecht. Jij mag dan niets doen met het werk, ook niet om te showen wat je hebt gemaakt. En je kunt zelfs eigenlijk niet vertellen dat jij de maker bent, want formeel bén je dat niet. Dat is de werkgever.

Werk je als opdrachtnemer (bijvoorbeeld als freelance ontwerper) dan mag je -tenzij je de rechten hebt afgestaan- wél het werk in een portfolio tonen. Jij hebt dan de rechten, en de opdrachtgever heeft alleen een gebruiksrecht. De enige uitzonderingen zijn wannere de opdrachtgever de rechten heeft opgeëist of als een exclusieve licentie is afgesproken. Opname in een portfolio van werk waar je geen rechten op hebt, kan eigenlijk niet. En bij een exclusieve licentie moet je héél goed kijken naar de exacte formulering: is ieder gebruik door opdrachtnemer verboden onder de exclusiviteit, of alleen concurrerend gebruik?

Als het werk door de opdrachtgever al publiek gemaakt is, dan zou je een opname in je portfolio kunnen rechtvaardigen als citaat: je illustreert wat je hebt gemaakt. Dat mag, mits je niet meer overneemt dan nodig is voor het illustreren én het werk met toestemming van de opdrachtgever publiek is geworden. Maar de opdrachtgever kan er desondanks nog moeite mee hebben; vraag je dus af wat het met de relatie zou doen.

Arnoud

Mag ik IKEA-accessoires printen?

ikeashop.jpgEen lezer wees me op de Shapeways shop IKEAshop waar je 3D geprinte onderdelen van de bekende blauwgele Zweedse meubelhandel kon betrekken. Het gaat zo te zien om kleine dopjes en piefjes die je er altijd bij krijgt en die lastig te vervangen zijn. Typisch dus iets waar je 3D printen voor inzet: download even het juiste CAD model en printen maar. En er zijn meer sites: op Thingiverse vind ik naast vervangende onderdelen ook aanvullende onderdelen, zoals een haakje om de bestekbakken op te hangen of een knikkergeleiderail voor de Malm-kast. Mag dat allemaal zo?

Het eerste wat in me opkomt is het merk IKEA dat hierbij gebruikt wordt. Het is toegestaan om aan te geven dat je product ergens compatible mee is, bijvoorbeeld dat de Lack-tafel prima een 19″-server kan dragen. De merkenwet kent een uitzondering voor het aangeven van de bestemming of het doel van de waar, dat mag altijd, mits je het maar eerlijk doet.

De Thingiverse voorbeelden zien er prima uit, en ook de LackRack geeft voor mij geen problemen. Maar de IkeaShop vind ik iets lastiger: nergens staat wie deze opereert of wat de relatie tot Ikea is. Door dat in het midden te laten, wordt stilzwijgend de indruk gewekt dat de shop van Ikea zelf is. Daar kan het bedrijf dus een juridisch punt van maken. Hoewel daar meteen tegenover staat dat de huisstijl compleet anders is en de strekking wel duidelijk is: aanbieden van reserveonderdelen door een enthousiaste klant.

Waar het gaat om reserveonderdelen printen, kun je ook nog te maken krijgen met het auteursrecht of modelrecht van Ikea op die onderdelen. Bij de getoonde onderdelen lijkt me dat sterk, dat gaat puur om functionele dingetjes en daar kan ik me auteursrecht moeilijk bij voorstellen. Ook modelrecht speelt volgens mij niet; ik zie geen enkele vorm van design daar.

Letterlijk een kopie van de Billy als 3D object aanbieden is wel een probleem. Daar zie ik wel auteursrecht op zitten, en dan is het aanbieden van een 3D CAD bestand een vorm van verveelvoudiging in gewijzigde vorm. Dat mag niet.

Het printen wel, voor eigen gebruik, want dát is ook toegestaan uit illegale bron. Nou ja, totdat het Europese Hof daar een ei over gelegd heeft in ieder geval. En of je dat moet willen is vers 2, want volgens mij is het printen van een dergelijke grote kast aan materiaal duurder dan het origineel. Maar goed, proof of concept zullen we maar zeggen.

Arnoud

GeenStijl schendt auteursrecht door te linken naar Britt-Playboyfoto’s

gs-link.pngWeblog GeenStijl mag niet linken naar de Playboy-foto’s van Britt Dekker, las ik bij Tweakers. Men had gelinkt naar de foto’s op een hostingsite (Filefactory) en dat was auteursrechtinbreuk, hetzelfde dus alsof men de foto’s zelf online had gedumpert. Maar wacht eens even, hyperlinken is toch helemaal geen inbreuk?

Nee, dat is het als hoofdregel ook niet. De Hoge Raad bepaalde al in 2002 dat hyperlinks in beginsel legaal zijn, dus er moeten bijzondere omstandigheden zijn om een hyperlink te verbieden. Linken naar inbreukmakende publicaties telt niet als openbaarmaking, zo is uitgemaakt in de vele BREIN-rechtszaken. Een torrent of magneetlink of zelfs een gewone hyperlink naar een illegaal online staand muziekje of filmpje is geen inbreuk. Wel onrechtmatig, maar geen inbreuk.

En ja, dat maakt uit, want bij inbreuk kun je het hele auteursrechtarsenaal (zoals het ex parte misbaksel en de volledige proceskostenvergoeding) van stal halen om de pleger aan te pakken. Bij “gewoon” onrechtmatig handelen kan dat allemaal niet.

Wat was hier dan die hele bijzondere omstandigheid? Uit het vonnis blijkt dat het hier ging om een eerste hyperlinkhet aanboren van een groot nieuw publiek. De foto’s stonden wel ergens op Filefactory.com, maar niemand kon ze daar vinden. Pas door het toedoen van GeenStijl werden effectief de foto’s vindbaar voor het publiek van GeenStijl, een grote club. Maar let wel: de rechtbank vond bewezen dat GS ze niet zélf op die site had gezet (in welk geval ik het wel inbreuk zou vinden, dan publiceer je immers zelf).

De rechtbank redeneert hier echter:

In het onderhavige geval was de fotoreportage echter niet op zodanige wijze voor het publiek beschikbaar gesteld, dat deze voor publiek toegankelijk en vindbaar was. Slechts de kring van personen die op de hoogte was van het URL-adres kon de fotoreportage via Filefactory (en later Imageshack.us) bekijken.

Het was daarmee GeenStijl die voor het eerst de foto’s aan het publiek toonde door er een hyperlink met sappige lokteksten omheen te zetten. En dat criterium is belangrijk sinds enkele recente Europese uitspraken over wanneer je iets “openbaar maakt”: dat is namelijk als je het aan een significant nieuw publiek aanbiedt door jouw “interventie”, jouw bijzonder handelen.

De conclusie is dan ook dat GeenStijl door het bericht op Geenstijl.nl waarin de hyperlink werd genoemd een interventie heeft gepleegd waarmee aan het publiek toegang wordt verleend tot de fotoreportage. Zonder die interventie zou het publiek geen toegang tot de fotoreportage hebben gehad.

Een juridisch novum, deze redenering. Het past totaal niet in de rechtspraak zoals die er ligt. Er waren wel wat hele vroege uitspraken over inline linken, maar die hebben nooit navolging gehad.

Gaat dit nu grote gevolgen hebben? Je kunt de lijn namelijk makkelijk doortrekken: de eerste die een torrent of magneetlink publiceert, pleegt nu alsnog auteursrechtinbreuk. En de site waar die op te vinden is, dus ook. Want ja, een torrent is juridisch hetzelfde als een hyperlink. En daarmee gaat dit vonnis dus lijnrecht in tegen de regels over torrentsites en dergelijke. Hyperlinken nu kapodtverklaren gaat me ook weer wat ver, maar ik hoop wel dat hoger beroep wordt aangespannen.

Arnoud