Britse Kijkwijzer niet rechtsgeldig, want nooit aangemeld bij Europese Commissie

pacman-spelletjes-gewelddadig.pngDe Britse Video Recordings Act uit 1984 tegen gewelddadige games blijkt ongeldig, meldde Tweakers gisteren. Deze wet blijkt nooit bij de Europese Commissie te zijn aangemeld en is daarom formeel nooit in werking getreden. Of zoiets. Want sinds wanneer moet je als EU-lidstaat een wet aanmelden bij de Europese Commissie voordat deze rechtsgeldig is in jouw land?

Zo’n regel is er niet. Een land kan zijn eigen wetten aannemen, en zolang die niet in strijd zijn met het EU-recht, hoeft men verder niets te doen. Is de wet wel in strijd met EU-recht, dan hoor je dat vanzelf van de Europese rechter. Of misschien wel van je eigen rechter, als ze goed opletten.

Maar soms blijkt dat toch anders te liggen. Een slimme Slashdotter wees erop dat het hier om Richtlijn 83/189/EG gaat. Deze schrijft voor dat wanneer een EU-lidstaat standaarden wettelijk verplicht wil stellen, men de Commissie hiervan zo snel mogelijk op de hoogte moet stellen.

En dat is wat er hier fout ging. De Video Recordings Act bevat namelijk een standaard: de labeltjes “universal”, “parental guidance” en diverse leeftijdscategorieën die wij ook kennen met de Kijkwijzer. Ook zulke standaards moeten worden aangemeld, en dat is dus wat de Britten vergeten zijn.

Men is nu van plan om zo snel mogelijk reparatiewetgeving in te voeren. In de tussentijd hebben alle winkeliers toegezegd vrijwillig de leeftijdsgrenzen toch te handhaven. Opvallend is nog wel dat alle strafvervolging wordt stopgezet tegen mensen die nu voor de rechter staan vanwege schending van deze wet, maar mensen die reeds veroordeeld zijn, blijven gewoon zitten. Dat begrijp ik niet: een wet is rechtsgeldig of hij is het niet, en als hij het niet is dan kun je er niet onder veroordeeld worden.

Arnoud

Hoe haal je je recht bij kleine zaken?

Een lezer mailde me een zeer terechte vraag:

Net als veel mensen heb ik wel eens een conflict met een bedrijf over een geleverde dienst of een product dat buiten de door het bedrijf gehanteerde garantie valt. Wettelijk sta je in je recht maar je recht halen is een ander verhaal. Ik heb wel een rechtsbijstandsverzekering maar die doet voor kleine bedragen (kapotte strijkijzer) ook niet veel. En voor Kassa of Radar zijn sommige bedrijven immuun. Hoe ga je hier mee om?

Dit is echt een groot probleem. In theorie zou je ook met kleine vorderingen naar de rechter gaan, en op zich kan dat ook wel maar de kosten wegen bepaald niet op tegen de baten. Ook als je het zelf doet – al was het maar de tijd en energie die je erin moet steken om de dagvaarding op te stellen.

We hebben sinds enige tijd de Consumentenautoriteit, een overheidsinstantie die toeziet op naleving van het consumentenrecht. Maar die treedt niet op in individuele zaken, hoewel ze wel klachten verzamelt om daarmee actie te kunnen ondernemen.

Eerlijk gezegd ben ik wel een beetje verbaasd dat de rechtsbijstandsverzekering ook niets doet, daar worden ze nu net voor betaald zou ik denken.

Wat dan? De digitale schandpaal van Kassa, Radar of een andere site wellicht? Dat voelt ook niet bepaald bevredigend. En het biedt weer allerlei mogelijkheden voor misbruik.

Nee, eigenlijk zou er een platform moeten zijn voor laagdrempelige arbitrage bij dit soort zaakjes. Een soort rechtbank-lite die beslist over claims met een minimum aan overhead om de kosten laag te houden. Maar dan weer: wie gaat dat betalen?

Arnoud

Vergelijkingssites en vergelijkende reclame

balans-vergelijken.jpgHet bedrijf van een lezer bleek op een vergelijkingssite te staan. Dat was op zichzelf geen probleem: als je een goede deal aanbiedt, dan mogen mensen die best vergelijken met de concurrent nietwaar? Maar wat wel vervelend was, was dat er op zijn bedrijfspagina advertenties stonden van concurrenten. Is daar juridisch iets aan te doen?

Als je “wij zijn de goedkoopste” zet bij een pagina over een concurrent, dan lijkt me dat vergelijkende reclame. Je wekt immers de suggestie dat je goedkoper bent dan die concurrent. Op zich mag dat sinds een aantal jaar, mits je je maar houdt aan de voorwaarden uit art. 6:194a BW. Zo moet de vergelijking objectief juist zijn. Een pure prijsvergelijking is dus rechtmatig, mits natuurlijk de juiste prijzen met elkaar vergeleken worden. (Iets waar KPN, Tele2 en andere telecomoperators regelmatig met elkaar over in de clinch liggen).

De vergelijkingssite zelf maakt echter geen vergelijkende reclame. Het is namelijk geen vergelijkende reclame om bedrijven op een rijtje te zetten en onderling te vergelijken. Dat blijkt uit de Memorie van Toelichting bij de wet die vergelijkende reclame legaliseerde:

Het onderzoek dat wordt uitgevoerd door bijvoorbeeld een consumentenorganisatie waarin verschillende bedrijven of producten onderling worden vergeleken en met name de publicatie van een dergelijk onderzoek valt evenwel niet onder de definitie van vergelijkende reclame. Weliswaar is sprake van een vergelijking waarin merken, namen of andere onderscheidingsmiddelen worden genoemd, maar bij de publicatie van een dergelijk onderzoek door een consumentenorganisatie ontbreekt het element van reclame voor eigen waren of diensten en is geen sprake van mededelingen over (de producten of diensten van) een concurrent (van de consumentenorganisatie).

Een site als bijvoorbeeld ISPGids.com of de onderzoeken van de Consumentenbond zijn dus geen vergelijkende reclame. Maar citeer je als bedrijf uit hun bevindingen, dan is jouw reclameuiting weer wél vergelijkende reclame. Je profileert je dan immers met informatie over je concurrent.

De reclames die op zulke sites worden getoond, zijn vaak algemene reclames met hooguit de bekende algemene overdrijvingen als “Wij zijn de goedkoopste” of “Supersnel internetten”. Zulke ‘vergelijkingen’ zijn zelden tot nooit onrechtmatig. Maar als je nu specifiek advertenties laat zien waarin je zegt dat je goedkoper bent dan het bedrijf waar de advertentie bij verschijnt, dan kan dat wel eens anders worden.

Is iemand toevallig bekend met adverteren op zulke sites? Kun je uitkiezen waar je advertenties zullen verschijnen?

Arnoud

Intellectueel eigendom versus de mededinging

Een lezer vroeg me:

Ik las een artikel op jouw site over mededinging en toen kwam het volgende in mij op. In de Europese Gemeenschap is oneerlijke concurrentie/monopolie posities verboden. Maar intellectuele eigendomsrechten zijn ook een vorm oneerlijke concurrentie dan wel (oneerlijke) monopolie posities. Hoe verhouden intellectuele eigendomsrechten zich dan tot het mededingings/monopolie recht? Staat er soms een uitzondering het het EG verdrag dat IE rechten uitzondert van de algemene verboden?

Een intellectueel eigendomsrecht geeft je inderdaad een monopolie. Maar: in de EU is het toegestaan om een monopolie -beter gezegd, een machtspositie in de markt- te hebben. Je mag er alleen geen misbruik van maken. Je mag dus met je auteursrecht verbieden dat iemand je werk gebruikt, of een octrooi inzetten tegen een concurrent die een vergelijkbaar product op de markt brengt. Normaal kun je concurrenten niet verbieden om je productaanbod na te maken of dezelfde dienst te introduceren, maar met een IE-recht kan dat wel. Een verbod eisen is op zichzelf geen misbruik van een machtspositie.

Maak je echter misbruik van je octrooi of auteursrecht, dan kan daar met een beroep op de Mededingingswet of artikel 81 EG-verdrag (bij Europawijd misbruik) tegen worden ingegrepen. De vraag is dan natuurlijk: wat is misbruik? Al in 1966 oordeelde het Hof van Justitie (in het Grundig-Consten arrest) dat IE-rechten gewoon kunnen worden gehandhaafd ondanks het mededingingsrecht. Wel geldt daarbij de belangrijke regel van uitputting: als iets legaal op de markt is gekomen, kan de rechthebbende dit niet meer tegenhouden met een beroep op zijn merk, auteursrecht, octrooi of ander recht. Zo wordt een soort van balans getroffen.

In het kader van octrooien is een en ander verder uitgewerkt in de verordening 772/2004 over technologie-overdracht, die bijvoorbeeld van belang is als je gezamenlijk met een aantal andere bedrijven een technologie-standaard opzet. Zo’n standaard kan de mededinging hinderen (omdat alternatieve technologieën geen kans meer krijgen) maar kan ook erg nuttig zijn. Deze verordening werkt dan ook uit hoe je dit op een legale manier kunt doen. Belangrijk is bijvoorbeeld dat je iedereen die daarom vraagt een licentie geeft op “reasonable and non-discriminatory” (RAND) voorwaarden. Daarmee wordt willekeur voorkomen, en willekeur kan wijzen op misbruik.

Als je misbruik blijkt te maken van een machtspositie en je IE-rechten spelen daarbij een rol, dan kunnen die IE-rechten worden ingeperkt of kun je worden verplicht deze te licentiëren. Dat ondervond Microsoft in 2007 toen zij werd veroordeeld wegens misbruik van haar machtspositie in de markt voor besturingssystemen. Zij moest verplicht de Application Programming Interfaces (API’s) documenteren en vrijgeven, en de bijbehorende IE-rechten licentiëren zodat anderen deze konden gebruiken. Het is trouwens alweer een tijdje rustig aan dat front, weet iemand waar we staan ondertussen?

Hoe dan ook, misbruik van IE-rechten lijkt een zeldzame zaak in het mededingingsrecht. Dat komt wellicht ook doordat de mededingingsautoriteiten maar beperkte capaciteit hebben en dus niet snel kunnen optreden tegen één auteursrechthebbende die iemand op oneerlijke gronden licenties weigert.

Arnoud

Toegankelijkheid van websites voor gehandicapten

invaliden-toilet-beneden.pngEen lezer wees me op de schikking tussen warenhuis Target en de National Federation of the Blind in de VS. De laatste had een collectieve rechtszaak aangespannen omdat de webwinkel van Target niet met screenreaders te gebruiken was. In de schikking zijn maatregelen afgesproken om hier een eind aan te maken. En nu is natuurlijk de vraag: kan dat ook in Nederland?

In de VS hebben ze de Americans with Disabilities Act, en in Nederland hebben we een veel grotere mond vol: de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Deze verbiedt het maken van onderscheid tussen personen op grond van een werkelijke of vermeende handicap of chronische ziekte in bepaalde gevallen. (De tekst van de wet lijkt sterk op de algemene Wet gelijke behandeling, en dat is natuurlijk geen toeval.) Artikel 2 van de Wgbogvhocz biedt in principe een mogelijkheid om concrete maatregelen te eisen:

Het verbod van onderscheid houdt mede in dat degene, tot wie dit verbod zich richt, gehouden is naar gelang de behoefte doeltreffende aanpassingen te verrichten, tenzij deze voor hem een onevenredige belasting vormen.

Het belangrijkste “excuus” om een aanpassing niet door te voeren is dat de aanpassing “naar gelang de behoefte” moet zijn. Dat wil zeggen, er moet een concrete situatie zijn op grond waarvan de aanpassing nodig is. Dit artikel is geen generieke verplichting om voor alle mogelijke handicaps preventief alvast maatregelen te nemen.

Maar dit artikel, en eigenlijk de hele Wgbogvhocz, geldt maar in een beperkt aantal situaties. Met name is niet genoemd het sluiten van overeenkomsten in het algemeen of het bezoeken van bedrijven. Daarmee is volgens mij deze hele wet niet van toepassing op websites van private partijen (particulieren en bedrijven).

We hebben nog wel artikel 429quater uit het wetboek van strafrecht, dat bepaalt:

Met [hechtenis van ten hoogste 2 maanden of geldboete van de derde categorie] wordt gestraft hij wiens handelen of nalaten in uitoefening van ambt, beroep of bedrijf zonder redelijke grond, ten doel heeft of ten gevolge kan hebben dat ten aanzien van personen met lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap de erkenning, het genot of uitoefening op voet van gelijkheid van rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein of op andere terreinen van maatschappelijk leven, wordt teniet gedaan of aangetast.

Kort gezegd dus: discriminatie in het sociaal-economisch verkeer op grond van een handicap is strafbaar. En ook het nalaten van bepaalde aanpassingen voor gehandicapten kan een vorm van verboden discriminatie zijn.

Voor zover ik kan nagaan, moet het “handelen of nalaten” hier in dezelfde lijn als hierboven gezien worden: het maken van aanpassingen die “naar gelang de behoefte” van de wederpartij zijn en die in dat geval redelijkerwijs gevergd kunnen worden van de websitebouwer. Wanneer daar sprake van is bij een website, vind ik een hele lastige. Ik zou zeggen, wie niet opzettelijk dingen doet om screenreaders te hinderen zou weinig te vrezen moeten hebben. Ik geloof niet dat je als private partij gedwongen kunt worden om actief accessibility-features toe te voegen aan je site.

Arnoud

Bezwaar tegen bezwaarschrift op internet

stellage-steiger-gebouw-bouwen-bouwbesluit-vergunning-bezwaar-beroep.jpgEen lezer mailde me:

Vorig jaar heb ik een bezwaarschrift ingediend tegen het plan van de gemeente om een nieuw gemeentehuis te gaan bouwen op ons dorpsplein. Nu blijkt dat de gemeente mijn bezwaarschrift, plus vele andere, ingescand heeft en op internet heeft gezet. Hierdoor ziet iedereen die mijn naam via Google opzoekt dat ik dit bezwaarschrift heb ingediend. En mijn adres staat er ook nog bij! Nu weigert de gemeente dit te verwijderen. Kan dat zomaar?

Het lijkt me dat je hier met een beroep op de Wet Bescherming Persoonsgegevens wel tegen op moet kunnen treden. Een bezwaarschrift bevat persoonsgegevens van de betrokkene, en publicatie daarvan op internet is dus juridisch gezien een ‘verwerking van persoonsgegevens’. Er is een vrijstelling voor zulke verwerkingen in het kader van beroep en bezwaar maar die zegt niets over publicatie op internet. Verstrekking aan “anderen” dan de betrokken ambtenaren mag volgens dit besluit alleen als:

– de betrokkene zijn ondubbelzinnige toestemming heeft verleend voor de gegevensverwerking, of
– de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de nakoming van een wettelijke plicht door de verantwoordelijke, of
– de gegevensverwerking noodzakelijk is vanwege een vitaal belang van de betrokkene (bijvoorbeeld een dringende medische noodzaak), of
– de gegevens verder worden verwerkt voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden. Voorwaarde hierbij is dat de verantwoordelijke ervoor zorgt dat de gegevens ook alleen voor deze specifieke doeleinden verder worden verwerkt.

Artikel 7:4 lid 2 van de Algemene Wet Bestuursrecht bevat zo’n wettelijke plicht:

Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste één week voor belanghebbenden ter inzage.

Alleen is voor zover ik kan zien, nergens uitgewerkt hoe een gemeente (een bestuursorgaan) deze stukken ter inzage moet leggen. Op zich lijkt me weinig mis met terinzagelegging via internet. Dat is snel en goedkoop, en maakt het voor anderen veel eenvoudiger om te kijken of een eigen bezwaar nog iets toe zou voegen.

Wel moet je bij publicatie op internet zeker rekening houden met de persoonsgegevens in het bezwaarschrift. Toevallig vond ik een handreiking voor publicatie van bouwvergunningen van het ministerie van VROM. Bij bouwvergunningen blijkt hetzelfde probleem te bestaan: ook die moeten worden gepubliceerd en ook dat kan op internet. In deze handrekening wordt onder andere aanbevolen om PDF-bestanden niet doorzoekbaar te maken voor zoekmachines, en om gegevens zoals het BSN van de aanvrager altijd weg te laten voordat je publiceert. Dat lijkt mij een prima manier om dit op te lossen.

Arnoud

Wet bewaarplicht erdoor, en nou / nou en?

pixelated-fingerprint-gepixeld.pngJaja, de Wet Bewaarplicht is erdoor. Helemaal vergeten te melden, ik weet het. Maar omdat het hier om een volstrekt zinloos stuk wetgeving gaat, heb ik hem even laten liggen. Afijn, het principe zal u bekend zijn: aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten zijn vanaf nu verplicht om verkeersgegevens van hun gebruikers te bewaren ten behoeve van opsporing van ernstige delicten. De hooiberg komt er dus, hoe er straks spelden in gezocht worden moet nog worden bedacht. En een andere Arnoud heeft al een manier gevonden om er omheen te kunnen.

De huidige wetsartikelen noemen 12 maanden, maar de minister heeft toegezegd om dit met een reparatiewet naar zes maanden te beperken voor internetproviders

De belangrijkste vraag voor providers is: wat moet ik nu eigenlijk bewaren? Heel wat. Maar niet, en ik herhaal: niet, en ik herhaal nogmaals voor de mensen die dubbele ontkenningen niet snappen: niet, de adressen van websites die mensen gaan bezoeken. De bewaarplicht is namelijk beperkt tot een specifieke waslijst met te bewaren gegevens. Artikel 13.2a Telecommunicatiewet zegt:

Aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of openbare telecommunicatiediensten bewaren de in de bij deze wet behorende bijlage aangewezen gegevens, voorzover deze in het kader van de aangeboden netwerken of diensten worden gegenereerd of verwerkt, ten behoeve van het onderzoeken, opsporen en vervolgen van ernstige misdrijven

En wat staat er dan in die bijlage voor internetproviders:

a. de toegewezen gebruikersidentificatie(s) en de gebruikersidentificatie of telefoonnummer van de beoogde ontvanger(s) van een internettelefoonoproep;<br/> b. de gebruikersidentificatie en het telefoonnummer toegewezen aan elke communicatie die het publieke telefoonnetwerk binnenkomt;<br/> c. naam en adres van de abonnee of de geregistreerde gebruiker aan wie het IP-adres, de gebruikersidentificatie of het telefoonnummer was toegewezen op het tijdstip van de communicatie en naam (namen) en adres (adressen) van de abonnee(s) of de geregistreerde gebruiker(s) en de gebruikersidentificatie van de beoogde ontvanger van communicatie;<br/> d. datum en tijdstip van de log-in en log-off van een internetsessie gebaseerd op een bepaalde tijdzone, samen met het IP-adres, hetzij statisch, hetzij dynamisch, dat door de aanbieder van een internettoegangsdienst aan een communicatie is toegewezen, en de gebruikersidentificatie van de abonnee of geregistreerde gebruiker;<br/> e. datum en tijdstip van de log-in en log-off van een e-maildienst over het internet of internettelefoniedienst gebaseerd op een bepaalde tijdzone;<br/> f. de gebruikte internetdienst;<br/> g. het inbellende nummer voor een inbelverbinding;<br/> h. de digital subscriber line (DSL) of ander eindpunt van de initiatiefnemer van de communicatie.

Het gaat met andere woorden alleen over de verkeersgegevens van de persoon die toegang krijgt tot internet. Grofweg: je IP-adres, het MAC-adres van je modem en het telefoonnummer vanaf waar je inbelt.

Onder c valt ook het e-mailadres van de mensen met wie je mailt. Dat moet een provider dus wel gaan bijhouden. Maar neem je een e-maildienst af bij een aparte dienstverlener (bv. Hotmail, Gmail of mijn favoriet Fastmail.fm), dan geldt de bewaarplicht niet voor hen.

Bij het Opinieblog van XS4All maakt Niels Huijbregts, en met hem 168 reaguurders, zich terecht boos over deze wet. In de comments daar nog de intrigerende observatie dat ook inkomende mail moet worden geregistreerd. Daar had ik nog niet aan gedacht, maar het lijkt er wel onder te vallen ja. Dat wordt nog een leuke dan gezien alle spams die binnenkomen.

Ik kan werkelijk geen enkel voordeel ontdekken aan deze wet. Nou ja, alleen firma’s die nu tools gaan leveren om het te implementeren en juristen die mogen uitleggen wat je wel en niet moet doen. 🙂

Arnoud

Vereffening nalatenschap hoeft niet in Staatscourant of krant gepubliceerd

oude-krant.jpgDe nabestaanden van Karst T. hoeven de afwikkeling van diens nalatenschap niet te publiceren in de Staatscourant en twee dagbladen, meldde BNR Nieuwsradio dinsdag. De kantonrechter in Arnhem vond dat het in niemands belang zou zijn om hen op kosten te jagen door een dergelijke dure procedure te verplichten, nu er geen geld in de boedel blijkt te zitten.

In de beschikking (geen vonnis!) bleek dat T. een negatief saldo had, en de erfgenamen dit (natuurlijk) niet wensten te aanvaarden. De rechter moest dan ook zoeken naar een afwikkeling tegen zo min mogelijk kosten. Punt daarbij was dat een en ander bekend gemaakt moet worden (art. 4:209 BW). Volgens art. 4:206 BW zou dat moeten gebeuren in de Staatscourant plus twee landelijke dagbladen. Maar:

De kantonrechter is van mening dat bekendmaking op internet een even goede, misschien zelfs betere mogelijkheid geeft aan iedere belanghebbende om op de hoogte te komen van de financiële situatie van de nalatenschap. Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. De vindplaats zal in dit geval algemeen bekend worden gemaakt met een persbericht. De bekendmaking van de beschikking zal plaats vinden op rechtspraak.nl / uitspraken onder het LJN-nummer dat in het persbericht zal worden genoemd.

Het persbericht heb ik nog niet gezien, maar hoe dan ook is dit een zeer positieve ontwikkeling. Nu waren de omstandigheden hier nogal bijzonder; zou de uitspraak bijvoorbeeld anders zijn geweest als er wel een batig saldo zou zijn geweest?

Verder vraag ik me af of het handig is om deze zaken via Rechtspraak.nl te gaan publiceren. De Staatscourant is immers per 1 juli jl. alleen nog elektronisch beschikbaar. Waarom niet gewoon daar een aparte sectie voor dit soort gegevens opnemen? Dan blijf je bij het aangewezen medium, en verplaats je alleen de manier van aanbieden. Of zou SDu nog steeds geld vragen voor advertenties in de Staatscourant?

Update (7 februari 2010): de rechtbank Breda doet het nu ook in andere zaken.

Arnoud

Gedagvaard via Twitter, kan dat?

Creatief is ‘ie wel. Brein wil de in Zweden veroordeelde Pirate Bayers in Nederland voor de civiele rechter dagen, maar de deurwaarder aldaar kon ze niet vinden. Dus vandaar:

twitter-summons-dagvaarding.png

Kan dat zomaar? Goeie vraag. Een dagvaarding uitbrengen moet normaal via een deurwaarder, die dan langsgaat en de tekst in persoon overhandigt. Maar als iemand onvindbaar is, dan wordt dat lastig. Artikel 54(1) Rechtsvordering bepaalt dat je dan een openbare betekening doet door publicatie in een landelijk of regionaal dagblad. Gezien alle heisa over uitstervende dodebomenmedia vind ik het dan wel binnen de geest van de wet om met alle mogelijke elektronische media de dagvaarding onder de aandacht van de wederpartij te brengen.

Omdat de Piratenbaaiers in Zweden wonen, is hierbij de EU-Betekeningsverordening (Verordening 1393/2007) van belang. Deze bepaalt namelijk dat de dagvaarding dan naar Zweeds recht moet worden uitgebracht. En ik weet niet wat Zweeds recht zegt dat er moet gebeuren als de deurwaarder de gedaagden niet kan vinden. Waarschijnlijk ongeveer hetzelfde als wij

Ik heb geen idee of Brein’s vordering haalbaar is, omdat hun site eruit ligt sinds ze die dagvaarding uit hebben gebracht. Naar eigen zeggen gaat het om een denial-of-service aanval, maar het kan natuurlijk zijn dat ze gewoon overladen zijn vanwege de aandacht.

Waar ik bang voor ben, is dat de TPB’ers de zaak negeren, BREIN derhalve wint bij verstek en vervolgens bij Nederlandse providers gaat zwaaien met het vonnis om te eisen dat die nu een filter gaan implementeren om TPB tegen te houden. Want “ze zijn veroordeeld door de Nederlandse rechter”. Maar goed eerst maar eens de dagvaarding lezen.

Arnoud

Bewijzen van vervalsing van e-mail

In september vorig jaar schreef ik over het bewijzen van de echtheid van e-mail. Het vervalsen en aanpassen van mails die als bewijs worden ingezet blijkt vaker te gebeuren, vandaar dat ik nog even terug wil komen op dit onderwerp.

Hoe kun je het beste reageren op een vervalste e-mail?

Allereerst is het belangrijkste dat je meteen protesteert bij de wederpartij. Ontken ten stelligste dat je die mail hebt verstuurd of dat je die mail in die vorm hebt ontvangen. Als je zo’n mail maanden laat liggen, wordt het moeilijk om achteraf nog te roepen dat deze vervalst zou zijn.

Kijk of je de originele mail nog hebt. Maak daar een printout van, inclusief alle headers. In ieder geval ligt er dan bewijs dat er iemand zit te rommelen met de mails, mocht het naar de rechter gaan.

Stond er iemand in CC op de mail? Die kan dan misschien als getuige wat zeggen.

Wie zijn mail niet op de eigen PC opslaat maar via IMAP of webmail leest, heeft wellicht nog het argument dat de mail buiten zijn bereik wordt opgeslagen. Het manipuleren van mails waar je alleen via een webinterface bij kunt, is bijzonder lastig. Een screenprint van de mail zoals hij daar in de mailbox zit, is dus mooi tegenbewijs. Je kunt ook een getuige laten inloggen of laten kijken op het scherm zodat die kan verklaren dat hij de mail in die vorm heeft gezien in de mailbox.

Inhoudelijk is er wellicht ook wat te zeggen, afhankelijk van wat er aangepast of vervangen is. Iedereen heeft zo zijn eigen taalgebruik. Zijn de aangepaste teksten in diezelfde stijl? Staan er typefouten in die jij nooit maakt, of ontbreken de fouten die je juist wel maakt?

Als laatste: de vervalste mail is over het algemeen nadelig voor jou (waarom wordt deze anders gemaakt). Kijk dus eens of je ander bewijs kunt vinden dat die inhoud weerlegt. Als er bv. tig mails van jou zijn waarin je zegt “ik weiger te betalen” en in die ene mail staat “ok ok ik zal betalen” dan maakt die stapel weigermails deze ene mail ongeloofwaardig.

Arnoud