Wat is de juridische status van ontvangstbevestigingen?

Da’s nog eens een originele vraag: wat is de juridische status van ‘read receipts’ (lees- en ontvangstbevestigingen) die sommige e-mailprogramma’s sturen als een bericht wordt geopend?

Deze techniek ken ik vooral uit Microsoft Outlook. In een e-mail die je via dit programma verstuurt, kun je aangeven dat je graag een ontvangst- of leesbevestiging wil hebben. Binnen een bedrijfscontext kan dat dan zelfs centraal en verplicht geregeld worden: de gebruiker heeft er dan weinig zeggenschap over.

Maar als het gaat om internetmail, dan ligt dat anders. Ik ken geen programma dat dan volautomatisch en ongevraagd die bevestigingen stuurt. Sommige programma’s vragen erom (zoals mijn Thunderbird) zodat je zelf kunt beslissen of en wat er moet gebeuren. Anderen negeren deze verzoeken gewoon.

Afijn, heeft zo’n verzoek of de daarop verstuurde bevestiging enige juridische status? Dat hangt er vanaf (ja sorry) wat je bedoelt met “status”. Het eerste waar ik dan aan denk, is gebruik als bewijs. In het civiele recht, dus tussen personen en bedrijven onderling, mag je in principe alles naar voren dragen om je stellingen te ondersteunen. Een gekregen ontvangstbevestiging kan dus als bewijs dienen als je moet bewijzen dat je een e-mail verstuurd hebt.

Natuurlijk, hij kan worden vervalst of onterecht zijn verstuurd, maar als de wederpartij daar niet moeilijk over doet, doet de rechter dat ook niet. En zelfs als de wederpartij er wel een punt van maakt, dan nog is het maar de vraag of hij het daarmee van tafel krijgt. Blijkt die wederpartij namelijk elke keer bevestigingen te sturen, dan is het wel heel raar dat net bij die ene mail de bevestiging vervalst zou zijn.

Een andere ‘status’ van ontvangstbevestigingen is die binnen de privacywet. Mag je zomaar kijken op andermans PC of ze je mail gehad of zelfs gelezen hebben? Ik zou zeggen van niet, als het om privemail gaat. Ik bepaal zelf of en wanneer ik mails lees en wat ik daarmee doe. Zo’n bevestiging vragen is dan op zichzelf prima, zolang ik maar kan beslissen of die wordt verstuurd. E-mailprogramma’s moeten dus standaard die berichten niet beantwoorden.

Er zijn ongetwijfeld nog meer ‘statussen’ van zo’n berichtje. Ben je aansprakelijk voor een niet verzonden (of valselijk verzonden) bevestiging bijvoorbeeld? Maar uiteindelijk is het een beetje een gekke vraag: het gaat er niet om wat zo’n berichtje als zodanig voor status heeft, maar wat je er gezien een bepaalde context mee mag doen.

Arnoud

Mag ik gokken op internet?

Een lezer vroeg me:

Stel je plaatst een weddenschap op een website als Unibet, ben je als weddenschapplaatser dan strafbaar bezig of niet? Navraag bij Unibet leert mij dat zij zeggen dat het gewoon legaal is wat ze doen, omdat het recht van de Europese Unie boven het Nederlandse recht gaat. Maar als het toch illegaal blijkt, waarom mogen ze dan wel adverteren op Nederlandse websites?

De regels rond gokken zijn niet Europees geharmoniseerd, wat wil zeggen dat elk Europees land zelf mag bepalen welke regels ze hanteert. Engeland staat veel toe, Nederland werkt met 1 vergunning voor Holland Casino/Lotto en in andere landen is het weer anders. Dat mag allemaal, totdat de Europese Commissie hier Europese regels over maakt.

In de Nederlandse Wet op de Kansspelen staat dat het verboden is om mee te doen aan een gokspel “wetende dat voor het geven daarvan geen vergunning ingevolge deze wet is verleend”. Dat geldt ook voor een internetgokspel.

Overigens is het niet strafbaar om mee te doen aan een poker- of ander kansspel als je daar niets mee kunt winnen. Alleen kansspelen waarmee je geld of prijzen kunt winnen, vallen onder deze wet. Je mag dus gerust voor de fun een potje poker doen op internet. Is er een prijzenpot, dan mag je niet vanuit Nederland daaraan meedoen.

In diezelfde Wet op de Kansspelen staat ook dat het verboden is om zo’n gokspel te promoten. Een banner op een website plaatsen valt daaronder. Een buitenlands casino mag dus geen banners op Nederlandse websites plaatsen met reclame voor gokspellen waar geld of prijzen mee te winnen zijn. Evenzo mag je als Nederlandse webmaster zulke banners niet accepteren.

Arnoud

Wie is de eigenaar van een website? (2)

Naar aanleiding van diverse lezersvragen kom ik weer even terug op een vraag uit november:

Wie wordt gezien als de eigenaar van een website? Ik zit nu in een conflict met een voormalig partner van me, voor wie ik een site heb gebouwd. Van de teksten tot de domeinnaam aan toe, ik heb alles geregeld. Zij heeft echter de promotie gedaan en sponsors geregeld. Zij was ook het actiefst op het forum en bij het beantwoorden van lezersvragen. Nu zegt zij dat zij daarmee minstens 50% eigenaar is van de site.

“Eigendom” van een website is een lastig begrip. Een website is niet een ding zoals een huis of een auto. Er kunnen allerlei dingen mee worden bedoeld. Zo is er de domeinnaam, er is een hostingcontract, er is een layout, er zit programmatuur aan vast (server-side en client-side) en er staan bestanden op de site. Ook heeft de site een naam (handelsnaam? merknaam?) en daar is dan goodwill aan gekoppeld. Misschien is zelfs de positie in Google iets waard.

De vraag “wie is eigenaar van een website” moet je dus altijd vertalen naar: welk aspect van de website bedoel je en wie kan daar welke rechten op doen gelden.

Bij de domeinnaam kun je bijvoorbeeld de registratie bij SIDN als uitgangspunt nemen. De persoon in die database zal wel de eigenaar van de domeinnaam zijn. Maar dat hoeft niet: je kunt een domeinnaam registreren voor een klant (bv. om die anonimiteit te bieden) of contractueel afspreken dat jij registreert en host maar dat alles toch als eigendom van de klant wordt beschouwd. Ook kan het zijn dat de domeinnaam een handelsnaam of merknaam bevat, waardoor een ander daar rechten op kan doen gelden.

Voor de inhoud kun je vaak op basis van auteursrecht oordelen. De maker van teksten, foto’s, filmpjes of Flash-dingen is daar de auteursrechthebbende op. Dat kun je dus gebruiken als criterium voor “eigenaar”.

Maar genoeg is dat niet. Als je samenwerkt, dan verkrijgt de ander ook zekere rechten. Als die veel doet voor de site, dan kan hij zeker claimen enige zeggenschap te hebben over de site. Ook als hij geen juridische rechten (auteursrechten, merken of registratie bij SIDN) kan laten zien. Dat is dan een stukje goodwill die hij opbouwt door zijn bijdragen aan de site. Je kunt dan niet meer zomaar de samenwerking beëindigen met het argument “ik heb alle rechten”.

Om te bepalen wat jouw en zijn rechten en positie zijn, moet je kijken naar de contractuele afspraken. En dat is vaak vreselijk moeilijk, omdat dit niet goed uitgewerkt op papier staat. Want zolang de site lekker loopt en beide partijen tevreden zijn met hun kant van de samenwerking, is het toch niet nodig om dingen formeel te regelen. Contracten zijn er echter voor als het fout gaat. En helaas gaat het toch nog vaak fout.

Arnoud

Een ander je software laten uitbreiden

Een lezer mailde me:

Wij gebruiken al een flink aantal jaren een bepaald softwarepakket voor onze bedrijfsvoering. De leverancier heeft het onderhoud vorig jaar gestaakt, en dat begint nu een probleem te worden. We zouden nu graag een ander wat noodzakelijk onderhoud laten uitvoeren, en een paar nieuwe features inbouwen. Maar kan dat zomaar?

Nee, dat kan niet zomaar. De auteursrechten op het pakket liggen nog steeds bij die leverancier, en dat betekent dat je zijn toestemming nodig hebt om het pakket te mogen wijzigen. En dat gaat geld kosten, zeker als je ook nog eens de broncodes wilt hebben. In de meeste gevallen vermeldt het contract niets over de mogelijkheden van onderhoud nadat de leverancier ondersteuning heeft beëindigd.

Het is wel toegestaan dat de nieuwe ontwikkelaar de API’s en interfaces achterhaalt en op basis daarvan eigen modules maakt. Daarvoor heb je geen medewerking van de huidige leverancier nodig. Ik hoop voor je dat de software dergelijke interfaces heeft op een eenvoudig te achterhalen manier.

Er is bar weinig jurisprudentie op dit gebied. Als het gaat om maatwerksoftware, dan is er het arrest Van Genk/De Wild kun je dan aanspraak maken op de broncodes om zo onderhoud te verrichten. Wel moet het contract dan bepalen dat je de volledige eigendom krijgt van de maatwerksoftware (een gebruikelijke bepaling overigens). Maar bij standaardsoftware kun je het vergeten.

Er zijn genoeg bedrijven die dan maar de code afschrijven en een nieuwe codebase laten bouwen waarbij ze wel de gewenste rechten hebben. Steeds meer kiezen daarbij voor open source, omdat je dan per definitie dit probleem niet hebt.

Arnoud

Opgelicht op Tweakers, mag ik zijn IP-adres?

tweakers-vraag-aanbod.pngGisteren werd ik gewezen op een juridisch probleem bij Tweakers: een gebruiker meldde opgelicht te zijn na een aankoop op het Vraag&Aanbod-deel van de communitysite. Hij had betaald (weliswaar een zeer lage prijs, maar goed, het is tweedehands) maar de verkoper liet vervolgens niets meer van zich horen. En als je dan gaat zoeken en de naam van die verkoper op sites als Opgelicht.nl aantreft, dan ga je je toch zorgen maken. Maar wat kun je doen?

Op sites als Tweakers’ Vraag&Aanbod of Marktplaats.nl komt dit helaas vaker voor. Net als bij oplichting in een schimmig achterafsteegje is het vaak heel moeilijk om de oplichter te pakken te krijgen als die eenmaal er vandoor is met het geld. Maar het is hier misschien iets makkelijker, want er is één ding dat die oplichter altijd achterlaat: zijn IP-adres. En aan de hand daarvan zijn in principe zijn NAW-gegevens te achterhalen bij de provider. En daarmee kun je dan weer een civiele procedure starten om je geld terug te krijgen – of aangifte doen, al is mijn ervaring dat dat laatste weinig uithaalt tenzij iemand echt grootschalig bezig is.

Punt is natuurlijk wel dat een Tweakers (of Marktplaats, of Ebay, of…) niet zomaar IP-adressen van gebruikers mag afgeven. Die adressen zijn persoonsgegevens en de site heeft dan een wettelijke plicht om deze geheim te houden. Afgifte aan derden mag in principe alleen als daar een wettelijke basis voor is. Het verbaast dan ook niet dat Tweakers hier streng in is in haar algemene voorwaarden:

Tweakers.net zal geen andere gegevens verstrekken aan partij(en) dan de gegevens die in de advertentie zijn gebruikt, uitgezonderd in gevallen zoals bedoeld in artikel 8. Om die reden is een feedbacksysteem ingevoerd dat door de gebruiker zelf wordt geïnitieerd en dat helpt te bepalen met wie u zaken doet.

Toch zal dit Tweakers niet in alle gevallen helpen. Het kan namelijk soms verplicht zijn om IP-adressen af te geven aan een derde, ook aan een private partij. Dat blijkt immers uit het arrest Lycos/Pessers, waarbij Pessers wilde weten wie smadelijke zaken over hem op een Lycos-website had gezet. Uit die zaak blijkt dat er vier eisen zijn om als gedupeerde persoonsgegevens op te mogen eisen:

  1. de mogelijkheid dat de informatie, op zichzelf beschouwd, jegens de derde onrechtmatig en schadelijk is, is voldoende aannemelijk;
  2. de gedupeerde heeft een reëel belang bij de verkrijging van de persoonsgegevens;
  3. aannemelijk is dat er in het concrete geval geen minder ingrijpende mogelijkheid bestaat om de persoonsgegevens te achterhalen;
  4. afweging van de betrokken belangen van de gedupeerde, de tussenpersoon en de betrokken gebruiker (voor zover kenbaar) brengt mee dat het belang van de gedupeerde behoort te prevaleren.

Het is dus geen uitgemaakte zaak dat je een IP-adres kunt opeisen, maar ook geen vanzelfsprekendheid dat het nooit hoeft.

In oktober vorig jaar werd deze eis geherformuleerd in een rechtszaak tegen Gmail:

  1. Het moet voldoende aannemelijk zijn dat sprake is van onrechtmatig handelen van de desbetreffende gebruiker.
  2. Het dient buiten redelijke twijfel te zijn dat degene van wie de gevraagde persoonlijke gegevens ter beschikking dienen te worden gesteld ook daadwerkelijk degene is die zich aan dit handelen schuldig zou hebben gemaakt.

Een groot struikelblok is meteen al de eerste eis. Die is geschreven voor situaties waarin een publicatie op internet zelf onrechtmatig is: een smadelijke website, of een illegaal geüpload muziek- of filmwerk bijvoorbeeld. Dat is nog wel enigszins objectief te beoordelen, hoewel bij smaad lang niet altijd. Maar hier is niet zozeer de advertentie onrechtmatig, maar de afhandeling ervan. En dat is een heel stuk lastiger na te gaan voor Tweakers: wie spreekt er de waarheid? Is deze klagende persoon werkelijk gedupeerd of wil hij om andere redenen dat IP-adres te pakken krijgen?

Ik zou zeggen dat één klacht over een advertentie onvoldoende is. Als Tweakers echter vele klachten van verschillende gedupeerden ontvangt, en die allemaal legitiem overkomen, dan zou zij wel gehouden kunnen zijn het IP-adres af te geven. Maar dan zou ik op zijn minst een stapeltje aangiften willen zien als Tweakers zijnde.

Arnoud

Mag een site mij zomaar verbannen?

Een lezer vroeg zich af:

Welke wettelijke regels gelden er voor het ‘bannen’ of blokkeren van bepaalde bezoekers? Kun je zomaar iedereen weigeren, of zul je een geldige reden moeten aandragen voordat je een IP-adres mag blokkeren of account mag opzeggen?

Hier zijn ben ik bang geen duidelijke regels voor. Het zal afhangen van het soort site en de mate van openheid voor anderen. Hoofdregel is dat een site-eigenaar zelf mag bepalen wat hij doet met zijn site (of blog of forum of wat dan ook). Maar als je bepaalde verwachtingen wekt bij bezoekers, dan kun je daaraan gehouden worden. En als je mensen lid laat worden en een registratie met gebruiksreglement laat doorlopen, dan zit je zelf natuurlijk ook vast aan wat in dat reglement staat.

Als er een geldige reden is, dan mag je natuurlijk mensen blokkeren of verwijderen. Maar als er geen reden is, zou ik zeggen dat je zeer terughoudend moet zijn voordat je een IP-ban uitdeelt. En nee, “ik had hoofdpijn dus vette pech voor deze meneer” is geen geldige reden. Vind je iemands gedrag irritant, deel dan altijd eerst een waarschuwing uit. Je hebt daarna dan immers de reden “luistert niet naar waarschuwingen” en die lijkt me in principe geldig.

In het MultiMediaMachines-arrest werd bepaald dat je de gebruiker van een forum niet zomaar zonder reden kunt verwijderen. En belangrijker, als je iemand verwijdert en je meldt op het forum waarom, dan zal die reden wel moeten kloppen. In die zaak bleek de reden onjuist, en de gebande persoon kon dus eisen terug te mogen komen.

Stelling van de dag: hoe groter/belangrijker een site, hoe terughoudender een beheerder moet zijn met het verwijderen van personen. Die ontzeg je daarmee immers een belangrijk platform voor hun mening, en dat kun je niet zomaar maken.

Arnoud

Linkedin versus het relatiebeding

linkedin-connecties-contacten.pngEen lezer mailde me:

Linkedin lijkt in veel opzichten op het visitekaartjesboek dat iedere commerciële man vroeger bijhield. Niets zo handig als je klanten en relaties daarin bijhouden. Maar wat nu als je weggaat bij je huidige bedrijf, moet je dan je Linkedin-profiel opschonen? Of kan je baas zelfs eisen dat je het profiel moet opheffen?

Veel arbeidscontracten hebben een zogeheten relatiebeding, een clausule die je verbiedt om gedurende een zekere tijd met relaties (klanten of opdrachtgevers) van je werkgever in zee te gaan. Hier zitten grenzen aan, maar in principe mag een werkgever zo’n eis stellen. Wel moet het relatiebeding schriftelijk afgesproken zijn (art. 7:653 BW).

Het lijkt mij dat als je afspreekt je “oude” relaties niet meer te benaderen na ontslag, je dat ook niet via Linkedin (of Hyves of Xing of Facebook) mag doen. Het technisch middel doet er niet toe, waar het om gaat is wat jij als ex-werknemer doet: probeer je oude relaties mee te nemen naar je nieuwe werk? Zo ja, dan overtreed je het relatiebeding. Update het Hof Arnhem vindt dat ook:

zal het hof de gedeeltelijke schorsing van het concurrentiebeding zo formuleren dat het [A] verboden is (blijft) zakelijk contact te onderhouden met klanten van Smeba. Daarbij maakt het niet uit van wie dat contact uitgaat en waarover het contact gaat, zodat ook het hebben van contact via een zakelijk netwerkmedium als LinkedIn onder dat verbod valt. Alleen contact dat zuiver in de privésfeer ligt valt niet onder het verbod.

Natuurlijk wil contact via Linkedin niet automatisch zeggen dat je ze weghaalt bij je ex-werkgever of opdrachten bij ze probeert los te krijgen. Koen Roozen wijst er bij Ikki bijvoorbeeld op dat “een online profiel updaten iets heel is anders dan het “actief en stelselmatig benaderen van zakelijke relaties’.” Je status aanpassen bij Linkedin, of je nieuwe werkgever in je profiel zetten, lijkt me nog geen overtreding.

Maar afhankelijk van hoe het beding is geformuleerd, kan zo’n contact toch een overtreding van het relatiebeding zijn. Iedereen een mailtje sturen met de mededeling dat je weg bent maar bij je nieuwe werk dezelfde kwaliteit werk wilt leveren zou ik bijvoorbeeld riskant vinden. De ondertoon is “kom met me mee” en dat is nu net wat een relatiebeding bedoelt tegen te houden.

Bouw je dus tijdens een dienstverband een Linkedin-netwerk op, en heb je een relatiebeding in je arbeidscontract, ga dan goed na of dat netwerk daaronder valt. En zo ja, dan zou ik daar expliciete afspraken over maken met je werkgever. Je zou bijvoorbeeld tegen het einde van je dienstverband kunnen aanbieden dat hij door je netwerk heen mag lopen en zijn belangrijke klanten eruit kan laten halen, zodat hij gerustgesteld wordt dat jij die niet meteen zult benaderen. En als je dat op schrift zet, kan hij achteraf moeilijk nog protesteren als je de rest van je netwerk gaat benaderen.

Update (21:09) in het Financieel Dagblad staat een stuk van Astrid Helstone en Eva Visser (advocaten bij Stibbe) waarin ze onder andere betoogt dat het enkele updaten van een Linkedinprofiel geen schending van een relatiebeding is onder Nederlands recht. Importeren van de CRM-database naar je Linkedinprofiel is daarentegen wel verboden.

Arnoud

EU-land mag online gokken verbieden

Een nationale overheid mag bedrijven verbieden om kansspelen op internet aan te bieden, meldde Nu.nl dinsdag. Het Europees Hof van Justitie heeft dat dinsdag bepaald in haar arrest C-42/07 waarin een gokbedrijf de Portugese overheid verweet het vrij verkeer van diensten te hinderen.

Het EU-verdrag bepaalt echter dat lidstaten het vrij verkeer van diensten wel degelijk mogen beperken, mits ze dit doen voor een legitiem doel en de beperking ook nog eens het meest gepast (proportioneel) is om dat doel te bereiken. Bij gokken is dat doel meestal het bestrijden van gokverslaving, maar de Portugese regering betoogde dat haar staatsmonopolie bedoeld was om gokgerelateerde misdrijven zoals fraude en oplichting te kunnen bestrijden. Bij het staatscasino zul je niet worden opgelicht, zeg maar.

Het Hof accepteert deze redenering:

[T]he fight against crime may constitute an overriding reason in the public interest that is capable of justifying restrictions in respect of operators authorised to offer services in the games-of-chance sector. Games of chance involve a high risk of crime or fraud, given the scale of the earnings and the potential winnings on offer to gamblers.

En vanwege dit hoge risico heeft de staat een zwaarwegend belang om de goksector te reguleren. Het instellen van een monopolist is een acceptabele manier om die regulering uit te werken, aldus het Hof. Zo kan men toezicht houden en de burger garanderen dat er geen fraude of oplichting plaatsvindt.

Gevolg daarvan is wel dat ook internetcasino’s van buitenlandse bedrijven onder het verbod mogen vallen. Want wil je een monopolie bieden, dan moet je ook internetconcurrenten tegenhouden. En dat mag.

Wat betekent dit nu voor Nederland? Die legt de nadruk bij haar rechtvaardiging meer op gokverslaving, iets waar de Europese Commissie over viel in maart vorig jaar nog over viel: je kunt moeilijk volhouden dat je gokverslaving bestrijdt als het land vol hangt met reclames voor Holland Casino en de staatsloterij.

Met dit arrest staat de regering nu iets sterker, hoewel het geen uitgemaakte zaak is: het Hof zegt dat het mág, maar uiteraard blijft wel de eis gelden dat je effectief beleid moet uitvoeren om gokgerelateerde misdaad of gokverslaving te bestrijden.

Arnoud

Opt-out: zo moet het dus niet!

Per 1 oktober worden zakelijke mailings aan banden gelegd. Commerciële, ideële en charitatieve mails aan zakelijke e-mailadressen mogen dan alleen nog met voorafgaande en ondubbelzinnige toestemming. Jaja, zult u denken, dat wisten we allemaal al (waarom het 1 oktober moest worden in plaats van de toegezegde 1 juli weet ik nog steeds niet).

Dat het adressenbestand van allerlei mailinglijsten nu opgeschoond moet worden, begint ondertussen bij veel bedrijven ook door te dringen. Maar lang niet iedereen lijkt door te hebben dat je expliciet toestemming moet vragen. Stilzwijgen is geen toestemming. Lijkt mij logisch, maar toch zie ik (via diverse lezers, waarvoor dank) regelmatig mails als de volgende:

Ja, ik wil in de toekomst op de hoogte gehouden worden: klik hier.

Nee, ik wil in de toekomst niet op de hoogte gehouden worden: klik hier.

Na het maken van uw keuze ontvangt u per omgaande een bevestiging per e-mail. Mochten wij voor 15 september geen reactie van u hebben ontvangen, dan gaan wij ervan uit dat u onze berichten op prijs stelt.

Mooi is dat. Ik ga er vanuit dat deze lezer een spamklacht indient bij de OPTA na 1 oktober en dat dat zal leiden tot een leuke boete.

En het is “er vanuit“.

Arnoud

Waarom zou e-mail niet rechtsgeldig mogen zijn?

Bij Security.nl beantwoorde ik de juridische vraag Is een aanmaning per e-mail rechtsgeldig? en dat leverde aardig wat discussie op. Ik zie namelijk echt niet wat er mis is met e-mail als volwaardig communicatiemiddel beschouwen. Dat mensen hun mail niet lezen lijkt me in principe hun risico. Ik doe dagelijks zaken per e-mail en ik zie het zelden fout gaan. Waarom hechten mensen zo aan dat stuk papier op de deurmat?

Uitgangspunt is voor mij de bekende regel uit het recht: wie stelt, bewijst. Wil je iemand aansprakelijk stellen, aanmanen of een andere juridisch relevante mededeling doen, dan zul jij moeten bewijzen dat de mededeling is ontvangen door de wederpartij. In sommige gevallen zegt de wet nu dat dat “schriftelijk” moet. Denk aan een ingebrekestelling. Een dagvaarding moet zelfs per deurwaarder. Maar waarom zouden die schriftelijke stukken niet per e-mail of ander elektronisch middel uitgebracht kunnen worden?

Natuurlijk, er zijn vele e-mailadressen en maar 1 adres in de gemeentelijke basisadministratie. Je moet dus meer werk doen als eiser, want je zult moeten bewijzen dat je er vanuit mocht gaan dat het gebruikte e-mailadres hoorde bij die persoon en dat het bericht met voldoende waarschijnlijkheid gelezen is of in ieder geval voorbij het spamfilter gekomen is. Zulke criteria en bewijslast zullen soms lastig zijn, maar als je dat bewezen krijgt dan is er volgens mij niets mis met dat adres gebruiken.

Gebruik je een random adres dat toevallig op pagina zes in Google stond toen je mijn naam googelde, dan heb je denk ik wel een probleem (ik heb volgens mij iets van 50 e-mailadressen gescoord de afgelopen 15 jaar, geen idee wat er nog werkt). Maar er staat op mijn homepage een e-mailadres en contactformulier, en uit alles blijkt dat die homepage actueel en correct is. Wat is er dan mis mee met dat adres gebruiken om mij ergens van op de hoogte te stellen?

Een alternatief kan zijn dat je een reactie op iemands blog achterlaat met dat adres ingevuld. Of je bent actief op een forum met je e-mailadres in het profiel. Of, heel simpel, de ontvanger reageert op de mail met bijvoorbeeld de opmerking “deze factuur klopt niet, ik had al betaald”. Dan is het toch duidelijk dat dit adres bij die persoon hoort?

Maar e-mail is niet betrouwbaar genoeg, is dan het argument. Er zijn overactieve spamfilters bijvoorbeeld. Nou en, denk ik dan. Wij hadden vroeger een hond die zijn tanden graag in de post zette. Dat was dan toch echt mijn probleem. Waarom mijn hond wel en mijn spamfilter niet?

Nee, ik zie echt geen onoverkomelijke bezwaren tegen het aanmerken van e-mailberichten als communicatiemiddel voor juridische berichten. Zolang je de bewijslast maar legt waar hij hoort: bij de verzender. Het zal niet altijd meevallen om te bewijzen dat een mail is aangekomen, maar als het hem lukt dit te bewijzen, waarom zouden we dan zeggen “oh maar e-mail is niet rechtsgeldig, sorry!”

Arnoud