Wanneer sluit je een softwarelicentie?

Een lezer vroeg me:

Tijdens de installatie van wat software bij mijn ouders thuis werd ik zoals gebruikelijk tijdens de installatie gevraagd akkoord te gaan met de licentievoorwaarden van de software. Nu vroeg ik me af: zijn die eigenlijk wel bindend? Mijn vader had de software namelijk in de winkel gekocht, dat is dan toch het moment dat de overeenkomst gesloten wordt? En de voorwaarden moeten op dat moment worden overhandigd, heb ik altijd begrepen.

Algemene voorwaarden moeten inderdaad voor of bij het sluiten van de overeenkomst worden aangeboden (art. 6:234 BW). Anders zijn ze vernietigbaar, oftewel dan kan de wederpartij zel op elk moment van tafel vegen. (Je hoeft ze niet gelezen te hebben overigens, als je zonder te lezen akkoord gaat verandert dat niets aan de situatie (art. 6:232 BW).)

Bij veel softwarelicenties gaat het om een andere reden (ook) fout: algemene voorwaarden moeten op te slaan en uit te printen zijn, en dat gebeurt bij software-installers vaak niet. Die laten de voorwaarden zien in een scrolvenster, en zonder zelf moeilijk te doen kun je die tekst niet printen of opslaan. Dus ook op die grond kun je ze vernietigen.

Een juridisch lastige vraag is wat de overeenkomst is en wanneer je die sluit. Is dat in de winkel? Bij het betalen&downloaden? Of pas bij het installeren? Voor al die standpunten valt wat te zeggen. De winkel kan bv. zeggen dat ze je alleen de media verkopen en dat je het gebruiksrecht maar even met de leverancier zelf moet onderhandelen.

Ik vermoed dat bij koop van een CD in een winkel dit het moment van het sluiten van de overeenkomst met de softwareleverancier is. Op dat moment wordt er immers over alles onderhandeld. De voorwaarden moeten dan ook bij de verkoop in de winkel al ter hand gesteld zijn. Bij een downloadstore moeten net zo de voorwaarden worden getoond voordat de download gaat beginnen.

Als je deze koop ziet als twee contracten, krijg je dat probleem van de licentie die de verkoper tegenspreekt (zoals Microsoft dat zegt dat je Windows mag retourneren, waar winkeliers nogal van opkijken.)

Arnoud

Flashcards en modchips schenden de Auteurswet

De rechtbank in Den Haag heeft elf Nederlandse webwinkels op de vingers getikt omdat de bedrijven het illegaal downloaden van games van Nintendo stimuleren, las ik bij Nu.nl. In deze zaak uit 2008 draaide het om de legaliteit van modchips en flashcards. Mag je kaartjes op de markt brengen waarmee je Linux op een Wii kan draaien maar ook illegale (gekraakte) kopieën van Nintendo-spellen? Volgens de rechtbank is het antwoord nee: de kaartjes worden in de praktijk vrijwel alleen gebruikt om Nintendo’s auteursrechten te schenden.

De basis van Nintendo’s eis is artikel 29a Auteurswet, dat het omzeilen van “doeltreffende technische voorzieningen” verbiedt. Middelen om dat te doen, zijn ook verboden. In 2002 werd een verkoper van Playstation-modchips veroordeeld, maar daar ging het om artikel 32a: het omzeilen van de beveiliging van software. In de Nintendo-zaak werd ook betoogd dat artikel 29a niet op zou gaan, maar daar ging de rechter niet in mee: de Nintendo-spellen zijn naast software ook “werken” en artikel 29a geldt voor alle werken die de Auteurswet beschermt.

Bij artikel 29a is verder altijd de discussie wat “doeltreffend” is. Een niet-doeltreffende voorziening mag je immers doorbreken. Een paar jaar geleden had de Finse rechter nog geoordeeld dat het CSS-systeem voor DVD video’s niet doeltreffend was omdat het zo eenvoudig te kraken was. Maar hier is (helaas) niet ter discussie gesteld of de beveiliging van de Wii “doeltreffend”.

Je schendt de wet als je voorzieningen omzeilt die auteursrechtenschendingen voorkomen. Maar is dat wel het geval bij modchips? De maatregel beperkt immers vooral het draaien van software als zodanig (haha). Niet alleen het draaien van illegale kopieën van Nintendo-software. Maar volgens de rechtbank is dat niet relevant: omdat de maatregelen “dienen voor het voorkomen of beperken van auteursrechtelijk relevante handelingen” op de Nintendo-software, zijn ze toegestaan. Door deze maatregelen kun je geen illegale kopieën van Nintendo-spellen draaien op een ongemodde Wii, en daarom is sprake van “doeltreffende technische voorzieningen”. Ook als de maatregelen daarnaast nog andere handelingen voorkomen of beperken.

Daarover hadden de winkeliers nog het verweer ingebracht dat je met een gemodde Wii nog veel meer dingen zou kunnen doen, zoals homebrew software draaien. Dat gelooft de rechtbank simpelweg niet:

Dat de producten daadwerkelijk op grote schaal voor die alternatieve doeleinden worden gebruikt, is in het licht van het voorgaande niet aannemelijk, mede gelet op het feit dat de spelcomputers van Nintendo specifiek zijn ontworpen voor het spelen van de Nintendo spellen en niet voor het – buiten het kader van een spel – afspelen van muziekbestanden, internetten, fotograferen en bellen.

En nee, Nintendo maakt hiermee ook geen misbruik van haar machtspositie. Als iemand dit toch zou willen doen, dan kan hij bij Nintento een SDK-licentie nemen en zo geheel legaal Linux naar de Wii porten of er een audiospeler van maken.

De kaartjes worden dan ook aangemerkt als middelen die “vrijwel uitsluitend worden gebruikt voor het omzeilen van de voorzieningen die Nintendo heeft getroffen om inbreuken op haar auteursrecht tegen te gaan.” Daarmee mag Nintendo alle modchips bij de webwinkels opeisen en laten vernietigen.

Arnoud

Mag ik een e-book ruilen?

Een lezer schreef me:

Ik heb een e-book gekocht bij een Nederlandse webwinkel maar direct na aanschaf besloten dat ik het toch niet meer wilde. Ik heb het nog niet gedownload. Kan ik me nu beroepen op de wet koop op afstand?

Een e-book is geen product maar een dienst in de zin van de wet. Ook voor diensten geldt de Wet Koop op Afstand, maar de regels zijn net iets anders.

Je mag een dienst binnen zeven werkdagen na de datum van afsluiten annuleren, tenzij met jouw instemming de levering al is begonnen (art. 7:46i BW). De vraag is dan, wanneer is de dienst “e-book” begonnen met jouw instemming. Ik zou zeggen op het moment dat je de download initieert. Oftewel, zolang je niet op downloaden klikt, zou je binnen zeven werkdagen de aankoop moeten kunnen annuleren.

Wellicht is te verdedigen dat een ebook toch eerder als een product moet worden gezien, bijvoorbeeld via dezelfde redenering als het Hof Arnhem hield over software of in het RuneScape-arrest uit Leeuwarden.

In dat geval heb je zeven werkdagen vanaf de ontvangst, vanaf het downloadmoment dus. Maar dan krijg je ook te maken met de uitzonderingen voor producten. Ik zie er twee: 1) Software waarvan het zegel verbroken is: een ebook is een softwareproduct en je hebt het zonder zegel meegenomen, dus dat zegel is al meteen verbroken. 2) Zaken die “naar hun aard” niet geretourneerd kunnen worden: van een ebook kun je alleen een kopie maken, dus van ‘retourneren’ kan per definitie geen sprake zijn.

Ook dan weer denk ik dat het alleen zal lukken als het ebook nog niet gedownload is.

Arnoud

Supreme Court: geen standpunt over softwarepatenten

Wat is dat toch met hoge rechtbanken en octrooien versus software? Nadat een tijdje geleden de Grote Kamer van het EPO geen zin had in een duidelijke uitspraak, komt nu ook de Amerikaanse Supreme Court met een arrest over software patents dat in de verste verte geen standpunt inneemt.

Het arrest (via) betreft de Bilski-zaak, over een patent op een hedging-techniek (afdekken van een financieel risico van een investering door middel van een andere investering). Dit was een evidente business method (werkwijze voor het zakendoen), en business method patents zijn zo mogelijk nog discutabeler dan softwarepatenten.

Vele ogen waren dan ook gericht op het Supreme Court in de hoop dat die nu eindelijk eens een harde lijn zou trekken: verbied business method patents, en liefst meteen ook zo veel mogelijk softwarepatenten. Maar daar had men geen trek in. Men wijst de zaak af, maar op grond van de bestaande regels. Daar wordt niets aan toegevoegd of aan afgedaan.

Een opvallend argument daarbij is dat business method patents niet per definitie uitgesloten van octrooieerbaarheid zijn, omdat de Amerikaanse wetgever een paar jaar terug in de wet een expliciete defense daartegen heeft opgenomen. Wie inbreuk maakt op een business method patent, maar kan bewijzen dat hij de method al toepaste voor het octrooi werd toegewezen, kan niet worden veroordeeld. Door zo’n regel op te nemen, aldus het Hof, was de wetgever het impliciet eens met het idee dat business methods gepatenteerd kunnen worden.

Jammer. Een gemiste kans om duidelijkheid te krijgen.

Arnoud

Kun je software kopen?

imagesan-movie-software.pngSoftware is geen zaak, maar je kunt het toch kopen. Dat oordeelde het Gerechtshof Arnhem begin juni in een zaak over een niet naar wens functionerend softwarepakket. Dat is opvallend, omdat “koop” als juridische constructie alleen geldt voor zaken, fysieke en voor menselijke beheersing vatbare objecten. Software koop je niet, maar neem je in licentie, is altijd het mantra.

Centraal stond het pakket ImageSan, dat videobewerking ondersteunt. De eisende partij kreeg het niet goed werkend (het arrest meldt helaas niet meer dan dat men “problemen ondervond”) en claimde dus schadevergoeding omdat er een minderwaardig alternatief moest worden afgenomen (FiberJet). De gedaagde partij beriep zich op artikel 7:23 BW, dat zegt dat iemand na het ontdekken van een defect “binnen bekwame tijd nadat hij dit heeft ontdekt” dit moet melden, en dat zou niet zijn gedaan.

De reactie van de eiser (en de in vrijwaring opgeroepen leverancier van de software) daarop was te stellen dat dit artikel niet geldt bij software, omdat dit gaat over koop en fysieke zaken en software dat nu eenmaal niet is. Het Gerechtshof oordeelt dat, hoewel software inderdaad geen zaak is, het artikel tóch opgaat. Er staat namelijk in de wet een zogeheten schakelbepaling (art. 7:47 BW) die zegt dat wat voor fysieke zaken geldt, ook voor ontastbare “vermogensrechten” geldt. En volgens het Hof valt software daaronder:

BM6320

[H]het feit dat ImageSan standaardsoftware is, die als een pakket kan worden aangeschaft (hier voor ruim ” 46.000) en waarmee het recht op het vrije en duurzame gebruik van de software wordt verkregen met de omstandigheid dat het in deze zaak gaat om de kwaliteit van die software en niet om de auteursrechtelijke dimensie daarvan, leidt het hof tot het oordeel dat, op grond van het bepaalde in art. 7:47 BW, titel 7.1 [het hoofdstuk over koop, AE] van toepassing moet worden geacht.

Het Hof gaat dus uit van de omvang van de licentie. Die blijkt hier zo breed dat het Hof de verkrijger in dezelfde positie vindt staan als een koper van een fysieke zaak. Het “vrije en duurzame gebruiksrecht” komt op ongeveer hetzelfde neer als “koop”, zeg maar.

Met die opmerking over “niet om de auteursrechtelijke dimensie” bedoelt het Hof denk ik dat ze niet bedoelt dat het auteursrecht is verkocht of iets dergelijks. Het Hof redeneert denk ik als volgt: het gaat om de kwaliteit van de software, en in de artikelen over koop staat een keurige aanpak over kwaliteit van zaken, dus die kunnen we hier best van toepassing verklaren.

Ik ben wel blij met deze redenering. Het is me altijd een doorn in het oog geweest dat je als softwareleverancier zomaar kon zeggen “u krijgt deze software zonder enige aanspraak op conformiteit”. Goed, één arrest maakt nog geen vaste jurisprudentie maar het is een goede eerste stap.

Update 1 mei 2012: de Hoge Raad bevestigt het arrest.

Arnoud

Bindt een downloadlink iemand aan een licentie?

Een lezer vroeg me:

Stel, een website (persoon A) biedt software als download aan. Op de downloadpagina staat “Om een licentie te krijgen op onderstaande software, moet u 50 euro overmaken op bankrekeningnummer X.” met daaronder een directe downloadlink. Persoon B ziet die pagina en stuurt die downloadlink naar persoon C, zonder erbij te zeggen dat er eerst betaald moet worden. Persoon C klikt op de link en krijgt de software op zijn PC. Kan persoon A nu 50 euro van C verlangen?

Deze opzet is natuurlijk niet handig van persoon A. Maar goed, ‘onhandig’ is geen juridisch criterium.

Om geld te vragen, moet sprake zijn van hetzij een overeenkomst, hetzij een onrechtmatige daad. Als we afspreken dat ik iets moet betalen, dan moet ik dat betalen. En als ik iemand schade berokken, dan moet ik die schade vergoeden.

Persoon C wist niet van het aanbod van de rechthebbende, dus kan er geen sprake zijn van een overeenkomst. Wat je niet kent, kun je niet aanvaarden.

Dat kan anders worden als de software iets zegt over de licentie die C afgenomen had moeten hebben. Bijvoorbeeld met een opstartscherm waarop iets staat over “Dank u voor uw betaling” of dat verwijst naar de betaalprocedure. In zo’n geval moet C lont ruiken en kan hij de software niet zomaar in gebruik nemen.

Persoon B heeft wel een probleem, want hij verspreidt opzettelijk de link naar de downloadlocatie terwijl hij weet dat je moet betalen voor de software. Door dit te ‘vergeten’ te melden aan persoon C, handelt hij denk ik onrechtmatig jegens de rechthebbende. Er is dus een goede grond voor de rechthebbende om de 50 euro te incasseren – bij persoon B dus.

Misschien kan B nog wel betogen dat hier sprake is van eigen schuld (art. 6:101 BW) op grond waarvan de hoogte van de schadevergoeding omlaag moet.

Arnoud<br/> De foto van de CD uit de envelop is gemaakt door Wellington Grey en is beschikbaar onder de Creative Commons 3.0 BY-SA licentie.

Samenwerken en auteursrecht

Begin deze maand stelde nl-x de vraag:

Wie heeft nu eigenlijk de auteursrechten? De fotograaf, omdat hij een camera meenam en op een knopje drukte? De opdrachtgever die de compositie, kleding en model bepaalde? De persoon die uiteindelijk de foto’s bijknipte? Iedereen afzonderlijk? En zo ja, heeft iedereen dan ook veto-recht?

Hoofdregel is dat wie het werk maakt, de auteursrechten heeft. Niet degene met het idee, niet degene die betaalt, niet degene wiens producten op de foto staan en niet degene die de foto’s zal gaan publiceren. (Een uitzondering is wanneer de maker in dienst is bij een ander; die ander is dan auteursrechthebbende.)

Veel opdrachtgevers denken dat omdat zij betalen of omdat zij aangeven wat er op de foto moet, zij de rechten daarop hebben. Dat is niet zo. Pas als ze zich inhoudelijk gaan bemoeien met de compositie kan dat anders worden. Je moet dus kortweg de regisseur van de scene zijn en aan kunnen tonen welke creatieve aspecten die op de foto te zien zijn, aan jouw brein zijn ontsproten.

In de situatie uit de vraag zouden de fotograaf en de opdrachtgever waarschijnlijk een gezamenlijk auteursrecht hebben, omdat ze allebei creatieve inbreng in de foto’s leverden die niet te scheiden is. In dat geval moeten ze samen afspraken maken over exploitatie, omdat ze los van elkaar tegen inbreuk mogen optreden (art. 26 Auteurswet) en dus niet zonder elkaar toestemming kunnen geven voor bepaald gebruik. (Dit is anders in bv. de VS, waar iedere rechthebbende los van de anderen toestemming kan geven voor elk gebruik van het werk.)

Voor software geldt dezelfde regel; maak je samen een programma dan moet je dus samen afspreken onder welke licentie je dat op de markt wil brengen. Doe je dat niet, dan kan je mede-auteur iedere licentie die jij geeft, ernstig frustreren.

Arnoud

De juridische betekenis van minimumeisen van software

geheugen-memory-chip.pngEen lezer vroeg me:

Ik heb een virtuele server afgenomen en daarbij is CentOS geïnstalleerd. Alleen werkt het systeem bijzonder traag. Na enig onderzoeken kwam ik erachter dat CentOS minimaal 512MB geheugen vereist, terwijl het pakket dat ik had afgenomen maar 256MB geheugen heeft. Als klant zou je er toch vanuit moeten kunnen gaan dat zo’n pakket voldoende ruimte biedt om er websites op te kunnen draaien?

Het lijkt me dat een professioneel bedrijf de plicht heeft om te zorgen voor een adequate omgeving voor diensten die ze je aanbieden. Ze moeten dus zorgen dat de software naar behoren werkt (conform de SLA). Het lijkt me dat daarbij hoort dat men rekening houdt met minimumeisen van de ingezette software voor het pakket dat de klant afneemt.

Minimumeisen van de leverancier zijn een indicatie maar geen automatische verplichting. Misschien zijn die wel overdreven of is er een slimme manier gevonden om de software met minder RAM te laten werken. Ik zou er echter wel een opmerking over verwachten als ik een pakket afneem dat onder de minimumeisen zit van de software die ik afneem.

De vraag wordt dus of de opzet met 256MB er voor zorgt dat de software echt onder de maat presteert. Zijn die problemen die je signaleert zodanig dat de SLA niet gehaald wordt of voor frequente overlast zorgt? Of is het “alleen maar wat trager”? In het eerste geval denk ik dat je wel kunt eisen dat er gratis extra geheugen bijgezet wordt, maar als het alleen een subjectieve discussie over wel/niet lekker snel is, sta je zwak als professionele afnemer. Je hebt ook zelf een onderzoeksplicht of het pakket dat je kiest, wel geschikt is voor wat je wilt doen.

Arnoud

Rechter VS: softwarelicentie kan verkoop zijn

Mag je een CD-ROM met software doorverkopen als je die gewoon in de winkel aangeschaft hebt? Een Amerikaanse rechtbank oordeelde afgelopen week van wel. In haar arrest (via OSNews) wordt het beroep van Adobe op haar licentie (EULA) verworpen. Dit bevestigt het vonnis van vorig jaar.

De Amerikaanse auteurswet kent, net als de onze, een bepaling over uitputting. Als de rechthebbende zelf een exemplaar van een werk op de markt brengt, mag de koper dit doorverkopen zonder dat daarvoor nadere toestemming nodig is. Tweedehands boeken doorverkopen is daarom doodnormaal. Maar voor tweedehands software was dit iets minder normaal: bij software zit immers vrijwel altijd een licentie (EULA), en daar staat standaard in dat je alleen een gebruiksrecht krijgt en geen recht de software door te leveren.

De rechtbank verwijst nu (opnieuw) dit argument naar de prullenbak. De licentie gaf de gebruiker een eeuwigdurend recht, en bevatte geen clausules die je bij een huurcontract zou verwachten. Zo stond nergens dat de software teruggegeven zou moeten worden, of dat de licentie zou vervallen na een zekere periode. Had dat er wel gestaan, dan was het duidelijk een huurcontract en als je iets huurt, krijg je uiteraard niet de eigendom daarvan. (Je mag dus gehuurde video’s en DVD’s niet doorverkopen.)

Adobe probeerde het nog met “iedereen vindt dat een licentie geen verkoop is”, maar daar had de rechter weinig moeite mee:

[Adobes] expert witness, Mr. Nimmer, argues that software companies take a restrictive view of whether they transfer ownership of software companies. The court has no doubt that software companies prefer to reserve as much control over copies as the law and the market will permit, but that preference bears little on the issue before the court.

De tegenpartij had overigens nog een eerdere publicatie van deze meneer Nimmer gevonden waarin hij precies het tegenovergestelde beweerde.

Adobe kan nog in hoger beroep, wat wel goed zou zijn omdat we dan eindelijk een precedent krijgen met een duidelijke uitspraak waar lagere rechters (en auteursrechthebbenden) rekening mee zullen moeten houden.

Via Slashdot.

Update (11 september 2010) volgens nieuwe berichten heeft de Ninth Circuit het arrest verworpen. Money quote:

[5] We hold today that a software user is a licensee rather than an owner of a copy where the copyright owner (1) specifies that the user is granted a license; (2) significantly restricts the user’s ability to transfer the software; and (3) imposes notable use restrictions.

Arnoud

Een ander je software laten uitbreiden

Een lezer mailde me:

Wij gebruiken al een flink aantal jaren een bepaald softwarepakket voor onze bedrijfsvoering. De leverancier heeft het onderhoud vorig jaar gestaakt, en dat begint nu een probleem te worden. We zouden nu graag een ander wat noodzakelijk onderhoud laten uitvoeren, en een paar nieuwe features inbouwen. Maar kan dat zomaar?

Nee, dat kan niet zomaar. De auteursrechten op het pakket liggen nog steeds bij die leverancier, en dat betekent dat je zijn toestemming nodig hebt om het pakket te mogen wijzigen. En dat gaat geld kosten, zeker als je ook nog eens de broncodes wilt hebben. In de meeste gevallen vermeldt het contract niets over de mogelijkheden van onderhoud nadat de leverancier ondersteuning heeft beëindigd.

Het is wel toegestaan dat de nieuwe ontwikkelaar de API’s en interfaces achterhaalt en op basis daarvan eigen modules maakt. Daarvoor heb je geen medewerking van de huidige leverancier nodig. Ik hoop voor je dat de software dergelijke interfaces heeft op een eenvoudig te achterhalen manier.

Er is bar weinig jurisprudentie op dit gebied. Als het gaat om maatwerksoftware, dan is er het arrest Van Genk/De Wild kun je dan aanspraak maken op de broncodes om zo onderhoud te verrichten. Wel moet het contract dan bepalen dat je de volledige eigendom krijgt van de maatwerksoftware (een gebruikelijke bepaling overigens). Maar bij standaardsoftware kun je het vergeten.

Er zijn genoeg bedrijven die dan maar de code afschrijven en een nieuwe codebase laten bouwen waarbij ze wel de gewenste rechten hebben. Steeds meer kiezen daarbij voor open source, omdat je dan per definitie dit probleem niet hebt.

Arnoud