Politie mag geen camerabeelden wissen

9 maart 2011, 8:06 | Privacy | 15 reacties

De politie had een filmpje van een politie-optreden op de mobiele telefoon van een verdachte niet mogen wissen, las ik bij Mediareport. De rechter oordeelt dat daarmee “de enige reële mogelijkheid voor verdachte om zijn onschuld voor de rechter aan te tonen” gewist is, zodat daarmee zijn grondrecht op een eerlijk proces (en vrije informatiegaring) geschonden worden.

Bij de winkel van verdachte voor de deur werd een verkeerscontrole houden, wat hij erg vervelend vond omdat zijn klanten zich daaraan ergerden. Hij had in het verleden daar de agenten op aangesproken en voelde zich daarbij slecht behandeld, maar dat was natuurlijk zijn woord tegen dat van de agenten. Daarom besloot hij deze keer een en ander te filmen. Dan zit er iets van een gat in de beschreven feiten, want de volgende stap is dat hij wordt gearresteerd en het filmpje wordt gewist. En het is nu net dat gat in de feiten dat nodig is om te bepalen wat er is gebeurd en of er iemand strafbare handelingen heeft begaan.

De politierechter is hard tegen de wissende agenten: die beelden waren cruciaal bewijs en hadden dus nooit gewist mogen worden. In situaties waarin de verklaring van een agent tegenover die van een burger staat, krijgt de agent per definitie gelijk (art. 344 Sv). Alleen met die beelden had de verdachte dus nog een kans op vrijspraak gehad.

Daar komt bij dat de politie geen wettelijke grondslag heeft voor het wissen van gegevens (of eisen dat de verdachte dat zelf doet). De politie mag alléén dingen vragen of vorderen die een wettelijke grondslag hebben. Mijn collega Itte Overing schreef daar al eerder over, net als jurist Jan-Jaap Oerlemans. Kort gezegd: de politie MAG niet vrijwillig vragen om dingen, ze MOET een bevoegdheid hebben om iets te eisen. Is er geen bevoegdheid, dan is het eenvoudigweg verboden om langs de weg van “vragen staat vrij toch” alsnog te proberen iets voor elkaar te krijgen.

Natuurlijk kan de agent menen dat zijn portretrecht wordt geschonden door dit filmen. Maar: A. is het enkele filmen nog geen portretrechtschending en B. kan hij op die grond niet als opsporingsambtenaar optreden.

Het enige dat de politie in een zaak als deze zou mogen doen, is de telefoon in beslag nemen omdat deze kan worden gezien als een “voorwerp dat de waarheidsvinding kan dienen” (art. 94 Sv). Maar in beslag nemen is natuurlijk precies het tegenovergestelde van beelden wissen.

Arnoud

of lees de 15 reacties

Het mensenrecht op downloaden?

14 juli 2009, 8:49 | Auteursrecht, Meningsuiting | 8 reacties

satelliet-schotel-ontvangst-meningsuiting-informatievrijheid-restrictie-prikkeldraad.jpgEen verbod op downloaden is in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, zo las ik gisteren in Trouw. Hendrik Rood van van Stratix zegt in dat artikel namelijk:

In [het EVRM] is vastgelegd dat een inwoner van Europa niet belemmerd mag worden bij het ontvangen van informatie. Overheden mogen die ontvangst niet blokkeren en ook bedrijven mogen dat niet. Dit recht op informatie is sindsdien herhaaldelijk door de Europese Unie herbevestigd.

Inderdaad, artikel 10 EVRM bepaalt dat “een ieder recht heeft op vrijheid van meningsuiting” en rekent daar ook het ontvangen van inlichtingen of denkbeelden onder. De overheid, maar ook private partijen, mogen je niet zomaar hinderen bij deze ontvangst. Vandaar dus dat een woningbouwvereniging of vereniging van eigenaren niet zomaar het ophangen van satellietschotels aan je gehuurde appartement kan verbieden.

Maar om daar nu uit te concluderen dat downloaden dus te allen tijde mag gaat me ook weer te ver. Lid 2 van dit artikel biedt namelijk wel degelijk mogelijkheden om grenzen te stellen aan de uitoefening van dit mensenrecht. Eén van die mogelijkheden is “de bescherming van de rechten van anderen”, en het auteursrecht is een voorbeeld van zo’n recht.

Het Scientology-arrest is bij mijn weten de enige keer waar een hogere rechter zich moest uitlaten over de vraag of het mensenrecht van artikel 10 EVRM boven het auteursrecht kon gaan. Het antwoord was “ja mits”, en de mits legde hier een hoge drempel. Belangrijk aspect in die zaak was namelijk dat Scientology a) geen commercieel doel had met haar auteursrechten en b) “met hun leer en organisatie de verwerping van democratische waarden niet schuwen”. Daar kwam bij dat de teksten al openbaar waren via de Amerikaanse rechtbank.

Dus ja het kán maar het is wel zeer uitzonderlijk. Er zal een zeer zwaarwegende reden moeten zijn, bijvoorbeeld politieke discussie of een belangrijk maatschappelijk debat, op grond waarvan auteursrecht opzij gezet kan worden. “Gewoon willen downloaden” is ben ik bang niet genoeg daarvoor. Zoals professor Hugenholtz het in 1999 formuleerde (Word-file):

[T]he European Commission has been reluctant to accept freedom of expression and information arguments in cases where property rights in information are merely exercised to ensure remuneration, and the flow of information to the public is not unreasonably impeded. For European legislatures the message is clear: as long as licenses are made available under reasonable conditions, or statutory licenses apply, the European Court is unlikely to find that copyright and Article 10 collide.

Dat stukje over “statutory licenses” oftewel in goed Nederlands “heffingen” intrigeerde me. Aan de thuiskopie-exceptie zit immers al langer een heffing gebonden, tenminste als je downloadt of kopieert naar CD’s, DVD’s en dergelijke. Met even doorzoeken vond ik dan ook dit artikel van Robert Jacob Danay over peer-to-peer informatieverspreiding versus auteursrecht. Hij past het EVRM strak toe: de hoofdvraag is hierbij altijd of het gehanteerde middel om de meningsuiting of informatiegaring te beperken wel het minst inbreukmakend is. In plaats van iets keihard verbieden zou je het ook in beperkte vorm kunnen toestaan bijvoorbeeld.

Als je dat vertaalt naar downloaden en filesharen, dan wordt de vraag dus: is er een maatregel te verzinnen die ontvangst van informatie minder belemmert dan een verbod? En het antwoord daarop van Danay is: jazeker, je kunt ook gewoon heffingen instellen. De bekende “internet tax” of downloadtoeslag dus. Hiermee worden rechthebbenden ook gecompenseerd, en de informatievrijheid wordt minder aangetast dan bij een keihard verbod. En die toeslag geldt dan dus voor down- én uploaden.

Terugkomend op het artikel in Trouw: Rood heeft dus gelijk dat het kan, maar er zal wel iets aanvullends nodig zijn in de wet om dit op een juiste manier te regelen.

Arnoud

of lees de 8 reacties

Real human rights in virtual worlds (bij NJblog)

31 augustus 2008, 10:05 | Meningsuiting | Geen reacties

second-life-protest.jpgAlweer even geleden, maar ik was er helemaal over vergeten te bloggen. Dit voorjaar volgde ik het interessante mastervak Electronic Commerce: international legal aspects bij de Universiteit van Tilburg. Samen met twee medestudenten schreef ik als onderdeel van dat vak de column “Real human rights in virtual words”, die werd gepubliceerd bij NJblog:

Virtual worlds are artificial, fictitious, and invented, they are unreal. But this does not mean they fall entirely outside the ambit of reality – or the law. Virtual worlds are no longer “just a game for nerds.” By 2011, four out of every five people who use the internet will work or play in virtual worlds. 1 Millions of people spend a large portion of their waking lives in virtual worlds.2 And more than just work or play: they form communities, social groups of people that share a common interest or background. Virtual worlds therefore mean a great deal to a large number of people and social activities that are conducted in virtual worlds should be protected by real-world laws.

People and communities have human rights. They are allowed to assemble on the church square, demonstrate in front of the town hall or preach their convictions in the park. But how far do these rights go in virtual worlds? Operated by companies and regulated by the End-User License Agreement (EULA), these worlds are private spaces. While most human rights are also in force in horizontal relations between citizens, it is possible to surrender the exercise of these rights as a condition of access to someone else’s private space.

Lees verder in Real human rights in virtual worlds bij NJblog.

En teken daarna snel alsnog in voor mijn boek!

Arnoud
(Afbeelding via Freakitude)

als eerste

Meningsuiting op internet ook grondwettelijk beschermd

Grondrechten gelden ook gewoon op internet. Dat lijkt logisch, maar het is toch goed om te zien dat dat principe ook in de rechtspraak gevolgd wordt. In een recent vonnis van de Europese strafkamer van de rechtbank Amsterdam wordt een uitlating op internet als “minder openbaar” aangemerkt dan bijvoorbeeld radio of televisie. Daarom zal er bij uitlatingen op internet minder snel sprake zijn van strafbare belediging of discriminatie.

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is het belangrijkste verdrag voor grondrechten in Europa. Het recht op vrije meningsuiting wordt in dit verdrag gegarandeerd. Een inbreuk daarop mag alleen als dat bij wet geregeld is, de inbreuk noodzakelijk is om de goede naam of rechten van anderen te beschermen, en de maatregel ook nog eens de best passende (minst erge) remedie is om die anderen te beschermen.

Belediging, smaad, laster, haatzaaien en dergelijke zijn in het Wetboek van Strafrecht verboden. Een strafrechtelijke vervolging mag dus in principe, maar de staat moet hier wel heel terughoudend mee zijn. Het is tenslotte een zeer zwaar middel. In veel gevallen kun je het beter overlaten aan de beledigde of besmade persoon zelf om bij de rechter actie te ondernemen (of niet natuurlijk). En de vervolging moet ook nog eens noodzakelijk zijn om die anderen te beschermen. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens legt dit strikt uit: er moet een “dringende maatschappelijke noodzaak” zijn, een dringend algemeen belang, om op te treden tegen een meningsuiting. Dat zal er niet snel zijn - zeker als het gaat om politieke discussie mag je erg veel zeggen.

In deze zaak vond de rechtbank dat de uitlatingen wel degelijk beledigend bedoeld waren. Het waren vooral grove woorden zonder dat daar nu enige bijdrage aan een debat uit op te maken was. Maar: deze werden geuit op een forum, en voor strafbare belediging moet je in het openbaar gesproken of gepubliceerd hebben. En dat was hier niet het geval. De rechtbank vroeg zich af

of de groepen in kwestie redelijkerwijs tegen de beledigende uitlatingen konden aanlopen, en dus ongevraagd met de uitlatingen geconfronteerd konden worden, zonder zich daartegen te kunnen beschermen. Als verdachte de uitlatingen in zodanige openbaarheid had gedaan dat mensen er onverhoeds tegenaan zouden lopen, zou het opzet op de openbaarheid zonder meer zijn komen vast te staan. Aannemelijk is echter dat verdachte juist door de keuze voor het forum [naam forum] in de veronderstelling verkeerde – en ook de bedoeling had – dat zijn uitlatingen slechts door een klein groepje gelijkgestemden zouden worden gelezen. Zijn opzet was derhalve gericht op een beperkte mate van openbaarheid.

Je moest met andere woorden echt actief op zoek naar deze uitlating. Het was zelfs nodig om je te registreren op het forum voordat je het kon lezen. Je kon er niet onverhoeds tegenaan lopen, aldus de rechtbank. Daarmee vindt de rechtbank deze uitlating wezenlijk anders dan een mededeling op radio of televisie, waar je zomaar onverhoeds tijdens het zappen tegenaan kunt lopen.

Deze Europese strafkamer heeft nog meer uitspraken waarin aan het EVRM werd getoetst, gedaan. En dat is ook precies het doel van deze afdeling van de rechtbank: in het verleden werd niet altijd even expliciet nagegaan of een inbreuk op een grondrecht eigenlijk wel mocht gezien het EVRM. Vandaar dit samenwerkingsverband tussen de afdelingen strafrecht van de rechtbanken van Amsterdam, Alkmaar en Haarlem.

(Bedankt, Piter!)

Arnoud

of lees de 20 reacties

Internetfilters versus grondrechten, volgens Raad van Europa

Het gebruik van internetfilters kan een schending van de mensenrechten zijn. Dat blijkt uit een rapport van de Raad van Europa dat eind maart uitkwam. De Raad van Europa is onder andere verantwoordelijk voor het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat de belangrijkste grondrechten binnen Europa vastlegt. De Europese Unie heeft zich verplicht (in het EU-verdrag) deze grondrechten te respecteren. De opinie van het Comité van Ministers, het hoogste orgaan in deze Raad, is daarom dus erg belangrijk bij het beleid van de Europese Unie.

Eén van de Europese grondrechten is de vrijheid van meningsuiting, of liever gezegd de vrijheid om informatie te verzamelen en te verspreiden. Dit grondrecht (artikel 10 EVRM) komt in gevaar wanneer overheden en private partijen filters installeren om bepaalde informatie te weren. Ook het grondrecht op privacy (artikel 8 EVRM) kan in gevaar komen, bijvoorbeeld wanneer filters profielen over gebruikers opbouwen of doorgeven wie ‘verboden’ informatie opvraagt.

In haar verklaring van 26 maart verklaren de ministers dat filters alleen gebruikt mogen worden binnen het kader van het EVRM. De overheid mag alleen informatie blokkeren die door een onafhankelijke rechter illegaal is verklaard. Bovendien moet het filteren van de informatie de enige redelijke manier zijn om te zorgen dat de verboden informatie geblokkeerd wordt (”must be necessary in a democratic society”, noemt het EVRM dat).

Private partijen mogen verder gaan, maar men moet dan wel duidelijke uitleg geven over wat er gefilterd wordt, op welke manier (witte lijst, zwarte lijst, trefwoorden, URLs, meldingen van anderen) en hoe je kunt protesteren tegen een onterechte blokkade door een filter.

Ook worden de Europese landen opgeroepen om bedrijven en instellingen die filtersoftware bouwen, te wijzen op hun morele en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zij moeten beseffen hoe belangrijk privacy, meningsuiting, politieke participatie en andere grondrechten zijn, en daarmee rekening houden bij het ontwerp van hun filters. Nu wordt nog te vaak alleen maar geredeneerd vanuit het belang van de filterende instantie.

Het beschermen van kinderen ziet de Raad expliciet als een legitiem doel van filters. Maar ook daar moet rekening worden gehouden met de vrijheid van informatieverzameling en het belang van toegang tot kennis, ook -juist- voor kinderen. Filters mogen dus niet de enige maatregel zijn. Ook educatie en het opstellen van werkbare labels (zoals de Kijkwijzer voor televisie) voor inhoud moeten onderdeel van zo’n strategie zijn om de grondrechten van kinderen niet te schenden.

Met wat voor soort filters zouden jullie kunnen leven?

Via Ars Technica.

Arnoud

of lees de 6 reacties
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress