Naar aanleiding van mijn bericht over die Belgische Creativecommonsrechtszaak kreeg ik de volgende vraag van een lezer:
Waarom maken jullie juristen er eigenlijk altijd zo’n punt van of die licenties wel rechtsgeldig zijn? Als ze niet rechtsgeldig zouden zijn, dan mag je op grond van het auteursrecht helemaal niets met het werk. Dus waarom zou iemand in vredesnaam willen betogen dat open source of Creative Commons geen geldige licenties zijn?
Tsja, sommige juristen vinden het nu eenmaal leuk om gaten te schieten in juridische documenten, puur omdat het kan. En vanuit academisch oogpunt is het ook wel een leuke vraag: kan dat eigenlijk wel, aansprakelijkheid uitsluiten in een licentieovereenkomst die door een consument-wederpartij wordt gesloten? En mag in België of Frans-Canada een Engelstalige licentie worden gesloten, of moet er een Franse vertaling bij zitten?
In de praktijk zie ik het niet gebeuren dat iemand gaat betogen dat de GPL of een andere opensource- dan wel Creativecommonslicentie als zodanig niet rechtsgeldig is en dus in zijn geheel vernietigd moet worden. Daar schiet je inderdaad bar weinig mee op, want dan heb je geen licentie meer en dan kan de rechthebbende het hele auteursrechtelijk arsenaal loslaten: van volledige proceskostenvergoeding tot beslaglegging en ex parte verboden.
Wat wél in de praktijk relevant kan zijn, is een betoog dat een specifieke clausule ongeldig is. Als dat namelijk geaccepteerd wordt, dan is er de mogelijkheid dat de rechter die specifieke clausule vernietigt. De licentie als geheel blijft bestaan, maar die clausule moet je dan wegdenken uit de tekst. Je ziet dit vaak bij algemene voorwaarden. Een voorwaarde die “onredelijk bezwarend” is, kan worden vernietigd, maar daarmee is niet het hele contract ongeldig verklaard.
En dat biedt perspectieven. Je zou bijvoorbeeld de aansprakelijkheidsclausule kunnen aanvechten, en daarna de leverancier van de opensourcesoftware aansprakelijk stellen voor schade door bugs in zijn software. Of, nog leuker: de “GelijkDelen” of copyleftclausule aanvechten en daarmee voorkomen dat je je eigen werk ook open source (of Creative Commons) zou moeten maken. Dus niet een discussie over of iets nu wel of niet een bewerking (“afgeleid werk”) is, maar een discussie dat het onredelijk of tegen de wet is dat men überhaupt mag eisen mag stellen aan bewerkingen.
Of dat laatste succesvol is, betwijfel ik ten zeerste. Ik kan eigenlijk geen reden bedenken waarom het onredelijk zou zijn dat een leverancier eist dat bewerkte versies van zijn software onder dezelfde licentie geplaatst moeten worden. Ok, intellectueel eigendom is heilig, maar dat argument geldt net zo hard voor de software wiens licentie je aanvecht. Er zijn wel een paar pogingen geweest, maar die zijn nauwelijks serieus te noemen.
Het zal dus wel nieuwigheid zijn: we kennen dat Creative Commons niet, dus het zal mogelijk niet rechtsgeldig zijn.
Arnoud
Een curator mag niet zonder meer privélaptops onderzoeken, ondanks dat er mogelijk bewijs van faillissementsfraude op te vinden is. Dat las ik gisteren
Het kraken van de OV-chipkaart is een fluitje van een cent,
“U heeft het ego van een trekbank, en het IQ van een trekijzer”. Ik weet niet precies wat dat betekent, maar erg netjes is het vast niet. De opmerking was wel (mede) aanleiding voor een
Ook Belgische rechters hebben weinig moeite met Creative Commons, meldde
Wat een merkwaardige rechtszaak. Een hardwareleverancier had de opdracht gewonnen om aan een stichting printers te leveren met een onderhoudscontract. De stichting bleek veel meer in kleur te printen dan de leveranchier had verwacht, dus die zegt het contract op. Maar daar komt hij – blijkens het
Internetters zijn lastig te identificeren. Namen en e-mailadressen zijn zo vervalst, en ook op andere gegevens kun je nauwelijks afgaan. Het
Regelmatig krijg ik mails van mensen die hun idee willen beschermen, of zich afvragen wat het ze oplevert om het idee vast te laten leggen bij bv. het Benelux-Bureau voor de IE, de Belastingdienst of een commerciële instantie. Niet zo heel veel, antwoord ik dan: een idee of concept is in abstracto niet beschermd. Octrooi- en auteurswetten eisen een behoorlijke mate van uitwerking of concretisering voordat een concept beschermd kan worden.