Waarom zou je willen dat opensourcelicenties niet rechtsgeldig zijn?

Naar aanleiding van mijn bericht over die Belgische Creativecommonsrechtszaak kreeg ik de volgende vraag van een lezer:

Waarom maken jullie juristen er eigenlijk altijd zo’n punt van of die licenties wel rechtsgeldig zijn? Als ze niet rechtsgeldig zouden zijn, dan mag je op grond van het auteursrecht helemaal niets met het werk. Dus waarom zou iemand in vredesnaam willen betogen dat open source of Creative Commons geen geldige licenties zijn?

Tsja, sommige juristen vinden het nu eenmaal leuk om gaten te schieten in juridische documenten, puur omdat het kan. En vanuit academisch oogpunt is het ook wel een leuke vraag: kan dat eigenlijk wel, aansprakelijkheid uitsluiten in een licentieovereenkomst die door een consument-wederpartij wordt gesloten? En mag in België of Frans-Canada een Engelstalige licentie worden gesloten, of moet er een Franse vertaling bij zitten?

In de praktijk zie ik het niet gebeuren dat iemand gaat betogen dat de GPL of een andere opensource- dan wel Creativecommonslicentie als zodanig niet rechtsgeldig is en dus in zijn geheel vernietigd moet worden. Daar schiet je inderdaad bar weinig mee op, want dan heb je geen licentie meer en dan kan de rechthebbende het hele auteursrechtelijk arsenaal loslaten: van volledige proceskostenvergoeding tot beslaglegging en ex parte verboden.

Wat wél in de praktijk relevant kan zijn, is een betoog dat een specifieke clausule ongeldig is. Als dat namelijk geaccepteerd wordt, dan is er de mogelijkheid dat de rechter die specifieke clausule vernietigt. De licentie als geheel blijft bestaan, maar die clausule moet je dan wegdenken uit de tekst. Je ziet dit vaak bij algemene voorwaarden. Een voorwaarde die “onredelijk bezwarend” is, kan worden vernietigd, maar daarmee is niet het hele contract ongeldig verklaard.

En dat biedt perspectieven. Je zou bijvoorbeeld de aansprakelijkheidsclausule kunnen aanvechten, en daarna de leverancier van de opensourcesoftware aansprakelijk stellen voor schade door bugs in zijn software. Of, nog leuker: de “GelijkDelen” of copyleftclausule aanvechten en daarmee voorkomen dat je je eigen werk ook open source (of Creative Commons) zou moeten maken. Dus niet een discussie over of iets nu wel of niet een bewerking (“afgeleid werk”) is, maar een discussie dat het onredelijk of tegen de wet is dat men überhaupt mag eisen mag stellen aan bewerkingen.

Of dat laatste succesvol is, betwijfel ik ten zeerste. Ik kan eigenlijk geen reden bedenken waarom het onredelijk zou zijn dat een leverancier eist dat bewerkte versies van zijn software onder dezelfde licentie geplaatst moeten worden. Ok, intellectueel eigendom is heilig, maar dat argument geldt net zo hard voor de software wiens licentie je aanvecht. Er zijn wel een paar pogingen geweest, maar die zijn nauwelijks serieus te noemen.

Het zal dus wel nieuwigheid zijn: we kennen dat Creative Commons niet, dus het zal mogelijk niet rechtsgeldig zijn.

Arnoud

Provider moet verkeersgegevens afgeven bij notaris

Opmerkelijk: een ex-werknemer moet zijn internetprovider verzoeken zijn verkeersgegevens betreffende zijn privé-internetgebruik ter bewaring te geven aan notaris. Dit omdat zijn werkgever hem beschuldigt van computervredebreuk en die verkeersgegevens nodig heeft als bewijs. Dat vonniste de rechtbank Alkmaar vorige week.

De ex-werknemer was op staande voet ontslagen wegens computervredebreuk. Het lijkt te zijn gegaan om “inloggen op een plek waar je niet mocht komen”, maar het is wat lastig tussen de regels door lezen hoe dit zit. Wel valt me op dat de kantonrechter toch zo zijn twijfels had bij de klacht: de ontslagprocedure resulteerde in een ontslagvergoeding van 28.000 euro voor de ex-werknemer in eerste instantie.

Vervolgens deed de werkgever aangifte van computervredebreuk. Daarbij kreeg hij te horen:

dat onderzoek zal worden gedaan naar de mogelijkheid om tot vervolging van Gedaagde over te gaan, maar dat dit onderzoek in verband met capaciteitsgebrek niet op korte termijn zal plaats vinden.

Daarbij speelde wel één probleem: om te bewijzen dat de ex-werknemer inderdaad illegaal zou zijn binnengedrongen bij het bedrijfsnetwerk (of de privé-Hotmail van de directeur), zijn eigenlijk alleen de verkeersgegevens van de provider betrouwbaar. De werkgever had natuurlijk ook logfiles, maar de ex-werknemer stelde expliciet dat deze gemanipuleerd zouden zijn.

Die kan de officier van justitie opvragen (art. 13.2a Telecommunicatiewet) als het gaat opsporing bij ernstige misdrijven, en computervredebreuk kan daar onder vallen. Alleen, die gegevens worden na een jaar gewist, en het feit zou in mei 2010 zijn gepleegd. Als de politie dus niet in beweging komt vóór mei 2011, dan zou de provider het bewijs waarschijnlijk vernietigen. Vandaar de eis: deponeer die gegevens bij de notaris.

De werkgever was kennelijk al met de provider gaan praten, want zo lees ik:

Eiser heeft met de internetprovider van Gedaagde – die de gegevens onder zich heeft – reeds een afspraak gemaakt over het afgeven van de bedoelde verkeersgegevens. Het betreft hier echter de gegevens die zien op het internetgebruik van Gedaagde en met het oog op de privacywetgeving waaraan de internetprovider gebonden is, is het nodig dat Gedaagde instemt met de afgifte, nu het hier geen afgifte in het kader van een strafrechtelijk onderzoek betreft.

Het is niet heel duidelijk waar deze constructie op gebaseerd is. Het lijkt qua taalgebruik aan te sluiten bij de Wet Bescherming Persoonsgegevens (deze verkeersgegevens zijn immers persoonsgegevens) en afgifte vereist dan toestemming van de betrokken persoon. Maar dit lijkt wel te botsen met artikel 13.5 van de Telecomwet, dat volgens mij geen ruimte biedt voor afgifte aan wie dan ook behalve de bevoegde instanties.

Aan de andere kant, ik snap het wel: je wilt ook niet dat bewijs verloren gaat, en doordat het bij een notaris ligt, is de kans op misbruik denk ik verwaarloosbaar.

Arnoud

Doorzoeken van een privélaptop mag ook niet zomaar

Een curator mag niet zonder meer privélaptops onderzoeken, ondanks dat er mogelijk bewijs van faillissementsfraude op te vinden is. Dat las ik gisteren op Webwereld naar aanleiding van een arrest uit Den Bosch. In deze zaak wilde de curator toegang tot gegevens op de privélaptop van de bedrijfsjurist van een failliet bedrijf, omdat hij vermoedens had van fraude.

In het originele vonnis vond de rechter het toegelaten dat de curator toegang mocht krijgen tot de laptop, maar in dit hoger beroep wordt dat echter teruggedraaid. De laptop was geen eigendom van het failliete bedrijf, dus kan de curator die niet zomaar opeisen. Wél heeft hij recht op inzage in de bedrijfsgegevens op die laptop. Hij mag een kopie van de data laten maken en deponeren bij een notaris om deze zo veilig te stellen.

Vervolgens is de vraag of de curator er ook iets mee mag doen. Mag hij de gegevens doorzoeken, of mag hij forensisch onderzoeksbedrijf IRS aan het werk zetten? Omdat het hier gaat om privacy, geeft het Hof geen algemene rechtsregel. Bij inbreuken op de privacy is het altijd afhankelijk van alle omstandigheden van het geval of het mag. Het Hof weegt dan ook de privacy van de jurist en het bedrijfsbelang van de curator tegen elkaar af. Wegen jullie mee?

In het voordeel van de jurist:

  1. het betreft een laptop in privé-eigendom;
  2. de privélaptop bevat ook “privacygevoelige privacybestanden”;
  3. de bedrijfsjurist werkte voor zakelijke doeleinden altijd via het zakelijke netwerk, zodat de betreffende gegevens ook via dat netwerk te vinden (zouden moeten) zijn.

In het voordeel van de curator:

  1. de curator heeft recht op de aan de failliet toebehorende informatie over haar administratie;
  2. de curator heeft belang heeft bij onderzoek daarvan;
  3. de bedrijfsjurist werkte dagelijks op deze laptop in het kader van zijn werk;
  4. de bedrijfsjurist was lid van het managementteam en dicht bij het bestuur werkzaam;
  5. de laptop is zowel zakelijk als privé gebruikt, zodat de bedrijfsjurist daarmee zelf heeft bewerkstelligd dat de gegevens vermengd zijn geraakt;
  6. niet is uit te sluiten dat zakelijke bestanden uitsluitend op de harde schijf van de laptop zijn opgeslagen.

De curator had aangeboden dat de jurist er de hele tijd bij mocht blijven, zodat hij kon piepen als er sprake zou zijn van privégegevens. Maar dat vond het Hof niet genoeg. De curator had namelijk te weinig instrumenten om toezicht op IRS te houden, bv. een contract waarin stond hoe IRS met de gegevens om zou gaan.

Collega Wouter Dammers van Solv advocaten maakt me nieuwsgierig met zijn opmerking dat de curator “op andere wijze(n) inzicht kunnen krijgen in de betreffende zakelijke gegevens, zonder een inbreuk te maken op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de bedrijfsjurist.”

Ik ben heel benieuwd hoe dan. Dit is namelijk écht een lastig probleem. Je ontkomt er niet aan dat je als onderzoeker privégegevens tegenkomt als je gaat zoeken. Afgaan op wat de jurist in dit geval zegt, gaat niet: hij zou natuurlijk te kwader trouw belastende gegevens zogenaamd als privédata kunnen aanmerken zodat je daar niet kijkt.

Oftewel: hoe doorzoek je een privélaptop naar zakelijke gegevens zonder kennis te nemen van privégegevens?

(Ook het doorzoeken van een bedrijfspc mag niet zomaar trouwens.)

Arnoud

Juridische stappen met de OV-chipkaart

Het kraken van de OV-chipkaart is een fluitje van een cent, meldde PC-Active een tijdje terug. Op OV-chipkaart.org is te lezen hoe men de kaart kan uitlezen en de inhoud kan backuppen. TLS, het bedrijf achter de veelgeplaagde kaart, stuurde daarop een blafbrief waarin wordt gemeld dat men de site nauwlettend in de gaten zal houden en “juridische stappen” zal ondernemen. Ik moest lachen: het bedrijf houdt immers de gangen van iedere OV-gebruiker al nauwlettend in de gaten met die kaart.

Het uitlezen van een kaart en het vastleggen van de data die je dan krijgt, kan ik met geen mogelijkheid als strafbaar zien. Ook niet als je het omineus getitelde Mifare Classic Offline Cracker daarvoor gebruikt (maar het kan altijd hernoemd worden naar Mifare Security Verifier of zo natuurlijk). Ga je de kaart manipuleren, dan kom je in een grijs gebied. En ga je reizen met een gemanipuleerde kaart, dan pleeg je zeker een strafbaar feit: het valselijk opmaken van betaalkaarten (art. 232 Strafrecht).

Dat weet TLS ook maar al te goed, want er wordt niets gesommeerd of geëist. De brief komt neer op “we houden je in de gaten mannetje” en dat is een beetje merkwaardige manier van blaffen. Net zo merkwaardig vind ik de reactie van TLS dat dit “oud nieuws” zou zijn, want “tot nu toe is er nauwelijks fraude gepleegd”. Het lijkt mij toch nieuws dat je nu voor een paar tientjes je kaart kunt manipuleren, precies zoals TNO in 2008 voorspelde in 2008.

In een vonnis uit 2008 werd onderzoek naar het kraken van de OV-chipkaart overigens legaal verklaard omdat dit evident in het algemeen belang is, en er geen sprake was van het actief maken van nepkaarten of promoten van reizen met een nepkaart.

Zucht. Waarom is de reactie van dit soort clubs toch altijd om eerst te gaan blaffen en te dreigen met juridische stappen en pas daarna om eens na te denken dat het misschien ook wel ligt aan je eigen product? Dat had die rechter uit 2008 ze nota bene met zo veel woorden verteld.

Arnoud

De reagurende rechter

zilvermaan-forum-logo-rijdende-rechter.png“U heeft het ego van een trekbank, en het IQ van een trekijzer”. Ik weet niet precies wat dat betekent, maar erg netjes is het vast niet. De opmerking was wel (mede) aanleiding voor een aflevering van mijn held de Rijdende Rechter over de vraag hoe ver de vrije meningsuiting gaat op forums. En, verrassend: de term ‘reaguurder’ blijkt nu ingeburgerd taalgebruik voor ‘persoon die reacties plaatst op forum of blog’.

Het geschil ontstond naar aanleiding van het adresboek op de site GZU Online van goudsmit Van der Sanden. Op het forum Zilvermaan werd een vraag gesteld of deze site wel betrouwbaar was. Vaste forumreaguurder Stratmann meldde daarop

Niet betrouwbaar lijkt me. Er is een levendige handel in persoonlijke 06 nummers, beroep, emailadressen etc etc, te selecteren op ieder item. Vaak gebruikt voor commerciële doeleinden maar ook door oplichters.

Dat was aanleiding voor “een onaangename discussie tussen partijen, waarbij beiden geen blad voor de mond namen”. Stratmann merkte tijdens die discussie ook dat hijzelf in die lijst stond, en eiste verwijdering op grond van de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Nadat Van der Sanden ook een privébericht van Stratmann had gepubliceerd (met de hierboven genoemde opmerking over trekbanken), werd de discussie gesloten door de moderatoren met het advies dit even privé op te lossen. En dat werd dus de rijdende rechter.

In zijn uitspraak merkt de rijdende rechter allereerst op dat hij het hoogst opmerkelijk vindt dat die adressen zomaar bij Van der Sanden terechtgekomen waren. Maar hij keurt het toch impliciet goed: artikel 8 sub f Wbp biedt de rechtvaardigingsgrond “eigen aantoonbare noodzaak” en daaraan is voldaan – in het geval van Stratmann dan. Diens gegevens (in feite het vestigingsadres van zijn bedrijf) stonden al online en mochten dus worden hergebruikt in een adresgids. Dit is in lijn met de Richtsnoeren persoonsgegevens trouwens.

Voor andere goudsmeden ligt dat mogelijk anders, maar dat valt buiten het geschil hier dus kan de rijdende rechter er niet over oordelen. Van der Sanden krijgt wel het dringend advies “zich te vergewissen van de rechtmatigheid van de publicatie” van die gegevens.

Vervolgens de kern van de zaak: mag je iemand vergelijken met een trekbank, of beter gezegd mag je op een forum zeggen dat zo’n adresboeksite riekt naar oplichting? Op grond van de vrijheid van meningsuiting mag er veel:

Het lijkt inmiddels maatschappelijk algemeen aanvaard dat deelnemers aan zogenaamde discussie fora geen blad voor de mond nemen en zich daarbij nogal eens ruw en ongenuanceerd uitdrukken. … Natuurlijk strekken dergelijke uitlatingen degene die ze doet niet tot eer, al was het maar omdat het publiekelijk laten varen van normale fatsoensnormen (decorumverlies) niemand siert. Maar dat is onvoldoende om de vrijheid van meningsuiting, die niet is voorbehouden aan de wellevenden onder ons, in te perken.

De opmerking van Stratmann over de onbetrouwbaarheid van de site van Van der Sanden wordt dan ook toelaatbaar geacht. Het was een opinie naar aanleiding van iemands vraag, en als jij iemand onbetrouwbaar vindt dan mag je dat zeggen.

De term ‘oplichter’ die daarbij viel, is niet genoeg om dat anders te maken. Zoals ook in de ‘echte’ rechtspraak wel vaker wordt opgemerkt, zulke termen betekenen vandaag de dag in het gewone spraakgebruik iets anders dan “deze meneer pleegt het strafbare feit oplichting”.

Alles bij elkaar krijgen beide partijen nul op het rekest: er hoeft niets weg, en excuses hoeven ook niet te worden aangeboden. Wel “mogen” beide partijen het vonnisbindend advies van de rijdende rechter op hun sites publiceren, maar ze mogen er geen commentaar bij zetten. Ik gelukkig wel.

Arnoud

Creative Commons ook in België rechtsgeldig

dogmazic-logo.pngOok Belgische rechters hebben weinig moeite met Creative Commons, meldde TechnoLlama gisteren. Een groep muzikanten had hun werk op de vrijemuzieksite dogmazic gezet onder de Creative-Commonslicentie Naamsvermelding-Geen Afgeleide Werken-Niet Commercieel. Enige tijd later bleek dat een commercieel festival deze muziek had gebruikt in een reclame. Men stapte naar de Nijvelse rechter, en die gaf de band gelijk.

In het Franstalige vonnis wordt geen seconde getwijfeld of Creative-Commonslicenties wel rechtsgeldig zijn: het is een licentie, daar staan voorwaarden in en daar moet je je aan houden. (Wel lijkt de rechtbank een beetje verbaasd te zijn dat de muzikanten niet bij Sabam zitten.)

Men verwijst expliciet naar het vonnis dat Adam Curry ooit tegen de Weekend kreeg, plus naar Spaanse en Amerikaanse rechtbanken die ook de rechtsgeldigheid van Creative Commons zouden hebben erkend. Ik vermoed dat het Amerikaanse vonnis stiekem gaat over open source (Jacobsen/Katzer), maar ik heb geen idee om welk Spaans vonnis het zou gaan. Wie helpt?

De licentievoorwaarden waren duidelijk op de website vermeld, dus de organisator had moeten weten dat ze gelden, aldus de rechtbank. Men had nog als verweer opgeworpen dat er een foutje was gemaakt: de hoofdpagina van die site vermeldt “Naamsvermelding-GelijkDelen” dus men was er vanuit gegaan dat dit ook voor alle content geldt. Maar daar gaat de rechtbank niet in mee. Een professionele organisatie heeft de plicht te onderzoeken welke voorwaarden precies gelden, oftewel die had moeten doorklikken. (Precies zoals ook Weekend te horen kreeg bij Curry.)

De rechtbank worstelt -wederom net als bij Curry/Weekend- met de vraag welke schadevergoeding moet worden toegekend. Immers wie zijn muziek gratis weggeeft, kan achteraf moeilijk zeggen dat hij licentievergoedingen heeft gemist. Hoewel je in het geval van een “NietCommercieel”-licentie zou kunnen zeggen dat er ruimte moet zijn voor betaalde licenties voor commercieel gebruik. Men schat de schade dan maar op 1500 euro per geschonden voorwaarde, oftewel 4500 euro. Dit onder het motto “we moeten iets”.

Oh ja, en dit is het betreffende nummer. Veel luisterplezier!

Arnoud

Een contract opzeggen bij te veel kleurenprints, mag dat?

color-kleur-print.pngWat een merkwaardige rechtszaak. Een hardwareleverancier had de opdracht gewonnen om aan een stichting printers te leveren met een onderhoudscontract. De stichting bleek veel meer in kleur te printen dan de leveranchier had verwacht, dus die zegt het contract op. Maar daar komt hij – blijkens het vonnis – niet mee weg. Zoals ITenRecht het zegt, de leverancier wringt zich in duizenden bochten om van het contract af te komen, waarbij allerlei beëindigingsgronden door elkaar heen worden gebruikt.

Het belangrijkste argument voor de leverancier was dwaling. Als je een overeenkomst sluit en daarbij ergens van uitgaat dat onjuist blijkt te zijn, dan kun je soms de overeenkomst vernietigen (art. 6:228 BW). Wel moet er dan sprake zijn van een mededeling van de klant waar de leverancier op af mocht gaan, of op een zwijgen van de klant terwijl die juist iets had moeten zeggen.

De rechter noemt het feit dat de klant meer in kleur print dan de leverancier verwacht, terecht echter het normale ondernemersrisico. Anders gezegd: moet je maar niet dezelfde prijs voor kleur noemen als voor zwartwit.

Verder is er nog de algemene regel dat je als opdrachtnemer mag opzeggen vanwege gewichtige redenen (art. 7:408 BW). Een vertrouwensbreuk zou zo’n reden kunnen zijn, net zoals het feit dat de opdrachtnemer ineens aan de andere kant van het land gaat zitten. Dat je verlies maakt is écht geen gewichtige reden.

Alles bij elkaar komt het dus neer op niet meer dan “ik maak verlies, ik wil niet meer verder” en daar maakt de rechter terecht gehakt van. Contract is contract, en deze leverancier krijgt dan ook 7000 euro schadevergoeding voor de kiezen.

Arnoud

Wat kun je met een IP-adres?

ip-adres.pngInternetters zijn lastig te identificeren. Namen en e-mailadressen zijn zo vervalst, en ook op andere gegevens kun je nauwelijks afgaan. Het IP-adres is zo ongeveer het enige gegeven dat niet (nou ja, moeilijk) te vervalsen is als je met iemand communiceert. Het opvragen van een IP-adres is dan ook vaak de eerste stap als je juridische maatregelen tegen iemand wilt nemen.

Maar hoe betrouwbaar is zo’n IP-gebaseerde identificatie nu eigenlijk? Voor die lastige technische vraag stonden de raadsheren van het Gerechtshof Den Bosch recent. In een fikse ruzie tussen twee partijen was aangifte gedaan van smaadschrift per e-mail, maar die aangifte was geseponeerd. De benadeelde partij stapte daarop naar het Gerechtshof, want je mag via de zogeheten artikel-12-procedure eisen dat men alsnog vervolging instelt.

De smaadmail was via het contactformulier van de website verstuurd, dus via de logs van de site was het IP-adres van de verzender snel achterhaald. En dat adres bleek op naam te staan van de partij tegen wie hij aangifte had gedaan. (Iedereen die nu over RIPE of IANA begint: ik vermoed dat daarmee wordt bedoeld dat bij een reverse DNS lookup de domeinnaam van de wederpartij boven kwam.) Als bewijs werd daarbij een logfile van websitebezoeken overlegd.

De wederpartij ontkende ten stelligste dat hij het formulier had ingevuld: hij had een open netwerk achter dat IP-adres draaien, waar ook zijn gezin, de buren en diverse vrienden zomaar op konden. Een open netwerk als bewijs van onschuld? Volgens het Hof wel, en niet alleen omdat de logfiles eerder ophielden dan het tijdstip waarop de mail was ontvangen.

Uit de beschikking:

[N]aar het oordeel van het hof onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig dat beklaagde de bewuste e-mail heeft verstuurd, gelet op het aantal personen dat kennelijk toegang had tot zijn computer. Naar het oordeel van het hof mag niet verwacht worden dat verder onderzoek nader bewijs zal opleveren.

In technische zin is het wel terecht: meer dan “vanaf deze computer is het verstuurd” kan men niet concluderen uit een IP-adres. De lijn doortrekken naar een specifieke gebruiker zal verdere omstandigheden vereisen, zoals dat hij de enige is die het wachtwoord weet of dat de PC op een afgesloten kamer staat waarvan alleen hij de sleutel heeft. En die omstandigheden liggen hier nu juist niet.

Maar het voelt ergens wel onrechtvaardig: de smadelijke uiting is zodanig dat eigenlijk alleen de eigenaar van de PC deze gedaan zou kunnen hebben.

Arnoud

Het idee van een paspoort met een chip

chip-paspoort.jpgRegelmatig krijg ik mails van mensen die hun idee willen beschermen, of zich afvragen wat het ze oplevert om het idee vast te laten leggen bij bv. het Benelux-Bureau voor de IE, de Belastingdienst of een commerciële instantie. Niet zo heel veel, antwoord ik dan: een idee of concept is in abstracto niet beschermd. Octrooi- en auteurswetten eisen een behoorlijke mate van uitwerking of concretisering voordat een concept beschermd kan worden.

Het idee opschrijven en ergens deponeren (‘vastleggen’) biedt maar zeer weinig bescherming. Het bewijst dat het idee bestond op die tijd, en daarmee sta je iets sterker als er ruzie komt over wie het als eerste bedacht heeft. Maar als het opgeschreven idee niet meer is dan een tekst als “Een first person-paardrijspel op de computer”, dan verlies je het nog steeds als iemand je gedeponeerde idee steelt.

In een vonnis van een tijdje terug speelde iets vergelijkbaars. Een uitvinder had in 1997 de Nederlandse Staat een idee gepresenteerd van een paspoort met een chip erin. Daar bleek na enig onderzoek geen interesse voor, maar in 2003 verschenen er toch ineens paspoorten met chips. Mijn idee is gestolen, zo concludeerde deze uitvinder(*), en stapte naar de rechter.

De Staat meldde dat er al diverse systemen bestonden die werkten met chips in paspoorten. Zo bleek er een rapport met de voor ambtenaren gebruikelijke humoristische titel “Een haalbare card” uit 1996 te zijn. Maar dat argument is op zich niet genoeg: van het algemene idee “paspoort met chip ter identificatie” is het wel degelijk mogelijk een eigen uitwerking te doen die voor octrooi of auteursrecht in aanmerking komt.

Echter, dan moet je wel een octrooiaanvraag indienen of een creatieve tekst geven die ook als zodanig wordt overgenomen. En dat was hier niet het geval. De uitvinder had niet veel meer dan zakelijke teksten en enkele technische uitwerkingen en specificaties. Daar zit geen auteursrecht op. Een dergelijke uitwerking moet via een octrooi beschermd worden, en dat was er niet.

Daar komt bij dat als je al een auteursrechtelijk beschermde methode zou hebben, de wederpartij wel jouw creatieve elementen uit die methode moet hebben gebruikt. En ook daar was hier geen sprake van:

Weliswaar maakt de Staat ook gebruik van een op een chip opgeslagen foto in het paspoort, maar die enkele overeenkomst is onvoldoende om ontlening aan te nemen. De door de Staat gebruikte methode voor beveiliging en fraudepreventie van paspoorten is voor het overige immers geheel verschillend van de door [“] bedachte methode. De essentiële verschillen tussen de methode van [“] en het systeem van de Staat overheersen naar het oordeel van de rechtbank. (“)

Ik begin steeds meer te neigen naar het standpunt: registreren van een idee is praktisch waardeloos. Vraag octrooi aan (als dat kan) of regel iets met een geheimhoudingsovereenkomst, maar vertrouw niet op dat papiertje bij een registrerende instantie. Alle opmerkingen over ‘claim uw intellectueel eigendom’ of ‘bescherm uw rechten’ ten spijt.

Arnoud<br/> (*) Iets heel anders: vanwaar de neiging van journalisten om in elk artikel over uitvinders de naam “Willie Wortel” te noemen? Als ik elke journalist “Kuifje” of “razende reporter” zou noemen, zou men daar vrij snel genoeg van krijgen.

Mijn stiefmoeder leest mijn mail!

Een lezer schreef me:

Ik ben 16 jaar en woon nog thuis. Wij delen één computer met z’n allen. Nu kwam ik erachter dat mijn stiefmoeder mijn mail leest. Ik ben daar totaal niet van gediend, maar zij zegt dat zolang ik daar woon, haar regels gelden en zij dus alles met de PC mag doen wat ze wil.

Dit lijkt me niet bepaald de bedoeling. Hoewel ouders (en ook stiefouders) een zorgplicht hebben voor inwonende kinderen, dienen ze daarbij ook rekening te houden met de privacy van die kinderen. Ook kinderen hebben recht op privacy en als ouder zomaar alles gaan bijhouden en bekijken vind ik een ernstige schending van dat recht.

Ik krijg wel vaker vragen over het volgen van internetgedrag van kinderen. Wat me opvalt is dat er vaak niet of nauwelijks wordt gecommuniceerd over het hoe of waarom. Ik denk dat daar het probleem zit: ik snap best dat je je kind wil beschermen tegen nare dingen op internet, maar dat is toch een jongen van zestien wel uit te leggen?

Juridisch gezien is het wel erg lastig om hier wat aan te doen. Je (stief)ouders aanklagen is bepaald geen sinecure, en om nu op kamers te gaan vanwege dit lijkt me ook erg ver gaan.

Praktisch gezien is gebruik van een USB-stick met portable apps waarschijnlijk het eenvoudigste: niet duur en niets meer om te snuffelen als je hem eruit trekt en om je nek hangt.

Arnoud