Laptopbatterij ontploft, wat kun je claimen?

ontplofte-accu.pngMijn laptop wordt ook wel eens heet, maar zó erg is het gelukkig nooit geworden:

Ik zit op bed een beetje te internetten, laptopje op mijn schoot niets aan de hand verder. Op een gegevenmoment een harde knal, vlam uit mijn laptop, en een hoop rook, dus ik denk wat gaan we nou toch weer krijgen. Laptop aan de kant geflikkerd en meteen de stekker er uit. Ik had toch wel last van mijn been dus ik kijk naar mijn broek zit er gewoon een dikke brandplek/gat op mijn broek en hetzelfde geldt voor mijn dekbed.

En zoals op de foto’s te zien is, heeft die accu inderdaad een versnelde exotherme reactie ondergaan. Uit het bericht blijkt dat de winkelier gaat “bellen” en met een oplossing komt, en zo hoort het ook.

Valt er wat te claimen, zo lees ik in de diverse berichtjes daar? Tsja. Bij een defect product heb je recht op gratis vervanging of reparatie (tenzij slijtage etcetera), en het lijkt me evident dat een batterij niet behoort te ontploffen. De batterij moet dus worden vervangen, en waarschijnlijk ook de laptop want die is óók defect nu.

De schade aan de broek en het dekbed kan echter óók verhaald worden. De wet biedt namelijk voor “productaansprakelijkheid” een regeling van dwingend recht: schade als gevolg van een onveilig product moet worden vergoed, en dat recht kan niet worden ingeperkt of uitgesloten in algemene voorwaarden (art. 6:185 BW). En de “producent” is hier dan HP (het was een Pavillion) maar óók de winkel kan worden aangesproken op de schade (art. 6:187 BW).

Punt is wel dat je alleen schade mag claimen, oftewel reparatie van dingen die echt stuk zijn gegaan, of ziekenhuisrekeningen omdat er ook een brandplek op je been behandeld moest worden. Extra vergoedingen (zoals emotioneel leed, shockschade of gewoon omdat het kanpunitieve schadevergoeding) krijg je hier echt niet. Misschien zou je er nog een slaatje uit kunnen slaan door het incident stilletjes te melden en dan een afkoopsom te vragen omdat je anders naar de pers stapt, maar ik twijfel of dat veel zal opleveren.

Reken je dus niet rijk: je moet je schade vergoed krijgen, maar meer dan een nieuwe laptop, accu, dekbed en broek zit er echt niet in.

Update (9:45) En er is trouwens ook nog een drempel van 500 euro, pas als je méér dan dat bedrag aan schade hebt naast de kapotte laptop zelf, kun je een claim indienen (dank Veerle). Zie artikel 6:190 BW).

(Wie trouwens een vervanger weet voor mijn laptop, mag het zeggen. Licht, betrouwbaar, veel acculevensduur en 12″ scherm. Geen Mac, ik moet werken.)

Arnoud

PompenGids niet aansprakelijk voor onjuiste bedrijfsinformatie

pompengids.pngEen bedrijvengids mag zich baseren op informatie van gebruikers, en hoeft niet per definitie in te grijpen als een dealer klaagt dat er onjuiste informatie staat over wie gerechtigd is een product te leveren. Dat blijkt uit een recent vonnis over de PompenGids. De rechtbank stelt de gids op één lijn met hostingpartijen en oordeelt dat deze pas aansprakelijk is als ze weet dat informatie onjuist is én dan onvoldoende doet om het probleem op te lossen.

Op de site PompenGids.net wordt informatie aangeboden over welke pompleverancier de juiste pomp voor de juiste klus heeft, en wie welk merk vertegenwoordigt in Nederland. Pompenleverancier VW&B ontdekte dat op PompenGids andere bedrijven vermeld stonden als leveranciers van de pompen waar zij het exclusieve verdeelrecht op had.

VW&B sprak de site daarop aan, waarna die snel een disclaimer toevoegde:

U mag binnen PompenGids onder uw eigen verantwoordelijkheid UITSLUITEND de door u gevoerde merken toevoegen waarvan u meent dat u daartoe gerechtigd bent. Door u niet gevoerde merken mogen niet toegevoegd worden.

Ook stuurde men een mail naar alle leveranciers die hadden gemeld de merken te leveren waarvan VW&B had gezegd de exclusieve dealer te zijn. Dat leverde voor VW&B te weinig op en zij stapte naar de rechter.

Die concludeert in het vonnis dat een partij als PompenGids niet automatisch aansprakelijk is voor foute informatie geplaatst door gebruikers:

Van onrechtmatig handelen door [PompenGids] is pas sprake als hij daadwerkelijk weet of redelijkerwijs moet weten dat de informatie in het register onwettig is en hij dan niet prompt handelt om de informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken.

Dit is natuurlijk precies de formulering uit de wet voor hostingpartijen (art. 6:196c BW) en het verheugt me dat de rechter deze van toepassing acht op deze bedrijvengids.

De vraag is dan: als een dealer klaagt dat hij de exclusieve dealer is, moet de bedrijvengids dan ingrijpen? Moet hij dan weten dat de informatie van andere verkopers onjuist is? Nee, aldus de rechter: het is goed denkbaar dat een ander tóch ook die merkproducten mag verkopen. Hij kan ze legaal via parallelimport hebben verkregen of als subdealer optreden.

Dit betekent dat de enkele kennisgeving over de aanwezigheid van onrechtmatige informatie niet voldoende is voor de conclusie dat [gedaagde] wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat de informatie een onrechtmatig karakter heeft.

Wel moet de PompenGids een onderzoek starten als ze een onderbouwde klacht als die van VW&B binnenkrijgt. Alleen maar een disclaimer toevoegen is niet genoeg: gezien het kleine aantal bedrijven waarover werd geklaagd (23 stuks) had hij ze meteen moeten navragen hoe het zit. De formulering in het vonnis (overweging 5.6) loopt wat raar, maar het komt er op neer dat hoewel de gids wat traag was, de rechter daar geen onzuivere motieven achter ziet en de handelwijze van de gids dus toch als correct bestempelt.

Komt er geen reactie van de bedrijven, dan zal de PompenGids toch zelf iets moeten doen. De korte tijd tussen dagvaarding, mails en zitting was te kort om daar nu iets over te zeggen. Een beetje jammer, want nu hebben we geen antwoord op de vraag of je uit stilzwijgen mag concluderen dat de klacht terecht is?

Alles bij elkaar een mooi vonnis, dat keurig weergeeft hoe de praktijk rond notice en takedown moet verlopen. Treed op bij serieus uitziende klachten en benader de klant: klopt dit, wat vindt u hiervan en graag binnen redelijke termijn uw reactie. Komt er geen reactie, dan zul je zelf moeten optreden. Ik dénk dat dat dan betekent dat je het bericht toch maar moet verwijderen, maar wel niet-destructief zodat het terug kan als er een verlate reactie binnenkomt.

Arnoud

DigiD niet onrechtmatig jegens Digi-D

digi-d-niet-digid.pngNee, dit logo hiernaast is geen drie ton kostende herstyling van het overheidssysteem voor authenticatie van de burger. Dit is het logo van het bedrijf Digi-D, dat inderdaad regelmatig verward werd met het overheidssysteem. Maar die verwarring is geen handelsnaaminbreuk en ook niet op andere manieren onrechtmatig, zo vonniste de rechtbank Den Haag onlangs (via ITenRecht.nl).

Het bedrijf Digi-D was ouder met haar handelsnaam, en op grond van de normale regels zou je dan ook snel concluderen dat de overheid een andere naam moet kiezen. Maar nee: het DigiD-systeem wordt niet met enig winstoogmerk gerund, er is dus geen sprake van een onderneming en dan dus ook niet van een handelsnaam.

Merkenrecht dan? De Staat (nou ja, haar automatiseringsclub ICTU) had DigiD immers als Beneluxmerk vastgelegd (ook het logo). En een merk mag niet verwarrend veel lijken op een oudere handelsnaam.

Er is echter geen sprake van merkgebruik, oordeelt de rechtbank. De Staat exploiteert deze dienst niet commercieel, en je moet echt commercieel handelen voordat sprake is van merkgebruik. Een tikje merkwaardige conclusie: er zijn genoeg bedrijven die commerciële diensten gebaseerd op DigiD aanbieden. Maar goed, dat is niet op de zitting gemeld dus dan mag de rechtbank dat niet meewegen.

Ook volgens de algemene norm van “maatschappelijk onzorgvuldig handelen” gaat de Staat vrijuit. Na de eerste klachten zijn maatregelen genomen (o.a. een oekaze dat ambtenaren niet meer Digi-D mogen schrijven, ook niet in interne stukken) om herhaling te voorkomen. En er is 100.000 euro aangeboden als schikking aan het bedrijf. Maar die krijgen ze nu niet: omdat de Staat niets onrechtmatigs doet, moet het bedrijf de proceskosten betalen van totaal zo’n 8.000 euro.

Update (18 december 2013) ik lees bij Webwereld dat de Staat het bedrijf wil afkopen maar het bedrijf het bedrag ontoereikend vindt. Dat noemt de minister dan ‘inhalig’, een toch wat onparlementaire term wanneer je bedenkt dat de fout bij DigiD ligt en niet bij Digi-D.

Arnoud

Blogdialoog: Omgaan met uitzonderingen (toekomst van auteursrecht)

ondergang-buma-recht-parodie-fair-use.pngAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

Is een uitzondering voor user-generated content haalbaar, vroeg FOC me vorige week. Zo’n uitzondering zou betekenen dat gewone internetters zonder toestemming werken mogen remixen, bewerken, combineren en transformeren tot eigen uitingen – én die online mogen zetten natuurlijk. Zo’n uitzondering lijkt me een goed idee. We leven vandaag de dag in een beeld/geluid/remixcultuur, en de wet dient dat te ondersteunen.

Wel lijkt het me heel lastig om deze uitzondering goed te formuleren. Hoe wil je onderscheid maken tussen ‘users’ en ‘non-users’? Waar houdt de blogger op en begint de krantensite? Is een fotosoep-actie nog UGC als ze op een blog met advertenties staan? En hoe trek je de grens tussen legale UGC en illegale piraterij?

De Europese Commissie heeft ooit een generieke uitzondering voor transformerend gebruik bepleit. Kort gezegd komt die erop neer dat het nieuwe werk een duidelijk eigen karakter moet hebben en niet alleen maar een lichte bewerking van een ander werk moet zijn. Dat lijkt me wel een goed idee. Je vermijdt zo het onderscheid tussen users en professionals en focust om waar het om gaat: mogen remixen en bewerken, in plaats van simpelweg reproduceren.

Mijn grote zorg bij een dergelijke uitzondering blijft: gaat hij wel werken? We hébben immers al de nodige uitzonderingen in de Auteurswet: de parodie-exceptie, het citaatrecht, de kopie voor strikt eigen gebruik, het “incidenteel ondergeschikt gebruik”, zesentwintig reproregelingen met bijbehorende incassostichting, de kunst op openbare plaatsen, de gemeentezang bij erediensten en ga zo maar door. De een wat duidelijker dan de ander, sommige vaker ingezet dan andere en niet allemaal even nuttig bij internetdiensten.

Maar allemaal met hetzelfde probleem: wil je je erop beroepen, dan moet je naar de rechter. Daarmee neem je een fiks risico, want als je verliest moet je de totale factuur van de advocaat van de wederpartij vergoeden. En neem van mij aan, die zijn duur. De rechthebbende heeft daarentegen over het algemeen geld zat om het op een procedure aan te laten komen, en geen advocaat die je kan garanderen dat je die zult winnen.

FOC’s voorbeeld van de Untergangparodie laat dat mooi zien. Het is evident dat dit een parodie is, en dat je die filmpjes met je eigen al dan niet flauwe ondertitels dus gewoon online mag zetten. Maar één claim van de rechthebbende en ze gaan offline. Gewoon, omdat het kan. Of die claim nu terecht is of niet.

We kunnen dus wel een UGC-exceptie invoeren, en een betoog tegen de driestappentoets is wellicht ook wel te verzinnen. Maar waarom zou ook maar één rechthebbende zich laten weerhouden door zo’n wetstekst om gewoon een claim in te dienen als een hem onwelgevallig filmpje online staat?

Laat ik het algemener vragen. Hoe krijgen we de échte balans weer terug in het auteursrecht – de balans tussen maatschappij en rechthebbende? Hoe zorgen we ervoor dat wetten en praktijk rond auteursrecht niet alleen maar de exclusieve rechten dienen, maar ook de belangen van de gebruikers?

Arnoud

Verwijzen naar betaalde normen in wetten toegestaan

#include <NEN7510.pdf> in een wet is legaal, ook als de PDF alleen tegen betaling verkrijgbaar is. Oftewel: een wet mag naar extern vastgestelde normen en standaards verwijzen, zonder dat daarbij verplicht is dat die norm zelf ook als wet wordt gepubliceerd. Dat bepaalde het Gerechtshof Den Haag onlangs. Hiermee wordt het vonnis uit begin 2009 dat zo'n norm (standaard) publiekelijk bekendgemaakt te zijn, (en vrijelijk gekopieerd mag worden) ongedaan gemaakt.

Deze zaak loopt al sinds 2006. Bouwadviesbureau Knooble was naar de rechter gestapt over de toegankelijkheid van technische normen voor gebouwen. Wie wil bouwen, moet zich van Woningwet en Bouwbesluit houden aan technische eisen die alleen te vinden zijn in NEN-normen, opgesteld door het NNI. Om daar een kopie van te krijgen, moet betaald worden (gemiddeld zo'n 60 euro per norm). Knooble vond dat als de wet voorschrijft dat je je aan een norm moet houden, die norm voor iedere burger vrij en gratis beschikbaar moet zijn.

In eerste instantie kreeg Knooble gelijk: door een referentie ernaar in de wet wordt een technische specificatie "algemeen verbindend", want door het wetsartikel ben je verplicht te doen wat in de norm staat. En hoewel nergens (meer) in de wet staat dat iedereen geacht wordt die te kennen, is het toch wel de bedoeling dat wetten en regels openbaar in te zien zijn door iedereen.

Het Hof komt daar nu op terug, in wat wat Knooble een "teleurstellende en onbegrijpelijke uitspraak" noemt: de beroepsgroep weet waar die normen te vinden zijn, de kosten zijn ook niet onoverkomelijk en een maatschappelijk probleem is er al helemaal niet. Er is dus geen reden om de normen te behandelen als wetten en te eisen dat ze in het Staatsblad komen en daarna publiek domein worden. Als dit toch wenselijk zou zijn, dan moet de wetgever daar wat over regelen.

Belangrijke overweging daarbij lijkt te zijn geweest dat de betreffende normen alleen "reken-, meet of regelmethoden standaardiseren" en niet zelf eisen stellen. Zeg maar: het woordenboek stelt vast wat woorden betekenen, maar omdat er woorden in wetten staan hoeft het woordenboek ook niet gratis te zijn. Dat houdt dus nog de deur voor een kiertje open: als er daadwerkelijk een eis in zo'n norm zou staan die de burger iets verbiedt of verplicht, dan is er misschien nog een betoog mogelijk dat er dán wel een vrije publicatie van de norm beschikbaar moet zijn.

Update (11 mei 2011) ik lees bij Boek 9 dat recent is bepaald bij Regeling van de Minister-President (nr. 3102255):

Op normalisatienormen rust auteursrecht zodat zij alleen tegen betaling bij het normalisatie-instituut kunnen worden verkregen. Om die reden is het dwingend opleggen van dergelijke normen in regelgeving minder wenselijk. ... In het algemeen heeft het toepasselijk maken van de norm op facultatieve basis dan ook de voorkeur.

Dit leidt tot een 'Aanwijzing' dat "Verwijzing in een regeling naar toe te passen normalisatienormen geschiedt in beginsel op een niet-dwingende wijze."

Update (30 maart 2012) er is cassatie aanhangig, de advocaat-generaal concludeert na zéér uitvoerige aanloop dat Knooble's claims moeten worden afgewezen. Heel kort samengevat: Verwijzen naar een norm in een wet maakt die norm nog geen wet, ook niet als die norm dwingend voorgeschreven is. Bovendien kun je altijd gratis naar het NNI en daar ter plaatse de normen lezen zonder iets te hoeven betalen.

Update (22 juni 2012) in cassatie verliest Knooble. Het NNI maakt geen wetten, dus hoeven normen niet in het Staatsblad. En verwijzen naar een norm maakt die norm geen wet, ook niet als het verplicht is om de norm te volgen omdat je anders de wet schendt. Eerder oordeelde de Raad van State in vergelijkbare zin.

Arnoud

Buma/Stemra vraagt weer geld voor embedden, nou ja ongeveer dan

Oh jee, daar gaan we weer: Buma/Stemra gaat toch geld vragen voor embedden muziek, meldde Tweakers gisteren. Die plannen gaven eind 2008 een forse discussie, waarna het plan in de ijskast ging. B/S vindt dat ze daar niet op terugkomt: de afspraak gold voor particulieren met achtergrondmuziek, en het gaat nu om radioportals die geld verdienen. Die portals verspreiden niet zelf muziek, maar bieden embedded players aan waarmee je eenvoudig naar muziek op allerlei internetradiostations kunt luisteren.

Buma/Stemra meldt zelf:

Bij achtergrondmuziek is de rol die muziek op een site speelt secundair, bij de in het stuk genoemde portals vervult muziek een primaire functie. Deze portals dienen hier dan ook een R/TV-licentie voor af te sluiten, in dit geval ook voor het embedded gebruik van muziek. Het gaat hierbij om websites die door primaire inzet van muziek geld verdienen of meerwaarde creëren.

Ik vind het een rare redenering dat je concludeert dat iemand moet betalen omdat hij “door primaire inzet van muziek geld verdient” en dus moet betalen. Het gaat erom of het inbreuk op auteursrechten is. En pas dán kijk je naar geld verdienen of meerwaarde creëren. Maar goed, dat is een onmogelijke discussie in auteursrechtenland zo lijkt het: als je geld verdient dankzij andermans werk dan moet dat haast wel inbreuk zijn.

3voor12 meldt nog:

Dit lijkt in tegenspraak met de eerdere bewering dat tarieven voor embedded muziek tot nader orde opgeschort zijn. Ook is onduidelijk wat precies de randvoorwaarden zijn van de R/TV licentie. In hoeverre bijvoorbeeld geldt dat voor een weblog dat iedere dag een muziekvideo plaatst en inkomsten genereert door middel van advertenties? Op dit moment is niemand van Buma/Stemra bereikbaar om deze onduidelijkheid toe te lichten.

Ik weet niet of het een kwestie is van enkel een onduidelijkheid. De hoofdvraag is volgens mij: wie moet er betalen voor muziek en wanneer? Je kúnt ervoor kiezen om iedereen met een embedded player onder de Auteurswet te laten vallen, maar dat is wel een ontzettende oprekking van die wet. Je kunt ook zeggen: de radiostations die de muziek origineel verspreiden moeten betalen, net zoals Youtube dat moet. En die stations moeten dan meebetalen voor het feit dat anderen hun muziek embedden. Of ben ik nu te zeer techneut? Moeten we niet kijken naar de techniek maar alleen naar het resultaat: iemand hoort de muziek dus dan zal er iemand moeten betalen?

Arnoud

Recht van verzet tegen de bewoners van dit pand

nee-ga-weg.pngIk wil uit uw bestand en u mag me ook nooit meer post sturen. Die toch enigszins tegenstrijdige vordering stelde een man uit Haarlem in tegen de Nationale Postcodeloterij in een als een redelijke soap lezende briefverwikkeling. Maar het vonnis is wel opmerkelijk: de NPL mag de man nooit meer post sturen, ook niet naar “de bewoners van dit pand”. Zelfs niet als daar een onderhuurder woont die wellicht wél die post wil.

We krijgen allemaal die irritante brieven van de NPL, maar kennelijk wordt er te weinig over geklaagd want ze blijven ze sturen. Hoe dan ook, als je klaagt dan gaat je adres op een blokkade. Alleen blijkt dat men die na drie jaar weer opheft (eh, wat?). De eiser in deze zaak was het zo zat, dat hij daarna naar de rechter stapt. Dat werd geschikt: meneer zou nooit meer post krijgen.

U voelt hem al aankomen: enige tijd later kreeg hij tóch post, alleen ditmaal voor “de bewoners van dit pand”. En toen stapte de man wederom naar de rechter, want nu moest en zou hij toch uit elk bestand van de gokclub. Ja, óók het blokkadebestand. Maar dat is toch een beetje lastig: als je niet meer op de zwarte lijst staat, dan kan men ook niet voorkomen dat men je post stuurt.

De Wet Bescherming Persoonsgegevens geeft je (artikel 41) het absolute recht om verwijdering uit bestanden te eisen die “met het oog op werving voor commerciële of charitatieve doelen” zijn. Op grond van dit artikel kan de man dus eisen geen post van de NPL meer te krijgen, want ook hun postbestand valt hieronder.

Maar verwijdering uit het postweigeraarsbestand gaat niet lukken; dat dient immers een ander doel dan werving. Bovendien is de combinatie van “verwijdering uit postweigeraarsbestand” en “geen post meer krijgen” innerlijk tegenstrijdig, zoals de rechter terecht opmerkt. (Update 11 mei: bevestigd in hoger beroep.)

Wel krijgt hij gelijk dat de NPL óók geen post meer naar zijn huisadres mag studeren als die “aan de bewoners van dit pand” is geadresseerd. Hij valt immers ook onder “de bewoner(s) van” dat adres. En de wet zou wel erg makkelijk te omzeilen zijn als mensen na een beroep op artikel 41 Wbp gewoon doorgepapierenspamd zouden worden met zo’n anonieme aanduiding.

NPL mag op straffe van een dwangsom meneer dan ook geen post meer sturen. (Ben ik nu cynisch als ik me afvraag wat hij gaat doen als zijn straat de postcodeloterij wint?)

Arnoud

Downloaden is écht legaal, maar profiteren van uploads niet

En dan is het nu afgelopen met het gezeur: downloaden is legaal, ook uit illegale bron. Dat lijkt de belangrijkste boodschap geweest te zijn van het Gerechtshof in Den Haag, dat gisteren twee arresten wees (tegen Thuiskopie en tegen FTD) waarin de Nederlandse wet overeind blijft. Usenetplatform FTD (dat ik juridisch bijsta voor wie het nog niet wist) pleegt daarbij géén auteursrechtinbreuk. Wel vindt het Hof het naar voorlopig oordeel onrechtmatig om uploaden structureel te ‘stimuleren’ en daarvan te profiteren via advertenties.

De uitspraak vernietigt een geruchtmakende uitspraak waarin het FTD-platform werd aangemerkt als verspreider van de film: melden waar een film te downloaden is, zou hetzelfde zijn als deze zelf online zetten. Daarvan kan, aldus het Hof, geen sprake zijn. Je moet wel de film op een of andere manier beschikbaar stellen. Het is niet genoeg dat je het vergemakkelijkt.

Wel kan dat vergemakkelijken “maatschappelijk onzorgvuldig” zijn, oftewel “het is strikt gesproken niet tegen de wet maar we vinden het toch niet kunnen”. En dat is waarom FTD alsnog geboden wordt alle spots van de Eyeworks-films verwijderd te houden (ze waren al weg, maar toch).

Ik ben blij met het arrest: we zijn nu hopelijk eindelijk af van de discussie dat downloaden illegaal zou zijn omdat de wet dat niet zo bedoeld had, omdat het aankoopvervangend zou zijn of omdat het in strijd zou zijn met de Europese driestappentoets. Wat dat laatste betreft: het Hof past niet rechtstreeks die toets toe (waar ik recent bang voor was) maar geeft wel aan dat je deze bij uitleg van de wet wel mag gebruiken. Alleen niet in dit geval: de discrepantie tussen wat die toets zou opleveren en wat de wet zegt is zó groot dat daarmee de rechtszekerheid in gevaar zou komen.

Natuurlijk vind ik het dan weer wel jammer dat het Hof oordeelt dat FTD toch onrechtmatig is, omdat ze stimuleert dat mensen illegaal uploaden. Daarbij lijkt ze zwaar te leunen op de lossepolsopmerking van Eyeworks dat de meeste spotters (melders van wat er te downloaden is) zelf uploaders zouden zijn. Ik heb daar geen bewijs van gezien, maar FTD heeft zelf ook niet onderzocht hoe dat zit. En het Hof zegt dan:

[Eyeworks heeft] naar voren gebracht … dat een groot deel van de spotters op FTD ook uploaders zijn op Usenet. [Eyeworks] heeft meer concreet gesteld dat 39 van de 50 grootste spotters zelf ook uploaden. Deze stelling is door FTD niet gemotiveerd betwist. … Nu FTD echter niet heeft aangegeven welk (globaal) percentage spotters ook uploadt, terwijl zij geacht moet worden over die informatie te kunnen beschikken, moet het er in dit kort geding voor worden gehouden dat een aanmerkelijk deel van de spotters ook uploader is.

En daar baal ik dus van: als we ter zitting keihard hadden geroepen “welnee, slechts een fractie van de spotters is uploader en die top 50 is een vertekend beeld”, was het oordeel dan anders uitgevallen? Humpf. Ik kan alleen maar hopen dat de rechtbank Haarlem hier genuanceerder tegenaan kijkt.

Arnoud

Gefilmd in het restaurant

Een lezer vroeg me:

Het is een normale doordeweeksedag, het restaurant is open voor publiek. Een gezin zit te eten in een restaurant en plotseling komt er een filmploegje het restaurant binnen. Men bleek opnames te maken voor een of andere show van een regionale omroep, waarbij een andere bezoeker de hele week werd gevolgd. Mag men nu zomaar ook het gezin filmen in deze besloten omgeving?

De regels voor filmen op de openbare weg gelden niet automatisch ook in een gebouw als een restaurant. Het is echter ook weer niet dat in andermans eigendom nooit gefilmd mag worden zonder toestemming.

Ik denk dat in het algemeen men wel privacy mag verwachten in een restaurant, tenzij buiten duidelijk is aangekondigd dat er gefilmd wordt voor een of ander programma. En als je mag verwachten dat je privacy krijgt, dan mag je niet zomaar gefilmd worden. Maar dat is zeker geen wet van Meden en Perzen.

Er is eigenlijk nooit een harde regel die meteen de wijzers de ene of andere kant uit doet slaan. Inderdaad, een restaurant is een besloten plaats en privéterrein, maar ook op privéterrein mag onder omstandigheden worden gefilmd. Als de huisregels zeggen van niet, dan moet de eigenaar optreden – een willekeurige gast kan zich niet jegens een andere gast op de huisregels beroepen.

Ook zal altijd de nieuwswaarde van de beelden meespelen. Hoe bekend/belangrijk is deze persoon, en hoe relevant was dit etentje? Dat ander etend publiek toevallig in beeld komt, is dan min of meer onvermijdelijk en daarmee geen privacyschending.

Ik vind het een lastige. Het is me zelf ook wel eens overkomen dat ik op de trein stond te wachten en iemand het nodig vond om filmopnamen te gaan maken van een binnenkomende trein. Dreigen met juridische stappen bleek minder effectief dan je paraplu openklappen en precies voor de lens te gaan staan.

Arnoud

Blogdialoog: Keeping the balance (toekomst van auteursrecht)

balans-geld-rechten-uitzonderingen.jpgAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

En daar zijn we weer, na een paar weken iets minder activiteit komt nu Future of Copyright met een reactie op mijn recente blogs over de uitzonderingen in het auteursrecht.

Het is voor de rechtvaardiging van het toekennen van een exclusief recht (zoals auteursrecht) inderdaad van groot belang dat daar ook wettelijke excepties op bestaan. … Dat contenteigenaren als kranten nieuwe digitale exploitatievormen en businessmodellen zoals digitale (knipsel)kranten ontwikkelen, lijkt mij – met de huidige downloaddisussie in het achterhoofd – echter iets dat juist aangemoedigd moet worden. Zeker, de free flow of information moet goed worden beschermd, maar de dienst van een krantenuitgeverij die in zijn dienstverlening met de tijd mee gaat ook. Al kost het ze soms even wat tijd om die te ontwikkelen.

Lees verder bij Future of Copyright en reageer daarna hier (én daar)!

Arnoud