Open source als concurrent, hoe bedoelt u?

Soms lijkt het wel of de softwareindustrie nog in 2002 leeft, toen Linux nog als Lainux werd uitgesproken en SCO nog geloofwaardig was met haar claims van gestolen code. In een onderzoek van de European Software Association, waar ik ook nog nooit van gehoord had, las ik weer de bekende taal over open source als ‘bedreiging’ of ‘concurrentie’ voor de softwareindustrie. Wat moet ik me daarbij voorstellen?

Open source software is een ontwikkelmodel. Je schrijft (mee aan) software en stelt die beschikbaar onder een licentie waarmee anderen erop door mogen ontwikkelen. Je kunt kiezen voor een liberale licentie (BSD), of de eis stellen dat die anderen ook weer onder open source voorwaarden moeten doorontwikkelen (GPL). Dat komt in wezen neer op een hele grote samenwerkingsovereenkomst.

Als ik het zo lees, dan vinden de ESA-leden vooral dat idee van samenwerken eng, omdat je dan code beschikbaar stelt waar een concurrent wat mee mag doen. Iets waar “certain vendors, particularly those developing widely used applications” kennelijk nogal wat moeite mee hebben. Oh ja, en het feit dat overheden steeds vaker open source-oplossingen eisen is vervelend, want dan kan die overheid na oplevering van de software zomaar iemand anders vragen om het onderhoud te doen als je niet genoeg kwaliteit voor je geld levert.

Stel je voor zeg, straks moet je nog je best gaan doen als softwarebedrijf omdat iemand anders naar de concurrent stapt. Waar is de tijd gebleven dat je gewoon een matig stuk software kon opleveren en jarenlang grof geld kon opstrijken voor onderhoud en doorontwikkeling?

Arnoud

Rus claimt merk op ;-), Merkenbureau zegt :P

rusphone-trademark-smiley.pngHet is wat vroeg voor 1 april, maar toch: een Rus claimt een merkrecht op 😉 verkregen te hebben van het Russisch Octrooi- en Merkenbureau. De Telegraaf, dat het abusievelijk over een copyright heeft, legt uit dat de man van plan is bedrijven geld te gaan vragen voor het gebruik van 😉.

Onzin natuurlijk, maar niet vanwege het feit dat 😉 al langer bestaat. Op zich is het namelijk toegestaan om bestaande woorden of tekens als merk te deponeren. Denk aan Sparta en Ajax, bestaande namen die toch echt merken voor fietsen en schoonmaakmiddel zijn. En toevallig ook nog eens voetbalclubs. Uitgever Boom heeft ook een keurig merkrecht.

Wel is vereist dat je dat woord gebruikt in een andere betekenis dan die van het woord zelf. Een groenteboer zal met Apple niet ver komen, maar de computerboer wel. Je moet dus op een of andere manier dat woord zo gaan gebruiken dat het met jouw bedrijf of product geassocieerd gaat worden. En dat zal met 😉 niet meevallen – dat is zo’n bekend algemeen symbool dat een bedrijf dat niet meer kan claimen.

Ondertussen is al bekend geworden dat Ruspatent het merk ingetrokken heeft omdat het geen onderscheidend vermogen heeft. “😉 niet in staat om de fabrikant en kan niet functioneren als een handelsmerk” aldus Google Translate.

Wie weet de origineelste smiley?

Arnoud

Geen scrabbleclaim voor inbreukmakende blogger

Auteursrechtenclub Cozzmoss haalt bakzeil bij de rechter, berichtte Marketingfacts vrijdag. Artikelen integraal kopiëren mag (nog steeds) niet, maar een schadeclaim moet wel ergens op gebaseerd zijn en kan niet zomaar een paar duizend euro zijn. Cozzmoss, waar het nodige over te doen is, had blogger Joffrey Vermeulen aangeklaagd om het overnemen van een artikel. Overnemen mag niet, maar de geclaimde schade zwalkte nogal heen en weer: van 540 naar 365 naar 1400 naar 4585 euro! Ok, dat laatste was inclusief proceskosten, maar toch. De zaak wierp het nodige stof op vanwege de scrabbleclaim die Cozzmoss legde: drie maal het tarief dat ze bij BN/De Stem had bedongen voor publicatie. Maar daar maakt de rechter korte metten mee.

Joffrey Vermeulen publiceerde op Weerspiegeling.nl ongeveer een maand lang een artikel van Cozzmoss-auteur Irene van den Berg. Uit zijn statistieken bleek dat vrijwel niemand het overgenomen artikel ook werkelijk had gelezen. Welk bedrag aan schadevergoeding was hier gepast? Cozzmoss claimde een bedrag van 540 euro, gebaseerd op drie maal het tarief dat BN/De Stem had betaald (dat stond namelijk zo in de algemene voorwaarden van de auteur), maar dan door twee gedeeld bij wijze van schikkingsvoorstel. Vermeulen vond dat te hoog, en ook het aangepaste schikkingsvoorstel van 365 euro werd van de hand gewezen. Hij was bereid tot 150 euro te gaan, maar niet meer. Daarna dreigde Cozzmoss een schadeclaim van zo’n 1400 euro in te gaan dienen bij de kantonrechter, alsmede de volledige proceskosten te zullen verhalen (die een kleine 5000 euro bleken te bedragen).

Terecht veegt de kantonrechter het beroep op de algemene voorwaarden van de NVJ van tafel. Die waren niet van toepassing. Ook de stelling dat het vaste rechtspraak zou zijn dat die voorwaarden als richtbedrag worden gebruikt, ging niet op (Luc, lees je mee?). Uitgangspunt voor het bepalen van de schade dient het bedrag te zijn dat de auteur had kunnen vragen als er een licentie was afgesproken.

Moeilijk te volgen vond ik de overweging van de rechter dat

Het moet redelijk geacht worden in de onderhavige zaak een plaatsing in een blad als BN/De Stem voor wat betreft de hoogte van de vergoeding gelijk te stellen met plaatsing op een toch ietwat obscure website als die van gedaagde.

Mis ik iets? Het lijkt mij nu juist niet redelijk om het tarief voor een groot tijdschrift gelijk te stellen met het tarief van een “obscure website”. En waarom noemt de rechter de site obscuur als hij vindt dat deze vergelijkbaar is qua tariefstelling met BN/De Stem?

Vermeulen had 150 euro als tegenbod gedaan, maar dat kennelijk onvoldoende onderbouwd waardoor de rechter daar niet verder op ingaat. Wat weer de vraag oproept wat er gebeurd zou zijn als hij zijn berekening beter uitgewerkt had. Misschien wordt het tijd voor een setje richtprijzen voor publicatie op weblogs?

De kantonrechter merkt tussen neus en lippen nog op dat “als gedaagde op [het voorstel van 365 euro] was ingegaan, hadden partijen zich een hoop moeite kunnen besparen.” Misschien terecht vanuit zijn perspectief, maar toch denk ik dat dit een belangwekkend vonnis is voor bloggers en andere actieve internetters. Het vonnis laat zien dat een rechthebbende niet zomaar een willekeurig bedrag mag claimen. Een schadeclaim moet redelijk en onderbouwd zijn.

Wat vinden jullie van die 365 euro? Redelijk? Te hoog? Te laag?

Arnoud

Wanneer overlijdt Arnoud Engelfriet?

overlijdensbericht-sterfdatum-nl.pngBrr, wat een lugubere site. Op Sterfdatum.nl kun je je naam en wat gegevens zoals geboortedatum, links- dan wel rechtshandig zijn en geslacht invullen, en dan “berekent” de site wanneer je doodgaat. Ik in 2053 kennelijk.

Nou is zo’n lugubere grap tot daar aan toe, maar deze site doet meer: ze maken een publiek toegankelijke link die iedereen op kan vragen om te zien wanneer ik (volgens hen) zal komen te overlijden. En dankzij wat klassieke zoekmachineoptimalisatietrucjes scoort die link vervolgens lekker hoog in Google.

En nee, dat mag niet. Ook al is het als grap bedoeld, mensen die serieus hun gegevens invullen, onthullen daarmee persoonsgegevens over zichzelf. Bijzondere persoonsgegevens zelfs: het raakt hun gezondheid. En die mag je niet publcieren behalve met expliciete toestemming, die nergens wordt gevraagd.

Helemaal onderaan staat wel

* De ingevoerde gegevens worden toegevoegd aan onze database en gepubliceerd op deze website.
maar dat is bij lange na niet genoeg.

Ook leuk is deze disclaimer:

De ingevoerde gegevens worden alleen gepubliceerd op sterfdatum.nl en zijn niet te verwijderen.

Maar zo werkt dat niet: de Wet Bescherming Persoonsgegevens zegt duidelijk dat je het wettelijk recht hebt om je gegevens te laten verwijderen.

Dus dan denk je, daar gaan we ze over mailen. Maar dan lees je dit:

Dat je op deze pagina zit en boos wilt mailen geeft al aan dat je een beetje een zeikerd bent. Denk nog even goed na voor je het formulier verstuurd.

wat mij niet veel vertrouwen geeft over de naleving van de WBP.

Of ben ik nu veel te serieus over een luguber bedoeld “grapje”?

Arnoud

SIDN biedt bulkkorting voor grote domeinboeren, mag dat?

nl_logo.gifHeftige reacties op aangekondigde prijswijziging van SIDN, meldde Arnout Veenman. De domeinautoriteit van Nederland gaat een kortingsregeling invoeren voor providers die domeinnamen registreren. Deze korting is gebaseerd op een staffel: de totale korting is afhankelijk van het aantal domeinen dat een provider per jaar registreert. Wie dus veel domeinnamen registreert, krijgt flinke korting. Met een leuke eigen prijsstelling kun je dan als grote partij makkelijk kleine concurrenten uit de markt duwen. Dat maakte flink wat discussie los natuurlijk.

Mag dat zomaar? Goeie vraag. Op zich mag een stichting zelf haar prijzen vaststellen. Alleen, SIDN heeft een monopolie – zij is de enige die .NL domeinnamen kan uitgeven. En dan moet SIDN goed uitkijken wat ze doet, want misbruik van een “economische machtspositie” (zoals dat heet) is ten strengste verboden. De Europese mededingingsregels verbieden expliciet “het toepassen ten opzichte van handelspartners van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hun daarmede nadeel berokkenend bij de mededinging”, kortweg discriminatie. Onze eigen Mededingingswet kent een overeenkomstig verbod.

Nu is het vrij duidelijk dat de kleine ‘handelspartners’ van SIDN nadeel ondervinden van deze prijsdifferentiatie. Maar is sprake van “gelijkwaardige prestaties”? Dat is een bijzonder complexe vraag, zo blijkt uit de jurisprudentie. Algemeen gezegd komt het erop neer dat sprake moet zijn van een objectieve economische reden om de prijs te veranderen bij verschillende partijen. Kortingen die overeenstemmen met besparingen mogen gewoon, bijvoorbeeld. Zo mag een monopolist gerust korting geven als de klant het product zelf komt afhalen. Ook korting voor bulkafname is in het algemeen geen probleem, tenminste als de korting overeenstemt met de besparingen voor de verkoper voor de bulkafname.

Zijn de SIDN-kortingen objectief gerechtvaardigd? Daarvoor zouden we meer feiten moeten hebben. Ik kan me alleen moeilijk voorstellen dat domeinregistratie in bulk heel veel besparingen oplevert. Dat is toch allemaal geautomatiseerd?

Op Webhostingtalk is een reactie van SIDN te lezen:

Daarnaast willen wij de registrars die een belangrijke bijdrage hebben geleverd en leveren aan het succes van het .nl-domein, belonen door middel van een kortingsregeling. Ook deze kortingsregeling kost SIDN geld, maar wij zijn ervan overtuigd dat ons prijsbeleid het succes van het .nl-domein ten goede zal komen.

Dat riekt naar kortingen of beloningen voor vaste klanten, en die zijn verdacht in het mededingingsrecht. Daar is geen objectieve, economische grond voor. “Vaste klant” zijn is immers geen economische factor. Als het dus werkelijk alleen gaat om belonen van grote klanten, zou ik dat juridisch drijfzand vinden.

Een ander belangrijk punt is dat de prijsdiscriminatie de concurrentie tussen de klanten van SIDN aan moet (kunnen) tasten. De zorg van ‘kleintjes’ dat ze van de markt geduwd worden door in bulk inkopende ‘groten’ kan daar een bewijs van zijn, maar evident is dat niet. Problemen voor concurrenten is nog geen probleem voor de concurrentie. Daarbij speelt altijd de ook lastige vraag mee wat nu eigenlijk de markt is. Zijn domeinnamen zelf een markt? Of is het een bijkomstige dienst die je als webdesigner/webhoster levert?

Arnoud

Bob Sijthoff blijft in Wikipedia, althans voorlopig

wikipedia-bob-sijthoff.pngWat een leuk verjaardagskadootje! Bob Sijthoff mag in Wikipedia blijven staan, vonniste de rechtbank Utrecht gisteren. Eind november spande de zakenman een rechtszaak aan tegen de Nederlandse Wikimedia vereniging en stichting met als eis dat zijn vermeend onrechtmatige lemma uit de vrije encyclopedie verwijderd zou worden.

Sijthoff legde de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van Wikipedia bij Wikimedia Nederland, omdat “zij immers een platform biedt” en de moderatoren zou benoemen. De auteur, ene Jacob H., zou bekend zijn bij Wikimedia omdat kort na zijn klacht bij de vereniging Jacob het lemma aanpaste. Maar de vereniging en stichting wijzen er terecht op dat alle juridische verantwoordelijkheid bij de Wikimedia Foundation in de VS liggen. Sijthoff krijgt dan ook nul op het rekest:

Uit vorenomschrevene volgt dat niet voldoende aannemelijk is geworden dat Wikimedia Nederland c.s. zelfstandig tot verwijdering van het artikel in staat is danwel invloed kan uitoefenen op verwijdering van het artikel door Wikimedia Foundation of een ander verantwoordelijke zodat dit gedeelte van de vordering zal worden afgewezen.

Ook de eis tot afgifte van de persoonsgegevens van Jacob H. wordt afgewezen, omdat Wikimedia Nederland die simpelweg niet heeft. Sijthoff wordt vervolgens in de proceskosten veroordeeld. Wat me brengt op het punt dat de advocaten van Wikimedia, Struik en Briët van CMS Derks Star Busmann deze zaak pro bono hebben gedaan, wat wel een complimentje waard is.

Wel jammer is dat de rechter nu niet aan de inhoudelijke vraag toekomt of het lemma nu wel of niet door de beugel kon. Ik ben benieuwd of Sijthoff nog door gaat pakken richting de club die hij eigenlijk vanaf dag 1 had moeten hebben, maar ik vermoed van niet. Zijn actie tegen de Nederlandse clubs heeft al genoeg stof doen opwaaien binnen de Nederlandstalige pers en blogosfeer. Een actie tegen de Amerikaanse stichting voegt daar alleen maar een hoop Engelstalige publicaties aan toe, en het is de vraag of Sijthoff daarop zit te wachten.

Arnoud

Opmerkelijk: Werkgroep Auteurswet versus Auteurswet

teeven-boek91.pngVia-via las ik op de weblog van Fred Teeven over werk aan de winkel voor de Parlementaire werkgroep Auteurswet waar hij zitting in heeft. Goede zaak, zo’n werkgroep. Het korte berichtje was om twee redenen opmerkelijk. Ten eerste vanwege Teeven’s quote:

Op onderdelen lijkt de handhaving van de intellectuele eigendom hopeloos verouderd.

Ten tweede omdat het plaatje bij de blog mij toch wel heel erg bekend voorkwam. Collega’s van Volledig berichtBoek 9, vindt u dat de Auteurswet zo moet worden aangepast dat bloggers als Teeven uw plaatjes bij hun berichten mogen laten zien?

En iets serieuzer: heeft u nog tips voor de heer Teeven?

Arnoud

Prijzen onder voorbehoud van drukfouten, kan dat?

Een lezer wees me op een discussie op het Tros Radar forum over aanbiedingen van elektronicaketen BCC:

Nu stond afgelopen week een Canon EOS 450D in een huis-aan-huis folder van BCC. Prijs: 399,- EUR. Na contact met een winkel blijkt dat ook hier de prijs niet juist is, want dit hoort 599,- EUR te zijn.

Foute prijzen komen regelmatig voor, niet alleen in folders maar ook op internet. Bedrijven zoals BCC proberen zich daartegen in te dekken door in kleine lettertjes te zetten dat de mededelingen onder voorbehoud van druk- en zetfouten zijn. Maar in het algemeen zal ze dat niet veel helpen.

Wie een product adverteert voor een bepaalde prijs, wekt de indruk bij lezers dat hij een aanbod doet om het product te verkopen tegen die prijs. Het kan natuurlijk dat de adverteerder niet wilde verkopen tegen die prijs. Maar de wet zegt dat wanneer die indruk bij de wederpartij gerechtvaardigd is, de adverteerder toch vastzit aan de koop (art. 3:35 BW). Je kunt dus als verkoper niet zomaar zeggen “dat had ik niet bedoeld” en onder je verplichtingen uitkomen.

Bij onwaarschijnlijk lage prijzen (zoals OTTO’s LCD-TV voor 99 euro) ligt dat anders: je kunt daar als wederpartij niet zomaar op vertrouwen, zo bleek uit het arrest in die zaak. Het Hof merkte daarbij nog op:

Ingeval van twijfel omtrent de juistheid van de prijs dient de consument dienaangaande nader onderzoek te verrichten (artikel 3:11 BW).

Hier is de prijs niet bepaald extreem laag. De prijs is zeer laag, maar BCC zegt zelf dat ze de laagste prijs garanderen. Veel onderzoek hoef je niet te doen na zo’n mededeling. Doe je dat toch, dan kom je bijvoorbeeld uit bij de Pricewatch van Tweakers waaruit blijkt dat er anderen zijn die de camera voor zo’n 450 euro leveren. Een prijs van 399 euro bij BCC is dan niet onwaarschijnlijk laag.

De algemene voorwaarden zullen BCC daar weinig bij helpen. Als je als consument niet hoefde te verwachten dat een aanbod een fout bevatte, dan het lijkt mij onredelijk dat de winkel eenzijdig kan zeggen dat de prijs toch een fout was.

Arnoud

Tell a friend-systemen onder voorwaarden legaal

Ja ja, dat vond u allemaal heel ironisch: mij via tell-a-friend linkjes het nieuws melden dat tell-a-friend systemen onder voorwaarden legaal verklaard zijn. Maar die voorwaarden zijn dan wel weer heel streng, zodat driekwart van u mijn persoonsgegevens in strijd met de wet verwerkt heeft. En dat vind ik dan weer ironisch. Afijn, waar hebben we het over. Oh ja, spam.

Tell-a-friend systemen op websites laten mensen naam en e-mailadres van vrienden invullen, die vervolgens een webpagina, een digitale ansichtkaart, een interessante aanbieding of een uitnodiging voor een spelletje in de mail ontvangen. De juridische vraag is of dat mag: de Telecomwet verbiedt het versturen van commerciële mails zonder toestemming, en de privacywetgeving verbiedt het verwerken (opslaan of gebruiken) van e-mailadressen zonder toestemming. Toestemming van de ontvanger wel te verstaan, en dat is precies waar deze systemen tegenaan lopen: je kunt je vrienden niet opt-innen voor dat soort berichten.

In een gezamenlijk oordeel formuleren de telecom- en privacywaakhonden vier regels waar een tell-a-friend systeem op een website aan zou moeten voldoen. Zowel Agent van Geel als het ministerie van Defensie handelen toch echt in strijd met de wet.

Uitgangspunt van zowel College Bescherming Persoonsgegevens als OPTA is dat de wet inderdaad geschonden wordt door tell-a-friend systemen. Onder bijzondere omstandigheden zijn zij bereid om toch hun toestemming te geven.

De OPTA formuleert drie eisen:

  1. De communicatie gebeurt volledig op eigen initiatief van de internetgebruiker (of afzender), de website stelt hier geen (kans op) beloning tegenover voor afzender of ontvanger.
  2. Voor de ontvanger moet het duidelijk zijn wie de initiatiefnemer van de e-mail is, zodat hij diegene kan aanspreken als hij niet gediend is van dergelijke mails.
  3. De afzender moet volledige inzage hebben in het bericht dat namens hem wordt verzonden, zodat hij de verantwoordelijkheid kan nemen voor de persoonlijke inhoud van het bericht.

De Agent van Geel-actie voldoet aan de eerste eis, want een beloning krijg je niet. Maar het was bepaald niet duidelijk wie de afzender was. Je werd gebeld door agent Van Geel zelf, en zien wie je opgegeven had, kon niet. Ook had je als afzender geen inzage in het bericht. Voor de recente Defensie-actie (“Geeft acht!”) geldt hetzelfde.

Het CBP voegt daar nog aan toe:

  1. De website in kwestie mag de e-mailadressen en andere persoonsgegevens niet gebruiken of bewaren voor andere doeleinden dan het eenmalig verzenden van een bericht namens de afzender. Daarnaast dient de website het systeem te beveiligen tegen misbruik, zoals het geautomatiseerd verzenden van spam.

Na het versturen van de tell-a-friend mail moet het e-mailadres van de ontvanger dus worden weggegooid. Zelfs een herinnering sturen mag niet, meldt het CBP.

Het lijkt me een aardig compromis. Wat jullie?

Arnoud

Gearresteerd voor meeliften op wifi, maar hoe weten ze dat?

wifi-satelliet-draadloos-auto.pngTwee mannen zijn afgelopen maandag aangehouden voor illegaal draadloos internetten, meldde de politie afgelopen maandag. De twee zaten in een auto en waren met hun laptop aan het chatten met hun thuisfront. Ze hadden daarvoor ingelogd op een draadloos netwerk van een bewoner aan de Veldbloemweg. Die bewoner ondervond problemen en belde de politie, kennelijk omdat hij die twee mensen voor zijn deur in verband bracht met zijn computerproblemen.

De politie kwam langs en arresteerde de twee. Enigszins cryptisch stelt het persbericht daarbij dat de politie “stelde vast dat er inderdaad sprake van misbruik was”. Maar dat is nu precies waar ik meer over wil lezen: hoe weten ze dat? Hoe breng je twee mannen in een auto in verband met een traag werkende internetverbinding bij iemand in de straat?

Het persbericht heeft het overigens over twee ‘mannen met Servische nationaliteit’, maar de relevantie van dat feit ontgaat me. Of was dat de manier om het misbruik vast te stellen? Twee Serviërs met een laptop, dat moeten wel criminelen zijn? Ik mag toch hopen van niet. Maar hoe weet men het dan wel?

Via Security.nl.

Arnoud