Waarom de inhoud van een belbundel een kernbeding is

Lezer Remko S. reageerde op mijn blogpost Hoe onbeperkt is “onbeperkt mobiel bellen en sms”en”? met de stelling dat er nogal makkelijk vanuit wordt gegaan dat wat er in algemene voorwaarden staat bindend is. Hij schreef onderstaande gastpost die ik met plezier hier plaats.

6GMOBILE B.V. biedt onder de naam Tringg 3G onbeperkt bellen, sms’en en data (3G) aan voor “29,95 per maand met een looptijd van 12 maanden. Op de voorpagina wordt opgemerkt dat er op de diensten van Tringg een fair use policy van toepassing is, deze wordt hier niet verder gespecificeerd. Tijdens het bestellen dient de potentiële klant akkoord te gaan met de algemene voorwaarden en te verklaren het abonnement alleen particulier te gaan gebruiken. Redelijk eigen gebruik betekent volgens artikel 5 van de algemene voorwaarden maximaal 1.250 belminuten + sms’jes en 1000MB aan data. Indien deze limieten worden overschreden kunnen er extra kosten in rekening worden gebracht en de dienst worden onderbroken totdat deze betaald zijn.

Het is gebruikelijk dat aanbieders van telecommunicatiediensten in hun algemene voorwaarden een gebruiksprofiel dat niet in redelijkheid van een consument kan worden verwacht uitsluiten, zoals ook 6GMOBILE dat doet. 6GMOBILE noemt als voorbeelden van oneigenlijk gebruik het gebruik van de SIM-kaart in andere apparaten dan een telefoon, voor tethering of als babyfoon. De vervolgens genoemde limieten, bijvoorbeeld gemiddeld 25 minuten bellen en 20 sms’jes versturen per dag, zijn echter geen onredelijk gebruik voor een klant die is binnengehaald met de belofte van onbeperkt gebruik.

Het aantal belminuten, sms”jes en MB’s aan mobiele data zijn bij een mobiele-telefoonabonnement de bedingen die de kern van de prestaties van de aanbieder aangeven, en die kunnen niet middels algemene voorwaarden worden overeengekomen. De wet zegt hierover in artikel 6:231a BW:

algemene voorwaarden: een of meer bedingen die zijn opgesteld teneinde in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen, met uitzondering van bedingen die de kern van de prestaties aangeven, voor zover deze laatstgenoemde bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd;

De juiste interpretatie van dit artikel is door de Hoge Raad der Nederlanden verduidelijkt in een tweetal arresten. Als eerste arrest Assoud/Stichting de Nationale Sporttotalisator (HR 19-09-1997):

Zoals ook in de ontstaansgeschiedenis van dit artikel naar voren komt, mede in het licht van art. 4 lid 2 van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, moet het begrip “bedingen die de kern van de prestaties aangeven” zo beperkt mogelijk worden opgevat, waarbij als vuistregel kan worden gesteld dat “kernbedingen” veelal zullen samenvallen met de essentialia zonder welke een overeenkomst, bij gebreke van voldoende bepaalbaarheid van de verbintenissen, niet tot stand komt. Voor de vaststelling van wat daaronder moet worden verstaan is dan ook niet bepalend of het beding in kwestie een voor de gebruiker of voor beide partijen belangrijk punt regelt, maar of het van zo wezenlijke betekenis is dat de overeenkomst zonder dit beding niet tot stand zou zijn gekomen of zonder dit beding niet van wilsovereenstemming omtrent het wezen van de overeenkomst sprake zou zijn.

Als tweede arrest Weevers Stous/Stichting Parkwoningen Hoge Weide (HR 21-02-2003):

Zoals uit de parlementaire geschiedenis van die bepaling blijkt, dienen objectieve maatstaven te worden gehanteerd bij de beoordeling of sprake is van een kernbeding. Niet bepalend is of partijen zelf het beding tot kernbeding bestempelen. Evenmin is van belang of het beding een voor de gebruiker belangrijk punt regelt. Dat geldt ook als het gaat om een voor de gebruiker zó belangrijk punt dat hij zonder het beding de overeenkomst niet zou zijn aangegaan. Dat is immers een subjectieve maatstaf.

Wanneer niet bepaald is hoeveel belminuten, sms”jes en MB’s aan mobiele data er in een belbundel zitten is er geen verbintenis tot stand gekomen (artikel 6:227 BW: “De verbintenissen die partijen op zich nemen, moeten bepaalbaar zijn.”) Dit zijn de, als tegenprestatie voor het abonnementsgeld, door 6GMOBILE te verrichten diensten.

Het onderscheid tussen kernbedingen en overige bedingen, die wel in algemene voorwaarden kunnen worden opgenomen, is hier van belang omdat in het ene geval de limieten nooit overeengekomen en in het andere vernietigbaar zijn. Betreft het geen kernbeding dan kunnen ze op basis van onredelijk bezwarendheid (6:233 sub a BW) worden vernietigd. 6GMOBILE heft echter door haar handelswijze de mogelijkheid van vernietiging op: wie door wil gaan met bellen/sms’en/internetten moet per email bevestigen dat hij bereid is daarvoor bij te betalen. Daarmee vervalt ten gevolge van 3:55 lid 1 BW de vernietigingsgrond.

Wanneer het wel een kernbeding is dan is deze nooit aanvaard. Kernbedingen kunnen alleen bewust worden aanvaard, algemene voorwaarden ook ongelezen. Eventueel gedane bijbetalingen zijn dan ook onverschuldigd en kunnen worden teruggevorderd. In beide gevallen levert het onderbreken van de diensten wanprestatie op. Mocht de klant hierdoor schade lijden dan kan deze op 6GMOBILE worden verhaald (6:74 lid 1 BW). Uit art. 3:41BW (partiële nietigheid) en eventueel 3:42 BW (conversie) volgt dat de rest van de algemene voorwaarden, inclusief het verbod op onredelijk gebruik in stand blijft.

6GMOBILE zelf ziet, aldus het eerste punt in het derde artikel in haar algemene voorwaarden, de tekst op haar website echter niet als een aanbod dat via de bestelpagina aanvaard kan worden.

Aanbiedingen van Tringg zijn vrijblijvend en vormen een uitnodiging aan de Klant om zich voor de Diensten aan te melden. De overeenkomst komt tot stand op het moment dat de voor het gebruik van de Diensten benodigde SIM-kaart aan de klant wordt geleverd.

Dat dit niet de normale gang van zaken is is duidelijk verwoord door de Consumentenautoriteit in zaak 106/Tele2 Nederland B.V.:

De Consumentenautoriteit is voorts van oordeel dat het juridisch niet mogelijk is om een in afwijking van het uit artikel 6:217, eerste lid, BW voortvloeiende tijdstip van totstandkoming van de overeenkomst te bepalen in algemene voorwaarden. […] Een afwijkend tijdstip van totstandkoming van de overeenkomst is derhalve slechts mogelijk indien […] dit uitdrukkelijk voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan de consument [was] medegedeeld.

Tenslotte is het voor klanten van 6GMOBILE verstandig, voor het geval dat 6GMOBILE de rechter ervan weet te overtuigen dat het hebben van een SIM-kaart als het enige wezenlijke onderdeel van een mobiele-telefoonabonnement kan worden gezien, kosteloos via het daartoe bestemde contactformulier te verklaren dat hij het “fair use” beding vernietigt omdat dit een wezenlijke beperking oplevert van hetgeen dat hij verwachtte. Deze reden staat vrijwel letterlijk in de zogenaamde “grijze lijst” (6:237 sub b BW), wat betekent dat het aan 6GMOBILE is om aan te tonen dat de limieten geen wezenlijke beperking zijn bij normaal gebruik door een consument.

Mocht 6GMOBILE geen gehoor geven aan bijvoorbeeld het verzoek de diensten te hervatten in het geval van afsluiting, het te veel betaalde terug te storten of dreigen met gerechtelijke stappen, dan kan de klant het geschil voorleggen aan de Geschillencommissie Telecommunicatie, waar de 6GMOBILE (daartoe bij wet verplicht) bij aangesloten is.

Hoe laat ik minderjarigen lid worden van mijn site?

Een lezer vroeg me:

Ik heb een website met daarop een spel, waarbij je je moet registreren voordat je mee kunt doen. Is het verplicht dat mensen onder een bepaalde leeftijd toestemming van hun ouders vragen om akkoord te gaan met deze voorwaarden? En als dat verplicht is, is het dan voldoende om de (toekomstige) gebruikers bij registratie te laten verklaren dat ze toestemming hebben?

Toestemming is niet altijd nodig, maar als die nodig is dan is het waarschijnlijk niet genoeg om zo’n verklaring op te nemen in het registratieformulier.

Als je onder de 18(!) bent, heb je toestemming nodig van je ouders voor elke juridische handeling, zoals het sluiten van een contract of het lid worden van een website of spel. Doe je dit zonder toestemming, dan kunnen de ouders op elk moment en zonder overleg die handeling terugdraaien. De wederpartij heeft dan pech.

Er is een uitzondering: als het normaal is voor mensen van die leeftijd om die soort juridische handeling te verrichten, dan wordt de toestemming geacht te zijn gegeven. Een twaalfjarige mag dus snoep kopen bij Jamin, en de ouders kunnen dat niet terugdraaien. Koopt die twaalfjarige een bromfiets, dan kunnen de ouders dat wel terugdraaien (zelfs als er al op gereden is en zelfs als de twaalfjarige een vervalst identiteitsbewijs liet zien).

Het is dus de vraag of het normaal is voor jongeren van de leeftijdscategorie bij deze site om dit soort spellen te spelen en zich daarvoor in te schrijven op de site. Bij een Habbo- of Runescape-achtig spel kun je denk ik wel zeggen dat het normaal is voor twaalfplussers om mee te doen. Ze doen het in ieder geval massaal. (Habbo lijkt er vanuit te gaan dat je onder de zestien niet zelfstandig kan/mag beslissen.)

Als je niet op die “normaal voor de leeftijd” criteria wilt vertrouwen, of denkt dat jouw deelnemers wel eens te jong kunnen zijn, dan moet je toestemming vragen. Dat gebeurt vaak met zo’n vakje “Ik ben onder de zestien en verklaar toestemming te hebben van mijn ouders”, maar ik betwijfel ten zeerste of dat genoeg is. Zo’n kruisje is snel gezet, en het bewijst m.i. absoluut niet dat er ook werkelijk toestemming is. Als wederpartij kun je daarop dan ook niet vertrouwen.

Je hebt dus een probleem als website-exploitant. Want webhosters kunnen een identiteitsbewijs opvragen en zo identiteit controleren en de ouders nabellen, maar voor een site-eigenaar is dat volstrekt onpraktisch, zeker bij een gratis dienst.

In de praktijk lijkt dit nooit te spelen (zeker bij gratis sites) maar dat is meer omdat niemand zich er druk om maakt dan omdat het juridisch in orde is.

Arnoud

De blauwe lijst voor algemene voorwaarden

blauwe-lijst-algemene-voorwaarden-onredelijk.pngJullie kennen natuurlijk de grijze en zwarte lijsten van (vermoedelijk) onredelijk bezwarende algemene voorwaarden, maar er is ook een blauwe lijst. Deze lijst, afkomstig uit Richtlijn 93/13/EEG, is een beetje te vergelijken met de grijze lijst. Er staan bedingen op die onredelijk kunnen zijn. Deze blauwe lijst wordt vrij weinig gebruikt in de rechtspraak, maar er staan toch een paar leuke zaken op waar je als consument je voordeel mee kunt doen.

Zo staat er op deze lijst het beding “de verkoper te machtigen zonder geldige, in de overeenkomst vermelde reden eenzijdig de voorwaarden van de overeenkomst te wijzigen”. Dat doet denken aan deze blog over zomaar wijzigen van de gebruiksvoorwaarden. De richtlijn verplicht de nationale rechter om ambtshalve (dus ook als er niet om gevraagd wordt) te toetsen of een beding dat op deze lijst staat onredelijk is. Zo’n wijzigingsbeding moet dus hoe dan ook elke keer onder de loep genomen worden. Hoe veel waarde zo’n vermelding heeft, is niet helemaal duidelijk. Uit de conclusie A-G bij dit arrest van de Hoge Raad maak ik op dat het niet zo sterk is als de grijze lijst, waar een automatische omkering van de bewijslast geldt.

Een ander interessant beding gaat over boetes. Op onze grijze lijst staat alleen een beding over opzegkosten (sub i); die mogen alleen als ze een “redelijke vergoeding voor geleden verlies of gederfde winst” zijn. Maar op de blauwe lijst staat

de consument die zijn verbintenissen niet nakomt, een onevenredig hoge schadevergoeding op te leggen

Dit gaat dus over elke tekortkoming, wat een heel stuk breder is dan tussentijds opzeggen. Dit speelde bijvoorbeeld in deze zaak over een boete van ” 22,69 per dag die een creditcardmaatschappij kon opleggen als je niet meteen de creditcard opstuurde wanneer zij daarom verzochten. De rechtbank vond het idee van een boete als aansporing niet onredelijk, maar had wel bezwaar tegen het feit dat de boete onbeperkt kon oplopen (in casu tot maar liefst ” 17.834,34).

Het boetebeding staat dus in geen enkele verhouding met de hoofdvordering van slechts ” 3.796,03 waarbij ook meegewogen moet worden het feit dat gedaagde kennelijk vanaf 6 september 2004 de kaart heeft gebruikt (zie 2.2 van het tussenvonnis van 4 juli 2007) noch misbruikt. Verder bevredigt de uitleg van eiseres omtrent de noodzaak van het boetebeding niet omdat dit beding, gelet op de aard en inhoud van artikel 12 van de algemene voorwaarden, kennelijk niet van toepassing is bij een reguliere beëindiging conform artikel 11 van de algemene voorwaarden. Aldus is dit boetebeding, waar niet over onderhandeld kan worden, in de wijze waarop eiseres het toegepast wenst te zien onredelijk bezwarend voor gedaagde in de zin van artikel 6:233 aanhef en sub a BW.

Ik krijg nogal eens vragen over boetebedingen bij allerlei websites, dus het is goed te weten dat je daar op zijn minst een punt van kunt maken.

Het verbaast me trouwens dat boetebedingen bij niet-nakoming niet op de grijze lijst staan. Is een boetebeding zo redelijk dan?

Update: zie ook het Eindrapport van de LOVCK-werkgroep van de kantonrechters, waarin men ambtshalve toetsing van algemene voorwaarden uitwerkt én richtsnoeren (aanwijzingen) geeft over hoe om te gaan met boetes voor tussentijds opzeggen door consumenten (of wegens wanprestatie). Met kritische noot bij NJB.

Heel kort: de schade is = restant winkelwaarde toestel (inclusief BTW) + helft van onbetaalde maandelijkse belcomponenten. Als de telefoonmaatschappij echter de vordering uit eigen wil meteen beperkt tot 75% van de resterende abonnementstermijnen, zal de rechter dit overnemen tenzij de consument specifiek verweer voert.

Arnoud

OPTA: Afknijpen internet is reden voor opzeggen contract

Enige tijd geleden werd bekend dat internetprovider UPC haar klanten nog wel eens ‘afkneep’, de internetsnelheid sterk terugbracht als klanten te veel downloaden. De telecomtoezichthouder heeft dit onderzocht en publiceerde gisteren haar oordeel: dit is een contractswijziging, en klanten hebben het recht om dan op te zeggen. Alleen nu niet, want UPC heeft het heel snel weer ongedaan gemaakt.

OPTA baseert haar oordeel op artikel 7.2 Telecommunicatiewet, dat bepaalt dat een consument het recht heeft om bij een wijziging van het contract door de provider het contract op te mogen zeggen. Hoewel de tekst van het artikel alleen spreekt van ‘wijziging’, moet het wel gaan om een voor de consument nadelige wijziging.

Volgens OPTA is afknijpen zo’n nadelige wijziging:

Het college oordeelt dat een structurele beperking van de internetsnelheid bij het gebruik van bepaalde diensten in zijn algemeenheid een wijziging van een beding in de overeenkomst is, die niet aantoonbaar in het voordeel van de abonnee is. De vraag of het een wijziging van een schriftelijk of niet-schriftelijk overeengekomen beding betreft, doet daarbij niet ter zake.

In dit geval ziet men het knijpen door de vingers, meldt Webwereld, omdat UPC “de wijziging zeer snel ongedaan heeft gemaakt”. Het oeps-sorry-overactieve-stagiair excuus dus.

Mooi om te weten dat ik van mijn UPC-abonnement af kan als ze dit nog eens doen.

Arnoud

Een rode kaart voor de algemene voorwaarden

Tijd voor weer eentje in de categorie “maffe algemene voorwaarden”. Een lezer tipte me over de gebruikersvoorwaarden (sic) van Voetbal.nl. Daarin staat onder andere dit:

9. WIJZIGEN VAN GEBRUIKSVOORWAARDEN Voetbalmedia behoudt zich het recht voor iets weg te halen uit, toe te voegen aan of te wijzigen in de gebruiksvoorwaarden. Iedere verandering is direct van kracht en dus rechtsgeldig. Wanneer u de site blijft gebruiken, gaat u akkoord met eventuele veranderingen. Het is uw verantwoordelijkheid om iedere keer dat u de website bezoekt, de gebruiksvoorwaarden te raadplegen, zodat u op de hoogte blijft van eventuele wijzigingen. Voetbalmedia behoudt zich te allen tijde het recht voor om tijdelijk of permanent de inhoud van de website te wijzigen, iets toe te voegen, iets stop te zetten op deze website, zonder aankondiging of aansprakelijkheid.

Op zich heeft elke website wel iets dergelijks in haar gebruiksvoorwaarden staan. Die voorwaarden zijn bedoeld voor de lange termijn, en dan is het op zich redelijk dat de aanbieder van de dienst (want dat is een website, juridisch gezien) de voorwaarden van tijd tot tijd mag herzien.

Hier wordt echter wel heel erg eenzijdig dit recht opgeëist. En op deze manier is het niet rechtsgeldig, omdat het in strijd is met de zogeheten grijze lijst van “vermoedelijk onredelijk bezwarende bepalingen” uit algemene voorwaarden. Op die lijst staat namelijk (sub c):

Vermoedelijk onredelijk bezwarend is een beding dat de gebruiker de bevoegdheid verleent een prestatie te verschaffen die wezenlijk van de toegezegde prestatie afwijkt, tenzij de wederpartij bevoegd is in dat geval de overeenkomst te ontbinden.

Dit veranderbeding biedt de gebruiker, de site Voetbal.nl dus, de mogelijkheid om op elk moment een geheel andere dienst te leveren. Echter, de wederpartij mag dan niet zomaar opzeggen. Daarmee valt het beding onder dit lid C. Het is dus vermoedelijk onredelijk, wat wil zeggen dat Voetbal.nl zal moeten aantonen dat zij echt niet anders kan dan het op deze manier doorvoeren. Lukt dat niet, dan kan het beding worden doorgehaald.

Ik zou niet weten hoe ze dat gaan doen. Het is volstrekt triviaal om die tenzij-zin erbij te zetten en een redelijke termijn in te voeren waarbinnen de voorwaarden zullen worden ingevoerd. Kondig de wijziging op de homepage aan, stuur geregistreerde leden een berichtje en bied ze dertig dagen om akkoord te gaan of op te zeggen.

Ik zie ook geen enkele reden om zonder waarschuwing en op elk moment de voorwaarden te moeten aanpassen. Wat is er zo dringend dat het geen paar weken kan wachten?

Arnoud

Algemene bonte voorwaarden (gastpost)

Algemene voorwaarden zijn voorwaarden die in meerdere overeenkomsten kunnen worden opgenomen. Ze moeten voor de koop aan de wederpartij (doorgaans de klant) worden overhandigd en van toepassing worden verklaard op de overeenkomst. Ondernemers hebben tal van redenen om algemene voorwaarden te hanteren. Op deze manier kunnen ze in één keer veel voorkomende voorwaarden goed regelen en hun rechtspositie verstevigen (lees: in uw nadeel afwijken van regelend recht). Plus, ze gelden ook als de klant ze niet gelezen heeft. De gebruiker van de algemene voorwaarden hoeft ze alleen te geven en van toepassing te verklaren op de overeenkomst.

Menig winkelier ontpopt zich dan ook als een moderne Robin Hood en hanteert een of meerdere onredelijk bezwarende voorwaarden. Maar wanneer is een voorwaarde onredelijk bezwarend? Het antwoord op deze vraag is niet eenduidig te geven. Allereerst: wanneer een beding tegen dwingend recht in gaat, d.w.z. wanneer de winkelier niet van een bepaald wetsartikel mag afwijken of niet aan de voorwaarden voldoet om daar van af te wijken. Ten tweede kunnen consumenten en kleine ondernemers een beroep doen op een dwingende zwarte en grijze lijst van bedingen die respectievelijk ten alle tijden onredelijk bezwarend zijn of vermoed worden onredelijk bezwarend te zijn. Tot slot zijn dat die bedingen waarvan de rechter oordeelt dat ze onredelijk bezwarend zijn. Volgens de Kamer van Koophandel gebeurt dit op grond van de volgende vier criteria:

  • de aard en de overige inhoud van de overeenkomst;
  • de wijze waarop de voorwaarden tot stand gekomen zijn;
  • de wederzijdse belangen van partijen (voor zover van elkaar bekend) en
  • de overige omstandigheden van het geval.
De Robin Hoods onder de winkelier hanteren o.a. bedingen waarbij de wederpartij:
  • onvoorwaardelijk en voor onbepaalde tijd wordt verhinderd de door de gebruiker toegezegde prestatie op te eisen;
  • onvoorwaardelijk afstand doet van zijn bevoegdheid tot ontbinding;
  • verhinderd wordt om vergoeding te eisen voor directe (en indirecte) schade die ten gevolgen van schuld van de gebruiker is ontstaan.

Maar sommige winkelier maken het wel erg bont met het volgende beding:

Reclames ten aanzien van de bedingen in deze voorwaarden als onder meer bedoeld in het Nieuw Burgerlijk Wetboek Boek 6 titel 5 afdeling 3 artikel 233 sub a (nietigheid ten aanzien van een of meerdere bedingen op grond van het onredelijk bezwarend zijn) dienen eveneens binnen 8 (acht) dagen na kennisneming van deze voorwaarden of het tijdstip waarop daarvan redelijkerwijs kennis genoten had kunnen worden, schriftelijk en aangetekend bij X te zijn ingediend onder nauwkeurige opgave van de feiten waarop de reclames betrekking hebben. Het recht op reclame vervalt op het moment dat de overeenkomst tot stand is gekomen. Wederpartij doet afstand van het zich nadien beroepen op het onredelijk bezwarend zijn van een of meer bedingen in deze voorwaarden, voor zover de eventueel als onredelijk bezwarend gevoelde bedingen niet door de wetgever dwingend zijn voorgeschreven.

Als u dit beding tegenkomt, moeten alle alarm bellen gaan rinkelen. In begrijpbaar Nederlands staat hier namelijk “Wij hanteren onredelijke voorwaarden en die moet u maar slikken”. En daarbij maken ze allemaal dezelfde fouten. Het Burgerlijk Wetboek heet al lang niet meer het Nieuw Burgerlijk Wetboek. En artikel 6:233 BW biedt de wederpartij om de rechter te vragen dit beding te vernietigen, niet om het nietig te verklaren. Het artikel valt onder dwingend recht omdat in artikel 6:247 BW bepaald is dat hier niet van afgeweken mag worden.

Wie kent er meer van zulke bonte Robin Hoods?

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

P.S. Alles wat een begin heeft, heeft een einde. Dit is voorlopig mijn laatste column geweest. Ik heb mijn columns de afgelopen jaren met veel plezier geschreven. En ik hoop dat jullie er eveneens van genoten hebben, net zoals ik genoten heb van de columns van Branko Collin en het kijkje in de keuken van mr. A.H. (Bert) Staring. Tot slot wilde ik Arnoud bedanken voor zijn redactionele vaardigheden achter de schermen.

Algemene voorwaarden zijn geen opt-in

Bij Rectec verscheen vorige week een interview met mij over de gevolgen van de nieuwe spamwetgeving voor werving & recruiting. Mag je per 1 oktober nog wel mensen mailen om ze een nieuwe baan aan te bieden? Dat bleek gebaseerd op een misverstand: mensen ongevraagd mailen voor commerciële aanbiedingen is allang verboden. Het nieuwe is dat je bedrijven ook niet meer mag mailen met zulke aanbiedingen.

Oftewel: het zinnetje “Acquisitie n.a.v. deze advertentie is verboden” krijgt nu juridische tandjes. Ik vond dat vroeger ook altijd een raadselachtig zinnetje, maar het betekent dus dat men niet wil dat werving&selectiebureaus gaan bellen of mailen omdat zij een alternatief weten voor de openstaande vacacture. Bijvoorbeeld: ach, u wilt geen administrateur, besteed uw administratie gewoon uit bij ons. En dat is een ongevraagde commerciële aanbieding, die dus per 1 oktober niet meer mag.

In de comments werd verwezen naar een toelichting van de OPTA op het ongevraagd bellen van bedrijven na 1 oktober. Daarin stond nog een interessante observatie, die een bom legt onder de opt-inpraktijk van veel bedrijven:

Ook bij het gebruik van belbestanden, die zijn verkregen via enquêtes of een website waarbij consumenten door het accepteren van de algemene voorwaarden of een privacy statement toestemming geven voor het gebruik van hun contactgegevens. In dat geval is er nog steeds sprake van ongevraagde communicatie. En moeten de belbestanden dus worden opgeschoond met het register.

Volgens de wet moet “uitdrukkelijk” toestemming worden gevraagd, en een zinnetje over toestemming in de algemene voorwaarden is inderdaad niet “uitdrukkelijk”. Dat belooft dus nog wat voor 90% van de Nederlandse websites die het wel zo doet.

Arnoud

Kosten bij acceptgiro onredelijk bezwarend

acceptgiro.jpgIntrigerend. Steeds meer dienstverleners vragen om betaling via automatische incasso. Wie toch graag zelf wil overmaken of een acceptgiro vraagt, krijgt vaak te maken met administratiekosten. En daar maakt de Haarlemse kantonrechter nu een einde aan: in een recent vonnis merkt hij administratiekosten bij acceptgiro’s als onredelijk bezwarend aan.

Wie geld moet betalen, mag dat volgens de wet (art. 6:114 BW) altijd via een bankoverschrijving doen. Zitten er aan zo’n overschrijving kosten, dan moet jij die betalen als schuldenaar. Logisch ook, want jij kiest voor de overschrijving als betaalmiddel. Maar onder zulke “kosten” mag je de administratiekosten van de schuldeiser niet rekenen:

Dat Stadsverwarming Purmerend voor het administreren van inkomende betalingen kosten moet maken ligt voor de hand. Dergelijke kosten behoren echter tot de algemene bedrijfskosten die zij via haar tarieven terug moet zien te verdienen.

Van deze wettelijke regeling kun je afwijken, en dat kan in principe ook in de algemene voorwaarden. Maar dan geldt wel een bijzondere regeling: een algemene voorwaarde mag immers niet onredelijk bezwarend zijn. Is hij dat toch, dan kan de rechter deze ongeldig verklaren. En dat is precies wat hier gebeurt:

Het is immers onredelijk bezwarend te achten om consumenten op straffe van een kostenopslag feitelijk te dwingen tot het afgeven van een machtiging tot automatische afschrijving.

De truc voor veel dienstverleners is nu dus om mensen die voor automatische incasso kiezen, een korting te geven die gelijk is aan de voormalige administratiekosten. 🙂

Arnoud

Ja, die algemene voorwaarden moet u echt meeleveren

Het blijft lastig, algemene voorwaarden op de correcte manier aan je klant beschikbaar stellen. Regelmatig krijg ik mails met voorbeelden waaruit blijkt dat bedrijven niet goed weten hoe ze daarmee om moeten gaan: er wordt verwezen naar de website of een bij de Kamer van Koophandel gedeponeerd document, men laat “voor de vorm” tekenen voor ontvangst van de voorwaarden zonder dat er werkelijk iets overhandigd is en ga zo maar door. En in de iets kwaadwillender hoek worden voorwaarden op websites stilzwijgend aangepast zonder de datum te veranderen. Altijd handig als je ruzie hebt met je klant, nietwaar?

Nog één keertje dan: om geldig te zijn, moeten algemene voorwaarden worden overhandigd aan de wederpartij voor of bij het sluiten van de overeenkomst. Overhandigd, dat wil zeggen op een stuk papier afgedrukt en meegestuurd of aan het contract vastgeniet. Dat moet altijd – de énige uitzondering is als het werkelijk onpraktisch is om elke keer een stuk papier uit te delen. Maar dan hebben we het over de Albert Heijn of een kaartjesautomaat van de NS, en niet over een gemiddeld bedrijf. Voor een gewone ondernemer is er dus nul meerwaarde om de voorwaarden bij de KVK te deponeren, want je moet ze nog steeds gewoon meeleveren. En op de website zetten heeft voor gewone bedrijven ook weinig zin (ja, deze rechter had het dus fout) als je in de winkel zaken doet.

Wie liever elektronisch contracten sluit, kan ze ook als PDF of dergelijk bestand overhandigen, of ze via een webpagina beschikbaar stellen. Maar dan moet er wel heel expliciet naar verwezen worden (“zie de bijlage voor onze voorwaarden” of het bekende aanvinkvakje), en ze mogen niet in een popup want de klant moet ze moeiteloos kunnen downloaden en printen.

Hoe dan ook, de hoofdregel blijft dat de voorwaarden expliciet en letterlijk afgegeven moeten zijn aan de wederpartij. Niet dat ze ergens te vinden zijn, dat ze eenvoudig te vinden zijn of dat je had moeten weten dat er vast wel voorwaarden zouden moeten zijn. Maar dat blijft een probleem voor veel bedrijven.

In een zaak uit januari probeerde een bedrijf (Kluwer) het toch maar weer eens: de voorwaarden waren dan misschien niet letterlijk op papier afgegeven, maar de wederpartij deed al zo lang zaken met haar dat ze toch wel had kunnen weten dat er algemene voorwaarden waren. En hij had anders wel even kunnen vragen of Kluwer wellicht algemene voorwaarden wenste te hanteren. Maar nee:

De rechtbank overweegt dat het wettelijk stelsel met betrekking tot de toepasselijkheid van algemene voorwaarden meebrengt dat indien de voorwaarden niet ter hand zijn gesteld, in beginsel beslissend is of die terhandstelling redelijkerwijs niet mogelijk was. Er kan niet worden volstaan met beoordelen of een redelijke mogelijkheid tot kennisname van de voorwaarden is geboden (vgl. HR 6 april 2001, NJ 2002, 385).

Dat “redelijkerwijs niet mogelijk” is het criterium dat bepaalt dat je ze ook bij de Kamer van Koophandel neer mag leggen, mits je dan maar iedereen vertelt dat ze daar liggen en dat je een kopie opstuurt zodra iemand erom vraagt (probeer het eens bij uw Albert Heijn zaterdag).

In deze zaak was het prima mogelijk om ze te overhandigen: een PDF of stuk papier is immers eenvoudig af te geven als je een boek bestelt. Maar dat had Kluwer dus niet gedaan. En dan ga je onderuit, ook als je voorwaarden op internet staan:

De ” door Kluwer aangevoerde ” omstandigheid dat [de wederpartij] zich (ook) via internet op uitgaven van Kluwer heeft geabonneerd en dat de algemene voorwaarden op de website van Kluwer zijn na te lezen doet daaraan niet af, nu daaruit niet volgt dat Kluwer (conform art 6:234 lid 1 sub b) de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomsten langs elektronische weg ter beschikking heeft gesteld op een zodanige wijze dat deze door [de wederpartij] kunnen worden opgeslagen en voor hem toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming.

In de koop waar het om ging, was er niet via internet gekocht en dus kan Kluwer zich niet beroepen op het feit dat de voorwaarden online staan. Plus, het maakt niet uit hoe vaak je bij een bedrijf koopt, de voorwaarden moeten dus élke keer afgegeven worden. Je kunt als bedrijf niet zeggen “u had moeten weten dat wij algemene voorwaarden hanteren omdat u al tig keer bij ons besteld hebt.” En zo hoort het ook – als klant kan ik niet weten welke voorwaarden een bedrijf deze keer wenst te hanteren.

Is het nou echt zo moeilijk om algemene voorwaarden gewoon te overhandigen?

Arnoud

De (on)geldighed van EULA’s (gastpost)

Binnen het softwarewereldje is het gebruikelijk dat de softwaremaker een overeenkomst met de eindgebruiker sluit. Dit is over komen waaien uit Amerika waar deze overeenkomsten EULA’s worden genoemd, wat staat voor “End User License Agreements”. De gebruikelijk weg die door softwaremakers bewandeld wordt, is om tijdens de installatie de inhoud van de EULA te laten zien en zonder een akkoord de vervolgstappen van de installatie te weigeren. De installatie wordt gestart op het moment dat de eindkoper de computer voor het eerst gebruikt.

In andere landen staat de rechtsgeldigheid van EULA’s ter discussie. En dus is het niet verwonderlijk dat Arnoud al een artikel over de rechtsgeldigheid van software-EULA’s heeft geschreven. In dat artikel wordt de EULA een Algemene Voorwaarden jasje aangemeten. Doorgaans is er spraken van één overeenkomst en dan geldt dat de meeste EULA’s vernietigd kunnen worden omdat ze aangeboden worden na de koop.

In een aantal EULA’s wordt echter gemeld dat het gaat om een nieuwe, tweede, overeenkomst die tot stand komt tussen de eind gebruiker en de software maker of de hardware fabrikant. De EULA’s kunnen dan niet vernietigd worden op grond dat ze na de koop zijn aangeboden, maar het probleem van de koper is er niet minder om. De koper mag de software niet gebruiken en de verkoper zal de software niet terugnemen omdat de verzegeling op de CD verbroken is. Dit is aanleiding om te onderzoeken of die tweede overeenkomst wel geldig is.

De wetgever heeft niet alleen eisen gesteld aan de toepasbaarheid van algemene voorwaarden, maar ook eisen gesteld aan de totstandkoming van overeenkomsten. Het hangt van de artikelen 3:33 en 3:35 BW af of er een geldige overeenkomst is gesloten. Als de koper zich op de eerste beroept dan kan de fabrikant dat te niet proberen te doen door een beroep op het laatste artikel te doen.

Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard. (art. 3:33 BW)

Het is niet voor niets dat een overeenkomst ook wel eens een wilsovereenkomst wordt genoemd. Wie een overeenkomst sluit, moet dit wel uit eigen vrije wil doen. De koper kan aanvoeren dat hij deze overeenkomst eigenlijk niet had willen sluiten, maar daar toe gedwongen wordt gezien het alternatief. Dus zal menigeen iets te haastig concluderen dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen. De softwaremaker heeft echter nog een ontsnappingsartikel:

Tegen hem die eens anders verklaring of gedraging, overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen, heeft opgevat als een door die ander tot hem gerichte verklaring van een bepaalde strekking, kan geen beroep worden gedaan op het ontbreken van een met deze verklaring overeenstemmende wil. (art 3:35 BW)

De wetgever is een ambtenaar dus dit artikel is een beetje lastig te lezen. Het artikel komt hier op neer dat wanneer iemands verklaring of gedraging redelijkerwijs mocht worden opgevat als zijnde gedaan met de wil om rechtsgevolg te hebben, de andere partij geen beroep meer kan doen op het ontbreken van die wil. Wie “ja” knikt op een veiling, zit daaraan vast ook al bedoelde hij “nee” te schudden. De overeenkomst is in die gevallen dan toch tot stand gekomen.

Nu de softwaremaker de hoofdschuldige is aan de ontstane omstandigheden kan hij geen beroep doen op dit artikel. De softwaremaker had behoren te weten dat hij de koper op deze manier in een onmogelijke positie dwingt. Bovendien mocht de koper er van uitgaan dat de softwaremaker reeds zijn toestemming voor gebruik had verstrekt op grond van dit zelfde artikel. Dit argument kan onderbouwd worden met art. 45i45j van de Auteurswet.

Tenzij anders is overeengekomen, wordt niet als inbreuk op het auteursrecht op een werk als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder 12, beschouwd de verveelvoudiging, vervaardigd door de rechtmatige verkrijger van een exemplaar van eerder genoemd werk, die noodzakelijk is voor het met dat werk beoogde gebruik. De verveelvoudiging, als bedoeld in de eerste zin, die geschiedt in het kader van het laden, het in beeld brengen of het verbeteren van fouten, kan niet bij overeenkomst worden verboden.

Wie nu denkt dat de waarde van EULA gelijk is aan de waarde van oud papier heeft het mis. In een Italiaanse zaak oordeelde de rechter oordeelde dat HP de aankoopprijs van de voor-geïnstalleerde software moest vergoeden aan de koper. In de EULA stond namelijk dat dit een overeenkomst betrof tussen de fabrikant en de gebruiker van de software. En dat als hij deze overeenkomst niet wenste te sluiten recht had op zijn geld terug. En ook naar Nederlandsrecht mag de eind gebruiker conform art. 3:35 BW daar redelijkerwijs van uitgaan: dan had de fabrikant dit product maar niet zo moeten verkopen!

Update: Uit de discussie komt naar voren dat een beroep op art. 3:33 BW niet zal slagen, maar in plaats daarvan een beroep op art. 3:44 lid 1 BW, dat misbruik van omstandigheden tegen gaat, wel kans van slagen heeft. Tevens is de verwijzing art. 45i Aw aangepast naar art. 45j Aw.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.