Mag een Goede Samaritaan monitoren of je Twitterfeed suicidaal zou kunnen zijn?

samaritans-radar-suicide-waarschuwen-twitterDe Good Samaritans, een crisishulpverlener, lanceerden onlangs de Radar-dienst. Deze leest mee in je Twitterfeed en geeft een signaal als iemand in je feed suicidaal lijkt te zijn. Dat gaf behoorlijk wat ophef, want de dienst kan misbruikt worden door trollen die een kwetsbaar iemand eens goed te grazen willen nemen. Plus, het is een verwerking van persoonsgegevens en mag dat allemaal wel?

Ik dacht eerst dat Radar zélf op Twitter riep “let op, deze gebruiker zit in de problemen, praat eens met hem/haar” maar het blijkt een seintje te zijn naar de gebruiker die deze installeert. En dan komt het voor mij neer op een steunmiddel, iets automatiseren dat ik zelf ook kan als ik de hele dag iedereen lees die ik volg. Ik zie daar eerlijk gezegd het probleem niet mee.

Natuurlijk, het is een verwerking van persoonsgegevens. Het Lindqvist-arrest bepaalde al een tijd geleden dat het op internet melden dat iemand haar enkel verzwikt heeft, een verwerking van persoonsgegevens oplevert. Juridisch gezien zijn de Samaritans een bewerker namens de gebruiker – die zet de tool aan en besluit op welke feed deze losgelaten wordt. Daarmee moet die gebruiker zorgen voor adequate toestemming of een andere verwerkingsgrond.

Je zou kunnen zeggen dat dit wellicht een “vrijwaring van een vitaal belang van de betrokkene” oplevert, of anders de restcategorie van het dringend eigen belang. Maar problematisch is wel dat er geen schriftelijke bewerkersovereenkomst is tussen de gebruiker en de Good samaritans. Maar nee, die is er ook niet tussen, eh, elke andere dienst die iets met Twitter (of Facebook) doet en de gebruikers daarvan.

Ja, ik ben cynisch vanochtend. De Wbp-gerelateerde ophef voelt voor mij namelijk als een tikje er met de haren bijgesleept. Ik zie dat de laatste tijd vaker: men is het niet eens met een nieuwe dienst of met een actie van de een of ander, en dan wordt de Wbp erbij gepakt om te betogen dat dit een onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (óhh hóhh) is. En wat heb je daarop te zeggen, he, nou nou nou? Vuile verwerker van persoonsgegevens dat je d’r bent, nog erger dan Facebook want je hebt niet eens een bewerkersovereenkomst.

In plaats van de werkelijke vraag te stellen: vinden we deze dienst nuttig of niet. De Wbp is geen stok om innovatie mee stuk te slaan. Toch?

Arnoud

Auteursrechten op bijbelteksten, hoe zit dat?

youversion-bible-appHet Nederlands Bijbelgenootschap stelt de Nieuwe bijbelvertaling (NBV) niet langer gratis beschikbaar aan derden, las ik bij de EO. De bijbel-app YouVersion moest daarom haar kopie van de NBV verwijderen, wat tot veel teleurstelling leidde bij gebruikers.

Op de teksten die de bron vormen voor de Bijbel rust geen auteursrecht meer, aangezien hun auteurs langer dan zeventig jaar geleden overleden zijn. Maar een moderne vertaling van deze teksten kan wél auteursrechtelijk beschermd zijn. De vertaler moet immers creatief nadenken over hoe die brontekst vandaag de dag in het Nederlands gelezen moet worden. En dit werk kan heel tijdrovend en duur zijn.

Zakelijk gezien is het logisch dat de exploitant van zo’n beschermd werk geld vraagt, bijvoorbeeld door per verkocht exemplaar een bedrag te vragen. Bij online diensten zou je gebruikers per maand kunnen laten betalen, of eventueel per megabyte download.

Opmerkelijk vind ik wel dat het NBV in haar Gebruiksvoorwaarden strenge regels over citeren heeft opgenomen in artikel 5.3, zoals dat er maximaal 50 verzen bijbeltekst geciteerd mogen worden en met name dat dit citeren niet voor commerciële redenen mag gebeuren.

Kan dat zomaar? Ik twijfel. Citaatrecht is een recht, en citeren mag ook in commerciële publicaties. Maar of je dat recht “weg kunt contracteren” oftewel bij overeenkomst kunt afspreken dat je niet mag citeren, is mij niet duidelijk. Ik denk het wel – je mag immers ook een geheimhoudingscontract tekenen dat je helemáál niets zult onthullen uit die documenten. Maar het belang is daarbij wel wat groter dan alleen maar “we willen geld als je veel citeert”.

Een sterker argument lijkt me dat normaal citeren

in overeenstemming [moet zijn] met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is en aantal en omvang der geciteerde gedeelten door het te bereiken doel zijn gerechtvaardigd;

en je kunt je afvragen of meer dan 50 bijbelverzen wel “redelijkerwijs geoorloofd is”. Met welk doel citeer je dan uit dit beschermde werk? Verder dan “een becommentarieerde editie van de NBG-vertaling” kom ik niet.

Ook kun je zeggen dat een app die enkel bijbelteksten toont, niet citeert met een dergelijk legitiem doel. Dat is herpubliceren van de tekst, weliswaar stukje bij beetje maar uiteindelijk is zo wel de gehele tekst in te zien. En er ontbreekt de eigen toevoeging, de context waarin je het geciteerde opneemt. En dat is de belangrijkste eis aan een citaat.

Arnoud

Inspectie legt boetes op aan Uberpop-chauffeurs in Amsterdam

taxi-verboden-uberDe Inspectie Leefomgeving en Transport heeft boetes opgelegd aan een viertal chauffeurs die via Uberpop taxiritjes aanboden, meldde Tweakers gisteren. Juridisch niet gek, want taxivervoer aanbieden zonder vergunning is een strafbaar feit. Maar kennelijk wel opmerkelijk omdat de taxi’s via een app zijn geboekt en de chauffeurs ook een account bij de appdienst hebben.

Ik maakte me in april al boos over het idee dat vergunningen niet meer belangrijk zouden zijn als je een innovatieve dienst aanbiedt. Wat is er zo fundamenteel anders aan Uberpop dat rechtvaardigt dat je taxi mag spelen, terwijl de klassieke snorder met gestencilde briefjes met een prepaid 06-nummer hard aangepakt moet worden want onveilig en geen toezicht et cetera?

De taxibranche is sterk gereguleerd. Je mag beroepsmatig geen mensen vervoeren tegen betaling, staat in de Wet personenvervoer 2000. En een taxivergunning krijgen (of een vergunning voor een taxicentrale) is niet eenvoudig te krijgen. Met reden: er gaat (ging) te veel mis in de taxibranche, dus daar hoort vanuit bescherming van de klant toezicht en een vergunningsstelsel bij. En dat geldt dan ook voor taxi’s met hippe app en bestuurders die het als bijbaantje zien.

Waarom zou UberPop buiten de vergunningen vallen? Noem jezelf geen taxi en je komt weg met het negeren van alle regels? Dus wel personenvervoer tegen betaling maar geen meter hoeven hebben en geen opleiding of keuring of wat dan ook? Dat vind ik niet eerlijk. Het hele púnt van het systeem met taxivergunningen is kunnen zien wie er veilig/betrouwbaar is. Ik denk dat daar deel van is dat je jezelf ‘taxi’ moet noemen als je die dienstverlening verricht.

Het is alleen wel een typisch internetding dat je op een disruptive manier een bestaande tak van dienstverlening gaat herimplementeren en daarbij de bestaande wetgeving en gebruiken daarop gaat negeren. Denk aan Napster dat hetzelfde deed binnen de auteursrecht’vergunningen’. En ik ben er nog niet goed uit waarom het de ene keer wel en de andere keer niet volstrekt logisch voelt dat men recht heeft op die disruptive manier van zakendoen.

Zit het hem in de risico’s van de dienst? Zeg maar net zoals medicijnenverkoop zonder vergunning ernstiger is dan domeinnaamhandel. Of in het doel van de beperking? Verouderde verkoopmodellen van muziek in stand houden versus het beschermen van klanten tegen ripoffs.

Arnoud

Tablets met onderwijs-apps in strijd met privacywet

snappet-tablet-schoolEen organisatie die tablets met onderwijs-apps verhuurt aan scholen, heeft de privacywetgeving geschonden, las ik bij Tweakers. Men gebruikte namelijk persoonsgegevens van scholieren voor onder meer het vergelijken met alle andere kinderen die de Snappet-tablets gebruiken. En dat mag niet: het is de school en niet de tabletverhuurder die bepaalt wat er met dergelijke persoonsgegevens gebeurt. Als ‘bewerker’ zoals je dan juridisch heet, mag je niets met de langskomende persoonsgegevens behalve datgene wat je klant – de verantwoordelijke – zegt.

Snappet verhuurt tablets aan basisscholen, en daarbij speciale onderwijs-apps opneemt. Via die apps worden allerlei persoonlijke gegevens over de kinderen verzameld die de apps gebruiken, en Snappet gaat daar zelf mee aan de slag. Uit het besluit blijkt dat men dit onder meer doet voor het maken van overzichten, het adviseren van scholen en het analyseren en classificeren van gegevens over alle tabletgebruikers heen.

Wanneer je je klanten tools geeft waarmee zij persoonsgegevens van hún klanten (klantjes) verwerken, dan ben jij een bewerker. Een bewerker is een partij die in opdracht persoonsgegevens verwerkt voor de doelen die de verantwoordelijke (de klant dus) vaststelt.

Dit doet wat gek aan in een ICT context, want het is toch Snappet die de apparatuur levert en bepaalt wat de software doet? Maar formeel klopt het: de school kiest voor de tablet en apps en bepaalt daarmee wat er mag gebeuren. Dat zij dat bepaalt als “whatever de software doet” zonder nader onderzoek, maakt daarbij niet uit.

Als bewerker mag je dus niet zelf met gegevens aan de slag, het zijn niet jouw doelen en jouw gegevens. Afblijven; je beheert ze voor je klanten maar je mag alleen doen wat je klant expliciet heeft goedgekeurd en dan ook nog eens uitsluitend ten behoeve van die klant.

Doe je meer dan dat, dan ben je ineens zelfstandig verantwoordelijke en dan moet je zélf toestemming hebben gekregen (of een andere grond uit de privacywet hebben) om aan de slag te mogen met die gegevens. En dat had Snappet niet.

In theorie is dit op te lossen: de school kan aan ouders toestemming vragen voor het beoogde gebruik door Snappet, en dan vervolgens Snappet melden dat het in orde is. Maar dan moet je als school wel diepgaand nagaan wat die apps allemaal doen en waarom, en volgens mij ontbreekt het in de praktijk vaak aan de daarvoor benodigde kennis. Wat ergens wel zorgelijk is – als we alles via apps gaan doen, moeten we dan niet eerst allemaal snappen wat apps doen?

Arnoud

Overgrote deel apps overdrijft met toestemming vragen

apps-permission-toestemming-vragenMeer dan 85% van alle apps geven niet eens de meest basale privacyrelevante informatie, zo las ik bij The Register. En een op de drie apps vraagt excessief meer toestemmingen dan ze eigenlijk nodig zouden hebben. Schokkend, maar eigenlijk niet verbazingwekkend. Het onderzoek is van de Global Privacy Enforcement Network (GPEN) waar onder meer de Engelse en Nederlandse privacyautoriteiten deel aan nemen.

Omdat apps best veel kunnen qua privacy, hebben zowel Apple als Google ingebouwde beveiligingen. Je mag als app bepaalde dingen niet doen als die aan de privacy van de gebruiker raken, tenzij je daar toestemming voor hebt gevraagd. Dit gaat dan op de typische techneutenmanier: we mogen iets niet zomaar van Legal, dan vragen we de gebruiker om toestemming en dan kunnen we verder. Een stuk eenvoudiger immers dan je app herbouwen zodat de vraag overbodig is.

Ergerlijk. Maar goed, er komt dus een popup die vraagt “Deze app wil je gps coördinaten” uitlezen en daar kun je ja op zeggen anders mag je de app niet installeren of de update niet gebruiken. Lekker dan. Wie gaat er in die situatie nee zeggen? Ik negeer het ook, hoe vaak ik ook denk “waaróm wil je dat, je bent een zaklamp/spelletje/bankierapp”.

De GPEN pleit zoals toezichthouders wel vaker doen voor meer informatie: mensen uitleggen hoe het werkt, zodat ze daarna met een gerust hart ja of nee kunnen zeggen. Dat gaat ‘m niet worden maar het idee van een gelaagde privacyverklaring is niet verkeerd. Het idee is dat je per permissie kort uitlegt wat en hoe, en wie wil kan doorklikken naar een extra tab.

Maar waarom moeten appbouwers hier het wiel in uitvinden? Laten we de appstores verplichten om dit model te hanteren. Eis dat ze bij een toestemmingsvraag een toelichting laten opnemen. Niet in een privacyverklaring, niet in de app-informatietekst en niet in een “Over ons/Privacy” menu in je app. Nee, gewoon bij de vraag. “Deze app wil je gps coördinaten uitlezen omdat het een navigatie-app is, duh” of “Deze app wil je gps coördinaten uitlezen om lokatiegebonden advertenties te vertonen”.

Natuurlijk is dit lastiger te handhaven dan het technische model dat appstores nu hanteren. Je kunt als beheerder alleen vaststellen of er toestemming is voor functionaliteit, nagaan waaróm die toestemming is verleend (en met welke gedachte bij de gebruiker) is niet echt te programmeren. Maar daar is menselijke controle denk ik een prima alternatief, zeker omdat mensen vrij snel door zullen hebben wanneer toestemming op grond A wordt gevraagd en voor grond B wordt ingezet.

Bij voorkeur zouden mensen dan ook nog eens per toestemmingsvraag ja of nee moeten kunnen zeggen, en als ze nee zeggen dan mag de app best crippled raken maar installatie mag dan niet worden geweigerd. Maar dat lijkt me een brug te ver voor app-ontwikkelaars.

Arnoud

Amazon in VS aangeklaagd om beleid in-app aankopen

amazon-in-app-appstoreDe Amerikaanse Federal Trade Commission (FTC) klaagt internetbedrijf Amazon aan vanwege zijn beleid met betrekking tot in-app aankopen, las ik bij Nu.nl. Dit beleid zou het te makkelijk maken dingen te kopen, met name voor kinderen. Na klachten werd er een wachtwoord gevraagd bij aankopen van $20 of meer, en pas een jaar later ook voor kleinere aankopen. Maar ook daarna bleven de klachten komen.

De FTC, zeg maar de Amerikaanse Autoriteit Consument en Markt (ACM), noemt deze praktijken unfair practices. Wat wij oneerlijke handelspraktijken zouden noemen: niet conform de “professionele toewijding” en ervoor zorgend dat de gemiddelde consument niet goed meer in staat is om een geïnformeerd besluit te nemen. Dat is in de VS en bij ons een open norm, hoewel wij ook een zwarte lijst hebben waar dingen op staan als valselijk melden dat je erkend bent of dat je binnenkort je zaak sluit (de permanente opheffingsuitverkoop).

De FTC neemt een intrigerende insteek: Amazon maakt het té makkelijk voor kinderen om in-app aankopen te doen zonder dat er duidelijke toestemming is voor die aankopen door de accounteigenaar. Dat is dan in strijd met deze professionele toewijding, oftewel dat hoor je gewoon niet te doen als professionele aanbieder van diensten. Verzin maar iets om die klikkende kids buiten de deur te houden of zeker te weten dat papa en mama het akkoord vinden.

Een belangrijk aspect in die klacht is dat je weliswaar een wachtwoord in moet voeren, maar dat die dialog niet expliciet meldt voor welk bedrag je nu een aankoop autoriseert. Wij hebben daar geen expliciet equivalent van, alleen een verbod op dit agressief beding:

kinderen in reclame er rechtstreeks toe aanzetten om geadverteerde producten te kopen of om hun ouders of andere volwassenen ertoe over te halen die producten voor hen te kopen;

Je zou hiervan kunnen spreken wanneer het gaat om een spel dat primair verkocht wordt aan kinderen, zoals Smurf’s Village. Hoewel de tekst van dit verbod meer gaat over het uitlokken dat kinderen jengelend gaan eisen dat ze iets mogen kopen, niet om dat de geboden popup te onduidelijk is.

Wel hebben wij sinds 13 juni een expliciete eis dat je koopknop duidelijk moet maken dát je een betalingsverplichting aan gaat. De Amazon-knop vermeldt niet meer dan “Continue”. Bij ons zou dat denk ik toch te weinig zijn, hoewel de popup als titelbalk heeft “Confirm in-app purchase”.

Waarom Amazon en niet Apple, denkt u nu misschien. Nou, omdat Apple al geschikt had eerder dit jaar. Het bedrijf heeft zo’n 32 miljoen dollar aan refunds gegeven na een vergelijkbare klacht door de FTC. Het is me niet duidelijk welke aanpassingen het bedrijf heeft moeten doorvoeren aan hun inappaankoopfunctionaliteit.

In mijn inbox is het een van de meest voorkomende klachten: mijn kind heeft credits/smurfberries/etc gekocht, hoe maak ik dat ongedaan? En hoewel blijkt dat de appstoreaanbieders meestal wel coulant zijn, is en blijft het een hele toer dit voor elkaar te krijgen. Dus misschien wordt het ook maar eens tijd om onder dwang van stevige boetes hier een betere oplossing voor te verzinnen.

Arnoud

Hoe misleidend is een in-app aankoop?

in-app-aankopenDe Italiaanse mededingingsautoriteit doet onderzoek naar Apple, Google, Amazon en het Franse gamebedrijf Gameloft, las ik bij Nu.nl. De bedrijven misleiden mensen mogelijk met freemium-apps, die over in-app-aankopen beschikken. De misleiding zou hem erin zitten dat je denkt dat het spel gratis is, en pas achteraf merkt dat het toch best wel duur was door al die in-app aankopen die je gedaan hebt. Hoe misleidend is dat?

Als de app weliswaar gratis installeert maar vervolgens je verplicht iets aan te kopen (zoals na een demolevel of 10 minuten gebruik) dan zou ik dat zeer zeker misleidend vinden. Dan lok je mensen met de belofte van gratis en is de app niet gratis. Maar dat is niet waar het hier om gaat.

Er zijn veel spellen waar je zonder in-app aankopen niet ver komt. De vakterm hiervoor is pay to win, wie niet betaalt staat op een té grote achterstand. En daar voel ik dan wel een stukje onrecht bij. Als je me een gratis spel belooft en ik de facto van alles moet betalen, dan is dat niet gratis.

Alleen: wat is de oplossing? Het hele model van freemium verbieden lijkt me niet haalbaar. Vooraf informeren is dan de standaardreflex van de jurist: als je mensen maar geduldig uitlegt wat er gaat gebeuren, dan kunnen ze daarna rustig nadenken en een geïnformeerde vrijwillige beslissing nemen of ze dat wel of niet willen. En dan hebben we nu de cookiewet op de andere lijn die gaat vertellen hoe succesvol dát is.

Meer restricties op kunnen betalen? Misschien dat dat kan werken. Maar mensen kunnen zo’n beperking zelf altijd opheffen, en wie gameverslaafd is zal dat ook gewoon doen.

Maar wat dan?

Arnoud

Zijn vergunningsloze taxi’s echt anders wanneer je ze per app bestelt?

kroes-tweet-uberNeelie Kroes is boos, meldde de NOS. De eurocommissaris vindt het belachelijk dat taxidienst Uber is verboden in Brussel. De Belgische rechter had Uber verboden haar “UberPop” dienst aan te bieden, omdat ze in strijd met de Belgische taxiwetgeving rijdt. Zo had men geen taxivergunning, toch een vrij basaal iets als je met taxi’s gaat rondrijden.

Eerder schreef de NOS al dat Uber ook bij ons de wet overtreedt. En de reden is heel simpel: de taxibranche is sterk gereguleerd. Je mag beroepsmatig geen mensen vervoeren tegen betaling, staat in de Wet personenvervoer 2000. En een taxivergunning krijgen (of een vergunning voor een taxicentrale) is niet eenvoudig te krijgen.

Uber had die vergunning niet, dus dan ligt het voor de hand dat er een verbod komt als de welvergunninghebbende concurrenten dat bij de rechter gaan eisen. Dat is immers het hele punt van vergunningen. De boosheid van Kroes verbaast me dan ook een beetje. Is dit zó bijzonder, dat de rechter een vergunningsloze taxicentrale verbiedt?

Ja, ik snap best dat die wet niet geschreven is voor het soort luxe bakken dat je via Uber kunt laten voorrijden. Dat gaat om snorders en vage figuren die nietsvermoedende toeristen op de Dam oppikken en 50 euro laten betalen voor een rit naar het Rembrandtplein. Uber is hip en heeft een app, bovendien is het peer-to-peer, dat is volstrekt iets anders dan .

Toch? Is het wérkelijk archaïsch om te zeggen, taxi’s moeten een vergunning ook al gaat het per hippe app? Ik ben alleszins voor innovatie, maar we weten uit het verleden dat de taxibranche zonder regulering volloopt met slechte kwaliteit dienstverleners. Dus dan maar een vergunning, net zoals dat bakkers aan hygiëne-eisen moeten voldoen. We willen geen bakkers met vies brood, en geen vervelende taxichauffeurs met slechte auto’s. Of is het genoeg dat Uber met reviews werkt zodat het systeem zichzelf reguleert?

Arnoud

Er zit een nieuwe EULA in mijn update!

apple-app-store.pngEen lezer vroeg me:

Steeds vaker zie ik bij apps dat de EULA ineens wordt veranderd bij een update. Je moet dat dan accepteren anders werkt de app niet meer. Mag dat zomaar? En kunnen ze dan álles anders doen met die voorwaarden?

Nee, dat kan niet zomaar, maar het kán wel. Hier is wettelijk nog maar weinig voor geregeld helaas. EULA’s zijn contracten, en daarmee in principe gewoon rechtsgeldig als algemene voorwaarden. (Soms roepen mensen wel eens “EULA’s mogen niet tegen de wet zijn”, maar dat blijkt zelden een probleem.)

Hoofdregel uit de wet is “contract is contract”, oftewel een partij mag niet zomaar eenzijdig dingen aanpassen, hoe graag hij dat ook wil. In veel algemene voorwaarden wordt echter een aanpassingsclausule opgenomen, waarin dan weer wél staat dat men eenzijdig het contract mag openbreken of veranderen. Dat is toegestaan, maar het is bij consumenten wel vermoedelijk onredelijk bezwarend (art. 6:237 sub c BW) om dan géén opzegrecht te geven.

Heel formeel betekent dit dat er eigenlijk in de AV moet staan “Wij mogen wijzigen maar dan mag u opzeggen”. Als dat er niet zo staat, dan kan de wederpartij de wijziging afwijzen maar niet zomaar opzeggen. Hij kan alleen verlangen dat zijn oude contract wordt gehandhaafd. Een bedrijf dat een héél goed verhaal heeft waarom haar mogelijkheid eenzijdige wijzigingen wél redelijk zijn, kan er echter mee wegkomen. En in zakelijke contracten is het in principe gewoon toegestaan om eenzijdig het contract te wijzigen, mits dat in de voorwaarden staat natuurlijk.

Samengevat: als je die nieuwe voorwaarden niet leuk vindt, dan mag je de app weggooien en zit je nergens aan vast. Maar hoewel dat opzegrecht handig is bij traditionele contracten voor dienstverlening (waar het voor bedacht is), heb je daar niet zo veel aan bij apps en andere software. Daar zou het handiger zijn als de oude versie door bleef hobbelen wanneer je de voorwaarden van de nieuwe afwijst.

Tijd voor een nieuwe regel op de zwarte lijst voor algemene voorwaarden denk ik.

Arnoud

Het Nieuwe Rijden met je iPhone: merkinbreuk?

app-ald-ecodrive.pngVolgens mij het eerste vonnis over iPhone apps (via) versus het merkenrecht. Het bedrijf Pardoel had een snelheidsbegrenzer ontwikkeld en deze in de markt gezet onder de naam Ecodrive. Deze naam is ook als woordmerk gedeponeerd. Doel van de begrenzer is te zorgen dat de automobilist milieuvriendelijker (“groener”) gaat rijden.

Het bedrijf Axus had een iPhone applicatie ontwikkeld die “ALD Ecodrive” heette, waarmee je je rijgedrag kunt analyseren en zo milieuvriendelijker kunt gaan rijden. De app was gratis via de Apple Appstore te krijgen, en via www.aldecodrive.nl kun je meedoen aan de “ALD Ecodrive Challenge”, een competitie tegen andere gebruikers.

Pardoel stapte naar de rechter omdat de app hun merk gebruikte, en wel voor sterk gelijkende diensten: een app op een smartphone om milieuvriendelijk te rijden komt immers erg in de buurt van een hardwareapparaat om milieuvriendelijk te rijden.

De rechter oordeelt echter dat geen sprake is van inbreuk, omdat het merk “Ecodrive” naar alle waarschijnlijkheid nietig is. Het is beschrijvend voor snelheidsbegrenzers en -controleapparaten. Axus had namelijk allerlei stukken in het geding gebracht waaruit blijkt dat “ecodrive” een gebruikelijke Engelstalige term is voor milieuvriendelijk rijden, zoals opleidingsinstituut Ecodrive of dit rapport van SenterNovum:

The Dutch Ecodrive programme “Het Nieuwe Rijden” (from hereon “Ecodrive-programme” or “Ecodrive”) is an instrument with the objective of stimulating more energy-efficient purchase- and driving behaviour.

En tsja, als het zó breed gebruikt wordt als algemene term dan heb je geen recht op merkbescherming.

Eerder verloor Pardoel ook een procedure bij de SIDN over de opeising van Ecodrivenederland.nl. De arbiter zei toen:

De termen ‘ecodrive’ en ‘ecodriving’ wordt al sinds vele jaren als beschrijvende aanduiding gebruikt door onder meer de Nederlandse overheid voor activiteiten met betrekking tot zuinig rijden. Ook is de term beschrijvend voor de diensten die de verweerder daadwerkelijk aanbiedt onder de domeinnaam.

In dit vonnis merkt de rechter nog op dat Axus de naam ‘Ecodrive’ niet als handelsnaam gebruikt, ook niet bij de Challenge-site: daar staat die naam alleen als aanduiding van de applicatie, niet als aanduiding van hun bedrijf. En dat is maar goed ook, want als ze wél hun site Ecodrive hadden genoemd, hadden ze het op het handelsnaamrecht waarschijnlijk verloren. Een handelsnaam hoeft namelijk niet onderscheidend of creatief te zijn.

De eis over slaafse nabootsing wordt ook afgewezen, omdat “een software applicatie niet een nabootsing kan vormen van een fysiek product”. In dit geval billijk, maar in zijn algemeenheid lijkt het me wel degelijk mogelijk dat een iPhone app een slaafse nabootsing is van een dedicated hardware kastje. Slaafse nabootsing kán ook tussen websites spelen, zo bleek al eerder. (Kent iemand zulke apps?)

Arnoud