3D dinsdag: Het auteursrecht

3d-printed-dewalt-zaag-cc-by.pngWorden 3D-printers de nieuwe Napster? Met die vraag in het achterhoofd bespreek ik elke dinsdag een aspect van het intellectueel eigendomsrecht en waar dat botst met de mogelijkheden van 3D printen. Op basis van deze blogs en jullie feedback daarop wil ik hier uiteindelijk een boek van maken. En natuurlijk publiceer ik dan geen comments van jullie daarin zonder aparte toestemming.

You wouldn’t download a car, zo staat op die shirts die ik verkoop. (Ja, de verkoop is wat ingezakt sinds FTD verloor.) Een auto is een fysiek ding, en auteursrecht beschrijft creatieve werken, geen dingen. Maar toch hebben auteursrecht en 3D printen meer met elkaar te maken dan je zou denken. Ook driedimensionale gebruiksvoorwerpen kunnen namelijk prima door het auteursrecht beschermd zijn. Plus, een blauwdruk is vaak auteursrechtelijk beschermd – en daarmee zijn de CAD bestanden eenvoudiger aan te pakken met auteursrechten dan met octrooien, merken of modellen.

Het auteursrecht begon ooit als bescherming van teksten en tekeningen, maar is langzaam maar zeker opgeschoven naar de beschermer van alle creatieve prestaties die op een of andere manier te omlijnen zijn in enig medium. En dat omvat véél: ook een geur is auteursrechtelijk te beschermen.

Auteursrecht geldt ook voor het uiterlijk van gebruiksvoorwerpen. Daarmee is er overlap met het modelrecht. De grens voor creativiteit ligt wel iets hoger dan bij het modelrecht, maar niet hoger dan bij andere soorten auteursrechtelijke werken. De eis is wel dat het voorwerp geen zuiver functionele vorm heeft. Functionele aspecten moeten via een octrooi beschermd worden (als dat kan gezien de strenge eisen aan nieuwheid en inventiviteit daarbij). Het moet bij auteursrecht gaan om iets creatiefs, en functie staat haaks op creativiteit.

copyright-symbol-printed.pngHet auteursrecht heeft sowieso de grootste feature creep van alle intellectuele-eigendomsrechten. Ook op het gebied van de exclusieve rechten – wat je anderen kunt verbieden – kun je met auteursrechten meer dan andere rechten. Iedere kopie en iedere publicatie, ongeacht verschijningsvorm, valt onder de zeggenschap van de auteur. Er zijn uitzonderingen, zoals citaatrecht en de kopie voor eigen gebruik, maar als die al te populair worden dan wordt de wet daarop aangepast.

Dat recht op een kopie voor eigen gebruik komt overigens weer wel goed uit voor 3D printen: hij maakt het mogelijk om voor jezelf driedimensionale auteursrechtelijk beschermde objecten te printen. Zolang je die niet verhandelt, is er geen probleem. Maar een bedrijf of onderzoeksinstelling kan deze uitzondering niet gebruiken. Die zal voor elk te printen ontwerp toestemming moeten vragen van de maker.

Wie zelf aan de slag gaat met ontwerpen, heeft van auteursrecht minder te vrezen. Een auteursrecht beschermt een concreet ontwerp of product tegen kopiëren. Wie niet kopieert maar zelf ontwerpt, kan per definitie geen auteursrechten schenden. Je hebt alleen wel een probleem als je eigen ontwerp veel lijkt op een bestaand werk, want de rechter mag dan de bewijslast omkeren en jou laten aantonen dat je ontwerp écht zelf gemaakt is en niet onbewust stiekem toch afgekeken.

drakenhoofd-geprint.pngIn de vorige afleveringen besprak ik de problemen die octrooi-, model- of merkhouders- zouden hebben als ze CAD-bestanden willen aanpakken waarmee hun beschermde producten nagemaakt kunnen worden. Die problemen hebben auteursrechthebbenden niet: een bestand met instructies hoe een creatief product eruit ziet, is namelijk een ‘verveelvoudiging’ oftewel kopie van dat product. En die is net zo goed beschermd als een driedimensionaal nagemaakte versie.

In tegenstelling tot octrooien of modellen zijn er geen specifieke uitzonderingen voor onderzoek of het repareren van producten. De discussie zal eigenlijk alleen gaan over of de objecten in kwestie zelf wel beschermd zijn, en dat zal al snel het geval zijn. Dat drakenhoofd hiernaast is bijvoorbeeld zonder meer auteursrechtelijk beschermd – en op de korte termijn zullen het vooral dit soort decoratieve objecten zijn die geprint gaan worden. Het auteursrecht heeft daarmee de beste kaarten om het 3D printen aan banden te leggen.

Arnoud<br/> Foto: 3D geprinte Dewalt-motorzaag door Creative Tools. Het copyrightsymbool komt uit de krochten van Google Afbeeldingenis gekocht bij iStockphoto.com. Het drakenhoofd is van jabella, Flickr, CC-BY 2.0.

Dossier op internet zetten: auteursrechtschending?

Over het publiceren van dossiers is altijd veel te doen. Je eigen teksten mag je online zetten, maar mag dat ook met brieven of stukken van de wederpartij? Vorig jaar beschreef ik de regels, maar één specifiek stuk wil ik nu nader uitlichten. De rechtbank Almelo oordeelde namelijk recent dat publiceren van stukken van de wederpartij een schending van het auteursrecht was.

Achtergrond van het geschil was de vraag wie de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) van een school was. Twee groepen mensen wierpen zich op als de ‘echte’ GMR en dat leidde tot negatieve publicaties op internet. Dat moest dan ook wel tot een rechtszaak komen, maar nu een kort geding was aangespannen kan de rechter niet echt een eindoordeel vormen over wie ‘echt’ is.

De rechter kan wel oordelen over de publicaties. Die waren zo te lezen aardig heftig, maar de rechter betrekt de doelgroep (“een klein deel van de bevolking van de gemeente Enschede, dat bekend is met het conflict”) en oordeelt dan ook dat de publicaties niet onrechtmatig zijn.

De gedane uitlatingen zijn niet van een dermate verregaande aard dat verwacht moet worden dat eisers hierdoor (ernstige) hinder dan wel schade zullen ondervinden.

Wel onrechtmatig is het publiceren van het dossier. De rechter is daar erg makkelijk: er zit auteursrecht op, dus mag het niet.

Deze stukken ontberen niet een oorspronkelijk karakter en om die reden komen zij in aanmerking voor volledige auteursrechtelijke bescherming. Het op de website plaatsen van die stukken kan worden gezien als een openbaarmaking in de zin van artikel 12 Auteurswet (hierna te noemen Aw). Gelet op het bepaalde in artikel 1 Aw is openbaarmaking echter uitsluitend voorbehouden aan de maker. [Gedaagde] heeft aldus door plaatsing van genoemde stukken op de website inbreuk gemaakt op de auteursrechten van eisers dan wel hun raadsvrouwe.

Dat had wel iets minder ongenuanceerd gekund. Het publiceren van de stukken diende hier hetzelfde doel als de gewraakte eigen publicaties: informeren en discussiëren over dat conflict. Er werd hier niet gepubliceerd om andermans economische exploitatierechten aan te tasten. Het voelt dan nogal met de haren erbij gesleept om op grond van het auteursrecht te eisen dat de dossierstukken verwijderd moeten worden.

Ik had graag gezien hoe de rechter de vrije meningsuiting had afgewogen tegen de auteursrechten. Het lijkt erop dat op dit punt geen verweer is gevoerd – er staat niets over in het vonnis. Mijns inziens is goed verdedigbaar dat publicatie van de stukken een hoger doel dient dan het auteursrecht in dit soort situaties. (Denk aan het Scientology-arrest, hoewel dat een nogal extreme situatie was.) Mensen een compleet beeld geven van je geschil kan eigenlijk niet zonder de stukken van de wederpartij laten zien.

Arnoud

Mag mijn softwareleverancier me een servicecontract in de maag splitsen?

Een lezer vroeg me:

Enkele jaren terug hebben wij een softwarepakket laten maken door een leverancier. Eigenlijk hadden wij daar vanaf het begin geen goed gevoel bij. Alles kostte geld, van een extra feature tot corrigeren van taalfoutjes aan toe.

Een maand geleden kregen we echter een nieuwe aankondiging die voor ons de druppel is: we worden verplicht een servicecontract af te nemen van 1200 euro per jaar, en anders wordt de licentie ingetrokken. We hebben 2 maanden om te beslissen, en in de tussentijd krijgen we bij elke keer opstarten een melding dat dit eraan gaat komen. Kan dat zomaar?

Deze vraag is in het algemeen moeilijk te beantwoorden, omdat het antwoord voor 99% afhangt van het contract. Maar het is denkbaar dat het antwoord “ja, dat kan zomaar” luidt.

Hoofdregel bij software is dat de leverancier alle auteursrechten op de software heeft. Alleen als er schriftelijk (en ondertekend) is gezegd dat de rechten naar de opdrachtgever gaan, heeft de opdrachtgever de rechten. En wanneer de leverancier de rechten heeft, bepaalt hij op welke manier de klant gebruik mag maken van de software. Ja, ook als het maatwerk is.

Het wijzigen van het contract kan alleen als in het contract staat dat de leverancier dat mag doen. Maar vrijwel elk contract bevat zo’n beding, ergens verstopt tussen toepasselijk recht, overmacht en de clausule dat kopjes in het contract niet in de interpretatie van de artikelen mogen worden betrokken (wtf?). Daarmee kan de leverancier dus vrij eenvoudig elke nieuwe licentieconstructie doorvoeren.

Het gaat nogal ver om ineens een servicecontract met hoge extra kosten te introduceren, maar in principe kan het dus wel. Wie zijn softwarelicenties dus niet goed leest, kan tegen dit soort verrassingen aanlopen.

Slimme klanten bedingen dus het eigendom op de software (of kiezen open source) zodat ze dit probleem niet hebben.

Arnoud

Zijn cijferpuzzels auteursrechtelijk beschermd?

binaire-puzzel.pngEen lezer stuurde me een forumbericht met een vraag over puzzels. De plaatser daar schrijft:

Ben “uitvinder” van de cijferpuzzel Binero. In 2006 heb ik het concept laten registreren door de Belgische federale overheid. Sinds 2008 wordt het onder mijn naam ondermeer gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift EOS. Thans wordt het op grote schaal en schaamteloos gebruikt door Denksport (Keesing) die weigert mijn auteursrechten te respecteren.

De vraag is natuurlijk: heeft deze uitvinder een auteursrecht en kan hij daarmee het publiceren van puzzels voorkomen?

Ik moest even zoeken, maar de term “Binero” verwijst naar cijferpuzzels die beter bekend zijn als binaire puzzels: in een grotendeels leeg raster moeten enen en nullen worden ingevuld zodanig dat elke rij uniek is en bestaat uit evenveel nullen als enen. Daarbij mogen steeds maximaal 2 nullen of enen naast elkaar staan.

Op het niveau waarop ik het hierboven uitleg, kan geen auteursrecht uitgeoefend worden. Iedereen mag de principes van zo’n puzzel uitleggen in eigen woorden en puzzels maken die volgens deze principes opgelost worden. De naam Binero kan als merk gedeponeerd worden, zodat concurrenten een andere naam moeten gebruiken.

Een concrete zelfgemaakte puzzel kan wel degelijk beschermd zijn door auteursrechten. Er gaat immers de nodige creativiteit zitten in het opzetten van zo’n raster: waar vul je alvast de nullen en enen in, en hoe moeilijk wil je het de puzzelaar maken? Dergelijke creativiteit levert auteursrechtelijke bescherming op voor de puzzel.

Binaire puzzels zijn echter ook prima met software te maken. Hoewel zulke software ook beschermd is, zijn de puzzels die uit die software komen dat niet. Die puzzels zijn immers zonder menselijke creativiteit gemaakt. Héél misschien ligt dat anders als je een heel creatief algoritme bedenkt om deze puzzels te maken, maar dan moet die creativiteit wel blijken uit de puzzel. En dat lijkt me bij deze puzzels lastig denkbaar.

De vraagsteller heeft volgens mij dus auteursrechtelijk geen punt om op te staan als Denksport alleen het concept van de binaire puzzel gebruikt en zelf de puzzels genereert.

En oh ja, die registratie. Ik vermoed dat dat net zoiets is als bij ons een registratie bij de Belastingdienst of een i-Depot. Mensen denken vaak dat dat rechten geeft, maar dat is dus niet zo. Zo’n registratie legt alleen vast wat er bestond op die datum, maar schept zelf geen auteurs- of andere rechten.

Arnoud

Gaat Getty Images procederen in Nederland?

geen-getty.pngIn 2009 blogde ik over de diverse blafbrieven die het stockfotobedrijf rondstuurde naar alles en iedereen dat een foto van haar zou gebruiken. Ik heb er tientallen gezien, met bedragen variërend van enkele honderden tot vele duizenden euro’s. Allemaal verstuurd vanaf het Ierse Getty, en vaak ook nog alleen in het Engels. Maar wie de foto meteen weghaalde en niet in discussie ging, hoorde er niets meer van.

Nu lijkt daar verandering in te zijn gekomen. Hoewel Getty Ierland nog steeds brieven stuurt, is nu ook het Nederlandse Van der Steenhoven Advocaten (“Een gerust gevoel”) bezig met het leggen van eisen. En dat wijst er toch wel op dat men wil doorpakken: een Nederlandse advocaat huur je als Iers bedrijf niet in te blaffen maar om te bijten.

Wel lijkt het erop dat men zich beperkt tot de grote gevallen. De sommatiebrieven van Van der Steenhoven die ik heb gezien, zijn allemaal voor vele duizenden euro’s – het record lag iets boven de 20.000. Ja, 20.000 euro voor gebruik van enkele foto’s op een website. En dat terwijl de prijscalculator bij Getty eerder tientjeswerk oplevert dan honderden, laat staan duizenden euro’s.

Hoe dan ook, wie een Getty-sommatie krijgt via deze Nederlandse advocaat doet er goed aan zelf ook een advocaat te zoeken, en wel onmiddellijk. Want alleen weghalen helpt niet – wie geen inhoudelijk verweer voert of de hoogte van de claim betwist, mag het volle pond betalen.

Het Bredase IE-kantoor BRight Advocaten heeft zich gemeld: ook zij zetten graag de tanden in uw Getty-claims, tegen gereduceerd tarief. Andere beschikbare advocaten zijn Teun Burgers, IE-advocaat bij Cordemeyer & Slager, IE-advocaat Quirijn Meijnen, Van der Aa & Koers Advocaten en Louwers Advocaten. Ook advocaat Filip Van Eeckhoutte zet zich graag in tegen een gereduceerd tarief voor particulieren en ZZP’ers, net als advocatenkantoor yspeert vwl en QuestIE advocatuur.

Elke andere IE-advocaat die voor een redelijk tarief gedupeerden wil helpen, mag zich hieronder (of per mail) bij mij melden en wordt dan ook hier vermeld.

Update (3 oktober 2011) bij TROS Radar aandacht voor Getty, met bijdragen van advocaten Teun Burgers, BRight Advocaten en Eveline Kubbenga. En nog steeds niemand die is aangeklaagd.

Update (2015) Lees ook mijn artikel De schade bij een online auteursrechtinbreuk anno 2015 met samenvatting van de jurisprudentie.

Arnoud

3D dinsdag: Driedimensionaal printen versus intellectueel eigendom

3d-printen.pngWorden 3D-printers de nieuwe Napster? Met die vraag opende Ars Technica vorige week haar bericht over een auteursrechtclaim op een CAD-bestand waarmee een driedimensionaal model geprint kon worden. Met driedimensionaal printen kan iedereen (bijna) alles maken dat hij zoekt, van reserveonderdelen tot zelfverzonnen objecten tot dat dure merkproduct. De Flickrstream van CreativeTools.se laat nu al enkele fantastische mogelijkheden zien. In Nederland biedt FabLab de mogelijkheid zo ongeveer alles te printen dat je wilt.

Bij 3D printen worden objecten gereproduceerd vanuit bronmateriaal dat in heel kleine hoeveelheden en laagje voor laagje wordt gedoseerd. Vaak wordt daarbij met gesmolten polymeer gewerkt, maar ook kan materiaal in poedervorm worden gebruikt dat wordt verhard nadat het laagje is gedeponeerd. Dit alles onder controle van een instructiebestand (CAD-bestand) dat de 3D printer vertelt hoe elk laagje eruit ziet en welk materiaal moet worden gebruikt. 3D printen kan met polymeren maar ook met metalen. Daarmee is zo ongeveer alles te maken.

Het gebruik van 3D printen botst al snel met intellectuele eigendomsrechten, zoals ook al in het geweldige whitepaper van Public Knowledge te lezen is. Een object kan beschermd zijn door auteursrechten, merken, modelrechten of octrooien (patenten). Het namaken is dan niet toegestaan. Soms is er een uitzondering voor namaken in de privésfeer of voor onderzoeksdoeleinden, maar die uitzondering is vaak beperkter dan je zou denken.

Het intellectueel eigendom (IE) is namelijk gebaseerd op de gedachte dat alleen de maker/uitvinder/ontwerper van een object dit mag reproduceren. Dit vanuit de aanname dat deze met dat controlerecht zijn investering moet kunnen terugverdienen. Afrekenen per kopie is een natuurlijk model in de 3D wereld: als iets populair is, verkoopt het goed en dan verdien je veel, en als iets tegenvalt dan verkoopt het niet en dan heeft de maker pech. Dat model stond voor muziek en films al flink onder druk door internetdistributie, maar de druk door 3D printen wordt alleen maar groter.

Ik verwacht dat wanneer 3D printen meer in de mainstream terecht komt, er grote druk zal komen vanuit rechthebbenden om te voorkomen dat 3D printen van beschermde objecten mogelijk wordt. Dat kan grote impact hebben: sites die 3D modellen aanbieden zullen net als Mininova of Pirate Bay als piraten worden aangemerkt, maar ook de verkoop van 3D printers als zodanig kan aan banden worden gelegd als het idee postvat dat deze vooral voor namaak worden gebruikt.

Daarom ga ik de komende weken elke dinsdag (“3D dinsdag”) een blog schrijven over een aspect van het intellectueel eigendomsrecht en waar dat botst met de mogelijkheden van 3D printen. Ik zal per IE-recht bespreken wanneer iets daaronder valt, wat er dan wel en niet mag met dat object en wat dat betekent voor het proces van 3D printen.

Wie nu al specifieke vragen of suggesties heeft die ik mee moet nemen, dan hoor ik dat graag! (Oh ja, en een mooier plaatje voor deze serie zou ook leuk zijn. Het is héél moeilijk een Creative Commons foto te vinden die op 150×150 pixels het concept 3D printen laat zien.)

Arnoud<br/> Foto: Tony Buser, CC-BY 2.0

Downloadverbod? Internetfilterplicht zul je bedoelen!

youwouldntdownloadverbod.pngDownloaden van auteursrechtelijk beschermd werk uit evident illegale bron onrechtmatig, maar niet strafbaar. Dat was het grote nieuws gisteren, maar het is slechts één onderdeel van Teevens plan om het auteursrecht te moderniseren. Opmerkelijker -maar in de discussie veel minder nadrukkelijk naar voren gekomen- is het voorstel om een internetfilter in te voeren zodat Nederlandse providers verplicht worden sites als ThePirateBay.org te blokkeren.

Op zich vind ik het goed om deze discussie te voeren: het behoort namelijk de wetgever te zijn die de regels maakt. Niet industrieclubs als Brein die via rechtszaken een ‘raamwerk’ proberen te zetten waarin vooral hun eigen belang wordt gediend. Het is alleen ontzettend jammer dat Teeven deze insteek kiest. Ik zie er weinig heil in. Zo klinkt het mooi, een symbolisch downloadverbod zodat bijdehante juristen van piratenplatforms niet kunnen betogen dat ze slechts downloaden faciliteren. Maar door het te verbieden, kunnen rechthebbenden wel degelijk downloaders voor de burgerlijke rechter slepen. Daar heeft Teeven niets over te zeggen.

Maar goed, kun je zeggen, dit is voor software allang de situatie en de BSA valt echt geen Photoshopdownloadende pubers lastig met miljoenenclaims. En we staan in Europees verband zodanig voor gek met ons legaal illegaal downloaden dat we echt geen fatsoenlijk legaal aanbod van de grond krijgen zonder verbod. Bovendien, hoe gaan die rechthebbenden dan de individuele downloaders opsporen?

Voor mij het grote pijnpunt is de filterplicht:

Voor de situatie waarin de inbreuk vanuit het buitenland wordt gefaciliteerd, moeten rechthebbenden de mogelijkheid hebben om bij de rechter te vorderen dat een specifieke website of dienst waarvan is bewezen dat deze inbreuken faciliteert in een concreet geval door de access provider wordt geblokkeerd, zodat de toegang voor Nederlandse internetgebruikers wordt bemoeilijkt.

We zijn nu net aan het afstappen van filters. Het Europese Parlement keurde in februari nog een verplicht Europees internetfilter af, met name omdat “het blokkeren van sites niet effectief bijdraagt tot de bestrijding van dergelijke criminaliteit. Met een filter wordt het probleem verborgen en niet bestreden, zo was de gedeelde mening in de commissie.” En let wel, dat ging over de grootste ruiter van de internetapocalyps – kinderporno. Waarom zou een filter tegen het kleine ruitertje auteursrecht dan wel een goed idee zijn?

Er moet meer legaal aanbod komen, dat is duidelijk. Mijn plan van een vergoedingsplicht voor downloadsites (én een meewerkplicht voor rechthebbenden) zou veel problemen oplossen, maar de onvindbare Pirate Bay-jongens gaan ook daar natuurlijk niet aan meewerken. Dus hoe die dan aangepakt? Ik zou het ook niet weten – zonder grof geschut als dit. En waarschijnlijk zelfs mét grof geschut als dit niet.

Maar misschien is het antwoord dan ook wel: láát die jongens lekker piraatje spelen op hun goed verstopte servers. Daar achteraan jagen zal echt niet spontaan tot respect voor auteursrecht leiden. Nee. Zorg voor genoeg legaal aanbod tegen een fatsoenlijke prijs, en dan zakt het downloaden uit illegale bron vanzelf in de marge waar het hoort. Voer daarbij een specifiek verbod in op het faciliteren van up- en downloaden zonder licentie, en laat de downloadende consument legaal zijn. (Ik kreeg al een lezer in de mail die niet meer naar Youtube durft.) En dwing Buma/Stemra om óók Mininova een licentie te geven. Dán hebben we een werkbaar auteursrecht.

Arnoud

Mag ik andermans foto’s op mijn Facebook zetten?

facebook-upload.pngEen lezer vroeg me:

Ik upload van alles op Facebook en incidenteel ook wel eens een foto die ik bijvoorbeeld op een krantensite heb gevonden. De groep mensen die die foto ziet is beperkt en mijn Facebook is vrij strak afgeschermd. Kan ik er dan alsnog mee in de problemen komen?

De problemen waar je tegenaan kunt lopen, liggen met name bij het auteursrecht. Het uploaden en publiceren van andermans foto’s zonder toestemming is meestal namelijk inbreuk op het auteursrecht. (Soms kan het een geldig citaat zijn, maar reken er niet op.) Het maakt daarbij niet uit of je op een persoonlijke Facebookpagina publiceert of op een commerciële website.

Wél kan uitmaken of de foto publiek toegankelijk is of juist afgeschermd voor iedereen behalve een selecte groep mensen. De Auteurswet kent namelijk een uitzondering voor publicaties in beperkte kring, namelijk een kring die

zich beperkt tot de familie-, vrienden- of daaraan gelijk te stellen kring, en voor de toegang tot de voordracht, op- of uitvoering of voorstelling geen betaling, in welke vorm ook, geschiedt. Hetzelfde geldt voor een tentoonstelling.

Nu zit Facebook vol met vrienden, maar die interpretatie zou het wel érg makkelijk gaan. De wetgever bedoelt hier de ouderwetse betekenis van vriend, namelijk iemand met wie je een persoonlijke band hebt. Min of meer willekeurige kennissen vallen er niet onder. Ik denk dus dat alleen mensen met een zeer selectief Facebooktoelatingsbeleid van deze clausule kunnen profiteren. Als de clausule überhaupt al geldt voor Facebookuploads – er staat “voordracht, op- of uitvoering of voorstelling” en dat is geen terminologie die je normaal gebruikt bij foto’s.

Daar komt nog bij dat je bij zo’n upload een kopie moet maken, en het maken van een kopie is -los van publicatie- iets waar je toestemming voor nodig hebt van de auteursrechthebbende. Er is een uitzondering voor kopiëren voor eigen gebruik, maar die geldt niet als je de foto deelt met anderen. Je kunt je dus zelfs afvragen of je niet bij het uploaden al auteursrechtelijk de fout in gaat.

Alles bij elkaar vrees ik dat je niet sterk staat als een fotograaf erachter komt dat je zijn foto in je Facebookalbum hebt opgeslagen en dat anderen (familie, vrienden of wie dan ook) deze kunnen zien. De vraag is natuurlijk wel of hij er achter komt, maar je neemt natuurlijk wel een risico als je het daar van laat afhangen.

Arnoud

Wie is eigenaar van user generated content?

user generated contentEen lezer vroeg me:

Wie is volgens het Nederlandse recht eigenaar van user generated content? Veel sociale platformen hebben richtlijnen en regels die meestal stellen dat de eigenaren van de sociale netwerken eigenaar zijn van alle informatie die gebruikers van dat netwerk verspreiden. Soms kun je dat afkopen. Maar kan dat juridisch eigenlijk wel?

Veel sociale platformen claimen inderdaad eigenaar te worden van alles dat je plaatst of uploadt naar het platform. Of althans, dat deden ze in het verleden veel, want tegenwoordig zijn gebruikers daar scherper op en leiden zulke bepalingen tot heftige protesten. Zo was er in oktober nog een relletje over Twitter en wat die dienst zou mogen doen met je tweets.

Formeel-juridisch is “eigendom” van inhoud een moeilijke vraag. Het dichtst in de buurt bij “eigendom” is “auteursrechten bezitten”. De auteursrechthebbende op alle inhoud is de gebruiker*, niet het platform.

Auteursrecht kun je alleen overdragen met een akte, een schriftelijk stuk met handtekening. Die aktes mogen tegenwoordig ook elektronisch Algemene voorwaarden van een internetdienst zijn echt niet genoeg daarvoor.

In de praktijk van vandaag zie je dan ook vooral clausules waarbij de dienstverlener een brede licentie eist: een gebruiksrecht maar geen eigendom. En nette sites zetten er dan ook bij dat die licentie vervalt als je de content weghaalt, plus dat de licentie niet breder is dan nodig voor levering van de dienst an sich.

Wie meer wil weten over wat sociale platforms eisen, zou eens het crowdonderzoek Accept or Decline van Bright magazine moeten lezen. En oh ja, mijn bedrijf doet mee bij het analyseren van de gebruiksvoorwaarden.

Arnoud<br/> * Jaja, er wordt ook veel zut geüpload waar iemand anders auteursrechten op heeft. Da´s iets voor een andere discussie.

Hoe hoog is de schade bij auteursrechtinbreuk?

Hoe bepaal je de schade van een overgenomen artikel? Die vraag is een groot probleem bij het auteursrecht. Op grond van de Auteurswet kun je bij een schending van je rechten de schade vergoed krijgen. Dat is niet anders dan wanneer iemand een bal door je ruit trapt of je auto aanrijdt.

Echter, waar je in dat geval je schade kunt aantonen met een factuur van de glaszetter of garage, ligt dat heel wat moeilijker bij auteursrechten. In een recent Cozzmoss-vonnis houdt de rechter het simpel: 2x de economische waarde van het artikel.

Dat is een beetje gek zou je zeggen – als er al schade is, dan is dat precies één keer de economische waarde. Immers, dat is het bedrag dat je zou hebben gekregen als de overnemer wél zou hebben betaald. De kantonrechter meent echter dat je zo niet mag redeneren

omdat het derden anders vrij zou staan om eerst achteraf toestemming te kopen door alsnog een gebruiksvergoeding voor het bewuste artikel te voldoen aan de auteursrechthebbende. Aangezien Bulthuis heeft nagelaten vooraf de benodigde toestemming te vragen aan Applinet, is het dan ook niet meer dan redelijk dat de economische waarde wordt verdubbeld.

Oftewel: als u mijn spiegel kapot gooit, heb ik recht op twee maal de prijs van een nieuwe omdat ik niet gevraagd heb om deze vernieling. Dat lijkt me toch wat gek. Ik zeg er meteen bij dat ik geen betere manier wil en het punt wel snap, maar het klopt niet om de schade hoger dan de eigenlijke waarde van het product te stellen.

Wel schappelijk gaat de rechter om met de proceskosten. Volgens de normale regels zou Cozzmoss iets meer dan 1000 euro advocaatkosten mogen eisen, maar dat is bij een schadebedrag van 460 euro onredelijk. Het bedrag wordt dan ook gezet op 750 euro. Alles bij elkaar is de gedaagde zo’n 1500 euro kwijt – toch meer dan geëist door de auteursrechtincassoclub.

Arnoud