‘Overheid kan nepnieuws op digitale platformen aanpakken’

De overheid kan verschillende maatregelen nemen om te voorkomen dat digitale platforms als Facebook, Google en Amazon misleidende informatie doorgeven. Dat meldde Nu.nl op gezag van een CPB-rapport dat waarschuwt tegen de snelle groei en steeds kleiner wordende transparantie van deze platformaanbieders. Met name de aanbeveling voor een vergunningenstelsel springt in het oog.

Digitale platforms brengen substantiële voordelen voor consumenten en bedrijven door op te treden als makelaar voor uiteenlopende diensten en producten, zo opent het rapport enigszins plichtmatig. Maar vanaf daar gaat het alleen nog over de nadelen: er wordt steeds meer misleidende en foute informatie doorgegeven, politieke propaganda is niet te herkennen, en ga zo maar door. En daar moet iets tegen gebeuren, een vergunning is iets dus er moet een vergunning komen.

De ontvangst van dit rapport was vast iets anders geweest als het pleitte voor een vergunningsstelsel voor kranten of televisieprogramma’s. Want ik kan er niets anders uit halen dan dat dit het plan is. Strekking van de vergunning is dat je kwalitatief slechte publicaties (misleidend, fakenieuws, propaganda) moet weren, en ik ben heel benieuwd hoe je dat rechtbreit binnen de vrijheid van meningsuiting. Bovendien moet dit vanuit Europa worden gedaan, want al sinds 2000 geldt dat EU-lidstaten geen eigen regels mogen stellen aan “diensten van de informatiemaatschappij” waar dit soort platforms onder vallen.

Markeren van kwestieuze informatie, mét filteroptie voor de consument, lijkt mij een betere suggestie. Helemaal als de overheid dan ook limitatief opsomt waar je op moet scannen, om zo te voorkomen dat men zelf vanuit angst al te veel gaat blokkeren. Daar zie ik wel wat in.

Een creatieve is de regel dat politieke reclame niet mag verschillen bij verschillende burgers. Die snap ik niet, ook niet na het voorbeeld:

Nu kunnen politieke partijen naar de ene burger toe adverteren dat zij, bijvoorbeeld, de belasting voor hoge inkomens gaan verlagen, terwijl zij aan een andere burger toezeggen dat juist de belasting voor lage inkomens omlaag gaat.

Ik zie eerlijk gezegd niet wat er mis is met deze advertenties? Ze spreken elkaar niet tegen en beantwoorden een vraag van een doelgroep. En ik zie nu ook al lange tijd doelgroepadvertenties, denk aan boodschappen in vaktijdschriften versus abris langs de weg. Volgens mij is veel belangrijker dat politieke reclame direct herkenbaar moet zijn, en aan dezelfde eisen moet voldoen als commerciële als het gaat over toezeggingen en informatie.

Arnoud

Mag je verkeershufters op Youtube zetten die gevaarlijk in de sneeuw rijden?

Mag je beelden maken van gevaarlijk rijgedrag en dat op sociale media publiceren? De vraag kwam de afgelopen dagen vaak langs. De afgelopen dagen sneeuwde het zo hard dat code rood werd uitgeroepen: ga liever niet de weg op, tenzij het echt moet. Maar natuurlijk heb je mensen die zichzelf Max Verstappen wanen en gewoon stevig doorrijden, al dan niet naast een school of over het fietspad. Dat wordt even zo natuurlijk massaal gefilmd en onder afkeurend commentaar op internet gezet. Mag dat?

Hoofdregel is dat je mag filmen op de openbare weg wat en wie je wilt. Dat is onderdeel van de vrije nieuwsgaring. Maar wanneer je die beelden gaat publiceren of aan anderen geven, moet je een afweging maken of de reden van publicatie of verstrekking wel opweegt tegen de privacy, en wat je eventueel kunt doen om het privacyaspect te beperken.

De bekendste maatregel die je kunt nemen, is mensen onherkenbaar maken. Denk aan het nummerbord of iemands hoofd uitblurren, of misschien even opletten dat niet zijn huisnummer en straatnaam in beeld komen. Je zou ook uit kunnen zoomen zodat die informatie onleesbaar wordt. In principe is je pulicatie daarna legaal, omdat je dan geen privacygevoelige informatie meer publiceert. (Ga je erbij zetten “Wie weet wie dit is” dan wordt het natuurlijk weer wél een privacyprobleem.)

En ja, ook kentekens vallen onder de privacywet. Deze zijn immers aan personen – de auto-eigenaren – te linken. Dat de RDW-database geheim is, doet daarbij niet ter zake. Waar het om gaat, is of die koppeling redelijkerwijs te maken is.

Vind je dat een specifiek persoon echt met naam en toenaam (of gezicht) moet worden genoemd, dan kun je natuurlijk publiceren zonder blur. Maar wanneer die persoon het daarmee oneens is, dan kan hij een rechtszaak aanspannen en rectificatie, weghalen en een schadeclaim vorderen. Die laatste is niet ondenkbaar, ook niet als op de beelden een verkeersovertreding te zien is. Naar Nederlands recht verlies je niet je volledige privacy enkel omdat je een gevaarlijke verkeerssituatie creëert. En daarbij komt dat rechters allergisch zijn voor alles dat riekt naar eigenrichting. Ik zou dat dus afraden.

De beelden mag je te allen tijde aan de politie geven als je denkt dat de verkeersovertreding strafbaar is, en bij gevaarlijk rijgedrag is dat eigenlijk altijd het geval (artikel 5 Wegensverkeerswet overtreden is strafbaar als overtreding). De privacy van de gefilmde personen doet er op dat moment even minder toe, omdat de politie een eigen afweging maakt over wat ze mogen met de beelden.

Ik zie ook mensen beelden aan televisieprogramma’s of vloggers geven. Dat mag ook, omdat die organisaties ook zelf een afweging (moeten) maken over nieuwswaarde versus privacy. Zij zijn zelf aansprakelijk als ze niet goed blurren terwijl dat wel had gemoeten. Natuurlijk zou het ‘slachtoffer’ bij jou verhaal kunnen komen halen omdat jij die beelden zomaar opstuurt en hij daar veel last van krijgt. Dus ook dit zou ik zelf niet doen zonder de beelden zelf al te blurren.

(Vanaf 25 mei krijgen we een nieuwe, strengere privacywet die ook het vastleggen van fotografische en filmbeelden reguleert. Maar ook onder die AVG of GDPR geldt dat het mag wanneer je een adequate privacyafweging maakt.)

Arnoud

Mag je nog wel een zwarte lijst voor bedrijven aanleggen?

Een lezer vroeg me:

Ik begrijp dat een zwarte lijst voor personen erg lastig is om aan te leggen, vanwege privacywetgeving. Maar nu las ik dat privacy niet geldt voor bedrijven, dus klopt het dan dat ik wel voor mijn b2b webshops een zwarte lijst mag hanteren van zakelijke klanten met wie ik geen zaken wil doen?

Een zwarte lijst voor webwinkels ligt erg gevoelig, onder de privacywetgeving. Het belang voor winkeliers is duidelijk, maar het kan voor betrokken personen bijzonder vervelende gevolgen hebben. Zeker omdat mensen er onterecht op kunnen belanden. Wat nu als ik verhuis naar een plek waar een wanbetaler woonde, bijvoorbeeld. Of omdat ik erop kom omdat de winkelier me een vervelend figuur vindt dat maar blijft zeuren over garantie.

Kort gezegd komen de eisen vanuit privacywetgeving over zwarte lijsten neer op zorgvuldigheidseisen. Zo moet vooraf aangekondigd zijn dat deze gegevens verwerkt worden. Een winkel moet dus op een of andere manier kenbaar maken dat men een zwarte lijst beheert. Ook moeten mensen in staat zijn om na te gaan dat zij op deze lijst staan, en hebben zij het recht om eraf gehaald te worden als blijkt dat hun vermelding onterecht was. De toezichthouder heeft een checklist zwarte lijsten gepubliceerd. Ook moeten dergelijke lijsten worden gemeld.

Privacy geldt alleen voor mensen, en dus in principe niet voor ondernemingen of verenigingen/stichtingen. Hooguit als het ook gaat om privégegevens, zoals de 06 van de directeur van een bv of het persoonlijk mailadres van de voorzitter. Dus in principe is er weinig tegen zo’n zwarte lijst te doen.

In de praktijk zul je wel aan hoge eisen van zorgvuldigheid moeten voldoen om te voorkomen dat je smaadclaims tegen je krijgt, want een bedrijf kun je wel besmaden door ze ten onrechte en lichtvaardig op een zwarte lijst te zetten. Ik denk dat je in de praktijk dan diezelfde checklist zult moeten volgen, afgezien van de melding bij de toezichthouder zelf.

Arnoud

Mag je op Twitter dreigen met militair ingrijpen?

Amerikaans president Donald Trump heeft via Twitter opnieuw een waarschuwing gegeven aan Noord-Korea, las ik in De Morgen. “Alle militaire eenheden zijn volledig klaar”, klinkt het. En eerder, omineuzer: fire and fury zou het regenen, als Noord-Korea niet ophoudt met haar dreigementen. Wat de semi-serieuze vraag oproept, mag dat wel, op Twitter een ander land dreigen met militair ingrijpen of zelfs nucleaire aanval?

De Twitter TOS en meer specifiek de Twitter Rules zijn duidelijk:

Any accounts and related accounts engaging in the activities specified below may be temporarily locked and/or subject to permanent suspension.
Violent threats (direct or indirect): You may not make threats of violence or promote violence, including threatening or promoting terrorism. (…)
Hateful conduct: You may not promote violence against or directly attack or threaten other people on the basis of race, ethnicity, national origin, sexual orientation, gender, gender identity, religious affiliation, age, disability, or disease.

Het zou bij dergelijke acties niet uit moeten maken wat je status is, of je nu spreekt als gewone individuele burger of als politicus. Alleen zijn dit soort regels natuurlijk niet bedoeld voor situaties waarin landen uitingen doen. Het strafrecht (waar deze normen aan ontleend zijn) is immers bedoeld voor de burger, niet voor een regeringsleider die officiële uitspraken doet. (En ja, wat Trump twittert is officieel.) Het voelt dus niet helemaal logisch om de Twitter TOS te hanteren om een presidentiële uitspraak met regeringsbeleid erin aan te pakken. Alsof je de Kijkwijzer wat laat vinden van een grensconflict.

De kans dat Twitter wat gaat doen tegen het account van Trump lijkt me dan ook minimaal. Weliswaar zeggen ze dat de regels voor iedereen gelden, maar men weegt nieuwswaarde mee en je kunt veel vinden van Trump, maar nieuwswaarde heeft het zeker wat hij Twittert.

Arnoud

Mogen onze politici mensen op social media blokkeren?

Amerikaanse politici mogen van een rechter in de staat Virginia geen mensen blokkeren op sociale media, las ik bij Nu.nl. Dit is strijd met het 1st Amendment, de vrijheid van meningsuiting, omdat politici in een openbaar forum niet zomaar mensen mogen verbieden hun mening te uiten. En daaronder valt ook het als politicus jezelf afschermen voor die mening. Dat geldt op het dorpsplein maar ook op het virtuele plein van Twitter. Hoe zou dat bij ons uitpakken?

Bij ons gaat de vrijheid van meningsuiting niet zo ver dat de beoogde ontvanger naar je moet luisteren. Wie zich wil afschermen voor andermans uiting, staat in zijn recht. Dus dat Amerikaanse argument van het public forum gaat hier niet op.

Alleen specifiek politici, althans diegenen die je redelijkerwijs tot “de overheid” kunt rekenen hebben wel rekening te houden met een ander recht, namelijk het Grondwettelijk recht van petitie:

Ieder heeft het recht verzoeken schriftelijk bij het bevoegd gezag in te dienen.

En nee, dat gaat niet alleen over formele petities en verzoekschriften. Ook het indienen van vragen en klachten – en complimenten, om in communicatiesfeer te blijven – is een Grondwettelijk recht. En opmerkelijk: aan dit recht zitten géén grenzen, zoals bij de vrijheid van meningsuiting die bijvoorbeeld moet wijken voor andermans eigendomsrecht (geen mening in de krant zonder toestemming van de eigenaar van die krant) of de privacy die moet wijken voor bijvoorbeeld de volksgezondheid.

Twitter is een elektronisch medium en dus een geschrift in de zin van dit artikel. Daarmee heeft iedereen dus het recht om via Twitter verzoeken, vragen, klachten en complimenten bij het bevoegd gezag in te dienen. Dat laatste begrip betekent zo veel als de overheid, maar dat iemand politicus is, betekent nog niet dat hij “bevoegd gezag” is. Hij moet echt aan de overheid verbonden zijn, maar zitting hebben in een gemeenteraad, de Eerste of Tweede Kamer of minister/staatssecretaris zijn is daarvoor al genoeg.

Het blokkeren van iemand op Twitter zorgt er voor dat de bevoegdgezaghebbende achter het account de berichten van de geblokkeerde in het geheel niet meer ziet. Ik zou dat wel durven aanmerken als een blokkade op dat recht om verzoeken in te dienen. Het komt immers niet meer aan. En nee, dat je nog steeds een brief kunt sturen is daarbij geen argument. Als de overheid zou zeggen, verzoekschriften alleen vrijdag in persoon afgeven tussen twee en vier dan zou dat ook geen toegestaan alternatief zijn voor gewoon elektronische of schriftelijke post.

Daar staat tegenover dat de overheid niet verplicht is om te antwoorden op een verzoek. In principe hoort dat wel, dat volgt uit de beginselen van behoorlijk bestuur zoals dat heet. Als je als burger een antwoord mag verwachten, dan mag je een antwoord verwachten. Maar een verplichting is het niet, tenzij uit andere wetgeving volgt van wel (denk aan een Wob-verzoek of een bezwaarschrift onder de Awb).

Lastig is natuurlijk dat zo’n recht zich goed leent voor misbruik, denk aan querulanten die de overheid bestoken met allerlei verzoeken met als geen ander doel overlast veroorzaken of dwangsommen incasseren. Dat bestrijden is een hele moeilijke, juist omdat toegang tot de overheid zo belangrijk is. Je moet het dan ook wel heel bont maken wil de rechter je verbieden contact te zoeken met politici.

Alles bij elkaar denk ik dus dat het nog best moeilijk ligt, om als politicus (verbonden aan de overheid) mensen te blokkeren op Twitter. De enige escape zou nog kunnen zijn dat je account persoonlijk is en niet aan de overheid gelieerd. Voor bijvoorbeeld het Twitter-account van de minister-president zie ik dat niet*, maar bij veel politici zie je eigenlijk alleen persoonlijke uitingen. Daar zou een blokkade dus niet gericht zijn op het tegenhouden van verzoeken bij het bevoegd gezag en dus wel toegestaan.

  • De RVD meldt desgevraagd dat het @MinPres account nul blokkades in Twitter ingesteld heeft.

Arnoud

Kabinet heeft geen interesse in Nederlandse boetewet sociale media

Het kabinet ziet niks in een nieuwe wet die sociale media beboet bij verspreiding van haatzaaiende berichten, meldde Nu.nl onlangs. Een recent aangenomen Duitse wet zet boetes tot 50 miljoen euro op het doen verspreiden van haatzaaiende, smadelijke of anderszins onrechtmatige inhoud, voor beheerders van social media platforms. Volgens de Nederlandse ministers zou dat weinig toevoegen, en bovendien botsen met de vrijheid van meningsuiting.

Duitsland loopt voorop in het bestrijden van online haatzaaien, discriminatie en dergelijke. Zij zien sociale media als een belangrijke bron van dergelijke informatie, en willen dan ook dat de beheerders daarvan hun verantwoordelijkheid nemen en proactief ingrijpen op dergelijke berichten. In het verleden is veel gesproken over samenwerking, convenanten en dergelijke maar dat mocht niet baten. Vandaar de recente Netzwerkdurchsetzungsgesetz, die verwijdering binnen 24 uur na notificatie vereist op straffe van megaboetes.

Wel moet het evident strafbaar zijn, dus bij twijfel geen boete. En de wet is beperkt tot platforms met meer dan 2 miljoen gebruikers, en geldt niet voor platforms met een wetenschappelijke of journalistieke functie.

Nederland ziet weinig in de wet, en noemt het vooral symbolisch. Uiteindelijk moet iedere klacht toch getoetst bij de rechter, wanneer zo’n boete zou worden opgelegd. Gezien het grote aantal berichten en klachten dat te verwachten is (want het gaat om klachten van bezoekers, niet officiële sommaties van Justitie) is dat niet erg realistisch.

Belangrijker is ook dat er natuurlijk een chilling effect uit kan gaan van zo’n boete. Als platform zou je dan kunnen besluiten gewoon veel minder toe te laten, om te voorkomen dat je ooit in zo’n boetetraject terecht komt. En dat is dan voor Nederland de reden om dit niet te doen.

Ons huidige systeem lijkt goed te werken. Organisaties als het Meldpunt internetdiscriminatie (MiND) beoordelen berichten naar aanleiding van klachten, en verzoeken dan bij de beheerders om weghalen als zij denken dat het illegaal is. Werkt die niet mee, dan kan de organisatie aangifte doen (dat mag immers iedereen, bij vermoede strafbare feiten). In de afgelopen twee jaar is dat drie maal gebeurd. In één geval heeft het OM deze zaak voor de rechter gebracht. Deze zaak loopt nog.

Het lijkt er op dat de meeste bedrijven een aardig effectieve klachtenprocedure hebben, dus ook vanuit dat perspectief zou het weinig toevoegen om boetes te zetten op het niet hebben van een klachtenregeling of uitvoering daarvan.

Arnoud

Amerikaanse zedendelinquent heeft recht op sociale media

De Amerikaanse staat North Carolina mag mensen die zijn veroordeeld wegens een zedendelict niet verbannen van de sociale media zoals Facebook. Dat meldde Nu.nl vorige week. De verbanwet is in strijd met de free speech-artikelen uit de Amerikaanse Grondwet, waaronder (net als bij ons) ook het recht valt om kennis te nemen van informatie. Een categorisch socialmediaverbod -ook indien beperkt tot social media waar kinderen komen- is dan ook in strijd met dat grondrecht.

De betreffende wet was aangenomen in de Amerikaanse staat in 2008, met als doel kinderen te beschermen tegen sex offenders die immers via social media gemakkelijk contact zouden kunnen leggen. Letterlijk luidt het verbod:

It is unlawful for a sex offender who is registered in accordance with Article 27A of Chapter 14 of the General Statutes to access a commercial social networking Web site where the sex offender knows that the site permits minor children to become members or to create or maintain personal Web pages on the commercial social networking Web site.

Daar is weinig juridisch aan: als een social media site (“Facilitates the social introduction between two or more persons for the purposes of friendship, meeting other persons, or information exchanges”) minderjarigen toelaat, dan mag je er niet komen. Gewoon nooit niet, ongeacht of je in de buurt komt van die minderjarigen of alleen maar -zoals de eiser in deze zaak- op je Facebook roept dat je blij bent dat je verkeersboete wordt kwijtgescholden.

Maar dat gaat dus zomaar niet, dat is véél te lomp en ongenuanceerd omdat we het hier hebben over een zeer belangrijke bron van kennis, informatie en uitwisseling van gedachten. Het Supreme Court formuleert het zo in haar beslissing de wet ongeldig te verklaren:

Social media allows users to gain access to information and communicate with one another about it on any subject that might come to mind… By prohibiting sex offenders from using those websites, North Carolina with one broad stroke bars access to what, for many, are the principal sources for knowing current events, checking ads for employment, speaking and listening in the modern public square, and otherwise exploring the vast realms of human thought and knowledge. These websites can provide perhaps the most powerful mechanisms available to a private citizen to make his or her voice heard.

Mooie grote woorden altijd in zo’n arrest, maar er zit natuurlijk wel wat in. En het algemene principe erachter -je kunt niet zomaar iemand toegang tot een belangrijke informatiebron ontzeggen- geldt ook bij ons. Een wet in Nederland van diezelfde strekking zou zonder twijfel in strijd zijn met artikel 10 EVRM, de informatievrijheid.

Een socialmediaverbod kán wel, maar moet dan op de persoon toegesneden zijn. Een voorbeeld is deze zaak uit 2013, waarin een meneer op straffe van dwangsommen werd verboden nog socialmediaprofielen aan te maken, omdat hij maar bleef doorgaan met zijn ex-partner zwart te maken en te belagen met allerhande teksten. Eerdere contactverboden en dergelijke hadden geen effect. En ja, dat was dus een buitengewoon grof middel dat hier werd ingezet maar meneer had het er kennelijk naar gemaakt.

Arnoud

Pleegt Mozilla smaad met haar anti-http-waarschuwing?

Een beheerder van de website Oil and Gas International heeft tegenover Mozilla geklaagd omdat Firefox op de website een melding geeft dat het onveilig is om in te loggen of via een creditcard te betalen. Dat las ik bij Security.nl vorige week. De website biedt gebruikers namelijk een inlogveld via http aan en sinds kort waarschuwt Firefox hiervoor. Zou een claim wegens smaad hier kans maken?

Recent heeft Mozilla, de organisatie achter browser Firefox, actie genomen om website-eigenaren te stimuleren om beveiligde verbindingen (https) te gebruiken voor het insturen van informatie. Dit zou de veiligheid op het web moeten verhogen.

Sites als deze wisten daar waarschijnlijk niet van en zijn dus onaangenaam verrast als browsers ineens “Connection is Not Secure” en “Logins entered on this page could be compromised” zeggen tegen bezoekers. Maar zou je dat smaad kunnen noemen?

De wet (art. 261 Strafrecht) definieert smaad als volgt:

Hij die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt, door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie. … Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voor zover de dader heeft gehandeld tot noodzakelijke verdediging, of te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste.

Mozilla bazuint dus rond in het openbaar dat een website onveilig is, en baseert dat op het feit dat bepaalde formulieren onveilig worden verstuurd. Je kunt je afvragen in hoeverre dat als wáár te bestempelen is. Het is niet echt een feitelijke analyse, maar meer een mening over hoe veiligheid op het web te verhogen. Die mening is natuurlijk wel breed gedragen, dus in die zin zou je hem ‘waar’ kunnen noemen.

Minstens zo belangrijk is dat het algemeen belang de telastlegging eiste. Het is niet zo dat de waarheid dus nóóit smaad kan zijn. Een waar maar zeer genânt oud triviaal feitje rondbazuinen kan dus smaad opleveren, omdat er dan geen of te weinig algemeen belang is bij het vertellen. Smaad is een belangenafweging, geen binaire waar/onwaar kwestie.

Veiligheid op het web is een onderwerp van algemeen belang, die stelling durf ik wel aan. En dat formulieren beveiligd moeten zijn, die zie ik ook nog wel. Dus om dan als browser mensen hier op te attenderen, dat lijkt mij dan in het algemeen belang.

De tekst waarmee ze dat doen, is redelijk neutraal. Hoewel ik bij “Logins entered on this page could be compromised” dan wel een beetje dubbel gevoel krijgt: hoezo ‘could’, waar hangt dat dan van af? Een naïeve lezer zou dit kunnen opvatten als slechts een kleine slag om de arm in plaats van een “het is in theorie mogelijk”. Maar afgezien daarvan zie ik geen probleem met wat Mozilla doet.

Arnoud

Mogen Facebook en consorten wel fakenieuws weigeren op hun platform?

Een lezer vroeg me:

In hoeverre is de ban op ‘Fake news’ door Google en Facebook legitiem? Op dit moment gelden deze voor het advertentieplatform, maar zouden ze ook kunnen gelden voor individuele gebruikers? Dan mag je dus in feite niets meer zeggen dat Facebook of Google ‘fake’ vindt. Is dat geen censuur?

Sinds de afgelopen Amerikaanse verkiezingen staat het onderwerp ‘fake news’ sterk in de belangstelling. Wat het precies is, daar is niet echt consensus over – om het netjes te zeggen. Vaak wordt ermee bedoeld, nieuws dat steunt op onbewezen feiten, maar anderen wijzen erop dat dit voor heel veel nieuws geldt en/of dat nieuws altijd al speculatief was.

Fake news zoals Facebook en Google dat nu in de ban hebben gedaan, gaat in principe over nieuws dat bewezen onjuiste feiten bevat of totaal ongefundeerde conclusies wegzet. Maar zelfs dat is al heel moeilijk af te bakenen. Aanpakken van nepnieuws via het strafrecht lijkt mij dan ook te moeilijk.

Facebook en Google zijn echter geen strafrechter, en zouden dus kunnen zeggen, we hebben er gewoon geen zin in. Dat mag. Als beheerder van een platform beslis jij wat er op het platform gebeurt. Mag het alleen over kantklossen gaan, of moet iedereen positief doen: jouw platform, jouw regels. Censuur is dat niet; alleen de overheid kan censueren.

Alleen: dat principe werkt voor gewone platforms, waarbij je eventueel naar een concurrent kunt overstappen of je eigen site kunt beginnen als het je niet bevalt. Bij Facebook en Google werkt dat niet, die zijn daarvoor te groot. Hier hebben we het al vaker over gehad: in hoeverre mogen zulke machtige platforms wel inhoud weigeren op grond van zelfverzonnen huisregels? Ik blijf er moeite mee houden.

Specifiek bij dit onderwerp is er iets meer van een objectieve rechtvaardiging en wordt gewerkt met externe bronnen (zoals het bekende Snopes) die de beoordeling doen of nieuws ‘nep’ is. Dat maakt het eerder gerechtvaardigd dan interne normen als gezelligheid of passend bij de eigen normen en waarden. Maar het blijft een ontzettend lastige kwestie.

Arnoud

Google moet berichten over afgesloten strafzaken vergeten

Google moet een belastend zoekresultaat over een ontuchtpleger uit Doetinchem uit de zoekmachine verwijderen, las ik in Tubantia. Gauw het vonnis erbij gepakt: Google moet inderdaad uit haar zoekresultaten (bij Googelen op ’s mans naam) een Facebookpagina weglaten omdat deze vertelt over de strafrechtszaak, met naam en toenaam (en foto) van de man. Omdat het hier gaat om strafrechtelijke gegevens, is het niet toegestaan deze te verwerken.

De uitspraak is een van de weinige in Nederland waarin Google zoekresultaten moet opschonen. Meestal wint de zoekmachine, en dat is vrij logisch: de lat uit het Europese vergeetrechtarrest is vrij hoog. Het moet gaan om verouderde informatie die niet meer relevant is en ook nog eens beschamend. Wanneer het gaat om zaken met enige nieuws- of actualiteitswaarde, wordt daar eigenlijk nooit aan voldaan.

Nu hebben we in vrij korte tijd twee zaken gehad (hier de andere) waarin strafrechtelijke informatie centraal staat, en de rechter vrij simpel is: weg ermee. En zuiver juridisch gezien lijkt dat te kloppen. Strafrechtelijke persoonsgegevens vallen onder dezelfde categorie als bijvoorbeeld medische gegevens, en mogen dus niet zonder toestemming of een paar hier niet relevante uitzonderingen worden ‘verwerkt’ – een begrip waar Google ook onder valt.

Mogen journalisten dan ook niet over strafzaken schrijven, zou je denken. Ja, die mogen dat wel: de privacywet kent een uitzondering op dat verbod wanneer de verwerking voor uitsluitend journalistieke of literaire doeleinden plaatsvindt (art. 3 Wbp). Eerder dit jaar mocht strafrechtelijke berichtgeving gewoon blijven staan om die reden.

Alleen: Google handelt niet journalistiek, zo bepaalde het Hof van Justitie in dat vergeetrechtarrest. Veel motivatie kon ik er niet voor vinden, anders dan “het is niet hetzelfde” en “de resultaten in een zoekmachine hebben meer impact en verspreiding dan een artikel van een webredacteur”. Maar het is het geldend recht, en dus geldt voor Google een totaalverbod tot tonen van strafrechtelijke feiten over personen.

Onder de Privacyverordening die volgend jaar in werking treedt (komt ie weer met dat boek), wordt dit niet anders. Ook daar zijn strafrechtelijke persoonsgegevens beschermd, zelfs nog strenger dan de medische en andere bijzondere persoonsgegevens. Weliswaar geldt ook daar een uitzondering voor “academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen”, maar daar zal Google nog steeds geen beroep op kunnen doen.

Ik moet zeggen dat ik hier toch wel een beetje moeite mee heb. Ik snap ergens het argument wel van “je straf uitgediend hebben en weer een schone lei krijgen”, maar als er geen énkele ruimte is voor een belangenafweging met de vrijheid van meningsuiting, dan gaat me dat echt te ver. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat strafrechtjournalistiek een categorische ban in Google moet krijgen?

Arnoud