Hoe kan ik sommig commercieel gebruik toestaan bij Creative-Commonslicenties?

Een lezer vroeg me:

Ik ben fotograaf en maak portretfoto’s. Nu had ik het idee om een dienst aan te bieden waarbij je gratis een portretfoto kunt maken, onder de Creative-Commonslicentie Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken (BY-NC-ND). Zo kunnen mensen als privépersoon een mooie foto publiceren op hun Facebookpagina en krijg ik naamsbekendheid. Willen mensen die foto commercieel gebruiken, dan moeten ze apart komen betalen.

Nu liep ik tegen één probleem aan: wat nu als mensen die foto op een bedrijfswebsite zetten of aan hun Linkedin- of Plaxo-profiel koppelen? Dat zijn immers zakelijke netwerken. Is dan sprake van ‘commercieel gebruik’? Hoe kan ik aangeven dat dat wel mag (met mijn naamsvermelding natuurlijk) zonder meteen ál het commercieel gebruik toe te staan?

Creative Commons is een set standaardlicenties waarmee je kunt aangeven dat mensen je werk mogen gebruiken, behoudens enkele uitzonderingen Auteursrecht zoals het zou moeten werken dus. Omdat het standaardlicenties zijn, zijn de regels zwartwit en is het niet mogelijk om eigen uitzonderingen toe te voegen.

Speciaal voor commercieel gebruik betekent dat dat je alleen mag kiezen of dat wél of niet mag, maar niet welke vormen van commercieel wel of niet mogen. Je mag bijvoorbeeld niet zeggen dat een goed doel je foto wél mag gebruiken voor een wervingscampagne maar een bedrijf niet in zijn advertentiecampagnes. Beide campagnes zijn gericht op “financieel gewin” en dat is de definitie van “commercieel”. Dus of beiden mogen, of geen van beiden.

Een oplossing die soms werkt, is toelichten hoe je een bepaald twijfelgeval interpreteert. Zo’n toelichting is formeel geen deel van de licentie, maar hij kan wel tegen je worden gebruikt want hij bewijst hoe jij het licentiecontract interpreteerde. En daar mag de wederpartij je dan aan houden.

Je zou dus kunnen zeggen “Ik vind het gebruik van een portretfoto op een profielpagina geen ‘gebruik voor direct of indirect geldelijk gewin’ zolang geen geld wordt gevraagd voor het bekijken, publiceren of kopiëren van de foto.” Dit is een verduidelijking van het verbod, en deze gaat niet in tegen de tekst van het verbod zelf. Dat is dus prima.

Natuurlijk zitten hier grenzen. Een uitzondering als “ik vind het maximaal 50 euro vragen voor een kopie geen commercieel gebruik” gaat natuurlijk niet werken, want die tekst spreekt de definitie van ‘commercieel’ tegen. Geld vragen voor een kopie is zó evident commercieel dat je dat niet met een uitzondering opzij kunt zetten.

Arnoud

Is een nog werkende dieplink een openbaarmaking?

sexy-jurkje.pngOh jee, weer een executiegeschil. Maak je een foto openbaar als de dieplink naar het bestand nog steeds werkt, maar die URL nergens bekend is? Dat was de vraag (via) waar de rechter in een ruzie over de naleving van een vonnis over auteursrechtschending voor stond.

In juni werd het bedrijf Benstout veroordeeld wegens auteursrechtinbreuk. Het had in haar webshop foto’s van lingerie gebruikt van het Amerikaanse bedrijf Dreamgirl, dat daar geen toestemming voor had gegeven.

Het verweer van Benstout dat zij de betreffende foto’s had gekregen van de Chinese leverancier, werd niet geaccepteerd. Zelfs al zou men uit onwetendheid hebben gehandeld (wat geen argument is in het auteursrecht), dan nog vervalt dat omdat de Nederlandse wederverkoper ze herhaaldelijk op de inbreuk had aangesproken. Het bedrijf werd dan ook veroordeeld tot het verwijderen van de foto’s, op straffe van een dwangsom van 500 euro per dag.

Nu stond men er weer: waren de dwangsommen verschuldigd? Er bleken namelijk nog diverse foto’s oproepbaar die bij vonnis neit meer gepubliceerd mochten worden. Die foto’s waren echter geen onderdeel meer van de website, ze waren alleen nog in te zien als je de directe URL (http://static.mijnwebwinkel.nl/winkel/benstout/thumb15330710.jpg) intypte. Maar ze stonden er wel.

Ik was daarnet wat onnauwkeurig toen ik zei “verwijderen”. Het vonnis sprak specifiek van het stoppen van inbreuk, oftewel het staken van “openbaar maken en/of verveelvoudigen van deze foto’s”. En op die grond meent de rechter dat aan het vonnis is voldaan:

Die foto’s konden slechts worden gevonden indien men beschikte over “inside” informatie, namelijk de volledige URL beginnend met ‘static”. Zonder die kennis was het niet mogelijk de foto’s op de server te vinden. Onder dergelijke omstandigheden kan niet worden vol gehouden dat die bewuste foto’s op de server voor het gewone publiek toegankelijk waren.

De foto’s werden dus niet meer openbaar gemaakt of verveelvoudigd. Daarmee is geen sprake van verbeurde dwangsommen. Terecht, lijkt me. (Bij Mediareport wijzen ze erop dat dit in de Majesteit-zaak ook zo gevonnist werd.)

Je vraagt je af waarom iemand gaat procederen over foto’s die alleen met een dieplink nog op te roepen zijn.

Arnoud

Geldt de privacywet ook voor overleden personen?

wanted-poster-persoonsgegeven.pngEen lezer vroeg me:

Ons gemeentearchief beschikt over een zeer grote hoeveelheid bronmateriaal over oud-inwoners. Nu wil ik graag een verhaal schrijven over een moordzaak uit 1920 die destijds de gemeente nogal bezighield. Mag ik dat doen en daarbij de naam van de moordenaar en slachtoffers noemen? En kan ik dan ook een foto uit het archief daarbij publiceren? Of geldt de privacywet nog steeds?

Het gebruik van iemands naam in een publicatie valt in principe onder de privacywet, de Wet bescherming persoonsgegevens. Deze eist eigenlijk altijd toestemming van de betrokken persoon. Een naam publiceren zonder toestemming mag alleen in zeer uitzonderlijke gevallen, zo bepaalt de Wbp. De persvrijheid is zo’n uitzondering: als de nieuwswaarde groter is dan het privacybelang van de betrokkene, dan mag je deze publiceren.

Bij een overleden persoon geldt de Wbp echter niet meer. Je mag dus namen en informatie publiceren over deze personen zonder nadere toestemming of een belangenafweging. Alleen als de publicatie óók de privacy raakt van nog levende personen (bijvoorbeeld de kinderen of kleinkinderen), kan alsnog toestemming nodig zijn. Als je bijvoorbeeld vermeldt waar de moordenaar woonde en diens kleinkinderen wonen daar nog, dan zou de privacy in het gedrang kunnen komen.

Voor foto’s geldt het portretrecht. Dit geldt tot 10 jaar na overlijden. Dit is dus een ietwat merkwaardige kronkel: wil je publiceren over iemand die pas 5 jaar dood is, dan mag je wél zijn naam zomaar noemen maar niet zijn foto publiceren.

Bij het portretrecht geldt normaal een afweging van het “redelijk belang tegen publicatie”. Dit is in essentie hetzelfde als bij de uitzondering in de Wbp: als de nieuwswaarde groter is dan het privacybelang van de betrokkene, dan mag je deze publiceren. Echter, als de foto in opdracht van de geportretteerde is gemaakt, dan is toestemming nodig en kom je er niet met “er is geen redelijk belang”.

Een detail is nog dat het hebben van de foto in het archief niet impliceert dat je de foto mag publiceren. Een in 1920 gemaakte foto kan nog prima auteursrechtelijk zijn beschermd, want het auteursrecht loopt tot 70 jaar na de dood van de fotograaf. Als deze laten we zeggen 30 jaar oud was in 1920 en op tachtigjarige leeftijd overleed, dan is de foto pas op 1 januari 2041 rechtenvrij. Ja, 2041.

Het zou kunnen dat de foto door de politie is gemaakt. Dan is publicatie toegestaan mits je de bron noemt (“Foto: Politie Amsterdam, circa 1920”). Bij particuliere fotografen zul je op zoek moeten naar de fotograaf en diens toestemming vragen als je zijn foto’s wilt kopiëren of publiceren. Kun je die niet vinden, dan mag je de foto niet gebruiken. Eventueel kun je bij Foto Anoniem een vrijwaring kopen, maar die is niet goedkoop.

Arnoud

Mogen foto’s van een festival gepubliceerd worden?

Een lezer wees me op de dienst Oypo waar fotografen foto’s kunnen verkopen die ze op festivals gemaakt hebben. Het idee is heel simpel: neem fotografen het gedoe met verkopen/leveren van foto’s uit handen. Ze maken foto’s, geven mensen een kaartje waar Oypo op staat, en daar kan dan worden besteld. Oypo regelt het aanleveren, betalen en de vergoeding voor de fotograaf. Mooi, alleen: mag dat wel van het portretrecht?

Het portretrecht maakt onderscheid tussen twee situaties. Wanneer geposeerd is voor de foto, en deze dus in opdracht is gemaakt, is toestemming nodig voor verhandelen of publiceren van de foto. Zo’n foto mag dus via Oypo alleen worden verkocht aan de persoon die er op staat.

De meeste festivalfoto’s zullen eerder spontane situaties betreffen. Dergelijke foto’s mogen worden verhandeld zonder aparte toestemming, tenzij er een privacybelang van de geportretteerde is dat zwaarder zou wegen. Dat hangt dus van de foto af: een gewoon dansend iemand kan eigenlijk geen bezwaar maken, maar iemand die ziek in een hoekje zit of zich met de partner (m/v) terugtrekt voor een intiem moment kan wel degelijk protesteren tegen het publiceren of verhandelen van deze foto’s.

Bij minderjarigen zou ik terughoudender zijn: hun privacybelang wordt eerder erkend dan voor volwassenen. De ouders kunnen in principe altijd eisen dat de foto wordt verwijderd met een beroep op de privacy van hun kind.

Het valt me nog op dat de voorwaarden van Oypo vermelden

2.3.1.Bij acceptatie van de Algemene Voorwaarden erkent Gebruiker dat Aanbieder niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor openbaar gemaakt materiaal van Gebruikers en dat Aanbieder niet het materiaal controleert dat door Gebruikers via Oypo wordt geopenbaard.

maar ik denk dat dat alleen gaat over de dienst van Oypo zelf en niet het portretrecht op de geplaatste foto’s. Artikel 7.6 biedt een mogelijkheid om te eisen dat je persoonsgegevens – dus ook je foto – verwijderd worden van de site. Update (3/8) Oypo bevestigt dit in de comments, en legt tevens uit hoe zij handelt bij klachten.

Arnoud

Een curieus takedownverzoek op een foto van een aap

aap-foto-publiek-domein-hoor.jpgZit er auteursrecht op de foto hiernaast? Je zou zeggen van wel: leuke camerahoek, kleurspel, precies goede moment gekozen om af te drukken.

Alleen: de maker is in dit geval de afgebeelde aap die de camera had geleend (via) van fotograaf David Slater. Het beest bleek geïntrigeerd door de reflectie van hemzelf in de lens, en drukte door zuiver toeval precies op het beste moment op het knopje.

Het nieuwtje werd opgepikt door Techdirt, dat zich verwonderd afvroeg waarom er op deze foto’s een copyrightnotice stond. Immers, een aap kan toch geen rechten bezitten?

Aardige discussie voor de vrijmibo, maar het wordt leuker: niet gehinderd door enige juridische kennis stuurde het fotoagentschap van Slater een takedownbevel:

These images are being used without David’s or our permission, therefore can I ask you remove these images from your site immediately.

Navragen hoe meneer Slater aan de auteursrechten zou zijn gekomen – een aap is niet handelingsbekwaam immers, dus hoe tekent hij die akte – leverde de volgende draaikontreactie op:

You have blatantly ‘lifted’ these photographs from somewhere – I presume the Daily Mail online. On the presumption that you do not like to encourage copyright theft (regardless of who owns it) then please remove the photographs.

Hier begrijpt iemand het auteursrecht niet. Er is geen eigenaar van deze foto, aangezien de aap geen rechten kan hebben en er geen enkele bemoeienis van Slater was bij het totstandkomen van de foto.

Maar zelfs als de aap het in opdracht van Slater handelende werktuig was (zeg maar een harige afstandsbediening), dan nog kan er geen sprake zijn van inbreuk. Het tonen van zo’n opmerkelijke foto is een vorm van beeldciteren, zeker wanneer je de foto ook nog eens als startpunt van een discussie neemt over auteursrechten.

Het gemak waarmee auteursrechtproponenten menen dat alles maar onder hun rechten moet vallen, en dat elk verweer een smoesje is van een vuile inbreukmaker, begint me steeds meer de keel uit te hangen. Maar dat wist u al.

Update (19/7): via Boek9 een vonnis over inbreuk op auteursrechten op luchtfoto’s.

De rechtbank stelt voorop dat Aerodata als de maker van de luchtfoto’s ingevolge artikel 1 Auteurswet het uitsluitend recht heeft die luchtfoto’s openbaar te maken en te verveelvoudigen. Anderen mogen dit niet dan met de voorafgaande toestemming van Aerodata.

Jammer dat niet betwist is of er wel auteursrechten op de foto’s zit. Immers een camera onder een vliegtuig hangen lijkt me niet creatief. Maar misschien hing er wel iemand uit het raam met een camera?

Arnoud

Is tonen van een screenshot automatisch een citaat?

spits-citaat.pngEen lezer vroeg me:

Ik weet dat op foto’s auteursrecht rust. Je kunt niet zonder meer een afbeelding van een andere website kopiëren en deze in een artikel op je eigen website plakken. Maar het valt me op dat sommige websites een truc hebben bedacht: in plaats van een afbeelding overnemen maken ze een screenshot (printscreen) van de originele site en die tonen ze dan. Om deze regel (vermoedelijk) te omzeilen merk ik dat sommige websites hier een handigheidje voor hebben bedacht: als afbeelding in hun artikel, plaatsen ze een printscreen van de website waar de daadwerkelijk gewenste afbeelding gedeeltelijk op staat.

Een recent voorbeeld is dit Spitsnieuws artikel over Paris Hilton. De afbeelding behorend bij het artikel is een printscreen van de website The Sun waar het artikel staat, en dus ook de afbeelding. Is het zo automatisch een citaat en dus legaal?

Of het overnemen van een afbeelding is toegestaan, hangt niet af van de wijze van overnemen. Of je nou de afbeelding opslaat en een kopie uploadt, een screenshot van de website plaatst of een foto van je monitor maakt en die uploadt, het is en blijft een kopie van de afbeelding. Het auteursrecht geldt niet per verschijningsvorm maar geldt voor het beeld als zodanig. Zelfs met potlood natekenen van die foto is een verveelvoudiging in de zin van de auteurswet.

Overnemen van beeld (ongeacht dus de manier waarop) mag alleen met toestemming van de fotograaf, of wanneer een wettelijke uitzondering geldt. Een zo’n uitzondering is het beeldcitaatrecht. Deze uitzondering geldt bijvoorbeeld wanneer je foto’s die nieuwswaardig zijn wilt tonen in de context van een artikel over dat nieuws. Deze foto van mevrouw Hilton is nieuws, dus je moet wel deze foto laten zien om het nieuws te kunnen bespreken. Zolang je een bronvermelding hanteert, zou dat legaal moeten zijn.

Ook kan een site als Spitsnieuws zich mogelijk beroepen op de persexceptie als het gaat om actueel nieuws dat ze moeten overnemen.

Waarom Spitsnieuws werkt met screenshots in plaats van gewoon een gecopypastede foto, weet ik niet. Misschien is het gemakzucht, misschien vinden ze dat een mooie manier van bronvermelding of misschien hopen ze zo de plaatjeszoekmachine van TinEye en collega’s te frustreren. Maar je bent niet automatisch legaal als je een screenshot plaatst.

Arnoud

Gaat Getty Images procederen in Nederland?

geen-getty.pngIn 2009 blogde ik over de diverse blafbrieven die het stockfotobedrijf rondstuurde naar alles en iedereen dat een foto van haar zou gebruiken. Ik heb er tientallen gezien, met bedragen variërend van enkele honderden tot vele duizenden euro’s. Allemaal verstuurd vanaf het Ierse Getty, en vaak ook nog alleen in het Engels. Maar wie de foto meteen weghaalde en niet in discussie ging, hoorde er niets meer van.

Nu lijkt daar verandering in te zijn gekomen. Hoewel Getty Ierland nog steeds brieven stuurt, is nu ook het Nederlandse Van der Steenhoven Advocaten (“Een gerust gevoel”) bezig met het leggen van eisen. En dat wijst er toch wel op dat men wil doorpakken: een Nederlandse advocaat huur je als Iers bedrijf niet in te blaffen maar om te bijten.

Wel lijkt het erop dat men zich beperkt tot de grote gevallen. De sommatiebrieven van Van der Steenhoven die ik heb gezien, zijn allemaal voor vele duizenden euro’s – het record lag iets boven de 20.000. Ja, 20.000 euro voor gebruik van enkele foto’s op een website. En dat terwijl de prijscalculator bij Getty eerder tientjeswerk oplevert dan honderden, laat staan duizenden euro’s.

Hoe dan ook, wie een Getty-sommatie krijgt via deze Nederlandse advocaat doet er goed aan zelf ook een advocaat te zoeken, en wel onmiddellijk. Want alleen weghalen helpt niet – wie geen inhoudelijk verweer voert of de hoogte van de claim betwist, mag het volle pond betalen.

Het Bredase IE-kantoor BRight Advocaten heeft zich gemeld: ook zij zetten graag de tanden in uw Getty-claims, tegen gereduceerd tarief. Andere beschikbare advocaten zijn Teun Burgers, IE-advocaat bij Cordemeyer & Slager, IE-advocaat Quirijn Meijnen, Van der Aa & Koers Advocaten en Louwers Advocaten. Ook advocaat Filip Van Eeckhoutte zet zich graag in tegen een gereduceerd tarief voor particulieren en ZZP’ers, net als advocatenkantoor yspeert vwl en QuestIE advocatuur.

Elke andere IE-advocaat die voor een redelijk tarief gedupeerden wil helpen, mag zich hieronder (of per mail) bij mij melden en wordt dan ook hier vermeld.

Update (3 oktober 2011) bij TROS Radar aandacht voor Getty, met bijdragen van advocaten Teun Burgers, BRight Advocaten en Eveline Kubbenga. En nog steeds niemand die is aangeklaagd.

Update (2015) Lees ook mijn artikel De schade bij een online auteursrechtinbreuk anno 2015 met samenvatting van de jurisprudentie.

Arnoud

Mag je bloggen over je kind?

kinderen-oppassen-bord-verkeersbord-waarschuwing.pngMag je als vader zonder ouderlijk gezag op een blog schrijven over je kind, inclusief foto? Met die lastige vraag zag eind januari de rechtbank Arnhem zich geconfronteerd. Ik krijg daar zelf ook veel mail over (zie bv. de blog Je ex zet foto’s van je kind online) en elke keer blijkt het weer zó lastig te liggen dat een algemeen antwoord nauwelijks te geven is.

Dat concludeert nu ook de rechtbank: het gaat hier om een botsing tussen de vrije meningsuiting van de vader en de privacy van het kind. Die twee grondrechten zijn in beginsel gelijkwaardig, dus je kunt niet op voorhand zeggen dat één van de twee altijd moet winnen. De enige manier om te bepalen wat de doorslag behoort te geven, is door te kijken naar de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij speelt een belangrijke rol de vraag of de uitlatingen die worden gedaan op waarheid berusten en de manier waarop die uitlatingen worden gedaan.

In dit geval ging het om de volgende inhoud:

Op de weblog staat één sterk verouderde foto van [naam minderjarige], waarvan onweersproken is gesteld dat de huidige [naam minderjarige] daarin niet kan worden herkend. De spaarzame andere foto’s op de weblog zijn van familieleden van [gedaagde]. De weblog is voornamelijk een korte opsomming van gebeurtenissen in het leven van [gedaagde] zelf, zoals het overlijden van zijn moeder en de geboorte van een neefje. …

Daarnaast vermeldt de weblog jaarlijks een felicitatie aan [naam minderjarige] op zijn verjaardag met de vermelding dat [naam minderjarige] nog altijd een rol speelt in het leven van [gedaagde]. [gedaagde] schrijft dus met name over zichzelf op de weblog en over zijn gevoelens voor [naam minderjarige]. Er staat feitelijk niets op de weblog over het leven van [naam minderjarige], behoudens dat hij een vader heeft die hem mist. …

Onbetwist is dat [gedaagde] vanaf 2003 geen enkel contact meer heeft met [naam minderjarige] en [eiseres] sindsdien ook geen enkele informatie over [naam minderjarige] aan [gedaagde] heeft gegeven, ondanks de aan [eiseres] opgelegde informatieplicht in de beschikking van 9 november 2005.

Een dergelijk verslag vindt de rechtbank niet onrechtmatig. Er wordt niets onbetamelijks of smadelijks gezegd, en onvoldoende onderbouwd is dat de privacy van het kind met deze publicatie geschonden zou worden. Het enkele noemen van de naam is kennelijk niet genoeg om een privacyschending te krijgen (vergelijk Persvrijheid versus Wet bescherming persoonsgegevens van 2 weken terug).

In 2009 echter vond de rechtbank Almelo nog dat het plaatsen van foto’s op een publieke (niet-afgeschermde) Hyvespagina inbreuk op de privacy opleverde. Heel veel verschil tussen namen en foto’s zie ik eigenlijk niet. Sterker nog ik zou zeggen dat een tekst met voor- en achternaam erger is dan een foto – namen zijn googelbaar, foto’s (nog) niet.

Arnoud

“De wijze van schadeberekening is niet juist, dan wel niet redelijk”

sapph-lingerie.pngGoh, da’s een vonnis om vrolijk van te worden: doorlinken naar een site geen nieuwe openbaarmaking, die richtprijzen fotografie daar doen we niet aan én het gaat over een pikant onderwerp ook nog. Het lingeriemerk Sapph had een fotograaf ingehuurd voor reclamefoto’s. De uitleg van het contract leidde tot een fors juridisch geschil, waarbij de fotograaf uiteindelijk maar liefst 2,6 miljoen euro aan schadevergoeding eiste. Daar blijft maar bar weinig van over – zo’n 13.000 euro – want de rechtbank hanteert als terechte maatstaf voor de schade de misgelopen royalties en niet de fantasievolle 300%-berekenwijze van de Fotografenfederatie. En meerdere domeinnamen maken van een website nog niet méérdere sites.

Sapph wilde de fotograaf inhuren voor een serie reclamefoto’s, en dat wilde die fotograaf ook wel maar wel onder zijn eigen eisen en voorwaarden. Hij zag zichzelf niet als gewoon een reclamefotograaf die eenmalig betaald krijgt, en hij wilde dan ook per herpublicatie opnieuw geld. Na enig geharrewar ging Sapph akkoord, maar u voelt hem al aankomen: de afspraak was niet helemaal tot volle tevredenheid doorgecommuniceerd binnen alle gelederen van het bedrijf. Er werd dus vrolijk gebillboard en geposterd met die foto’s zonder dat daarvoor per publicatie opnieuw werd afgerekend met de fotograaf. Dat wordt door de rechtbank afgestraft: als je zo’n expliciete afspraak maakt, dan zit je daaraan vast ook al is de afspraak zeer ongebruikelijk binnen de reclame.

Dan komt het bekende probleem bij auteursrechtschendingen: welk bedrag aan schade is er geleden? Bij een kras op je auto is dat objectief vast te stellen, maar bij een ongautoriseerde kopie van een foto op een billboard heel wat minder. De fotograaf kwam aan een bedrag van EUR 2.646.390,40, berekend aan de hand van de algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie. Die bepalen:

Op grond van artikel 15 van de algemene voorwaarden is Sapph volgens [A] voor elk gebruik van een werk (buiten het eenmalig gebruik op grond van de licentie) een vergoeding verschuldigd van tenminste driemaal de “bij de fotograaf gebruikelijke vergoeding voor een dergelijke vorm van gebruik”, met een minimum van EUR 500,–. Voor de bepaling van de “gebruikelijke vergoeding” knoopt [A] aan bij de richtprijzen. Bij het nalaten van het vermelden van zijn naam dient, aldus [A], dit bedrag te worden verhoogd met 100 % van de bij de fotograaf “gebruikelijke vergoeding voor een dergelijke vorm van gebruik” op grond van artikel 16 van de algemene voorwaarden.

De rechtbank vindt deze vaak gehanteerde dikkeduimmethode “niet juist, dan wel niet redelijk”. Terecht concludeert men dat de schade niet hoger kan zijn dan de afgesproken vergoeding. Die is de fotograaf misgelopen en die moet dus alsnog worden betaald. En zo hoort het.

Ook verwerpt de rechtbank de verzesvoudiging van de schade omdat Sapph’s website sapphlingerie.com ook bereikbaar was vanaf de domeinnamen sapph.be, spahh.eu, sapphbeach.be, sapphbeach.eu en sapphbeach.nl. Dit zijn slechts aliassen en geen aparte websites, dus van vijf maal herpublicatie op die andere domeinnamen kan geen sprake zijn.

Wel erkent de rechtbank dat de naam van de fotograaf genoemd had moeten worden. Dat was immers expliciet afgesproken, en afspraak is afspraak – ook als het volstrekt ongebruikelijk is om op een reclame-uiting de naam van de fotograaf te vermelden. Lastig is wederom de vraag: wat is de schade? Die is er niet, aldus de rechtbank. Voor dit soort dingen moet je een contractuele boete afspreken, en dat is niet gebeurd. Gewoon maar wapperen met wederom die algemene voorwaarden is niet genoeg. De schade is dus nihil.

Er waren nog vele andere schadeposten, maar omdat die niet (genoeg) waren onderbouwd geeft de rechtbank nu gelegenheid om die nader uit te werken. Ik ben heel benieuwd.

Arnoud<br/> Foto: Shoppen.blog.nl

Ik wil niet in het smoelenboek!

smoelenboek-frankwatching.pngVrijwel ieder bedrijf krijgt het op zeker moment: een smoelenboek op intranet. Handig om je collega’s te kunnen herkennen. Maar niet iedereen wil graag met naam en vooral met foto in dat smoelenboek. Zo’n publicatie kan voelen als een privacyschending. Maar is het dat ook?

Het College Bescherming Persoonsgegevens is duidelijk: een werkgever mag alleen foto’s in een smoelenboek zetten als daar toestemming van de geportretteerde voor is. Dat is inderdaad de hoofdregel uit de wet (artikel 8 Wet bescherming persoonsgegevens). Maar er is een uitzondering: als de werkgever een aantoonbare noodzaak heeft die zwaarder weegt dan je privacy, dan mag de werkgever zonder je toestemming die foto gebruiken.

Nu lijkt het me wenselijk en belangrijk dat collega’s elkaar leren kennen, en of ze dat nu bij het koffieapparaat doen of via intranet, maakt voor mij niet uit. Maar of dat genoeg is om de privacy opzij te zetten? Ik weet het niet.

Een smoelenboek op intERnet vereist eigenlijk altijd toestemming. Het “zwaarwegend belang” zal hier maar zelden bestaan, behalve misschien bij mensen met een zeer publieke functie heeft waarbij de herkenbaarheid voor het publiek essentieel is voor het bedrijf. Denk aan een management- of een public-relationsfunctie.

Een complicatie bij smoelenboeken dat foto’s als gevoelige persoonsgegevens gezien kunnen worden: je kunt erop zien van welk ras iemand is, en vaak ook of hij een bepaalde ziekte of medische beperking heeft. Dergelijke gegevens mag je als bedrijf helemaal niet verwerken, tenzij “met het oog op de identificatie van de betrokkene” (dus een pasfoto op de toegangspas mag wel), dit geschiedt met uitdrukkelijke toestemming of de betrokkene zelf de gegevens “duidelijk openbaar” heeft gemaakt.

Alles bij elkaar denk ik dat je als bedrijf dus maar beter te allen tijde toestemming kunt vragen van de medewerkers voordat je hun foto op intranet (laat staan internet) kunt zetten.

Hebben jullie een smoelenboek op intra- dan wel internet? En hoe is dat gegaan met toestemming?

Arnoud