“Advertenties niet bekijken is inbreuk en diefstal”

Speciaal voor Branko: Dit is Adblock PlusIk bekijk geen advertenties, mag dat? Veel Firefox gebruikers installeren de AdBlock Plus plugin, die automatisch advertenties en popups wegfiltert uit webpagina’s. Dat bladert een stuk rustiger, maar sitebeheerders zien hun advertentie-inkomsten natuurlijk wel omlaag gaan. Eén sitebeheerder is daar zo boos over geworden dat hij de site Why FireFox is Blocked is begonnen. Daarop fulmineert hij:

Software that blocks all advertisement is an infringement of the rights of web site owners and developers. Numerous web sites exist in order to provide quality content in exchange for displaying ads. Accessing the content while blocking the ads, therefore would be no less than stealing. Millions of hard working people are being robbed of their time and effort by this type of software.

Inbreuk van welke rechten, vraag ik me dan af. Het recht om geld te verdienen? Niemand is verplicht om advertenties te bekijken, laat staan er op te klikken. Het verschil tussen een advertentie waar ik overheen lees, en eentje die ik niet eens opmerk, zie ik niet.

Het auteursrecht dan? Het weghalen van een stuk van een webpagina is tenslotte een bewerking van een beschermd werk, en dat mag niet zonder toestemming. Zo is bijvoorbeeld een dienst die andermans webpagina’s naar WAP of andere formaten omzet, niet zomaar toegestaan. Maar daarbij is cruciaal dat de dienst de gewijzigde werken aanbiedt. Dat is openbaarmaking, doorgifte, en dat mag eenvoudigweg niet.

Een privépersoon die op zijn eigen PC een werk bewerkt, heeft veel meer auteursrechtelijke ruimte. De belangrijkste ruimte krijgt hij -alweer- door de thuiskopie:

de verveelvoudiging welke beperkt blijft tot enkele exemplaren en welke uitsluitend dient tot eigen oefening, studie of gebruik van de natuurlijke persoon die zonder direct of indirect commercieel oogmerk de verveelvoudiging vervaardigt

Nu is advertenties filteren niet zomaar een kopie maken, maar een kopie in gewijzigde vorm. Echter, ook dat valt onder de thuiskopie. Want:

Onder de verveelvoudiging van een werk … wordt mede verstaan … iedere geheele of gedeeltelijke bewerking of nabootsing in gewijzigden vorm, welke niet als een nieuw, oorspronkelijk werk moet worden aangemerkt. (artikel 13 Auteurswet)

Waar dus “verveelvoudiging” staat, mag je ook lezen “iedere bewerking die geen nieuw werk oplevert”. En alleen de advertenties ergens uitknippen, levert geen nieuw werk op.

Via Security.nl, dat mogelijkheden voor misbruik signaleert: Internet Explorer is zo lek als een mandje qua beveiliging, dus je kunt nu onder het mom van broodroof mensen overhalen zich kwetsbaar op te stellen.

Arnoud

Arrestatie voor illegaal gebruik draadloos netwerk (wifi)

In Engeland is een man gearresteerd vanwege het feit dat hij zonder toestemming gebruik maakte van een draadloze internetverbinding, meldt Techzine.

De 39-jarige man werd dinsdag gearresteerd door twee politieagenten in West-Londen. Deze werden achterdochtig nadat zij de man buitenshuis zijn laptop zagen gebruiken, in de wijk Prebend Gardens. Tijdens ondervraging van de agenten gaf hij toe de onbeveiligde draadloze internetverbinding van iemand anders te gebruiken. Hij is op borg vrijgelaten terwijl de politie de zaak verder onderzoekt.
Niet de eerste keer trouwens.

Zowel in Nederland als in Engeland is het strafbaar om gebruik te maken van andermans draadloos netwerk wanneer het opzettelijk en wederrechtelijk gebeurt. Ook als daarbij geen beveiliging wordt omzeild of misleid. Wel moet het voor de ‘meesurfer’ kenbaar zijn dat hij op verboden terrein zit, bijvoorbeeld doordat een netwerknaam met daarin ‘verboden toegang’ wordt gebruikt.

Het is natuurlijk voor de politie erg lastig om te zien of iemand illegaal meesurft. Zonder aangifte door de eigenaar van het netwerk zou ik niet verwachten dat de politie optreedt. Maar je weet nooit wat het OM bedenkt natuurlijk als ze klaar zijn met downloaden aanpakken.

UPDATE: ik ben “juristen” volgens NU.nl.

Arnoud

Malware hard aangepakt door… de OPTA!

674262_bug_pc_virus.jpgEen verrassende nieuwe speler in de strijd tegen computercriminaliteit: de OPTA! Iedereen meldt over de harde aanpak van de OPTA om de verspreiding van malware tegen te gaan. Er zijn veel definities van malware, kwaadaardige software, maar de OPTA ziet het breed: software die ongevraagd wordt geïnstalleerd. Vaak is dat ook spyware, maar dat hoeft dus niet per se. Want ongevraagd installeren van software is verboden op grond van het (Koninklijk) Besluit Universele Dienstverlening, dat aangenomen is krachtens de Telecommunicatiewet.

Artikel 4.1 van dat Besluit regelt dat opslaan van gegevens op iemands computer alleen mag als men eerst de gebruiker duidelijk en nauwkeurig informeert over het hoe en waarom, en ook nog eens op een “voldoende kenbare wijze” gelegenheid biedt om dat opslaan te weigeren. En software zijn ook gegevens, dus het installeren van software valt hieronder. De Nota van Toelichting bij dit artikel verklaart:

Het gaat hier dan bijvoorbeeld niet alleen om het gebruik van cookies, maar ook om het gebruik van webtaps, spionage-software of soortgelijke programmatuur (waaronder zogeheten dialer-programma’s – inbelprogramma’s).

Verspreiding van malware is sinds vorig jaar een strafbaar feit. Het verspreiden of ter beschikking stellen van programma’s die bestemd zijn om schade aan te richten in een geautomatiseerd werk is strafbaar met maximaal vier jaar cel (art. 350a lid 3 Strafrecht). Maar het strafrecht is een stuk trager dan een besluit van de OPTA. Bovendien moet dan bewezen worden dat de slachtoffers schade hebben opgelopen en dat die schade het doel was van de malware. Een stuk spyware dat alleen geanonimiseerde gegevens verzamelt en doorgeeft, zal niet snel onder het strafrecht vallen. Maar omdat het ongevraagd wordt geïnstalleerd, kan de OPTA er tegen optreden.

De beste manier om malware te bestrijden blijft natuurlijk preventie.

UPDATE (22 december): de eerste boete is binnen.

Arnoud

Contract eenzijdig aanpassen mag niet zomaar (goh)

Amerikaans Internetrecht met een hoog “duh” gehalte: een bedrijf mag overeenkomsten niet eenzijdig aanpassen door simpelweg aangepaste voorwaarden op de website te zetten, zo besliste het 9e Hof van Beroep onlangs.

Eenzijdig aanpassen van voorwaarden mag in Nederland op zich wel, mits aan twee voorwaarden is voldaan.

Ten eerste moet in de oorspronkelijke overeenkomst zijn afgesproken dat de partij in kwestie het recht heeft om de voorwaarden eenzijdig aan te passen. Staat dat nergens, dan mogen de voorwaarden alleen worden aangepast als beide partijen daarmee instemmen.

Ten tweede moet de wederpartij in dat geval het recht hebben de overeenkomst op te zeggen. Dit blijkt uit de wettelijke regeling omtrent algemene voorwaarden: een beding dat een partij het recht geeft de overeenkomst zomaar te wijzigen, wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn (art. 6:237 sub C BW). Bij een overeenkomst tussen twee (grote) bedrijven ligt dit anders. Als die met elkaar willen afspreken dat de een zomaar de overeenkomst mag aanpassen, dan mag dat. Je zou alleen wel gek zijn als bedrijfsjurist als je daarmee instemde.

En natuurlijk moet je het wel meedelen aan de wederpartij. Je kunt ook in Nederland niet volstaan met een aanpassing op je website. Je zult echt de mensen individueel aan moeten schrijven met de nieuwe voorwaarden.

Arnoud

Vraag het Mr. Ras: Wanneer is een blog hoster aansprakelijk? (op ISPam.nl)

In de serie Vraag het Mr. Ras op ISPam.nl beantwoordt Steven Ras van ICTRecht vragen over internetrecht. En zolang hij mij linkt bij de antwoorden, verwijs ik er graag naar. 🙂

De nieuwste vraag gaat over de aansprakelijkheid van providers. Een hostingprovider is in principe niet aansprakelijk voor informatie die klanten via hun websites of blogs op de server van de provider aanbieden. De wet bepaalt dat providers wel moeten werken met een “notice and take down” regime: optreden bij klachten. Maar wat is nu gepast optreden?

Indien jullie een melding ontvangen met het verzoek bepaalde informatie te verwijderen of te blokkeren, dient deze melding door jullie te worden beoordeeld. Mijn advies bij de beoordeling:
  • Niet aan de informatie komen bij twijfel over de onrechtmatigheid. Raadpleeg eventueel een jurist.
  • Verwijder of blokkeer de informatie indien onomstotelijk vaststaat dat het onrechtmatige informatie betreft (bijvoorbeeld zoals de in de vraag genoemde speelfilm).
Bij twijfel zal uiteindelijk de rechter moeten beoordelen of de informatie daadwerkelijk onrechtmatig is. Ik ben namelijk van mening dat een webhoster niet op de stoel van de rechter moet gaan zitten.

En zo hoort het ook. Zorgelijk is de ontwikkeling dat de webhoster of provider juist gedwongen wordt zelf te beslissen of iets onrechtmatig is.

Arnoud

Is Surfnet een openbare Internetaanbieder?

Planet meldt over een “keiharde botsing tussen Surfnet en de OPTA”. De OPTA is belast met het toezicht op de naleving van de Telecommunicatiewet. Openbare Internetproviders moeten zich aan allerlei regels uit die wet conformeren, waar besloten providers geen last van hebben. Surfnet biedt netwerkdienstverlening voor de aangesloten organisaties, en ziet zichzelf niet als een openbare Internetprovider:

Surfnet zegt zich met aanbod van toegang tot internet te beperken tot onderzoek, onderwijs en culturele instellingen, zo ongeveer het veld van het ministerie van OC&W, onderwijs, cultuur en wetenschap. Het departement financiert Surfnet indirect het meest via bijdragen die onderwijs- en onderzoeksinstellingen betalen voor de internetontsluiting.

De OPTA heeft nu Surfnet gesommeerd zich te conformeren aan de Telecommunicatiewet. In het besluit motiveert de OPTA waarom zij vindt dat Surfnet wel degelijk een openbaar elektronisch communicatienetwerk exploiteert en daarom gebonden is aan de wet.

Dat Surfnet een wat de wet noemt “elektronisch communicatienetwerk” onderhoudt, is duidelijk. De vraag is dus of het een “openbaar” netwerk is. Dat is het geval als sprake is van een

elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder mede wordt begrepen een netwerk, bestemd voor het verspreiden van programma’s voor zover dit aan het publiek geschiedt.

En een “openbare elektronische communicatiedienst” is dan weer een “elektronische communicatiedienst die beschikbaar is voor het publiek”. Dat wordt uitgelegd als hoofdzakelijk beschikbaar voor het publiek. Wordt het Surfnet-netwerk dus hoofdzakelijk gebruikt voor elektronische communicatiediensten voor het publiek?

Surfnet zelf stelt dat hun netwerk niet beschikbaar is voor het publiek, maar uitsluitend voor de instellingen die passen binnen de doelomschrijving. Nu is dat misschien wat simpel gezegd, er zijn Internetproviders genoeg die zich op specifieke doelgroepen richten (bedrijven, nonprofit instellingen, particulieren) maar daarmee zijn ze nog wel openbaar. Bij de behandeling van de Telecommunicatiewet werd bijvoorbeeld een bedrijfsnetwerk (LAN) genoemd als voorbeeld van een besloten communicatiedienst. Maar waar trek je de grens?

De OPTA grijpt naar de definitie die gebruikt werd bij de vergunningsprocedure rond Public Access Mobile Radio, een openbaar elektronisch communicatienetwerk voor mobiele communicatiedienstverlening ten behoeve van besloten gebruikersgroepen. En die regeling definieert een besloten gebruikersgroep als volgt:

Een besloten gebruikersgroep bestaat uit gebruikers van elektronische communicatiediensten die onderling een duurzame professionele relatie hebben en daardoor binnen de groep een communicatiebehoefte hebben die voortvloeit uit het gemeenschappelijke belang dat aan deze duurzame relatie ten grondslag ligt. De duurzame professionele relatie omvat meer dan alleen het gezamenlijk afnemen van elektronische communicatiediensten en de besloten gebruikersgroep is niet uitsluitend opgezet om elektronische communicatiediensten af te nemen.

Het criterium wordt hiermee of de groep vooral onderling wil communiceren. Bij een bedrijfsnetwerk is dat duidelijk de bedoeling. Een Internetprovider voor particulieren wil het juist mogelijk maken dat de klant met de hele wereld kan communiceren. Klanten kunnen ook wel met elkaar communiceren natuurlijk, maar dat is in principe irrelevant.

Surfnet gaat bezwaar maken, en vermoedelijk daarna in beroep. Ondertussen heeft Surfnet zich toch maar geregistreerd.

Arnout Veenman ziet het als het zoveelste bewijs van de reguleringsdrang van de OPTA.

Arnoud

OM: “downloaden niet langer gedogen” – was dat illegaal dan?

Het Openbaar Ministerie gaat in hoger beroep in de strafzaak over het aanbieden van links naar inbreukmakende werken. In die zaak werd beslist dat het aanbieden van zulke links medeplichtigheid aan inbreuk op auteursrecht kan opleveren. In De Telegraaf legt het OM uit waarom ze hoger beroep aantekenen:

“Het is bijna normaal geworden om illegale kopieën in bezit te hebben”, aldus officier van justitie Annemieke Drogt. “Nederlandse websites die toegang bieden tot kwalitatief hoogwaardig materiaal, breiden zich uit als een olievlek. Met deze eerste strafrechtelijke vervolging geven we een signaal af: dit accepteren wij in ons land niet langer.”

Nou kan het OM wel van alles vinden, maar voordat iets strafbaar is, moet het toch echt bij wet verboden worden. Opzettelijke inbreuk op het auteursrecht is een misdrijf (art. 31 jo. 33 Auteurswet), dat is waar. Ook het “bewaren uit winstbejag” van een voorwerp met daarop een inbreukmakend werk is strafbaar (art. 32 sub d Auteurswet). Dus aanpakken van sites die werk aanbieden, of links daarnaar, kan inderdaad op grond van de strafbepalingen uit de auteurswet.

Maar die eerste zin verhoudt zich moeizaam tot het Nederlands recht, zou mijn docent Encyclopedie Rechtsgeleerdheid zeggen. Hoezo illegale kopieën in bezit hebben? Veel gedownload werk is een thuiskopie: een kopie die voor strikt eigen gebruik gemaakt wordt en niet met anderen wordt gedeeld. De thuiskopie is legaal, punt uit. En een legale thuiskopie is geen inbreuk op het auteursrecht. Het hebben of maken van een thuiskopie is dus ook geen strafbaar feit.

Ja, dat roep ik al sinds april 2002. Maar ik ben heus niet de enige.

De rechter in de zaak TechnoDesign versus BREIN:

Anderzijds heeft de wetgever blijkens zowel de huidige Auteurswet en de Wet op de naburige rechten als de reeds genoemde Richtlijn en het daaruit voortvloeiende Wetsontwerp bepaald dat op zichzelf het kopiëren (in dit geval door middel van downloaden) van een inbreuk-makend/illegaal mp3-bestand voor eigen gebruik, geen strijd met de Auteurswet of de wet op de naburige rechten oplevert.
In het hoger beroep werd hier niet verder op ingegaan: “Of deze ontvanger recht heeft op een zogenoemde ’thuiskopie’ kan daarom in dit verband verder onbesproken blijven.”

Antwoord op kamervragen aan de Minister van begin augustus:

Vraag 3
Geldt [de thuiskopie-regeling] ook voor het aanbod van werken op het Internet die nog niet legaal voor het publiek te koop zijn of openbaar gemaakt zijn? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord
Artikel 16c Auteurswet stelt niet de eis dat een privékopie uitsluitend mag worden gemaakt van een legale bron. Het ontbreken van de eis dat het origineel ‘legaal’ moet zijn leidt tot een voor consumenten ruimhartig thuiskopieregime. Inherent daaraan is dat van een illegale bron legale privékopieën kunnen worden gemaakt, voor zover de overige wettelijke voorwaarden in acht worden genomen (Kamerstukken II, 2002-2003, 28 482, nr. 5, blz. 33 en Kamerstukken II, 2002- 2003, 28 482, nr. 8, blz. 13). Daaraan heeft allereerst het feit ten grondslag gelegen dat artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van Richtlijn nr. 2001/29 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PbEG L 167; hierna: de richtlijn) evenmin de voorwaarde van de legale bron stelt. Verder kan in een Internetomgeving van een gebruiker over het algemeen niet worden gevraagd te beoordelen of er al dan niet sprake is van een legale dan wel illegale bron. Voorts werd betwijfeld of de introductie van dit onderscheid bij de thuiskopieregeling wel handhaafbaar zou zijn (Kamerstukken II 2002-2003, 28 482, nr. 5, blz. 33), omdat het thuiskopiëren zich bij uitstek in het privédomein van de consument afspeelt.

Uit het daarboven genoemde Kamerstuk 28 482, nr. 5, blz. 33:

Het ontbreken van de eis dat het origineel legaal moet zijn, kan er dus toe leiden dat van een illegale bron legale privé-kopieën worden gemaakt, voor zover de overige voorwaarden die artikel 16c stelt in acht worden genomen. De beperking inzake privé-kopiëren staat het niet toe dat zo’n kopie wordt afgegeven of wordt openbaar gemaakt. … Het heeft mijn voorkeur dat alleen van een legale bron een privé-kopie wordt gemaakt.

Uit het daarboven genoemde Kamerstuk 28 482, nr. 8, blz. 13:

[De thuiskopie-regeling] verbindt aan het privé-kopiëren de voorwaarde dat een vergoeding wordt betaald. Die vergoeding is verschuldigd ongeacht of er sprake is van een legale of illegale bron en wordt geheven bij de producent of importeur en doorberekend aan de consument. Indien bij de vaststelling van de vergoeding de privé-kopie van een illegale bron niet in aanmerking zou worden genomen, dan zou de gebruiker die illegale werken kopieert in feite goedkoper uit zijn. De wet zou dan een premie zetten op gebruik van illegaal werk. Dat dat niet de bedoeling kan zijn verklaart dat ook de richtlijn niet de beperking stelt dat het moet gaan om een legale bron. Het feit dat een heffing is betaald legitimeert overigens niet dat een kopie daarvan vervolgens in omloop of anderszins in het verkeer wordt gebracht. Dat blijft niet toegestaan. Evenmin is toegestaan een privé-kopie in opdracht van derden te maken of een privé-kopie af te geven.

(Deze twee links met dank aan GeenCommentaar.nl’s Parlando maar dan goed)

En al in 2000 schreef auteursrechtexpert en hoogleraar Bernd Hugenholtz:

Downloaden is reproduceren, daarover zijn de auteursrechtgeleerden het wel eens. Is hier sprake van kopiëren voor eigen gebruik? Vermoedelijk wél; als het kopiëren van gehuurde of geleende CD’s is toegestaan, moet het downloaden van Napster-bestanden ook kunnen.

Arnoud

De mythe van de superhacker

Beveiligingsexpert Bruce Schneier vond een paper over The Myth of the Superuser, de mythe van de superhacker.

Veel regels over internet (van beveiligingsmaatregelen tot wetgeving) lijkt gemaakt te worden uit angst voor de superhacker. Die komt overal in, die kan alles, dus alleen rigoreuze maatregelen kunnen ons nog redden.

The experts in computer security and Internet law have failed to deliver us from fear, resulting in overbroad prohibitions, harms to civil liberties, wasted law enforcement resources, and misallocated economic investment. This Article urges policymakers and partisans to stop using tropes of fear; calls for better empirical work on the probability of online harm; and proposes an anti-Precautionary Principle, a presumption against new laws designed to stop the Superuser.

In de praktijk blijken vooral de script kiddies en verzenders van spam de problemen te veroorzaken.

Arnoud

Huizenzoekmachine Jaap moet stoppen met overnemen

Huizenzoekmachine Jaap mag niet langer de teksten en foto’s van te koop staande huizen overnemen van makelaarsites, inclusief Funda, zo bepaalde de rechter afgelopen donderdag. Wel mag Jaap korte stukjes, adresgegevens en een thumbnail-versie van de foto blijven gebruiken. Het waren eigenlijk stiekem twee zaken, die de rechtbank nu tegelijk afdoet.

In de ene zaak (LJN BB1207) had de stichting Baas in eigen Huis een proces aangespannen tegen huizenzoekmachine Jaap. Die stichting heeft als doel het behartigen van de belangen van makelaars inzake intellectuele eigendomsrechten.

In de andere zaak (LJN BB1209) had Jaap Funda, NVM en de stichting gedaagd met als eis dat deze zouden stoppen met het bemoeilijken van Jaap’s dienst. Zo zou de NVM haar leden geen aanwijzingen meer mogen geven over het hinderen van Jaap, en al helemaal niet door gebruik te maken van de erecode van makelaars.

Eerst maar eens de inbreuk. De huizenzoekmachine Jaap verzamelt gegevens over te koop staande huizen en stelt die gratis beschikbaar op hun eigen site. Niet alleen van de bekende sites zoals Funda, maar ook van andere sites. Nu bestaan dit soort huisadvertentieverzamelsites (scrabble!) al langer, maar Jaap wijkt op een belangrijk punt af van bijvoorbeeld Zoekallehuizen.nl: Jaap kopieert alle gegevens naar hun eigen site. Sites als Zoekallehuizen werkten met dieplinks vanaf de overzichtspagina, waardoor bezoekers van ZAH meteen bij de makelaar in kwestie uitkwamen. Dat mocht.

“Jaap neemt meer over dan Zoekallehuizen.nl, die laatste plaatst slechts een kleine foto en een tekst van 155 karakters. Dat Jaap neemt alles over. Is er dan nog sprake van citaatrecht?” vroeg Tjeerd Overdijk van Steinhauser Hoogenraad zich af in het AD.

Overnemen is wat anders dan linken, zelfs als je bij de link een stukje overneemt of een verkleinde foto laat zien. Dat was -zo bleek uit de ZAH-zaak– een toelaatbaar citaat:

ZAH doet in feite niet meer dan nodig is om de gebruiker in staat te stellen de voor hem (mogelijk) van belang zijnde websites van de makelaars te vinden door daarnaar te verwijzen via enkele belangrijke gegevens. Het gebruik van deze gegevens valt te beschouwen als of staat op gelijke voet met het citeren uit een werk ten behoeve van een aankondiging. Het heeft immers de strekking de gebruiker aan te kondigen wat hij te zien zal krijgen als hij de door ZAH aangeboden hyperlink volgt.

Overnemen is in principe inbreuk op het auteursrecht.

Jaap’s verweer was sterk: die teksten zijn kort en feitelijk, en de foto’s weinig creatief, dus er is geen sprake van auteursrecht. En zonder auteursrecht is overname gewoon toegestaan.

Nu hebben we in Nederland alleen een eigenaardige kronkel in het auteursrecht. Ook zogeheten onpersoonlijke geschriften zijn beschermd door het auteursrecht. Kort door de bocht geformuleerd zit ook auteursrecht op wat je krijgt als je een paar keer met je vuist op het toetsenbord slaat en dat publiceert. Dat recht (geschriftenbescherming) is wel veel beperkter. Alleen als er sprake is van (bijna) letterlijk overnemen van (zowat) de hele tekst, is sprake van inbreuk op dit recht. U mag dus rustig op uw toetsenbord blijven meppen.

En met deze kronkel heeft de stichting toch een recht gevonden dat ingezet kan worden tegen Jaap. Want Jaap neemt alles letterlijk over.

De rechter zag wel in dat het volledig verbieden van Jaap ook weer te ver ging. Zeker omdat sites als Zoekallehuizen wel informatie mogen overnemen van Funda en andere sites. De oplossing? Verbied het, behalve als

de overgenomen en gepubliceerde gegevens niet meer omvatten dan (i) een tekst met maximaal 155 tekens, (ii) daarnaast de adresgegevens en (iii) de vraagprijs van het object, alsmede een bij een en ander te plaatsen foto met een formaat van ten hoogste 194×145 pixels.

Op zich word ik altijd heel zenuwachtig van auteursrechtelijke regels met getallen er in, want ze gaan al snel een eigen leven leiden. Zo heeft de BUMA in 1997 ooit eens gezegd dat ze geen rekening sturen voor fragmenten van 10 seconden, wat zich ondertussen vertaald heeft naar “een citaat mag maximaal 10 seconden duren”. Maar goed. In dit geval is duidelijkheid gewenst, anders zitten de partijen volgende maand weer voor de rechter.

Oh ja, en dat andere vonnis. Daarin protesteerde Jaap dus tegen het gelobby van de stichting en van de NVM om makelaars zo ver te krijgen dat ze Jaap de toegang tot hun site zouden ontzeggen. Maar dat mocht, omdat Jaap fout zat. Handig dat dat net in het eerste vonnis besloten was. De brief was ook niet meer dan een reactie op Jaap’s acties, en wie hard inzet moet niet gek opkijken als hard teruggeslagen wordt.

De rechter werd nog mooi geciteerd in de NRC:

De rechter begreep de eis van de NVM-makelaars niet goed. Hij onderbrak één van de advocaten en vroeg: „Waarom zou een makelaar zijn auteursrecht beschermen? Het is toch in het belang van woningverkopers dat op zo veel mogelijk plekken is te zien dat hun woning te koop staat?”
Maar ja, het gaat niet alleen om de belangen van de makelaars. Voor een belangenorganisatie als de NVM is ook het exclusief houden van de groep belangrijk. Dat geeft meerwaarde aan het etiket ‘NVM’.

Arnoud

12 maanden cel voor computervredebreuk

12 maanden cel voor de ‘gamehacker’, zoals Bright hem noemt. De hacker had in januari en februari bij diverse gamesbedrijven, waaronder Darkfall, ingebroken en code gestolen. Van de 12 maanden zijn er acht voorwaardelijk, en omdat de man al vier maanden in voorarrest had gezeten komt hij direct op vrije voeten.

Planet legt uit:

De verdachte heeft hij bij twee bedrijven, Aventurine en Zenimax, de computer gehackt om op die wijze online een nog niet op de markt gebracht of geheel ontwikkeld computerspel te kunnen spelen. Bij Aventurine ging het om de MMORPG Darkfall Online. Daarnaast heeft hij bij een derde bedrijf de computer gehackt om vertrouwelijke productgegevens en broncodes van software over te nemen. Bij een vierde bedrijf heeft verdachte in de computer ingebroken om een inkomstengenererende clickbanner te kunnen instaleren.

Eerder schreef Peter Olsthoorn op Netkwesties over de zaak:

Het zou een belangwekkende zaak worden met een hoge straf als afschrikking voor andere potentiële computerkrakers. Te meer daar buitenlandse partijen tot de gedupeerden behoorden, het bewijs rond was en een bekentenis daar. Maar Peter de R. kwam er genadig vanaf. Hij had al zo geleden in het Huis van Bewaring.
…
Zo loopt deze op het oog indrukwekkende strafzaak toch min of meer met een sisser af. Peter de R., tot deze zaak nog met een blanco strafblad, krijgt een voorwaardelijke straf als stok achter de deur om niet in herhaling te vervallen.

Arnoud