Spamverbod naar bedrijven pas per 1 oktober in werking

Ongevraagde e-mailreclame naar bedrijven wordt pas per 1 oktober verboden. Dat maakte het ministerie van EZ in een enkele zin in een persbericht met als titel “Telecomcontracten vanaf 1 juli makkelijker op te zeggen” afgelopen zondag bekend. Erg fijn, want heel Nederland had net geleerd dat het spamverbod ook op 1 juli uitgebreid zou worden.

Hoe je dit zou kunnen weten? Nou, niet dus, tenzij je toevallig alle persberichten van EZ leest. Want in de parlementaire stukken rond dit wetsvoorstel (30661) vind je er niets over. De laatste bronnen die ik kan vinden over wetsvoorstel 30.661 noemen namelijk 1 oktober alleen als datum voor inwerkingtreding van het Bel-me-niet register. Zo verklaarde de staatssecretaris in november vorig jaar:

Bedrijven willen niet gedurende het gehele jaar met veranderingen worden geconfronteerd. Wij hebben afgesproken om of op 1 januari of op 1 juli veran­deringen aan te brengen. … Daarom zullen wij voor de onderdelen die direct ingrijpen op de bedrijfsvoering de datum van 1 juli 2009 hanteren. Daarbij denk ik aan de contractduur en de opzegtermijnen, het bel-me-niet-register en de uitbreiding van het spamverbod, zodat dat ook zal gelden voor rechtspersonen en bedrijven. Voor deze onderdelen zal de datum van 1 juli 2009 gelden. Er wordt dus een reële overgangs­termijn in acht genomen.

Kennelijk was de lobby van de e-mailmarketingbelangengroepen dus toch in staat om nog even wat te regelen. Een andere verklaring voor deze vertraging kan ik niet bedenken.

Nou ja, heeft u nog iets langer om uw bestand met langs inmiddels onbekende weg vergaarde e-mailadressen op te schonen.

Arnoud

B/S wil 780 euro voor embedded muziekgebruik

papier-licentie-huis-buma-stemra.jpgNieuwe BS van B/S. Buma/Stemra heeft duidelijkheid verschaft over de tarieven voor het plaatsen van embedded players voor radio op websites, las ik gisteravond op Tweakers. De B/S wenst per stream een bedrag van 780 euro per jaar.

Voor de duidelijkheid: het gaat dus om websites die andermans muziek via 1 regel HTML-code ten gehore brengen. De radiostations die de muziek verspreiden, betalen zelf ook al flinke bedragen. Als het goed is, geldt dit alleen voor commerciële websites, want in september beloofde B/S nog niet-commerciële sites te ontzien.

Bij radio.nl nog een opmerking die me in het verkeerde keelgat schoot:

Volgens Buma/Stemra zijn er al websites die hiervoor betalen. Websites die zich nooit hebben aangemeld bij Buma/Stemra sinds 2002 zijn volgens de regels niet strafbaar voor Buma/Stemra, maar wel op grond van de Auteurswet, ook met terugwerkende kracht.

Dat ‘strafbaar’ is echter lang niet zo duidelijk als B/S het doet voorkomen. “Secundaire openbaarmaking” heet dat dan. Een mooie juridische kreet, die lijkt te suggereren dat het een uitgemaakte zaak is dat embedden inbreuk op auteursrechten oplevert. Niets is echter minder waar.

Er wordt veel geroepen over dit onderwerp maar dit punt is nog nooit aan de orde geweest bij de rechtbank. Het is dus op zijn zachtst gezegd zeer prematuur dat B/S alvast maar tarieven stelt op deze handelswijze. En harder gezegd: ik vind het verwerpelijk om langs deze achterdeur van het “licentiehuis voor Internet” een praktijk te illegaliseren terwijl geen rechter zich erover uitgesproken heeft dat dit inderdaad inbreuk is.

Oh ja, en dat bedrag van 780 euro is hetzelfde als wat men voor een webradiostation vraagt.

Het tarief voor webcasting is 13% van de omzet die u met de website realiseert, met als maandelijkse minimumbedrag per kanaal van ” 65 voor commerciële websites en ” 26 per kanaal voor particulieren.

Kortom, embedden = een radiostation hebben. Nee, dan haak ik echt af. Wat een schandalige onzin.

Arnoud

Microsoft moet browserkeuze bieden in Windows 7

microsoft-antitrust.jpgDe Europese Commissie heeft sceptisch gereageerd op het besluit van Microsoft om Windows 7 in Europa zonder Internet Explorer te leveren, meldde Tweakers gisteren. Microsoft zou volgens de Commissie zijn dominante positie in de markt voor besturingssystemen misbruiken door de IE-webbrowser te bundelen (tying), iets dat verboden is onder de Europese mededingingswetgeving.

Microsoft’s voorstel doet denken aan het eerdere Windows N dat nogal een flop bleek te zijn. In deze N-versie van XP (er schijnt er ook eentje van Vista te zijn maar die kon ik niet vinden) is de Media Player weggehaald. Het verhaal van de monopolist was dat daarmee de consument de vrije keuze had over de te kiezen mediaspeelsoftware, maar vrije keuze op een leeg bureaublad blijkt niet te werken. Vandaar dat de Commissie nu terecht aan de bel trekt: niks lege Windows, stop er maar gewoon een aantal alternatieve browsers in. Dát is pas keuze.

Een punt uit o.a. de comments bij Tweakers is wel dat de Commissie hier alleen kijkt naar retail, iets dat maar 5% van de Windowsverkopen betreft. De rest gaat om OEM, door een fabrikant of verkoper voorgeïnstalleerde Windowzen. Die kunnen immers net zo goed met een kale Windows werken en daar zelf Firefox op zetten (of Opera, of Lynx) als ze denken dat hun klanten dat liever hebben.

Ik vraag me af of die OEM’s dat gaan doen. Microsoft levert ongetwijfeld aan elke OEM een handig CD’tje met Internet Explorer dat met één klik aan het OEM image toe te voegen is. Plus, die OEM-bakker zal waarschijnlijk op safe willen spelen en de klant hetzelfde willen leveren als hij de afgelopen jaren heeft geleverd. Dus dat wordt dan toch weer 90% Internet Explorer. Nee, ook de OEM versies van Windows moeten gewoon Firefox, Opera en nog een paar browsers hebben zodat ook OEM klanten kennismaken met alternatieven.

Arnoud

Royaltyfree is niet gratis!

stockfoto-stockphoto-stock-sxc.jpgDe laatste tijd krijg ik veel mails naar aanleiding van blafbrieven van Getty Images. Het lijkt erop dat het stockfotobedrijf met bots (of ingehuurde studenten) alles en iedereen mailt die haar foto’s lijken te gebruiken. Over de hoogte van de claims valt veel te zeggen, maar dat is voor een andere keer.

Update (29 april 2011): zie ook mijn nieuwe blog met tips en advocaten als de claim niet van Getty maar van het Nederlandse Van der Steenhoven advocaten afkomstig is.

Wat me namelijk opvalt bij veel van die mails, is dat mensen zeggen “er stond royalty free bij de foto’s, dus ik dacht dat ik ze gratis mocht gebruiken”. Die term is inderdaad een nogal misleidend iets.

Vroegâh was het namelijk zo dat je voor stockfoto’s royalties moest betalen: vaste bedragen voor elke kopie of elke publicatie van de foto. Dat heette ook wel “rights managed”. Stocksites zoals Getty kwamen toen met een nieuw model zonder royalties. Gebruikers hoefden slechts éénmaal een vast bedrag te betalen en mochten dan met de foto doen wat ze wilden. Dit concept werd als “royalty-free” aangeprezen.

De term is dus enigszins misleidend, maar wel ingeburgerd bij de stockfotobranche zodat we er niet snel vanaf komen vrees ik. Kijk dus uit op fotosites en gebruik ze alleen als je hebt betaald of hebt nagegaan dat de foto’s werkelijk gratis zijn en niet alleen maar vrij van royalties.

Mijn persoonlijke favoriete gratis stockfotosite is SXC.hu maar als u nog andere suggesties heeft, hoor ik dat graag.

Arnoud

Frans Hof verklaart “trois strikes et vous etes out!” ongrondwettig

Half mei kwamen de eigenwijze Fransen met hun three strikes et vous etes out-concept, vlak nadat het Europees Parlement had aangegeven daar niets voor te voelen. En nu al is dit systeem weer ongeldig verklaard: het Grondwettelijk Hof (Conseil Constitutionnel) acht deze regeling in strijd met de Franse Grondwet. (Bedankt, Dolf!)

Het Hof ziet twee grote problemen:

  • De wet bepaalt dat de abonnee geacht wordt de schuldige te zijn, tenzij deze kan bewijzen dat een ander de verbinding gebruikte om auteursrechten te schenden. Dat is in strijd met het rechtsbeginsel dat je onschuldig bent tot de staat je schuld bewijst.
  • De wet wijst het Hadopi aan als bevoegde instantie om de sanctie van een jaar lang afsluiting op te leggen. Dat mag niet; alleen een onafhankelijke rechter mag strafrechtelijke sancties opleggen.

Een goede zaak, wat mij betreft. Afsluiten van internet is een volstrekt onaanvaardbare sanctie, zeker voor iets als auteursrechteninbreuk. Internettoegang is fundamenteel voor de westerse maatschappij, zo bepaalde de Raad van Europa enige tijd geleden.

Gelukkig lijken we in Nederland verstandiger. Hoewel? De laatste zin van Van Heemskerk over dit onderwerp zegt: ” In het bijzonder zal duidelijk moeten worden in welke gevallen men wel en in welke gevallen men geen rechterlijke tussenkomst wil voorschrijven.” In alle respectievelijk geen, zou ik zeggen.

Het heeft me overigens altijd verbaasd dat de Fransen iets wilden invoeren dat zo’n overduidelijk Anglicisme is.

Arnoud

Data recovery op een tweedehands computer

ambulance-recovery.jpgEen lezer mailde me:

Onlangs kocht ik een tweedehands PC in een computerzaak. Omdat ik had gehoord dat daar vaak nog persoonlijke gegevens op staan, dacht ik, ik laat eens wat recovery software los. En ja hoor, stapels privemails, persoonlijke bestanden en zelfs een complete belastingaangifte! Ik heb het gelijk gewist (met speciale software die alle sectoren drie keer overschrijft) maar vroeg me nu wel af of ik strafbaar gehandeld heb.

Op tweedehands laptops of harde schijven blijkt steeds vaker data achter te blijven. Security.nl heeft in maart twee studenten onderzoek laten doen. Zij vonden allerlei persoonlijke informatie, zoals incasso machtigingen, medische gegevens, belastingdocumenten, bedrijfsinformatie, C.V.’s, een dagboek, sollicitatiebrieven, inkooporders, faxen, e-mails, porno en veel privé-foto’s en filmpjes. In een ander geval werd zelfs de handleiding voor een SCUD-raket aangetroffen op een tweedehands harde schijf.

De tweedehands computer is van jou, dus die mag je binnenstebuiten keren, onderzoeken en leegpluizen op elke manier die je goeddunkt. Het is dus niet strafbaar om te kijken of er nog data van de vorige eigenaar is achtergebleven.

Wat wel strafbaar kan zijn, is het publiceren of gebruiken van die data. Je schendt dan vaak iemands privacy, omdat je moet weten dat die data privé is en niet voor publicatie bestemd. (En dan heb ik het nog niet eens over opzettelijk misbruik zoals de vorige eigenaar chanteren of bedreigen.)

Natuurlijk kan het -zoals bij dat Security.nl-onderzoek- journalistiek relevant zijn om te melden dat je zulke data gevonden hebt. Maar het lijkt me niet dat je daarbij ook de materialen zelf moet laten zien. Wat voegt dat toe boven de mededeling dat je die data gezien hebt?

Arnoud

Google Chrome bevat LGPL videosoftware, mag dat?

google-chrome.pngGoogle Chrome, de minimalistische browser van het advertentie- en zoekmachinebedrijf bevat veel open source. Recent bleek de browser echter ook de open source FFMPEG videosoftware te bevatten om zo filmpjes op webpagina’s beter te kunnen afspelen. En dat is opvallend, omdat FFMPEG onder de LGPL 2.1 open source licentie is uitgebracht. De verhouding tussen LGPL 2.1 en de MPEG-octrooilicenties is op zijn zachtst moeilijk te noemen.

Wie MPEG-functionaliteit aan zijn product wil toevoegen, heeft octrooilicenties nodig. Organisaties als MPEG-LA verstrekken dergelijke licenties, uiteraard tegen betaling. Daarbij geldt de eis dat je alleen voor je eigen producten kunt betalen: maakt de klant een kopie, dan moet die zelf een nieuwe licentie komen halen. Iets dat moeilijk ligt bij open source software, omdat het daar juist de bedoeling is dat klanten het ook weer kopiëren en verspreiden.

De LGPL bevat namelijk een aantal clausules die bedoeld zijn voor deze situatie. De belangrijkste is artikel 10:

You may not impose any further restrictions on the recipients’ exercise of the rights granted herein. You are not responsible for enforcing compliance by third parties with this License.
Oftewel: u mag anderen geen beperkingen opleggen op de rechten die u zelf krijgt van de LGPL. Deze clausule maakt het, zo werd altijd aangenomen, erg moeilijk om open source te gebruiken als daarvoor betaalde octrooilicenties van derden nodig zijn. Maar, wat zegt nu Google’s open source program manager Chris DiBona:

(a) Party A gives Party B a library licensed under the LGPL 2.1
(b) Party B gets a patent license from Party C
(c) Party B then distribute the library under the LGPL 2.1

This situation is *not* prohibited by the LGPL 2.1 (see the LGPL 3.0 for a license that does deal with this situation). Under the LGPL 2.1, the fact that Party B may have a patent license with an unrelated third-party is irrelevant as long as it doesn’t prevent Party B from granting people the rights LGPL 2.1 requires they grant them (namely, only those rights it in fact received from Party A).

Oftewel (ik krijg er ook hoofdpijn van): het “further restrictions” gaat om restricties die de verspreider van de software oplegt, terwijl de MPEG-licentie een restrictie van een derde is. Google kan er niets aan doen dat derden een betaald licentieprogramma hebben op de software die zij van FFMPEG hebben gekregen.

Meer to-the-point is DiBona’s collega Daniel Berlin verderop:

Nowhere in the LGPL 2.1 are we required to grant you patent rights that we may have.

Dat is op zijn minst een originele interpretatie te noemen. In artikel 11 van de LGPL staat namelijk:

If you cannot distribute so as to satisfy simultaneously your obligations under this License and any other pertinent obligations, then as a consequence you may not distribute the Library at all. For example, if a patent license would not permit royalty-free redistribution of the Library by all those who receive copies directly or indirectly through you, then the only way you could satisfy both it and this License would be to refrain entirely from distribution of the Library.

De gebruikelijke interpretatie van dat voorbeeld is dat een octrooilicentie gratis voor de hele wereld moet zijn, wil de licentienemer in staat kunnen zijn de software onder LGPL te mogen verspreiden. Maar Google komt nu met de creatief gevonden interpretatie dat de MPEG-licentie haar niet verbiedt de software onder de LGPL te verspreiden. Helaas krijgen afnemers geen MPEG-licentie, maar dat is niet verplicht volgens de LGPL.

In Google’s visie moet de MPEG-licentie zeggen “U dient ervoor te zorgen dat uw afnemers geen kopieën maken van de MPEG-software” voordat haar verspreiding de LGPL zou overtreden. Maar dat doet deze niet – er staat alleen “u moet betalen per kopie die u verspreidt”. En zolang Google dat maar braaf doet, is er weinig aan de hand. Chrome-gebruikers mogen de MPEG-functionaliteit gebruiken. Alleen, als ze kopieën gaan maken is dat geheel op eigen risico.

Helaas loopt de discussie een beetje snel dood nadat Håkon Lie zich erin mengt met terechte en kritische vragen – Lie is van Chrome-concurrent Opera. Het is namelijk een zeer fundamentele vraag.

Persoonlijk zou ik het Google-standpunt niet snel durven verdedigen, hoewel ik er niet meteen grote gaten in kan schieten. Het is evident de bedoeling van de LGPL om dit soort uitzonderingsposities tegen te gaan. Maar aan de andere kant, er waren hele lappen tekst GPLv3 nodig om het op te schrijven dus het staat er niet expliciet. En als de bedoeling er niet staat, heeft over het algemeen de licentiegever pech.

Arnoud

Mag je van de Telecomwet bij een prijsverlaging je abonnement opzeggen

telefoon-opzeggen1.jpgVia een lezer kreeg ik de interessante tip over een discussie bij iPhoneclub of je je telecomabonnement kunt opzeggen als de provider een prijsverlaging doorvoert. Dat lijkt een gekke reden, maar het kan natuurlijk zijn dat je al een tijdje van je abonnement afwilt en dan is zo’n prijswijziging immers een mooi excuus. iPhoneclub zocht het na in de algemene voorwaarden:

Het korte antwoord: bij Vodafone kan het wel, bij T-Mobile en KPN niet.

Maar de wet heeft daar ook wat over te zeggen. Artikel 7.2 Telecommunicatiewet zegt namelijk:

1. Ten minste vier weken voordat een voorgenomen wijziging van een beding dat is opgenomen in een overeenkomst van kracht wordt:

a. biedt een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst de abonnee de mogelijkheid om de overeenkomst kosteloos te beëindigen, en
b. stelt de aanbieder de abonnee op genoegzame wijze op de hoogte van de inhoud van de voorgenomen wijziging en van de mogelijkheid om de overeenkomst kosteloos te beëindigen.

Daar staat wijziging en een prijsverlaging is ook een wijziging. Dus het zou moeten kunnen. Dacht ik.

Want wat blijkt de toezichthouder OPTA te zeggen in een om onverklaarbare redenen tegen citeren beveiligd document te zeggen:

Het beëindigingsrecht van artikel 7.2 Tw geldt alleen voor een wijziging die niet aantoonbaar in het voordeel is van de abonnee. … Het college interpreteert artikel 7.2 Tw namelijk in het licht van de bedoeling van dit artikel, namelijk bescherming van de abonnee. In dit verband ligt het niet voor de hand om een abonnee het recht te geven zijn overeenkomst te beëindigen als hij een wijziging van de contractsvoorwaarden krijgt voorgehouden die aantoonbaar in zijn voordeel is, bijvoorbeeld in het geval van een tariefsverlaging van de geboden dienst.

Men volgt hierbij de uitleg van de minister over de bedoeling van dit wetsartikel. Die verklaarde in 2003 namelijk:

En een redelijke uitleg van dit artikel brengt naar mijn oordeel met zich mee dat abonnees niet het recht hebben om de overeenkomst te beëindigen indien een aanbieder alleen voorstelt om tarieven te verlagen. In zo’n situatie kan een abonnee zich niet op dit artikel beroepen.

Daarmee vrees ik dat je met een beroep op de wet nergens zult komen als je bij een prijsverlaging van je telefoonabonnement af wilt. Je bent dus echt afhankelijk van de algemene voorwaarden en de welwillendheid van de telecom-operator.

Arnoud

Haal hyperlinks weg met het misbaksel dat ex parte beschikking heet

geenstijl-ex-parte.pngIk begin een steeds grotere hekel aan het misbaksel van de “ex parte beschikking” te krijgen. Het Algemeen Dagblad wist met deze bijzondere maatregelen shockblog GeenStijl te dwingen om een screenshot van enkele cijfers en een hyperlink naar een kopie van de jaarlijkse Misdaadmeter van de krant weg te halen. Deze waren te vroeg al online in te zien – het AD had ze pas vandaag willen publiceren maar deed iets doms waardoor anderen er al bij konden.

Normaal zet GS alles online waarmee men bedreigd of lastiggevallen wordt, maar net deze beschikking blijft offline. Jammer, want zo blijft het voor iedereen speculeren wat nu precies de achtergrond was. Maar gezien de inhoud van die Misdaadmeter moet het wel het databankenrecht zijn, nog zo’n gewéldig geslaagd juridisch instrument. Een beschermde databank geheel of gedeeltelijk overnemen mag niet zomaar. Maar wat heeft GeenStijl nu eigenlijk gedaan? Een screenshot gemaakt en een link naar een bron elders neergezet.

Bij Webwereld citeert men Solv-advocaat Menno Weij over het screenshot met

Dat is een klinkklare inbreuk van het databankenrecht. Of je het nou overtypt of er een foto van maakt, in beide gevallen hang je, want je maakt inbreuk op andermans database.

Ook Menno’s collega Douwe Linders ziet weinig kans voor GeenStijl, zelfs als ze deze beschikking aan zouden vechten. Solv is overigens het kantoor dat destijds hetzelfde middel inzette tegen 925.nl, en het verbaast me hogelijk dat Webwereld dat niet meldt.

Daar denk ik toch echt anders over. Het gaat hier om een zeer beperkt gedeelte van de databank, en dat mag gewoon. Pas wanneer je dit “herhaald en systematisch” doet, en je ook nog eens “ongerechtvaardigde schade toebrengt aan de rechtmatige belangen” van de producent, ligt dat anders. Eénmalige publicatie van een screenshot is herhaald noch systematisch.

Ok, het AD heeft er schade door (want ze is haar primeur kwijt) maar is dat ongerechtvaardigd? Nee. Het AD zat zelf fout door haar systemen niet goed af te stellen. En bovendien kan GeenStijl zich als persmedium beroepen op artikel 10 EVRM (informatievrijheid/vrije meningsuiting) op grond waarvan ze mag citeren uit bronnen in het kader van verslaggeving over actuele zaken. Dat is dan de rechtvaardiging waar de Databankenwet het over heeft.

En dan die link. Linken is geen openbaarmaking in het kader van het auteursrecht, en dus ook geen herpublicatie van de databank in de zin van de databankenwet. Zou het AD werkelijk hebben betoogd van wel? Sjonge, hoe kun je dat opschrijven als advocaat. (Iets waar Weij het bij Webwereld gelukkig met me eens lijkt te zijn.)

Daarnaast lijkt het me zeer sterk dat er überhaupt een databankrecht op deze Misdaadmeter zit. Deze is immers afgeleid uit openbare bronnen. Ik geloof er niets van dat het AD kan aantonen dat ze de vereiste substantiële investering hebben gedaan om het databankrecht te kunnen claimen.

Alles bij elkaar een zeer slechte zaak voor de persvrijheid. Ik hoop dat GS een advocaat inhuurt die een schadevergoeding weet los te peuteren van het AD voor deze evident onrechtmatige beschikking.

Arnoud<br/> (Op de foto de gewraakte ex parte beschikking, ziet u ook eens hoe zo’n ding eruit ziet; bron GeenStijl)

Regelen, dwingen en alles daar tussen in (gastpost)

rules-broken-cones-pilonnen.pngDe doorsnee consument heeft doorgaans een verkeerde opvatting over de rechten en plichten van de tegenpartij en zichzelf. Grofweg zijn er twee groepen consumenten. De eerste groep consumenten neemt klakkeloos aan dat ze aan alles gebonden is wat de wederpartij opgenomen heeft in de algemene voorwaarden. En daarbij maakt het niet uit hoe onredelijk de wederpartij is. De tweede groep consumenten weet wel beter, maar zij hebben weer de opvatting dat de wederpartij aan iedere wetsartikel gebonden is, oftewel daar nooit vanaf mag wijken. Om duidelijk te maken dat dit niet zo is, heb ik deze keer een stukje geschreven over het verschil tussen regelend en dwingend recht.

Nederland kent een contractuele vrijheid voor haar burgers. Dat houd in dat partijen de vrijheid hebben om zelf te bepalen met wie en onder welke voorwaarden ze handelen. Als partijen over een bepaald onderwerp geen voorwaarden hebben afgesproken dan gelden de wettelijke bepalingen, die als geheel regelend recht genoemd worden. De contractuele vrijheid wordt begrensd door het half-dwingend recht en het dwingend recht en zo wordt misbruik van onderhandelingspositie tegengegaan. Dwingend recht wil zeggen die wettelijke bepalingen waar nooit van afgeweken mag worden, terwijl bepalingen waar enkel onder bepaalde voorwaarden van mag worden afgeweken bekend staan als half-dwingend.

Consumentenrecht

Voor het burgerlijk wetboek geldt dat wetsartikelen onder regelend recht vallen tenzij is aangegeven dat er niet of slechts onder bepaalde voorwaarden van mag worden afgeweken. Een voorbeeld:

Noch van de artikelen 231-244, noch van de bepalingen van de in artikel 239 lid 1 bedoelde algemene maatregelen van bestuur kan worden afgeweken. De bevoegdheid om een beding krachtens deze afdeling door een buitengerechtelijke verklaring te vernietigen, kan niet worden uitgesloten.

Dit artikel komen we tegen in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek onder artikelnummer 246. Het is een voorbeeld van dwingend recht omdat dit artikel er voor zorgt dat er onder geen enkele voorwaarde mag worden afgeweken van de artikels alsmede de algemene maatregelen van bestuur waar naar verwezen wordt. Een voorbeeld van half-dwingend recht komen we tegen in artikel 6 van boek 7; de eerste twee leden vermelden:

  1. Bij een consumentenkoop kan van de afdelingen 1-7 van deze titel niet ten nadele van de koper worden afgeweken en kunnen de rechten en vorderingen die de wet aan de koper ter zake van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de verkoper toekent, niet worden beperkt of uitgesloten.
  2. Lid 1 is niet van toepassing op de artikelen 11, 12, 13, 26 en 35, doch bedingen in algemene voorwaarden waarbij ten nadele van de koper wordt afgeweken van die artikelen, worden als onredelijk bezwarend aangemerkt.

    In die gevallen waar de consument een product koopt bij een bedrijf mag er niet van dit deel van de wet worden afgeweken, tenzij dit in het voordeel van de consument is of, in het geval van vijf van deze uitzonderingen, dit in de overeenkomst gebeurt.

    De vijf uitzonderingen regelen dat de verkoper:

    • verantwoordelijk is voor het product totdat dit bij u is bezorgd,
    • de kosten van het transport moet betalen,
    • wanneer kosten voor het transport of andere werkzaamheden in rekening mogen worden gebracht,
    • welk deel van de aankoopprijs als voorschot mag vragen en
    • of hij zomaar de aankoopprijs mag verhogen.
    Deze regels hebben enige overlap met het dwingend recht omtrent de algemene voorwaarden. Zo staat het verhogen van de prijs binnen drie maanden op de zwarte lijst onder nummer i. Voor de volledigheid meld ik dat er voor de wet koop op afstand aanvullende regels gelden en deze vallen onder half-dwingend recht vanwege artikel 7:46j BW.

    Naast het regelen van (half-)dwingend recht in een apart wetsartikel, komen we ook situaties tegen waarin dit gedaan wordt in het betreffende wetsartikel zelf. In dit geval wordt dat in een apart lid geregeld, zoals we dat o.a. kennen van het regresrecht dat winkeliers beschermt, of in de tekst zelf van een bepaling.

    Arbeidsrecht

    Het arbeidsrecht kent de grootste variantie op dit gebeid. Het kent ook driekwart- en tweederde dwingend recht. Hiervan mag wel worden afgeweken maar alleen als dit door een groep wordt gedaan. Van driekwart dwingend recht mag alleen worden afgeweken indien dit in een collectieve arbeidsovereenkomst of door een daarvoor bevoegd bestuursorgaan. Van tweederde dwingend recht mag worden afgeweken door middel van afspraken met de ondernemingsraad of de medezeggenschapsraad. Zoals je vast geraden had geeft de breuk aan hoe sterk dit recht wordt geacht. Als een afwijking van een tweederde dwingend recht strijdig is met driekwart dwingend recht, dan prevaleert de laatste.

    Zo kunnen werkgever en werknemers collectief dwingend regelen dat er niet mag afgeweken worden van de afspraken die collectief tot stand zijn gekomen. De wet op Collectieve Arbeidsovereenkomst maakt dit mogelijk middels artikel 12 dat het volgende omvat:

    1. Elk beding tusschen een werkgever en een werknemer, strijdig met eene collectieve arbeidsovereenkomst door welke zij beiden gebonden zijn, is nietig; in plaats van zoodanig beding gelden de bepalingen der collectieve arbeidsovereenkomst. (sic.)
    2. De nietigheid kan steeds worden ingeroepen door elk der partijen bij de collectieve arbeidsovereenkomst.

      Tot slot nog een voorbeeld waar het dwingende karakter blijkt uit de tekst van de bepaling zelf. Hiervoor kunnen we kijken naar art 7:613 BW:

      De werkgever kan slechts een beroep doen op een schriftelijk beding dat hem de bevoegdheid geeft een in de arbeidsovereenkomst voorkomende arbeidsvoorwaarde te wijzigen, indien hij bij de wijziging een zodanig zwaarwichtig belang heeft dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zou worden geschaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

      Dit moet wel onder dwingend recht vallen, want anders zou je met een beding in de algemene voorwaarden hier heel gemakkelijk van afwijken. Je neemt dan simpel weg als voorwaarde op dat je er van af mag wijken en wijkt daarna er direct vanaf.

      Alex de Kruijff
      Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.