12 maanden cel voor computervredebreuk

12 maanden cel voor de ‘gamehacker’, zoals Bright hem noemt. De hacker had in januari en februari bij diverse gamesbedrijven, waaronder Darkfall, ingebroken en code gestolen. Van de 12 maanden zijn er acht voorwaardelijk, en omdat de man al vier maanden in voorarrest had gezeten komt hij direct op vrije voeten.

Planet legt uit:

De verdachte heeft hij bij twee bedrijven, Aventurine en Zenimax, de computer gehackt om op die wijze online een nog niet op de markt gebracht of geheel ontwikkeld computerspel te kunnen spelen. Bij Aventurine ging het om de MMORPG Darkfall Online. Daarnaast heeft hij bij een derde bedrijf de computer gehackt om vertrouwelijke productgegevens en broncodes van software over te nemen. Bij een vierde bedrijf heeft verdachte in de computer ingebroken om een inkomstengenererende clickbanner te kunnen instaleren.

Eerder schreef Peter Olsthoorn op Netkwesties over de zaak:

Het zou een belangwekkende zaak worden met een hoge straf als afschrikking voor andere potentiële computerkrakers. Te meer daar buitenlandse partijen tot de gedupeerden behoorden, het bewijs rond was en een bekentenis daar. Maar Peter de R. kwam er genadig vanaf. Hij had al zo geleden in het Huis van Bewaring.
…
Zo loopt deze op het oog indrukwekkende strafzaak toch min of meer met een sisser af. Peter de R., tot deze zaak nog met een blanco strafblad, krijgt een voorwaardelijke straf als stok achter de deur om niet in herhaling te vervallen.

Arnoud

Juridische status van e-mail

Onlangs ontving ik een vraag van een lezer van mijn site over de juridische status van e-mail. Daar zitten twee aspecten aan: de vertrouwelijkheid van de inhoud van de e-mail, en het recht om de e-mail te mogen kopiëren of verder te verspreiden.

Eerst maar dat laatste. De inhoud van een e-mail is auteursrechtelijk beschermd. De enige eis die de wet stelt voor auteursrecht is dat het werk origineel is (zelfgemaakt en niet ontleend dus) en bovendien het resultaat is van creatieve arbeid. Wie er dus “eens goed voor gaat zitten” en een mail schrijft, heeft auteursrecht op die tekst.

De ontvanger van de e-mail heeft het recht om de tekst te lezen, af te drukken en te bewaren. Of hij de e-mail door mag sturen dan wel mag publiceren, hangt helemaal af van de omstandigheden. Een beschermde tekst publiceren mag niet zonder licentie. Dat geldt voor e-mail net zo goed als voor een boek. Omdat bij e-mail er zelden een expliciete licentie bij zal zitten, is het is de vraag of de verzender impliciet toestond dat het werk mocht worden gepubliceerd. Staat er bij dat de mail vertrouwelijk is, dan mag het natuurlijk niet. Stuurde hij de mail naar een mailinglijst, dan mag deze best in het archief van de lijst worden opgenomen.

Bij papieren brieven is het zo dat de ontvanger eigenaar wordt van het stuk papier en de letters die er op staan. Hij is dan vrij om dat stuk papier aan een ander te geven of te verkopen. De schrijver kan daar niets tegen doen, ook niet met zijn auteursrecht. Dat is uitgeput zoals dat heet. De schrijver kan alleen nog optreden tegen kopieën van de papieren brief die zonder zijn toestemming worden gemaakt.

Deze regel over uitputting geldt niet voor e-mail. Een e-mail bestaat niet als een fysiek ding zoals een stuk papier. Er is dus geen ‘ding’ om weg te geven of te verkopen.

Geheel los daarvan is er ook nog zoiets als briefgeheim op e-mail. Briefgeheim wil zeggen dat mensen geen kennis mogen nemen van de inhoud van andermans communicatie. Formeel geldt het briefgeheim niet voor e-mail. Om andermans e-mail te lezen, is het in veel gevallen wel nodig in te breken op diens mailbox of server. En dat is computervredebreuk, een misdrijf. Wie echter zonder ‘hacken’ een mail van een ander onder ogen krijgt, is in principe vrij de inhoud daarvan verder te vertellen. Maar dat moet hij dan wel in zijn eigen woorden doen. Want op de tekst van de e-mail zelf zit dus auteursrecht.

Voor het loggen van e-mail verkeersgegevens gelden ook nog beperkingen.

Arnoud

Marco Raaphorst: De gouden toekomst voor open content

De tijd dat je als maker alleen iets voor radio of televisie maakte is voorbij, schrijft Marco Raaphorst. Internet is erbij gekomen met de potentie om een grotere groep kijkers of luisteraars aan te spreken. En dat klemt met de huidige modellen voor auteursrecht (waarom hadden we dat ook alweer).

Wat moet bijvoorbeeld de NOS en de andere publieke omroepen doen? Hun content weggeven is niet handig, want dan gaat de concurrent (de commerciële omroepen) er mee lopen. Beter, schrijft Raaphorst, is open content:

De wereldwijde populaire licenties van Creative Commons bijvoorbeeld, die erg lijken op de licenties die gehanteerd worden bij open source software (heel internet maakt daar gebruik van). Zo kun je met Creative Commons niet-commercieel gebruik toestaan (bij Creative Commons aangeduid met het NC symbool), waarmee je dus uitsluit dat een commerciële partij er zonder kosten aan mee kan verdienen. Bovendien is naamsvermelding bij Creative Commons verplicht, dus het logo en de naam NOS zal ten alle tijden aan de productie en afgeleiden gekoppeld blijven. Dit heeft een tweetal belangrijke voordelen: voor het publiek duidelijkheid over wat het met deze content wel en niet mag doen en voor bijvoorbeeld de NOS naamsbekendheid die steeds groter wordt, want haar eigen publiek zal deze content gaan gebruiken.

Nu ligt Creative Commons lastig bij reeds gemaakte content. Daar zitten allerlei rechten op, die door een wirwar van organisaties beheerd worden. En niet altijd even flexibel. Regel maar eens met al die groepen dat het werk opnieuw uitgebracht mag worden onder een Creative Commons licentie.

Maar dat is geen probleem voor Raaphorst. Sterker nog, dat is een uitdaging:

Dus wanneer de NOS materiaal wil gaan aanbieden die het publiek kan gebruiken en herbewerken, dan moet men investeren in producenten die deze open content kunnen leveren. Makers zoals ik. Makers die bijvoorbeeld niet bij de BUMA aangesloten zijn, maar zelf hun rechten beheren en het niet-commerciële gebruik graag willen afstaan.

Een uitgelezen kans dus om te laten zien dat je wel degelijk geld kunt verdienen met content weggeven. Zoals Irene Kress al eerder schreef:

Content weggeven en zo loyale relaties creëren, is van groter belang geworden. Dit kan leiden tot het genereren van inkomsten uit de meer mainstream kanalen. En tot online werken met offline activiteiten en inkomsten. Voor de nieuwe generatie is het internet niet slechts een bibliotheek of enorme etalage; sociale netwerken op het internet zijn hét nieuwe bindmiddel. Waar online en offline door elkaar lopen.

Arnoud

Aansprakelijkheid en netwerkneutraliteit versus deep packet inspection

Als een provider alles van zijn klanten kan controleren, moet hij dat dan ook gaan doen? Uitgebreid artikel op Ars Technica over Deep packet inspection en de implicaties voor netwerkneutraliteit.

The “deep” in deep packet inspection refers to the fact that these boxes don’t simply look at the header information as packets pass through them. Rather, they move beyond the IP and TCP header information to look at the payload of the packet. The goal is to identify the applications being used on the network, but some of these devices can go much further; those from a company like Narus, for instance, can look inside all traffic from a specific IP address, pick out the HTTP traffic, then drill even further down to capture only traffic headed to and from Gmail, and can even reassemble e-mails as they are typed out by the user.

Met Deep Packet Inspection of DPI wordt het dus mogelijk om op elk niveau te zien wat welke gebruiker uitspookt op internet. Een zorgelijke ontwikkeling, want de belangrijkste reden om Internetproviders niet aansprakelijk te houden voor wat gebruikers doen, was nou juist dat ze dat onmogelijk konden monitoren.

Als providers dat wel kunnen, betekent dat dan dat ze het ook moeten? In dat licht is dat Belgische vonnis over filteren van P2P-verkeer slechts de eerste stap.

Arnoud

Depot van idee bij notaris – wat heb je er aan

Hoe bescherm je een idee? Een veelgehoorde suggestie is dat je het idee moet opschrijven en bij de notaris moet deponeren. Daarmee kun je dan bewijzen dat jij het idee als eerste had, zodat je anderen kunt aanpakken die “je idee stelen”. Inderdaad heb je dan bewijs met een datum, maar daarmee heb je nog helemaal geen recht!

Dat ondervonden ook de gedaagden in een recent kort geding over het idee van een paardrijspel (“voor meisjes”). Dat spel zou een “first-person” spel moeten worden, waarin de speler als het ware zelf paardrijdt in een realistische omgeving. Dat idee bleek niet nieuw. Bovendien:

Voor zover gedaagden met hun beroep op de inbewaringgeving van ideeën bij notaris [(naam notaris)] hebben betoogd dat de reeds gedeponeerde ideeën auteursrechtelijk zijn beschermd, faalt dat verweer. Slechts wanneer een idee is uitgewerkt in een concrete uiting kan het bescherming als werk in de zin van de Auteurswet genieten (vgl. HR 29 december 1995, NJ 1996, 546 (Decaux/Mediamax; Stadsmeubilair)). De overgelegde kopie van het document dat [gedaagde 2] op 9 januari 2004 bij de notaris heeft gedeponeerd, bevat wel het idee voor een spel waarin de speler als het ware zelf paardrijdt in een realistische omgeving – er wordt de vergelijking met een flight simulator gemaakt – maar dat idee wordt in het document niet, althans onvoldoende, geconcretiseerd. Er wordt niet gedetailleerd beschreven hoe het spel eruit moet komen te zien. Daardoor is het document geen werk met een eigen oorspronkelijk karakter dat het persoonlijk stempel van de maker draagt (vgl. HR 4 januari 1991, NJ 1991, 608 (Van Dale/Romme)). Dit geldt te meer omdat gedaagden niet de stelling van eisers hebben weersproken dat er al realistische “first person” computer paardrijdspellen op de markt waren voordat [gedaagde 2] haar ideeën heeft gedeponeerd.

Een idee beschermen kan niet. Een volledig uitgewerkt idee wordt beschermd door het auteursrecht. Iemand die die uitwerking leest en er mee aan de haal gaat, pleegt inbreuk en kan daarmee worden aangepakt. Maar je moet dan wel bewijzen dat die iemand het idee van jouw uitwerking heeft gekregen.

Arnoud

Driestappentoets voor Nederlandse thuiskopieregeling (2)

Een tijd geledenOp 29 juni heeft SP-Kamerlid Gerkens kamervragen gesteld over de thuiskopieregeling. De antwoorden zijn nu al(!) binnen:

Bij vraag 1 bevestigt de minister dat de thuiskopieregeling ook geldt bij kopiëren vanaf een illegale bron. Het antwoord op vraag 2 is typisch ambtenarentaal, dus dat citeer ik integraal:

Vraag 2
Zijn deze bepalingen ook van toepassing op het aanbod van werken op het internet?
Antwoord
Ja.

Het belangrijkste is het antwoord op vraag 4, 5 en 6 over de Berner driestappentoets, drie eisen die de Berner Conventie stelt aan beperkingen op het auteursrecht. De vraag of de thuiskopieregeling aan die toets voldoet, beantwoordt de minister met een volmondig ja:

De drie-stappen-toets is bij de vormgeving van de thuiskopieregeling in acht genomen en ligt besloten in de voorwaarden die aan de inroepbaarheid van de privékopie-exceptie worden gesteld (Kamerstukken II 2002- 2003, 28 482, nr. 5, blz. 18). In de thuiskopieregeling komt dit met name tot uitdrukking in het feit dat het moet gaan om een privékopie a) uitsluitend voor eigen studie, oefening of gebruik, b) gemaakt zonder direct of indirect commercieel oogmerk en c) van de natuurlijke persoon die de kopie maakt. Daartegenover staat, zoals gezegd, de aanspraak van rechthebbenden op een billijke vergoeding.

Gezien recente ontwikkelingen, met name op het gebied van legale webwinkels voor films en muziek, en ook gezien afwijkende wetgeving in andere Europese landen, wil de minister in 2008 bekijken of een wijziging van deze regeling wellicht gewenst is.

Gevonden via Volledig Bericht, pardon Boek 9. Ook op Solv.

Arnoud

E-mailen van bedrijfsinformatie: geen schending van geheimhoudingsverplichting

In een kort geding uit Haarlem had een werknemer vanaf de bedrijfscomputer het complete crediteuren- en debiteurenbestand, het inventarisatieprogramma en diverse aanvragen en aanbiedingen van klanten en leveranciers naar zijn privé emailadres gemaild. Daarna had hij ook nog eens de desbetreffende bestanden van de bedrijfscomputer verwijderd. Mag dat?

Wie bij een bedrijf werkt, heeft vaak te maken met vertrouwelijke bedrijfsgegevens. Veel arbeidsovereenkomsten hebben dan ook een geheimhoudingsverplichting omtrent zulke informatie. Publicatie of doorgeven aan derden van die informatie is niet toegestaan. Doe je dat toch, dan kun je tot schadevergoeding worden veroordeeldgepubliceerd.

Bovendien kan gebruikmaken van bedrijfscomputers wel eens gezien worden als misbruik van ICT-faciliteiten van het werk.

Het vonnis legt niet uit waarom de werknemer dit heeft gedaan, maar gezien de tegeneis over uitbetaling van achterstallig salaris, was dit “gijzelen” van bedrijfsgegevens waarschijnlijk bedoeld als drukmiddel.

De werkgever klaagde de werknemer aan wegens schending van de geheimhoudingsverplichting. Maar dat ging niet op:

Gesteld noch gebleken is immers dat [gedaagde] informatie die hij aldus naar zijn privé emailadres heeft gestuurd aan derden heeft doorgegeven en/of geopenbaard. Wika erkent dit overigens zelf ook, nu zij heeft gesteld dat [gedaagde] tot dusver nog geen voor Wika waarneembaar gebruik heeft gemaakt/laten maken van de vertrouwelijke bedrijfsinformatie van Wika. Zolang dat niet is gebeurd kan naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake zijn van schending van de geheimhoudingsplicht.

Wel merkt de rechter op dat dit waarschijnlijk wel te zien is als onzorgvuldig gedrag van de werknemer. Alleen, die grond voor schadevergoeding stond niet in de dagvaarding dus kon de werknemer daar niet op aangesproken worden.

Via Boek 9.

Arnoud

Netkwesties: Vrijspraak met bijsmaak bij hyperlink-strafzaak

Netkwesties schrijft in Vrijspraak met bijsmaak een mooi overzicht van de strafzaak inzake het aanbieden van codes voor peer-to-peer uitwisseling.

Ondanks de vrijspraak voor van ‘georganiseerde piraten’ in het eerste Nederlandse strafproces voor p2p-beheerders schept de Rotterdamse rechtbank een opmerkelijk precedent: het beheren van linksites kan in beginsel wél strafbaar zijn. Ze zijn ‘medeplichtig’ aan illegaal uploaden, in principe althans.

Arnoud

Privacy nieuw verkoopargument zoekmachines

Niemand weet hoe veel informatie zoekmachines bijhouden over gebruikers, maar het is ongetwijfeld meer dan we allemaal denken. Google bewaart bijvoorbeeld elke zoekvraag met daarbij het tijdstip, browser type, browser taal en IP adres van elke zoekvraag. En dankzij de deal met Doubleclick kunnen ze daar heel veel mee. Bovendien werd tot voor kort alles tot 2038 bewaard. Onlangs kondigde Google aan dit terug te brengen naar twee jaar, maar dat verstomde de kritiek allerminst.

Toch lijkt het er op dat zoekmachines wel degelijk hun beleid structureer gaan aanpassen op dit punt. De BBC meldt dat na Google nu ook Microsoft, Yahoo! en Ask.com persoonsgebonden informatie sneller weg gaan gooien. Microsoft na anderhalf jaar, Yahoo! na 13 maanden, en Ask.com nog sneller: die komen met een tool waarmee je zelf weg kunt gooien wat je niet bevalt over jezelf.

Google heeft ondertussen ook de Webgeschiedenis-dienst, waarmee gebruikers kunnen zien wat Google allemaal over hen weet.

Het wordt dus langzaam maar zeker een marketingtechniek om te laten zien dat je bezig bent met de privacy van je klant. Maar niet alleen dat. Zoekmachines staan onder steeds grotere druk over precies dit onderwerp, dus proactief maatregelen nemen kan juridisch of wettelijk ingrijpen wellicht voorkomen, aldus Ars Technica:

Such movements from Microsoft and Google are more than just an act of oneupmanship—though there’s certainly an element of that at work—but are a broader response to consumer concerns and nasty allegations of antitrust behavior that’ve been flung around recently. With the Senate set to review Google’s proposed merger with DoubleClick and with Microsoft’s own recent purchase of aQuantive, its in the industry’s best interest to appear very concerned about personal privacy, even as market consolidations point towards more specific, focused, and, in a word, personalized advertising on the horizon.

Het College Bescherming Persoonsgegevens schreef al eerder dat zoekmachines gewoon aan de Wet Bescherming Persoonsgegevens gehouden zijn en dus onjuistheden in persoonsgegevens moeten wijzigen als de betrokkene daarom vraagt. Je zou dus aan een zoekmachine moeten kunnen vragen om pagina’s in hun index te verwijderen of aan te passen.

Benieuwd hoe veel succes Witheet en ZIJonline daarmee hebben trouwens. Connie Breukhoven wist via de rechter af te dwingen dat deze sites smadelijke informatie over haar zouden verwijderen, en dat ze Google en Yahoo opdracht zouden geven tot verwijdering uit de zoekmachine van de publicaties.

Solv meldt nog dat een samenwerkingsverband van verschillende Europese privacytoezichthouders heeft aangekondigd onderzoek te gaan doen naar de bescherming van persoonsgegevens door zoekmachines.

Arnoud

Waarom juristen altijd ‘Dat hangt er vanaf’ zeggen – SYNC.nl

Mijn nieuwe column op SYNC:

Een van de meest gestelde juridische vragen is “Is dit legaal?”, waarbij “dit” meestal een hypothetische situatie is. Juristen zeggen dan altijd “Dat hangt er vanaf”, wat de vragensteller vaak flauw vindt. Toch is het in veel gevallen het beste antwoord.

Lees verder in Waarom juristen altijd ‘Dat hangt er vanaf’ zeggen – SYNC.nl.

Arnoud