Laatst kwam de vraag ook alweer in de comments voorbij, en ik had er gisteren een discussie over met een klant: waarom toch dat gebruik van ALINEA’S MET HOOFDLETTERS in licentiedocumenten?
Dit is een mooi stukje cargo cult-juristerij, net als aanvinkvakjes bij algemene voorwaarden en klakkeloos gecopypaste standaardclausules. Het heeft ergens een basis in een wet, maar of die wet geldt en of dit de manier is om eraan te voldoen, dat weet eigenlijk niemand meer.
Het idee dat aansprakelijkheidsbeperkingen (“exoneraties”) met hoofdletters moeten, komt uit de Amerikaanse wet. Hun Uniform Commercial Code, artikel 2-316 eist dat je bepalingen over aansprakelijkheid “conspicuous” weergeeft, oftewel op zo’n manier dat een redelijk oplettend persoon het had moeten zien. Bij ons zouden we volstaan met zo’n zin, maar het is typisch Amerikaans om enkele voorbeelden toe te voegen zodat je een “safe harbor” hebt waarmee je zeker weet dat je aan de wet voldoet. Dus staat in artikel 1-201(b)(10):
Conspicuous terms include the following: (A) a heading in capitals equal to or greater in size than the surrounding text, or in contrasting type, font, or color to the surrounding text of the same or lesser size; and (B) language in the body of a record or display in larger type than the surrounding text, or in contrasting type, font, or color to the surrounding text of the same size, or set off from surrounding text of the same size by symbols or other marks that call attention to the language.
Hoofdletters zijn dus een manier om een exoneratie “conspicuous” te maken, maar niet de enige. Het is wel de meest zekere: lettertypes, kleurtjes en dergelijke kunnen stukgaan bij het converteren van WordPerfect 4.2 naar Word 2.3, dus laten we dat maar niet doen. Bovendien staat het onprofessioneel, een lichtrood stuk tekst. Zoiets zal er wel achter zitten.
Maar goed, dat is Amerika. Bij ons staat nérgens in de wet dat je een exoneratie (of welke clausule dan ook) extra opvallend moet laten zijn voordat ‘ie geldig is. Sterker nog, er staat in de wet dat je niet eens hoeft te bewijzen dat men die exoneratie gelézen heeft (art. 6:232 BW). Enkel erop wijzen dat er algemene voorwaarden zijn (met hyperlink naar de tekst, dat wel) is al genoeg om ze deel te laten zijn van de overeenkomst. Ja, dus ook zonder dat men een vinkje heeft geplaatst.
Toch zijn er ook Nederlandse juristen die aansprakelijkheidsbeperkingen met hoofdletters gaan schrijven. Ik vermoed omdat ze daaraan gewend zijn vanwege al hun Amerikaanse contracten, of misschien wel omdat ze een Amerikaanse tekst hebben gecopypaste en vertaald. Of misschien wel omdat de klant zei “hee moet er niet wat in hoofdletters, dat doet iedereen toch?”.
Ik snap trouwens werkelijk niet waarom die Amerikaanse wet überhaupt zegt dat hoofdletters “conspicuous” zijn in de zin van “dan had je het moeten zien”. Tekst in hoofdletters is volstrekt onleesbaar als het meer dan een zin of twee is.
Arnoud
Een lezer vroeg me:
Als jullie er moe van worden moet je het maar zeggen, maar het blijft me fascineren waar de juristen van internetbedrijven elke keer weer mee komen als er nieuwe diensten worden gelanceerd. Want ja daar moeten voorwaarden bij en laten we het nog maar een keer opnieuw opschrijven, op een net wat andere manier en we streven naar helderheid maar ja het moet ook juridisch kloppen natuurlijk. En we horen het wel of er bezwaren zijn. Meest recente voorbeeld is So.cl van Microsoft, een sociaal netwerk waar zoeken, netwerken en delen van content gecombineerd worden.
Op Twitter zag ik een
Oh jee, algemene voorwaarden van cloudaanbieders. De afgelopen week werd ik overstélpt met mensen die wilden weten of Google Drive werkelijk alle rechten opeiste rond de bestanden die je daar kon parkeren. En dat was niet de eerste keer dat zo’n vraag aan de orde was. Bij zo ongeveer elke nieuwe dienst is tegenwoordig standaardvraag één “wat mogen ze van de voorwaarden met je content”, met als standaardantwoord “oh nou van alles want die voorwaarden zijn wel heel erg vaag” en standaardconclusie “nou ja die soep wordt uiteindelijk toch niet zo heet gegeten anders zou het wel verboden worden toch?”. Of zoiets. Zucht.
Dit gaan we steeds vaker krijgen: faillissementsproblemen in de cloud. Waar een bedrijf vroeger hooguit voor stroom en elektriciteit afhankelijk was van derden voor het dagelijks functioneren, is nu (naast koffie) de internettoegang en de gehoste diensten absoluut cruciaal. Maar als een bedrijf failliet gaat, zal zo’n leverancier natuurlijk meteen de stekker eruit trekken want die ziet zijn facturen niet meer betaald. En dat is dan weer heel pijnlijk voor de curator, want daarmee gaan zijn mogelijkheden voor een doorstart verloren. In 2009
Een lezer vroeg me:
Steeds meer cadeaubonnen worden op internet doorverkocht. Het afgelopen jaar kwamen er drie nieuwe online ruil- en verkooppunten voor ongebruikte cadeaubonnen bij, las ik in de papieren Metro. Handig, zou je zeggen, maar het doorverkopen van de bonnen blijkt bij bedrijven en instellingen die ze uitgeven irritatie op te roepen.