Sorry, disclaimers op je wall gaan echt niet helpen tegen Facebooks nieuwe voorwaarden

facebook-dislike-like.pngMenig lezer wees me op de voorgenomen nieuwe voorwaarden van het sociale netwerk Facebook. Kort gezegd komt het erop neer dat het bedrijf nóg meer informatie over je wil verzamelen, en in het bijzonder toegespitst op je locatie, en dat je daar toestemming voor geeft door vanaf 1 januari op Facebook te blijven. Slikken of stikken dus, en dat in een lange lap juridische taal. Dus wat doen mensen dan? Die gaan een lap tegentekst publiceren.

De lap tekst komt in diverse varianten voor, maar dit is volgens mij de kern:

Due to the fact that Facebook has chosen to use software that will allow the theft of my personal information, I do declare the following: on this day 2nd December 2014, in response to the new Facebook guidelines and under articles L.111, 112 and 113 of the code of Intellectual Property I declare that my rights are attached to all my personal data, photos, text etc . . . published on my profile since the day I opened my account. For commercial use of the foregoing my written consent is required at all times.
By this release I tell Facebook and anyone else that it is strictly forbidden to disclose, copy, distribute, broadcast or to take any other action against me on the basis of this profile and/or its contents. The actions mentioned above apply equally to employees, students, agents and/or other staff under the direction of Facebook or any other company.
The contents of my profile include private information. The violation of my privacy is punished by the law(UCC 1 1-308 – 308 1 – 103 and the Rome Statute). Facebook is now an open capital entity.
Those reading this text can copy and paste it on their Facebook wall. This will allow them to place themselves under the protection of copyright. If you have not published this at least once, you will tacitly allow the use of elements such as your photos as well as the information contained in your profile update.

Grote hemel, waar te beginnen. Eerst maar eens mijn schoenen uit want mijn tenen trekken té krom anders.

Ik weet niet wat artikelen “L.111, 112 and 113 of the code of Intellectual Property” inhouden, maar toen je lid werd van Facebook sprak je met ze af dat zij je auteursrechtelijk beschermde werken mochten gebruiken voor zover nodig voor hun dienst. En dat is ook logisch gezien de aard van de dienst. Dus hoe hard je ook rechten gaat voorbehouden, Facebook mág er gewoon mee wat ze er redelijkerwijs mee moet kunnen.

En Facebook een “open stad” verklaren? Mijn juridische hoela. Dat is een term uit het oorlogsrecht: de stad verklaart af te zien van alle verdediging en smeekt de aanvaller om haar dan verder met rust te laten. Wat dat met privacy te maken heeft, ontgaat me ten ene male.

Maar wat hier ook van zij: dit gaat hem niet worden.

In het algemeen geldt namelijk, je mag voorwaarden niet wijzigen achteraf, en al helemaal niet met een eenzijdige mededeling op een plek waar een bedrijf normaliter niet zal kijken. (Maar mag FB dan wél de voorwaarden wijzigen? Ja, want dat stond in de oude voorwaarden én ze communiceren het best wel hard naar alles en iedereen die het wil horen.) Dus het voegt weinig toe om welke tekst dan ook op je Facebook Wall te plakken met als doel Facebook van juridische gedachten te doen veranderen.

Arnoud

Mijn universiteit verplicht me te Facebooken!

facebook-vind-ik-stomEen lezer vroeg me:

Ik studeer in Amsterdam en voor een van onze vakken publiceert de docent essentiële informatie alleen in een Facebookgroep waar iedereen dus lid van moet worden. Ik heb geen Facebook want hun privacybeleid bevalt me niets (zacht uitgedrukt). Kan mijn docent me toch verplichten hieraan mee te werken?

In theorie lijkt me dit eenvoudig: nee, dat kunnen ze niet. De Wet op het hoger onderwijs bepaalt dat er een onderwijs- en examenregeling moet zijn voor elke opleiding, en daarin moet staan hoe het vak gegeven wordt (“waar nodig, de inrichting van praktische oefeningen”). Ik geloof geen seconde dat er ook maar één Nederlandse universitaire studiegids is die het woord Facebook vermeldt bij de studiehulpmiddelen.

Daarnaast is het nogal merkwaardig dat een universiteit zou eisen dat een student verplicht een contract sluit met een derde partij (Facebook), zeker nu bekend is dat die partij nogal losjes met de privacy van Europese burgers omgaat.

Tegelijk snap ik vanuit de praktijk de keuze wel: als je zelf gewend bent Facebook te gebruiken als docent, en je studenten doen dat zonder piepen ook, wat is er dan handiger dan op Facebook met elkaar communiceren? En ik geef meteen toe dat Facebook makkelijker te gebruiken is dan ieder onderwijstool dat ik heb gezien.

Mij lijkt het beter als de docent de informatie óók deelt via een eigen tool, zoals het bekende Blackboard. Maar hoe krijg je die docent daarvan overtuigd? Escaleren naar de decaan of studieadviseur en hopen dat die je zorg snapt? Hoe zorg je ervoor dat je niet overkomt als een zeur bij zoiets?

Arnoud

De vrijheid van misselijkheid juridisch bekeken

Naar aanleiding van de actie van diverse sociale media om beeld van de onthoofding van journalist James Foley te verwijderen schreef Rejo Zenger een erg mooi betoog over grondrechten op die sociale media. Twitter en Youtube hebben de beslissing genomen die beelden niet meer toe te laten, hoewel je je zeer kunt afvragen of die beelden strafbaar zijn om te vertonen. En waarom zouden die bedrijven dingen weg moeten (mogen) halen als de inhoud niet strafbaar is?

Op zich heb je op andermans blog of site géén recht om je mening te uiten. “Freedom of the press is guaranteed only to those who own one” zei Abbott Joseph Liebling al in 1960. Je kunt natuurlijk een eigen blog beginnen, maar dat je dan geen lezers hebt is toch echt jouw probleem. Andere sites hoeven jouw mening niet toe te laten.

Het zou ook wel een grote uitholling van het eigendomsrecht zijn als een ieder al te gemakkelijk met een beroep op vrije meningsuiting zich onbeperkt toegang tot en gebruik van andermans eigendom kon verschaffen. Maar onmogelijk is het niet. Zo werd in de jaren zeventig het recht bevochten om andermans eigendom te mogen gebruiken ten behoeve van een eigen meningsuiting, namelijk door posters met meningen te mogen plakken op muren of gebouwen. Dat bleek heel soms te mogen bij de rechter: als de staat -de gemeente, meestal- totaal géén mogelijkheid gaf om legaal aan te plakken, dan moesten de burgers maar tolereren dat er op hun muur werd geplakt. Vandaar dus dat er allerlei openbare aanplakborden in vrijwel elke gemeente staan.

In de jaren tachtig speelde deze kwestie bij de vraag of verslaggevers toegang moesten krijgen tot voetbalstadions, dit op grond van het recht van vrije nieuwsgaring. De gebouwen zijn eigendom van de voetbalclubs, maar in principe kan iedereen (tegen betaling) naar binnen gaan. Mag de voetbalclub dan de voorwaarde stellen dat men alleen naar binnen mag indien men niet filmt? De Hoge Raad oordeelde van wel. Ook in situaties als deze behoort het eigendomsrecht boven de vrije meningsuiting te gaan. De stadions waren opgesteld voor publiek, maar nog steeds privé-eigendom.

Deze lijn kun je prima doortrekken naar sociale-mediasites als Google, Facebook of Twitter. Hun servers zijn privé-eigendom en zij beslissen dus wat daar gebeurt. Willen ze geen blote borsten, dan is dat hun keuze. Wil men wel expliciet geweld toestaan, nou ja hun keuze dan ook al word ik er misselijk van. Ik moet dan mijn sociale media maar ergens anders halen.

Alleen: wélke ergens anders. Twitter en Google zijn inmiddels zo groot dat hun beslissing om geen aandacht te schenken aan een bepaald nieuwsfeit bepalend kan zijn voor de verdere ontwikkeling daarvan, merkt Zenger terecht op. En je bent de facto ook als gebruiker best afhankelijk van deze sites. Je stapt niet zomaar op bij Facebook of Google.

En die marktmacht, die meningsmacht die die sites hebben, maakt dat hier wellicht een uitzondering moet gaan gelden op de ondernemersvrijheid van deze bedrijven om te kiezen wat ze wel en niet toestaan.

Daarvoor is een precedent. In de Europese Appleby-zaak uit 2003 wilde een groep demonstranten in een winkelcentrum – ook een semi-openbare ruimte – haar mening uiten. De (private) eigenaar verbood dit op grond van zijn eigendomsrecht. Het EHRM oordeelde dat dit in beginsel inderdaad toegelaten was. Het eigendomsrecht woog zeer zwaar en kon in beginsel slechts opzij gezet worden wanneer sprake was van

preventing any effectieve exercise of freedom of expression or [if] it can be said that the essence of the right has been destroyed (r.o. 47).

Bij het Appleby-winkelcentrum was hiervan geen sprake, omdat je als demonstrant ook de individuele winkels zou kunnen vragen of je daar mocht flyeren in plaats van in de algemene hal.

Hoe trek je dit nu door naar internet? Als een site of dienst zó groot is dat zonder je daar te kunnen uiten je vrijheid van meningsuiting effectief dood is, dan mag de dienst niet zomaar je mening verbieden. Met het aantal gebruikers op Facebook en Twitter en vooral het feit dat grosso modo iedereen daar kijkt en nergens anders, zie ik dat nog wel een eind opgaan.

Alleen: dat zou betekenen dat je als Facebook dus ook misselijkmakende beelden moet laten verspreiden waar een hoop gebruikers niet op zitten te wachten. Dat kan ook weer niet de bedoeling zijn. Of wel? Zoals Rejo betoogt:

Hoe schokkend het filmpje van de onthoofding ook is, het is de keiharde realiteit van onze wereld. Dit soort beelden zijn medebepalend voor onze toekomst. … Dit soort beelden moet gezien worden – in ieder geval door hen die dat willen. Elk van ons moet dat voor zichzelf bepalen.

Facebook zou dus dit soort beelden wél door moeten laten maar mensen zelf laten zeggen “dit wil ik niet meer zien”, waarna het uit je gezicht blijft. Een grote verantwoordelijkheid. Maar ja, ze hebben dan ook een grote macht. En het is dan te makkelijk om te zeggen “onze servers, wij bepalen”. Als je zó veel invloed hebt, dan moet je rekening houden met anderen.

Arnoud

Mag je foto’s uit een gevonden camera op Facebook zetten?

lost-found-verloren-voorwerpenEen lezer vroeg me:

Een kennis van me met behoorlijk wat Facebookvrienden vond onlangs een camera op straat. Hij heeft enkele foto’s daarvan op Facebook gezet (met afgeblokte gezichten) met een oproep om het bericht te delen en hem te contacteren als iemand weet wie dit zijn. Maar mag dat wel met de privacywet?

Volgens de wet behoor je een gevonden voorwerp aan te geven bij de gemeente – niet bij de politie dus. Ook moet je het melden bij de eigenaar van de ruimte waar je het vond, bijvoorbeeld de NS als het in de trein was of de klantenservice als je iets in een winkel vindt. Het is niet verplicht een voorwerp op te rapen (vindplicht) maar wel om een opgeraapt voorwerp aan te geven.

In de praktijk werkt dit lang niet altijd, zeker niet als het voorwerp uit het buitenland komt of op straat lag zonder verdere aanknopingspunten over de eigenaar. Terwijl veel mensen wel op sociale netwerken zitten, of mensen kennen die daarop zitten. Logisch dus om te denken dat zo’n oproep op Facebook meer kans op succes heeft.

Het publiceren van foto’s kan al snel een privacyschending opleveren. Als mensen herkenbaar zijn, hebben ze immers portretrecht. Het plaatsen van een balkje over het gezicht is een oplossing, maar bekenden zullen waarschijnlijk desondanks deze mensen herkennen. (Dat is ook het hele punt natuurlijk van die foto’s publiceren.) Of dat genoeg is om het portretrecht te weerleggen, betwijfel ik dus.

(Daarnaast zit er auteursrecht op die foto’s dus publiceren mag niet zonder toestemming maar gezien de context zou ik dat toch citeren noemen.)

De vraag is dan: is deze privacyschending te rechtvaardigen met een ander belang dat minstens zo zwaar weegt? Het is natuurlijk een nobel doel: het terugbezorgen van de camera. En dan moet je wel iets laten zien waarmee mensen weten dat het hún camera is. Je weet dat in de praktijk de politie hier weinig prioriteit aan geeft, dus welke opties heb je anders? Ik zou dan ook zeggen dat dit moet kunnen mits je natuurlijk alleen keurige foto’s uitzoekt en goed nadenkt per foto of men het vervelend zou vinden dat nou net die foto voor de hele wereld zichtbaar is.

Een tip die specifiek bij camera’s nog handig is, is om als eerste foto een afbeelding van naam, adres en telefoonnummer op te nemen. Zo weet je als eerlijke vinder meteen waar je terecht moet.

Arnoud

Wat is beter: een telefoonnummer of een socialemediaaccount?

aansluitpunt-muur-telefoon-adsl.pngEen lezer vroeg me:

Als ik het goed begrijp, moet ik op onze webshop een telefoonnummmer vermelden. Ik heb daar moeite mee, want bellen is erg storend voor mijn werk. Wel houd ik de hele dag Twitter en Facebook in de gaten, en zal ik binnen een uur of zo reageren. Waarom vindt de wet dat niet genoeg?

De wet eist inderdaad expliciet dat aanbieders van internetdienstverlening (zoals webshopeigenaren) een telefoonnummer vermelden op hun site. Art. 3:15d BW formuleert het zo:

gegevens die een snel contact en een rechtstreekse en effectieve communicatie met hem mogelijk maken, met inbegrip van zijn elektronische postadres;

Dat hieronder ook een telefoonnummer valt, werd in 2008 bevestigd door het Hof van Justitie. En vanwege dat “met inbegrip” concludeerde dat Hof dat je náást e-mail een telefoonnummer moest publiceren. En uiteraard opnemen als men daarheen belt, hoewel binnen het redelijke: niemand verwacht dat een winkel om 3 uur ’s nachts telefonisch bereikbaar is.

Het argument hierbij is dat e-mail minder direct is dan de telefoon. Wie een probleem heeft met zijn bestelling, wil soms direct contact om live uit te kunnen leggen wat het probleem is. Dat kan per telefoon, maar een mail die een dag later wordt beantwoord is niet genoeg. Een chat of contactformulier mocht wel – mits men maar binnen 30 tot 60 minuten reageert op vragen daarin.

Vandaag de dag zou je die norm best door kunnen trekken naar sociale media. Als je daar bovenop zit, en dus binnen 30 tot 60 minuten reageert op vragen en klachten, dan heb je niet óók nog een telefoonnummer nodig.

Tegelijk voel ik er wel een beetje huiver bij: ik vind het persoonlijk best irritant om berichtjes in een chat te typen. Je moet maar net afwachten wanneer je een reactie krijgt en of ze je bericht hebben opgevat zoals je het bedoelde. Aan de telefoon hoor je zoiets, en je kunt direct inbreken en corrigeren. Plus, 30 minuten lag in de conversatie is buitengewoon irritant, zeker als je met een acuut probleem zit.

Wat vinden jullie? Is de telefoon superieur aan Twitter/Facebook/chats voor klantenservice?

Arnoud

Mag Facebook de WhatsApp-gebruikers toevoegen aan haar database?

whatsappFacebook neemt Whatsapp over voor een bedrag van 19 miljard dollar (13,8 miljard euro), meldde Nu.nl gisteren. Uiteraard vooral om zo toegang te krijgen tot de contactgegevens van de 450 miljoen actieve gebruikers van de instantberichtendienst. Maar dat roept de vraag op: mag Facebook dat wel als ze straks eigenaar zijn van WhatsApp, Inc. als bedrijf?

Bij een bedrijfsovername in ICT-land zijn de klanten meestal de belangrijkste asset: je koopt een dienstverlener omdat je meer met zijn diensten en klanten denkt te kunnen bereiken. Maar afhankelijk van het soort bedrijfsovername kan het nog lastig zijn om die klanten naar je eigen diensten over te zetten. Een slimme dienstverlener regelt dus in zijn algemene voorwaarden alvast dat klanten mee verkocht mogen worden of mogen worden overgedragen naar de koper.

WhatsApp was slim, want in de voorwaarden zie ik een vrij duidelijke regel hierover:

These Terms of Service, and any rights and licenses granted hereunder, may not be transferred or assigned by you, but may be assigned by WhatsApp without restriction.

Oftewel, WhatsApp mag volgens de voorwaarden alle gebruikers overzetten naar Facebook Inc en vanuit daar de dienst gaan leveren. Iets dergelijks is in Californië rechtsgeldig, maar bij ons in Nederland eigenlijk niet. Art. 6:159 BW bepaalt dat contractsovername kan, maar alleen nadat beide partijen daarmee instemmen en dit in een akte (een schriftelijk stuk) is vastgelegd. De instemming kun je in algemene voorwaarden opeisen, maar die akte vereist echt een aparte handeling want een akte is handtekening op schrift of heel veel moeilijk gedoe met publiekesleuteltokens en door gecertificeerde partijen uitgegeven elektronische dingen. (Dit is iets anders dan de recent besproken cessie van een vordering.)

Maar of WhatsApp/Facebook zich veel gelegen zal laten liggen aan deze Nederlandse eis, is natuurlijk de grote vraag. Men zal er waarschijnlijk vanuit gaan dat iedereen de dienst zo handig vindt dat men toch wel meegaat, en voor de vorm kan WhatsFace dan straks nog even een hernieuwde set voorwaarden voor de neus schotelen waar je dan verplicht akkoord op moet geven.

En mocht er dan toch nog twijfel ontstaan over de geldigheid van dat overzetten, dan kan WhatsApp gewoon snel de voorwaarden aanpassen:

WhatsApp reserves the right to amend or modify these Terms of Service at any time, and it is your responsibility to review these Terms of Service for any changes. If you do not agree to the revised Terms, your only recourse is to discontinue the use of the WhatsApp Service.

En dat is in het algemeen ook de voor de gebruiker frustrerende situatie: als je het er niet mee eens bent, dan zeg je de dienst maar op. Klinkt leuk, maar feit is wel dat bij internetdiensten als deze je nauwelijks een vrije keuze hebt. Als al je vrienden op WhatsApp zitten, dan kun jij wel prettig privacyvriendelijk op Telegram gaan zitten maar dan heb je niemand om mee te telegrammen. Grmbl.

Arnoud

Op staande voet ontslagen wegens Facebookcomment?

Onderstaande screencap met zeer vermoeiend “be like”-bijschrijft doet de ronde. Dat roept natuurlijk de vraag op, kán dat, iemand via Facebook ontslaan? En vooral zo per direct zoals het bericht lijkt te suggereren?

ah-be-like

Je onterecht ziekmelden mag natuurlijk niet, maar is geen automatische grond voor een ontslag. In het arbeidsrecht geldt algemeen dat je proportionele sancties moet opleggen, en ontslag wordt gezien als een uiterst middel in plaats van het eerste ding dat je inzet. Een waarschuwing en een dag geen loon zou bijvoorbeeld meer voor de hand liggen.

Een ‘staandevoetje’ oftewel ontslag wegens een dringene reden is helemaal moeilijk. Het moet zo ernstig zijn dat er “redelijkerwijs niet gevergd kan worden” dat de arbeidsovereenkomst voortgezet wordt. Diefstal of mishandeling van collega’s zijn standaardvoorbeelden. Het standaard tegenvoorbeeld is detentie: wie veroordeeld wordt tot een celstraf, mag niet om die reden worden ontslagen op staande voet.

Werkweigering, oftewel niet komen werken terwijl je dat wel kunt, is genoemd als een grond voor ontslag op staande voet. Maar het moet dan gaan om een ernstige vorm van werkweigering. Onterechte ziekte wordt daar niet snel onder gerekend. De eis uit de rechtspraak is dat enkel loon inhouden te mager is als sanctie.

Zou Dynabyte de ziekmelding hebben willen betwisten op grond van het gegeven dat [appellant], in strijd met de verzuimvoorschriften, niet thuis was toen de controleur kwam, al dan niet in combinatie met de activiteiten die [appellant] volgens haar ondertussen elders ontplooide, dan had Dynabyte de loondoorbetaling kunnen opschorten. Het enkele feit dat controlevoorschriften niet zijn nageleefd, is volgens vaste rechtspraak onvoldoende voor ontslag op staande voet (zie ook HR 8 oktober 2004, JAR 2004/259), tenzij bijkomende omstandigheden dat anders maken.

In dit geval lijkt het vrij evident dat er sprake is van een onterechte ziekmelding, maar er zijn ook genoeg situaties denkbaar waarin iemand wél ziek is en toch gaat shoppen of sporten of iets dergelijks. Ziek zijn is niet per se hetzelfde als in bed liggen met een thermometer in je mond. Natuurlijk zal dit wel meestal in overleg met de arts moeten, maar het kan dat je in het kader van herstel een dag er tussenuit gaat, terwijl je toch niet in staat bent om te werken.

Het is natuurlijk mogelijk dat de vrouw in haar proeftijd zit, of via een uitzendbureau werkzaam is. In dat geval is het een stuk makkelijker. Een werkgever hoeft dan eigenlijk geen reden te hebben. (Maar als hij die heeft, mag dat geen ‘verboden’ reden zijn zoals dat de vrouw zwanger blijkt of religieus actief is.)

Een ontslagmelding via Facebook is als zodanig toegestaan. Ontslag hoeft niet per se op schrift, tenzij in de arbeidsovereenkomst staat van wel.

Het is niet de eerste keer dat zoiets via Facebook opduikt en het zal ook niet de laatste zijn. En dat roept bij mij de vraag op: hoe ver mag je kijken als werkgever? Mag je bv. verlangen dat je gevriend wordt op Facebook zodat je dit soort updates kunt zien?

Arnoud

Hoe behoud ik als werknemer mijn sociale media?

social-mediaSociale media en het werk, een lastige combinatie. Met name als je actief gaat zijn met dingen die raken aan het werk zelf. Is dat Twitteraccount van jou als je elke dag vertelt over je verkoopactiviteiten? Van wie is die Linkedingroep waarin je klanten en leveranciers met elkaar in contact brengt? Een lezer stelde me nu concreet de vraag: hoe régel ik dat in mijn arbeidscontract.

Er is helaas maar weinig wettelijk geregeld over ‘eigendom’ van sociale media accounts. Zo ongeveer de enige regel die enigszins relevant is, is het auteursrecht. Wie als werknemer en in het kader van het werk iets maakt, heeft daarop niet het auteursrecht. Dat ligt volgens de wet bij de werkgever. De productfolder of FAQ die je schreef, is dus niet van jou, maar de roman waar je in het weekend aan werkt wel.

Een account op een socialemediadienst is echter niet iets dat onder auteursrecht valt. Zo’n account is een dienst van een derde, maar op een dienst valt geen auteursrecht te claimen. Hier zijn dus niet echt regels voor, behalve de heel algemene regel dat je een “goed werknemer” moet zijn, oftewel niet nodeloos de belangen van je werkgever mag doorkruisen.

Neem een Linkedingroep waarin je met klanten praat of een Twitteraccount dat aan werk gerelateerd is. Je kunt je afvragen of je wel als goed werknemer bezig bent wanneer je dat als “privé-eigendom” zou claimen. Of als je redelijke instructies van je werkgever over wat je daarmee moet doen, niet opvolgt.

Hier is geen duidelijk juridisch antwoord op, ben ik bang. Het beste is dus om dit vooraf te regelen, oftewel bij indiensttreding in je arbeidscontract op te nemen. Een socialemediabeding dus.

Wat moet je hierin regelen?

  • Auteursrechten. Welke teksten, foto’s e.d. zijn van jezelf en welke van de werkgever? Kun je daar een duidelijk criterium voor maken, bv. “als ik ze op mijn blog zet en het gaat niet over werk, dan is het van mij”?
  • Relatie tot werk. Bepaal wanneer je wel en niet actief mag zijn op die sociale media, en wat je er eventueel bij moet melden. Mag je functie of bedrijfsnaam erbij of juist niet? Functie en “Op persoonlijke titel“? En mag je onder werktijd actief zijn daar?
  • Klanten als volgers. Wat doe je als een klant zich linkt, volgt, abonneert, bevriendt of hoe het maar heet via sociale media? Hoe herken je klanten en wanneer zou je klanten moeten weigeren of verwijderen?

Een voorbeeldtekst voor een ‘losse’ relatie, de werknemer wil zelf dingen doen die eigenlijk los staan van het werk:

Artikel X. Gebruik van sociale media
Werkgever staat toe dat werknemer op sociale media actief is voor zover dit de belangen van werkgever en een goede uitvoering van het werk niet schaadt. Hierbij spreken partijen het volgende af:
1) De auteursrechten op bijdragen aan sociale media komen toe aan werknemer persoonlijk, tenzij de inhoud op specifieke opdracht van werkgever gemaakt is.
2) Werknemer zal de accounts als persoonlijk gebruiken en de naam van werkgever alleen noemen daar waar het gebruikelijk is een werkgever te noemen. Werknemer zal nimmer pretenderen namens werkgever te spreken. Werknemer zal een privémailadres koppelen aan de socialemedia-accounts.
3) Werknemer zal de grenzen van het relatiebeding (artikel XYZ) ook respecteren bij contacten via sociale media. Partijen zullen bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst in gezamenlijk overleg socialemediaverbindingen met ‘verboden’ relaties verbreken of beëindigen waar dat haalbaar is gezien de aard van het medium.

Een werknemer die zakelijk en privé wil mengen, heeft het moeilijker. Je moet dan twee belangen balanceren. Je komt dan al snel uit op een account dat je inricht als werknemer, dus met een werkmailadres. Een voorbeeld:

Artikel X. Gebruik van sociale media
Werkgever en werknemer komen overeen dat werknemer op sociale media actief mag zijn ten behoeve van de belangen van werkgever. Hierbij spreken partijen het volgende af:
1) Werknemer zal zichzelf identificeren als $functie van werkgever en vermelden dat zijn uitingen niet die van het bedrijf hoeven te zijn, bij voorkeur met “Op persoonlijke titel”.
2) Werknemer zal zonder overleg geen toezeggingen namens het bedrijf doen, en vragen die buiten zijn expertise liggen doorverwijzen naar een collega.
3) Werknemer zal het mailadres dat werkgever beschikbaar stelt, gebruiken voor het beheer van socialemediaaccounts.
4) Werknemer zal bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst zorgdragen dat een collega het beheer van deze accounts kan overnemen. Werkgever staat ervoor in dat het account zo snel mogelijk wordt beëindigd of van naam veranderd zodat de naam van werknemer niet langer gekoppeld is aan de accounts.

Wil je een dergelijk beding gebruiken, leg deze eis zo snel mogelijk op tafel. Pas op de dag van ondertekening dit nog even melden, is te laat en zal niet worden gewaardeerd.De toekomstige werkgever zal erover moeten nadenken, en wil misschien uitzonderingen aanbrengen. Dat mag; dit is een kwestie van onderhandelen over een arbeidsvoorwaarde. Het kan natuurlijk ook achteraf, alleen zul je dan je werkgever moeten overtuigen dat dit ook voor hem goed is om te tekenen.

Zouden jullie een dergelijk beding in je arbeidscontract willen? En je werkgever?

Arnoud

Mag ik een foto naschilderen en op Facebook zetten?

schilderij-frame-rand.pngEen lezer vroeg me:

Mijn nichtje gaf me onlangs een mooie portretfoto van haarzelf. Vanuit mijn hobby schilderen heb ik dat portret nageschilderd en op Facebook gedeeld. Daarop kreeg ik een boos berichtje van de fotografe, dat dat niet mocht ivm portretrecht en copyright. Klopt dat?

De fotograaf heeft het auteursrecht (copyright) op de foto. Anderen mogen deze niet zomaar publiceren, ook niet elektronisch. En publicatie van een geschilderd portret is juridisch hetzelfde als publicatie van een fotografische kopie van de foto.

Soms denken schilders dat het wel mag omdat het schilderij creatief en origineel is, oftewel geen letterlijk natekenen maar een eigen werk. Dat is geen automatisme. Een schilderij kan creatief zijn (en daarmee zélf beschermd onder het auteursrecht) maar toch inbreuk maken op een fotografen-auteursrecht. Het criterium is of de foto te herkennen is in het schilderij. Als je kenmerkende creatieve elementen uit de foto naschildert, dan voldoe je daaraan. Ongeacht hoe veel elementen je zelf toevoegt.

Naschilderen voor je eigen oefening of studie mag, ook zonder toestemming. Dat staat in artikel 16b Auteurswet, dezelfde regeling die ook het downloaden van muziek of films toestaat. Maar zo’n thuiskopie mag niet worden gepubliceerd of gedeeld met anderen.

Met portretrecht heeft dit weinig te maken. De fotograaf kan zich niet op portretrecht beroepen. Dat portretrecht heeft het nichtje, zij staat herkenbaar op de foto. En oh, dan is er misschien toch nog een gaatje. Artikel 19 Auteurswet bepaalt dat je als geportretteerde (bij een foto in opdracht) voor jezelf kopieën mag maken van je portret, en dat ook mag laten doen. Een schilderij van een portretfoto laten maken voldoet aan die regel.

Publiceren van zo’n portret mag “in een nieuwsblad of tijdschrift”, zo staat in lid 3. Wel moet de naam van de fotograaf worden genoemd. Facebook is niet echt een nieuwsblad of tijdschrift, dus of dit medium hieronder valt is te betwijfelen. Bovendien staat er in lid 3 fotografisch portret, en een nageschilderde foto is zelf niet fotografisch. Dus daarmee kom je er niet.

Mogelijk kom je er als je de Facebookpublicatie zodanig beperkt dat er geen sprake meer is van een ‘openbaarmaking’, een beschikbaar stellen aan het publiek. Volgens artikel 12 Auteurswet is een publicatie in besloten kring óók een openbaarmaking, “tenzij deze zich beperkt tot de familie-, vrienden- of daaraan gelijk te stellen kring”. Een kleine groep Facebookvrienden die als niveau familie/IRL-vrienden aan te merken is, zou daar best eens onder kunnen vallen.

Het beste is vooraf vragen aan de fotograaf of dit akkoord is, en bij een negatief antwoord een andere fotograaf zoeken. Maar ja. Wie weet er vooraf wat hij gaat doen met zijn foto’s?

Arnoud

Ik moet mijn vrienden opschonen van mijn baas!

facebook-upload.pngEen lezer vroeg me:

Mijn vriendin werkt bij een kinderdagverblijf waar de directeur iedereen heeft gesommeerd alle ouders van hun Facebooknetwerk te verwijderen. Verder moet je profiel zo veel mogelijk afgeschermd en mag je niet vermelden dat je werkt bij dit KDV. Dit naar aanleiding van een klacht van een ouder dat een collega een foto van haar werk (met kinderen erop) had geplaatst. Kan de werkgever dit zo eisen?

Een werkgever mag eenzijdig instructies geven over hoe het werk wordt uitgevoerd, en hoe de “goede orde op de werkvloer” moet worden behouden. Op die grond kan een werkgever dus reglementen uitvaardigen over internetgebruik, privékilometers met de bedrijfsauto of zelfs het dragen van een stropdas.

Daar zitten wel grenzen aan. De privésfeer van de werknemer is er zo eentje; wat de werknemer thuis of in privéverband doet heeft in principe niets met het werk te maken. En als het niet over het werk gaat, dan valt dat buiten de instructiebevoegdheid.

Echter, je kunt je afvragen of Facebookgedrag van werknemers wel echt altijd “in privéverband” is wanneer het gedrag aan klanten of collega’s raakt. Foto’s of informatie van de werkvloer publiceren is niet echt een privézaak, helemaal niet als daar klantgegevens (of gezichten van kinderen van klanten) op zichtbaar zijn. Daar kan de werkgever dus wel degelijk wat van zeggen, en het lijkt me dat de directie van een KDV best kan zeggen dat werknemers geen foto’s van kinderen mogen publiceren.

De instructie om je Facebook te ontklanten gaat nog een paar stapjes verder. Die instructie is niet relevant voor de klacht of het probleem, maar probeert toekomstige aanverwante problemen op te lossen (bv. geroddel over ouders, ruzieën met ouders, delen van privéinformatie van ouder A met ouder B of een publieke statusupdate, etc).

Op voorhand en zó rigoreus een instructie geven gaat me nogal ver. Zeker omdat dit dieper in de privésfeer raakt dan enkel “geen foto’s van kinderen publiceren aub”. Mensen kunnen gewoon bevriend zijn met ouders, om eens wat te noemen.

Iets proportioneler lijkt mij een set instructies over wat je wel en niet over je werk mag publiceren en hoe om te gaan met ouders op sociale netwerken. Bijvoorbeeld: doe geen werkdingen op en bespreek geen werk via Facebook. Wie dan echt bevriend is kan nog steeds praten over andere dingen.

Wat vinden jullie?

Arnoud