Kun je annuleringskosten aan een Facebookfeestje koppelen?

create-event-facebookEen lezer vroeg me:

Wij organiseerden een bowlingavond voor de collega’s bij ons bedrijf. De uitnodiging is via Facebook gedaan, en op de evenementpagina hadden wij vermeld dat het evenement geld kost i.v.m. reserveren van de banen. Tevens hadden wij vermeld dat wie zich niet uiterlijk een week van tevoren afmeldt (na aangemeld te hebben uiteraard), zijn deel van de kosten moet vergoeden. Maar nu wil een collega niet vergoeden omdat hij zegt die melding nooit te hebben gezien en er niet mee akkoord is. We komen er samen wel uit maar hoe zit dat formeel juridisch?

Annuleringsvoorwaarden bij een evenement zijn op zich legaal, maar dan moeten ze wel afgesproken zijn. En iets spreek je af door dat voor of bij het sluiten van de overeenkomst te melden, zodat de wederpartij er al of niet mee akkoord kan gaan.

Akkoord gaan kan met een creatieve inktkrabbel op papier maar ook langs iedere andere weg. Zolang maar duidelijk is dát je akkoord wilde gaan en waarméé je akkoord wilde gaan. Op de knop “Ik ben erbij” klikken bij een feestuitnodiging op Facebook lijkt me een prima manier om akkoord te gaan met het aanbod een (betaald) feestje bij te wonen.

De vraag wordt dan, was duidelijk dát het betaald was dan wel dat er annuleringskosten aan vast zouden zitten. Dat je dat op de evenementpagina vermeldt is leuk, maar het gros van de mensen zal de uitnodiging accepteren via de timeline van Facebook, oftewel zónder door te klikken naar die pagina. En dan wordt de kostenmelding dus over het hoofd gezien.

Met dat ‘gebruik’ op Facebook in het achterhoofd zul je dus zelf iets moeten doen om mensen te wijzen op de voorwaarde. Want wat gebruikelijk is in een bepaalde kring of situatie, telt óók mee bij wetsuitleg.

Je kunt bijvoorbeeld in de details van het feestje een opmerking maken. “Let op: annuleringskosten, zie de pagina voor info” bijvoorbeeld. Dat is dan iets waar men op bedacht zou moeten zijn, en wie dan niet doorklikt zit er toch aan vast. Want je mag er vanuit gaan dat wie zoiets ziet, even doorklikt. En als je dat mag, dan mag je concluderen dat hij instemt met de kosten (art. 3:35 BW).

Alleen maar op de evenementpagina over kosten reppen lijkt me niet genoeg. Je hoeft niet te verwachten dat mensen uit zichelf op die pagina gaan kijken alvorens te rsvp’en op de uitnodiging. Dus dan mag je er niet op vertrouwen dat ze instemmen met de annuleringskosten.

Natuurlijk kun je altijd nog zeggen dat het algemeen bekend is dat bij een bowlingavond er reserveringskosten gemaakt zijn, en dat het dus redelijk is dat deze moeten worden vergoed. Want “de redelijkheid vult de overeenkomst aan”, aldus de wet (art. 6:248 BW). Alleen is dan dus de vraag, wat is er redelijk op dit gebied. Hoe veel dagen van tevoren mag je dan annuleren, en welk deel van de kosten moet je dragen?

Arnoud

Het einde van de power user, of waarom je Windows wél en Facebook níet mag tweaken

removeBij Buzzfeed las ik een intrigerend artikel: het einde van de power user. Daarin het relaas van de populaire Facebookextensie Social Fixer, die op zeker moment de nek werd omgedraaid door het sociale netwerk wegens “overtreding van de gebruiksvoorwaarden”. U weet wel, die voorwaarden die op elk moment kunnen wijzigen zonder dat dat iemand hoeft te worden verteld. Waarbij je niet eens in bezwaar kunt (of hooguit tegen een chatscript kunt aanklagen). Het is merkwaardig: willen bedrijven geen powerusers meer? Dat zijn toch vaak de grootste fans.

Veel software heeft ook eigen aanpasbaarheid: je kunt plugins installeren, of met een scriptingtaal eigen programma’s of functies maken. Zo heb ik een knopje dat mijn algemene voorwaarden aan een mail hangt (handig voor offertes) en een knopje dat een afbeelding in LibreOffice Presenter automatisch centreert en op maximale grootte weergeeft. Erg handig.

En kan de software het niet, dan zijn er vaak wel dingen van anderen die het wél mogelijk maken. Ik gebruik bijvoorbeeld Autohotkey, waarmee ik aan zo ongeveer alles een toetsenbordcombinatie kan hangen plus alles dat ik wil scripten en toegankelijk maken. Van het snel oproepen van een Notepad waar meteen het klembord in geplakt wordt (om snel te editten) tot het opruimen van mijn bureaublad op zondagmiddag.

Wil ik echter op Facebook iets simpels doen als mijn timeline op chronologische volgorde, dan móet je toch een partij moeilijk doen binnen de gewone interface. Plus na een week zet Facebook het gewoon weer terug naar je topverhalen. Argh. Gelukkig zijn ook dáár opties voor, zoals dat Social Fixer of F.B.Purity (dat ikzelf gebruik). Alleen, dat mag dus niet. Kennelijk, want voornoemd chatscript komt niet verder dan “het spijt me” of “dit is ons bedrijfsbeleid”.

Een juridisch argument voor het onderscheid heb ik niet. “Omdat het kan”, lijkt ook de conclusie uit het Buzzfeed-artikel te zijn. Als je een stuk software uitbrengt, heb je er gewoon geen controle over. Mensen kunnen scripts en dingen draaien die de werking aanpassen. Dat tegenhouden is zo goed als onmogelijk, tenzij je met zware DRM gaat werken of héél diep in het OS gaat ingrijpen. En dat kost een hoop developer-tijd, die je ook nuttiger kunt besteden (hoewel het bij spellen wél nuttig kan zijn, denk aan anticheatsoftware). Bij een online dienst kun je wél meer, het draait immers altijd op jouw server dus je kunt zo iets toevoegen dat de extensie of het script hindert, of een detector installeren die vervolgens de gebruiker bant.

Hier zit een diepere gedachte achter die niet per se des Sinterklaas is. En ik krijg daardoor steeds meer de overtuiging dat het tijd wordt eens wat wetten te maken speciaal voor online dienstverlening. We hadden in 2011 de zwartelijstweek, items die wat mij betreft verboden algemene voorwaarden mogen worden. En daar zou voor mij ook onder mogen vallen het verbieden van extensies of uitbreidingen die objectief gezien het genot voor de eindgebruiker ten goede komen (een beetje zoals een verhuurder niet mag eisen dat objectieve verbeteringen aan het pand moeten worden gesloopt bij einde huur). Wat jullie?

Arnoud

Trijntje Oosterhuis verslikt zich voor 2 ton in Facebookpopulariteit

trijntje-oosterhuis-like-facebookKiezen tussen Trijntje Oosterhuis en Britt Dekkers. Hmm. Zangeres Oosterhuis beloofde voor elke like op haar Facebookbericht 1 euro over te maken naar giro 555, maar toen het aantal likes richting de 200.000 ging, verdween de oproep. Dat meldde de NOS gisteren. En dan vraag je je als jurist natuurlijk af: is die twee ton opeisbaar?

Belofte maakt schuld, heet dat dan. Ook juridisch: een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding, en daarna zitten beide partijen eraan vast. Dat kan via een getekend contract maar ook een mondelinge overeenkomst is rechtsgeldig. Dus waarom niet een Twitteraanbod?

Het aanbod is dan in juridische zin: als jullie X doen, betaal ik €1 aan Giro 555 voor elke keer dat dat gebeurt. Dat idee ken ik nog van de sponsorloop van vroeger: ik zou 10 km hardlopen (of zwemmen, dat weet ik niet meer) en dan kreeg ik zo veel cent per buurman per kilometer. Ja, dat was gewoon rechtsgeldig. En wat is nu principieel het verschil tussen “als jij 10km loopt” en “als jij mijn Facebook liket”?

Een eerste tegenargument zou zijn dat ze het niet serieus had bedoeld. Ik denk niet dat je dit snel als een grap kunt benoemen. De actie liep, ze deed mee – dan mogen mensen vermoeden dat je het serieus meent. En zo’n vermoeden wordt dan bindend, ook al had je het niet zo bedoeld.

De vraag is dan, had ze eerder in moeten grijpen? Je mag immers je aanbod intrekken, en likes na het intrekmoment zijn niet meer relevant. Maar had ze dat niet wat eerder kunnen doen dan na 200.000 likes?

Dus ja, in principe zou iedereen die de vindikleukknop heeft gebruikt, nu dus kunnen verlangen dat de zangeres 1 euro gaat overmaken. Ja, één euro want iedereen heeft een eigen overeenkomst “ik betaal 1 euro als jij me liket” en je kunt andermans overeenkomst niet afdwingen. Nou ja, je zou een stichting “Trijntje moet betalen” gaan oprichten en dan met 200.000 man gezamenlijk opereren, maar dat voelt wat overdreven. (Net als zelf procederen over 1 euro trouwens.)

In principe, want in het recht zijn altijd wel uitzonderingen te vinden. En deze situatie voelt wel een tikje onredelijk voor de zangeres: hoe had zij nu kunnen weten dat ze zó veel likes zou gaan krijgen? En dan komt de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid om de hoek kijken. Je kunt iemand niet aan een overeenkomst houden als het volstrekt onredelijke uitkomsten zou opleveren. En iemand die denkt, dat kost me een paar tientjes, en dan ineens een factuur van 2 ton krijgt, die heeft een best onredelijke uitkomst. Of moet dat voor haar rekening komen? Je kunt die teller immers met enige regelmaat checken en voor jezelf een grens afspreken. Het ging vast niet in 5 minuten van de nul naar de 200.000.

Natuurlijk is het niet zo simpel als “och hemeltjelief” tweeten en de oproep weghalen. Want ook op deze uitzondering zitten weer uitzonderingen. (Leuk he, recht?) Je kunt niet eenzijdig besluiten dat de uitkomst onredelijk is. Daarvoor moeten alle omstandigheden van het geval worden meegenomen, wat ik een rotterm vind altijd want zo kun je nooit een fatsoenlijk algemeen antwoord geven.

Praktisch gezien gaat hier natuurlijk niets mee gebeuren, juridisch dan. Want niemand gaat procederen over dit bedrag. Misschien maakt ze nog een bedrag over vanuit haar persoonlijk gevoel.

Maar waar ik nog het meest mee zit, is dat deze actie een bevestiging is van al die kettingbriefflauwekul van de afgelopen 20 jaar: stuur deze mail door en Bill Gates doneert 1 dollar aan het kinderfonds in Afrika. Trijntje gaat de komende jaren in héél wat mutaties geld doneren als mensen maar foto’s tweeten, dingen pinnen, ergens inchecken of krabbelen of wat maar de hype du jour is op dat moment.

Arnoud

Ontslag wegens negatief Facebooken over je werkgever

facebook-dislike-like.pngBelgen die op Facebook negatief praten over hun werkgever mogen worden ontslagen, las ik bij Pownews. Een kaderlid dat bij herhaling zich negatief uitliet over zijn bedrijf, werd om die reden ontslagen. En dat bleef in stand bij het Arbeidshof in Brussel. Op zich weinig nieuws: wie openlijk kankert over zijn bedrijf, kan daarop aangesproken worden. Maar ja, het gebeurt op de sosjale media en dan is dat nieuws. Sorry, even een kop koffie pakken.

Ook in Nederland geldt dat je als werknemer niet zomaar van alles kunt zeggen over je werk. Je moet je als “goed werknemer” gedragen, en bij herhaling openlijk negatief doen over je werk is niet ‘goed’. Daar mag de werkgever dus sancties aan verbinden, met ontslag als uiterste middel. Dat ondervond een man die na op de werkvloer berispt te zijn wegens schelden, dat op Facebook nog eens dunnetjes over deed.

Maar is Facebook dan niet privé? Nou ja, in beginsel wel. Maar zodra je collega’s in je vriendenlijst hebt, of je berichten openbaar laat verschijnen, dan is dat privékarakter betrekkelijk (“net als het begrip ‘vrienden'”, zoals in dat vonnis stond).

Wel moet het bedrijf duidelijk beleid (een socialemediareglement) hanteren. Zonder zo’n reglement maak je het jezelf als werkgever een stuk lastiger, zoals in deze zaak bleek. Een werknemer liet zich op Facebook behoorlijk negatief uit over een collega, wat samen met een aantal andere incidenten reden was om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Omdat er geen duidelijke waarschuwing vooraf was gegeven, kon dat ontslag niet zomaar: de werknemer kreeg een ontslagvergoeding (C=1, voor de arbeidsrechtdeskundigen; in gewone taal € 1.239,09).

Heel gek vind ik het Belgische vonnis dus niet. De relatie met het werk was duidelijk, de publicaties waren openbaar en behoorlijk negatief. Maar hieruit volgt niet dat dús ieder twitteren of bloggen over je werk automatisch verboden is en tot ontslag kan leiden. Allereerst moet het gaan om iets dat behoorlijk negatief is, en ten tweede moet het ook nog zodanig openbaar zijn dat de werkgever er last van krijgt. Heb je je Facebook goed afgeschermd (ook voor collega’s) dan zie ik niet meteen een risico.

Arnoud

Liken valt onder de vrijheid van meningsuiting (duh?)

facebook-dislike-like.pngOp dat Like-knopje klikken is hetzelfde als op straat een slogan gaan scanderen, juridisch gezien dan. Dat vonniste een Amerikaanse rechter bij een ontslagzaak in Virginia. Een sheriff aldaar (een gekozen beroep in de VS) ontdekte dat zes medewerkers zijn concurrent hadden geliked, waarop hij deze ontsloeg. Zij vochten dit aan met een beroep op de vrijheid van meningsuiting, en wonnen in hoger beroep.

Iemand ontslaan om een meningsuiting ligt erg moeilijk in het arbeidsrecht. Zeker in de VS waar free speech heilig is. De rechtbank in eerste aanleg moest dan ook een trucje toepassen om het beroep op de uitingsvrijheid te mogen negeren: nee, die uitlating is te triviaal om als ‘speech’ te kwalificeren, dus is er geen sprake van een inbreuk op free speech. Je schouders ophalen of een boer laten is ook niet echt een meningsuiting.

Het beroepshof maakt daar terecht gehakt van, om de eenvoudige reden dat klikken op ‘like’ hetzelfde is als typen “Ik vind het leuk dat concurrent X sheriff wil worden.” En dat laatste is zonder enige twijfel een meningsuiting.

“On the most basic level, clicking on the ‘like’ button literally causes to be published the statement that the User ‘likes’ something, which is itself a substantive statement.”

Bij ons zou een rechter op dezelfde manier oordelen. De discussie zou dan ook gaan of je van een “goed werknemer” (wat iedere werknemer moet zijn) kunt verlangen dat hij zich van dergelijke uitingen onthoudt. We hebben een paar socialemediazaken in het arbeidsrecht gehad waarbij het ging om gescheld en getier richting collega’s. Dat is nog wel verdedigbaar, maar iemand ontslaan bij de BCC omdat hij Bol.com liket? Een BMW-verkoper op nonactief stellen tot hij Ferrari ontleukt?

Bij ambtenaren ligt dit iets gevoeliger. Artikel 125a Ambtenarenwet bepaalt dat een ambtenaar “dient zich te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens” wanneer daardoor “een goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst” in gevaar zou komen. Mijn collega Mathieu Paapst schreef eerder over de situatie van een ambassadeur die een anti-regeringspagina likete, waarvoor hij op de vingers werd getikt door de minister.

Wat zou volgens jullie een werknemer echt niet zomaar kunnen liken?

Arnoud

Ontslagen Nieuwzeelandse vrouw moet baas toegang tot Facebook geven

face-book.pngEen voormalige stewardess van Air New Zealand is door de rechter gedwongen om haar ex-werkgever toegang tot haar Facebookprofiel en bankafschriften te geven, las ik bij Security.nl. De werkgever wil daarmee controleren wat ze tijdens haar ziekteverlof heeft gedaan, omdat deze haar ervan verdenkt zich valselijk ziek gemeld te heben. Het verweer dat Facebook privé is en dat de werkgever die informatie niet had tijdens het arbeidsconflict dat er speelde, werd afgewezen.

De basis voor deze opeising is het instrument van ‘discovery’, oftewel het aan elkaar moeten afstaan van documentatie en ander bewijs dat potentieel relevant kan zijn voor de rechtszaak. Wij kennen zo’n instrument niet, maar in de VS en andere common law-jurisdicties is dit een standaardprocedure. Het idee is dat je relevant bewijs niet moet kunnen achterhouden, want de waarheid moet boven tafel komen.

De vrouw had zich ziek gemeld om voor haar zieke zus te zorgen, wat kennelijk in Nieuw-Zeeland legaal is. De werkgever verdacht haar echter van een valse ziekmelding en ontsloeg haar. Toen de vrouw dat aanvocht, eiste de werkgever dus die timeline-informatie op. Dat doet wel wat gek aan: als je iemand ontslaat zónder goed bewijs, is dat ontslag dan niet sowieso onrechtmatig zelfs als achteraf blijkt dat je wel gewoon gelijk had?

In Nederland bestaat zo’n discovery-regeling niet. Een werkgever moet zelf bewijs vergaren en kan dit niet opeisen bij de werknemer. Op zich ka het wel legaal zijn om op Facebook of Hyves ontdekte informatie te gebruiken. In 2012 werd een loonopschorting legaal verklaard door de rechter, omdat de ziekmelding van de werknemer weerlegd kon worden met een Hyves-screenprint:

Bovendien kan … geoordeeld worden dat de hyves-pagina’s van [X] nu niet direct de indruk geven dat zij ziek was, in tegendeel, daaruit kan worden afgeleid dat in ieder geval geen sprake meer was van waterpokken en de zichtbare gevolgen daarvan.

Maar hier ging het dus om informatie die bekend was bij de beslissing om haar loonuitbetaling op te schorten. En dat vind ik nog wel verdedigbaar. Achteraf je ontslag rechtpraten met nieuw ontdekt bewijs voelt niet zoals het hoort.

Bij Security.nl en elders zie ik nu commentaren met de strekking “dan moet je niet op Facebook gaan zitten” of “wie laat dan ook zijn baas op Facebook meekijken”. Begrijpelijk, maar kún je vandaag de dag nog wel zonder Facebook? En is het dan haalbaar om ook elke collega en alle kennissen van collega’s te weren van je tijdlijn? Want het hoeft niet de baas zelf te zijn, een collega met een printscreentoets kan immers óók de bron zijn waarmee de werkgever dit te weten komt.

Arnoud

Kan twitteren over schoolzaken worden verboden?

Een lezer vroeg me:

Mag je zomaar alles tweeten of op Facebook over je school schijven, of mag de school daar regels over stellen? Op onze VWO-school worden leerlingen soms aangesproken als ze rare dingen online zetten.

Dit is een hele moeilijke. Natuurlijk heb je ook als scholier vrijheid van meningsuiting, maar de school heeft óók een belang, en dat is zorgen dat het op school ordelijk en netjes verloopt. De school mag wettelijk gezien regels stellen over wat scholieren doen.

In principe moeten die regels beperkt zijn tot wat men op school doet, maar in sommige gevallen mag de school ook iets zeggen over de vrijetijdsbesteding van de leerlingen – als dat van grote negatieve invloed is op de school. Denk aan pesten of lastigvallen van klasgenoten buiten schooltijd. Een school is verplicht een pestprotocol te hebben, bijvoorbeeld. (Terzijde: die website heet Pestweb en dat klinkt best wel gek.)

De wet omschrijft het zo:

In het leerlingenstatuut worden in elk geval voorschriften opgenomen, strekkende tot handhaving van de goede gang van zaken binnen de instelling en, de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de bescherming van gegevens uit de persoonlijke levenssfeer.

Als er buiten de les gepest of afgezeken wordt, dan kan dat “de goede gang van zaken binnen de instelling” raken. Want dat pesten komt ook weer terug op school; plus de verbindende factor ís de school. Dus bij gepest op Facebook of het Youtuben van rare filmpjes kan er via het leerlingenstatuut zeker iets worden ondernomen.

Dat is echter niet hetzelfde als “je mag de naam van de school niet noemen” of “ieder negatief bericht over de school is verboden op straffe van schorsing”, want klagen over je school is niet hetzelfde als de goede gang van zaken op school verpesten.

Hoe ver dit kan en mag gaan, is nog nooit bij de rechter getest. Het gaat mij te ver als een school zou verbieden om überhaupt negatief te twitteren of facebooken, maar wanneer een school ingrijpt bij pesterij of concrete smaad door een leerling op Facebook dan zou ik dat prima kunnen billijken. Jullie?

Arnoud

Mag een site je verplichten om je via Facebook aan te melden?

face-book.pngEen lezer vroeg me:

Ik was op zoek naar een studentenkamer en kwam Kamers in Nederland tegen. Daar staat letterlijk: “KamersInNederland.nl is bewust een afgesloten platform. Alleen door in te loggen met je Facebook-account kun je kamers bekijken en plaatsen. Op deze manier houden we oplichters buiten de deur.” Maar is dat wel legaal? Mag je bezoekers verplichten zich via Facebook aan te melden?

Bij commerciële diensten heb ik het nog niet vaak gezien, maar bij steeds meer forums en blogs zie ik de eis om je aan te melden via Facebook, Twitter en dergelijke diensten van derden.

Op zich is dat legaal. Je mag je dienstverlening aanbieden zoals jij dat wil, en als je wil dat mensen lid zijn van Facebook dan mag je dat als voorwaarde stellen. Het doet gek aan, want in het normale leven heb je zoiets eigenlijk nooit. Maar ik kan er niet echt een regel tegen bedenken.

De enige regel die in de buurt komt, is dit artikel op de grijze lijst:

dat de wederpartij verplicht tot het sluiten van een overeenkomst met de gebruiker of met een derde, tenzij dit, mede gelet op het verband van die overeenkomst met de in dit artikel bedoelde overeenkomst, redelijkerwijze van de wederpartij kan worden gevergd;

Het is dus verdacht om te eisen dat je klanten ook met iemand anders een contract moeten sluiten. Maar de grijze lijst is niet dwingend; je mag tegenbewijs leveren waarom het wél redelijk is. En de hint staat er al: er moet een redelijk verband zijn tussen de twee overeenkomsten. Bij kamerverhuur speelt het probleem van oplichters en malafide huurders en verhuurders. Door te eisen dat je je identiteit onthult, schrik je die partijen af. En verder kost het je weinig, behalve je privacy dan maar die is juridisch gezien toch nul euro waard.

Het voelt wel gek om zo expliciet Facebook aan oplichting te koppelen. De indruk lijkt een beetje te zijn “heb je geen Facebook, dan ben je een oplichter”. En dit vond ik wel dubieus:

We controleren Facebook profielen automatisch én handmatig. Bovendien helpen onze gebruikers een handje mee.

Dit vereist – net als het googelen van sollicitanten – apart toestemming. Die zou dus op de loginpagina geëist moeten worden, verstoppen op een pagina waar men niet per se langs komt is juridisch niet genoeg.

Verder kon ik het als jurist niet nalaten de Privacy Policy te lezen. Alleen, dat bleek naar de algemene voorwaarden te gaan waar niks over privacy in staat. Maar waar wél in staat dat er € 9.50 per maand plus bemiddelingsloon verschuldigd is, terwijl de dienst volgens de site gratis is (“omdat het kan“). Gevalletje copypasten bij de concurrent?

Arnoud

Mag je de inhoud van een verloren portemonnee twitteren?

creditcard-facebookEen lezer vroeg me:

Als ik een portemonnee vind met bankpasjes en dergelijke erin, mag ik dan foto’s daarvan op Twitter (of Facebook) zetten met de vraag wie deze persoon kent? Zo hoop ik dat de portemonnee snel terugkomt bij de originele eigenaar.

Dit lijkt me niet echt verstandig. Door kaartnummers en dergelijke te publiceren, wordt identiteitsfraude wel een stuk gemakkelijker. Zeker in combinatie met een identiteitskaart, waar zelfs iemands BSN op staat.

Welke wet je ermee overtreedt, weet ik niet precies. Aanzetten tot identiteitsfraude (dus medeplichtigheid) lijkt het me niet, daarvoor is vereist dat je opzettelijk handelt. Door nalatigheid kun je geen medeplichtige zijn. Dit nog los van het feit dat het érg moeilijk te bewijzen zal zijn dat een oplichter met juist de gegevens uit die tweet de valse aankoop heeft gedaan.

Een schadeclaim van de betrokkene lijkt me om dezelfde reden moeilijk. Bewijs maar dat de schade door die tweet is veroorzaakt – en daarna graag ook even hoe hoog die schade was.

Heel formeel is het een verwerking van persoonsgegevens, je publiceert immers gegevens gerelateerd aan een persoon in een geautomatiseerd en doorzoekbaar systeem. Die publicatie rechtvaardigen moet dan met een beroep op de eigen dringende noodzaak, namelijk de betrokkene helpen zijn portemonnee terug te krijgen. Dat mag, maar dan mag je niet meer publiceren dan noodzakelijk is voor dat doel.

Praktisch gezien zou ik zeggen, houd het bij een voor- en achternaam en iets bijzonders (visakte, foto van kind met paarse krokodil) waar mensen zichzelf in kunnen herkennen. En je kunt zelfs de overige gegevens gebruiken ter controle dat degene die zich meldt, écht de eigenaar is.

Arnoud

Rechter verbiedt smaadpleger socialemediaprofielen te hebben

sociale-media-verbodEen man uit Noord Holland heeft vorige maand van de kortgedingrechter een socialemediaverbod van één jaar gekregen, meldde NRC gisteren. De man had een uitgebreide smaadcampagne op zijn Hyves- en Facebookprofielen begaan, en na een eerdere veroordeling weigerde hij te stoppen. Hij mag een jaar geen profielen aanmaken, op straffe van een dwangsom en lijfsdwang (gijzeling). En, juridisch nieuwtje, met het vonnis in de hand mag de besmade ex-partner zélf verwijdering van die profielen eisen bij de providers.

Uit het vonnis blijkt dat het hier om een langlopend relatieconflict gaat, altijd het naarste soort juridisch conflict dat je kunt krijgen. De man in deze relatie had zijn ex-partner al eerder van allerlei zaken beschuldigd, van prostitutie tot kindermisbruik en nazisme aan toe, plus nog het een en ander. Hij kreeg daarvoor in een eerder vonnis een straatverbod en een verplichting om onder dwangsom de teksten en afbeeldingen in kwestie te verwijderen van zijn Facebook- en Hyvesprofielen.

Dat hielp niet: de profielen bleven voorzien worden van kwade beschuldigingen (in all caps) in dezelfde trant, waarop de ex-partner weer naar de rechter stapte. Ditmaal met zwaarder geschut: hem moet verboden worden nog een socialemediaprofiel te hebben, want een verbod enkel op bepaalde inhoud werkt niet. Ook moet als dwangmiddel lijfsdwang (gijzeling) kunnen worden ingezet.

Het verweer van de man kwam niet verder dan dat zijn profielen privé zijn, maar omdat alle teksten te vinden zijn met Google (kennelijk zonder zelfs maar te hoeven inloggen op Hyves of Facebook) vindt de rechter dat -terecht- geen argument. En of de maatregel “buitenproportioneel” is (zijn andere argument), tsja, het ís nogal wat zo’n algeheel verbod maar hij had het er ook wel naar gemaakt met die uitspraken én het negeren van het eerdere vonnis.

Wat ik nog niet eerder gezien had is de bepaling dat het vonnis “in de plaats treedt” van wat er maar nodig is van de man om zijn profielen verwijderd te krijgen. Hyves had namelijk aangegeven dat ze alleen profielen verwijdert met een gerechtelijk bevel, en dit is de manier om zo’n bevel te geven. De ex-parter kan nu met dit vonnis bij Hyves elk profiel van de man laten verwijderen gedurende een jaar na betekenis. Een juridisch paardenmiddel, maar kennelijk nodig.

(Hm, taalkundige terzijde: het is toch socialemediaprofiel? Het vonnis heeft het over een “sociaal mediaprofiel”, en bij NRC idem dito met “sociaal mediaverbod”. Maar wat is er sociaal aan een mediaprofiel? Het is toch een profiel op sociale media?)

Update (31 januari) in de comments wordt gewezen op dit vonnis waarin teksten van internet moeten worden verwijderd, en de rechter het vonnis eveneens als machtiging opvoert (“machtigt eisers op grond van artikel 3:299 BW om deze handelingen zelf te verrichten”).

Arnoud