Eerste PS3-model verliest Linux-mogelijkheid na firmware-update

dikke-playstation.png Het oude ‘fat’ PlayStation 3-model verliest de mogelijkheid om Linux te draaien als de gebruiker de voor 1 april aangekondigde 3.21 firmware-update installeert, meldde Tweakers gisteren. Sony zegt uit ‘veiligheidsoverwegingen’ tot deze stap te zijn gekomen. Wie deze firmware-update niet installeert, verliest vervolgens de toegang tot het online PlayStation Network. U voelt hem al aankomen: mag Sony dat doen?

De mogelijkheid om Linux op de PlayStation te installeren was lange tijd een leuke feature, die actief door Sony werd ondersteund. In oktober 2009 stopte het bedrijf daar echter mee. Met de PlayStation waren leuke rekenprojecten te doen, zoals onderzoek naar zwarte gaten. Nu zegt het feit dat mensen er leuke eigen doeleinden aan geven op zichzelf niet veel, maar Sony leek dit soort dingen actief te promoten, en dat schept verwachtingen bij kopers. Er zullen zeker mensen de PS3 gekocht hebben omdat ze er Linux op konden draaien.

Ik heb dan ook grote twijfels of dit zo wel mag. Het komt over als achteraf de voorwaarden van een koop aanpassen, iets dat niet zomaar kan. Ongetwijfeld staat er ergens diep in een EULA een regeltje dat men alles op elk moment mag wijzigen, maar onder het consumentenrecht is het zeker niet gezegd dat dat standhoudt. Al was het maar omdat die EULA over het algemeen te laat (niet voor of bij de koop) wordt aangeboden.

Als er een goede reden is, dan kan het anders komen te liggen. Blijken PS3’s met Linux bijvoorbeeld vaak de boel te verpesten op het Playstation Network, dan kan ik me voorstellen dat men een blokkade uitvoert. Maar afgezien van ‘veiligheidsoverwegingen’ is er geen echte reden te vinden. Ik denk dan ook dat je met een klacht bij de kantonrechter een heel eind zou moeten komen.

Tenzij het natuurlijk een 1-aprilgrap is.

Arnoud

Hoe moeilijk mag uitschrijven zijn?

account-opheffen-sluiten-annuleren-verwijderen.pngHet is jullie vast wel eens overkomen: je wil eens wat rondkijken op een site, maar je moet je eerst registreren, en dan kom je er nooit meer vanaf. Want inschrijven is vaak een kwestie van je naam en e-mailadres invullen, al dan niet met wat profielgegevens, maar uitschrijven moet aangetekend en schriftelijk of vereist dat je eerst een enquete van 3 pagina’s doorworstelt. Of de knop “Account opheffen” zit diep verstopt achter tien levels helptekst.

Mag dat zomaar? Je hebt het recht om accounts op te heffen, want die accounts zijn verzamelingen persoonsgegevens. De Wet Bescherming Persoonsgegevens geeft je het recht om te eisen dat zulke verzamelingen over jou verwijderd worden als ze niet meer nodig zijn. Een webwinkel bijvoorbeeld mag je gegevens bewaren tot de bestelling is afgehandeld, maar moet ze daarna verwijderen op jouw verzoek. Ze hoeven echter niet zelf meteen na dat afhandelen je account op te heffen of je van de verzendlijsten te verwijderen.

Bij betaalde diensten zoals datingsites kun je je account pas opheffen als de betaalde periode verstreken is. Wel kun je vaak je account op inactief zetten als je het niet meer gebruikt maar er nog wel betaald is voor een bepaalde periode.

Nu kan zo’n site zeggen dat je een soort van gratis abonnement bij ze afsluit, en aan abonnementen mogen minimumperiodes worden gekoppeld. Net zo goed als je de Donald Duck niet per maand kunt opzeggen, zou dat dan ook niet hoeven kunnen bij een registratie van een site. Maar dan zou ik wel in de voorwaarden verwachten dat er zo’n periode genoemd staat.

Als er geen periode staat, en registratie is gratis, dan lijkt het mij redelijk dat je ook elk moment het account weer moet kunnen verwijderen. Er is dan geen reden om je account te bewaren nadat jij als lid besloten hebt dat je weg wilt. Voor veel sites is “wij hebben $VEEL leden” echter een leuke marketingkreet, en daarom maken ze het nog wel eens moeilijk om je account te verwijderen.

Wie weet er nog leuke voorbeelden van niet of nauwelijks op te zeggen accounts?

Arnoud

Mag een online spel mij bannen?

eve-online-spel-bannen-spelregels.pngEen lezer vroeg me:

Ik speel EVE-online, een Massive multiplayer online role-playing game (MMORPG) dat zich in de ruimte afspeelt. Nu kreeg ik onlangs de melding dat ik vier dagen niet mag inloggen (tijdelijke ban) omdat ik een macro had gebruikt en zo vals zou spelen. Nou klopt dat op zich wel, maar ik had geen kwade bedoelingen. Daar hebben ze echter niets mee te maken, zeggen ze. Ik moet mijn straf maar gewoon uitzitten. Kan dat zomaar? Ik betaal toch gewoon abonnementsgeld voor het spel, en ik krijg niet waar ik voor betaal.

In principe lijkt het me zeker gerechtvaardigd dat men een of andere vorm van straf oplegt als een speler de spelregels schendt. Als iemand bij het voetbal een overtreding van de spelregels pleegt, kan hij het veld uitgestuurd worden. Bij ernstige overtredingen kan hij zelfs een paar wedstrijden op de bank zitten. Dat die speler lidmaatschap betaalt aan de club, doet daar niets aan af.

Het verbod op macros staat expliciet in de EULA van Eve Online, maar ik denk dat je ook zonder een expliciete regel wel mag ingrijpen als mensen zich een oneerlijk voordeel gunnen. Je verstoort het spelgenot van de anderen, en daar mag tegen worden opgetreden.

Een tijdelijke ban van 4 dagen is streng maar ook weer niet zó streng dat ik het meteen als evident oneerlijk zou aanmerken. Ik denk dat er dan ook weinig anders opzit dan deze ban uitzitten.

Pas op met reclame voor casino’s

royal-flush-casino-gokken-poker-kansspel.jpgRegelmatig krijg ik vragen als deze:

Ik kreeg een verzoek voor het plaatsen van een link t.b.v. een goksite op mijn website. Men wil mij geld betalen als ik deze zin “De beste Blackjack online games kunt u spelen bij 888.com!” plus een link op mijn site opneem. Maar ik maak dan reclame voor een casino. Ben ik dan strafbaar?

Ja, dan ben je strafbaar. In Nederland mogen geen kansspelen worden aangeboden waarmee je geld of prijzen kunt winnen, ook niet via casino’s die via internet benaderbaar zijn. Ook is het verboden om het spelen van dergelijke kansspelen te “bevorderen”. Het Ministerie van Justitie ziet het plaatsen van zo’n hyperlink als een vorm van bevorderen:

Volgens vast beleid wordt onder bevorderen verstaan: handelingen die deelname aan kansspelen vergemakkelijken of in de hand werken, zoals het maken van reclame voor en het plaatsen van hyperlinks en banners naar illegale kansspelsites.

Bij About:Blank kwam dit al eerder aan de orde. Diezelfde site 888.com reageerde toen met:

Wij zijn geen site die illegaal is. Bij 888.com wordt total legaal gegokt. Wij hebben nog vele andere advertenties hebben en hier nog nooit problemen mee hebben ondervonden.

Vanwege irritante scripts op die site ga ik er niet naar linken, maar op 888.com staat in de FAQ een duidelijke uitleg over “How Do I Cash Out My Winnings?” Dat lijkt me bewijs genoeg dat je je winst kunt laten uitbetalen, en daarmee staat de strafbaarheid vast. Maar ook als 888 zelf alleen zou doorverwijzen naar andere sites waar je je winst kunt laten uitkeren, zouden zij strafbaar zijn en mensen die ernaar linken dus ook.

Arnoud

Jezelf uitgeven voor een ander, mag dat?

Een lezer Twitterde:

hoort van internet jurist @engelfriet dat je uitgeven voor iemand anders legaal is zolang je niemand oplicht. Hmmmm.
en het aantal followers van dat account schiet meteen naar 68. Ja, dat is mijn Twitteraccount en nee ik Twitter niet.

Maar het klopt, hoewel het erg kort door de bocht is geformuleerd. (Jaja, 140 tekens). Er is geen wetsartikel dat verbiedt om onder andermans naam te handelen. Je moet dus naar andere artikelen grijpen om hiertegen op te treden, en oplichting ligt het meest voor de hand bij “je voor iemand andres uitgeven”.

Van oplichting (art. 326 Strafrecht) is sprake als je met slinkse trucs iemand anders geld, producten of iets dergelijks probeert af te troggelen. Expliciet genoemd als slinkse truc is “valse naam”. Wie zich dus bij u aan de deur meldt als zijnde mij en een donatie voor deze blog vraagt, pleegt oplichting.

Specifiek voor auteursrechten is er nog de plagiaatvariant: een valse naam aanbrengen op een werk, of de echte naam vervalsen, om het zo te doen lijken alsof het van een ander afkomstig is. Dat kan dus je eigen naam zijn of die van een ander. Maar dan moet het wel gaan om een auteursrechtelijk beschermd werk, en dat is bij Twitter zelden het geval.

Wie commercieel handelt onder een naam die als merk is gedeponeerd, kan via het merkenrecht worden aangepakt, maar ik vind het moeilijk daar een voorbeeld van te verzinnen. Zeggen dat je Wesley Sneijder bent en voetbalschoenen verkoopt, misschien.

Als de valsenaamgebruiker echter geen enkel materieel doel heeft met zijn uitingen, dan is geen sprake van oplichting. Deze eikel bijvoorbeeld die onder mijn naam reacties plaatste op diverse blogs overtreedt dus geen wet. Nou ja, misschien smaad of laster als hij met die reacties geruchten op gang wil krijgen over mij of mijn reputatie aan wil tasten. Maar dat is niet echt uit die berichten te halen.

De vraag komt trouwens uit een discussie of je iets kunt doen aan fake Twitteraccounts. En dat kan wel. Niet op grond van wetboeken, maar op grond van de terms of service van Twitter. Die verbieden namelijk “[to] use the Services to send altered, deceptive or false source-identifying information” en daar valt Twitteren onder andermans naam onder.

Arnoud

Spamverbod niet EVRM-proof (gastpost)

Bij discussies over spam en het spamverbod alhier komt regelmatig het punt aan de orde of het spamverbod niet in strijd zou zijn met de uitingsvrijheid uit het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Vaste reageerder jdk (Jeroen de Kreek) schreef op mijn verzoek deze blog met een uitgewerkt betoog over dit punt, zodat we deze discussie hier kunnen voeren.

Het Nederlandse spamverbod is in strijd met de Europese uitingsvrijheid. Wie een boete krijgt van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) wegens spam kan het best naast alle overige weren ook aanvoeren dat uitvoering van de anti-spamregeling van artikel 11.7 Telecommunicatiewet in strijd is met artikel 10 EVRM. Het EVRM beschermt alle aspecten van de vrije meningsuiting, ook het leveren en ontvangen van denkbeelden. Per mei 2004 en oktober 2009 verbiedt de Telecommunicatiewet het versturen van ongevraagde commerciële, ideële of charitatieve berichten (“spam”) via elektronische communicatiesystemen. Daarmee ontstaat strijd met artikel 10 lid 1 EVRM.

Artikel 11.7 Telecommunicatiewet

Volgens artikel 11.7 lid 1 is het aanwenden van elektronische communicatiesystemen voor het overbrengen van ongevraagde berichten voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden aan abonnees toegestaan, mist de verzender kan aantonen dat de ontvanger voorafgaande toestemming heeft verleend. Daarnaast verbiedt artikel 11.7 lid 2 van de telecommunicatiewet het gebruik van elektronische contactgegevens voor commerciële, ideële of charitatieve business to business communicatie indien die gegevens niet zijn gebruikt overeenkomstig de door de abonnee aan die gegevens verbonden doeleinden. Andere middelen voor het overbrengen van commerciële, ideële of charitatieve zijn toegestaan, tenzij de abonnee via een register of anderszins heeft aangegeven de ongevraagde communicatie niet te willen ontvangen.

De anti-spamwet is dermate ruim en algemeen geformuleerd dat welhaast elk bericht dat zonder voorafgaande toestemming verzonden is, onder verboden spam vallen kan. Daaronder expliciete meningsuitingen, zoals van kerken, politieke partijen en verenigingen. Hoewel lang niet iedereen zit te wachten op zulke ongevraagde mails, gaat het niet aan dat de overheid met zo’n keihard verbod de uitingsvrijheid aan banden legt. Spam op bovenstaande wijze bestrijden is een bevoegdheid die de overheid niet toekomt.

Artikel 10 EVRM

Artikel 10 lid 1 EVRM verleent iedereen feitelijk het mensenrecht op het leveren of ontvangen van spam. Hoe vervelend spam ook zijn kan, dat mensenrecht mag u niet zonder meer ontnomen worden. Voorheen had iedereen het recht zonder voorafgaande toestemming denkbeelden te ontvangen. Nu is dat voor iedereen verboden als het gaat om spam, op straffe van een boete voor de verzender.

Artikel 10 EVRM discrimineert in principe niet op grond van de inhoud van uitingen, tenzij die inhoud dusdanig is dat deze overeenkomstig artikel 10 lid 2 EVRM kan worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van:

de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.

De opsomming in artikel 10 lid 2 EVRM wordt de proportionaliteitstoets genoemd. Er dient altijd aan deze proportionaliteit getoetst te worden, voordat een recht voortvloeiend uit artikel 10 lid 1 EVRM ingeperkt worden mag. Indien er minder ingrijpende manieren zijn om het vermeende probleem aan te pakken, is de maatregel niet proportioneel en dus ontoelaatbaar. De algemene regel die uit artikel 10 EVRM volgt is dat heen en weer sturen en ontvangen van berichten via internet louter in individuele gevallen verboden kan of mag worden.

Rechtspraak

Volgens het Sunday Times-arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) stelt op grond van de proportionaliteitstoets van artikel 10 lid 2 EVRM drie eisen aan beperkingen op het recht van vrije meningsuiting. De beperking moet zijn:

  1. bij wet voorzien;
  2. <li>ten behoeven van de opgesomde legitieme doelen van algemeen 
    

    belang;

    <li>noodzakelijk in een democratische samenleving.</li>
    

De eerste eis (de voorziening bij wet) wordt ruim uitgelegd in de rechtspraak van het EHRM. Niet de formele status van de beperkende regeling is van belang, maar de kenbaarheid en voorzienbaarheid ervan.

Het EHRM laat onder andere van het aangevoerde doel van de beperking (de tweede eis) afhangen of deze beperking nodig is. Het gaat dan om de vraag of de beperkende maatregel evenredig is aan het legitieme doel dat het beoogt. Wanneer de maatregel ongeschikt is om dat doel te bereiken of wanneer een minder ingrijpende maatregel hetzelfde doel had kunnen dienen, is de maatregel onevenredig. Het EHRM weegt de met de beperking gemoeide belangen af tegen het belang van de uitingsvrijheid.

De derde eis, de noodzaak van beperking voor de democratische samenleving, wordt dusdanig uitgelegd door het ERHM dat er sprake hoort te zijn van een ‘pressing social need’. Nationale overheden hebben hierin een zekere marge. ‘Pressing social need’ is geen wet van Meden en Perzen. Dat begrip is aan interpretatie onderhevig.

Europese richtlijn

Om te weten wat het doel van het spamverbod is, kan naar de titel van het hoofdstuk bij artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet en naar de bijpassende Europese richtlijnen gekeken worden. Volgens die titel is het doel van die bepaling “de bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer”. Dit doel blijkt ook uit de richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie waar het artikel uit komt (2002/58/EG).

Privacybescherming en bescherming van persoonlijke levenssfeer is een legitiem doel om te dienen, net als de bescherming van de uitingsvrijheid. In het kader van de effectuering van deze richtlijn strijden twee mensenrechten om belangenbehartiging: het genoemde artikel 10 EVRM en artikel 8 EVRM, dat de persoonlijke levenssfeer beschermt. De overheid heeft tot taak deze rechten op gelijke wijze te wegen. Het ene recht weegt in principe niet zwaarder dan het andere recht. Bij en tijdens bescherming van persoonlijke levenssfeer, hoort ook de uitingsvrijheid beschermd te zijn. De bovengenoemde proportionaliteitstoets van artikel 10 lid 2 EVRM ziet hier op toe.

De Europese richtlijn in relatie tot de artikelen 8 en 10 EVRM plaatst nationale overheden voor een dilemma. Aan de ene kant verlangt de richtlijn dat nationale overheden privacy- en levenssfeerbeschermende maatregelen nemen, aan de andere kant zal uitvoering kunnen stuiten op belangen die door artikel 10 EVRM beschermd worden.

Privacy en persoonlijke levenssfeer beschermen door in het algemeen spam te sanctioneren is tegen het zere been van de uitingsvrijheid en dus een brug te ver. Zeker nu er een redelijk alternatief is.

Redelijke alternatieven

Artikel 13 lid 3 van de Europese richtlijn (2002/58/EG) wil dat lidstaten passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat, zonder kosten voor de abonnee, ongevraagde communicatie met het oog op direct marketing niet toegestaan is zonder toestemming van de betrokken abonnees, of ten aanzien van abonnees die dergelijke communicatie niet wensen te ontvangen, waarbij de keuze tussen deze mogelijkheden door de nationale wetgeving wordt bepaald.

Dat artikel roept niet op tot iets wat lijkt op artikel 11.7 van de telecommunicatiewet. Dat artikel roept overheden eerder op in het kader van veilig internet en bescherming van privacy en levensfeer het gebruik van (gratis) spamfilters en whitelists te propageren, terwijl daarnaast het onklaarmaken van dergelijke filters of whitelists strafbaar is gesteld. Ook kunnen consumenten en ondernemingen kiezen voor een provider met spamfiler en kunnen overheden kiezen voor het implementeren van een gratis spamvrije e-mailservice van Overheidswege voor particulieren en bedrijven.

Daarnaast kan EU Richtlijn 2002/58/EG zo begrepen worden dat lidstaten gehouden zijn de mogelijkheden van civielrechtelijke aansprakelijkheid voor spamboeren niet aan te tasten, zodat zij bij het veroorzaken van eventuele schade aan computersystemen civielrechtelijk aansprakelijk gesteld kunnen worden. Zoals dat bijvoorbeeld succesvol gebeurd is in de zaak AbFab/XS4ALL.

Voordeel van civielrechtelijke aanpak van spam is dat de mensenrecht bepalingen van het EVRM in beginsel niet horizontaal werken. In civiele zaken kan artikel 10 EVRM in principe niet als weer ingeroepen worden. Spam die ondanks deze maatregelen schade aanricht aan computersystemen, kan aangepakt worden met artikel 161 sexies van het wetboek van Strafrecht. Dat artikel verbiedt het opzettelijk vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken van een computer- of communicatiesysteem. De overheid beschikt over een legio aan proportionele maatregelen die ingezet kunnen worden om spam te bestrijden en privacy en levensfeer te beschermen. Daarbij is het niet noodzakelijk en zelfs onwenselijk met verboden de algemene uitingsvrijheid aan banden te leggen.

Economisch nadeel & conclusie

Die onwenselijkheid is niet alleen mensenrechttechnisch, ook zit er een sterk nadelig economisch component aan de anti-spamwet. Moderne techniek maakt telecommunicatie relatief makkelijk en goedkoop. Daarmee is het voor de enkeling eenvoudiger tegen relatief lage kosten grote groepen mensen tegelijk te bereiken en aldus een plek op de markt te verwerven, al dan niet ten koste van gevestigde partijen. Dat geeft dynamiek aan de vrije mededinging die aan de Europese economie ten grondslag ligt.

De nieuwe bepalingen van artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet frustreren dit economisch voorspoed brengende effect van de moderne technologie en beschadigen daarmee de economische slagkracht van deze technologie voor Europa in handen van onder andere zzp’ers en het MKB. Kortom artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet in strijd is met artikel 10 EVRM en niet in het algemeen economisch belang.

Hoe algemeen mogen onze voorwaarden zijn?

Een lezer mailde me:

Ik beheer een forum. De sfeer is over het algemeen goed, maar soms zijn er toch vervelende akkefietjes. Wij beroepen ons dan op onze huisregels, waar de regel in staat “De moderators mogen op elk moment ieder bericht aanpassen om elke reden. Evenzo mogen zij mensen bannen zonder opgaaf van reden”. Deze huisregels worden gemeld bij het registreren. Maar nu zegt er iemand dat deze huisregel veel te algemeen is en daarom niet rechtsgeldig. We zouden alleen bij overtredingen van de wet mogen ingrijpen. Klopt dat?

Nee dat klopt niet, maar de huisregel is wel erg algemeen dus daar zou ik toch wel wat aan doen.

Op zich mag je je huisregels formuleren zoals je wilt (daar zijn het huisregels voor). Het is dus niet zo dat je alleen mag verbieden wat in strijd is met de wet. Wil je geen politieke discussie, moeten gebruikersnamen met een A beginnen of is een bepaald woord verboden, dan schrijf je dat op en dan mag het niet.

Daaruit volgt alleen niet dat je ook maar te allen tijde zonder reden alles kunt doen als beheerder. Huisregels zijn algemene voorwaarden, en mogen dus niet ‘onredelijk bezwarend’ zijn voor je gebruikers. Dat betekent dat er wel iets van een grond moet zijn om die huisregel te hanteren – al was het maar “bewaren van onze unieke sfeer”. Een ban uitdelen aan een willekeurige gebruiker omdat je hoofdpijn hebt, zou m.i. niet moeten kunnen hoe generiek je huisregels ook zijn.

Ik zou dus op zijn minst die regel wat uitbreiden met een motivatie over doel en strekking van de regel. Wil je misbruik tegengaan, een bepaalde sfeer bewaren of alleen optreden bij smaad, laster en dergelijke?

Arnoud

Moet je controleren of iemand minderjarig is?

minderjarigEen lezer vroeg me:

Naar aanleiding van de discussie over minderjarige forumleden vroeg ik me af: hoe kun je als forumbeheerder controleren hoe oud een lid is? Je kunt toch moeilijk zeggen: “Registreren is gratis,maar we willen wel even een kopie van je paspoort!” En wat gebeurt er als ik het niet controleer en de ouders erachter komen?

Je hebt gelijk, dat is bijna niet te controleren. In de praktijk gaat het meestal goed, omdat je er niets van merkt dat iemand minderjarig is. Een 14-jarige kan ook prima discussiëren op een forum of meedoen aan een spel. Als de ouders erachter komen, dan kunnen ze eisen dat zijn account wordt verwijderd, en dat moet je dan doen als beheerder.

Pas als er dingen betaald moeten worden (abonnementen, diensten etc) wordt het echt relevant hoe oud iemand is. Want als iemand nog geen 18 is, moeten zijn ouders toestemming geven voor die transactie, tenzij het volstrekt normaal is dat iemand van die leeftijd die transactie aangaat.

Een 14-jarige die Habbo-meubi, mobiel beltegoed of Runescape-punten koopt, kan dat doen zonder toestemming want dat is volstrekt normaal vandaag de dag. Maar als hij acht jaar is, denk ik dat de ouders het wel terug kunnen draaien. Al was het maar omdat Habbo zelf verbiedt dat je meedoet onder de 12 jaar zonder toestemming. Een webhostingabonnement bij een 14-jarige vind ik een twijfelgeval.

Een ander punt is publicatie van persoonsgegevens. Die 14-jarige kan dingen over zichzelf publiceren die de ouders niet online willen hebben. De ouders kunnen te allen tijde eisen dat die informatie eraf gaat, en kunnen vaak zelfs de site aansprakelijk stellen omdat het erop stond. Dit volgt uit de Wet Bescherming Persoonsgegevens, die hier erg ongenuanceerd streng over is.

Arnoud

“Internetrechtbank” e-court: goed idee, maar hm die uitwerking

e-court-logo-rechtspraak.pngNederlands eerste online rechtbank, moet de procesgang versnellen en daarmee ook goedkoper maken, las ik bij Emerce. De stichting E-Court wil rechtspraak weer betaalbaar maken door een snelle en efficiënte online procedure te bieden waar men binnen 8 weken voor 375 euro (of 1000 euro met zitting) tot een uitspraak kan komen. Een goed idee want je recht halen bij de offline rechtbank duurt lang en is vele malen duurder – al komt dat ook door de tarieven van de advocaten die je meeneemt. Maar ondanks het loffelijk streven van de stichting krijg ik de kriebels van de manier waarop E-Court haar concept presenteert (“Zijn jullie een rechtbank?” “Ja, e-Court is een private rechtbank.”).

E-court biedt in feite arbitrage aan, een op zich legale constructie (art. 1020 Rechtsvordering, en ik snap niet waarom e-Court zegt dat ze geen arbitrage zijn.).E-court biedt bindend advies voor geschillen, met de unieke constructie van een door de notaris op te maken proces-verbaal. Dit proces-verbaal levert een executoriale titel op, zodat het ‘vonnis’ meteen ten uitvoer kan worden gelegd. (Lees ook de commentaren hieronder, waaronder die van E-court zelf.

Hierbij moeten beide partijen het er wel mee eens zijn dat e-court de zaak mag beslechten. Je kunt in je contracten een standaardzin opnemen waarin je beslechting via stichting e-court afspreekt, en als de wederpartij daarmee akkoord gaat dan kun je hem dwingen naar e-court te gaan bij een geschil. Dit is een bestaande en geaccepteerde constructie (hoewel je als consument altijd deze afspraak opzij mag zetten als je liever naar de echte rechter gaat.

Maar e-court presenteert zich wel erg nadrukkelijk als “rechtbank”. Je moet echt je best doen om het woord “arbitrage”de uitleg te vinden op die site. En het schermen met zaken als notariële akte waar “in naam der koningin boven staat” of “rechtsgeldig” geeft me geen goed gevoel. Dit wekt bij de lezende leek de indruk dat dit een echt vonnis is van een overheidsrechtbank (waar immers diezelfde tekst boven staat). Alleen, zo’n akte is niet meer dan een stuk papier waarin een notaris vertelt wie voor hem verscheen en wat die persoon tegen hem zei.

De kritiek van de Raad voor de Rechtspraak lijkt me dan ook niet meer dan terecht. Hoewel ik dan wel weer de bal terug wil kaatsen naar de Raad waarom ze zelf niet zoiets op kunnen tuigen.

Update (17 oktober 2011) een probleempje bij de tenuitvoerlegging: Rechters weigeren tenuitvoerlegging vonnissen e-Court. De bedrijven die e-Court hadden ingeschakeld, blijken niet duidelijk met hun klanten te hebben afgesproken dat zij met arbitrage via e-Court werken. Niet e-Courts fout, maar wel pijnlijk.

Arnoud

Kroniek van het internetrecht, editie 2009

2009 was weer een druk jaar. In mijn kroniek van dit jaar -die nu officieel een traditie is- hebben we dan ook weer aardig wat trends en opvallende gebeurtenissen. Lees nu alles over de veranderde Telecomwet, waarom trois-strikes er in Frankrijk doorkwam, waar moeders van Hyvende K3-fans zich zorgen over moeten maken, hoe vaak GeenStijl juridisch onderuit ging en wat de rijdende kantonrechter dit jaar voor opmerkelijks vonniste.

Kroniek van het internetrecht, editie 2009.

Arnoud