Belgische retourtermijn gaat naar 14 dagen

Onze Zuiderburen lopen op de Europese muziek vooruit: de Belgische <a href=”http://www.elfri.be/WMPC->Wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming die binnenkort in werking treedt verlengt de bedenktijd bij aankopen via internet naar veertien dagen. In Nederland is dit zeven werkdagen (bij Thuiswinkel-leden al wel veertien), maar er wordt in Europees verband gesproken over een verplichte verlenging naar veertien dagen. Nu gaat deze blog alleen over Nederlands recht, maar dit feitje vond ik toch belangrijk want er zijn genoeg Nederlandse webwinkels die ook wel eens aan Belgen leveren. Vallen die nu voor de Belgische klanten onder Belgisch recht?

In Europa is sinds eind 2008 de Verordening 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (kortweg Rome I) van toepassing. Deze vervangt het Verdrag met dezelfde lange naam (kortweg EVO). Om te bepalen of Nederlands, Belgisch of ander Europees recht van toepassing is, moet je dus in deze Verordening kijken.

Bij overeenkomsten waarbij fysieke producten worden geleverd geldt volgens artikel 4 “het recht van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft”. Maar speciaal voor consumentenovereenkomsten (dus tussen verkopende bedrijven en kopende consumenten) gaat artikel 5 boven artikel 4, en daarin wordt juist “het recht van het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft” aangewezen. Een Belgisch consument kan dus aanspraak maken op het Belgisch recht bij een internetkoop bij een Nederlandse winkel.

Daarbij moet echter wel gelden dat: a) de verkoper zijn commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in het land waar de consument woonplaats heeft, of b) de verkoper dergelijke activiteiten richt op dat land of op verscheidene landen, met inbegrip van dat land,

Item b kan voor internetwinkels gelden: een webshop is ook in België bereikbaar, dus je zou kunnen zeggen dat deze ‘zich richt op dat land’. In de aanhef van deze Verordening wordt herinnerd aan een gezamenlijke verklaring over een eerdere verordening (44/2001) over de bevoegde rechter. Artikel 15 daarvan regelt dat de rechter voor de woonplaats van de consument in principe bevoegd is, maar in die verklaring werd afgesproken dat

het feit dat een internetsite toegankelijk is, op zich niet voldoende is om artikel 15 toe te passen; noodzakelijk is dat de consument op die site gevraagd wordt overeenkomsten op afstand te sluiten en dat er inderdaad een dergelijke overeenkomst gesloten is, ongeacht de middelen die daartoe zijn gebruikt. De taal en de munteenheid die op de internetsite worden gebruikt, doen in dat opzicht niet ter zake

Dat klinkt heel mooi, maar het beantwoordt nog steeds niet de vraag hoe het nu zit met webwinkels die ook aan Belgen leveren. Ik denk dat je in dat geval aan Belgisch recht gebonden kunt zijn, maar er moet wel meer zijn dan alleen het feit dat je een webshop hebt en dat Belgen een bestelling kunnen plaatsen. Denk aan zaken als adverteren in Belgische media of korting geven specifiek aan Belgen.

Een webshop zou in zijn algemene voorwaarden Nederlands recht kunnen aanwijzen. Dat mag, mits de consument daardoor maar niet

de bescherming verliest welke hij geniet op grond van bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken volgens het recht dat overeenkomstig lid 1 toepasselijk zou zijn geweest bij gebreke van rechtskeuze.

En deze 14 dagen is zo te lezen dwingend recht, een Belgische webwinkel mag niet in de algemene voorwaarden de veertien dagen inperken. Een Nederlandse webwinkel die geacht wordt zich te richten op België, mag dat dus ook niet.

Het wachten is op de eerste Belg die een Nederlandse webshop voor de Belgische rechter sleept.

Arnoud

Webwinkels: deskundig en praktisch juridisch advies (boek)

Een tijdje geleden had ik geblogd over ons (mijn en Stevens) boek Webwinkels: Deskundig en praktisch juridisch advies. Het is met veel succes uitgedeeld op de TCD beurs, en nu is het ook gewoon te verkrijgen voor slechts 19,95.

Webwinkels worden steeds populairder, maar kennen heel wat bijzondere wet- en regelgeving waar zij rekening mee moeten houden. Het niet naleven van deze soms complexe wetgeving kan de rechtspositie van de winkelier of dienstverlener ernstig verzwakken. Het is dus zaak dat u zorgt dat u uw zaken op orde hebt.

Bestellen kan door een mailtje naar mij.

Het volgende boek gaat over providers. Onderwerpsuggesties zijn welkom! En ideeën voor promotieacties ook 🙂

Nog even de inhoudsopgave:

Juridisch verantwoord zakendoen<br/>

  • Inschrijven en aanmelden
  • <li>Uw ondernemingsvorm </li>
    
    <li>Uw bedrijfsnaam</li>
    
    <li>Elektronisch contracten sluiten</li>
    
    <li>Oneerlijke handelspraktijken </li>
    
    <li>Webwinkels en kansspelen</li>
    
    <li>De rechter en andere instanties </li></ul>
    

    Wettelijke plichten voor webwinkels<br/>

    • Informatie over uzelf
    • <li>Informatie over het winkelen </li>
      
      <li>Verplichtingen rond betalen </li>
      
      <li>Verplichtingen rond levering </li>
      
      <li>Verplicht factureren </li>
      
      <li>Recht van retour</li></ul>
      

      De kwaliteit van uw producten <br/>

      • Conformiteit: voldoen aan de verwachtingen
      • <li>Conformiteitseis</li>
        
        <li>Economische levensduur </li>
        
        <li>Garantie naast conformiteit </li>
        
        <li>Productaansprakelijkheid </li></ul>
        

        Uw kleine lettertjes<br/>

        • Waarom algemene voorwaarden
        • <li>Toepasselijkheid van algemene voorwaarden</li>
          
          <li>Onredelijk bezwarende voorwaarden</li>
          
          <li>Aansprakelijkheid van webwinkels </li></ul>
          

          De privacy van uw klant<br/>

          • Persoonsgegevens en privacy
          • <li>Gerechtvaardigd verwerken </li>
            
            <li>Aanmelden bij het College Bescherming Persoonsgegevens</li>
            
            <li>Privacyverklaring </li>
            

          Regels rond reclame <br/>

          • Online advertenties
          • <li>Commerciële boodschappen en spam </li>
            
            <li>Toestemming voor tell-a-friend</li>
            
            <li>Toestemming via algemene voorwaarden</li>
            
            <li>Regels bij telefonisch contact</li></ul>
            

            Van merken, reclame en domeinnamen <br/>

            • Merknamen en domeinnamen
            • <li>Sterk merk </li>
              
              <li>Merkproducten verkopen</li>
              
              <li>Hoger in Google dan de merkhouder</li></ul>
              

              Auteursrecht voor webwinkels<br/>

              • Auteursrecht op een website
              • <li>Een beschermde databank</li>
                
                <li>Investeren in het bouwen</li>
                
                <li>Citaatrecht </li>
                
                <li>Portretrecht </li>
                
                <li>Stappenplan bij auteursrechtschending </li>
                

              Arnoud

Ik wil mijn aansluitkosten terug!

Een lezer vroeg me:

Sinds 21 april, heeft Tringg een prijsverhoging en een wijziging in de algemene voorwaardev ingevoerd, welke vanaf 1 mei van toepassing is. Zij bieden echter wel de optie, om het contract op te zeggen. Echter, veel Tringg-gebruikers hebben aansluitkosten gemaakt van 35 euro en ook nog eens 10 euro voor nummerbehoud. Hebben wij recht op vergoeding van deze kosten, of kunnen we die vergeten ?

Bij prijsverhogingen of andere nadelige veranderingen in de algemene voorwaarden mag je als consument je contract opzeggen. Dat blijkt uit artikel 7.2 Telecommunicatiewet. Deze “optie” van Tringg is dus gewoon de wettelijk verplichte regeling.

Normaal krijg je dan echter niet je aansluitkosten of nummerbehoudkosten vergoed. Er staat in artikel 7.2 wel “kosteloos”, maar dat gaat alleen over afsluitkosten en eventueel vooruit betaalde abonnementskosten.

Je hebt dus pech, tenzij je binnen de eerste drie maanden van je abonnement zit. In dat geval is het de leverancier namelijk verboden om de prijs te verhogen. Een contractsvoorwaarde van de leverancier dat dat toch zou mogen, is onredelijk bezwarend, want op de zwarte lijst voor algemene voorwaarden staat

[Een beding is verboden als] dat de gebruiker de bevoegdheid geeft de door hem bedongen prijs binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst te verhogen, tenzij de wederpartij bevoegd is in dat geval de overeenkomst te ontbinden (art. 6:236 sub i BW)

Tringg mag dus alleen de prijs verhogen bij klanten die nog geen drie maanden lid zijn als ze deze de mogelijkheid geeft om het contract te ontbinden (art. 6:265 BW), wat iets anders is dan opzeggen. Bij ontbinden moeten alle tot dusverre gedane prestaties ongedaan gemaakt worden (art. 6:271 BW), iets dat bij gewoon opzeggen niet hoeft. Dat betekent dus dat je je aansluitkosten terug moet krijgen.

Update: in de comments wordt terecht gemeld dat je niet zomaar alle aansluitkosten terug kunt krijgen. Op zijn minst mag men een proportioneel deel houden. Maar je kunt t altijd proberen, ik betwijfel of Tringg deze blog leest. 🙂

Arnoud

Kans maken op een iPhone, mag dat?

Een lezer vroeg me:

Ik had begrepen dat je in Nederland alleen kansspelen mag aanbieden als je een vergunning hebt, en afgezien van Holland Casino heeft niemand die. Maar hoe kan het dan dat er zo veel sites zijn waar je kunt pokeren of andere gokspellen spelen en dan ook nog eens prijzen kunt winnen?

Je hebt in Nederland inderdaad een vergunning nodig voor het aanbieden van kansspelen (ook op internet). Tenminste, als deelnemers aan dat kansspel prijzen zoals geld of producten kunnen winnen. Een funcasino of pokerspel waarbij je alleen met fictieve muntjes speelt, is dus niet verboden. Zo’n vergunning is onmogelijk te krijgen tenzij je Holland Casino heet (iets waar het Europese Hof mee bezig is).

Omdat deze wet zou betekenen dat geen enkele winkelier nog een prijsvraag of “raad het aantal augurken in deze pot”-spel meer kan doen, is er in 2006 een regeling promotionele kansspelen ingevoerd. Deze komt erop neer dat je niet vervolgd wordt als je een kansspel opzet ter promotie van bedrijven, producten of diensten en je je daarbij aan de beperkingen houdt uit die regeling. Een electronicazaak mag dus een prijsvraag uitschrijven waarbij je een iPhone kunt winnen met een slimme slogan, of met een TV naar huis kan gaan als je een potje poker op de openingsavond wint.

Het promotioneel kansspel bestaat in twee vormen: het klein en het groot promotioneel kansspel. Een kansspel is “klein” als de prijzenpot niet meer dan ” 4500 bevat. Een dergelijk spel mag je zo vaak organiseren als je wilt. Is de waarde meer dan dit bedrag, dan is het een groot promotioneel kansspel en dan mag je het spel maximaal eens per jaar uitvoeren. Verder zijn er nog restricties op bv. de kosten voor deelname (niet meer dan de postzegel of 60 cent communicatiekosten) en moet je toestemming van de ouders hebben als minderjarigen (zestienminners) mee willen doen. Een duidelijk wedstrijdreglement en inzage in de wijze van uitreiken van prijzen is ook verplicht.

Deze regeling geldt ook voor internet, maar blijkt daar nogal wat onduidelijkheden op te roepen. Vaak zie je namelijk dat niet een winkelier zelf maar een derde een site met kansspelen opzet waarmee je producten kunt winnen bij die winkelier(s). Het is niet duidelijk of dat ook onder de regeling valt. Daar staat namelijk in:

Promotionele kansspelen mogen uitsluitend ter promotie van een product, dienst of organisatie dienen en mogen niet als een zelfstandige activiteit worden aangeboden.

Het woord “en” suggereert dat de twee genoemde deelzinnen tegenstellingen zijn, maar dat is niet zo – je kunt best een product promoten als zelfstandige activiteit. Ik denk dus dat je best www.pokerenwineeniphone.nl mag opzetten in samenwerking met iPhoneverkopers, maar ik sluit niet uit dat je dan een boze brief van Justitie krijgt.

Arnoud

Garantie en faillissement

Een lezer vroeg me:

Ik heb een televisie gekocht bij een webwinkel. Daarbij is me gemeld dat ik twee jaar garantie heb. Nu anderhalf jaar later is de televisie stuk, maar de winkel blijkt failliet. Hoe kan ik nu mijn recht op garantie uitoefenen?

Ik ben bang dat dit heel moeilijk, zo niet onmogelijk zal worden. Garantie, of beter gezegd het recht op een product conform de verwachtingen is iets tussen koper en verkoper. De winkel moet dus zorgen voor een correct werkend product, en als hij dat niet levert, dan moet hij dat gratis herstellen of vervangen. Gaat de winkel failliet in de tussentijd, dan heb je een probleem als koper want de verkoper bestaat dan niet meer. Je kunt dan ook niets meer van hem eisen.

Wellicht is hier sprake van fabrieksgarantie. Dat is een vrijwillig door de fabriek (of importeur) gedane toezegging over bepaalde eigenschappen van het product. Je kunt los van je rechten jegens de winkel ook naar de fabriek toestappen om naleving van die fabrieksgarantie te eisen. Wel moet je je dan houden aan de eisen van de fabrikant. Die mag bijvoorbeeld zeggen dat hij na één jaar geen garanties meer doet, of dat bewegende onderdelen buiten de garantie vallen, dat een formulier moet worden ingevuld of dat onderzoekskosten moeten worden betaald. De winkel mag dat allemaal niet.

In sommige branches bestaan garantie- of waarborgfondsen. Daar kun je een beroep op doen als een (aangesloten) winkelier failliet gaat. Zo zijn er bijvoorbeeld de CBW erkende woonwinkels waar je je geld terug kunt krijgen als een woonwinkel failliet gaat. Ook zijn er vaak regels over het overnemen van garantie door een collega-winkelier. Maar of dat betekent dat ze ook alle verplichtingen omtrent conformiteit op zich nemen, is nog een open vraag.

Arnoud

Een switch is nog geen bedrijfsnaam

switch.pngVeel mensen denken dat een bedrijfsnaam (een handelsnaam) op een of andere manier creatief moet zijn, of in ieder geval niet gewoon een bestaand woord mag zijn. Dat is onjuist. Ook een bestaand woord kan prima als handelsnaam dienen. En daarom, zo vonniste de rechtbank Arnhem onlangs, moet het IT-bedrijf Switchit haar naam wijzigen: concurrent Switch was eerder met die naam.

Op zich geen heel opzienbarend vonnis, ware het niet voor één verweer van Switchit: een switch is het meest gebruikte apparaat in de ICT-branche (een apparaat in de infrastructuur van een computernetwerk) en die naam mag dus niet worden gemonopoliseerd door een ICT-bedrijf.

Op zich is het natuurlijk waar dat een switch een veelgebruikt apparaat is en dat iedereen dus moet kunnen zeggen “ik verkoop switches” of “uw specialist voor elke switch”, maar dat betekent nog niet dat je de naam van dat apparaat in je bedrijfsnaam mag verwerken.

Ditzelfde geldt trouwens voor merken: ook bestaande woorden mogen als merk geregistreerd worden, en het verweer “het is een bestaand woord” helpt dan volstrekt niet tegen een beschuldiging van inbreuk. Wat wél helpt is dat het woord wordt gebruikt in zijn normale betekenis. Een fietsenmaker mag zich niet Gazelle noemen, maar een restaurant mag wel gazellebiefstuk op het menu zetten. En net zo goed mag een ICT-bedrijf dus geen Switchit heten als er al een Switch is, maar ze mogen wel switches verkopen.

Arnoud

Het risico bij retourneren

Een lezer vroeg me:

Is het risico van het retourzenden van een zaak voor rekening van de koper of verkoper? Een vriend van me had een bestelling geretourneerd op grond van de Wet Koop op Afstand, maar het pakketje is waarschijnlijk in de post kwijtgeraakt. De winkel eist nu schadevergoeding. Klopt dat?

Bij een retour is de verzender in principe verantwoordelijk. Als de zending kwijtraakt, dan heeft de verzender dus een probleem. Bij retourzenden kun je dus maar beter aangetekend versturen. (Bij het gewone verzenden zegt de wet – art 7:11 BW – expliciet dat het risico bij de verkoper ligt, maar dat artikel geldt niet voor de retourzending.)

Als bewezen kan worden dat het vervoersbedrijf het pakket heeft kwijtgeraakt, dan is dat wellicht een argument om het risico te verleggen of om van overmacht te spreken. Maar in principe zou ik zeggen dat dat alleen gaat als het aangetekend verstuurd was en toch kwijt.

Als het product nu kwijt is, dan moet de koper inderdaad schadevergoeding aan de verkoper betalen. Ik zou verwachten dat dat normaliter neerkomt op het vergoeden van de prijs. En dan is de oplossing simpel: de verkoper mag het geld houden dat de koper eerder had betaald en daarmee is de kous af. Als er niet vooruit betaald is, dan zal de koper nu alsnog moeten betalen.

Arnoud

Merkinbreuk door AdWords: adverteerders wel, Google niet

Daar zijn we dan: het langverwachte Adwords-arrest, meldt Boek9.nl. Naar aanleiding van een Franse rechtszaak heeft het Europese Hof van Justitie nu eindelijk uitsluitsel gegeven in haar arrest C-236/08 tot en met C-238/08. Kort gezegd: Google pleegt geen merkinbreuk als mensen adverteren op merknamen, maar moet wel ingrijpen als de merkhouder een klacht indient over een inbreukmakende advertentie. Adverteerders zijn zelf wel aansprakelijk voor merkinbreuk bij de advertenties die ze opgeven.

Centraal stond hier de vraag of je Adwords mag kopen op merknamen als je daarmee concurrerende producten wilt aanprijzen, en in het bijzonder als je daarmee “authentieke namaak” wilt verkopen.

Hoofdregel is volgens het Hof dat je wel degelijk een merknaam gebruikt in de zin van het merkenrecht als je advertenties laat verschijnen bij zoekresultaten (SERPs) waarbij de merknaam als zoekopdracht is opgegeven. Dat geldt echter alleen voor de adverteerder zelf, en niet voor Google.

Het feit dat iemand zorgt voor de technische voorzieningen die nodig zijn voor het gebruik van een teken, en daarvoor wordt vergoed, betekent immers niet dat degene die deze dienst verleent, zelf het teken gebruikt.

Dat is een belangrijke conclusie, omdat Google nu niet op grond van het merkenrecht kan worden aangesproken als er een inbreukmakende advertentie verschijnt bij Google-zoekresultaten.

De adverteerder loopt dus wel een risico: als zijn advertentie afbreuk doet aan wat juridisch de “herkomstaanduidingsfunctie” heet, dan pleegt hij merkinbreuk. Die herkomstaanduidingsfunctie is in feite waar het merkenrecht om draait; het doel van een merk is dat mensen het merkproduct kunnen onderscheiden van andere producten. Wie kort gezegd dat doel doorkruist, pleegt merkinbreuk. Daarvan is sprake wanneer

de advertentie het voor de normaal geïnformeerde en redelijk oplettende internetgebruiker onmogelijk of moeilijk maakt om te weten of de waren of diensten waarop de advertentie betrekking heeft, afkomstig zijn van de merkhouder of een economisch met hem verbonden onderneming

Zo’n internetgebruiker kan zich vergissen, aldus het Hof, wanneer hij een advertentie ziet verschijnen nadat hij een merknaam heeft ingetoetst. Het is immers logisch dat zo’n advertentie het merkproduct betreft. Daarom moet de merkhouder kunnen verbieden dat advertenties van derden worden weergegeven waarvan internetgebruikers ten onrechte kunnen denken dat zij van de merkhouder afkomstig zijn.

Ook als de advertentie duidelijk is dat er niet zo’n band is, kan er sprake zijn van merkinbreuk. Dat is het geval als de adverteerder “zo vaag blijft over de herkomst van de betrokken waren of diensten” dat die internetgebruiker uit de advertentie niet kan opmaken of de adverteerder een derde is of gelieerd aan de merkhouder.

Er is dus ruimte om te adverteren op merken, maar je zult het wel absoluut duidelijk moeten maken wie jij bent en wat je relatie tot de merkhouder is. Daarover zullen nog wel de nodige processen worden gevoerd. Eén ding staat al wel vast: de “authentic fakes”-advertenties mogen niet, hoe duidelijk je ook bent over het nep zijn van de producten.

Omgekeerd is het niet genoeg om van merkinbreuk te spreken zodra andere mensen gaan bieden op het merkwoord om daar Adwords-advertenties mee te laten verschijnen. Dit valt onder de “reclamefunctie” van het merk, wat inhoudt gebruik “als element ter bevordering van de verkoop of als handelsstrategisch instrument”. De merkhouder moet dan misschien meer betalen om zijn eigen advertenties bovenaan te laten komen, maar daarmee staat nog niet vast dat sprake is van merkinbreuk.

Als laatste oordeelt het Hof nog dat de Adwords-dienst van Google onder het beschermingsregime voor internettussenpersonen (providers) valt. Deze geldt voor dienstverleners die informatie van anderen (hier: advertenties en bijbehorende trefwoorden) opslaan en vertonen. Zij zijn niet aansprakelijk als ze geen controle op de inhoud of doorgifte hebben. En dat doet Google niet, aldus het Hof: zij selecteren niet zelf welke advertenties waar komen te staan, dat doen de adverteerders – die geven de trefwoorden op en betalen een bedrag dat bepaalt hoe hoog ze scoren. Daarmee is Google slechts een passief doorgeefluik en dus niet aansprakelijk. Ze hoeven dus alleen advertenties te verwijderen als de merkhouder ze wijst op het inbreukmakend karakter daarvan. En Vuitton kletst uit haar nek als ze zegt dat het Hof “denies Google the status of hosting services provider”.

Arnoud

Pas op met reclame voor casino’s

royal-flush-casino-gokken-poker-kansspel.jpgRegelmatig krijg ik vragen als deze:

Ik kreeg een verzoek voor het plaatsen van een link t.b.v. een goksite op mijn website. Men wil mij geld betalen als ik deze zin “De beste Blackjack online games kunt u spelen bij 888.com!” plus een link op mijn site opneem. Maar ik maak dan reclame voor een casino. Ben ik dan strafbaar?

Ja, dan ben je strafbaar. In Nederland mogen geen kansspelen worden aangeboden waarmee je geld of prijzen kunt winnen, ook niet via casino’s die via internet benaderbaar zijn. Ook is het verboden om het spelen van dergelijke kansspelen te “bevorderen”. Het Ministerie van Justitie ziet het plaatsen van zo’n hyperlink als een vorm van bevorderen:

Volgens vast beleid wordt onder bevorderen verstaan: handelingen die deelname aan kansspelen vergemakkelijken of in de hand werken, zoals het maken van reclame voor en het plaatsen van hyperlinks en banners naar illegale kansspelsites.

Bij About:Blank kwam dit al eerder aan de orde. Diezelfde site 888.com reageerde toen met:

Wij zijn geen site die illegaal is. Bij 888.com wordt total legaal gegokt. Wij hebben nog vele andere advertenties hebben en hier nog nooit problemen mee hebben ondervonden.

Vanwege irritante scripts op die site ga ik er niet naar linken, maar op 888.com staat in de FAQ een duidelijke uitleg over “How Do I Cash Out My Winnings?” Dat lijkt me bewijs genoeg dat je je winst kunt laten uitbetalen, en daarmee staat de strafbaarheid vast. Maar ook als 888 zelf alleen zou doorverwijzen naar andere sites waar je je winst kunt laten uitkeren, zouden zij strafbaar zijn en mensen die ernaar linken dus ook.

Arnoud

Op onrechtmatige wijze in verwarring worden gebracht

Goed, ik zal erover ophouden: inbreuk op een domeinnaam kan dus wel. Vorige week nog blogde ik over diverse vonnissen waarin een domeinnaam kon worden opgeëist zonder dat sprake was van merk- of handelsnaaminbreuk. De motivatie was daar dat men onrechtmatig handelde door nodeloos verwarring te stichten. Ik zag en zie niet hoe je dat criterium mag hanteren nu de merkenwet expliciet verbiedt dat je merkenrecht-achtige vorderingen instelt zonder geregistreerd merk, maar nu is er het arrest (via) in het hoger beroep van een vonnis uit 2008 over Taartenwinkel versus GefeliciTAART, en dat arrest bevestigt expliciet dat het toch wel mag.

In deze zaak had GefeliciTAART de domeinnaam taartwinkel.nl geregistreerd, en Taartenwinkel.nl was daar niet blij mee. Mensen die naar haar winkel wilden, kwamen immers nog wel eens terecht bij die van GefeliciTAART. Omdat er geen merk was voor “taartwinkel.nl”, en GefeliciTAART altijd haar eigen handelsnaam voerde, werd de eis in eerste instantie afgewezen.

Het Hof komt daar echter op terug. Ze oordelen net als de rechtbank dat geen sprake is van handelsnaamgebruik als je een domeinnaam alleen laat doorlinken (de 301 redirect, voor de techneuten) naar je echte bedrijfssite en je op die site ook alleen je eigen bedrijfsnaam voert. Dat ging hier goed, want GefeliciTAART noemde zich overal zo en gebruikte taartwinkel.nl alleen in de doorverwijzende domeinnaam.

Toch handelt GefeliciTAART onrechtmatig (artikel 6:162 BW): zij schept nodeloze verwarring door vanaf die sterk gelijkende domeinnaam door te verwijzen naar haar eigen site.

De domeinnaam taartwinkel.nl vertoont zoveel gelijkenis met de handelsnaam (en domeinnaam) Taartenwinkel.nl, dat de kans dat consument, op zoek naar het bedrijf van Taartenwinkel.nl, taartwinkel.nl intypt, aanzienlijk is. GefeliciTAART heeft ook erkend dat haar streven mede is gericht op het, met gebruikmaking van de bekendheid en reputatie van haar concurrenten en de mogelijkheid van vergissing bij het publiek, genereren van zoveel mogelijk internetverkeer naar de eigen website. Dat dit het geval is blijkt ook uit haar registratie van de domeinnamen taartservice.nl en taartland.nl.

Dat “taartwinkel” een beschrijvend woord is, acht het Hof niet relevant: het is namelijk overduidelijk dat wordt aangehaakt bij Taartenwinkel.nl en dat niet zomaar dat woord werd gebruikt.

GefeliciTAART mag deze domeinnaam dan ook niet meer gebruiken. Overdracht hoeft niet, want als GefeliciTAART de domeinnaam niet meer gebruikt, is de verwarring al beëndigd en dan is er geen belang meer bij overdracht. Ik vind de formulering “verbiedt ieder gebruik van taartwinkel.nl als domeinnaam” wel wat apart, wat mag GefeliciTAART dan nog wel? Er e-maildiensten op draaien of zo?

Ze mogen zich trouwens nog wel “dé online taartwinkel” blijven noemen in de over-onspagina (is dat goed Nederlands voor aboutpagina?) want dat kan geen verwarring geven met andere online taartwinkels.

Afijn, ik kan nu wel gaan zeuren dat het hier ging om een beschrijvende naam waardoor het merkenrecht überhaupt niet in beeld komt maar als de rechtspraak zo consequent de andere kant op gaat dan heeft het weinig zin te blijven hameren op dat 2.19 BVIE. Maar als iemand aangeklaagd wordt over dit punt, zet het dan alsjeblieft toch in je verweer! 🙂

Arnoud