Een hashtag claimen, kan dat?

merk-weetje-van-de-dag.pngGisteren las ik op Marketingfacts over het claimen van een hashtag. Op Twitter wordt een #hashtag gebruikt om allerlei onderwerpen mee te #markeren, zodat je eenvoudiger kunt #zoeken op die termen. Twitteraar Petra de Boevere kreeg te horen dat ze de hashtag #weetjevandedag niet mocht gebruiken, omdat deze als merk gedeponeerd zou zijn en zij daar inbreuk op zou plegen.

Petra:

Omdat ik een zogenaamde “veeltwitteraar” ben deel ik van alles. Dingen die me opvallen, die ik tegenkom, die me intrigeren, die me boos maken of verwonderen. Met de hashtag #weetjevandedag heb ik wel eens getwitterd dat een USB-stick gewoon in de wasmachine kan en het dan nog steeds doet. Of dat inundatie een ander woord is voor het onder water zetten van een stuk land uit strategische overwegingen. Afgelopen vrijdag twitterde ik: “#weetjevandedag op 18 juni 1815 werd Napoleon Bonaparte definitief verslagen bij Waterloo http://bit.ly/bv0EEY” en gisterochtend: “#weetjevandedag op 20 juni 1877 zet Alexander Graham Bell de eerste commerciële telefoondienst op”.

Het merk in kwestie is een beeldmerk (zie plaatje voor het depot) waarin inderdaad de tekst “weetje van de dag” staat. Op beeldmerken kun je in principe alleen inbreuk maken als je het plaatje gebruikt of iets wat daar te veel op lijkt. Het is een oude en lastige discussie of je tekst úit dat plaatje als zodanig ook als merkinbreuk mag zien. Dat kan, als de tekst op zichzelf ook een geldig woordmerk zou kunnen zijn. Maar meestal deponeren mensen dit soort beeldmerken omdat de tekst geen merk kan zijn en ze dan toch nog maar iets gedeponeerd hebben.

Dat lijkt me ook hier het geval. Ik geloof geen seconde dat de term “weetje van de dag” onderscheidend is voor een dienst waarbij je elke dag een weetje meldt. Hoe lang je die dienst ook al verricht, het is en blijft de normale omschrijving voor wat je doet. En daarom kan die term niet als merk beschermd zijn. Het logo natuurlijk wel, maar er kan dan alleen sprake zijn van merkinbreuk als mensen het logo kapen.

Het bedrijf meldt op haar website dat ze een rechtszaak over merkinbreuk gewonnen heeft. Ik kan daarover op rechtspraak.nl of boek9.nl niets over terugvinden, dus dat is lastig te verifiëren. Maar afgaande op de beschrijving daar ging het niet alléén over het merk: ook de inhoud van de mailinglist zou zijn geherpubliceerd. Het lijkt me uitermate sterk dat ze een rechtszaak zouden winnen waarbij zelf bedachte weetjes onder die naam worden verspreid.

Als -en ik zeg áls- iemand een geldig woordmerk heeft, dan zou het merkinbreuk kunnen zijn als je je commerciële twitterberichten voorziet van dat woordmerk als hashtag. “Grolsch vandaag in de aanbieding #bavaria” zou denk ik niet door de beugel kunnen.

Arnoud

Mijn Linkedin-profiel moet in onze huisstijl!

Een lezer vroeg me:

Ik heb al jaren een Linkedin profiel. In het kader van de online marketing strategie eist mijn werkgever nu dat ik dit profiel aanpas aan een bepaalde Linkedin huisstijl. Ik voel me daar niet prettig bij; mijn Linkedin profiel is toch van mij en niet van mijn werkgever? Kunnen ze dit eisen?

Er is een algemene wettelijke regel dat je je als “goed werknemer” moet gedragen. Daar kan alles onder vallen, mits het redelijk is dat dat er onder valt. Op zich lijkt me de regel “zakelijke uitingen moeten conformeren aan de huisstijl” wel redelijk. Zo kan men eisen dat je een bepaalde signature onder je mail hangt of dat je je Powerpoints van een bepaald template voorziet.

Bij Linkedin heb ik een beetje een dubbel gevoel. Ja, daar staat de bedrijfsnaam bij dus dat is wellicht te zien als zakelijke uiting. Maar het is uiteindelijk /jouw/ profiel en niet dat van je werk. Als je op een borrel vertelt dat je bij bedrijf X werkt, moet je dan ook meteen de corporate missie & visie erbij vertellen en een stropdas om?

Arnoud

Wat is “een Engelse versie” van een spel?

computerspel-only-on-playstation.pngEen lezer vroeg me:

Via een webwinkel heb ik een spel voor mijn Playstation aangeschaft. Op de website stond vermeld dat het “een Engelse versie” van het spel betrof. Het spelen gaat prima, maar toen ik extra content (downloadable content, DLC) wilde kopen via de Playstation Store, bleek dat dat niet kon omdat ik in Nederland woon. Ik wilde het spel dus terugsturen, want ik zat nog binnen de zeven werkdagen, maar dat mocht niet omdat ik het al had uitgepakt. Kan dat zomaar?

Op zich klopt het dat je een computerspel niet meer mag retourneren op grond van de Wet Koop op Afstand. Die bevat een expliciete uitzondering voor software (waaronder ook spellen): als je die uit de verzegeling haalt, mag je ze niet meer retourneren.

Echter, als je een item koopt (wat dan ook), dan moet dat item voldoen aan de gewekte verwachtingen. Als dat niet zo is, mag je het spel ook na uitpakken terugsturen want dan heb je niet gekregen wat je hebt gekocht. De vraag is dus: welke verwachtingen werden bij jou gewekt bij de webwinkel en waren die redelijk om te verwachten?

Uit de rechtspraak blijkt dat je om dit te bepalen, moet kijken naar wat een “gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument” zou weten of doen die op zoek is naar dit soort spellen. Ik denk dat zo’n consument bij “een Engelse versie” zou denken dat dit om meer gaat dan alleen “het spel is in de Engelse taal”.

Een gamende consument zou dan denk ik even gaan googelen, en vervolgens terechtkomen bij bijvoorbeeld dit forumdraadje waarin een vergelijkbare vraag langskomt en iemand dezelfde dag nog meldt dat

er zijn paar games (exclusief ps3) waarbij het niet werkt. Dan moet je wel via uk store halen. Heavy rain dlc werkt ook niet op uk disc.

Ook komen wat tips voorbij hoe je het wel werkend kunt krijgen (je instellingen zo veranderen dat de Store denkt dat je in Engeland woont, bijvoorbeeld).

Ik zou dus zeggen dat je had kunnen weten dat een “Engelse versie” dergelijke problemen heeft. Het spel voldoet dus aan de redelijkerwijs gewekte verwachtingen, en je kunt het niet retourneren.

Arnoud

Smileys bij internetbedreiging leiden tot vrijspraak

smiley-emoticon.pngOpmerkelijk: een bedreigende tekst wordt niet strafbaar geacht omdat er smileys bij stonden. Het Gerechtshof Amsterdam sprak half mei een minderjarige verdachte vrij om die reden (via Cops in cyberspace). Hij had minister-president Balkenende een boos bericht gestuurd, maar de smileys (en de bewoordingen) maakten dat de MP zich niet daadwerkelijk bedreigd had kunnen voelen van dit bericht.

Het arrest geeft de letterlijke tekst van de Hyveskrabbel (dat het Hof overigens een ‘jongerennetwerk’ noemt) in de tenlastelegging:

ey bolle vet zak met je kanker bolle kanker bril je gaat died bitch ik kom je halen

Ik moest vervolgens lachen om de direct daaronder staande standaardzin:

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

De tekst “je gaat [dood] … ik kom je halen” zou je kunnen zien als een “bedreiging tegen het leven” zoals de wet dat formuleert. Maar een uiting is pas een bedreiging als de ontvanger zich ook daadwerkelijk bedreigd had moeten voelen. En dat was hier niet mogelijk: het ging immers maar om Hyveskrabbels die ook nog eens vol smileys stonden. Dat mag je niet serieus nemen.

Ook opmerkelijk vond ik nog dat het Hof het OM verwijt dat ze niet ook ‘belediging’ ten laste gelegd heeft. Die aangehaalde zin had immers prima als belediging kunnen worden gezien, en daarvoor had de verdachte dan kunnen worden veroordeeld. Maar dan moet het OM dat wel opnemen in de tenlastelegging.

Dit is bij mijn weten het eerste arrest over smileys, maar helaas staat er dan weer geen smiley in het arrest zelf.

Arnoud

Welk merkenrecht is van toepassing?

Een lezer vroeg me:

Ik wil een webwinkel beginnen met een mooie .com domeinnaam die ik onlangs heb gekocht. Maar nu kwam ik erachter dat in de VS die naam al als merk is vastgelegd. Kan ik nu wel mijn Nederlandse webwinkel opzetten? Een .com valt toch onder Amerikaans recht?

Nee, een .com valt niet automatisch onder Amerikaans merkenrecht. Merken en domeinnamen zijn niet op die manier gekoppeld.

Je maakt inbreuk op een merk als je in het land waar het merk geldt, economische diensten ontplooit. Een webwinkel die zich op Nederland richt, heeft dus te maken met het Benelux-merkenrecht (BVIE) en het Europees merkenrecht (“gemeenschapsmerken”). Niet met het Amerikaans merkenrecht. Het maakt echt niet uit of de domeinnaam van je webwinkel eindigt op .com, .info, .nl of .tv of welke extensie dan ook.

Wat nu als de Amerikaanse merkhouder op zeker moment ook een Europees merk gaat aanvragen? In principe heb je daar geen last van. Artikel 2.23 lid 2 BVIE zegt dat een merkhouder niet kan optreden tegen “een ouder recht van slechts plaatselijke betekenis”, oftewel een handelsnaam. Hij kan dus niet eisen dat je je bedrijfsnaam aanpast nadat hij een merk heeft gekregen.

Het kan echter slim zijn om je webwinkel-naam als merk vast te leggen. Met een ouder merk sta je sterker tegen zo’n Amerikaan dan met ‘alleen’ een handelsnaam. Maar het is wel duurder.

Arnoud

De douanekosten van de vervoerder

Een lezer vroeg me:

Ik koop nog wel eens iets in een webshop in het buitenland (buiten EU) en dan moet je soms nog invoerrechten en belasting aan de douane betalen. Dat doe je alleen niet direct zelf; je vervoerder schiet dat voor en brengt het bij jou in rekening. Op zich prima, alleen blijken vervoerders daar soms administratiekosten (“voorschotprovisie”) voor te rekenen. Kan dat zomaar?

Bij invoer van goederen moet je inderdaad soms invoerrechten betalen. Dat kun je zelf doen, maar als je dat niet doet, dan doet de importeur dat. Voor zo’n dienst mag men op zich natuurlijk best geld vragen.

Alleen: dat moet dan wel vooraf zijn afgesproken. En daar gaat het vaak mis, want als je bij een webwinkel bestelt, krijg je zelden of nooit vooraf te horen welke vervoerder het gaat doen, laat staan onder welke voorwaarden deze werkt en wat de prijs voor douane-inklaring is.

De vervoerder zou kunnen zeggen dat je moet weten dat deze dienst geleverd zal worden, en dat je daarmee impliciet dus akkoord bent gegaan met hun aanbod. Omdat er geen prijs is afgesproken, val je terug op de algemene wettelijke regel die zegt dat er dan een “redelijke prijs” verschuldigd is. En een tientje lijkt me niet zo’n heel gek bedrag.

Of deze redenering standhoudt, durf ik zo niet te zeggen, maar het is een argument waar een rechter best gevoelig voor kan zijn.

Arnoud

Mogen websites blokkeren van advertenties verbieden?

Toch weer even terugkomen op een oude vraag, want hij komt vaak binnen de laatste tijd:

Mogen websites verbieden in de voorwaarden, dat jij advertenties blokkeert? En als ze zien dat je dat verbod overtreedt, mogen ze je dan van de site verbannen?

Ik ben er nog steeds niet uit waar een site de eis op kan baseren dat je geen advertentieblokker mag gebruiken. Je manipuleert de presentatie van een webpagina alleen voor je eigen gebruik. Daar kan auteursrechtelijk weinig mis mee zijn, en een ander absoluut recht ken ik niet.

Het is niet verboden om te weigeren naar advertenties te kijken. Net zo goed als ik mag wegzappen als ik commercials op televisie zie, mag ik advertenties wegfilteren op websites.

Dat neemt niet weg dat een sitebeheerder regels kan stellen aan wat er wel en niet op zijn site mag. Een absoluut recht is daarvoor niet nodig. Als ik niet wil dat in reacties het woord “bloemkool” wordt gebruikt, dan mag ik dat verbieden en dan hebben jullie je daaraan te houden. Het zou een raar verbod zijn, en waarschijnlijk verlies ik dan een hoop reageerders, maar als ik rare dingen wil op mijn blog dan is er niemand die me tegenhoudt.

Update (26 mei) in de comments wijst Arno Lodder terecht op het XS4All/Ab.Fab arrest dat dit standpunt onderstreept.

Regels moeten -zeker naar consumenten toe- niet onredelijk bezwarend zijn, want zulke regels zijn algemene voorwaarden in de zin van de wet. Er staat niets in de wet over deze specifieke regel. Wil je deze regel dus aanvechten, dan moet je zelf verzinnen waarom het onredelijk is dat een site die op advertenties drijft, je verbiedt advertenties te blokkeren. Ik kan daar niet echt een argument voor bedenken. Het blokkeren tast hun inkomstenbron aan. Waarom zouden ze dat aantasten niet langs technische weg mogen verhinderen?

Ik denk dus dat het wel toegestaan is als een site detecteert of je adblocking-software gebruikt, en zo ja je de toegang ontzegt tot de site. Het staat bezoekers vervolgens vrij om dan die site niet te gebruiken. Dat is dus de afweging die de site moet maken.

Arnoud

Nog even over die e-maildisclaimers

Er zit volgens mij iets in het water, of er is net een congres geweest “Juridische aspecten van e-mail” waarin het is gezegd, maar het aantal mails met disclaimers dat ik krijg, neemt ineens sterk toe. Nog steeds begrijp ik de zin van zulke disclaimers niet, en als ik vraag waarom men die gebruikt, kom ik niet verder dan “dat moet van Legal” of “mijn e-mailprogramma had het standaard ingebakken”.

Toevallig vond ik dit prachtige artikel bij designbureau SOV waarin men het concept disclaimer op duidelijke wijze aan de kaak stelt. In de gelinkte PDF vond ik ook het prachtige Duitse woord Angstklauseln, dat precies aangeeft waar het om gaat bij deze zinnen.

In een e-mail kun je alleen mededelingen doen en geen afspraken maken. Wil je afspraken maken, dan moet de ontvanger eerst een mail terugsturen waarin hij die afspraken bevestigt. “Wij zijn niet aansprakelijk voor virussen” is geen mededeling maar een afspraak, en kan dus niet. “Deze e-mail beschouw ik als privé” is wel een mededeling, hoewel de juridische impact ervan te betwijfelen is.

Ik krijg weleens vragen waarom ik in mijn zakelijke mails nooit een disclaimer opneem. Nou, omdat ik niet weet wat ik daarin zou moeten zetten. Mijn klanten weten heus wel of mails die ik ze stuur, vertrouwelijk zijn. Bovendien is dat in mijn algemene voorwaarden al geregeld, net als mijn aansprakelijkheid voor de inhoud van mijn adviezen. Het nut van “Als u niet de beoogde ontvanger bent, gelieve dan deze mail uit te printen en op te etente vernietigen” ontgaat me volledig. Een net persoon doet dat toch wel, een onfatsoenlijk persoon doet het toch niet.

Arnoud

Mag een speciale bestelling retour onder de wet koop op afstand?

special-delivery-postzegel.jpgEen lezer vroeg me:

Laatst bestelde ik iets bij een webwinkel. Ik kreeg toen een mail dat dit product niet op voorraad was en dat ze het speciaal voor mij bij de groothandel moesten bestellen. Op zich prima, maar ik moest toen verklaren dat ik afstand deed van het recht van retour uit de Wet Koop op Afstand omdat dit een speciale bestelling en dus maatwerk zou zijn. Kan dat zomaar?

Nee, dat kan echt niet. De Wet Koop op Afstand is dwingend recht, wat wil zeggen dat je op geen enkele manier de rechten daaruit kan worden ontzegd. Je kunt dus wel zeggen dat je er afstand van doet, maar dat heeft juridisch geen enkele waarde.

De Wet Koop op Afstand kent uitzonderingen op het recht van retour. Zo mag je bederfelijke waren niet retourneren, en ook maatwerk is uitgesloten van dit recht. Laat je bijvoorbeeld een t-shirt bedrukken met een door jou gekozen tekst, dan is het niet mogelijk om dat binnen de zevendagentermijn terug te sturen en je geld terug te eisen.

Een speciale bestelling is echter geen maatwerk. Ik hoor dit vaak, maar het is echt onjuist. Ik vermoed dat dat komt omdat mensen de term ‘maatwerk’ gebruiken, en daaronder wordt ook wel “speciale bestelling buiten het normale assortiment om” verstaan. De Wet Koop op Afstand gebruikt de term ‘maatwerk’ echter niet.

In de wet heet het “zaken die zijn tot stand gebracht overeenkomstig specificaties van de koper” (art. 7:46d lid 4(b)(1) BW). Dat betekent dat je als koper dingen moet hebt aangegeven over hoe het product eruit moet gaan zien. Bijvoorbeeld dus de tekst die op het shirt moet komen, of de laklaag die men op de auto moet spuiten.

Wordt er aan het product zelf niets gewijzigd of toegevoegd op jouw specificatie, dan valt het niet onder de uitzondering van ‘maatwerk’. Een speciaal bij de groothandel besteld product mag dus gewoon worden teruggestuurd en de webwinkelier moet gewoon het hele bedrag terugbetalen.

Arnoud

Het doorlopen van webpagina’s

bromfiets-verzekering-plaatje-nummerbord.jpgOvereenkomsten sluiten via internet blijkt toch weer een moeilijke zaak, zeker als je wederpartij achteraf gewoon keihard ontkent er een gesloten te hebben. Een recent vonnis van de kantonrechter Alkmaar is daar een mooi voorbeeld van. De eiser stelde dat de gedaagde met hem een overeenkomst voor een bromfietsverzekering had gesloten via haar website. De gedaagde ontkende, waarop de kantonrechter de eiser opdroeg met nader bewijs te komen van de stappen die je op de site moest doorlopen.

Dat bewijs kwam er, maar het blijkt bepaald niet overtuigend. De rechter wil meer zien dan een stapel schermafdrukken, zo blijkt:

Weliswaar valt uit de overgelegde schermafdrukken van webpagina’s af te leiden hoe er met [eiser] via internet een overeenkomst tot stand kan komen, maar nog steeds is niet gebleken dat [gedaagde] deze webpagina’s heeft doorlopen. Zo heeft [eiser] geen gegevens overgelegd waaruit blijkt welke webpagina’s ten tijde van het sluiten van de gestelde overeenkomst, 2 maart 2008, op de website […….] zichtbaar waren en een bezoeker daarvan moest doorlopen om een overeenkomst tot stand te laten komen. Aldus is niet vast komen te staan dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen.

Schermafdrukken van nu bewijzen niet hoe de website in 2008 opereerde, en al helemaal niet dat de gedaagde partij daar ook werkelijk doorheen is gelopen. Een terecht punt, maar dit is wel de manier waarop veel bedrijven het zullen doen. (Verzamelen jullie meer informatie dan dit?) Ik ken er maar weinig die bijvoorbeeld het IP-adres loggen van elke bezoeker die op “Bestel nu” klikt of schermafdrukken van hun site maken op het moment dat die een update krijgt.

Een paar dagen later kreeg de gedaagde een verzekeringspolis thuisgestuurd. Dat bewijst m.i. dat wel degelijk alle pagina’s zijn doorlopen en dat op de knop “direct afsluiten” moet zijn gedrukt, want dat is de enige redelijke verklaring voor het feit dat het systeem van de eiser zo’n polis genereert en opstuurt.

Maar wat daar nog ontbreekt, is bewijs dat de gedaagde dat allemaal heeft gedaan. Het had ook zijn buurman kunnen zijn immers.

Nu zou je kunnen zeggen, als je zomaar een polis krijgt dan moet je aan de bel gaan hangen, maar nee:

Dat [eiser] vervolgens een verzekeringspolis aan [gedaagde] heeft toegezonden en hem erop heeft gewezen dat, indien hij niet binnen 14 dagen reageert, de op het polisblad vermelde gegevens worden verondersteld juist te zijn, maakt het voorgaande niet anders. Het niet-reageren op een dergelijk bericht, kan in redelijkheid niet worden beschouwd als wilsverklaring van [gedaagde] gericht op de totstandkoming van een overeenkomst.

De rechter lijkt hier impliciet artikel 7:7 BW aan te halen, waarin staat dat je ongevraagde zendingen “ten einde hem tot een koop te bewegen” en ongevraagde dienstverlening niet mag opvatten als een akkoord daarvoor. Stilzwijgend toelaten dat je ramen gelapt worden is geen grond voor een factuur, en verzekering is net zo goed een dienst als ramen lappen.

Het roept wel een fundamentele vraag op: hoe had deze verzekeringsmaatschappij dan wél moeten bewijzen dat het de gedaagde was die de bestelling had geplaatst? Zowat alles dat op een website wordt ingevuld, kan immers ook door de buurman of een kennis worden ingevuld.

Arnoud