Je bent aansprakelijk voor je affiliates

Het inschakelen van affiliates ontslaat je niet van je eigen verantwoordelijkheid voor naleving van de wet. Dat blijkt uit een vonnis van eind februari in een beroepszaak tussen de Consumentenautoriteit en een postorderbedrijf. Aan de site waar proefpakketten konden worden aangevraagd (met inderdaad een stilzwijgend abonnement) mankeerde het een en ander. Het bedrijf stelde echter dat zij niet direct zaken deed met consumenten maar dat haar affiliates dat deden, zodat die ervoor verantwoordelijk zijn dat alles juridisch klopte. De Consumentenautoriteit vond dat onzin, en de rechter geeft haar nu gelijk.

Het bedrijf bood een breed scala aan producten aan, van afslankproducten tot tandverzorging tot erotische producten (geen grappen over vibrerende tandenborstels graag). Allerlei banners daarvoor werden aan de markt gebracht via affiliates zoals Net Direct, Ad Pepper en De Heus. Achter de banner zat een landingpagina met een aanbieding voor een gratis proefverpakking, proefpakket of welkomstpakket dat meteen besteld kon worden. De informatie van het bedrijf daarachter was nogal karig: veel meer dan een handelsnaam en/of een KVK-nummer was er niet te vinden (duidelijk onze factsheet niet gelezen).

De wet eist echter dat je “gemakkelijk, rechtstreeks en permanent” je vestigingsadres en contactgegevens vermeldt bij zo’n webpagina. Het argument van het bedrijf dat je dit bij de Kamer van Koophandel kon opvragen, ging dus niet op. Die gegevens moeten echt op de landingpagina zelf staan, omdat daar het bestelformulier staat.

Ook ontbraken de verplichte contactgegevens. Vaak werd niet eens een e-mailadres genoemd, terwijl dat letterlijk in de wet (art. 3:15d BW) staat als verplichte informatie. Ook een telefoon- of faxnummer ontbrak. Opmerkelijk genoeg oordeelt de rechtbank dat dat niet hoeft als je een postadres neerzet, omdat “ook via de post kan immers een snelle, rechtstreekse en effectieve communicatie tot stand gebracht [kan] worden.” Dit lijkt me onjuist: het Europese Hof oordeelde in 2008 dat de bedoeling van dat lid over “snelle, rechtstreekse en effectieve communicatie” niet per se een telefoonnummer vereist maar wel iets dat min of meer hetzelfde bereikt als e-mail of telefoon. Ik zie werkelijk niet hoe een postadres daaraan voldoet.

Daarnaast waren de voorwaarden niet duidelijk gemeld: de tekst “Als u nu reageert kunt u als beloning uw eerste verpakking Pet’s Energy t.w.v. ” 45,–, GRATIS* krijgen” maakt niet duidelijk dat je hiermee een abonnement afsluit. (Het sterretje stond voor “U betaalt slechts ” 4,95 administratie- en verzendkosten”). Ook de elders genoemde zin “Na ontvangst van de eerste zending beslis ik of ikklant blijf. Zo niet, dan laat ik hetweten.” was daarvoor niet genoeg. Door deze onduidelijke en onvolledige informatie is er geen abonnement tot stand gekomen, maar alleen een overeenkomst om gratis (plus 4,95) een proefpakket te krijgen. De rechter oordeelt dan ook dat de vervolgzendingen in het geheel niet besteld zijn en dat de consument ze daarom gratis mag houden (art. 7:7 lid 2 BW).

En voor dit alles is en blijft het bedrijf zelf aansprakelijk. De Wet Handhaving Consumentenbescherming vermeldt in artikel 8.2 dat

Indien commerciële communicatie … deel uitmaakt van een dienst van de informatiemaatschappij of een dergelijke dienst vormt, zorgt degene in wiens opdracht de commerciële communicatie geschiedt, dat artikel 15e, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek in acht wordt genomen.

en dat is dus de opdrachtgever en niet de affiliate. Ik zou zeggen: zo hoort het ook. Je kunt contractueel met zo’n affiliate regelen dat zij zich aan de juiste wet- en regelgeving houden, maar uiteindelijk doet de consument zaken met jou en niet met je affiliates.

Arnoud

Onjuiste metadata op Marktplaats: voor rekening verkoper

autobedrijf-aangesloten-bovag-garantie.pngBen je ook mooi klaar mee: je zet een auto op Marktplaats en daar komt door een technische fout bij te staan dat je verkoopt met BOVAG garantie. Het Hof Arnhem oordeelde recent dat zo’n fout voor jouw rekening moet komen. De wederpartij (de klant) mag er vanuit gaan dat zulke informatie klopt, en als dat niet zo is dan moet de verkoper voor de gevolgen opdraaien.

Het hof is van oordeel dat [klant] in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht afgaan op de in de advertentie op www.marktplaats.nl gedane verklaring dat [verkoper] was aangesloten bij de BOVAG en dat hij hieruit mocht afleiden dat de auto voorzien was van een BOVAG-garantie, zodat op grond van artikel 3:35 juncto 3:33 BW tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, inhoudende de koop van een auto met BOVAG-garantie. Het verweer van [verkoper] dat hij geen schuld heeft aan de onjuiste mededeling in de advertentie kan hem niet baten, nu deze onjuiste mededeling op grond van het bepaalde in artikel 3:37 lid 4 BW voor zijn rekening komt.

Artikel 3:37 lid 4 bepaalt dat als je een tussenpersoon inschakelt om een bericht over te brengen, een fout van die tussenpersoon voor jouw rekening komt. Dat artikel is misschien nog uit de tijd van de ijlbode die persoonlijk ging vertellen wat jij wilde, maar ik zou niet weten waarom het niet kan gelden voor diensten als Marktplaats. Zij zijn toch ook een “door de afzender aangewezen persoon of middel”.

Natuurlijk kun je proberen je schade te verhalen op de tussenpersoon, maar dat zal niet meevallen nu dat ongetwijfeld stevig dichtgetimmerd is in de algemene voorwaarden van Marktplaats. Hoewel? De voorwaarden zeggen niets over fouten of slordigheden van Marktplaats, laat staan over technische storingen.

Arnoud

Spamverbod niet EVRM-proof (gastpost)

Bij discussies over spam en het spamverbod alhier komt regelmatig het punt aan de orde of het spamverbod niet in strijd zou zijn met de uitingsvrijheid uit het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Vaste reageerder jdk (Jeroen de Kreek) schreef op mijn verzoek deze blog met een uitgewerkt betoog over dit punt, zodat we deze discussie hier kunnen voeren.

Het Nederlandse spamverbod is in strijd met de Europese uitingsvrijheid. Wie een boete krijgt van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) wegens spam kan het best naast alle overige weren ook aanvoeren dat uitvoering van de anti-spamregeling van artikel 11.7 Telecommunicatiewet in strijd is met artikel 10 EVRM. Het EVRM beschermt alle aspecten van de vrije meningsuiting, ook het leveren en ontvangen van denkbeelden. Per mei 2004 en oktober 2009 verbiedt de Telecommunicatiewet het versturen van ongevraagde commerciële, ideële of charitatieve berichten (“spam”) via elektronische communicatiesystemen. Daarmee ontstaat strijd met artikel 10 lid 1 EVRM.

Artikel 11.7 Telecommunicatiewet

Volgens artikel 11.7 lid 1 is het aanwenden van elektronische communicatiesystemen voor het overbrengen van ongevraagde berichten voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden aan abonnees toegestaan, mist de verzender kan aantonen dat de ontvanger voorafgaande toestemming heeft verleend. Daarnaast verbiedt artikel 11.7 lid 2 van de telecommunicatiewet het gebruik van elektronische contactgegevens voor commerciële, ideële of charitatieve business to business communicatie indien die gegevens niet zijn gebruikt overeenkomstig de door de abonnee aan die gegevens verbonden doeleinden. Andere middelen voor het overbrengen van commerciële, ideële of charitatieve zijn toegestaan, tenzij de abonnee via een register of anderszins heeft aangegeven de ongevraagde communicatie niet te willen ontvangen.

De anti-spamwet is dermate ruim en algemeen geformuleerd dat welhaast elk bericht dat zonder voorafgaande toestemming verzonden is, onder verboden spam vallen kan. Daaronder expliciete meningsuitingen, zoals van kerken, politieke partijen en verenigingen. Hoewel lang niet iedereen zit te wachten op zulke ongevraagde mails, gaat het niet aan dat de overheid met zo’n keihard verbod de uitingsvrijheid aan banden legt. Spam op bovenstaande wijze bestrijden is een bevoegdheid die de overheid niet toekomt.

Artikel 10 EVRM

Artikel 10 lid 1 EVRM verleent iedereen feitelijk het mensenrecht op het leveren of ontvangen van spam. Hoe vervelend spam ook zijn kan, dat mensenrecht mag u niet zonder meer ontnomen worden. Voorheen had iedereen het recht zonder voorafgaande toestemming denkbeelden te ontvangen. Nu is dat voor iedereen verboden als het gaat om spam, op straffe van een boete voor de verzender.

Artikel 10 EVRM discrimineert in principe niet op grond van de inhoud van uitingen, tenzij die inhoud dusdanig is dat deze overeenkomstig artikel 10 lid 2 EVRM kan worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van:

de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.

De opsomming in artikel 10 lid 2 EVRM wordt de proportionaliteitstoets genoemd. Er dient altijd aan deze proportionaliteit getoetst te worden, voordat een recht voortvloeiend uit artikel 10 lid 1 EVRM ingeperkt worden mag. Indien er minder ingrijpende manieren zijn om het vermeende probleem aan te pakken, is de maatregel niet proportioneel en dus ontoelaatbaar. De algemene regel die uit artikel 10 EVRM volgt is dat heen en weer sturen en ontvangen van berichten via internet louter in individuele gevallen verboden kan of mag worden.

Rechtspraak

Volgens het Sunday Times-arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) stelt op grond van de proportionaliteitstoets van artikel 10 lid 2 EVRM drie eisen aan beperkingen op het recht van vrije meningsuiting. De beperking moet zijn:

  1. bij wet voorzien;
  2. <li>ten behoeven van de opgesomde legitieme doelen van algemeen 
    

    belang;

    <li>noodzakelijk in een democratische samenleving.</li>
    

De eerste eis (de voorziening bij wet) wordt ruim uitgelegd in de rechtspraak van het EHRM. Niet de formele status van de beperkende regeling is van belang, maar de kenbaarheid en voorzienbaarheid ervan.

Het EHRM laat onder andere van het aangevoerde doel van de beperking (de tweede eis) afhangen of deze beperking nodig is. Het gaat dan om de vraag of de beperkende maatregel evenredig is aan het legitieme doel dat het beoogt. Wanneer de maatregel ongeschikt is om dat doel te bereiken of wanneer een minder ingrijpende maatregel hetzelfde doel had kunnen dienen, is de maatregel onevenredig. Het EHRM weegt de met de beperking gemoeide belangen af tegen het belang van de uitingsvrijheid.

De derde eis, de noodzaak van beperking voor de democratische samenleving, wordt dusdanig uitgelegd door het ERHM dat er sprake hoort te zijn van een ‘pressing social need’. Nationale overheden hebben hierin een zekere marge. ‘Pressing social need’ is geen wet van Meden en Perzen. Dat begrip is aan interpretatie onderhevig.

Europese richtlijn

Om te weten wat het doel van het spamverbod is, kan naar de titel van het hoofdstuk bij artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet en naar de bijpassende Europese richtlijnen gekeken worden. Volgens die titel is het doel van die bepaling “de bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer”. Dit doel blijkt ook uit de richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie waar het artikel uit komt (2002/58/EG).

Privacybescherming en bescherming van persoonlijke levenssfeer is een legitiem doel om te dienen, net als de bescherming van de uitingsvrijheid. In het kader van de effectuering van deze richtlijn strijden twee mensenrechten om belangenbehartiging: het genoemde artikel 10 EVRM en artikel 8 EVRM, dat de persoonlijke levenssfeer beschermt. De overheid heeft tot taak deze rechten op gelijke wijze te wegen. Het ene recht weegt in principe niet zwaarder dan het andere recht. Bij en tijdens bescherming van persoonlijke levenssfeer, hoort ook de uitingsvrijheid beschermd te zijn. De bovengenoemde proportionaliteitstoets van artikel 10 lid 2 EVRM ziet hier op toe.

De Europese richtlijn in relatie tot de artikelen 8 en 10 EVRM plaatst nationale overheden voor een dilemma. Aan de ene kant verlangt de richtlijn dat nationale overheden privacy- en levenssfeerbeschermende maatregelen nemen, aan de andere kant zal uitvoering kunnen stuiten op belangen die door artikel 10 EVRM beschermd worden.

Privacy en persoonlijke levenssfeer beschermen door in het algemeen spam te sanctioneren is tegen het zere been van de uitingsvrijheid en dus een brug te ver. Zeker nu er een redelijk alternatief is.

Redelijke alternatieven

Artikel 13 lid 3 van de Europese richtlijn (2002/58/EG) wil dat lidstaten passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat, zonder kosten voor de abonnee, ongevraagde communicatie met het oog op direct marketing niet toegestaan is zonder toestemming van de betrokken abonnees, of ten aanzien van abonnees die dergelijke communicatie niet wensen te ontvangen, waarbij de keuze tussen deze mogelijkheden door de nationale wetgeving wordt bepaald.

Dat artikel roept niet op tot iets wat lijkt op artikel 11.7 van de telecommunicatiewet. Dat artikel roept overheden eerder op in het kader van veilig internet en bescherming van privacy en levensfeer het gebruik van (gratis) spamfilters en whitelists te propageren, terwijl daarnaast het onklaarmaken van dergelijke filters of whitelists strafbaar is gesteld. Ook kunnen consumenten en ondernemingen kiezen voor een provider met spamfiler en kunnen overheden kiezen voor het implementeren van een gratis spamvrije e-mailservice van Overheidswege voor particulieren en bedrijven.

Daarnaast kan EU Richtlijn 2002/58/EG zo begrepen worden dat lidstaten gehouden zijn de mogelijkheden van civielrechtelijke aansprakelijkheid voor spamboeren niet aan te tasten, zodat zij bij het veroorzaken van eventuele schade aan computersystemen civielrechtelijk aansprakelijk gesteld kunnen worden. Zoals dat bijvoorbeeld succesvol gebeurd is in de zaak AbFab/XS4ALL.

Voordeel van civielrechtelijke aanpak van spam is dat de mensenrecht bepalingen van het EVRM in beginsel niet horizontaal werken. In civiele zaken kan artikel 10 EVRM in principe niet als weer ingeroepen worden. Spam die ondanks deze maatregelen schade aanricht aan computersystemen, kan aangepakt worden met artikel 161 sexies van het wetboek van Strafrecht. Dat artikel verbiedt het opzettelijk vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken van een computer- of communicatiesysteem. De overheid beschikt over een legio aan proportionele maatregelen die ingezet kunnen worden om spam te bestrijden en privacy en levensfeer te beschermen. Daarbij is het niet noodzakelijk en zelfs onwenselijk met verboden de algemene uitingsvrijheid aan banden te leggen.

Economisch nadeel & conclusie

Die onwenselijkheid is niet alleen mensenrechttechnisch, ook zit er een sterk nadelig economisch component aan de anti-spamwet. Moderne techniek maakt telecommunicatie relatief makkelijk en goedkoop. Daarmee is het voor de enkeling eenvoudiger tegen relatief lage kosten grote groepen mensen tegelijk te bereiken en aldus een plek op de markt te verwerven, al dan niet ten koste van gevestigde partijen. Dat geeft dynamiek aan de vrije mededinging die aan de Europese economie ten grondslag ligt.

De nieuwe bepalingen van artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet frustreren dit economisch voorspoed brengende effect van de moderne technologie en beschadigen daarmee de economische slagkracht van deze technologie voor Europa in handen van onder andere zzp’ers en het MKB. Kortom artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet in strijd is met artikel 10 EVRM en niet in het algemeen economisch belang.

Blast from the past: merkinbreuk door metatags

meta-keywords.pngNee, het vonnis is echt in 2010 gewezen: gebruik van een merk in een META-tag is merkinbreuk. Ja, ze worden echt nog gebruikt, de verborgen codes om zo extra trefwoorden aan zoekmachines te voeren. Maar geen enkele serieus te nemen zoekmachine ondersteunt u, zult u misschien denken nu. Nou, dan bent u in goed gezelschap want dat riep de gedaagde in dat vonnis ook. Helaas hielp het hem weinig.

Het vonnis is een vervolg op een ex parte beschikking waarin de gedaagde zijn site moest sluiten omdat sprake zou zijn van merk- en auteursrechteninbreuk. Het gaat grotendeels over de vraag of je daar in een kort geding nog op terug mag komen: nee, want het gaat om dezelfde feiten als die eerdere zaak. Maar het stuk over de metatags is nieuw en wordt daarom wel inhoudelijk behandeld.

In theorie kun je met metatags zoekmachines extra trefwoorden geven, zodat je hoger in de zoekresultaten terechtkomt als iemand die opgeeft als zoekopdracht. Als je op die manier andermans merk gebruikt, kan dat merkinbreuk zijn. In de praktijk kijkt geen zoekmachine daar meer na, omdat deze truc veel te vaak misbruikt wordt. Is het desondanks merkinbreuk? Nee, aldus de gedaagde: als zoekmachines er niet naar kijken, worden de metatags niet ‘gebruikt’ in de zin van de merkenwet.

De rechter prikt daar echter meteen doorheen:

Bij gebrek aan onderbouwing van het tegendeel, acht de voorzieningenrechter voorshands voldoende aannemelijk dat keyword metatags op zijn minst enige invloed hebben op de vindbaarheid van een website. Die invloed zou alleen ontbreken als alle relevante zoekmachines de keyword metatags volledig zouden negeren. Dat is voorshands niet aannemelijk, gelet op het feit dat die sturing juist de functie van de keyword metatags is. Dat het gebruik daadwerkelijk geen enkel effect meer heeft, valt bovendien moeilijk te rijmen met het feit dat [X] er wel voor heeft gekozen het teken BODUM op te nemen in de keyword metatags.

Daar zit wat in: waarom gebruik je die metatag als geen zoekmachine zich erdoor laat leiden?

Het verbod om het merk van eiser nog als metatag te gebruiken wordt dan ook toegewezen. Immers:

[N]iet valt in te zien welk legitiem belang [gedaagde] heeft bij voortzetting van het gebruik van de betreffende metatag. Als de metatag geen effect heeft, wordt [gedaagde] immers niet benadeeld door een verbod. Als de metatag wel effect, maakt [gedaagde] inbreuk en maakt [eiser] aanspraak op een verbod.

Iemand enig idee waarom mensen nog metatags gebruiken voor trefwoorden? Conservatisme, onwetendheid, staat leuk, extra uurtje voor ’t factuurtje?

Arnoud

Wederom inbreuk op domeinnaam

“Inbreuk op een domeinnaam”, een rare zin vind ik. Het klinkt als “inbreuk op een auto”. Inbreuk pleeg je op rechten, bijvoorbeeld het eigendomsrecht op die auto of een merkrecht op die domeinnaam. Vorig jaar bleek in de Thuisbezorgd/Just-Eat-zaak echter dat je ook zonder handelsnaam of merk kunt optreden wanneer de domeinnaam nodeloos veel verwarring sticht ten opzichte van de jouwe. Deze zelfde redenering kwam in januari terug in de Pintaxi-zaak en nu is er weer een vonnis waarin deze lijn wordt voortgezet.

Eiser en gedaagde opereerden in dezelfde branche (opleidingen en cursussen). De gedaagde had diverse domeinnamen geregistreerd waarin een onderdelen van de naam van de eiser waren verwerkt. (Sorry dat ik zo vaag ben maar alles is geanonimiseerd.)

Net als in de Just-Eat-zaak is de claim gebaseerd op handelsnaamrecht, en net als in die zaak wordt die eis afgewezen. De gedaagde trad niet naar buiten onder die domeinnaam, maar gebruikte deze alleen om door te linken naar haar eigen site waar ze haar eigen naam hanteerde. Dat is geen handelsnaaminbreuk.

Vervolgens wordt het algemene artikel over onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) van stal gehaald – het juridisch equivalent van “Ok ze maken nergens inbreuk op maar dit moet toch niet mogen?”. En daar gaat de rechter in mee.

Uitgangspunt bij beantwoording van de vraag of dit het geval is, is dat het profiteren van andermans product, inspanning, kennis of inzicht op zichzelf niet onrechtmatig is, ook niet als dit nadeel aan die ander toebrengt. In het onderhavige geval is de voorzieningenrechter echter voorshands van oordeel dat het publiek in verwarring wordt gebracht omtrent de identiteit van de aanbieder van de online dienst (het aanbieden van cursussen en opleidingen).

En het is dat verwarring zaaien dat onrechtmatig is. Dit doet vagelijk denken aan het criterium van slaafse nabootsing: je mag wel andermans product namaken maar je moet dan wel je best doen om nodeloze gelijkenis te voorkomen als daardoor verwarring kan ontstaan.

Hoewel ik de redenering wel snap, heb ik moeite met deze uitkomst. Het gaat hier namelijk stiekem toch om een merkenclaim: verwarring tussen twee woorden of namen. En het Benelux-merkenverdrag is daar duidelijk in: zo’n claim mag alleen als er een merk is gedeponeerd voor de naam of het woord waar het om gaat. Artikel 2.19 BVIE:

(…) niemand [kan], welke vordering hij ook instelt, in rechte bescherming inroepen voor een teken, dat als merk wordt beschouwd (…) tenzij hij zich kan beroepen op een inschrijving van het door hem gedeponeerde merk.

“Verwarring stichten” tussen een teken en een merk is expliciet genoemd in dit verdrag als iets dat je met een gedeponeerd merk kunt voorkomen. Ik zie daarom geen ruimte om via de gewone onrechtmatige daad alsnog hetzelfde te bereiken.

De reden voor deze uitzondering is dat je in het merkenregister kunt nazoeken of een teken dat jij wilt gebruiken, al als merk is gedeponeerd. Die rechtszekerheid is belangrijk. Bij domeinnamen is zo’n register er niet – WHOIS is alleen geschikt om letterlijk dezelfde naam op te kunnen zoeken, maar variaties daarvan zoeken, of op klasse zoeken is volstrekt onmogelijk. Hoe moet je dan controleren of jouw domeinnaam niet per ongeluk lijkt op die van een ander?

Arnoud

Privacy versus openbare bronnen

Toevallig kwam ik op het Stamboomforum een discussie tegen over privacy en het gebruik van openbare bronnen. Privacy en de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) zijn een lastige bij sites die stambomen, geboortekaartjes en dergelijke publiceren. Zodra daarbij namelijk persoonsgegevens van levende personen wordt genoemd, valt de publicatie onder de WBP en is in beginsel toestemming nodig.

Dat wringt, zoals blijkt uit deze tekst waarmee de discussie begon:

Uw scheiding betreft dan een rechterlijke uitspraak. Volgens artikel 121 van onze grondwet zijn rechterlijke uitspraken OPENBAAR. Dat u het niet prettig vind om dit op internet te lezen, begrijp ik. De geboorte van uw kinderen heeft vast en zeker in de krant gestaan, onder het kopje “burgelijke stand’ Misschien heeft u zelf wel een advertentie gezet bij de geboorte, uw verloving of uw trouwen. Kranten (archieven) komen steeds meer online, dus daar vis je de informatie toch zo uit?

En ik geef toe: het is raar dat kranten of het Centraal Bureau voor Genealogie en andere overheidsinstanties deze informatie zomaar mogen publiceren, terwijl een gewone burger diezelfde informatie niet mag herpubliceren. Maar zo zit de wet toch echt in elkaar. (Tenzij het alleen over overleden personen gaat, daarvoor bestaat geen privacy meer.)

De Richtsnoeren van het College Bescherming Persoonsgegevens zijn duidelijk:

Wie een stamboom wil publiceren op internet, doet er verstandig aan om zich in eerste instantie te beperken tot gegevens van overledenen en alleen gegevens op te nemen over levende personen als zij daarin ondubbelzinnig hebben toegestemd. De Wbp kent geen principe als “wie zwijgt, stemt toe” bij het publiceren op internet van persoonsgegevens.

En ook meer algemeen over hergebruik:

Het feit dat persoonsgegevens op internet staan, betekent niet dat ze zomaar opnieuw gebruikt mogen worden in een andere context, voor een ander doeleinde. Het nieuwe doel moet verenigbaar zijn met het oude doel en de verantwoordelijke dient een zelfstandige rechtvaardigingsgrond te heb­ben voor de publicatie.

Dit is dus waarom een krant of dat Centraal Bureau die gegevens wél mag publiceren maar een genealogische website niet. Zij hebben toestemming of een wettelijk recht tot publicatie maar die toestemming impliceert zeer zeker geen toestemming voor hergebruik op een website. Ook niet als de originele publicatie vrij toegankelijk is via internet.

Arnoud

Noord-Koreaanse Linux schendt GPL?

north-korea-red-star-linux.pngIn een artikel over Noord-Korea’s Red Star Linux meldde Webwereld:

Zoals valt te verwachten wordt de broncode niet gedeeld, en schendt de Noord-Koreaanse staat dus de GPL-licentie die aan Linux gekoppeld is

Waarom dat te verwachten was, ontgaat me. Maar ik vroeg me toen wel af, kan de GPL in Noord-Korea wel geschonden worden? In ieder geval wat Linux betreft dan.

Bestaat auteursrecht in Noord-Korea? Jazeker: de North Korea Copyright Act (vertaling door KoryoPAT). Software wordt genoemd (artikel 9 sub 8).

Geldt dat ook voor plutocratische imperialistenbuitenlanders? Jazeker, de Democratische Volksrepubliek Korea is lid van de Berner Conventie sinds 2003. En daarmee erkent het land buitenlandse auteursrechten.

Dat biedt dus hoop voor Linus en zijn medeprogrammeurs. Maar in de wet op auteursrecht op software staat een opmerkelijke bepaling (artikel 2):

Registration of software is the prime process in the protection of software.

Software wordt dus alleen beschermd na registratie. Ook als de software uit het buitenland komt:

The copyright of a software that has been developed by a foreign legal person or an individual and registered first in the DPRK shall be protected by this law.

Nu is dat een probleem, want de Berner Conventie verbiedt registratie als eis alvorens auteursrechten toe te kennen. Je zou dus als Linux-auteursrechthebbende in een Noord-Koreaanse rechtbank op grond van de Berner Conventie kunnen eisen dat je auteursrechten direct worden erkend, ook zonder registratie. Ik ben heel benieuwd wat de reactie zal zijn.

Verder staat er nog in artikel 35 een leuke bepaling die heel relevant voor open source lijkt te zijn:

One may copy and use a software without the permission of the copyright holder in the following cases; … * When the software has been distributed free of charge.

Linux wordt zonder vergoeding verspreid en zou daarmee onder deze uitzondering kunnen vallen. (Natuurlijk, je mag geld vragen voor Linux maar er staat “has been distributed” en dat is zeker het geval bij Linux.) In feite staat hier dat het concept van open source niet kan bestaan in Noord-Korea, want alle software die eenmaal legaal gratis in omloop is gekomen, valt onder deze uitzondering.

Alles bij elkaar lijkt de conclusie dat Red Star de GPL schendt ietwat prematuur.

Arnoud

Want zo is het ook! (in boekvorm)

omdat-ik-het-zeg-katinka.jpgIk ben al jaren fan van het werk van Tink, van Want zo is het ook!.

Het zou te ver gaan om het een noodzakelijk kwaad te noemen, maar winkelen is niet mijn hobby. Maar soms moet je. Omdat iemand per se jarig moet worden, omdat je met je grauwgrijze Nike-sweater niet voor de klas kan, omdat je iemand gezelschap houdt, of omdat je schoenen eigenlijk allang wijlen zijn. In dergelijke gevallen spoed ik mij dorpwaarts en bestorm hier en daar een winkel.
Laat ik het maar gewoon zeggen: ik maakte me al een tijdje behoorlijk zorgen. Ja, echt. Noem het ouderwetsch of preuts: ik trok het erg slecht. Uitgaan was een helletocht gelijk. Want in ieder schimmig hoekje van een willekeurige dansvloer stonden jongetjes- en meisjespubers dingen te doen die kleine jongetjes en meisjes niet horen te doen. Vind ik. Moet iedere jongeling maagd blijven tot het huwelijk? Neen, natuurlijk niet. Wat als er geen huwelijk komt? Dat zou wreed zijn.

Haar columns zijn nu gebundeld tot een boekje, dat je kunt bestellen via BoekScout. Een aanrader!

Arnoud

Mag je je kinderen in de gaten houden op de PC?

Wellicht naar aanleiding van het Amerikaanse webcamgate waarin een school de webcams op uitgedeelde laptops bleek te gebruiken om leerlingen thuis te bekijken, vroeg een lezer me:

Mag je als ouder ongemerkt een programmaatje installeren op de pc van je eigen zoon of dochter met het doel hem of haar beter in de gaten te kunnen houden?

Ik denk dat het juridisch wel mag. Binnen de familiekring zal de privacyverwachting niet erg groot zijn. Bovendien hebben ouders een zorgplicht voor hun kinderen, en daar hoort ook bij dat je oppast dat ze geen verkeerde dingen doen.

Ik vind wel dat je als ouder heel heel erg terughoudend moet zijn met zo’n controle. Ook kinderen hebben recht op privacy en als ouder zomaar alles gaan bijhouden en bekijken vind ik een ernstige schending van dat recht. Hoofdregel bij privacy is dat er een aantoonbare noodzaak moet zijn op grond waarvan je kennis neemt van die gegevens.

Ik zou dus in ieder geval je kind uitleggen wat je bijhoudt en waarom, en zorgen dat je niet uit nieuwsgierigheid zomaar chats gaat lezen, foto’s bekijkt of privemails aan vriendjes of vriendinnetjes gaat doornemen.

Arnoud

Afscherming online archieven omzeilen, mag dat?

De afscherming van online archieven blijkt makkelijk te omzeilen, meldde Webwereld gisteren. Dit geldt voor bijvoorbeeld het Haags Gemeentearchief, maar ook voor de Financial Times en Elsevier. Zoekmachine-expert Henk van Ess ontdekte het lek en publiceerde de truc in een aantal filmpjes. De trucs blijken simpel:

Zo is met een bookmark-truc het online-ontoegankelijke deel van het Haagse Gemeentearchief toch gewoon in te zien. Voor het maximum van zes leesbare artikelen bij opinieweekblad Elsevier is het nog eenvoudiger. Het uitschakelen van JavaScript volstaat om meer artikelen te kunnen zien.

U voelt ‘m al aankomen: mag dat eigenlijk wel, zo’n beveiliging kraken en uitleggen hoe dat kan? Het gaat immers om beveiligingen wegens auteursrechten, en artikel 29a Auteurswet zegt dat het omzeilen van “doeltreffende technische voorzieningen” onrechtmatig is.

Bij de Elsevier-truc heb ik daar geen twijfel over: ja, dat mag. Het aan- of uitschakelen van Javascript is een doodnormale handeling. Ik kan dat moeilijk als omzeilen van een beveiliging zien. Ok, als je het doet specifiek om de Elsevier-‘beveiliging’ te omzeilen wordt het misschien iets anders, maar dan zou ik graag dat woord “doeltreffend” eens willen benadrukken in artikel 29a.

Er is bij de invoering van dit wetsartikel niet heel uitgebreid ingegaan op wanneer een beveiliging nu “doeltreffend” is. De minister liet het bij de opmerking dat het “uiteindelijk aan de rechter” is om dit te toetsen. Het proefschrift van Kamiel Koelman over auteursrecht en technische voorzieningen (PDF, 1,5MB, pagina 88 e.v.) gaat er iets dieper op in maar begint al meteen met “Het is echter onduidelijk wat ermee wordt bedoeld”.

Het verdrag waar de bepaling uit komt, eist dat de beveiliging “de beoogde bescherming bereikt”. Een cirkelredenering natuurlijk: een beveiliging is doeltreffend als hij beveiligt. Maar uit de literatuur blijkt dat als het doorbreken “geen bijzondere inspanning vergt” of als de ‘beveiliging’ slechts een “signalerend of waarschuwend effect” produceert, er geen sprake kan zijn van doorbreken.

In 2007 oordeelde een Finse rechter als eerste (en tot dusverre als enige) over het kraken van zo’n beveiliging. Uit het door Ars Technica vertaalde vonnis:

[S]ince a Norwegian hacker succeeded in circumventing CSS protection used in DVDs in 1999, end-users have been able to get with easy tens of similar circumventing software from the Internet even free of charge,” wrote the court. “Some operating systems come with this kind of software pre-installed…. CSS protection can no longer be held ‘effective’ as defined in law

Oftewel, als de kraak wijd en zijd bekend is en zelfs gewoon standaard met Linux meekomt, dan kan niet langer sprake zijn van het doorbreken van een ‘doeltreffende’ voorziening. Ik zou zeggen: deze ‘kraak’ is evenzo gebaseerd op standaardfunctionaliteit van webbrowsers en kan dus met de beste wil van de wereld niet onrechtmatig zijn.

In het filmpje over toegang tot het Haagse Gemeentearchief wordt aan de bookmark een code toegevoegd die links naar afbeeldingen herschrijft. Henk legt niet uit hoe dat werkt maar ik vermoed dat het een dieplink is naar de afbeeldingen die dus zelf niet beveiligd zijn. Dit is een bekende dommigheid: men beveiligt wel de webpagina waar de afbeelding op moet verschijnen maar niet de afbeelding zelf.

De redenering lijkt me dezelfde. Je kunt zelfs zeggen dat er geen beveiliging wordt doorbroken omdat de afbeeldingen zelf onbeveiligd online staan. Wie de URL weet van zo’n afbeelding, kan deze intypen en het plaatje zien. Hoe is dat onrechtmatig?

Arnoud