Auteursrechtclaims meest succesvol bij oudere internetters

stichting-copyright-nieuwe-media.pngOudere internetters betalen eerder voor auteursrechtclaims dan jongeren. Dat was voor mij de meest verrassende uitkomst van het onderzoek dat on-line marktonderzoekbureau Multiscope voor onze stichting Copyright & Nieuwe Media heeft uitgevoerd. (Ik ben secretaris van die stichting, weet u nog.)

Bijna 40% van de 5000 ondervraagden van het Multiscope consumentenpanel geeft aan regelmatig online te publiceren op bijvoorbeeld weblog, forum, profielensite of vergelijkbaar medium. Ook hier is een duidelijk verband met leeftijd te zien: jongeren publiceren (goh) veel vaker online dan ouderen.

Zo’n 22% van deze 40% gebruikt daarbij wel eens (delen van) werk van anderen. Soms integraal, maar meestal een gedeelte. Bijna 6% van deze hergebruikers heeft daarbij weleens een claim van een auteursrechthebbende of een vertegenwoordigende instantie gekregen. Die wordt door de meeste jongeren dus genegeerd maar door 100% van de 50+-ers gewoon betaald.

En al 30 % van de ondervraagden heeft al eens van onze stichting gehoord!

Wat ik me nu altijd afvraag: hoe vinden bureaus als Multiscope hun deelnemers? Ik ben waarschijnlijk niet gemiddeld genoeg om in die panels te mogen zitten, maar hoe weten ze wie wel?

Arnoud

Gecorrigeerde Quote 500 ex parte offline gehaald door databankrecht

925-logo.pngDe Quote 500, de jaarlijkse rijkenlijst van het maandblad Quote, moet onmiddellijk van de website 925.nl worden gehaald, meldde nu.nl vrijdag. 925, de website voor “de betere kantoorknuppel” (dat zijn mensen die graag goedemoggel zeggen), had de volledige Quote 500 overgetypt en voorzien van een inflatiecrisiscorrectie online gezet. Het gebbetje van 925 werd uiteraard niet op prijs gesteld bij Quote, dat meteen een deurwaarder langsstuurde. Niet met een dagvaarding, maar met een heus ex parte bevel (via Boek 9) waarin meteen een verbod stond met een dwangsom van 50.000 euro per dag. 925 koos eieren voor haar geld en haalde de lijst offline.

Kan dat zomaar? Ja, dat kan zomaar. Het ex parte bevel is een min of meer uniek instrument dat je bij evidente inbreuk op intellectuele eigendomsrechten kunt inzetten. Artikel 1019e van het wetboek van Rechtsvordering biedt een rechthebbende de mogelijkheid om een “onmiddellijke voorziening bij voorraad te geven op een bij verzoekschrift gedaan verzoek” om aan een bepaalde inbreuk een einde te maken.

De vermeende inbreukmaker wordt niet gehoord of zelfs maar gemeld dat het verzoekschrift is binnengekomen. De rechter doet ook inhoudelijk zelf weinig met het verzoekschrift. Een marginale toets, heet dat juridisch. Klinkt het verhaal aannemelijk, dan wordt het verbod toegewezen en dan horen we het wel van de gedaagde. Jaja, dat gaat ver, maar alles is geoorloofd in de strijd tegen terrorisme, kinderporno, drugshandel en inbreuk op auteursrechten – de 3 ruiters en de ene voetganger van de Internet-Apocalyps*.

Het bevel is gebaseerd op het databankenrecht – de Quote 500 is een databank met 500 {naam, rijkdom}-tupels, volgens Quote. Volgens de definitie van “databank” uit die wet gaat dat strikt genomen wel op. Ook een papieren databank kan een databankrecht hebben. Wel is voor elk databankrecht vereist dat er een “substantiële investering” is gedaan om deze samen te stellen.

Substantieel is de investering van Quote zeker: volgens eigen zeggen 269.000 euro per jaar, plus nog eens 850.000 euro drukkosten, specifiek voor het verzamelen, samenstellen en drukken van de Quote 500. Waarom specifiek? Omdat je anders geen databankrecht hebt. Volgens het William Hill-arrest moet de investering namelijk gericht zijn op het maken van de databank, en niet op het verkrijgen of creëren van de individuele gegevens.

Hier liggen de kosten voor het creëren van de gegevens sterk verweven met het in de databank verwerken van die gegevens. Om de Quote 500 te maken, moet je weten hoe rijk de rijkste 500 mensen zijn. Uitzoeken wat iemands vermogen is, is best veel werk. Heb je die 500 gegevens eenmaal, dan is het op een rijtje zetten daarvan verder triviaal. Is dat uitzoekwerk nu een investering in het creëren van de gegevens (hoe rijk is persoon X) of een investering in het creëren van de databank (wie staat er dit jaar op positie Y)? Het antwoord op die vraag zou een leuke aanvulling zijn op de jurisprudentie.

Wat denken jullie? Mijn eerste gedachte is: nee, geen databankrecht. De investering gaat over het vaststellen van de rijkdom van mensen, en is daarmee gericht op het creëren van de gegevens. Men moet -zo staat in het bevel zelf- “uitvoerig onderzoek doen in openbare registers waaruit de financiële positie van de betrokkenen blijkt”, plus nog interviews met de betrokkenen zelf. Dat doet me denken aan de NVM-makelaars, die ook uitvoerig werk moeten doen om beschrijvingen en gegevens van huizen in Funda te kunnen stoppen, maar desondanks geen databankrecht hadden.

Kan 925 nog iets doen, behalve boos napruttelen op het bretellenblog? Op zich wel: het bevel vermeldt dat de verweerder op 14 november om 10:00 bij de rechter mag verschijnen om uit te leggen dat het verbod onjuist is. Hij kan natuurlijk ook zelf een nog eerder eigen kort geding te starten.

Arnoud<br/> * Vrij naar Bruce Schneier en Terry Pratchett.

“Vergrijpen: Voorlopig niet van toepassing”

muzikanten-rare-algemene-voorwaarden.pngTsja, wat moet je met zo’n clausule in algemene voorwaarden? Het staat bij de site Muzikanten-in-jouw-stad.nl, waar je je als beginnend muzikant ‘gratis’ kunt aanmelden. Gratis tussen aanhalingstekens ja, want als je je accountgegevens niet netjes invult, krijg je een mailtje met deze tekst:

Ten laste van je gebruikers-account zijn 10 euro aanmanings-kosten geboekt. Uitzondering: in het geval dat je een geldig lidmaatschap hebt, kun je de reden omschrijven waarom je je niet hebt gehouden aan onze spelregels.

Iets waar Satuka op haar Volkskrantblog nogal van opkeek, en met goede reden natuurlijk. Kan dat zomaar?

Op zich kun je best in een contract boetes afspreken voor het geval een partij zich niet aan haar kant van de overeenkomst houdt. Maar daarbij moet je mensen wel eerst aanmanen voordat je de boete mag opleggen. Oh ja, en je moet natuurlijk wel in het contract zetten dat de boete verschuldigd is bij bepaalde overtredingen. En dat is hier dus niet het geval. Die algemene voorwaarden hebben het alleen over de mogelijkheid van opzeggen.

Nog leuker: die algemene voorwaarden zijn niet van toepassing bij mensen die zich op deze site registreren. De voorwaarden staan in een floepvenster (popup) zonder mogelijkheid om ze op te slaan. Hierdoor heeft Muzikanten-in-jouw-stad.nl niet aan haar verplichtingen voldaan, zodat er geen algemene voorwaarden gelden bij de overeenkomst.

Hoe ga je dat Muzikanten-in-jouw-stad.nl uitleggen? Wat dacht u hiervan:

Geachte heer, mevrouw,

Met verbazing heb ik kennisgenomen van uw e-mail van [datum] waarin u mij meldt “aanmanings-kosten” te hebben geboekt. Ik zou niet weten op welke grond u meent mij deze kosten in rekening te kunnen brengen.

Kennelijk meent u dat uw algemene voorwaarden u daartoe het recht geven. Dan moet ik u teleurstellen: uw algemene voorwaarden zijn niet van toepassing op mijn registratieovereenkomst. U heeft deze namelijk in een floepvenster (“popup”) aangeboden zonder eenvoudige mogelijkheid om de tekst op te slaan voor latere kennisneming. Daarmee heeft u uw informatieplicht krachtens art. 6:234 lid 1 sub c BW geschonden. Ik beroep me bij deze dan ook op art. 6:233 sub b BW en vernietig bij deze uw algemene voorwaarden.

Overigens bevatten de algemene voorwaarden geen enkel beding op grond waarvan u een boete zou kunnen opleggen voor welke wanprestatie van mijn kant dan ook. Dus zelfs als deze van toepassing zouden zijn, kunt u mij geen kosten in rekening brengen.

Ik zie dan ook niet in wat ik met uw e-mail aanmoet. Ik verzoek (en voor zover nodig sommeer) u bij deze om het verzenden van dergelijke ongefundeerde en misleidende e-mails te staken.

Verder verzoek ik hierbij op grond van de Wet Bescherming Persoonsgegevens verwijdering van mijn account en andere gegevens die u over mij opgeslagen mocht hebben. U bent verplicht aan dit verzoek gehoor te geven.

Indien u aan bovenstaande geen gehoor geeft, zal ik mij genoodzaakt zien juridische stappen te nemen teneinde uw onacceptabel handelen een halt toe te roepen.

Hebben jullie verbeteringen?

Arnoud

Mijn boek als Sinterklaaskado!

boek-de-wet-op-internet-sinterklaasverpakking.pngDe pepernoten liggen alweer twee maanden in de winkel, en over een week of vijf is het alweer zo ver: Sinterklaas!

Heeft u al een kadootje uitgezocht voor familie, vrienden of collega’s? Zo niet, dan heb ik een suggestie: mijn boek in Sinterklaasverpakking!

Bestel per e-mail vóór 23 november zodat u het gegarandeerd voor pakjesavond in huis heeft. Geef even aan of de envelop dan wel het boek ingepakt moet worden. Als u een gedicht meestuurt, gaat dat tussen pagina 2 en 3 in het boek.

Het boek kost 24,95 en de verzendkosten (binnen Nederland) komen voor mijn rekening.

Arnoud

Het pareltje van Europa (gastpost)

eu-flag-150px.pngWie een product koopt verwacht ook waar voor zijn geld te krijgen. De gemiddelde Europese burger zou als volgt kunnen redeneren: voor wat hoort wat! Ik heb -als koper- volledig aan mijn verplichtingen voldaan, dus moet de wederpartij -de verkoper- ook volledig aan zijn verplichtingen voldoen. Dit lijkt heel logisch voor een ieder met een gezond verstand, maar in werkelijkheid ligt dit toch anders.

Consumenten hebben via de Richtlijn 1999/44/EG over de garantie van consumptiegoederen van Europa het wettelijke recht gekregen om twee jaar na de aankoop kosteloos herstel of vervanging van de winkelier te eisen. De hoofdregel daarbij is dat de consument mag kiezen.

De Europese burger komt hierdoor voor situaties te staan waar hij zich wel aan zijn verplichtingen uit de overeenkomst heeft gehouden, maar de wederpartij niet en daar in rechte niets meer tegen kan ondernemen. Deze situatie doet zich voor als hij een product heeft gekocht met ingebakken productiefouten die pas na 24 maanden aan het licht komen.

De lidstaten hebben echter de vrijheid om meer te doen dan het minimum dat een richtlijn vereist. Een groot aantal van hen heeft van deze vrijheid gebruik van gemaakt. Consumenten die kopen in de landen Nederland, Griekenland, Finland, Verenigd Koninkrijk, IJsland en Zweden hebben langer de tijd om te reclameren. In de eerste drie landen kan de consument dat gedurende de levensverwachting van een product doen. De laatste drie hanteren een vaste termijn van respectievelijk zes, vijf en drie jaren.

Echter zal het wel lastig zijn om de bewijslast rond te krijgen: U moet dan natuurlijk wel kunnen bewijzen dat het product reeds ondeugdelijk was ten tijden dat het afgeleverd werd. En dat is niet bepaald een gemakkelijke opgave na zo veel jaar. Portugal heeft daarom gekozen om op een ander vlak verder te gaan dan de richtlijn vereist. Koopt u producten uit Portugal dan heeft de verkoper te maken met een gedwongen omgekeerde bewijslast van twee jaar. Dat is anderhalf jaar meer dan de richtlijn vereist van de lidstaten.

De Europese burger wordt met tal van maatregelen verleid om aankopen in andere lidstaten te doen. Zo geld er binnen Europa een vrijheid van vervoer van goederen waardoor consumenten geen invoeringsbelasting hoeven te betalen. En moet de Europese consument vertrouwen ontlenen aan het bestaan van het Europees Consumenten Centrum en heeft ieder land een consumentenautoriteit om grensoverschrijdende overtredingen op het consumentenrecht aan te pakken. Met al deze maatregelen zou je bijna vergeten dat het buitenlandse recht van toepassing is als je in het buitenland je aankopen doet. Dit kan in je nadeel werken, maar soms juist ook aantrekkelijk zijn.

De volgende keer ga ik dieper in op een variant van dit laatste: de (vrijwillige) omgekeerde bewijslast (in Nederland).

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

Wie is de eigenaar van een website?

Een lezer stelde deze vraag:

Wie wordt gezien als de eigenaar van een website? Is dat degene die houder is van de domeinnaam en tevens webmaster? Of zijn dat de personen die deel uitmaken van de organisatie waarvoor deze website is gemaakt of die hem beheert?

Dit is een hele lastige vraag. Er is eigenlijk geen algemene uitspraak over te doen. Een website is geen ‘ding’ zoals een huis dat één eigenaar heeft. De server kan een eigenaar hebben. De server kan bij een ander persoon/bedrijf in eigendom zijn en op basis van een abonnement gebruikt worden. De domeinnaam kan weer bij een ander geregistreerd zijn. De site kan beheerd worden door iemand die ook gezien wordt als “de man/vrouw van de site”, zelfs al heeft hij juridisch weinig over de site te zeggen.

De teksten en foto’s op de site zijn weer auteursrechtelijk beschermd door hun makers, die ook weer anderen kunnen zijn dan de beheerder van de site. Daarnaast hebben mensen die reacties plaatsen, ook weer rechten op hun bijdragen.

Het slimste is dan ook om met alle betrokkenen duidelijke afspraken te maken over hun rechten en plichten. Denk ook aan wat er bv. gebeurt als de organisatie wordt ontbonden. Waar gaat de domeinnaam heen? En wat gebeurt er met berichten als de plaatser weggaat?

Arnoud

Eindelijk: Wikipedia kan naar Creative Commons

120px-not_gfdlsvg.pngDat zal tijd worden: de GNU Free Documentation License kan eindelijk worden afgedankt. Deze bijzonder onhandige licentie werd ooit door de Free Software Foundation ontwikkeld om “vrije softwaredocumentatie” onder uit te kunnen brengen. Het basisidee was hetzelfde als de GPL: iedereen mag de documentatie aanpassen, maar aangepaste documentatie mag je alleen verspreiden onder diezelfde GFDL.

Op zich een leuk idee, alleen viel de uitwerking nogal tegen. De FSF ziet documentatie en software als wezenlijk verschillend, en begon allerlei rare toevoegingen in de GFDL te stoppen. Zo kon je teksten opnemen die verplicht op de cover van een eventueel boek met de documentatie erin moesten verschijnen, en kon je aangeven dat bepaalde teksten altijd ongewijzigd overgenomen moesten worden. Wat de FSF dan weer kon gebruiken om haar GNU Manifesto aan allerlei handleidingen te hangen. Dat maakte de GFDL erg onhandig in de praktijk. Het Debian-project vond het zelfs zo onhandig dat men de GFDL tot “onvrije” licentie bombardeerde en alle GNU handleidingen uit haar Linux-distributie mikte.

Het Creative Commons-project kwam vervolgens met een set neutrale licenties. Helaas zat met name Wikipedia tegen die tijd al met een flinke berg teksten en afbeeldingen onder de GFDL, en als je eenmaal een licentie kiest, kom je er nauwelijks nog vanaf. Het probleem is namelijk dat Creative Commons en GFDL allebei bepalen dat gewijzigde versies onder dezelfde licentie uitgebracht moeten worden. Daardoor kan een GFDL tekst niet onder Creative Commons worden geplaatst of andersom.

In augustus vorig jaar kwam Creative Commons 3 uit. Deze licentie bevatte de ene helft van de oplossing: het is toegestaan om CC werk onder een “compatibele” licentie te plaatsen. Maar een licentie is pas compatibel als deze ook een bepaling bevat om het werk juist weer onder CC te zetten. En nu is het dan eindelijk zo ver: de nieuwste versie van de GFDL heeft zo’n bepaling gekregen.

De bepaling is wel specifiek voor Wikipedia en andere “Massive Multiauthor Collaboration Sites” geschreven. Het is enkel en alleen toegestaan om inhoud van MMC sites die voor 1 november 2008 online stond, om te zetten naar Creative Commons 3.0 ShareAlike. Oh ja, en alleen als de beheerder van die site de omzetting vóór 1 augustus 2009 uitvoert. Een tamelijk irritante constructie, die niet geheel in de spirit van wat Creative Commons nu eigenlijk wilde. Maar goed, het is al heel wat dat de FSF inziet dat haar licentie bijzonder onhandig was.

In theorie kan Wikipedia dus nu haar licentie omzetten naar GFDL 1.3 en vervolgens naar Creative Commons. De praktijk blijkt weerbarstig (zie hele berg discussie hierrr) want niet alle Wikipedianen zullen het daar mee eens zijn. Men heeft wel een deadline gekregen, zodat we mogen hopen dat die discussie niet al te lang meer zal duren.

Via Slashdot.

Update (15:57) Tonie is liev maar zijn er geen andere interessante meningen over GFDL? Bijvoorbeeld wat Wikimedia ervan vindt?

Arnoud<br/> Afbeelding onder Free Art license.

Landmacht: [x] spammers [ ] geen spammers

geschikt-ongeschikt-spam-landmacht.pngHet adviesbureau dat de agent Van Geel-campagne ontwikkelde, heeft weer een nieuwe klus gevonden, lijkt het. De landmacht heeft de digitale leiderschapstest-site opgezet, waarbij je kunt kijken hoe goed je bent in anderen opdrachten geven. Meer specifiek: in anderen spammails sturen die zij wel lezen. Oftewel, de zoveelste zogenaamde “tell-a-friend” constructie om spamcommerciële communicatie te kunnen versturen. En ja, dit is verboden.

Is het nu werkelijk zo moeilijk? Geautomatiseerd ongevraagde commerciële, ideële of charitatieve mail sturen naar natuurlijke personen mag niet. Punt. En dus ook niet als je andere natuurlijke personen de adressen laat aanleveren. Die mensen kunnen geen toestemming geven dat de Landmacht (of wie dan ook) mij mag spammen met zogenaamd leuke leiderschapstests of andere plannetjes om mij in een legerbroek op de stormbaan te krijgen.

Arnoud

Tot aan het Europese Hof over een telefoonnummer

telegraaf.jpgInternetbedrijven moeten, naast hun vestigingsadres en een e-mailadres, nog minstens één ander communicatiemiddel op hun site vermelden. Dat mag een telefoonnummer zijn, maar dat hoeft niet. Dat besliste het Europese Hof van Justitie afgelopen donderdag. Ja, er is echt een procedure gevoerd tot aan dit allerhoogste Europese Hof over de vraag of er een telefoonnummer op een website moet staan. En nee, van het antwoord begrijp ik ook al weinig.

In de wet (art. 3:15d BW) staat dat een elektronische dienstverlener, zoals een hostingprovider of webwinkel, zijn identiteit en adres van vestiging moet melden plus “gegevens die een snel contact en een rechtstreekse en effectieve communicatie met hem mogelijk maken, met inbegrip van zijn elektronische postadres”. En omdat er staat “met inbegrip”, moet er dus nog minstens één ander gegeven zijn waarmee dat snelle contact gelegd kan worden. Ok, ik geef toe, leuk discussievoer voor juristen maar een procedure tot aan het Europese Hof van Justitie? Allemachtig.

Maar goed, het arrest ligt er en we zullen het ermee moeten doen. Een kennis van me is echter doof, en ziet er weinig in om een telefoonnummer op zijn website te zetten. Ik neem tenminste niet aan dat het genoeg is om een bandje in te laten spreken met “Deze winkelier kan u niet horen, mailt u toch alstublieft”. Gelukkig heeft het Hof daaraan gedacht: een telefoonnummer is niet verplicht, maar als je het niet doet, moet je iets bieden dat vrijwel net zo’n snel medium is als de telefoon: “a communication is to be regarded as effective if it permits adequate information to be obtained within a period compatible with the needs or legitimate expectations of the recipient.”

Wat betekent dat? Nou, een contactformulier bijvoorbeeld zou prima zijn:

[A]n electronic enquiry template may be regarded as offering a direct and effective means of communication within the meaning of Article 5(1)(c) of the Directive, where, as is clear in the case in the main proceedings from evidence in the file, the service provider answers questions sent by consumers within a period of 30 to 60 minutes.

Ik weet niet hoe dat bij u gaat, maar bij mij maakt dat contactformulier stiekem een mailtje van wat mensen intypen. Dus de meerwaarde van dit arrest ontgaat me volledig. Het arrest opent wel de weg om te twitteren met je klant, want dat is ook een “direct and effective means of communication”.

Hoe snel reageren jullie op mails van klanten? En hebben jullie contactformulieren die niet met mail in de backend werken?

Arnoud