Het ontduiken van de wet koop op afstand voor dienstverleners

Een uitspraak met hopelijk een staartje: Bij ITenRecht bericht over een vonnis tegen Tele2, dat een consument het recht van annuleren ontzegde door lekker een maand te wachten met opsturen van het modem. Want je mag bij diensten tot maximaal zeven werkdagen na de dag van bestelling annuleren, en niet zeven werkdagen na ontvangst van de apparatuur.

Ik weet dat dat zo is, maar het stuit me toch fors tegen de borst dat een dienstverlener zó eenvoudig zijn wettelijke verplichting kan ontduiken. Volgens mij zit er toch echt een fout in de wet als het voor dienstverleners inderdaad zo eenvoudig is om het recht van retour te kunnen annuleren. In een tussenvonnis had de rechter dan ook geoordeeld dat het zo niet werkt:

[De Klant] heeft pas van de aard van de dienst(verlening) kennis kunnen nemen na ontvangst en installatie van het door Tele2 ter beschikking gestelde modem en de aansluiting door Tele2 op haar netwerk. Het lijkt dan ook meer met de gedachte van de Richtlijn te stroken om de bedenktermijn pas in te laten gaan nadat Tele2 [De Klant] toegang heeft verleend op haar netwerk, onverminderd het recht van [De Klant] om de overeenkomst al eerder te ontbinden.

Maar in het eindvonnis komt hij daarop terug: de wet zegt toch echt letterlijk “zeven werkdagen vanaf het moment van sluiten van de overeenkomst”, en niet “vanaf levering van de apparatuur”. Toch mag de consument de overeenkomst ontbinden, en wel omdat hij niet afdoende was geïnformeerd over het recht van annuleren (wat Tele2 vaker doet) zodat de annuleringstermijn drie maanden werd.

ITenRecht komt met een wat merkwaardige opmerking:

Als deze redenering [over annuleren na ontvangst modem] als geldend recht zou worden aangenomen, zou dat natuurlijk van grote invloed zijn op de bedrijfsvoering van telecomaanbieders en voor hen tot hogere kosten leiden (alleen al wegens het tevergeefs verzenden van modems als later wordt ontbonden).

Ik geloof graag dat dat geld kost, maar dit is toch echt de bedoeling van de Wet Koop op Afstand. Je bestelt iets via internet, je bedenkt je en dan moet je er vanaf kunnen. Dat geldt voor webwinkeliers, dus waarom niet voor internetdienstverleners? (Even afgezien van het punt dat zodra je de dienst aanzet, het recht van retour vervalt, wat op zichzelf alweer merkwaardig genoeg is.)

Arnoud

Hoe krijg ik mijn facturen op tijd betaald?

gemeente-juinen.pngEen lezer vroeg me:

Ik ben coach en geef vaak trainingen aan gemeenten. Het valt me op dat er daar erg slecht betaald wordt. Ten eerste is er vaak gedoe dat de factuur naar een ander moet dan de afdeling aan wie ik de training geef. Ten tweede duurt het rustig een maand of twee voordat er betaald wordt. Nu wil ik dit met mijn algemene voorwaarden regelen, maar hoe schrijf ik dat het netste op? Hoe zeg ik “U bent bevoegd om te betalen en u zult binnen 14 dagen betalen?”

Gemeenten en andere overheden zijn berucht om hun slechte betalingsbeleid. Je kunt dus in je facturen en AV zetten wat je wilt, maar er wordt toch pas betaald als zij eraan toekomen.

Je kunt daar met zinnetjes in je offerte weinig aan veranderen. Die worden dan misschien getekend, misschien wordt er eerst over gepiept, maar desondanks gaat de factuur eerst naar de afdeling debiteuren/crediteuren, een maand op de stapel en dan naar de betalend ambtenaar. Dat kun je leuk vinden of niet, en dat kun je verbieden in je AV of in de offerte, maar zo zal het gaan.

Ik weet niet goed wat je daaraan kunt doen, behalve misschien je factuur al vooraf sturen of vooruitbetaling eisen. Maar of je dat krijgt?

Arnoud

“Uw ADSL-apparatuur voldoet niet aan de eisen, factuur volgt”

aansluitpunt-muur-telefoon-adsl.pngStel, je bestelt ADSL bij Tele2, maar om technische redenen wil de aansluiting niet lukken. Kan gebeuren. Maar vervolgens krijg je gewoon facturen voor elke maand van de contractsperiode. Ja, dat kan ook gebeuren. Maar dat hoort dus niet: de rechtbank Rotterdam verklaarde dat onredelijk bezwarend.

Tele2 stelde dat er gewoon een contract was en zij aan haar verplichtingen had voldaan: de ADSL-verbinding werkte tot aan het IS/RA-aansluitpunt, en de rest was volgens haar algemene voorwaarden het probleem van de eindgebruiker. Daar stond namelijk iets opmerkelijks in:

Indien de door Tele2 noodzakelijk geachte medewerking niet wordt verleend en/of de randapparatuur van de Klant voldoet niet aan de eisen dan wordt de Installatie voltooid geacht te zijn en kunnen de kosten voor de Installatie op de Klant verhaald worden. Tevens kunnen bij een (eventuele) nieuwe Installatie aanvullende kosten in rekening worden gebracht. De Installatie wordt in ieder geval als voltooid beschouwd indien de Klant gebruik maakt van (een deel van) de Dienst.

Ik moest hem ook twee keer lezen, maar het staat er echt: als u geen juiste randapparatuur heeft, dan is er per definitie succesvol geleverd. Pardon?!

De rechtbank maakt korte metten met deze toch wat eigenaardige constructie. Je kunt niet zomaar dit probleem bij de consument leggen:

Van gedaagde kan ” in het licht van de bescherming die het consumentenrecht biedt ” niet verwacht worden dat zij op de hoogte is van de werking van een ISRA-aansluitingspunt, de Tele2 apparatuur en alle daarbij behorende technische aspecten. Van gedaagde kan dan ook niet worden verwacht dat zij zelf vaststelt of haar woning over een werkend ISRA-aansluitpunt beschikt.

Dit artikel uit de algemene voorwaarden wordt dan ook vernietigd. Als gevolg heeft Tele2 niet aan haar verplichting tot oplevering en installatie voldaan, zodat ze geen facturen mag sturen voor de geleverde dienst. En vanwege het niet voldoen aan die verplichting, mocht de consument de overeenkomst annuleren. Volkomen terecht natuurlijk.

Arnoud

Kan ik ontkennen een abonnement te hebben gesloten?

Een lezer vroeg me:

Ik had een proefabonnement op een site genomen. Dat blijkt nu volgens hen ineens omgezet te zijn in een jaarabonnement, en ik krijg nu een factuur van een paar honderd euro. Volgens mij stond dat niet in de voorwaarden, maar zij zeggen nu van wel. Kan ik er onderuit als ik zeg dat ze eerst maar moeten bewijzen dat ík het wel was die dat abonnement heeft gesloten? Ik heb immers niks getekend, ze hebben alleen een IP-adres van iemand die mijn adres heeft ingevuld.

Bij proefabonnementen is altijd de vraag of ze “zomaar” omgezet kunnen worden in gewone abonnementen. Volgens mij impliceert de term “proef” dat je het uitprobeert en daarna moet zeggen dat je door wilt. Maar er is geen wettelijke regel die verbiedt dat een proefabonnement automatisch wordt omgezet in een “echt” abonnement, zolang dat maar in de voorwaarden staat die bij het proefabonnement zijn aangeboden.

Ik heb grote moeite met nu ineens gaan roepen dat je het niet was, om zo onder een abonnement uit te komen. Het is immers feitelijk onjuist: je was het wel. Gaan liegen over een contract lijkt me niet kies, en afhankelijk van het bewijs dat het bedrijf heeft, kun je jezelf grote problemen op de hals halen.

Bewijs kan bijvoorbeeld zijn dat je al hebt gemaild dat je het oneens bent met de omzetting omdat het volgens jou niet in de voorwaarden staat. Eerst protesteren tegen de omzetting en dan zeggen dat je helemaal geen contract hebt gesloten, is op zijn zachtst gezegd onlogisch.

Arnoud

Het foutgetypte concurrentiebeding

fence-hek-bord-afscheiding-blokkade-concurrentie-beding-verbod.jpgWie in de IT werkt, heeft er eentje in zijn contract: een concurrentiebeding. Daarmee kan een werkgever verhinderen dat je bij een concurrent aan de slag gaat. Op zich zijn concurrentiebedingen rechtsgeldig, maar de rechter stelt wel grenzen aan wat er mag. Zo kan je niet worden verboden om jarenlang niet in dezelfde branche te werken. Omdat een concurrentiebeding sterk in het nadeel van de werknemer is, worden fouten en onduidelijkheden dan juist weer in het voordeel van die werknemer uitgelegd. Maar dat is niet altijd zo, zo blijkt uit een recent arrest over een rare verschrijving in een concurrentiebeding.

In deze zaak gingen werkgever en werknemer op basis van een vaststellingsovereenkomst uit elkaar. Daarin was een concurrentiebeding opgenomen, met een uitzondering voor de werknemer. Hij mocht niet gaan werken bij concurrenten, maar wél bij Fietsnet (een internetfietsenwinkel). Alleen, de ex-werknemer was gaan werken bij Netfiets (een rijwielgroothandel) en werd aangesproken op de schending van het concurrentiebeding. Daartegen kwam de werknemer in het geweer: dit was een typfout geweest, er was duidelijk Netfiets bedoeld al die tijd dus een schending kon dit niet zijn.

Nu is het in Nederland zo dat een contract niet alleen maar wordt bepaald door wat er letterlijk staat. De wederzijdse bedoelingen en achterliggende gedachte van het contract wegen zeker mee bij de uitleg van het contract. Juristen noemen dit Haviltexen, naar het Haviltex-arrest dat als eerste bepaalde dat het bij contractsuitleg aankomt op

[wat partijen] in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten

Een typfout of onduidelijke omschrijving kan dus via de Haviltex-route alsnog gecorrigeerd of verduidelijkt worden. Als duidelijk is wat werd bedoeld (bv. op basis van de gebruikelijke betekenis van een term of hoe men eerder in de onderhandelingen de achtergrond had geschetst), dan beïnvloedt dat wat er staat.

Het Gerechtshof stelt voorop dat een schriftelijk onderhandeld en ondertekend beding dat op zichzelf genomen duidelijk is, in principe dwingend bewijs oplevert. Het is mogelijk om aan te tonen dat hier sprake is van een fout, maar dan zul je wel een héél goed verhaal moeten hebben. Het Gerechtshof gelooft daar niet echt in:

[De ex-werknemer heeft] zich tijdens de onderhandelingen over de beëindiging van het dienstverband laten bijstaan door een advocaat en deze advocaat in zijn (…) brief van 17 juni 2009 aan de advocaat van Odice (voorafgaand aan het moment waarop partijen de vaststellingsovereenkomst hebben getekend) tot twee keer toe uitdrukkelijk spreekt over Fietsnet.nl, als de op het concurrentieverbod geldende uitzondering, waar [de ex-werknemer] voornemens is te gaan werken.

Als je zó uitdrukkelijk die naam hebt gehanteerd, dan lijkt het me inderdaad nauwelijks nog verdedigbaar dat je eigenlijk een anderen naam had bedoeld. Dat het dan toch een fout is geweest, moet dan voor je eigen rekening komen.

Of beter gezegd: voor die van de advocaat, want dit lijkt me toch wel een erg domme fout voor een professional.

Arnoud

Kosten bij acceptgiro nu weer niet onredelijk bezwarend

acceptgiro.jpgUitspraken over administratiekosten zijn zeldzaam omdat de bedragen zo laag zijn. Wie gaat er nu procederen over ” 1,05 opslag voor een acceptgirobetaling?

Nou, de Nederlandse vereniging van BedrijfsTelecommunicatie Grootgebruikers (BTG) dus. Die nam diensten af van KPN voor haar 12.000 leden, en wilde de factuur via internetbankieren betalen. Daarvoor kreeg ze van KPN een acceptgiro – en dus ” 1,05 opslag. Daar maakte BTG bezwaar tegen. Dat klinkt flauw voor dat bedrag, maar het ging haar om het principe: ze vertegenwoordigde 12.000 bedrijven die indirect ook die kosten op hun bordje zouden krijgen.

In augustus vorig jaar oordeelde de kantonrechter in Haarlem nog dat een opslag voor acceptgiro’s onredelijk bezwarend was. De overweging daar was:

Dat Stadsverwarming Purmerend voor het administreren van inkomende betalingen kosten moet maken ligt voor de hand. Dergelijke kosten behoren echter tot de algemene bedrijfskosten die zij via haar tarieven terug moet zien te verdienen.

In deze KPN-zaak gaat de rechtbank Den Haag echter precies de andere kant op. Een acceptgiro is een “eigen keuze” en geen recht, zodat KPN prima kosten mag rekenen voor het versturen van zo’n acceptgiro.

Belangrijk lijkt hier te zijn dat KPN in haar algemene voorwaarden had bepaald dat zij tarieven mag rekenen voor alle diensten. De rechtbank zegt daarover dat het sturen van een acceptgiro ook als zo’n dienst te zien is. Dat rammelt een beetje, maar iets algemener gezegd: als in de algemene voorwaarden staat dat een acceptgiro geld kost, dan lijkt het me wel redelijk dat je daaraan gebonden bent als klant. (In de Haarlemse zaak stond er niets over opslagkosten in de voorwaarden.)

De rechtbank wijst er nog wel op dat KPN bij deze voorwaarde wel redelijk moet blijven. Ze mag dus niet bv. zomaar 100 euro “administratiekosten” rekenen. Maar 1,05 is redelijk:

De rechtbank is van oordeel dat KPN deze grenzen hier niet heeft overschreden. KPN heeft betoogd dat het bedrag van ” 1,05 in een redelijke verhouding staat tot de kosten die zij werkelijk maakt. TGG heeft dit niet, althans niet gemotiveerd, bestreden.

Toen dat Haarlemse vonnis net uit was, was de reactie bij bedrijven: “dat is maar één vonnis, dat maakt nog geen jurisprudentie” of “dat past niet bij ons bedrijfsbeleid”. Ik kan nu al voorspellen dat bedrijven massaal met dit nieuwe vonnis gaan wapperen als “de rechter heeft opslagkosten goedgekeurd”. Dat is het lastige van rechtszaken over zulke zaken: ze zijn er nauwelijks, er is moeilijk een lijn te trekken en hoger beroep kan niet omdat het bedrag te laag is.

Update (30 mei 2011): in de comments geeft Jeroen Hellingman een gouden tip:

Mijn oplossing voor dit soort heffingen voor het betalen met een acceptgiro: gewoon apart betalen. Krijgt het bedrijf ipv een twee betalingen binnen, en voor de factuur en een voor de acceptgiro, waarbij op die laatste staat “Kosten acceptgiro onder protest.” Voor de rest kost het te veel tijd om dit uit te vechten”

Arnoud

Foto’s met klik aankopen zonder bevestiging, mag dat?

Bij Gathering of Tweakers vond ik een leuke discussie over een fotosite waar je tegen betaling foto’s kon kopen met herpublicatierechten. De vraagsteller had zich geregistreerd en door het aanbod gebladerd, en kreeg vervolgens een factuur omdat hij foto’s had gedownload en daarvoor moest betalen. Volgens de vraagsteller had hij niets ‘gedownload’, hij was alleen aan het bladeren geweest en had daarbij alleen geklikt op knoppen die hem previews zouden moeten laten zien.

Bij stockfotosites is het gebruikelijk dat je het aanbod krijgt in de vorm van een overzichtspagina met kleine thumbnails, waar je dan op kunt klikken om een grotere preview te krijgen zodat je ongeveer kunt zien wat je gaat kopen. Vervolgens is er dan een ‘koop’ of ‘download’ link waarmee je de bestelling initieert en dus ook het geld verschuldigd wordt.

Bij deze site werkte het iets anders. Onder elke thumbnail staat dit plaatje:

Die tweede knop van links vatte de vraagsteller op als de link naar de preview, maar de site beschouwde het klikken op die knop als de bestelling.

Ik heb bij Tweakers zelf al uitgebreid gereageerd maar wat vinden jullie? Mag je als gebruiker van zo’n site verwachten dat je eerst een preview krijgt en/of een waarschuwing “Let op dit kost 75 euro”, of moet je weten dat “Download” betekent “downloaden & betalen”?

Arnoud

Terhandstelling van algemene voorwaarden via de website

Hoe geef je rechtsgeldig je algemene voorwaarden aan de wederpartij? Mag je verwijzen naar je website? Het blijft voer voor vele leuke discussies. Omdat ik met de update van mijn boek bezig ben, wil ik graag eens de uitspraken op een rijtje zetten en kijken wat jullie ervan vinden.

Rechtbank Maastricht 20 januari 2010, LJN BL1980:

Het enkel vermelden dat de algemene voorwaarden ‘staan vermeld op de website” van [eiser] is onvoldoende.

Rechtbank Zwolle 14 januari 2009, LJN BI3429:

[de] omstandigheid dat de algemene voorwaarden te vinden zijn op website van gebruiker is onvoldoende om te oordelen dat ze ter hand zijn gesteld

Gerechtshof Den Bosch 13 oktober 2009, LJN BL1921:

het gegeven dat de voorwaarden via de aangegeven website kenbaar waren [is] in dit geval toereikend

Rechtbank Haarlem 29 augustus 2007, LJN BB2576:

Het gebruik van het internet is in het huidige tijdsgewricht inmiddels zodanig ingeburgerd, dat het op elektronische wijze beschikbaar stellen van algemene voorwaarden naar het oordeel van de kantonrechter gelijkwaardig geacht kan worden aan de feitelijke terhandstelling daarvan.

Rechtbank Amsterdam 17 februari 2010, LJN BN0310 (dank, Branko):

In geschil is of de algemene voorwaarden ter hand zijn gesteld. Vast staat dat de voor akkoord ondertekende offerte een verwijzing naar de vindplaats van de algemene voorwaarden op internet bevat. Mede gelet op de aard van de door de wederpartij gevoerde onderneming is de rechtbank van mening dat in het onderhavige geval het op elektronische wijze beschikbaar stellen van de algemene voorwaarden gelijkwaardig geacht kan worden aan de feitelijke terhandstelling daarvan als genoemd in artikel 6:234 lid 1 sub BW.

Wat mij hierbij opvalt, is dat de rechtbanken die het idee “op je site is goed genoeg” afwijzen, dat uit principiële overwegingen doen: in de wet staat ter hand stellen, en dat betekent overhandigen, klaar. Een “redelijke mogelijkheid tot kennisnemen” bieden is niet genoeg (LJN BI3429, onder verwijzing naar HR 1 oktober 1999, NJ 2000, 207, Geurtzen/Kampstaal).

Rechters die het wél genoeg vinden, baseren zich op de specifieke omstandigheden: partijen doen zaken via internet, of “in dit geval” moeten ze toch wel bekend zijn geweest. Dat is op zich sympathiek maar heeft wel als nadeel dat het onduidelijker wordt of je je algemene voorwaarden wel goed aanbiedt. Daarom neig ik er toch naar om de strenge lijn vast te houden: je moet ze gewoon meesturen of tijdens het bestelproces als downloadbaar document aanbieden op zo’n manier dat de klant er niet omheen kan. Dan kán er geen discussie bestaan of ze wel van toepassing zijn.

Arnoud

Executiegeschil over al of niet gemaild domeinnaamverhuisformulier

Executiegeschillen. Het klinkt pijnlijker dan het is, hoewel je er als rechter liever niet te veel mee te maken krijgt. Dit zijn geschillen over de tenuitvoerligging of executie van een eerder vonnis. Oftewel: doet hij wel op tijd wat hij moest, en zo niet heb ik dan recht op dwangsommen? Afhankelijk van hoe het vonnis is geformuleerd en hoe hard Murphy toesloeg bij de uitvoering, kan dat tot heel complexe situaties leiden. Maar soms doen partijen zelf ook nodeloos moeilijk, zoals ik tussen de regels opmaak in dit vonnis over de overdracht van een domeinnaam.

In de eerdere zaak (zo te zien niet gepubliceerd – grom) was de eigenaar van een domeinnaam veroordeeld om de domeinnaam naar de andere partij over te dragen. Of, beter gezegd: “binnen 24 uur na betekening van dit arrest al datgene te doen wat nodig is om [nieuwe eigenaar] bij SIDN als enige rechthebbende geregistreerd te laten zijn”. Het arrest was van 9 maart, en op 10 maart stuurde de domeinnaamhouder een mail naar de andere partij met het door hem ingevulde SIDN-formulier voor de houderwijziging. Even tekenen en dan kon dat door naar SIDN. Alleen: daar kwam geen reactie op. Op 16 maart werd nagebeld, en de mail bleek niet te zijn aangekomen.

Vervolgens ontstond er enige discussie over of dat formulier nog wel gebruikt kon worden, want er stond immers 10 maart onder de handtekening en dat zou 16 maart moeten zijn. (“Antedateren” schijnt iets heel stouts te zijn maar in deze context zie ik het probleem niet – en de rechter ook niet trouwens: “Voor zover [nieuwe eigenaar] vreesde zich schuldig te maken aan antedatering, had zij dit immers eenvoudig kunnen oplossen door op het formulier bij haar ondertekening de datum 16 maart 2010 te noteren.”)

Uiteindelijk loste de domeinnaamhouder het zelf op met een ’truc’: hij deed zich zich via een derde-provider voor als de verkrijger van de domeinnaam en autoriseerde zo de overdracht. Niet netjes maar de domeinnaam was nu wel over. Opgelost dus, zou je zeggen. Maar dit is een executiegeschil, en dus ging de andere partij moeilijk doen: dit duurde allemaal te lang dus graag de dwangsommen uitgekeerd.

Daarbij krijgen beide partijen ongelijk. Allereerst oordeelt de rechter dat de domeinnaamhouder genoeg gedaan heeft door dat formulier in te vullen en op te sturen. Andere manieren, met name die truc, kunnen dan niet geëist worden:

Gegeven het feit dat SIDN een speciaal formulier hanteert voor het doorgeven van een wijziging in de domeinnaamhouder, lag het immers zozeer voor de hand de overdracht langs die weg te bewerkstelligen dat van [de domeinnaamhouder] redelijkerwijs niet kon worden verlangd dat hij (daarnaast ook) andere wegen zou bewandelen.

Vervolgens gaat de domeinnaamhouder toch nog onderuit, want op 10 maart mailen en pas op 16 maart nabellen was in deze context veel te traag. Hij was verplicht “alles” te doen om te zorgen dat die domeinnaam over ging, en daaronder valt dan ook dat je er bovenop zit en reageert als er niet meteen een reactie komt:

Onder die omstandigheden kon [domeinnaamhouder] er niet mee volstaan het formulier per e-mail aan [nieuwe eigenaar] toe te sturen zonder rekening te houden met de mogelijkheid dat het bericht door wat voor oorzaak ook niet was aangekomen of in het ongerede was geraakt. [domeinnaamhouder] had zich tijdig ervan moeten vergewissen dat het formulier in goede orde door [nieuwe eigenaar] was ontvangen en van de inhoud kennis was genomen. Nu hij dit heeft nagelaten en [nieuwe eigenaar] stelt dat zij het mailbericht van 10 maart 2010 niet heeft ontvangen en het SIDN formulier pas op 16 maart 2010 in haar bezit heeft gekregen, kan niet worden gezegd dat [domeinnaamhouder] reeds op 10 maart 2010 aan de veroordeling van het gerechtshof ” om al datgene te doen wat nodig is ” heeft voldaan.

De domeinnaamhouder mocht dan ook 12.000 euro aan dwangsommen overmaken. En ja, dat is een consequentie van mail gebruiken: als de wederpartij zegt niks gehad te hebben, heb je een levensgroot bewijsprobleem.

Overigens perfect getimed: op 10 maart meldde de SIDN de formulieren afgeschaft te hebben.

Arnoud

Nieuwe regels over elektronische documenten en voorwaarden

Excuses voor de vertraging, maar ik moest het even nazoeken. Zoals donderdag beloofd: wat is er per 1 juli gewijzigd over algemene voorwaarden en de rechtsgeldigheid van elektronische documenten?

De regels over algemene voorwaarden (art. 6:234 BW) zijn veranderd. Het wetsartikel is herschreven, met name om de leesbaarheid te vergroten (voor zover haalbaar, het is en blijft een draak van een artikel).

Een belangrijke wijziging is dat je nu ook bij “gewone” (niet-elektronische) contracten de algemene voorwaarden elektronisch mag aanleveren. Je mag dus een papieren contract tekenen (of een mondelinge overeenkomst sluiten) waarbij je de voorwaarden als PDF mailt. Wel vereist dit “uitdrukkelijke instemming van de wederpartij”. Het is dus niet toegestaan om in de algemene voorwaarden te zetten “Wederpartij verleent hierbij uitdrukkelijke instemming voor elektronische aanlevering van deze voorwaarden”. Niet dat dat veel mensen ervan zal weerhouden om het toch te doen (t-shirt voor de spotter van het eerste voorkomen hiervan.)

Een grotere wijziging is artikel 156a Rechtsvordering over elektronische akten – ondertekende geschriften die als bewijs dienen. Zo’n document mag nu ook elektronisch, mits (pas op, juridische mond vol):

het degene ten behoeve van wie de akte bewijs oplevert, in staat stelt om de inhoud van de akte op te slaan op een wijze die deze inhoud toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is afgestemd op het doel waarvoor de akte bestemd is te dienen, en die een ongewijzigde reproductie van de inhoud van de akte mogelijk maakt.

Ik kan daar niet veel meer van maken dan “je moet kunnen nalezen wat er getekend is” maar ongetwijfeld zitten hier heel veel nuances aan. Een PDF met elektronische handtekening voldoet aan deze eis.

Deze regels zijn ingevoerd op grond van het wetsvoorstel over elektronische aktes, dat met name bedoeld was om elektronische verzekeringspolissen mogelijk te maken. Logischerwijs is er dan ook een wetsartikel ingevoerd (art. 7:932 BW) dat zegt dat verzekeringspolissen nu elektronisch mogen. En dat gaat vrij eenvoudig met de bovengenoemde wijzigingen: die polis is een akte en moet dus voldoen aan de hierboven genoemde eis voor aktes, en de polisvoorwaarden zijn algemene voorwaarden en moeten dus voldoen aan de eisen van opslaanbaarheid. Plus, je mag bij een ‘gewone’ papieren polis nu met de verzekeringnemer afspreken dat de voorwaarden worden gemaild of te downloaden zijn.

Wel is er een extra eis aan de elektronische handtekening: die moet een “geavanceerdegekwalificeerde elektronische handtekening” zijn, en de mensen die weten wat dat betekent mogen nu de paracetamol grijpen. Inderdaad, dat is zo’n ding waarbij er geavanceerde wiskunde wordt gebruikt, een smartcard moet worden ingezet, een digitaal certificaat moet zijn verkregen en minstens 200 uren aan dure consultants moet zijn besteed voor het implementatietraject. Ik ben dan ook zeer benieuwd wanneer de eerste elektronische polissen daadwerkelijk aangeboden worden – en of ze ook echt gaan voldoen aan die voorwaarden.

Arnoud