Regelen, dwingen en alles daar tussen in (gastpost)

rules-broken-cones-pilonnen.pngDe doorsnee consument heeft doorgaans een verkeerde opvatting over de rechten en plichten van de tegenpartij en zichzelf. Grofweg zijn er twee groepen consumenten. De eerste groep consumenten neemt klakkeloos aan dat ze aan alles gebonden is wat de wederpartij opgenomen heeft in de algemene voorwaarden. En daarbij maakt het niet uit hoe onredelijk de wederpartij is. De tweede groep consumenten weet wel beter, maar zij hebben weer de opvatting dat de wederpartij aan iedere wetsartikel gebonden is, oftewel daar nooit vanaf mag wijken. Om duidelijk te maken dat dit niet zo is, heb ik deze keer een stukje geschreven over het verschil tussen regelend en dwingend recht.

Nederland kent een contractuele vrijheid voor haar burgers. Dat houd in dat partijen de vrijheid hebben om zelf te bepalen met wie en onder welke voorwaarden ze handelen. Als partijen over een bepaald onderwerp geen voorwaarden hebben afgesproken dan gelden de wettelijke bepalingen, die als geheel regelend recht genoemd worden. De contractuele vrijheid wordt begrensd door het half-dwingend recht en het dwingend recht en zo wordt misbruik van onderhandelingspositie tegengegaan. Dwingend recht wil zeggen die wettelijke bepalingen waar nooit van afgeweken mag worden, terwijl bepalingen waar enkel onder bepaalde voorwaarden van mag worden afgeweken bekend staan als half-dwingend.

Consumentenrecht

Voor het burgerlijk wetboek geldt dat wetsartikelen onder regelend recht vallen tenzij is aangegeven dat er niet of slechts onder bepaalde voorwaarden van mag worden afgeweken. Een voorbeeld:

Noch van de artikelen 231-244, noch van de bepalingen van de in artikel 239 lid 1 bedoelde algemene maatregelen van bestuur kan worden afgeweken. De bevoegdheid om een beding krachtens deze afdeling door een buitengerechtelijke verklaring te vernietigen, kan niet worden uitgesloten.

Dit artikel komen we tegen in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek onder artikelnummer 246. Het is een voorbeeld van dwingend recht omdat dit artikel er voor zorgt dat er onder geen enkele voorwaarde mag worden afgeweken van de artikels alsmede de algemene maatregelen van bestuur waar naar verwezen wordt. Een voorbeeld van half-dwingend recht komen we tegen in artikel 6 van boek 7; de eerste twee leden vermelden:

  1. Bij een consumentenkoop kan van de afdelingen 1-7 van deze titel niet ten nadele van de koper worden afgeweken en kunnen de rechten en vorderingen die de wet aan de koper ter zake van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de verkoper toekent, niet worden beperkt of uitgesloten.
  2. Lid 1 is niet van toepassing op de artikelen 11, 12, 13, 26 en 35, doch bedingen in algemene voorwaarden waarbij ten nadele van de koper wordt afgeweken van die artikelen, worden als onredelijk bezwarend aangemerkt.

    In die gevallen waar de consument een product koopt bij een bedrijf mag er niet van dit deel van de wet worden afgeweken, tenzij dit in het voordeel van de consument is of, in het geval van vijf van deze uitzonderingen, dit in de overeenkomst gebeurt.

    De vijf uitzonderingen regelen dat de verkoper:

    • verantwoordelijk is voor het product totdat dit bij u is bezorgd,
    • de kosten van het transport moet betalen,
    • wanneer kosten voor het transport of andere werkzaamheden in rekening mogen worden gebracht,
    • welk deel van de aankoopprijs als voorschot mag vragen en
    • of hij zomaar de aankoopprijs mag verhogen.
    Deze regels hebben enige overlap met het dwingend recht omtrent de algemene voorwaarden. Zo staat het verhogen van de prijs binnen drie maanden op de zwarte lijst onder nummer i. Voor de volledigheid meld ik dat er voor de wet koop op afstand aanvullende regels gelden en deze vallen onder half-dwingend recht vanwege artikel 7:46j BW.

    Naast het regelen van (half-)dwingend recht in een apart wetsartikel, komen we ook situaties tegen waarin dit gedaan wordt in het betreffende wetsartikel zelf. In dit geval wordt dat in een apart lid geregeld, zoals we dat o.a. kennen van het regresrecht dat winkeliers beschermt, of in de tekst zelf van een bepaling.

    Arbeidsrecht

    Het arbeidsrecht kent de grootste variantie op dit gebeid. Het kent ook driekwart- en tweederde dwingend recht. Hiervan mag wel worden afgeweken maar alleen als dit door een groep wordt gedaan. Van driekwart dwingend recht mag alleen worden afgeweken indien dit in een collectieve arbeidsovereenkomst of door een daarvoor bevoegd bestuursorgaan. Van tweederde dwingend recht mag worden afgeweken door middel van afspraken met de ondernemingsraad of de medezeggenschapsraad. Zoals je vast geraden had geeft de breuk aan hoe sterk dit recht wordt geacht. Als een afwijking van een tweederde dwingend recht strijdig is met driekwart dwingend recht, dan prevaleert de laatste.

    Zo kunnen werkgever en werknemers collectief dwingend regelen dat er niet mag afgeweken worden van de afspraken die collectief tot stand zijn gekomen. De wet op Collectieve Arbeidsovereenkomst maakt dit mogelijk middels artikel 12 dat het volgende omvat:

    1. Elk beding tusschen een werkgever en een werknemer, strijdig met eene collectieve arbeidsovereenkomst door welke zij beiden gebonden zijn, is nietig; in plaats van zoodanig beding gelden de bepalingen der collectieve arbeidsovereenkomst. (sic.)
    2. De nietigheid kan steeds worden ingeroepen door elk der partijen bij de collectieve arbeidsovereenkomst.

      Tot slot nog een voorbeeld waar het dwingende karakter blijkt uit de tekst van de bepaling zelf. Hiervoor kunnen we kijken naar art 7:613 BW:

      De werkgever kan slechts een beroep doen op een schriftelijk beding dat hem de bevoegdheid geeft een in de arbeidsovereenkomst voorkomende arbeidsvoorwaarde te wijzigen, indien hij bij de wijziging een zodanig zwaarwichtig belang heeft dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zou worden geschaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

      Dit moet wel onder dwingend recht vallen, want anders zou je met een beding in de algemene voorwaarden hier heel gemakkelijk van afwijken. Je neemt dan simpel weg als voorwaarde op dat je er van af mag wijken en wijkt daarna er direct vanaf.

      Alex de Kruijff
      Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

      De gemeente versus de internetwinkel vanuit huis

      lottefie.pngKledingverkoop uit vanuit een woonhuisgarage mag niet in Nijkerk, zo las ik bij Textilia. De Nijkerkse eigenares van kindermodewebwinkel Lottefie kreeg van het Nijkerkse College van Burgemeester en Wethouders te horen dat ze in strijd handelt met het bestemmingsplan voor haar buurt.

      De eigenaresse bood klanten de gelegenheid om bestellingen af te halen bij haar huis, en ze ontving daar ook zendingen van leveranciers. Een buurtbewoner vond dat overlastgevend en verzocht de gemeente om handhavend op te treden. Deze bepaalde daarop dat zij op 30 juni deze activiteiten moet staken, op straffe van een dwangsom van duizend euro per week (met een maximum van tienduizend euro).

      De overlast was volgens Lottefie minimaal: de openingstijden waren beperkt en de klanten konden op eigen terrein parkeren. Bovendien werden de meeste bestellingen gewoon per post bezorgd en niet afgehaald. Maar dat mocht niet baten. Bestemmingsplan is bestemmingsplan, en ook kleinschalige verkoop aan huis is daarmee in strijd.

      Tsja. Op zich klopt het, maar ik vraag me wel af hoe je dan een internetwinkel kunt runnen vanuit je huis. Het lijkt me toch niet dat je een bedrijfspand moet nemen omdat je regelmatig pakjes ontvangt of afhaalklanten langskrijgt.

      Arnoud

      De (il)legaliteit van audio/video codecs

      media-player-classic-video-audio-codec.pngOp het NedLinux forum mailde men mij over een interessante vraag:

      De vraag is alleen (wat me bezig houdt), in hoevere is de codecs die niet officieel aangeschaft zijn illegaal ? Ik bedoel…. hoe is dat geregeld in Nederland ? Ik zie dat Frankrijk al erg moeilijk doet als je VLC gebruikt of Mplayer.

      Een codec is een stuk software waarmee audio of video ge(de)codeerd kan worden. Wie alleen naar de radio luistert en DVD’tjes koopt in de winkel en die afspeelt op zijn DVD-speler, heeft daar niet zo veel mee te maken. Maar als je muziek en films gaat downloaden dan kom je allerlei rare formaten tegen en moet je de bijbehorende codecs gaan installeren. Sommige codecs zijn makkelijk te vinden, voor anderen moet je op vage Russische sites rondspeuren.

      Maar mag dat nou zomaar? Dat is een moeilijke vraag, want er spelen een heleboel aspecten mee.

      Auteursrecht op de codec<br/> Ten eerste is er de vraag of die codec zelf (de DLL dus) wel legaal verspreid mag worden. Er zijn gevallen genoeg bekend van simpelweg gestolen codecs: mensen kopen software waar codecs bij zitten en zetten die gewoon op internet. Zo zijn er complete collecties met Windows Media A/V codecs, die echter gewoon uit de C:WindowsSystem directory van iemands Windows-PC afkomstig zijn. Ook enkele Quicktime-codecs zouden op die manier verkregen zijn.

      Wordt een codec op die manier verspreid, dan is het niet toegestaan om die te downloaden en te gebruiken. De thuiskopie-uitzondering geldt niet voor software en dus ook niet voor codecs. Dat je toevallig ergens een Windows-licentie hebt liggen, verandert daar niets aan lijkt mij; die hoort bij jouw aangeschafte Windows en kun je niet zomaar van toepassing verklaren op alle Microsoft-software die je downloadt.

      Octrooien op de algoritmen<br/> Ten tweede implementeren veel codecs namelijk beschermde algoritmen. De octrooihouders hebben geen licenties gegeven voor die codecs, zodat vrije verspreiding niet zomaar mogelijk is. Voor persoonlijk niet-commercieel gebruik hoef je je geen zorgen te maken, octrooi-inbreuk is alleen mogelijk als je commercieel bezig bent.

      Ik hoor nu een aantal mensen “jamaar softwarepatenten zijn niet geldig in Europa” denken. Nou is dat een heel grijs gebied, maar als we het hebben over audio/video-coderen zit je toch aan de witte kant van dat gebied. Het manipuleren van audiovisuele signalen is een vorm van technologie en valt daarmee onder de octrooiwetgeving. Er zijn dan ook genoeg octrooien op dit gebied, die in rechtszaken ook gewoon overeind blijven. Het verkopen van audio/video-afspeelsoftware of apparaatjes met zulke codecs erin betekent dus dat je een octrooilicentie moet kopen.

      En ja, open source codecs hebben daar een probleem. Want de meeste van die octrooilicenties voorzien niet in de mogelijkheid dat de licentienemer de codec gaat doorleveren aan derden die ook weer kopieën van de codecs gaan maken. En de GPL heeft weer een bepaling dat die octrooilicentie daar wél toestemming voor moet geven, anders mag je de software in het geheel niet verspreiden. Een soort van Mexican standoff dus.

      Kopieerbeperkingen omzeilen<br/> Ten derde willen sommige codecs nog wel eens kopieerbeperkingen negeren. Het beroemdste voorbeeld is DeCSS, waarmee de beveiliging op DVD-inhoud omzeild kan worden. Nu is dat strikt gesproken geen codec, maar als je een codec voor DVD content wilt gebruiken, kom je niet ver zonder deze functionaliteit.

      Het omzeilen of uitschakelen van “effectieve” kopieerbeveiligingen is verboden, net als het verspreiden van hulpmiddelen die daar speciaal voor gemaakt zijn. Volgens een Finse rechtbank zou DVD-beveiliging CSS niet effectief zijn omdat het zo eenvoudig te breken bleek. Daarom was DeCSS niet verboden.

      Oh ja, dat verbod geldt zowel in Amerika (onder de DMCA) als bij ons in Europa onder de Auteursrechtenrichtlijn en artikel 29a Auteurswet.

      Sommige codecs voor Windows Media (WMV/WMA) omzeilen de DRM-functies die Microsoft er in gebouwd heeft. Dat was in één geval in ieder geval aanleiding voor Microsoft om een rechtszaak te beginnen, maar een jaartje later trokken ze die weer in. Overigens zonder uit te leggen waarom, dus dat schiet niet erg op.

      Er is dus niet een duidelijk ja/nee-antwoord te geven op deze vraag. Het hangt af van de codec, waar deze vandaan komt en welk algoritme er gebruikt wordt. Codecs die bv. bij Fluendo te koop zijn, mag je legaal gebruiken. Die zijn door het bedrijf zelf ontwikkeld, zodat je voor auteursrechtschendingen niet bang hoeft te zijn. Die codecs komen ook met een octrooilicentie en omzeilen geen kopieerbeveiligingen.

      Ook de Ogg Vorbis- en Theora-codecs zijn legaal, om dezelfde redenen. Al heeft niemand ooit kunnen bewijzen dat deze technieken octrooivrij zijn.

      Download je van voornoemde vage Russische site een gratis exemplaar van de commercieel verkochte DivX-codecs, dan zit je in het donkergrijs tot zwarte gedeelte van dat grijs gebied. En heb je waarschijnlijk ook een Trojan of drie op je PC.

      Arnoud

      Website aansprakelijk voor Google-samenvatting!

      zwartepoorte-failliet.pngWie als website-eigenaar zijn site niet aanpast als Google die ongelukkig samenvat, handelt onzorgvuldig en is daarmee aansprakelijk voor schade als gevolg van die samenvatting. Dat is de redenering op grond waarvan Miljoenhuizen aansprakelijk werd gesteld voor de Google-samenvatting van één van haar pagina’s waarop te lezen zou zijn dat “Zwartepoorte… failliet” zou zijn.

      De motivatie (PDF) is nu eindelijk binnen. De rechter erkent dat de samenvatting door Google is gemaakt en dat Miljoenhuizen daar niets aan kan doen. Maar:

      Nu [Miljoenhuizen] gebruik maakt van de diensten van Google, hij daarvan ook voordeel heeft, althans kan hebben, en hij zijn website zo heeft ingericht dat deze “hoog” scoort bij Google, heeft [Miljoenhuizen] in deze ook een eigen verantwoordelijkheid.

      De rol van Google daarbij dient “binnen een bredere discussie” aan de orde te worden gesteld, aldus de rechter. Hij zit hier om een oplossing te vinden voor de klacht van Zwartepoorte, dat niet failliet is maar wel met een hoop geroddel van klanten te maken kreeg. En als er geen tijd is voor een breed debat, dan maar een quick fix: pas die pagina aan en laat Google hem opnieuw indexeren.

      Miljoenhuizen erkende dat dat theoretisch mogelijk zou zijn, maar dat zij daardoor in haar vrije meningsuiting beperkt zou worden. Maar daar had de rechter geen oren naar: als je met zo’n ingreep ernstige schade bij een ander kunt beperken, dan moet je dat gewoon doen.

      Wel merkt de rechter (mogelijk geschrokken na alle negatieve commentaren op internet?) op dat dit geen algemene zorgplicht inhoudt:

      Het voorgaande betekent niet dat een websitehouder [] bij de inrichting van [zijn site] voortdurend moet controleren of er mogelijk schadelijke zoekresultaten ontstaan. Het betekent slechts dat, wanneer door de inrichting van de website bij zoekresultaten voor degene die op die website wordt genoemd schade ontstaat en de benadeelde de websitehouder verzoekt die schade op te heffen, zal moeten worden bezien wat het zwaarste weegt, de vrijheid van meningsuiting van de websitehouder of de schade van de benadeelde. Deze toets behoeft niet altijd in het voordeel van de benadeelde uit te vallen.

      Bij deze toets spelen (u voelt ‘m aankomen) alle omstandigheden van het geval een rol. Zo is belangrijk hoe makkelijk het is om de schadelijke resultaten ongedaan te maken. Maar, en dat is opmerkelijk, als je je site SEO’t om er geld mee te verdienen, dan moet je sneller je site aanpassen als er klachten komen.

      Moet ik me nu zorgen maken? Mijn SEO is best goed en ik verdien indirect ook nog eens geld met deze blogs. Ik zal maar niet zeggen dat Zwartepoorte failliet is dus.

      Arnoud

      Website aansprakelijk voor Google-samenvatting?

      Een Amsterdamse rechter heeft bepaald dat een website-eigenaar verantwoordelijk kan worden gehouden voor de manier waarop Google delen van zijn site citeert bij zoekresultaten, meldde Tweakers donderdag. Vanwege het kennelijk extreem spoedeisende belang heeft de rechter alvast maar uitspraak gedaan maar de motivering laat op zich wachten tot 27 mei. Ik kan er dus maar bar weinig over zeggen, want ik houd niet van speculeren over wat er in een vonnis zou staan als dat er over twee weken gewoon is.

      Kort gezegd ging het over aantasten van de reputatie van een bedrijf, autohandel Zwartepoorte. Wie op “Zwartepoorte failliet” zocht in Google, kon bij de resultaten het volgende lezen:

      Volledige naam: Zwartepoorte Specialiteit: BMW … Dit bedrijf is failliet verklaard, het is overgenomen door het motorhuis Ik heb bij Boot Rialto gewerkt …

      Het failliete bedrijf is echter dat Boot Rialto, maar Google knoopt die twee zinnen aan elkaar omdat ze allebei relevant zijn voor de zoekopdracht. Vervelend voor Zwartepoorte, maar in principe de schuld van Google zou je zeggen. Maar kennelijk vond deze Amsterdamse voorzieningenrechter het meer de schuld van Miljoenhuizen.nl waar de bovenstaande teksten stonden. Geen idee waarom, nogmaals. Ik ben dan ook heel benieuwd naar de motivering.

      Update (14:20) Joost van dender Borg meldt in de comments dat mijn bedrijf ICTRecht volgens Google ook failliet zou zijn. Zie screenshot hieronder. Kennelijk zit er in de Googlesamenvattingsalgoritmen een optimalisatie die een zin met een bedrijfsnaam laat volgen door een zin met “failliet” ongeacht de onderlinge afstand.

      google-resultaat-ictrecht-failliet.png

      Arnoud

      Eigenwijze Fransen doen toch “trois strikes et vous etes out!”

      Ondanks duidelijke signalen van het Europees Parlement bleek Frankrijk toch zo eigenwijs dat ze haar “three-strikes” beleid over auteursrechteninbreuk online heeft doorgevoerd. Wie in Frankrijk aangezien wordt voor inbreukmakende uploader, krijgt twee waarschuwingen en raakt bij de derde upload zijn internettoegang kwijt. Daar komt geen rechter aan te pas: een partijdigeaparte commissie beslist over deze sanctie.

      Frankrijk is al een hele tijd bezig om deze regels ingevoerd te krijgen. In Europa wordt gewerkt aan het zogeheten telecompakket, een herziening van de Europese regels over telecommunicatie. Daar stond iets in dat met enige kwade wil kon worden gelezen als een three-strikesbeleid. Het Europees Parlement kwam met een amendement waarin dit beleid expliciet werd verboden. Alleen na gerechtelijke tussenkomst mocht iemand internet kwijtraken. Internetten is immers een grondrecht.

      De Raad van Ministers wees dit amendement af, en begin mei stemde het Europees Parlement weer tegen deze versie van het telecompakket. Men zit in Europa nu dus enigszins in een impasse, en wellicht dat de Fransen daardoor hun kans schoon zagen.

      Juridisch gezien heeft Frankrijk nu namelijk de volle ruimte, omdat de Europese wetgever er niet uitkomt. Het Parlement heeft immers alleen gezegd hoe ze het in die telecomwetgeving geformuleerd zouden willen hebben, maar omdat die nu in het wetstechnische zwarte gat van de conciliation procedure ligt, heeft die verklaring verder geen enkele waarde.

      De eerste Fransman die hiervoor naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stapt, maakt grote kans om gelijk te krijgen. Op grond van artikel 6 EVRM heb je immers recht op een eerlijk proces bij een onafhankelijke rechtbank, en ik vraag me zeer af of die commissie daar aan voldoet. Kun je bijvoorbeeld in beroep tegen deze bevindingen? Heb je recht op juridische bijstand als die commissie je laat afsluiten? Ik krijg de indruk van niet, en dat zou een inbreuk op dit grondrecht zijn.

      Mede dankzij Slashdot vraag ik me nu af wat er zou gebeuren als een paar botnets grote aantallen Franse computers infecteren en inzetten om uitgebreid aan filesharing te gaan doen.

      Arnoud

      Eurocommissarissen willen garantie op software

      Meer dan driehonderd reacties bij het Tweakers-bericht dat Eurocommissarissen Viviane Reding en Meglena Kuneva een voorstel hebben gelanceerd om de consumentenbescherming bij de aankoop van fysieke goederen uit te breiden naar software. “De softwaremakers zijn hier niet erg blij mee.” Joh, echt?

      In de zogeheten digitale agenda van de Europese Commissie staat een voorstel om consumenten die software in licentie nemen, dezelfde rechten toe te kennen als software die fysieke producten kopen. Zulke producten moeten gedurende hun economische levensduur voldoen aan de “redelijkerwijs gewekte verwachtingen” (de conformiteitseis), en dat zal dan ook voor software gaan gelden. Of eigenlijk voor alle producten die je onder licentie afneemt als ik het goed lees, dus ook voor bijvoorbeeld gedownloade muziek of abonnementen op webdiensten.

      Een goede zaak, wat mij betreft. De software-industrie heeft al veel te lang kunnen doen alsof software inherent buggy is en dat men daarom geen enkele garantie kan geven. Onzin; met goede ontwikkel- en programmeertechnieken zijn heel veel bugs te voorkomen, en er zijn genoeg tools om vrijwel alle resterende bugs te ondervangen bij het testen. Maar ja, dan moet je gestructureerd werken en controleren en specificeren wat je wilt, en dat valt niet voor alle programmeurs mee.

      Natuurlijk, de kans is aanwezig dat die software dan duurder wordt. Maar dat hoeft niet. Met duidelijke disclaimers en informatie over de beperkte functionaliteit kun je ook de redelijke verwachting van consumenten bijstellen. Zet op je auto “Dit is een wrak en u kunt er niet mee rijden” en de consument heeft bar weinig wettelijke rechten meer.

      Ik heb nooit begrepen waarom softwarebedrijven zo onwillig zijn om meer garanties af te geven, of gewoon te aanvaarden dat ze fouten moeten repareren in hun software. Bij ZDNet draait de Business Software Alliance zich bijvoorbeeld in alle mogelijke bochten om maar niet te hoeven zeggen dat dit eigenlijk gewoon hartstikke logisch is:

      creators of digital content cannot predict with a high degree of certainty both the product’s anticipated uses and its potential performance.

      De makers van televisies ook niet, maar toch slagen die erin een televisie te maken die niet elke maand antivirusupdates nodig heeft of elke maandag gereset moet worden.

      Ook de overige argumenten zijn pure kul. Je keuzevrijheid als consument zou worden ingeperkt omdat je een contract voor 2 jaar (de minimale conformiteitstermijn) zou moeten aangaan: zulke consumentencontracten zijn op elk moment opzegbaar. De eis zou ook voor beta’s gelden: onzin, bij een beta weet je dat je bugs kunt verwachten en dan kun je geen aanspraak op correctie daarvan maken. Compatibiliteit komt in gevaar: hoezo, als de combinatie van twee producten tot onverwachte neveneffecten leidt dan is dat mijn risico tenzij de leverancier me die combinatie aanraadt?

      Ook open source zou in gevaar komen, want ook daar zou je conformiteitseisen kunnen leggen. Dat hangt er vanaf, levert een bedrijf me tegen betaling die software of pluk ik het zelf van internet? In het laatste geval dien je meer risico voor lief te nemen, net zo goed als wanneer je een product bij een tweedehandswinkel koopt in plaats van bij de officiële dealer. En trouwens, sjonge, sinds wanneer maakt de BSA zich zorgen over het welzijn van open source?

      Update (20:21) daarnet mocht ik op de radio bij BNR Juridische Zaken vertellen over wat de Commissie van plan is en wat voor gevolgen dit zal hebben. “Maar we zijn niet allemaal Engelfrietjes”. Ahem.

      Arnoud

      Europese illegale downloaders blijven ongestraft (gastpost)

      europa-kaart-poppetjes.pngAuteursrechtenorganisaties zitten er maar mee in de maag: het internet. Het publiek kan dankzij dit medium heel gemakkelijk auteursrechtelijk beschermde werken met elkaar uitwisselen. Burgers zien geen enkel moreel bezwaar en dus wordt er op grote schaal gedownload.

      Dit bemoeilijkt de handhaving omdat voor iedere overtreding apart naar de rechter gegaan moet worden. Frankrijk dacht daarvoor de oplossing te hebben gevonden. Het Franse plan bood een simpele oplossing voor de pijn van de entertainmentindustrie. En doorgaans werkt een simpel plan beter dan een ingewikkeld plan. De vraag is alleen wat het doel is?

      Ze hebben simpelweg toegegeven aan de verleiding om aan de ene kant de procedures te versoepelen en aan de andere kant de straffen te verhogen. “Dan laten ze het wel uit hun hoofd” is de gedachte hierachter. Het doel is dus duidelijk om effectief op te komen voor de belangen van de gene die de auteursrechten bezitten. En effectief opkomen voor deze belangen doet het. Het bezwaar is dat met de belangen van alle partijen moet worden opgekomen.

      Deze versoepeling gaat zo ver dat private auteursrechtenorganisaties de macht krijgen om eigenhandig internet provider te dwingen om hun klanten af te sluiten. Het moge duidelijk zijn dat dit plan op gespannen voet staat met het burgerrecht op een onafhankelijk oordeel van een rechter (art. 6 EVRM). En om dan ook nog eens zo ver te gaan dat mensen volledig van het internet afgesloten worden, maakt dat hier spraken is van een doodzonde.

      auteur-author-tekst-schrijven-handschrift.pngPartijen die zelf een belang hebben in de zaak kunnen zelf niet effectief opkomen voor de belangen van de klant. De belangen van de klant zijn immers veelal tegenover gesteld aan de gezamenlijke belangen van de internet provider en de auteursrechtenorganisaties. De belangen van de auteursrechtenorganisaties worden niet geschonden op het moment dat klanten onterecht worden afgesloten. Maar de belangen van die klant worden wel geschonden door dit onderonsje tussen de internetprovider en deze auteursrechtenorganisaties.

      Niet verwonderlijk dus dat de Europese ministers het Franse plan afwezen. Maar om de Franse regering niet helemaal in de kou te laten staan heeft de Europese Commissie nog eens goed naar het Franse plan gekeken. En zij zijn tot een compromis gekomen.

      Het Europees Parlement heeft echter voor dat compromis een stokje gestoken. Een meerderheid in het parlement vond het geen goed idee om de veroordeling van internetters over te laten aan een door de overheid ingestelde commissie. Het is een beetje te vergelijken met dat je een product hebt gekocht, een geschil met de winkelier krijgt en dan verplicht naar een geschillencommissie moet. Daar zitten winkeliers in die zelf een indirect belang hebben bij de zaak. Hier heeft de Franse overheid een belang in de zaak. Onder druk van de overheid kunnen dan onrechtmatige beslissingen genomen.

      De hoop is nu dat Frankrijk haar plannen zal laten varen. Anders is de kans groot dat dat een slecht plan over een paar maanden weer effectief zal worden weggestemd.

      Alex de Kruijff
      Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

      Impliciete licenties op toegestuurde productfoto’s

      envelop-hand.pngVia Boek9.nl een interessant vonnis over productfoto’s. Als je een CD-ROM met productfoto’s ontvangt, mag je die dan publiceren als winkel zijnde? En, intrigerend: wie heeft die CD eigenlijk opgestuurd als zowel de fotograaf als de groothandel ontkennen dit gedaan te hebben?

      Het bedrijf Moooi handelt in designmeubels en had een fotograaf ingehuurd voor een setje mooie productfoto’s. Deze productfoto’s waren auteursrechtelijk beschermd (wat niet altijd zo hoeft te zijn) en doken na enige tijd op op de website “fundadesign.nl” (nu: “designwonen.nl”) en op de website van NPU, waar de fotograaf niet blij mee was. Die stuurde dan ook een rekening, die NPU weigerde te voldoen omdat zij meende een licentie te hebben gekregen om deze foto’s te mogen gebruiken.

      NPU had namelijk enkele jaren als wederverkoper van Moooi gewerkt, en in die tijd had zij een CD-ROM gekregen per post waarop de foto’s stonden, plus productomschrijvingen van de producten van Moooi. Dat kon maar één doel hebben: dat NPU die foto’s en teksten op haar site zou plaatsen om zo de Moooi-producten te herverkopen. En dus mocht NPU er vanuit gaan dat zij ook een licentie had onder de auteursrechten op die foto’s om dit te doen. Zoals de rechtbank het formuleert:

      Het is immers gebruikelijk dat informatiemateriaal, dat rechtstreeks afkomstig is van de producent/leverancier, door de afnemer van de producten waarop dat informatiemateriaal ziet ten behoeve van de verkoop van die producten in de regel wordt gebruikt en mag worden gebruikt. Dit uitgangspunt wordt overigens bevestigd door de omstandigheid dat ook andere afnemers van Moooi-producten, dus niet zijnde NPU, op hun websites de door [eiser] gemaakte foto’s toonden (en thans tonen).

      Alleen: Moooi ontkende die CD-ROM ooit opgestuurd te hebben. En de fotograaf gooide daar nog bovenop dat Moooi die licentie helemaal niet kon geven zelfs als ze die CD hadden verstuurd, omdat de afgesproken licentie alleen voor de geautoriseerde dealers van Moooi gold en dus niet voor NPU. Maar, zo reageerde NPU dan weer, hoe had zij moeten weten dat Moooi slechts voor bepaalde dealers licenties afspreekt?

      Een lastige kwestie dus, die sterk draait om de vraag waar die CD dan toch vandaan kwam. Want:

      1. Als de CD direct van Moooi afkomstig was, dan mocht NPU er vanuit gaan dat zij geautoriseerd was om de inhoud daarvan online te zetten om de Moooi-producten te helpen verkopen.
      2. Als de CD van een ander afkomstig was, dan had NPU eerst moeten onderzoeken hoe het zat met licenties op de inhoud.

      Omdat niet duidelijk is waar de CD vandaan komt, krijgt NPU de gelegenheid om eens in het archief van de postkamer te gaan zoeken. Ook mag ze getuigen laten opdraven die kunnen verklaren wat er op de envelop stond of wat ze aan begeleidende brieven hebben aangetroffen in die envelop.

      Een leuke: ik bewaar echt niet alle licentieteksten bij het materiaal van derden dat ik gebruik. Ik lees het bij het moment dat ik het kopieer, en ga er vanuit dat er later nooit meer iemand komt klagen. Maar kennelijk kun je een jaar later opdracht krijgen om alsnog een licentie te overleggen. Oeps. Ik ga toch maar wat vaker screenshotten wat ik kopieer.

      Arnoud

      Over gamen en internetten in de bieb

      library-bieb.pngJaja, lezersvragenweek. Een lezer mailde me:

      In onze bibliotheek zijn onlangs computers neergezet met internettoegang waar games kunnen worden gespeeld. In principe mikken we daar op publiek van zestien jaar en ouder, maar eigenlijk controleren we niet hoe oud gebruikers zijn. Maar sommige spellen hebben een PEGI classificatie van 16+, dus nu zitten we met een probleem: moeten we nu leeftijdscontroles invoeren, of kunnen we maar beter die spellen weghalen? En hoe zit het met kinderen die meekijken?

      De PEGI classificaties zijn in Nederland geen wet maar een richtsnoer voor consumenten die games willen aanschaffen. Het is dus niet verboden om een kind van 10 een PEGI 16+ game te laten spelen, maar het wordt wel sterk afgeraden.

      Hetzelfde geldt eigenlijk voor minderjarigen die meekijken. Ook dat is niet verboden, maar als het gaat om extreem gewelddadige of seksistische spellen, zou ik me wel twee keer achter de oren krabben voor ik het op openbare computers aan zou bieden.

      Als het gaat om pornografische spellen, dan ligt dat anders. Ik kan me dat moeilijk voorstellen in een bieb, maar als mensen kunnen internetten dan kunnen ze ook pornosites bezoeken. En dan heb je een probleem als er zestien-minners in de buurt zijn. Het is namelijk strafbaar om personen onder de zestien jaar pornografie te laten zien (art. 240a Strafrecht).

      Als een achttienjarige dus porno bekijkt terwijl hij weet dat er minderjarigen (onder de 16) meekijken, dan pleegt hij een misdrijf. In de bieb is de kans groot dat die minderjarigen er zijn, dus ook als hij zegt geen kinderen gezien te hebben heeft hij een juridisch probleem.

      Ik zou dus als bieb zijnde gewoon het bekijken van dergelijke sites verbieden. Ook omdat je dan voorkomt dat je als medeplichtige wordt aangemerkt omdat de bieb ‘opzettelijk gelegenheid of middelen tot het plegen van het misdrijf’ zou aanbieden.

      Arnoud