Bij Rechtenforum.nl kwam de vraag langs wanneer een merknaam nu ‘sterk’ of ‘zwak’ is.
Een merknaam dient om de producten of diensten van een bedrijf te onderscheiden van die van de concurrent. Daarom moet een merk “onderscheidend vermogen” hebben, het vermogen om dat onderscheid te kunnen maken. “Melk” is voor melk niet onderscheidend, “Campina” wel. Maar hoe zit dat met “de witte motor”? Dat is niet letterlijk “melk” maar het heeft wel iets te maken met melk.
Het onderscheidend vermogen van merken kan dus nogal verschillen. De Amerikanen onderscheiden vier gradaties van sterkte, die ook hier wel gebruikt worden:
- Fanciful (het sterkste): een verzonnen woord, zoals Xerox, Senseo of Pepsi.
- Arbitrary: een bestaand woord dat niets te maken heeft met de categorie van producten, zoals Apple voor computers of Domino’s voor pizza.
- Suggestive: een woord dat iets suggereert over de categorie van producten, maar waarvoor wel de nodige associaties nodig zijn, zoals bij Gazelle voor fietsen (op die fietsen ga je net zo snel als een gazelle).
- Descriptive (het zwakste): een beschrijving van een eigenschap van het product, zoals Rechtenforum voor een discussieforum over juridische zaken of Wikipedia (een encyclopedia in de vorm van een Wiki).
Door je merk maar vaak genoeg te gebruiken, maak je het sterker. Zo kun je in theorie “coca-cola” als een beschrijvend of suggestief merk zien: het product bevat(te) cocaplantextract en kolanoten. Maar ondertussen is dit merk zo beroemd dat niemand de naam nog opvat als een aanduiding van de inhoud.
Ik zoek nog wat nieuwe voorbeelden; wie weet er leuke? Het liefst van de arbitrary marks, dus bestaande Nederlandse woorden die gebruikt worden voor volstrekt ongerelateerde producten. Maar ook suggestieve merknamen zijn welkom.
Arnoud
Een datacentrum in Groningen is juridisch hetzelfde als een cookie op een PC in Eindhoven, vindt de Artikel 29-werkgroep. Dit samenwerkingsverband van Europese privacytoezichthouders (met de op het OHIM na onwaarschijnlijkste naam voor een overheidsinstelling) heeft een
Het gebruik van internetfilters kan een schending van de mensenrechten zijn. Dat blijkt uit een rapport van de Raad van Europa dat eind maart uitkwam. De
Jaren geleden zag ik op het Jeugdjournaal een item waarin een geschokt meisje uit groep 8 research op internet had gedaan voor een werkstuk over haar kat. De site poesjes.nl bleek niet te bevatten wat zij verwachtte, en erger nog de floepvensters bleken niet weg te klikken. (Leraar: “Ach, dat gebeurt mij ook zo vaak”).
Dat een merknaam beschermd is, weten de meeste mensen wel. Maar ook de handelsnaam, de naam waaronder iemand zijn onderneming drijft, is beschermd. Zo’n handelsnaamrecht is een bijzondere eend in de intellectuele eigendomsbijt: er zijn geen eisen dat de handelsnaam uniek, nieuw of onderscheidend is. Het feit dat je jezelf “Slagerij Piet” noemt, is genoeg om bescherming voor de handelsnaam “Slagerij Piet” te krijgen. Als er dan het risico op verwarring bestaat bij klanten, moet die andere Piet ophouden zijn slagerij ook “Slagerij Piet” te noemen.
Google mag de naam Gmail in de gehele Europese Unie niet meer gebruiken voor zijn gratis webmaildienst,
Google betoogde nog dat het bij het beeldmerk van Giersch vooral om de kleurstelling en layout ging, en dat bovendien die slogan “und die Post geht richting ab” een wezenlijk onderdeel van het logo was. Google gebruikte andere kleuren en geen slogan (“beta” is geen slogan immers), dus zou het Duitse publiek bij haar Gmail dienst niet aan Giersch’ Gmail dienst kunnen denken. Maar daar ging de Kamer van Beroep niet in mee. Het beeldmerk had de letters “GMAIL” centraal, en elk gebruik van het woord GMAIL voor elektronische post zou bij het publiek een associatie met Giersch’ dienst op kunnen roepen.
De Europese Commissie heeft Google dinsdag toestemming gegeven voor de overname van het online advertentiebedrijf Doubleclick,