Hoe sterk is mijn merk?

Bij Rechtenforum.nl kwam de vraag langs wanneer een merknaam nu ‘sterk’ of ‘zwak’ is.

Een merknaam dient om de producten of diensten van een bedrijf te onderscheiden van die van de concurrent. Daarom moet een merk “onderscheidend vermogen” hebben, het vermogen om dat onderscheid te kunnen maken. “Melk” is voor melk niet onderscheidend, “Campina” wel. Maar hoe zit dat met “de witte motor”? Dat is niet letterlijk “melk” maar het heeft wel iets te maken met melk.

Het onderscheidend vermogen van merken kan dus nogal verschillen. De Amerikanen onderscheiden vier gradaties van sterkte, die ook hier wel gebruikt worden:

  1. Fanciful (het sterkste): een verzonnen woord, zoals Xerox, Senseo of Pepsi.
  2. Arbitrary: een bestaand woord dat niets te maken heeft met de categorie van producten, zoals Apple voor computers of Domino’s voor pizza.
  3. Suggestive: een woord dat iets suggereert over de categorie van producten, maar waarvoor wel de nodige associaties nodig zijn, zoals bij Gazelle voor fietsen (op die fietsen ga je net zo snel als een gazelle).
  4. Descriptive (het zwakste): een beschrijving van een eigenschap van het product, zoals Rechtenforum voor een discussieforum over juridische zaken of Wikipedia (een encyclopedia in de vorm van een Wiki).

Door je merk maar vaak genoeg te gebruiken, maak je het sterker. Zo kun je in theorie “coca-cola” als een beschrijvend of suggestief merk zien: het product bevat(te) cocaplantextract en kolanoten. Maar ondertussen is dit merk zo beroemd dat niemand de naam nog opvat als een aanduiding van de inhoud.

Ik zoek nog wat nieuwe voorbeelden; wie weet er leuke? Het liefst van de arbitrary marks, dus bestaande Nederlandse woorden die gebruikt worden voor volstrekt ongerelateerde producten. Maar ook suggestieve merknamen zijn welkom.

Arnoud

Wanneer mag je ® bij je merknaam zetten?

Een lezer vroeg zich af wanneer hij het ®- of TM-teken mocht gebruiken bij de merknaam van zijn producten, en wat er zou gebeuren als hij dat niet (of fout) deed.

Het ®-teken staat voor “registered trademark” en komt, zoals wel meer rare tekens, uit de Verenigde Staten. In Nederland is er geen wettelijke regeling over hoe je aanduidt dat iets een geregistreerd merk is. De reden dat de VS wel zoiets heeft, is omdat het hebben van een geregistreerd merk voordelen oplevert boven een ongeregistreerd merk. Bij ons bestaat het hele idee van een ongeregistreerd merk niet eens.

De reden om ® in de VS te gebruiken is dat je dan niet meer hoeft aan te tonen dat de inbreukmaker wist van het geregistreerde merk (15 USC 1111). En dat is handig, want iemand die willens en wetens inbreuk pleegt op je merkrecht moet meer schadevergoeding te betalen. Maar je mag ® alleen gebruiken als je ook echt een geregistreerd federaal merkrecht hebt op het teken. Het opzettelijk en verkeerd gebruiken van het teken ® in de VS is strafbaar als fraude.

In Nederland moet je een merk registreren om bescherming te krijgen. Maar in de VS kun je ook zonder registratie merkrechten krijgen, mits je het teken maar als merk gebruikt. Vandaar dat je bij zo veel woorden de aanduiding TM ziet staan. Het idee is dat je daardoor in ieder geval aangeeft dat het je bedoeling was om het woord als merk te gebruiken.

Arnoud

Privacywerkgroep slaat koektrommel dicht op Google’s handen

Een datacentrum in Groningen is juridisch hetzelfde als een cookie op een PC in Eindhoven, vindt de Artikel 29-werkgroep. Dit samenwerkingsverband van Europese privacytoezichthouders (met de op het OHIM na onwaarschijnlijkste naam voor een overheidsinstelling) heeft een Opinie over zoekmachines en privacy uitgegeven met als doel het verzamelen van persoonsgegevens van Europeanen door Amerikaanse zoekmachines (u mag drie keer raden wie) aan banden te leggen.

Uitgangspunt is dat iemands zoekgeschiedenis (natuurlijk) persoonsgebonden informatie is, en daarmee onderworpen aan de privacywetgeving. Ook als er geen naam aan vast zit: via een cookie of e-mailadres zijn mensen ook te herkennen. En de mogelijkheid dat je een stukje informatie tot iemand kunt herleiden, is genoeg om die informatie tot persoonsgegeven te maken.

Maar hoe kan Europese privacywetgeving nu van toepassing zijn op een Amerikaans bedrijf? Simpel, omdat het bedrijf apparatuur en computersystemen in Europa gebruikt. Een datacentrum in Groningen bijvoorbeeld. Of een cookie op een PC van een Europeaan.

Inderdaad, het plaatsen van een cookie op een Europese PC is genoeg om je aan de Europese wetgeving te binden. Dat concludeerde deze werkgroep al in 2002 maar toen luisterde niemand, dus zegt men het nu nog maar een keer:

The use of cookies and similar software devices by an online service provider can also be seen as the use of equipment in the Member State’s territory, thus invoking that Member State’s data protection law. … [T]he user’s PC can be viewed as equipment in the sense of Article 4 (1) c of Directive 95/46/EC. It is located on the territory of a Member State.

De specifieke regels die zoekmachines vervolgens voor hun kiezen krijgen, zijn niet verrassend: men moet blokkades zoals robots.txt respecteren, duidelijk aangeven welke informatie men verzamelt en deze zo snel mogelijk, maar uiterlijk na zes maanden weer weggooien (waar Google het niet mee eens is). Of anonimiseren, maar dat is een vrijwel onmogelijke opgave. En wie dat wil, kan zoekmachines aanschrijven met een verzoek tot inzage in het over hem opgebouwde profiel.

Wat nog opvalt, is dat het document vooral ingaat op het verzamelen van persoonsgegevens van gebruikers van de dienst (zoekopdrachten en andere informatie over zoekgedrag). Het feit dat bij indexatie van webpagina’s ook persoonsgegevens worden hergepubliceerd en op nieuwe manieren wordt gekoppeld, komt slechts heel kort aan bod. Maar dat is natuurlijk ook een vele malen complexer probleem.

Via Tweakers.

Arnoud

Internetfilters versus grondrechten, volgens Raad van Europa

Het gebruik van internetfilters kan een schending van de mensenrechten zijn. Dat blijkt uit een rapport van de Raad van Europa dat eind maart uitkwam. De Raad van Europa is onder andere verantwoordelijk voor het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat de belangrijkste grondrechten binnen Europa vastlegt. De Europese Unie heeft zich verplicht (in het EU-verdrag) deze grondrechten te respecteren. De opinie van het Comité van Ministers, het hoogste orgaan in deze Raad, is daarom dus erg belangrijk bij het beleid van de Europese Unie.

Eén van de Europese grondrechten is de vrijheid van meningsuiting, of liever gezegd de vrijheid om informatie te verzamelen en te verspreiden. Dit grondrecht (artikel 10 EVRM) komt in gevaar wanneer overheden en private partijen filters installeren om bepaalde informatie te weren. Ook het grondrecht op privacy (artikel 8 EVRM) kan in gevaar komen, bijvoorbeeld wanneer filters profielen over gebruikers opbouwen of doorgeven wie ‘verboden’ informatie opvraagt.

In haar verklaring van 26 maart verklaren de ministers dat filters alleen gebruikt mogen worden binnen het kader van het EVRM. De overheid mag alleen informatie blokkeren die door een onafhankelijke rechter illegaal is verklaard. Bovendien moet het filteren van de informatie de enige redelijke manier zijn om te zorgen dat de verboden informatie geblokkeerd wordt (“must be necessary in a democratic society”, noemt het EVRM dat).

Private partijen mogen verder gaan, maar men moet dan wel duidelijke uitleg geven over wat er gefilterd wordt, op welke manier (witte lijst, zwarte lijst, trefwoorden, URLs, meldingen van anderen) en hoe je kunt protesteren tegen een onterechte blokkade door een filter.

Ook worden de Europese landen opgeroepen om bedrijven en instellingen die filtersoftware bouwen, te wijzen op hun morele en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zij moeten beseffen hoe belangrijk privacy, meningsuiting, politieke participatie en andere grondrechten zijn, en daarmee rekening houden bij het ontwerp van hun filters. Nu wordt nog te vaak alleen maar geredeneerd vanuit het belang van de filterende instantie.

Het beschermen van kinderen ziet de Raad expliciet als een legitiem doel van filters. Maar ook daar moet rekening worden gehouden met de vrijheid van informatieverzameling en het belang van toegang tot kennis, ook -juist- voor kinderen. Filters mogen dus niet de enige maatregel zijn. Ook educatie en het opstellen van werkbare labels (zoals de Kijkwijzer voor televisie) voor inhoud moeten onderdeel van zo’n strategie zijn om de grondrechten van kinderen niet te schenden.

Met wat voor soort filters zouden jullie kunnen leven?

Via Ars Technica.

Arnoud

Sesamstaat en Pokemom als misleidende reclame

Jaren geleden zag ik op het Jeugdjournaal een item waarin een geschokt meisje uit groep 8 research op internet had gedaan voor een werkstuk over haar kat. De site poesjes.nl bleek niet te bevatten wat zij verwachtte, en erger nog de floepvensters bleken niet weg te klikken. (Leraar: “Ach, dat gebeurt mij ook zo vaak”).

Pijnlijk, maar te vermijden door niet zomaar namen in te typen. Gebruik een zoekmachine of typ alleen de namen in van bekende sites, zoals Pokemom.nl of Sesamstaat.nl. Eh, ik bedoel Pokemon.nl en Sesamstraat.nl natuurlijk. Want die twee typefoutdomeinen wijzen naar content die niet bepaald geschikt is voor kinderen (of uw werk, behalve bij Bram dan).

De stichting Mijn Kind Online had dit gesignaleerd in haar rapport Gratis (maar niet heus), en dat was aanleiding tot Kamervragen van het CDA waar we nu het antwoord op hebben. Een beetje teleurstellend is dat antwoord wel:

3. Uit het rapport blijkt dat via tikfout-domeinen, zoals www.pokemom.nl en www.sesamstaat.nl kinderen vaak ongepaste reclame, zoals advertenties voor porno-websites, tegenkomen. Wat vindt u hiervan?
Het is onwenselijk dat kinderen door een tikfout onbewust en ongewild op een internetsite komen die niet voor hen is bedoeld. De partij die de oorspronkelijke domeinnaam bezit, kan hiertegen optreden. Er kan sprake zijn van inbreuk op het merkenrecht. (…) Er is ook jurisprudentie waarbij een partij die een tikfout-domein beheerde, deze moest afstaan aan de merkrechthouder.

Inderdaad is er jurisprudentie over typefoutdomeinnamen. Maar in die zaken speelden rivaliserende commerciele belangen. Zo kon Startpagina.nl verbieden dat Online Recreational Services domeinnamen mocht voeren die identiek waren aan die van Startpagina-dochters, alleen dan zonder punt (juridischestartpagina.nl bijvoorbeeld). Dit vanwege de verwarring bij bezoekers.

Nu is er hier natuurlijk ook sprake van verwarring, maar uit dit antwoord leid ik af dat de minister het uitsluitend de taak van de sitehouders vindt om op te treden tegen typefoutdomeinen. Ook wanneer ze misleidende reclame en voor kinderen ongeschikte inhoud bevatten.

Het lijkt mij dat de Consumentenautoriteit hier eenvoudigweg kan ingrijpen: dit is misleidende reclame, want men adverteert met iets dat verwarrend veel lijkt op andermans merk. En zeker nu we de Richtlijn Oneerlijke handelspraktijken hebben, zou de CA of zelfs iedere ouder iets moeten kunnen doen aan zulke sites.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

Leesvoer voor de zondagmiddag

Een briljant stukje proza over internetbutler Google:

Whimsley Hall is now strewn, like Miss Haversham’s house, with cobwebs and dust. Most visitors no longer come in by the front door to take a tour. Instead, Mr. Google (a travel agent who doubles as our butler) directs them straight down to the basement where the family archives are kept and tells them to look at one particular historical document called The Netflix Prize: 300 Days Later. They read this and then they walk right out.

Lees verder in Mr. Google’s Guidebook, onder andere om te leren wat het verband is tussen Google en een oude Vikingkoning in York.

Via Rough Type: Nicholas Carr.

Arnoud

Reacties op “Gelieve niet op deze mail te reageren”

Veel bedrijven hebben de irritante gewoonte om je mails te sturen en onderaan te zetten dat je geen antwoord per mail mag sturen. Daarvoor moet je bellen of een vaag formulier op de site gebruiken. Om nu te voorkomen dat mensen toch gaan mailen, gebruikt men dan een ongeldig e-mailadres als afzender. Een populaire is het gebruik van “donotreply.com”. Ietwat pijnlijk alleen is dat dit domein al jaren gewoon bestaat, en dat de beheerder in zijn gebruiksvoorwaarden heeft staan dat hij alle ontvangen mails op zijn site publiceert.

De site ontvangt wekelijks miljoenen bounces en foutmeldingen, maar ook reacties van consumenten en zakelijke klanten op mails die met een donotreply.com-adres zijn verzonden. En die reacties variëren van scheldpartijen tot gedetailleerde financiële rapporten of lijsten met wachtwoorden of pincodes.

Security.NL vertelt:

Als [eigenaar Chet Faliszek] de bedrijven inlicht reageren die vaak vol verbazing en hij wordt regelmatig met rechtszaken bedreigd door bedrijven die niet snappen waarom hij de e-mail inclusief vertrouwelijke bijlagen ontvangt. “Mensen schreeuwen soms tegen me dat de e-mails privé zijn en ik ze niet moet lezen. Ze raken helemaal in paniek, met name als je met niet technische mensen binnen die bedrijven praat,” zo laat Faliszek weten, die zijn avonturen in dit blog bijhoudt.

Die rechtszaken zullen weinig kans maken. Als de afzender zelf zo slordig is met het invullen van het e-mailadres, dan aanvaardt hij de kans dat mensen toch gaan reageren. Je kunt dan moeilijk die ontvanger aanspreken voor de schade die je daardoor lijdt.

Faliszek is wel zo netjes om persoonsgegevens te anonimiseren voordat hij de mails publiceert.

Arnoud

Bescherming van een handelsnaam op internet

Dat een merknaam beschermd is, weten de meeste mensen wel. Maar ook de handelsnaam, de naam waaronder iemand zijn onderneming drijft, is beschermd. Zo’n handelsnaamrecht is een bijzondere eend in de intellectuele eigendomsbijt: er zijn geen eisen dat de handelsnaam uniek, nieuw of onderscheidend is. Het feit dat je jezelf “Slagerij Piet” noemt, is genoeg om bescherming voor de handelsnaam “Slagerij Piet” te krijgen. Als er dan het risico op verwarring bestaat bij klanten, moet die andere Piet ophouden zijn slagerij ook “Slagerij Piet” te noemen.

Slager Piet hoeft daar niets voor te doen. Registratie van de naam is niet verplicht voor deze vorm van bescherming. Wel is de handelsnaam geografisch beperkt. Slager Piet in Eindhoven kan niets doen tegen slager Piet in Amsterdam (of omgekeerd).

Toevallig vroeg iemand me vorige week hoe dat nu uitpakte met handelsnamen voor webwinkels, en nu is er een vonnis waarin precies zo’n handelsnaamgeschil speelde. In principe zijn webwinkels niet beperkt tot een specifiek geografisch gebied, dus kan slagerpiet.nl dan optreden tegen slagerijpiet.nl?

In deze zaak ging het om de bedrijven Netline en Netlin, die allebei IT-gerelateerde producten verkochten via een webshop. De namen leken dusdanig veel dat er verwarring bij het publiek te verwachten was. In het vonnis werd geen aandacht besteed aan de vraag in welk geografisch gebied de bedrijven opereerden; kennelijk veronderstelde de rechter dat dat voor beide bedrijven heel Nederland was. Netlin moest dus het gebruik van die naam staken en bovendien de domeinnaam netlin.nl afstaan aan Netline.

Nou zou je nog kunnen zeggen dat “Netline” een redelijk unieke naam is voor een bedrijf, en dat Netlin dus beter had moeten opletten in het handelsnaamregister. Maar een handelsnaam hoeft niet uniek te zijn. In januari van dit jaar won Thuisbezorgd.nl bijvoorbeeld een zaak tegen Thuisbezorgen.nl. “Thuisbezorgd” is een volstrekt beschrijvende naam voor een bedrijf dat thuisbezorgt natuurlijk. Toch moest Thuisbezorgen ophouden met haar gebruik van die domeinnaam, omdat die verwarring stichtte met haar handelsnaam. Thuisbezorgen mocht de domeinnaam wel houden, maar alleen voor activiteiten gebruiken die anders waren dan die van Thuisbezorgen.nl.Thuisbezorgd.nl.

Arnoud

Google verliest merkrecht op Gmail vanwege ouder Duits merk

Google mag de naam Gmail in de gehele Europese Unie niet meer gebruiken voor zijn gratis webmaildienst, meldde Tweakers. Dat klopt niet helemaal: Google is haar merkrecht op “GMAIL” kwijtgeraakt, wat iets anders is dan dat Google het teken “GMAIL” niet meer zou mogen voeren. De beslissing komt van de Kamer van Beroep van de Europese merkeninstantie met de meest onwaarschijnlijke naam ooit -de Harmoniseringsdienst voor de Interne Markt. Het woordmerk zou verwarring kunnen stichten met het oudere beeldmerk van de Duitser Daniel Giersch.

Dit lijkt wat provinciaal. Google gebruikt het merk wereldwijd, terwijl Giersch zijn dienst alleen in Duitsland aanbiedt. Ook Giersch’ merk was alleen in Duitsland gedeponeerd. Google wilde het Europese merkrecht op “GMAIL”. En juist daarom is de beslissing terecht: wie een Europees merk wil, moet zorgen dat hij in de hele EU recht heeft op dat merk.

Zowel Giersch’s Duitse beeldmerk 30025697 als Google’s woordmerk 003753621 betroffen elektronische post en telecommunicatiediensten. En voor zo’n categorie diensten kan er maar eentje een bepaalde naam hebben natuurlijk. Bij merken geldt dan wie het eerst komt, die het eerst maalt. In het geval van (Europese) Gemeenschapsmerken is die regel nog strenger: elk merk uit een EU-land kan worden ingezet tegen een identiek later EU-merk.

Google betoogde nog dat het bij het beeldmerk van Giersch vooral om de kleurstelling en layout ging, en dat bovendien die slogan “und die Post geht richting ab” een wezenlijk onderdeel van het logo was. Google gebruikte andere kleuren en geen slogan (“beta” is geen slogan immers), dus zou het Duitse publiek bij haar Gmail dienst niet aan Giersch’ Gmail dienst kunnen denken. Maar daar ging de Kamer van Beroep niet in mee. Het beeldmerk had de letters “GMAIL” centraal, en elk gebruik van het woord GMAIL voor elektronische post zou bij het publiek een associatie met Giersch’ dienst op kunnen roepen.

Google heeft nu twee problemen: ze is haar merkrecht kwijt, en als ze desondanks hun dienst “GMAIL” blijven noemen in Duitsland, kan Giersch met zijn beeldmerk daar tegen optreden. In 2005 verloor Google al een vergelijkbaar dispuut in Groot-Brittannië. Google zal nu dus waarschijnlijk in de hele EU de dienst “Google Mail” gaan noemen. De domeinnaam ‘gmail.com’ zal het bedrijf wel blijven gebruiken. De kans dat Giersch via domeinnaamarbitrage deze over kan nemen, lijkt me klein.

Google en Giersch liggen al jaren overhoop over GMAIL. In 2006 had Google nog geprobeerd om het merk voor $250,000 te kopen van Giersch, maar die is absoluut niet van plan de naam te verkopen.

Arnoud

Kroes keurt overname Doubleclick door Google goed

De Europese Commissie heeft Google dinsdag toestemming gegeven voor de overname van het online advertentiebedrijf Doubleclick, meldt nu.nl. De grootste advertentieboer en zoekmachine ter wereld kan daarmee haar aankoop van die andere grote advertentieboer afronden.

Uit onderzoek van de Commissie bleek namelijk dat er geen kans was op een beperking van de concurrentie, iets waar de Commissie altijd erg fel op is. De reden is vrij eenvoudig: de twee bedrijven opereren niet in dezelfde markt.

Zoals Emerce schrijft:

Google brengt adverteerders via een zelf ontwikkeld bemiddelingssysteem in contact met gebruikers van zijn zoekmachine en geaffilieerde sites. DoubleClick is een bedrijf dat technologie exploiteert om beeldreclame (banners) uit te serveren.
DoubleClick is met andere woorden niet actief in de markt waar Google groot in is. Door DoubleClick te kopen, verandert er dus niets aan Google’s positie op die markt. En daarom is er geen juridisch bezwaar tegen de overname.

Maar het privacyprobleem daarmee dan? Tsja. Dat behoort niet tot het onderzoeksgebied van de Europese Commissie. Daar moeten andere instanties een uitspraak over doen, maar dat kan pas als blijkt dat Googleclick zich niet aan de strenge Europese wetgeving over privacy houdt.

Poll: wie heeft Doubleclick nog niet in zijn of haar Adblock lijst dan wel /etc/hosts staan? en zo ja waarom niet?

Arnoud