“Providers moeten gaan optreden tegen inbreuk”

De tijd van graduated response tegen inbreuk op auteursrecht is gekomen, zo citeert Ars Technica de IFPI. Graduated response, in de VS ook wel bekend als three-strikes beleid, is een aanpak waarbij een provider bij gemelde inbreuk op rechten zelfstandig optreedt tegen de verantwoordelijke klant. Eerst met een waarschuwing, dan met een sommatie en dan met afsluiting van (een deel van) de internetdienstverlening. Zo’n systeem van waarschuwingen is in juli in Engeland ingevoerd.

Nu zie ik niet zo veel problemen met de klanten verplicht waarschuwen. Dat maakt de provider een doorgeefluik tussen klager en klant. In plaats van persoonsgegevens te moeten afgeven (met alle privacyimplicaties en -risico’s van dien) stuurt de provider langs de bekende weg de berichten door. De klant kan er dan zelf voor kiezen om direct te reageren. In de door Remy Chavannes voorgestelde Nomen Nescio-procedure zou de provider uiteindelijk ook de dagvaarding door moeten sturen, waarna de klant zelf gedaagd wordt.

Wat me wel zorgen baart, is het vervolg op “three strikes”, namelijk “you’re OUT”. Afsluiten van internet, of zelfs maar een deel daarvan, is een ingrijpende maatregel die alleen na een gerechtelijk vonnis opgelegd zou mogen worden. Recht op toegang is tenslotte een grondrecht, en daarin zijn inbreuken alleen toegelaten als die bij wet geregeld zijn. Ik zou zelfs zeggen in de strafwet, zodat je als internetter de hoogstemogelijke bescherming krijgt.

Arnoud

Beetje anders – Boek9.nl

Hoera voor Boek 9Reden voor een feestje: IE-blog Boek 9 heeft een nieuwe huisstijl, en belangrijker, heeft eindelijk paginatitels die overeenkomen met waar de pagina over gaat.

Bij deze beloof ik dus plechtig niet meer naar deze blog te verwijzen als “Volledig bericht, pardon Boek 9″.

Alleen, waarom zegt de RSS feed afkomstig te zijn van Energierecht.nu?

Arnoud

Weblicenties BUMA op losse schroeven

loketten.jpgOeps: de BUMA mag geen licenties voor online muziekgebruik meer geven. Althans wanneer de website buiten Nederland te benaderen is. Dat blijkt uit een vonnis in kort geding dat gisteren werd gepubliceerd. BUMA is niet gerechtigd om licenties voor muziekwerk van buitenlandse artiesten te verkopen voor gebruik buiten Nederland.

Elk land heeft zijn eigen rechtenorganisatie. In Nederland is dat de BUMA, in Groot-Brittannië is dat de Performing Right Society (PRS), Deze organisaties hebben een leuk Europees kartel opgezet. Iedere organisatie geeft iedere andere organisatie het recht om licenties te geven voor bij hen aangesloten leden, maar alleen in het land waar die andere organisatie actief is. De BUMA mag dus licenties verkopen voor Britse muzikanten (die bij PRS zitten), maar alleen voor muziekgebruik in Nederland.

Nu is dat contract uit 1936 (ja, 1936) dus hoe er moest worden omgegaan met online muziekgebruik was nooit echt duidelijk geregeld. Na een tijdelijke regeling die in 2003 afliep, kregen PRS en BUMA kennelijk ruzie want er werd verder niets meer geregeld. In juli 2008 verkocht BUMA een licentie voor heel Europa aan Beatport.

Daar werd PRS heel boos om, en stapte naar de rechter. En die besliste nu dus dat BUMA daar het recht niet voor had:

De voorzieningenrechter in kort geding verbiedt de Nederlandse muziekrechtenorganisatie BUMA om licenties voor online muziekgebruik (via satelliet, kabel of internet) van het muziekrepertoire van de Britse muziekrechtenorganisatie PRS buiten Nederland aan te bieden, af te sluiten of daaraan uitvoering te geven. BUMA is niet bevoegd dergelijke licenties te verlenen, nu PRS haar die rechten nimmer heeft overgedragen. Een redelijke contractsuitleg van de wederzijdse overeenkomst tussen partijen brengt dat ook niet mee.

Dat maakt de waarde van een BUMA-licentie voor internetmuziekwinkels of webcasting stations dus behoorlijk twijfelachtig. Een treurige zaak, want zonder Europawijde licentie is een muziekwebsite niet of nauwelijks nog te opereren.

BUMA had terecht nog aangevoerd dat de bovengenoemde marktverdeling in feite een verboden kartel is (iets wat de Europese Commissie in 2000 ook al vond), maar de rechter vond dat geen aanleiding om het verbod te weigeren. Het enkele beperken tot een bepaald land is nog geen verboden marktverdeling.

Met een beetje pech zit elke Europese muzieksite straks ook achter zo’n irritante “wij kunnen aan uw IP-adres zien dat u uit Nederland komt en mogen u dus helaas geen muziek leveren” venstertje. Mooi is dat. Gelukkig is downloaden uit illegale bron nog steeds legaal bij ons.

Via Boek9.nl (!!!).

Arnoud

Website exploitant vervolgd voor ‘websmaad’ (gastpost)

mr. StaringVandaag weer een gastbijdrage van strafrechtadvocaat mr. A.H. (Bert) Staring. Mooi inhakend op de discussie van dinsdag over Fok!.

Een recent voorbeeld van strafrechtelijke vervolging van een website exploitant is de zaak van Budget Webhosting en diens directeur uit Beverwijk. Deze exploitant weigerde op bevel van de Officier van Justitie op te treden tegen de smadelijke uitlatingen op de website van ene Ruud R., destijds woonachtig in Emmen, die zijn gal spuwde over een advocaat. Zo had deze Ruud R. een advocaat ondermeer uitgemaakt voor “psychopaat, rechter bedriegend advocatentuig die schuldig is aan dood door schuld” etc..

De Officier Justitie is tot vervolging van deze exploitant overgegaan en de zaak is in juli van dit jaar voorgekomen bij de Rechtbank Assen. De Rechtbank heeft de Officier van Justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van Budget Webhosting. Tegen deze beslissing van de Rechtbank is door de Officier van Justitie hoger beroep ingesteld. De vragen die in dit verband rijzen zijn: In hoeverre een website exploitant of een andere tussenpersoon, die van een ander afkomstige gegevens die strafbare informatie bevatten doorgeeft of opslaat, het risico loopt zelf te worden vervolgd? Over welk soort delicten hebben we het dan en hoe kan vervolging worden voorkomen?

Het gaat hier dus om tussenpersonen die elektronische communicatiediensten verlenen bestaande in de doorgifte of opslag van gegevens die van een ander afkomstig zijn. Er zijn in dit verband drie vormen van dienstverlening te onderscheiden.

  • Bij ‘mere conduit’ fungeert de dienstverlener slechts als doorgeefluik: hij geeft informatie door of verschaft toegang tot een communicatienetwerk. Onder ‘mere conduit’ vallen ook de automatische, tussentijdse en tijdelijke opslag van doorgegeven informatie, voor zover deze uitsluitend dient voor de doorgifte en niet langer duurt dan daarvoor redelijkerwijs noodzakelijk is.

  • Bij ‘caching’ gaat het om het automatisch, tussentijds en tijdelijk opslaan van informatie om latere doorgifte daarvan aan andere gebruikers van de dienst doeltreffender te maken.

  • Bij ‘hosting’ gaat het (tevens) om de langer durende opslag van verstrekte informatie, hetgeen een minder passieve rol van de tussenpersoon impliceert dan bij ‘mere conduit’ en ‘caching’.
Zoals gezegd gaat het om gegevens met strafbare informatie, bijvoorbeeld smadelijke, discriminatoire teksten dan wel afbeeldingen waarvan de opslag en doorgifte strafbaar is. Maar het kan ook gaan om bedreigende teksten. Een recent voorbeeld hiervan is de aangifte van Geert Wilders tegen de beheerder van de bekende digitale vriendennetwerk Hyves wegens de jegens hem gedane doodsbedreigingen door bezoekers van deze site. Zo zouden tientallen bezoekers op de ‘Anti-Wilders hyves’ hebben geschreven dat ze de politicus ‘een kogel door zijn kop zullen schieten als ze hem tegenkomen op straat.’. Het is evenwel nog onduidelijk of de beheerder van Hyves hiervoor zal worden vervolgd.

Betekent dit dan dat providers en exploitanten of andere tussenpersonen rücksichtslos kunnen worden vervolgd? Neen, de wet voorziet in een vervolgingsuitsluiting voor deze groep tussenpersonen. De achterliggende gedachte hierbij is de vrijheid van meningsuiting in een digitale omgeving zoveel mogelijk te ondersteunen door de neiging tot preventieve censuur door de tussenpersonen, uit angst voor vervolging, weg te nemen. Er moet evenwel aan bepaalde voorwaarden zijn voldaan wil vervolging kunnen worden voorkomen.

Zo moet de tussenpersoon wel ‘als zodanig’ hebben gehandeld om gevrijwaard te kunnen zijn van vervolging. Dat betekent dat zijn optreden niet verder mag reiken dan ‘mere conduit’, ‘caching’ en/of ‘hosting’. Hij mag zich niet bemoeien met ontstaan, bestemming en/of inhoud van de doorgegeven of opgeslagen gegevens noch mag hij de opslag van gegevens onder zijn gezag of toezicht doen plaatsvinden. Bij ‘mere conduit’ en louter ‘caching’, die vooral passief van aard zijn, zal deze voorwaarde weinig problemen opleveren. Bij ‘hosting’, dat een actievere betrokkenheid bij de gegevens behelst, kan het lastiger zijn vast te stellen of aan de voorwaarde is voldaan. Indien de ‘hoster’ weet dat hij onwettige informatie opslaat, kan sprake zijn van zo’n nauwe betrokkenheid bij de gegevens dat hij niet meer een uitsluitend faciliterende rol speelt; hij treedt dan niet meer ‘als zodanig’ als tussenpersoon op. Ook samenwerking met een afnemer van de dienst om onwettige handelingen te verrichten, gaat het karakter van ‘als zodanig’ optreden te buiten. Kennis van het strafbare karakter van de informatie is evenwel geen onderdeel van de vervolgingsuitsluiting.

Daarnaast moet de tussenpersoon voldoen aan een bevel van de Officier van Justitie om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om gegevens ontoegankelijk te maken. Maar dit bevel kan de Officier Justitie alleen geven als hij hiervoor toestemming heeft gekregen van de rechter.

Welnu, in de hier bovengenoemde zaak van Bugdget Webhosting had de Officier van Justitie weliswaar toestemming gevraagd aan de rechter maar deze niet gekregen. Toch heeft de Officier Justitie Budget Webhosting bevolen om op te treden tegen de smadelijke uitlatingen op de website van Ruud R.. Daar Budget Webosting dit bleef weigeren is de Officier Justitie tot vervolging overgegaan en is de zaak voorgekomen bij de Rechtbank Assen. Volgens de rechter te Assen is het Officier van Justitie hiermee over de schreef gegaan aangezien de vereiste toestemming voor een bevel ontbrak. Budget Webhosting is daardoor een beroep op een vervolgingsuitsluitingsgrond onthouden. Het OM had volgens de rechter dan ook niet tot vervolging mogen overgegaan. Het Openbaar Ministerie is daarom niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van Budget Webhosting. Tegen deze beslissing is de Officier van Justitie vervolgens in hoger beroep gegaan. Deze zaak krijgt dus nog een staartje.

mr. A.H. (Bert) Staring is advocaat in Arnhem, gespecialiseerd in strafrecht.

AD wil principeuitspraak over citaatrecht bij nieuws

regioselect-eindhoven.png Het Algemeen Dagblad daagt de Telegraaf Media Groep voor de rechter wegens ‘onevenredig gebruik’ van zijn nieuwsberichten op de website Telegraaf Regioselect, Tweakers gisteren. Regioselect is een regionale nieuwsbrief van de Telegraaf, met daarin koppen en samenvattingen van artikelen op regionale nieuwswebsites. Volgens het AD wordt daarbij onrevenredig veel gebruik gemaakt van regionale edities van het AD. Het AD wil nu dan ook een principiële uitspraak over citaatrecht bij nieuws. Zo’n uitspraak kan ook bij weblogs en andere internetmedia erg belangrijk zijn.

Samenvatten en doorgeven van nieuws valt onder het citaatrecht (“citeren in de vorm van persoverzichten uit in een dag-, nieuws- of weekblad of tijdschrift verschenen artikelen”), en belangrijker nog onder de zogeheten persexceptie. De pers heeft het recht om actueel nieuws over te nemen. Het is immers een belangrijke vorm van vrije meningsuiting om nieuws te kunnen melden. Wel moet het dan gaan om een “medium dat een zelfde functie vervult” als een dag-, nieuws- of weekblad of tijdschrift. Een nieuwsbrief via internet lijkt me daar in principe wel onder te vallen. Alleen, de nieuwsbrief komt drie maal per week uit. Hoe actueel is de berichtgeving daarin nog?

De nieuwsbrief lijkt mij dan ook eerder een digitale knipselkrant. Ook die kunnen van de persexceptie gebruik maken, maar dat recht is wel beperkter dan bij actueel nieuws. Bij de parlementaire behandeling van de laatste aanpassing van de Auteurswet merkte de minister daarover op dat de grens zou liggen bij

de situatie waar het gebruik van nieuwsberichten een economisch zelfstandige betekenis krijgt en die ook een exploitatiebelang van rechthebbenden raakt, bijvoorbeeld omdat rechthebbenden in die behoefte met behulp van dienstverlening voorzien.

In die gevallen zou de zogeheten driestappentoets uit de Berner Conventie de doorslag moeten geven bij de vraag of er sprake is van een legitiem gebruik van de persexceptie. En dat zal neerkomen op de vragen of de “normale exploitatie” van de regionale AD-websites wordt aangetast, en of dat een onredelijke schade oplevert voor het AD.

In PCM vs. kranten.com werd erkend dat een overzicht van koppen met hyperlinks maken mocht, “om op deze wijze een overzicht van de berichten en artikelen in diverse media te geven.” Hoe belangrijk dat ‘diverse media’ was in dit vonnis durf ik niet te zeggen, maar ik zou verwachten dat het vonnis anders uitgevallen was als men zich maar op één site had gebaseerd.

Update (3 februari) via-via hoor ik dat er is geschikt. Geen toelichting over de onderlinge afspraken.

Arnoud

Grenzen aan columns en de aansprakelijkheid van Fok!

halsema-oplopers.jpgOok de websatire kent grenzen, schreef NRC gisteren. Dit natuurlijk naar aanleiding van de column ‘Femke Halsema moet dood’ van Driek Oplopers bij Fok!. De column zou ironisch bedoeld zijn en “Groenlinks slechts een spiegel voor hebben willen houden in hoe de partijleider de affaire-Duyvendak heeft afgehandeld”. Dat had, zacht gezegd, dan wel iets duidelijker uit de pen kunnen komen. Zoals ik tegenover NRC zei, “dit was een persoonlijk gekleurde oproep om iets bij haar huis te doen. Elke relativering ontbrak.” (Hij zei ooit vrijwel hetzelfde over Geert Wilders maar dat is nooit opgepikt.)

In het NRC artikel nog een intrigerende opmerking van Michael Polman van provider Antenna (en “van ISOC“?):

Het is onduidelijk wie er, behalve de scribent zelf, verder nog strafrechtelijk vervolgbaar is bij dergelijke oproepen. De website zelf is in elk geval juridisch aansprakelijk en steeds vaker ook de providers. Die plegen, om dat te voorkomen, in toenemende mate zelfcensuur”, zegt Michael Polman van Internet Society Nederland en internetprovider Antenna. Internetproviders krijgen volgens hem nu al te maken met justitiële acties als tapverzoeken en inbeslagnames van sites als de officier van justitie of de rechter-commissaris daarom verzoekt.

Ik vraag me af of Fok! hier inderdaad zo evident aansprakelijk zou zijn. Fok! leest columns van vaste columnisten niet vooraf en past dus geen selectie toe in wat deze mensen schrijven. Daarmee zou in eerste instantie alleen de columnist zelf aansprakelijk moeten zijn. Hoewel je je natuurlijk kunt afvragen of je bij een columnist die op het redactionele deel van een site publiceert niet had moeten screenen.

De link met de zelfcensuur van providers zie ik alleen niet. Het was Fok! dat de column weghaalt, de website dus en niet de provider van Fok!.

Bovendien zou het wel erg vreemd zijn als providers overgingen tot zelfcensuur. Juist wanneer ze vrijwillig op zoek gaan naar mogelijke problemen en die pagina’s blokkeren, worden ze aansprakelijk voor wat ze laten staan. Ik hoop dus maar dat Polman met die ‘zelfcensuur’ bedoelde dat men pagina’s na klachten weghaalt.

Arnoud<br/> (afbeelding via De Pers)

Welke schade lijdt een Creative Commonsgebruiker?

creative-commons.gifEen lezer wees me op dit interessante artikel van Dan Heller over schadevergoeding bij inbreuk op Creative Commonslicenties. Waar het artikel in het kort op neerkomt, is dat je in de VS nogal zwak staat bij inbreuk op Creative Commons foto’s. Je hebt namelijk geen schade omdat je de foto zelf al gratis op internet zet(!). En zonder schade geen schadevergoeding.

Is dat ook zo in Nederland, vroeg deze lezer zich af. Ja, ook in Nederland heb je dan een interessant probleem. Je kunt best schadevergoeding eisen, maar welke schade heb je als jouw CC-foto in een tijdschrift wordt gezet? Adam Curry kreeg bijvoorbeeld geen schadevergoeding van Weekend nadat ze zijn CC-BY-NC foto’s van Flickr hadden afgedrukt.

De commerciële waarde van de vier foto’s is echter gering te achten, nu zij reeds op internet voor eenieder toegankelijk zijn. Vooralsnog is niet aannemelijk geworden dat de materiële schade die [eiser1] door het publiceren van de foto’s heeft geleden nog niet voldoende is weggenomen door het plaatsen van de onder 1f geciteerde mededeling en door het aanbod een vergoeding van € 1.500,- te betalen. … De conclusie tot zover is dat het schenden van de Licentie door gedaagden geen schade (meer) oplevert.

Het punt is dat je als fotograaf moet bewijzen dat je schade hebt. En dat is lastig als je je foto zelf al gratis weggeeft. Welke royalty had je dan gevraagd aan die inbreukmaker? Welk bedrag ben je misgelopen, of hoe veel ben je er nu op achteruit gegaan? En dat is vrij lastig, zo niet onmogelijk aan te tonen als je je foto’s gratis weggeeft.

Wel legde de rechter Weekend een verbod op om nog meer foto’s te publiceren, en koppelde daar een dwangsom van € 1.000,- per overtreding aan (met een maximum van € 20.000,-). En die dwangsom zijn dus een leuke variant op de ‘statutory damages’ uit de VS. Dat is namelijk het grote dreigmiddel daar: de wet bepaalt daar dat je vaste bedragen mag eisen, tot anderhalve dollarton aan toe, mits je je werk maar vooraf geregistreerd hebt (17 USC 412).

Je zou eventueel nog winstafdracht kunnen vorderen (art. 27a Auteurswet), maar dan moet je wel bewijzen welk deel van de winst van de publicatie door jouw foto komt. Ook niet triviaal.

Wie heeft er succes met aanpakken van schenders van zijn Creative Commonslicentie?

Arnoud

Krijgt u ook minder spam de laatste tijd?

Ik dacht eerst dat het aan mij lag, maar toen las ik iemand bij Slashdot die hetzelfde had: de hoeveelheid spam in mijn inbox is dramatisch omlaag gegaan de laatste tijd. Hetzelfde geldt voor de spam die op mijn blog binnenkomt. Ergens wel goed, want mijn spamfilter en ik werden er nogal moe van, maar wel raar.

De meest gehoorde speculatie is dat dit komt omdat veel spam vanuit botnets in Rusland wordt verstuurd, en al die botnets nu bezig zijn om Georgië aan te vallen. Intrigerend.

Hoe is dat bij jullie?

Arnoud<br/> PS: vergeet niet in te tekenen op mijn boek!

Is een webformulier invullen een koop op afstand?

archief-opslag-catalogus.jpgEen lezer had via een website een aantal motoronderdelen besteld. Dit was geen moderne winkel met winkelwagentje en online catalogus; hij moest de nummers noteren en via het bestelformulier de bestelling doorgeven. Zo gezegd, zo gedaan. Hij had alles netjes ingevuld, zijn adres erbij gezet en op “Aanvragen” geklikt. Het bedrijf had hem een mail gestuurd met wat het zou gaan kosten, en hij had teruggemaild dat dat prima was. Een paar dagen later bedacht hij zich, maar het bedrijf wilde de overeenkomst niet ontbinden. Dat mocht onze lezer helemaal niet, aldus de bedrijfsleider, want dit was helemaal geen overeenkomst op afstand. Oh nee?

Voor een overeenkomst op afstand moet er volgens artikel 7:46a lid a BW “tot en met het sluiten van de overeenkomst uitsluitend gebruik wordt gemaakt van één of meer technieken voor communicatie op afstand”. Dat is elk middel waarmee je met elkaar kunt communiceren zonder dat je bij elkaar aanwezig bent (lid d). Een formulier op een website valt daar ook gewoon onder. E-mail ook. Dus wordt hier gebruik gemaakt van “één of meer technieken voor communicatie op afstand”.

Ook moet de winkelier gebruik maken van een “door de verkoper of dienstverlener georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand”. Zoals de ConsuWijzer het formuleert, de winkelier moet dus “normaal gesproken” verkopen via zo’n middel voor communicatie op afstand. Een winkel die een keer via de website een mailtje met een bestelling accepteert, is dus nog niet altijd bezig met koopovereenkomsten op afstand.

Een winkel die zijn site voorziet van een bestelformulier, is echter toch echt structureel bezig met bestellingen accepteren via internet. En dat maakt de overeenkomsten die via het formulier gesloten worden, overeenkomsten op afstand met alle bijzondere rechten en plichten van dien.

Tentamenvraag: wanneer is de overeenkomst tot stand gekomen? Bij het drukken op de “Aanvragen” knop, bij het mailtje met de prijsopgaaf of bij de retourmail met “prima”?

Arnoud

Mag een schoolfoto op de website?

groepsfoto-klassenfoto.jpgEen lezer mailde me met deze vraag:

Wij zijn een openbare basisschool en hebben net een nieuwe website op het internet staan. Nu hebben wij de groepslijsten met de namen van de kinderen geplaatst en tevens de groepsfoto’s. Onze vraag is of dit niet in strijd is met de privacy van de kinderen?

Namen en foto’s waar personen herkenbaar op staan, zijn persoonsgegevens. Het publiceren van zulke informatie is een verwerking van persoonsgegevens die onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens valt. Dat betekent dat je als school in principe toestemming moet hebben van de betrokkenen. In dit geval de ouders, omdat de betrokkenen (de kinderen) natuurlijk minderjarig zijn.

Een paar jaar geleden hoorde ik van een kind wiens naam en foto ook op een schoolsite waren gezet, zonder dat ze dat zelfs maar was gemeld. Dat pakte bijzonder pijnlijk uit – het kind en zijn moeder waren ondergedoken voor de stalkende vader. Via Google had deze ze man ze snel weer gelokaliseerd. Nou is dat een extreem geval, maar het geeft wel aan waar je tegenaan kunt lopen bij publicatie.

Het beste is dus om de ouders expliciet om akkoord te vragen dat deze informatie van hun kinderen op internet te vinden is. Nu kan dat bij een grote basisschool lastig zijn. Denk bijvoorbeeld aan een groepsfoto waarbij één ouder publicatie niet wil en de overige 35 wel. Een kind ‘uitpixelen’ of van zwart balkje voorzien is ook zo wat, dus in zo’n geval zou je kunnen kiezen voor publicatie op een semi-besloten deel van de site. Met een Robots.txt bestand kun je zoekmachines weghouden van zo’n pagina. Daarmee zijn veel van de bezwaren weggenomen lijkt me.

Arnoud