Duitse mededingingsautoriteit onderzoekt Facebook om gebruiksvoorwaarden

facebook-duitsland-likeHet Bundeskartellamt laat weten dat het is begonnen met een onderzoek naar Facebook, omdat de toezichthouder vermoedt dat het bedrijf zijn dominante marktpositie misbruikt, las ik bij Tweakers. Het misbruik zou eruit bestaan dat ze steeds meer privacyschendingen opdringen, waar iedereen dan zich verplicht voelt toestemming voor te geven. Want tsja, ga maar eens weg bij Facebook.

De aankondiging verraste me wel een beetje. Als het gaat om privacyschendingen, dan zou je zeggen dat de privacytoezichthouder daar wat van moet vinden. En in Duitsland gebeurt dat ook met enige regelmaat. Wordt er wel netjes toestemming gevraagd, krijgt de gebruiker adequate informatie, kun je je dossier inzien en wordt er geen data naar het perfide Amerika gesmokkeld, dat soort dingen zijn eigenlijk gewoon privacyvragen. Dus waar bemoeit die mededingingswaakhond zich mee?

Tegelijk voelt het ook heel logisch. Het punt met Facebook is niet zozeer dat ze heel veel van je vragen en je diep besnuffelen om getargete advertenties naar je te sturen. Het punt is vooral dat je eigenlijk geen keuze hebt. Weggaan bij Facebook is voor veel mensen geen optie. Het netwerk is te waardevol om contact te onderhouden met familie, vrienden en kennissen. En dát noemen we een schending van de Mededingingswet, mensen de facto dwingen bij je te blijven en ze dan steeds eenzijdiger voorwaarden opleggen of dingen laten doen.

Een ander punt waar de Bundeskartellamt mee komt, is dat de terms & conditions van het sociale netwerk wel héél erg onduidelijk en daardoor onbegrijpelijk zijn voor de gemiddelde consument. Wat gebeurt er met je data, en waar ga je allemaal mee akkoord? Zelfs mensen die de Facebook TOS hebben gelezen, weten dat niet: de voorwaarden veranderen immers met enige regelmaat. En gezien de impact die dat heeft, is ook dat een stukje machtsmisbruik.

Ik ben heel benieuwd wat hieruit gaat komen. Want iedereen weet: als een kartelwaakhond je in het vizier heeft (een hond met een vizier?), dan heb je een serieus probleem. De boetes zijn stevig en men is niet bang voor politieke gevolgen.

Alleen: wat zouden ze kunnen doen? Ja, boetes opleggen natuurlijk, maar meestal doe je dat om een gedragsverandering af te dwingen. Maar wat zou Facebook anders moeten doen? Haar voorwaarden en privacyverklaring leesbaarder maken? Wat ze ook opschrijven, niemand leest het. Vaker apart toestemming vragen? Alsjeblieft zeg, ik heb nóg RSI van al die cookiepopups. Minder data verzamelen? Ah kijk, nu komen we ergens. Alleen, dat kost Facebook geld en dat moet dan ergens vandaan komen. Een betaald snuffelvrij abonnementje dan? Ik zou wel een paar tientjes per jaar betalen daarvoor. Jullie?

Arnoud

Franse Facebookgebruikers mogen in Frankrijk rechtszaak voeren over terms of use

facebook-dislike-like.pngEen Franse Facebook-gebruiker wiens account werd geblokkeerd na het plaatsen van een naaktafbeelding, mag het sociale netwerk in Frankrijk voor de rechter slepen. Dat meldde Nu.nl vorige week. Facebook had in eerste instantie gesteld dat alleen de Californische rechter bevoegd is zo’n geschil te horen, omdat dat nu eenmaal in de TOU staat. Maar de Franse hogerberoeprechter oordeelt anders.

De gebruiker is een Parijse leraar die linkte naar een artikel over de schilder Gustave Courbet, en daarbij een foto van een naaktschilderij toonde. Facebook zag dit als overtreding van de TOU en blokkeerde zijn account. De leraar maakte bezwaar, wat uiteraard weinig uithaalde, en stapte naar de (Franse) rechter.

Daar was Facebook het mee oneens: in de Terms of Use van het netwerk staat duidelijk dat alleen de Californische rechter bevoegd is bij geschillen. Maar zowel in eerste instantie als in hoger beroep veegt de Franse rechter dat van tafel. In het Europese consumentenrecht is het een vrij uitgemaakte zaak dat je de toegang tot jouw rechter niet kunt ‘wegtekenen’ met een contract. De rechtbank voor jouw woonplaats is eigenlijk altijd bevoegd. En dat geldt dus ook wanneer het gaat om internetdiensten.

Inhoudelijk is er dus nog niets beslist, het enige dat we nu weten is dat Facebook met haar TOU niet de consumentenrechten opzij kan zetten. Dat heeft een redelijk juridisch ‘duh’-gehalte, maar het is toch fijn om te weten. De volgende slag gaat zijn of Facebook haar (Amerikaans-morele) regels mag opleggen ten koste van wat in andere landen gebruikelijk is. Naakt, en zeker in de kunst, is in Europa vrij normaal. Amerikanen zijn zo preuts als wat – een tepel is eigenlijk al bizar, toon liever een machinegeweer of een afgehakt hoofd.

Op zich zou je zeggen, het is Facebooks netwerk dus hun regels. Maar Facebook is wel iets meer dan een dorpscafé waar de eigenaar wat rare opvattingen heeft. De discussie hebben we al vaker gehad – wanneer moet een internetdienst zich conformeren aan de mores van een land, in plaats van andersom. Ik ben heel benieuwd hoe dit uit gaat pakken, want het zou een interessant precedent zijn. Er is immers niets illegaals aan de uitingen, noch in de VS noch in Frankrijk. Het zou dus zuiver gaan over “mag Facebook haar eigen regels stellen”, en die had ik nog niet eerder gezien.

Arnoud

Mag de politie zeggen “U twittert wel heel veel”?

twitter-agent-politieTwitterende tegenstanders van azc’s moeten rekening houden met een bezoekje van de politie. Mag dat? Dat schreef NRC vorige week. „Wij hebben orders gekregen om u te vragen op uw toon te letten. Uw tweets kunnen opruiend overkomen”, kreeg een Sliedrechtenaar te horen nadat hij had getwitterd over een AZC-bijeenkomst. Iets strafbaars zei hij niet, dus dat roept dan de vraag op, waar bemoeit die agent zich mee? En hoezo gaan ze dan langs je huis om wat te zeggen van je tweet?

In principe heeft een agent het recht zich te bemoeien met wat je in de openbaarheid doet, als dat de openbare orde raakt. Dat staat zo in artikel 3 Politiewet:

De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven.

Als een agent je ziet terwijl je hard fietsend op een rood stoplicht afkomt, dan mag hij je manen af te remmen, ook al ben je nog niet door rood gefietst. Dit artikel geldt dus niet alleen bij daadwerkelijk gepleegde strafbare feiten. Ik zie het principiële verschil niet tussen mensen op straat waarschuwen niet door rood te rijden en mensen op straat waarschuwen geen strafbare dingen te gaan roepen.

Artikel 3 is overigens niet bedoeld voor activiteiten waarbij de politie inbreuk maakt (“een meer dan geringe”, althans) op grondrechten van burgers. Een huis doorzoeken of iemands mailbox lezen kan dus niet op grond van dit artikel, daar is een specifiek bevel voor nodig onder het Wetboek van Strafvordering.

Maar, zo weten we ondertussen, de politie mag kijken wat er in het openbare internet allemaal gebeurt. In de jihadzaak van december werd over rechercheren op internet gezegd:

Zoals de politie, al dan niet in burger, op straat mag surveilleren en rondkijken, zo mag een rechercheur vanachter zijn computer hetzelfde doen op internet. Een uitdrukkelijke wettelijke grondslag is daarvoor niet nodig’. Daarbij wordt door de Minister opgemerkt dat deze bevoegdheid om rond te kijken op een openbaar netwerk niet de bevoegdheid impliceert om stelselmatig voor de uitoefening van de politietaak gegevens van internet te downloaden en in een politieregister op te slaan.

Op internet rondkijken is dus hetzelfde als op straat surveilleren. En als je op straat iemand hoort schreeuwen “Laat ze oprotten die teringleiers, we gaan met z’n allen naar het gemeentehuis”, dan mag je als agent even een praatje aanknopen. Ook als men slechts volstrekt legale bedoelingen heeft en niet meer wil dan oproepen tot een legale betoging bij het gemeentehuis om onvrede te brengen. (“Teringleiers” roepen in een politieke discussie lijkt me niet direct strafbare groepsbelediging.) Je zit in een grijs gebied met zo’n oproep, en deel van de taak van de politie is die grijze gebieden netjes houden.

Hetzelfde argument werd aangehaald bij het raadplegen van Google Earth in een belastingfraudezaak. Men citeert de minister:

Zoals de politie, al dan niet in burger, op straat mag surveilleren en rondkijken, zo mag een rechercheur vanachter zijn computer hetzelfde doen op Internet. Een uitdrukkelijke wettelijke grondslag is daarvoor niet nodig, mits dat optreden gerekend kan worden tot de uitvoering van de politietaak (zie artikel 2 [nu artikel 3, AE] Politiewet 1993).

Een keertje kijken op Google Earth viel hieronder, omdat het incidenteel was en een openbare bron. Twitter en Facebook zou ik in principe hier ook onder rekenen, in ieder geval zolang het openbaar is en je geen kunstgrepen met nepaccounts en bevrienden uit hoeft te halen. Immers, zelfs je volgen op Twitter is nog niet automatisch een “meer dan geringe” inbreuk.

Tegelijk lijkt het me zeker nogal heftig om een agent aan je deur te krijgen, heftiger dan op straat te horen “kan het even wat minder meneer”. Op straat is het direct gerelateerd aan je actie, en als men een week later thuis langskomt dan mis je die link. Maar ik zie dat als inherent aan het medium Twitter: men kan moeilijk direct er wat van zeggen, dus logisch dat het even duurt. Ik denk niet dat mensen onder de indruk zijn als de politie terug gaat twitteren “@jijdaarmetdiehashtag even dimmen meneertje”.

Arnoud

Mag de politie rechercheren op Facebook of Twitter?

twitter-agent-politieDe politie rechercheerde op Facebook niet volgens de regels in de recente jihadzaak, maar dit heeft geen gevolgen voor het vonnis. Dat las ik bij RTL Z. Er was stelselmatig op onjuiste wijze informatie gewonnen via Facebook, en dat is in strijd met de regels die de politie moet volgen bij informatie inwinnen.

Het vonnis laat zien hoe de zaak in zijn werk ging. De zes verdachten in deze zaak hadden diverse socialemediaaccounts, zoals Facebook en Twitter. De politie wilde de daar beschikbare informatie monitoren en besloot daarom nepaccounts aan te maken (op namen van “Aboe Noewas” en “Ab Bashir”) die zelf openbare informatie plaatsten, maar ook berichten en Facebook-vriendschapsverzoeken stuurden naar de verdachten. Dat werkte, en men kreeg zo toegang tot de informatie die deze verdachten plaatsten. Die werd vervolgens gelogd voor later gebruik.

Nu is er op zich weinig mis met een nepaccount aanmaken en anderen gaan bevrienden of volgen, maar specifiek voor de politie ligt dat anders. Die mogen niets doen dat de grondrechten van de burger schendt, tenzij daar een grondslag in het wetboek van strafvordering voor gevonden wordt. Die werd gevonden in artikel 126j Strafvordering:

In geval van verdenking van een misdrijf kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bevelen dat een opsporingsambtenaar (…) zonder dat kenbaar is dat hij optreedt als opsporingsambtenaar, stelselmatig informatie inwint over de verdachte.

Taalkundig sluit dit best goed aan bij “onder een nepnaam op Facebook een verdachte bevrienden en zien wat hij post”. Toch maakte de verdediging bezwaar: de bevelen waren over een zeer beperkte periode gegeven, en er werd veel langer gevolgd en geregistreerd. Het OM stelde daar tegenover dat een politieagent in het algemeen gewoon mag rondkijken wat mensen in het openbaar doen en zeggen. Artikel 3 Politiewet geeft haar die bevoegdheid, zolang er geen inbreuk op de grondrechten plaatsvindt.

De rechtbank duikt in de wetsgeschiedenis van artikel 126j en merkt dan op:

‘Zoals de politie, al dan niet in burger, op straat mag surveilleren en rondkijken, zo mag een rechercheur vanachter zijn computer hetzelfde doen op internet. Een uitdrukkelijke wettelijke grondslag is daarvoor niet nodig’. Daarbij wordt door de Minister opgemerkt dat deze bevoegdheid om rond te kijken op een openbaar netwerk niet de bevoegdheid impliceert om stelselmatig voor de uitoefening van de politietaak gegevens van internet te downloaden en in een politieregister op te slaan.

Het meelezen met actuele berichten die iemand post op Facebook op Twitter, zou je nog kunnen zien als gewoon rondkijken. Maar je kunt veel meer: zodra je bevriend bent met iemand, kun je terug in zijn geschiedenis en oude berichten lezen. Daarmee had de politie dat alleen mogen doen onder een artikel 126j-bevel voor de gehele periode dat er werd gevolgd en gelogd.

Een vormverzuim dus, zoals dat juridisch heet. In politieseries is dan meteen de hele zaak stuk en kunnen de verdachten triomfantelijk naar huis. Maar in de Nederlandse rechtspraktijk werkt het niet zo. De rechtbank kijkt eerst hoe ernstig de gevolgen waren en beslist dan of bijvoorbeeld dat bewijs buiten beeld moet blijven, of dat strafvermindering wordt opgelegd. Grof gezegd hangt dat helemaal af van hoe ernstig de inbreuk is en in hoeverre de verdachte daardoor geen eerlijk proces meer krijgt.

De rechter gaat in dit geval behoorlijk soepel om met het verzuim:

De verzamelde gegevens waren publiekelijk toegankelijk. Het betreft dus een andere (en minder ernstige) situatie dan de situatie waarin informatie wordt verzameld in een afgesloten ‘ruimte’ (bijvoorbeeld een woning). Van belang in dit verband is ook dat verdachten hun Facebookpagina’s met name gebruikten om uit te dragen waar zij voor stonden, voor hun boodschap; het was hen er juist om te doen dat anderen kennis namen van de inhoud van hun pagina’s.

Oftewel: omdat de verdachten zelf bedoeld hadden de informatie wijd te verspreiden via Facebook, mogen ze nu niet klagen dat de politie die informatie heeft opgevangen. Ook al gebeurde dat met een onrechtmatig opgezet nepaccount. De dingen die met bevel hadden moeten gebeuren, worden geëxcuseerd met de opmerking dat “als de politie aan de officieren van justitie had gevraagd om bevelen ex artikel 126j Sv af te geven, dan zouden deze zonder enige twijfel zijn verstrekt.” Oftewel, niets aan de hand, opgelost & topicslotje. Dat gaat wel erg snel.

Het precedent is dus duidelijk. De politie mag incidenteel kijken op Facebook of Twitter. Wil men mensen structureel volgen of vriend worden, dan is in principe een bevel nodig. Maar belangrijk is wel hoe openbaar de verdachte de informatie maakt. Als het hun evidente bedoeling is informatie zelf wijd te verspreiden, dan mag de politie gerust meekijken. Vriend worden van een persoon met afgeschermd account die daar privédingen deelt met een beperkte groep, zou dus een specifiek bevel vergen. Ik moet zeggen, daar kan ik me wel in vinden.

Arnoud

Wanneer mag je een Facebookfoto in je eigen groep publiceren?

facebook-profielEen lezer vroeg me:

Onlangs ontdekte ik dat een foto van mijn paardrijdende dochter in een mij onbekende Facebook-groep werd gedeeld. De beheerder gaf aan dat hij dat deed omdat de foto tijdens een bepaald evenement had gemaakt en ik de foto voor het publiek had gedeeld. Hij mocht daarom van de Facebook-regels een kopie maken en die in een nieuwe groep publiceren, zei hij. Klopt dat?

Onder normale omstandigheden was het antwoord simpel: nee, je mag op internet gevonden foto’s niet verder publiceren zonder toestemming (behalve citaatrecht en een paar andere hier niet relevante dingen). Dat dingen vrij op internet staan, betekent niet dat er geen auteursrecht meer geldt.

Specifiek op Facebook kan dat soms iets anders liggen. Dat komt omdat je op grond van de Terms of Service van het sociale netwerk niet alleen Facebook een gebruiksrecht op je foto’s geeft, maar ook anderen. Althans:

you grant us a non-exclusive, transferable, sub-licensable, royalty-free, worldwide license to use any IP content that you post on or in connection with Facebook . (…) When you publish content or information using the Public setting, it means that you are allowing everyone, including people off of Facebook, to access and use that information, and to associate it with you (i.e., your name and profile picture).

De ‘public’ setting wil zeggen dat iedereen erbij kan, dus niet alleen een door jou gekozen beperkte groep. Volgens de regels van Facebook mogen anderen die informatie dan opvragen. Of herpubliceren in kopievorm op Facebook ook mag, is een ander verhaal. Dat staat er niet bij, en de gewoonte op Facebook is dat je foto’s herpubliceert door ze te delen via de “Share” functie. Ik kan geen concrete bron vinden van wat Facebook rekent onder ‘use’ maar gezien die gewoonte vermoed ik dat Facebook het niet de bedoeling vindt dat je foto’s downloadt en opnieuw uploadt.

Op grond van je portretrecht is er overigens weinig aan te doen. Als je als ouder zelf foto’s van je kind publiceert, kun je portretrecht verder vergeten wanneer een ander de foto gebruikt binnen de licentie die je er zelf bij zette.

Arnoud

Bild nagelt ‘vluchtelinghatende’ Facebookers aan schandpaal, mag dat?

bild-haat-schandpaalDe Duitse krant Bild heeft dinsdag een selectie haatdragende teksten van Facebookgebruikers gepubliceerd – inclusief namen en profielfoto’s. Dat las ik in de Volkskrant. Bild wil zo de -aldus de Volkskrant- welig tierende vluchtelingenhaat op sociale media aan de kaak stellen en de gebruikers ‘aan de schandpaal nagelen’.

De term ‘schandpaal’ suggereert natuurlijk nogal sterk dat dat niet mag, die is immers in 1854 afgeschaft. Maar dat is een kwestie van framing: als je het “een bijdrage aan een actueel maatschappelijk debat” noemt, dan klinkt het ineens heel redelijk.

En daar zit hem de kneep, juridisch gezien. We hebben hier te maken met een klassiek voorbeeld van twee botsende grondrechten: het recht op vrijheid van meningsuiting van Bild om te melden wat er in de maatschappij gebeurt versus het recht op privacy van deze mensen om niet zomaar in de spotlight te worden getrokken als privépersoon.

Hebben die mensen privacy dan? Ja, privacy geldt namelijk altijd, ook op Facebook. In principe is het een privacyschending om een Facebookbericht uit zijn context te trekken en elders te herpubliceren, als de plaatser dat niet voor ogen had toen hij het plaatste. (Dat staat dus los van welke instellingen men koos. Hooguit kun je uit die instellingen betogen wat mensen redelijkerwijs voor ogen moeten hebben gehad, maar dan moet je wel ook betogen dat Facebook zo eenvoudig is dat de gemiddelde gebruiker precies weet wat er kan gebeuren, inclusief meelezende kranten.)

In principe dus, want dit is geen harde regel. Als het nieuwswaardig is om te melden dat Pieter de Vries die uiting deed, dan mag dat worden gemeld ondanks Pieters privacy. En ja daar zit een soort van cirkelredenering in. Grondrechten winnen het niet automatisch van elkaar. Ze zijn gelijkwaardig, en het is dus per definitie een afweging per geval waarbij je de argumenten voor de een tegenover die voor de ander zet, om zo tot een slotsom te komen welke het hier wint.

Eens even kijken. Pro meningsuiting: actueel issue, uitingen in openbaarheid gedaan (niet afgeschermd of uit privéberichten gelift), schokkende uitingen, ze kozen er zelf voor deze te plaatsen. Pro privacy: dit zijn gewone burgers (geen Bekende Duitsers) dus waarom is hun mening nieuws, het punt “kijk wat mensen op Facebook zeggen, schandalig” had ook zonder naam en foto gemaakt kunnen worden, uitingen zijn in hitte van het moment geplaatst en niemand voorziet dat ‘ie dan met naam en foto in de krant komt onder de kop “Schandpaal”.

Mijn gevoel zegt me dat hier dan de vrijheid van meningsuiting zou moeten winnen. Nee, niet iedereen snapt Facebook en er zullen er bij zitten die oprecht niet beseften dat het wereldwijd te lezen was en ook nog eens in de krant zou komen. En ja, het had ook zonder naam gekund. Maar het punt van Bild is volgens mij óók dat je ziet dat het gewone mensen zijn in plaats van rare pseudoniemen van professionele trollen. Het enige echte tegenargument is voor mij dat Bild het zelf een schandpaal nóemt, en dus daarmee ieder hoger motief over bijdrage aan debatten al meteen van tafel veegt.

En kunnen we nog wat met de Wbp? Het zijn tenslotte persoonsgegevens en die worden langs elektronische weg verwerkt. De Wbp geldt ook voor journalisten en kranten (afgezien van een paar randvoorwaarden zoals de informatieplicht). Echter, die afweging komt op hetzelfde neer als de algemene vraag hoe meningsuiting versus privacy uitpakt. Het kan dus niet gebeuren dat je met die grondrechten-afweging concludeert “het mag” en vervolgens “van de Wbp mag het niet”.

Ben benieuwd naar jullie afwegingen!

Arnoud

Kan een hyperlink met preview auteursrechtinbreuk zijn?

panorama-holleeder-foto-prevewiEen Twitter- of Facebookpreview met daarin een foto kan een auteursrechtinbreuk zijn. Dat maak ik op uit een recent vonnis in een zaak tussen een fotograaf en online kiosk Myjour. Eh, oeps, einde van het internet, al die dingen?

Bij een artikel in de Panorama was een foto van Willem Holleeder afgedrukt. Dit artikel kon digitaal worden gekocht via Myjour (er was dus een afspraak tussen Panorama en Myjour) en ter promotie deelde Myjour een link naar het artikel op diverse media, zoals Twitter en Facebook. Deze publiceerden de link inclusief previewtekst en verkleinde foto. Vervolgens meldde zich de fotograaf: dat was auteursrechtinbreuk want hij had nooit toegestaan dat de foto op internet kwam, dus graag betalen.

Myjour beriep zich op het Svensson-arrest: zij linkten alleen maar naar het artikel zoals dat legaal in hun kiosk te koop was, en boden de foto dus niet aan een nieuw publiek aan. De foto was gewoon deel van het artikel. Verder stelde men dat het Twitter en Facebook waren die de foto toonden, niet zijzelf. Maar dat wordt niet geaccepteerd: je kunt dat immers uitzetten als je een link deelt.

Het criterium uit Svensson is dat van een “nieuw publiek”. In die zaak stonden nieuwsberichten gewoon online, zonder toegangsbeperking of wat dan ook. Daar een link naar leggen, ook via embedden of frames, is dan geen inbreuk op het auteursrecht, aldus het Hof van Justitie. Het publiek was al die tijd al het gehele internet, daar verandert je link niks aan. Als de link wél een nieuw publiek opentrekt, dan ligt dat anders. Omzeil je met de link bijvoorbeeld een login, dan kunnen andere mensen erbij dan oorspronkelijk bedoeld.

Myjour heeft een afspraak met Panorama over herpublicatie. Het publiek dat bij Myjour klant is, wordt dus met toestemming bereikt. Maar is dat publiek hetzelfde als “heel internet”? Ik denk het niet, want de content staat dan achter een betaalmuur. De content die Myjour gratis publiceert (bijvoorbeeld, eerste alinea + kleine foto) zou voor mij dan voor “heel internet” beschikbaar zijn, en die foto embedden in een linkpreview zou dan geen nieuwe openbaarmaking zijn.

De zaak wordt wel complexer als je bedenkt dat die linkpreviewfoto vaak geen embedded link naar de bronfoto is maar een verkleinde kopie. Dat is logisch, want dan heb je op Facebook/Twitter geen last van traag ladende bronsites. Maar dan gaat het eigenlijk automatisch mis met de auteursrechten: je maakt een kopie en geen link. Daar kom je niet uit met het Svensson-criterium denk ik. Dus dat wordt nog een probleem de volgende keren dat dit zich voor gaat doen.

Wat mij betreft had dit via het citaatrecht opgelost moeten worden, dit is immers gewoon aankondigen van iets legaals en daarbij is een snippet+foto doodnormaal. Maar de rechter wil daar niet aan: de naam van de fotograaf staat er niet bij. Ja, klopt, dat moet, maar wel “voor zover redelijkerwijs mogelijk”. En ik ben daar dan vast een fotografenhater in, maar ik vind het niet redelijk om bij een thumbnail te verlangen dat je naam erbij gezet wordt.

Arnoud

Mijn Facebookcomment staat in de krant, wat kan ik doen?

oude-krant.jpgEen lezer vroeg me:

Op Facebook had ik gereageerd op een lokaal nieuwsbericht over een controversieel onderwerp. Dat was zaterdagavond laat, dus ik ging wat kort door de bocht. Moet kunnen op Facebook toch? Maar nu heeft de lokale krant mijn reactie opgepikt en pontificaal op pagina 3 afgedrukt, met nog een paar andere extreme reacties. Ik sta nu voor gek, maar de journalist zegt dat Facebook openbaar is en ik dus pech heb. Hoe zit dat juridisch?

In principe is een journalist vrij om uit openbare bronnen te citeren wat hem goeddunkt. De afweging of iets nieuwswaardig is (oftewel, in de krant hoort) is een journalistieke, en juridisch is daar dan ook niet meteen wat van te zeggen. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan dat anders worden.

In principe mag je ook bij uitingen op sociale netwerken enige privacy verwachten. Zeker waar het gaat om persoonsgegevens, die mogen immers niet zomaar worden verwerkt zonder dringende noodzaak (ook niet door journalisten). Alleen bij bijzondere omstandigheden kan dat anders worden.

(Oh jee, Arnoud doet weer bijdehand.) Waar het op neerkomt, is een afweging tussen de persvrijheid (mogen zeggen of herhalen wat je nieuwswaardig voorkomt) en de privacy (iets kunnen zeggen zonder daarop afgerekend te worden). Hoe belangrijk is het om dit bericht te melden aan je lezers, en hoe veel privacy mochten mensen verwachten die dingen op Facebook zeggen?

Hier is geen binaire formule voor te geven. Doorslaggevend is bijvoorbeeld niet dat de Facebookcomment openbaar was of dat het gaat over een nieuwsbericht. Het is een optelsom van factoren. Hoe openbaar was de comment, hoe belangrijk was de opmerking, hoe relevant is de mening van deze persoon en ga zo maar door. Maar ook zaken als “moeten we deze persoon tegen zichzelf beschermen” wegen mee, iemand die op zaterdagnacht er wat uit floept, zit in een andere positie dan iemand die een ingezonden brief naar de krant stuurt of een weloverwogen reactie blogt.

Mijn gevoel zegt me dat als iemand reageert onder een krantenbericht, hij weinig privacy mag verwachten. Je moet dan weten dat iedereen dit kan lezen, en ook dat de krant je reactie eruit kan lichten voor het opvolgartikel (“wat vinden mensen”). Zou iemand op zijn eigen Facebook reageren, dan zou ik dat een ander verhaal vinden. Daar schrijf je voor je eigen vrienden/volgers, niet voor het publiek. Ook al staat je Facebook open, jij beoogt niet de hele wereld te bereiken dus dan botst overname met jouw privacyverwachting.

Arnoud