Three strikes via de ACTA-deur

Gisteren op Tweakers:

Uit een gelekt concept-artikel van het Acta-verdrag, waarover in het geheim wordt onderhandeld, blijkt dat isp’s moeten optreden tegen klanten die auteursrechten schenden. Ook wordt het omzeilen van kopieerbeveiligingen strafbaar.

Over het ACTA-verdrag is veel te doen, met name vanwege de geheimhouding er omheen maar natuurlijk ook de vele draconische verbodsmaatregelen die worden voorgesteld. Overigens valt het voor Nederland wel “mee” wat dat betreft, 80% van wat in ACTA staat is stiekem allang wet hier: online distributie moet onder het auteursrecht, providers worden beperkt aansprakelijk, technische kopieerbeveiligingen mogen niet worden doorbroken en rechteninformatie mag niet worden verwijderd. Tweakers dacht in eerste instantie dat dit nieuw was, maar in een update met quotes van ict-jurist (sic) Christiaan Alberdingk Thijm wordt duidelijk dat daar het venijn niet zit.

Nee, dat zit verstopt in voetnoot 6 uit het vermoedelijke hoofdstuk over digitale maatregelen. In dat hoofdstuk staat een artikel over de beperkte aansprakelijkheid van internetproviders. Die regeling lijkt sterk op wat we sinds 2000 hebben: geen aansprakelijkheid mits men een effectieve notice-en-takedownprocedure implementeert.

Ik haal de tekst en voetnoot even aan:

an online service provider adopting and reasonably implementing a policy to address the unauthorized storage or transmission of materials protected by copyright or related rights

An example of such a policy is providing for the termination in appropriate circumstances of subscriptions and accounts in the service provider’s system or network of repeat infringers.

“Termination of repeat infringers” is natuurlijk precies waar het bij three strikes over gaat. De voetnoot maakt duidelijk dat dit een voorbeeld is, zodat je in theorie ook andere opties kunt aanwijzen als wetgever (boze brieven, blokkeren van P2P of een Brein-hotline) maar het ligt voor de hand dat deze optie het zal worden.

Kan dat zomaar in Europa? Goeie vraag. Eerder deze maand verklaarde de Europese Commissie:

ACTA should not contain measures restricting end-users” access to the Internet that would not be appropriate, proportionate and necessary within a democratic society and without a prior, fair and impartial procedure

wat op zich hartstikke mooi klinkt maar niet uitsluit dat er wel degelijk restricties kunnen worden ingevoerd. Het is nog wat vroeg om te zeggen hoe ver dat precies kan gaan, maar zorgelijk is het wel.

Arnoud

Hoe onbeperkt is “onbeperkt mobiel bellen en sms’en”?

tringg-3g-onbeperkt-bellen-smsen-data.pngEen lezer wees me op een aanbieding van Tringg voor “onbeperkt bellen en sms’en”, en zelfs de optie om onbeperkt mobiel te internetten. En inderdaad, de advertentie (zie screenshot hiernaast) zegt keihard “onbeperkt”. Maar kijk je iets verder op de site, dan zie je ineens een voetnootnummer, die verwijst naar een tekst met “Op de services van Tringg is een Fair Use policy van toepassing.”

Nou ja ok, fair use betekent misbruik en overbelasting, dus logisch dat ze dat hebben. Maar als je dan gaat bestellen en de algemene voorwaarden leest, dan zie je iets heel anders dan “onbeperkt” of zelfs maar “onbeperkt met fair use policy”:

De Klant zal de SIM-kaart en de Diensten slechts gebruiken voor redelijk eigen gebruik met een enkel mobiel telefoontoestel. … Redelijk eigen gebruik betekent:
i. Maximaal twaalfhonderdvijftig (1.250) units per maand gebruiken voor bellen en SMS communicatie binnen Nederland, waarbij één (1) belminuut of één (1) SMS gelijk staat aan één (1) unit, of
ii. Indien de Klant een Tringg 3G dienst afneemt die gebruik van mobiele data toestaat, maximaal duizend (1.000) units mobiele data per maand waarbij één (1) MB gelijk staat aan één (1) unit, (…)

Tringg zegt alleen in te grijpen als gebruikers daar ‘ver’ overheen gaan.

De terminologie “redelijk eigen gebruik” is waarschijnlijk bedoeld om aan te sluiten bij artikel 6:2 BW: “Schuldeiser en schuldenaar zijn verplicht zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid.” Het idee daarachter is dat je als klant niet onredelijk mag zijn naar de provider toe, en de hele dag aan de telefoon hangen is onredelijk zodat Tringg dat niet hoeft te accepteren.

Ik snap de redenering, en Tringg is er ook helder genoeg in dat deze grenzen gelden maar ik blijf moeite houden met zo’n interpretatie. Mensen zien “onbeperkt” en interpreteren dat als “echt onbeperkt onbeperkt” om dan achteraf te horen dat er wel degelijk beperkingen op zitten. Natuurlijk kun je zeggen dat mensen moeten weten dat echt onbeperkt niet bestaat, of dat mensen wel redelijk moeten zijn in hun gebruik maar er blijft iets knagen. Al was het maar omdat concurrenten die netjes met “Bij ons 1250 minuten of sms’jes uit één bundel” bellen, er slechter uitkomen in de vergelijksites want 1250 minuten is slechter dan onbeperkt.

Arnoud

Machtiging rechter-commissaris bij strafbare uitingen echt nodig

wetboek-strafvordering-2009-2010.pngEen webhoster hoeft smadelijke berichten niet te verwijderen als het OM dat eist, tenzij er een machtiging van de rechter-commissaris bij zit. Dat blijkt uit een recent vonnis van de rechtbank in Assen. Die rechtbank oordeelde in 2008 net zo, maar het OM was in hoger beroep gegaan en de zaak werd terugverwezen voor een nieuw vonnis, dat dus identiek is aan het vorige.

In feite is de zaak zo simpel dat ik niet snap waarom deze hele toestand nodig was. Op een website stond een vermeend lasterlijke uiting over een advocaat. Het OM had de webhoster (Budget Webhosting) gesommeerd deze te verwijderen, maar zo’n bevel mag op grond van artikel 54a Wetboek van Strafrecht alleen worden gegeven als de rechter-commissaris daar toestemming voor heeft gegeven. En die was er niet.

in het Dagblad van het Noorden zegt de Officier van Justitie boos:

“In Assen verleent de rechter-commissaris gewoon geen toestemming. Daarmee is dit wetsartikel in feite geschrapt, want dit vonnis is nu de standaard”, aldus officier van justitie Jan Hoekman.

Dat lijkt terug te komen in het vonnis als:

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vereiste machtiging wel aan de rechter-commissaris is gevraagd doch dat de rechter-commissaris op formele/principiële gronden tot niet ontvankelijkheid van het OM heeft beslist. Een inhoudelijke toetsing heeft niet plaatsgevonden door de rechter-commissaris.

Er is echter geen manier voor een OvJ om in beroep of bezwaar te gaan tegen zo’n beslissing. Dat verklaart zo te lezen waarom deze officier toch de strafzaak heeft doorgezet. Echter, de rechtbank vindt dat geen argument om dan de provider toch maar te gaan vervolgen: deze moet kunnen afgaan op de wet, en als daarin staat dat er een machtiging van de R-C moet zijn dan moet die er zijn, anders is de provider niet gehouden het bevel op te volgen.

Oftewel: jammer voor die OvJ dat men in Assen kennelijk alleen koppige Drenten als rechters-commissaris (rechter-commissarissen?) heeft zitten maar het alternatief is dat de officier in strijd met de wet bevelen mag geven tot weghalen van teksten.

Update (9 januari 2010): zie ook het TILT-rapport ‘Wat niet weg is, is gezien’ met achtergrond van art. 54a Strafrecht en de (on)mogelijkheiden voor het OM bij weigerachtige R-Cs.

Update (30 augustus 2014) de Hoge Raad beslist dat ook de provider niet in beroep of bezwaar kan als hij gehoor gaf aan het bevel en de officier vervolgens de zaak seponeert tegen de plaatser.

Arnoud

Mijndomein wint van konijn

nijntje-trance-hardcore-parodie.pngVolwassenen snappen best dat de bekende Nijntje-parodieën grappig bedoeld zijn, en daarom hoeft hostingprovider Mijndomein.nl ze niet te verwijderen van de site van een klant. Dat blijkt uit het vonnis dat gisteren bekend werd in de zaak tussen de provider en Dick Bruna-bedrijf Mercis. Bij twee afbeeldingen (waaronder helaas de bekende Nijn-Eleven) is echter meer overgenomen dan nodig voor de parodie, en daarom blijven die dan toch verboden. En verder krijgt Mijndomein.nl een last onder dwangsom om bij toekomstige klachten van Mercis binnen 48 uur (“weekenden uitgezonderd”) het materiaal weg te laten, of de klacht nou terecht is of niet.

Dat Mercis het niet leuk vindt dat er “volwassen humor” rond het kindvriendelijke konijn met andreaskruis als neus wordt bedreven, is bekend. Alles en iedereen die het waagde Nijntje als cokesnuiver, wietroker, hardcore-DJ of principiële gabber neer te zetten, kreeg boze sommaties van haar advocaten. Of je nu een blogger was, een roze shockblog of een Belgisch tijdschrift: het moest eraf en het ging eraf.

geen-nijn-eleven.pngMijndomein.nl besloot echter naar de rechter te stappen in plaats van de afbeeldingen te verwijderen. Erg netjes, als hostingprovider hadden ze best het materiaal gewoon weg kunnen hallen op basis van de claim – het parodie-verweer is immers niet haar probleem maar dat van de blogger. De rechter accepteert het parodieverweer, behalve voor twee afbeeldingen die 99% uit een originele Nijntje-tekening zijn overgenomen. En daaronder valt dus ook de Nijn-Eleven tekening, omdat de Nijntje in het vliegtuig en het flatgebouw zijn gecopypaste in plaats van nagetekend.

Verder had Mercis nog het merkenrecht in stelling gebracht: Nijntje is een merk, en merken mag je niet zomaar parodiëren. Maar de rechter houdt het hier simpel (geheel in Nijntje stijl): als het mag onder het auteursrecht, mag het in dit geval ook onder het merkenrecht. Er wordt immers geen geld verdiend met de plaatjes, zodat er geen sprake kan zijn van commercieel gebruik van het merk. En de regels over nietcommercieel gebruik komen hier in feite op hetzelfde neer als de parodie-exceptie in de Auteurswet.

De rechter legt Mijndomein.nl echter wel nog een bijzondere verplichting op: zij moet vanaf nu binnen 48 uur optreden na een klacht van Mercis over merkinbreuk. Als de klacht niet klopt, moeten de partijen dat maar bij de rechter komen uitvechten. Dat lijkt te komen omdat er niet gereageerd zou zijn op een eerste sommatiebrief van de advocaten, maar het pakt wel raar uit. Over vijf van de zeven afbeeldingen is onterecht geklaagd, en vanaf nu moet Mijndomein dus zonder protest doen wat Mercis zegt?

-edit- Link naar vonnis en originele blogpost toegevoegd.

Arnoud

Constitutioneel Hof Roemenië: Bewaarplicht in strijd met mensenrechten

disc-data-weg-bewaren-kruis.jpgHet constitutioneel hof van Roemenië heeft geoordeeld dat de bewaarplicht ongrondwettelijk en in strijdt met de mensenrechten is, zo meldde ISPam.nl gisteren. Dit gebeurde al op 8 oktober, maar de Engelse vertaling is nu pas beschikbaar. Kort gezegd oordeelt het Hof dat de bewaarplicht de essentie van het privacyrecht uitholt en daarmee onoverkomelijk in strijd is met dit fundamentele grondrecht.

Het Hof toetst de Roemeense versie van de Wet bewaarplicht aan haar eigen grondwet en meteen ook maar aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dit verdrag, waar ook Nederland lid van is, bepaalt kort gezegd dat inbreuken op het private life van de burger alleen mogen als die:

  1. bij wet geregeld zijn,
  2. een legitiem doel dienen, en
  3. niet op een andere, minder inbreukmakende manier geregeld kunnen worden (proportionaliteit).

Meestal zijn die eerste twee eisen geen probleem: er is altijd wel een wet en een op zich legitiem doel te verzinnen (terrorisme, drugshandel, kinderporno, auteursrechten*). Maar hier valt het Hof al meteen over de eerste eis: ok, er is dan wel een wet, maar die is zo vaag dat het voor providers niet mogelijk is om vast te stellen hoe ze zich daaraan moeten houden. In de Roemeense wet staat namelijk dat men onder andere “the related data necessary for the identification of the subscriber or registered user” moet bewaren, en dat is inderdaad behoorlijk vaag. Vandaar dat het Hof zegt:

The limitation of exerting the right to private life and to the secrecy of the correspondence and the freedom of expression, must also be made in a clear, predictable and unambiguous manner, so that the possibility of the arbitrariness or abuse from authorities in this field may be avoided , as much as possible.

In Nederland staat diezelfde term “related data” in artikel 13.2a lid 1 sub a Telecommunicatiewet, maar de bewaarplicht geldt alleen voor de zaken die in een specifieke lijst genoemd zijn. Bij ons is daarmee denk ik die onduidelijkheid wel weggenomen.

Wat wel bij ons speelt, is het punt van de proportionaliteit. Volgens de Wet Bewaarplicht moeten verkeersgegevens continu worden verzameld en bewaard, los van de vraag of die data nodig is voor bestrijding van enig strafbaar feit. Dat is niet noodzakelijk, zegt het Hof. Een inbreuk op de privacy moet in alle gevallen tijdelijk zijn. Immers:

[T]he regulation of a positive obligation that foresees the continuous limitation of the privacy right and the secrecy of correspondence makes the essence of the right disappear by removing the safeguards regarding its execution. The physical and legal persons, mass users of the public electronic communication services or networks, are permanent subjects to this intrusion into their exercise of their private rights to correspondence and freedom of expression, without the possibility of a free, uncensored manifestation, except for direct communication, thus excluding the main communication means used nowadays.

Op die gronden wordt de Roemeense wet die de bewaarplicht invoert, ongeldig verklaard als strijdig met de Roemeense Grondwet. Maar wat betekent dit nu voor de rest van Europa?

Mijn Roemeens recht is wat -ahem- roestig, maar zo te lezen is dit een wettelijk verplichte toets op deze nieuwe wet (zoals onze Raad van State doet, maar dan goed) en niet een arrest op verzoek van een benadeeld persoon. Dat is jammer, omdat er nu geen directe stap naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens mogelijk is. Dat kan pas als alle nationale rechtsmiddelen uitgeput zijn, en daar zijn we nog lang niet. Een Roemeen (bv. een provider die moet bewaren of een persoon wiens gegevens worden bewaard) zal nu eerst een rechtszaak moeten beginnen, en pas na hoger beroep en cassatie kan deze dan naar dat Hof.

Het is me zelfs niet duidelijk of dat er überhaupt van gaat komen – het kan goed zijn dat deze wet nu ingetrokken wordt en door iets nieuws vervangen gaat worden. En zolang er geen wet is, kan niemand die overtreden en is er dus geen grond om naar het Europese Hof te stappen. In Roemenië dan. Wie in Nederland zin heeft, heeft hier een mooi argument.

Arnoud

OPTA: Afknijpen internet is reden voor opzeggen contract

Enige tijd geleden werd bekend dat internetprovider UPC haar klanten nog wel eens ‘afkneep’, de internetsnelheid sterk terugbracht als klanten te veel downloaden. De telecomtoezichthouder heeft dit onderzocht en publiceerde gisteren haar oordeel: dit is een contractswijziging, en klanten hebben het recht om dan op te zeggen. Alleen nu niet, want UPC heeft het heel snel weer ongedaan gemaakt.

OPTA baseert haar oordeel op artikel 7.2 Telecommunicatiewet, dat bepaalt dat een consument het recht heeft om bij een wijziging van het contract door de provider het contract op te mogen zeggen. Hoewel de tekst van het artikel alleen spreekt van ‘wijziging’, moet het wel gaan om een voor de consument nadelige wijziging.

Volgens OPTA is afknijpen zo’n nadelige wijziging:

Het college oordeelt dat een structurele beperking van de internetsnelheid bij het gebruik van bepaalde diensten in zijn algemeenheid een wijziging van een beding in de overeenkomst is, die niet aantoonbaar in het voordeel van de abonnee is. De vraag of het een wijziging van een schriftelijk of niet-schriftelijk overeengekomen beding betreft, doet daarbij niet ter zake.

In dit geval ziet men het knijpen door de vingers, meldt Webwereld, omdat UPC “de wijziging zeer snel ongedaan heeft gemaakt”. Het oeps-sorry-overactieve-stagiair excuus dus.

Mooi om te weten dat ik van mijn UPC-abonnement af kan als ze dit nog eens doen.

Arnoud

Verslag themamiddag netneutraliteit bij Economische Zaken

Afgelopen donderdag was ik dus bij die themamiddag netneutraliteit bij Economische Zaken in Den Haag. Zoals beloofd hierbij mijn verslag van de middag. Ik hoop dat jullie vragen hierin beantwoord worden 🙂

De wetenschappelijke achtergrond kwam van Rudi Bekkers (Dialogic en TU/e). Hij beschreef zijn onderzoek van begin 2009 onder 20 belanghebbenden (6 ISP’s, 6 contentproviders, 3 vertegenwoordigers van end users, 5 technische experts). Als werkdefinitie werd aangehouden: de mate waarin het verschillend behandelen van internetverkeer toelaatbaar wordt geacht. Het rapport bespreekt motieven om dit te doen, gedragingen waarmee dit gebeurt en effecten die dit heeft.

Er zijn kortweg vier categorieën van motieven:

  1. beveiliging,
  2. schaarste,
  3. business,
  4. morele principes
Blokkeren van bv. DoS-aanvallen die via jouw systemen lopen, is een beperking van netneutraliteit, maar een dergelijke wordt algemeen gezien als een acceptabele. Bij ingrijpen op grond van schaarste (bv. bij mobiel internet) wordt het al iets discutabeler: mag KPN bij mijn HSDPA-abonnement het streamen van video beperken als blijkt dat de accesspoints regelmatig verstopt raken door video?

De echte discussie gaat over de businessmotieven, en dan met name prijsdifferentiatie. Een provider zou kunnen besluiten dat VoIP-diensten alleen tegen meerprijs beschikbaar komen.

Vervolgens beschreef staatssecretaris Van Heemskerk de Nederlandse (en Europese) insteek dat beperkingen en keuzes op diensten in ieder geval transparant en duidelijk moeten zijn. Bovendien moeten gebruikers makkelijk kunnen switchen van dienstverlener. Het telecomspackage (met inderdaad dat amendement 138) zou hier juridische handvatten moeten geven die van pas zullen komen als blijkt dat de marktwerking onvoldoende is.

Michel van Eeten (TU Delft) sprak over de problemen bij de bescherming van publieke belangen zoals innovatie, concurrentie, keuzevrijheid en vrije meningsuiting. Hij kwam met drie prikkelende stellingen:

  1. het debat gaat niet over voor of tegen bepaalde waarden; het gaat om de afweging van die waarden
  2. het gaat niet over bedrijven versus consumenten; voor beiden zijn er risico’s
  3. welke opvatting uiteindelijk in de wet terecht komt, de kans is reëel dat deze contraproductief blijkt te werken.

Daarna nam Taylor Reynolds (OECD) het woord. Het OECD rapport over netneutraliteit kostte ruim twee jaar om te maken – men had consensus van meer dan dertig landen nodig namelijk. Belangrijk punt uit deze consensus is dat ’traffic shaping’ op zichzelf een goed iets kan zijn, mits het maark consumentenrechten beschermt en innovatie dient. Het debat is dus niet langer over óf er gefilterd/gecontroleerd/geknepen mag worden maar wanneer.

Reynolds’ lezing gaf een overzicht van hoe cappen van dataverkeer op diverse plaatsen ter wereld werkt. Marktwerking blijkt belangrijk, zo zijn afsluitkosten in Korea verdwenen nadat een aantal providers reclame maakten met “wij betalen uw afsluitkosten als u overstapt naar ons”. (In NL zijn afsluitkosten gewoon verboden, ook een manier.)

Bijzondere aandacht verdienen de mobiele markten. Daar blijkt veel vaker gefilterd of afgeknepen te worden dan in de ‘vaste’ markten. Hier is de eis van transparantie en makkelijk kunnen switchen dus nog veel belangrijker. In de afsluiting pleitte Reynolds nog voor duidelijke regels vooraf door instanties als NMa of OPTA.

Het laatste deel van de middag was een paneldebat. Frode Sorenson pleitte in zijn vijf minuten inleiding voor het bewaren van het open Internet: “Traffic should not be discriminated”. De gebruiker moet beslissen wat er mag met de internetverbinding, niet de provider. In Noorwegen is om dit te bereiken met “zachte regulering” gewerkt. Overleg tussen de toezichthouder en de providers heeft geleid tot een vrijwillige overeenkomst waarin “geen degradatie, geen blokkades en niet afknijpen” centraal staan. Deze zaken mogen alleen in specifieke uitzonderingsgevallen (bv. bij dreigende schade op het netwerk of wanneer dit technisch noodzakelijk is voor een goede werking van netwerk of applciaties).

Alex Blowers van de Engelse toezichthouder OFCOM sprak over de problemen van switchen in het Verenigd Koninkrijk. Kunnen switchen is een belangrijk onderdeel van netneutraliteit, want met een beetje gelukt zorgt de vrije marktwerking er dan voor dat het aanbod neutraler en consumentvriendelijker wordt.

Als laatste nam Martijn van Dam het woord. Hij stelt consumentenvrijheid voorop. Het gaat immers om burgerrechten, betoogt hij, want mensen moeten de vrijheid hebben om te communiceren zoals zij willen. Providers horen “ons burgers” niet te blokkeren daarbij. Blokkeren van communicatie mag nooit – providers moeten alleen doorgeefluik zijn. En de overheid moet hierbij regels stellen om te zorgen dat dit werkelijkheid wordt.

Vervolgens vroeg Michel van Eeten waarom Van Dam dan een iPhone had gekocht. (Niet helemaal eerlijk, maar wel grappig.)

Na een verder wel aardige maar niet heel opvallende discussie was het in de toch wel erg hete zaal tijd voor een borrel.

Arnoud

Mininova moet filteren en forums moeten uitkijken

mininova-logo-categories.pngJa, Mininova heeft een probleem. De torrentzoekmachine moet binnen drie maanden haar databank schonen. Als er “gegronde twijfel” bestaat bij bepaalde torrents, moeten die eraf – en volgens TNO/BREIN-onderzoek zou dat 80 à 90% van de inhoud van Mininova zijn. Dat vonniste de Utrechtse rechter gisteren in de bodemprocedure die stichting BREIN vorig jaar had aangespannen. Het vonnis bevat een paar opmerkelijke wendingen die ook elders door kunnen werken (nee, niet FTD).

Allereerst stelt de rechter vast dat Mininova geen auteursrechten schendt door torrents aan te bieden. Dat zijn immers slechts links om een download te starten, en dat is wezenlijk iets anders dan het zelf doorgeven van de betreffende werken. Oftewel: hyperlinken is geen openbaar maken – daar zullen BREIN’s buren van de BUMA blij mee zijn. Bijkomstig voordeel voor Mininova is dat zij nu geen volledige proceskostenvergoeding hoeft te betalen, want dat is de regel bij inbreukzaken. Omdat ze alleen op onrechtmatige daad onderuit gaat, geldt het gewone tarief.

Maar vervolgens wordt het verweer van Mininova verworpen dat zij een tussenpersoon is in de zin van artikel 6:196c BW en daarmee niet aansprakelijk voor wat haar gebruikers uploaden. Mininova vult de site immers niet zelf met torrents: dat doen gebruikers. Mininova categoriseert en modereert, net zoals menig forum of blog. En daarmee heeft ze bemoeienis met de inhoud, inderdaad dus net zoals menig forum of blog. De zorgwekkende trend waarover ik laatst in Tijdschrift voor Internetrecht publiceerde zet dus door: reken dus niet op uw notice & takedown procedure tenzij u 4chan of puur passieve hoster bent.

En omdat Mininova dus ten volle aansprakelijk wordt gehouden voor wat haar gebruikers uploaden, gaat ze onderuit omdat volgens door TNO en BREIN uitgevoerd onderzoek 80 à 90% van de torrents op de site verwijzen naar illegaal aanbod. Mininova levert namelijk “welbewust een actieve bijdrage aan de verspreiding en ontsluiting van auteursrechtelijk beschermd materiaal.” En

Door deze handelwijze worden de gebruikers beter in staat gesteld om bestanden met auteursrechtelijk beschermd materiaal met elkaar te delen.

Dit alles acht de rechtbank onrechtmatig, omdat het in strijd is met de ongeschreven “maatschappelijke zorgvuldigheid” die mensen jegens elkaar in acht moeten nemen. Vandaar dat de rechtbank Mininova verplicht tot het nemen van maatregelen. Tijdens de zitting gaf dat al de nodige discussie: moet BREIN gaan vinken of moet Mininova gaan filteren? Het laatste, want het zou te duur zijn om BREIN te laten vinken en bovendien is uiteindelijk Mininova onzorgvuldig bezig volgens de rechtbank.

Mininova moet dus alle torrents gaan filteren en ervoor zorgen dat alles dat riekt naar “commercieel vervaardigde” audio en video er gewoon niet meer doorkomt. Immers, het “is algemeen bekend dat op commercieel vervaardigde films, games, muziek en tv-series auteursrechten rusten, en dat die werken slechts bij uitzondering rechtenvrij zijn.” Het filter moet torrents naar dergelijk materiaal gaan tegenhouden, waarbij het criterium wordt dat er “gegronde twijfel” bestaat over de legaliteit van dat materiaal.

En zoals ik al voorspelde komt het stuk over false positives hier terug: het is niet erg dat Mininova dan af en toe een legale film weggooit, want die kunnen zo worden teruggezet. De rechtbank suggereert zelfs een “notice and put back” procedure waarmee plaatsers bezwaar kunnen maken tegen een onterechte verwijdering.

Mininova heeft al aangekondigd in hoger beroep te willen gaan, en ik hoop van harte dat ze dat ook werkelijk doorzetten. Ik vind het erg zorgelijk dat de bescherming van tussenpersonen zo ver uitgekleed wordt. Het wil er bij mij gewoon niet in dat die wettelijke regeling echt alleen bedoeld zou zijn voor puur passieve partijen, want die bestaan nagenoeg niet. Als een webhoster een extremistische site verwijdert bij een klant, is hij dan ineens geen provider meer? Nee, daar moet echt een beter criterium voor geschreven worden.

Maak ik me nu trouwens zorgen over de zaak van FTD tegen BREIN? Nee, helemaal niet. FTD en Mininova bieden geheel verschillende diensten en ook nog eens ten aanzien van technisch volstrekt verschillende systemen. Mininova is een zoekmachine voor Bittorrent, FTD is een ontmoetingsplek voor Usenet-gebruikers. Bij Mininova kun je torrents (een soort hyperlinks) vinden naar legaal en illegaal aangeboden bestanden. Bij FTD tippen mensen elkaar over downloadbaar materiaal, maar dat is zonder hyperlinks.

Verder moet je bij gebruik van Bittorrent altijd zowel uploaden als downloaden, terwijl je bij Usenet niet hoeft te uploaden als je wilt downloaden. Daarmee valt Usenet binnen de wettelijke regels over de thuiskopie; je kunt dus altijd legaal downloaden van Usenet. De redenering hierboven over “gebruikers beter in staat stellen om werken met elkaar te delen” (wat auteursrechteninbreuk zou zijn) gaat daarmee niet op voor FTD. FTD komt pas in zicht als een upload al gebeurd is, en FTD verbetert daarmee niets aan het uploaden/delen van werken.

Als u overigens nog tips heeft naar aanleiding van BREIN’s eis in reconventie (PDF, 20MB!) in de FTD zaak dan hoor ik dat graag.

Arnoud

Wet bewaarplicht erdoor, en nou / nou en?

pixelated-fingerprint-gepixeld.pngJaja, de Wet Bewaarplicht is erdoor. Helemaal vergeten te melden, ik weet het. Maar omdat het hier om een volstrekt zinloos stuk wetgeving gaat, heb ik hem even laten liggen. Afijn, het principe zal u bekend zijn: aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten zijn vanaf nu verplicht om verkeersgegevens van hun gebruikers te bewaren ten behoeve van opsporing van ernstige delicten. De hooiberg komt er dus, hoe er straks spelden in gezocht worden moet nog worden bedacht. En een andere Arnoud heeft al een manier gevonden om er omheen te kunnen.

De huidige wetsartikelen noemen 12 maanden, maar de minister heeft toegezegd om dit met een reparatiewet naar zes maanden te beperken voor internetproviders

De belangrijkste vraag voor providers is: wat moet ik nu eigenlijk bewaren? Heel wat. Maar niet, en ik herhaal: niet, en ik herhaal nogmaals voor de mensen die dubbele ontkenningen niet snappen: niet, de adressen van websites die mensen gaan bezoeken. De bewaarplicht is namelijk beperkt tot een specifieke waslijst met te bewaren gegevens. Artikel 13.2a Telecommunicatiewet zegt:

Aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of openbare telecommunicatiediensten bewaren de in de bij deze wet behorende bijlage aangewezen gegevens, voorzover deze in het kader van de aangeboden netwerken of diensten worden gegenereerd of verwerkt, ten behoeve van het onderzoeken, opsporen en vervolgen van ernstige misdrijven

En wat staat er dan in die bijlage voor internetproviders:

a. de toegewezen gebruikersidentificatie(s) en de gebruikersidentificatie of telefoonnummer van de beoogde ontvanger(s) van een internettelefoonoproep;<br/> b. de gebruikersidentificatie en het telefoonnummer toegewezen aan elke communicatie die het publieke telefoonnetwerk binnenkomt;<br/> c. naam en adres van de abonnee of de geregistreerde gebruiker aan wie het IP-adres, de gebruikersidentificatie of het telefoonnummer was toegewezen op het tijdstip van de communicatie en naam (namen) en adres (adressen) van de abonnee(s) of de geregistreerde gebruiker(s) en de gebruikersidentificatie van de beoogde ontvanger van communicatie;<br/> d. datum en tijdstip van de log-in en log-off van een internetsessie gebaseerd op een bepaalde tijdzone, samen met het IP-adres, hetzij statisch, hetzij dynamisch, dat door de aanbieder van een internettoegangsdienst aan een communicatie is toegewezen, en de gebruikersidentificatie van de abonnee of geregistreerde gebruiker;<br/> e. datum en tijdstip van de log-in en log-off van een e-maildienst over het internet of internettelefoniedienst gebaseerd op een bepaalde tijdzone;<br/> f. de gebruikte internetdienst;<br/> g. het inbellende nummer voor een inbelverbinding;<br/> h. de digital subscriber line (DSL) of ander eindpunt van de initiatiefnemer van de communicatie.

Het gaat met andere woorden alleen over de verkeersgegevens van de persoon die toegang krijgt tot internet. Grofweg: je IP-adres, het MAC-adres van je modem en het telefoonnummer vanaf waar je inbelt.

Onder c valt ook het e-mailadres van de mensen met wie je mailt. Dat moet een provider dus wel gaan bijhouden. Maar neem je een e-maildienst af bij een aparte dienstverlener (bv. Hotmail, Gmail of mijn favoriet Fastmail.fm), dan geldt de bewaarplicht niet voor hen.

Bij het Opinieblog van XS4All maakt Niels Huijbregts, en met hem 168 reaguurders, zich terecht boos over deze wet. In de comments daar nog de intrigerende observatie dat ook inkomende mail moet worden geregistreerd. Daar had ik nog niet aan gedacht, maar het lijkt er wel onder te vallen ja. Dat wordt nog een leuke dan gezien alle spams die binnenkomen.

Ik kan werkelijk geen enkel voordeel ontdekken aan deze wet. Nou ja, alleen firma’s die nu tools gaan leveren om het te implementeren en juristen die mogen uitleggen wat je wel en niet moet doen. 🙂

Arnoud

Wat is fair bij fair use? (Nee, dat andere fair use)

spareribs-onbeperkt-buffet-banket-eten-fair-use.jpgAfgelopen week kreeg ik diverse mails van lezers die zich afvragen hoe het nu zit met fair use, en dan bedoel ik niet het auteursrechtelijke begrip maar de kreet van internetproviders: Onbeperkt internetten (fair use policy van toepassing). Wanneer is onbeperkt internetgebruik unfair?

Dat is een goeie vraag, waar nog steeds niemand over heeft geprocedeerd zodat het antwoord nog wel even op zich laat wachten. In februari vorig jaar blogde ik dat dit wel eens een oneerlijke handelspraktijk kan zijn omdat je essentiële informatie weglaat bij je aanbod. Je vertelt je klant namelijk niet hoe veel data hij mag downloaden – of erger nog, je zet hem op het verkeerde been omdat je heel hard ONBEPERKT roept maar met een vage term in kleine letters wat anders meldt.

Er is trouwens nog iets mis met de fair use policy: het is de provider die eenzijdig vaststelt of je “te veel” downloadt. En omdat daar geen objectieve criteria aan zitten, is dat een onredelijk bezwarend beding:

Onredelijk bezwarend is een beding dat de beoordeling van de vraag of de gebruiker in de nakoming van een of meer van zijn verbintenissen is te kort geschoten aan hem zelf overlaat

Ik krijg zin om hier eens een proefproces van te maken. Maar het belang van zo’n zaak is natuurlijk minimaal: welke schade lijdt je doordat je provider je afknijpt nadat je 700GB hebt gedownload terwijl bleek dat 400 het maximale was dat je had mogen gebruiken? Worden er echt mensen door hun provider afgesloten wegens te hard downloaden?

Arnoud