Impliciete licenties op toegestuurde productfoto’s

| AE 1577 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 1 reactie

envelop-hand.pngVia Boek9.nl een interessant vonnis over productfoto’s. Als je een CD-ROM met productfoto’s ontvangt, mag je die dan publiceren als winkel zijnde? En, intrigerend: wie heeft die CD eigenlijk opgestuurd als zowel de fotograaf als de groothandel ontkennen dit gedaan te hebben?

Het bedrijf Moooi handelt in designmeubels en had een fotograaf ingehuurd voor een setje mooie productfoto’s. Deze productfoto’s waren auteursrechtelijk beschermd (wat niet altijd zo hoeft te zijn) en doken na enige tijd op op de website “fundadesign.nl” (nu: “designwonen.nl”) en op de website van NPU, waar de fotograaf niet blij mee was. Die stuurde dan ook een rekening, die NPU weigerde te voldoen omdat zij meende een licentie te hebben gekregen om deze foto’s te mogen gebruiken.

NPU had namelijk enkele jaren als wederverkoper van Moooi gewerkt, en in die tijd had zij een CD-ROM gekregen per post waarop de foto’s stonden, plus productomschrijvingen van de producten van Moooi. Dat kon maar één doel hebben: dat NPU die foto’s en teksten op haar site zou plaatsen om zo de Moooi-producten te herverkopen. En dus mocht NPU er vanuit gaan dat zij ook een licentie had onder de auteursrechten op die foto’s om dit te doen. Zoals de rechtbank het formuleert:

Het is immers gebruikelijk dat informatiemateriaal, dat rechtstreeks afkomstig is van de producent/leverancier, door de afnemer van de producten waarop dat informatiemateriaal ziet ten behoeve van de verkoop van die producten in de regel wordt gebruikt en mag worden gebruikt. Dit uitgangspunt wordt overigens bevestigd door de omstandigheid dat ook andere afnemers van Moooi-producten, dus niet zijnde NPU, op hun websites de door [eiser] gemaakte foto’s toonden (en thans tonen).

Alleen: Moooi ontkende die CD-ROM ooit opgestuurd te hebben. En de fotograaf gooide daar nog bovenop dat Moooi die licentie helemaal niet kon geven zelfs als ze die CD hadden verstuurd, omdat de afgesproken licentie alleen voor de geautoriseerde dealers van Moooi gold en dus niet voor NPU. Maar, zo reageerde NPU dan weer, hoe had zij moeten weten dat Moooi slechts voor bepaalde dealers licenties afspreekt?

Een lastige kwestie dus, die sterk draait om de vraag waar die CD dan toch vandaan kwam. Want:

  1. Als de CD direct van Moooi afkomstig was, dan mocht NPU er vanuit gaan dat zij geautoriseerd was om de inhoud daarvan online te zetten om de Moooi-producten te helpen verkopen.
  2. Als de CD van een ander afkomstig was, dan had NPU eerst moeten onderzoeken hoe het zat met licenties op de inhoud.

Omdat niet duidelijk is waar de CD vandaan komt, krijgt NPU de gelegenheid om eens in het archief van de postkamer te gaan zoeken. Ook mag ze getuigen laten opdraven die kunnen verklaren wat er op de envelop stond of wat ze aan begeleidende brieven hebben aangetroffen in die envelop.

Een leuke: ik bewaar echt niet alle licentieteksten bij het materiaal van derden dat ik gebruik. Ik lees het bij het moment dat ik het kopieer, en ga er vanuit dat er later nooit meer iemand komt klagen. Maar kennelijk kun je een jaar later opdracht krijgen om alsnog een licentie te overleggen. Oeps. Ik ga toch maar wat vaker screenshotten wat ik kopieer.

Arnoud

Hoe bewijs je dat een laptop nonconform is?

| AE 1565 | Informatiemaatschappij, Ondernemingsvrijheid | 3 reacties

apple-appel.pngIndirect stiekem toch een lezersvraag. Op Fok! een discussie over een Apple laptop die Apple weigert gratis te repareren omdat het defect in het moederbord zit, en de consument-koper niet heeft bewezen dat dit een fabricagefout is.

De topicstarter vroeg:

Hoe kan ik nou aantonen dat dit defect non-conform is, het moederbord is een elektrisch en niet aan slijtage onderhevig component, is dit genoeg bewijs?

De laptop blijkt aan Apple opgestuurd te zijn, die na onderzoek meldt “moederbord defect” en voor reparatie een prijskaartje van 850 euro noemt.

Omdat de laptop zo’n anderhalf jaar oud is, moet de consument aantonen dat het defect een fabricagefout is. Alleen bij producten van minder dan zes maanden oud wordt die bewijslast omgekeerd (art. 7:18 lid 2 BW).

Eerlijk gezegd heb ik geen idee hoe je dat hier voor elkaar gaat krijgen. Je zou hem open kunnen maken, en dan kijken of er koffie overheen gegaan is of je een verkeerd geplakte soldeerklodder kunt ontwaren. Maar veel verder dan dat kun je als consument niet gaan denk ik.

Als al die evidente zaken uit te sluiten zijn, dan zou je kunnen proberen de bewijslast toch bij de fabrikant te leggen. Verklaar schriftelijk dat de kast niet open geweest is, niet is gevallen, geen vochtschade heeft, en wat nog maar meer normale gebruiksfouten zijn. Dan kan het redelijkerwijs geen gebruiksschade zijn geweest, ergo het moet wel een fabricagefout zijn. En dan leg je de bewijslast bij hen.

Arnoud

Imiteren van je concurrent, hoe ver mag je gaan? (bij Netters.nl)_

| AE 1526 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 8 reacties

Productfoto’s en -tekst overnemen van je concurrent, mag dat, schreef ik in juni vorig jaar naar aanleiding van een rechtszaak tussen reformwebwinkels De Roode Roos en De Rooij. Nu is er een bodemvonnis (via Boek9.nl) dat een en ander bevestigt. Naar aanleiding hiervan schreef ik een artikel bij webbouwersgemeenschap Netters:

Het sleutelwoord voor een goede site is en blijft goede content. Veel mensen hier bouwen webwinkels voor allerlei artikelen. Wat is dan goede content? Inderdaad, productomschrijvingen, fotootjes en een goede categorie/tagstructuur zodat mensen je producten kunnen vinden en je goed gevonden wordt op de producttermen. Maar ga je dat voor elke winkel opnieuw schrijven? Zeg eens eerlijk, wie hier heeft er nog nooit een producttekstje of foto geleend van de concurrent?

Lees verder in Imiteren van je concurrent, hoe ver mag je gaan? bij Netters.nl.

En ook voor u de vraag: wat vinden jullie van de twee websites? (De Roode Roos en De Rooij). Webwinkels van dertien-in-een-dozijn? Of zit er bij De Roode Roos toch echt wel iets bijzonders?

Arnoud

Betalen om te bieden op het recht te mogen bieden op een veiling – eh, wat?

| AE 1399 | Innovatie, Ondernemingsvrijheid | 10 reacties

Webwinkels snap ik, en veilingsites over het algemeen ook. Maar wat het model achter Swoopo is, ontgaat me volledig. Betalen voor het recht om te bieden op een veiling? En nog leuker, betalen voor een betaling voor het recht om te bieden? Voor zover ik er chocola van kan maken, is het idee dat je… Lees verder

Nieuwe wetten voor webwinkels – lezing op Webwinkel Vakdagen 2009

| AE 1388 | Iusmentis, Ondernemingsvrijheid | 3 reacties

Was u van plan naar de Webwinkel Vakdagen te gaan in januari? Of aarzelt u nog? Misschien dat mijn presentatie u dan over de streep trekt: Voor webwinkels zijn er veel wetten gewijzigd en bijgekomen het afgelopen jaar. Wat betekent dat nu voor u? ICT-jurist Arnoud Engelfriet praat u in 45 minuten bij. Mag u… Lees verder

MD5-beveiligingsmechanisme achter vertrouwde websites gekraakt

| AE 1391 | Ondernemingsvrijheid, Security | 8 reacties

Nou, mooi is dat. Ben ik net uit bed na een erg leuke oudejaarsavond, blijken een stel beveiligingsonderzoekers e-commerce gekraakt te hebben. Of nou ja, de beveiligingstechniek achter een hoop e-commerce sites. Dit omdat het MD5-algoritme, een klein maar cruciaal deel van de gebruikte beveiligingstechniek al drie -pardon, vier, het is 2009- jaar bijzonder zwak… Lees verder

Uitverkoop op afstand

| AE 1343 | Ondernemingsvrijheid | 7 reacties

Een lezer mailde me: Bij verschillende internetwinkels zie ik staan dat de retour-mogelijkheid niet geldt voor sales/uitverkoop, maar in jouw lijstje uitzonderingen zie ik dat niet staan. Is het dan terecht? Valleen uitverkoop-artikelen soms onder ‘bederfelijke waar’, ook als dat soms kleding of zo betreft? De Wet Koop op Afstand zegt dat je gekochte producten… Lees verder