Vonnis nietig verklaard om gebruik van woord ‘blog’

groene-boekje.jpgEen rechter in België heeft een eerdere uitspraak in een rechtszaak nietig verklaard om het gebruik van de woorden blogsite, blogspot, user-id en hostadres in het verzoekschrift, meldde Nu.nl op basis van een bericht in De Standaard. De Belgische Wet op het gebruik der talen in gerechtszaken bepaalt namelijk dat een rechtszaak geheel in het Frans of Nederlands gevoerd moet worden. En woorden als blogsite, blogspot, blog provider, user, user ID, vertical aggregator, knowledge provider, communities creator for professionals, hostadres of comment zijn Frans noch Nederlands.

Nu weet ik niet of dat aan de kwaliteit van de journalistiek ligt, maar dit is geen nieuws: het vonnis (ok, beschikking) is al uit 2008. En Belgisch collega Ywein van den Brande blogde er al over in 2009.

De rechter paste de wet strikt toe. Indien je het verzoekschrift niet kan begrijpen als je de Engelse woorden weglaat, is het verzoekschrift nietig.

Ik kan me maar moeilijk voorstellen dat dit het criterium is, maar er is Belgische jurisprudentie over de uitdrukking quod non waarbij ik zie:

De Latijnse woorden “quod” en “non” zijn opgenomen in de algemeen gebruikte woordenboeken van de Nederlandse Taal. Het gebruik ervan schendt de Wet Talen Gerechtszaken niet. Dit neemt niet weg dat de uitdrukking “quod non” niet door iedereen zal worden verstaan.

Engelstalige woorden die gewoon in Nederlandsewoordenboeken (stel ik het zo goed samen?) staan, mag je dus gewoon in een gerechtelijke procedure gebruiken.

Nu zullen sommige van de hierboven aangehaalde woorden niet in de Van Dale of het hierboven afgebeelde Groene Boekje staan. In theorie heb je dan een grond om het gevorderde aan te vechten. Maar zou je dan niet eerst moeten stellen dat je de Engelse woorden niet begrijpt? Dat lijkt een logisch criterium, maar in deze zaak leek het niet toegepast: het was namelijk gedaagde Google(!) die zich op deze wet beroept. Hoewel ik niet kan uitsluiten dat ze dit beroep deden omdat ze bang waren dat de rechter het niet begrijpt en dus de eis maar zou toegeven onder het helaas vaak gevoerde motto “wat ik niet snap, zal wel kloppen”.

Arnoud

Driehonderd jaar auteursrecht

statute-anne-copyright.jpgAuteursrecht is driehonderd jaar oud. Op 10 april 1710 werd de Statute of Anne, de eerste wet over rechten voor auteurs op hun werken aangenomen in Engeland. Voor die tijd waren er wel wetjes over het al of niet mogen drukken van werken, maar die richtten zich alleen op drukkers. De Statute of Anne was de eerste die auteurs rechten gaf. Zonder hun toestemming mocht hun boek niet worden gedrukt. Gebeurde dat toch, dan:

Then such Offender or Offenders shall Forfeit such Book or Books, and all and every Sheet or Sheets, being part of such Book or Books, to the Proprietor or Proprietors of the Copy thereof, who shall forthwith Damask and make Waste-Paper of them

(Ik weet niet precies wat “to damask” is.) En ook dit kennen we nu nog: een rechthebbende kan inbreukmakende exemplaren in beslag laten nemen en vernietigen.

De Statute of Anne was de directe inspiratie voor de eerste Amerikaanse auteurswet. In continentaal Europa duurde het nog even voor er iets vergelijkbaars kwam, tot de Berner Conventie van 1886 was er daar weinig eenvormigheid. Een belangrijk verschil: volgens de Statute was het verplicht om een copyrighted work te voorzien van een expliciete auteursrechtvermelding, en de Berner Conventie verbood iedere formaliteit.

Weet iemand nog een leuk verjaardagskadootje voor deze driehonderd jaar oude grijsaard? 🙂

Arnoud

Beelden van bewakingscamera niet bruikbaar als bewijs?

Straatrovers, inbrekers en zakkenrollers dreigen vrijuit te gaan indien in hun strafzaak gebruik wordt gemaakt van beelden van bewakingscamera’s, las ik bij Security management. Men baseert zich op een artikel in De Telegraaf waarin wordt gemeld dat camerabeelden niet zomaar door justitie kunnen worden opgeëist als bewijs, omdat het “gevoelige informatie” kan bevatten over iemands ras. Dat zou de Hoge Raad geoordeeld hebben.

Het was even spitten, maar ik vond een arrest van 23 maart waarin de offficier van justitie persoonsgegevens had gevorderd (naam, adres, postcode, woonplaats en eventuele foto) van de gebruikers van kaarthouders van een OV-chipkaart die in een bepaalde tijdsperiode op bepaalde metrostations hadden in- en uitgecheckt. Dit op grond van artikelen 126nd en <A HREF=”http://lexius.nl/Sv/126ud.

Er staat expliciet “De vordering kan niet betrekking hebben op persoonsgegevens betreffende … ras” in lid 2 van artikel 126nd. Het is binnen de jurisprudentie rond persoonsgegevens aanvaard dat een foto van iemand kan worden gezien als een “persoonsgegeven betreffende ras”, omdat je op een foto kunt zien wat iemands ras of etnische afkomst is. Een foto van een persoon mag dus niet worden gevorderd op grond van artikel 126nd Strafvordering.

Wel een grond biedt artikel 126nf Strafvordering, dat expliciet zegt dat foto’s en andere van deze gevoelige persoonsgegevens wel mogen worden gevorderd, maar alleen:

  1. in geval van verdenking van een ernstig misdrijf waar (kort gezegd) minstens 4 jaar cel op staat, en
  2. na voorafgaande schriftelijke machtiging, op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris.

Omdat die machtiging er niet was, oordeelde de Hoge Raad dat de pasfoto’s van de ovchipkaarthouders niet mochten worden afgegeven. Zij verwerpt daarbij het standpunt dat artikel 126nf alleen zou gelden als de officier de intentie zou hebben het ras van de mensen op de foto te willen weten. Ook als ‘bijvangst’ mag een officier geen gegevens over ras of etnische afkomst opvragen zonder machtiging van de rechter-commissaris.

Hiermee is er dus een grond om tegen elk gebruik van opgeëiste camerabeelden te ageren: er is geen machtiging voor gevraagd. Bovendien zal lang niet bij elke beroving of inbraak sprake zijn van een misdrijf dat een “ernstige inbreuk op de rechtsorde” oplevert, zodat die machtiging niet altijd gegeven zal worden.

Het lijkt me niet echt een wenselijke uitkomst, want het doorkruist compleet het mogen opvragen van camerabeelden. Maar ik zie niet 1-2-3 een antwoord hierop.

Update: in dit arrest vindt Gerechtshof Arnhem juist dat

Het gaat immers om beelden die (anders dan in het geval van de Hoge Raad) niet aan [bank] waren toevertrouwd, maar om een opname van een beveiligingscamera waarvan de aanwezigheid op allerlei plekken in de publieke ruimte en in het bijzonder bij pinautomaten van algemene bekendheid is. Om meer of anders dan een foto- of videoregistratie van de (bij een duidelijke opname voor het bewijs bruikbare) fysionomie van degene die voor een bepaalde geldtransactie van de pinautomaat in kwestie gebruik heeft gemaakt, gaat het hier niet. Van een (aan de beelden of de opnamen daarvan) voorafgegane verwerking van gevoelige persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 Wet bescherming persoonsgegevens, is bij deze registratie geen sprake geweest. Het verbod van artikel 18 van de wet doet zich (daarom) evenmin gelden. Het beeldmateriaal in kwestie kon daarom op de voet van artikel 126nd/ud van het Wetboek van Strafvordering worden gevorderd en kan en mag om die reden voor het bewijs worden gebruikt en het hof doet dat.

Update (22 november 2012): in deze uitspraak vindt de rechtbank Rotterdam dat er wél sprake is van een vormverzuim als niet met een machtiging is gevorderd, maar verbindt daar geen gevolgen aan:

Met de raadsman oordeelt de rechtbank dat artikel 126nf WvSv de juiste rechtsgrond was. De rechtbank constateert dat er sprake is van een vormverzuim. Echter, aan de materiële criteria van artikel 67 lid 1 WvSv, te weten dat een ernstige inbreuk op de rechtsorde is gemaakt en dringende noodzakelijkheid, is wel voldaan. Om die reden volstaat de constatering van het gemaakte verzuim.

Arnoud

Skimmen toch strafbaar!

skimmen-diefstal-fraude-oplichting-foto-paul-wiegmans.jpgJa, daar stond ik even van te kijken. Ik heb op diverse plekken rondgetoeterd dat het niet duidelijk is of skimmen strafbaar is. Dit vanuit de gedachte dat er pas sprake is van oplichting als er werkelijk iets wordt gekocht met een nagemaakte kaart. Maar een lezer wees me op diverse vonnissen, zoals bv. rechtbank Zwolle en eerder rechtbank Breda, waarin het wel degelijk strafbaar werd geacht om skimapparatuur voorhanden te hebben en te proberen deze op pinautomaten te installeren.

In de wet staat namelijk een apart artikel dat gewoon het namaken van een betaalpas verbiedt (art. 232 lid 1 Strafrecht):

Hij die opzettelijk een betaalpas, waardekaart, enige andere voor het publiek beschikbare kaart of een voor het publiek beschikbare drager van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Er hoeft dus geen sprake te zijn van daadwerkelijk ‘bevoordelen’ of daadwerkelijk zaken kopen of rekeningen plunderen. Zolang dat oogmerk er maar is, ben je al strafbaar. Wie legitiem onderzoek doet naar kwetsbaarheden in betaalkaarten hoeft zich dus geen zorgen te maken, want zo’n onderzoeker heeft niet het oogmerk zich te ‘bevoordelen’ (wetenschappelijke roem is geen ‘voordeel’ in de zin van de strafwet).

Nu waren er in de aangehaalde zaken nog geen betaalpassen nagemaakt. Het ging zuiver om het skimmen: het aanbrengen van apparatuur waarmee de gegevens konden worden gekopieerd die nodig zijn om betaalkaarten na te maken. Daar is geen expliciet artikel voor, maar we hebben wel de algemene regel van “poging tot” in het strafrecht. Zoals dat zo mooi heet: “wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard” ben je al strafbaar als pleger van een poging tot een misdrijf.

Is het ophangen van een skiminstallatie een poging tot vervalsen van een betaalpas? Ja, zegt de rechtbank Breda:

Het plaatsen van een camera op een pinautomaat, waarmee de pincodes van de ingevoerde passen kunnen worden opgenomen, kan echter volgens de rechtbank niet anders worden uitgelegd dan te zijn gericht op de voltooiing van het misdrijf skimmen. … De pincode is bedoeld om te voorkomen dat onbevoegden betalingen doen langs geautomatiseerde weg ten laste van bevoegde gebruikers. Het kopiëren van de pincodes is een wezenlijk onderdeel van skimmen. Derhalve is het plaatsen van een camerabalk op zichzelf al een begin van uitvoering van het misdrijf skimmen.

Ook de rechtbank Zwolle redeneert op die manier. In die zaak werd nog geschermd dat de verdachte zelf niet de kennis had om de passen te maken, zodat het onmogelijk voor hem zou zijn om het misdrijf te plegen. Maar nee:

De omstandigheid dat verdachte mogelijk niet over de apparatuur en kennis beschikt om zelf de volgende stap in het valselijk opmaken van de bankpassen te kunnen zetten, wat daar verder ook van zij, doet aan het oordeel van de rechtbank niets af. Blijkens de verklaring van verdachte worden deze volgende stappen immers door anderen in de organisatie uitgevoerd. Aangezien verdachte het medeplegen van dit feit wordt verweten, is het niet vereist dat verdachte zelf ook tot het daadwerkelijk valselijk opmaken van bankpassen in staat zou zijn.

‘Medeplegen’ wil zoveel zeggen als samenwerken met een ander om zo in vereniging het misdrijf te plegen. Je bent allebei evenveel dader, zeg maar. Dit is strenger dan “medeplichtig”, waarbij je alleen maar gelegenheid, hulpmiddelen of assistentie hoeft te hebben geleverd.

Beiden rechtbanken leggen een gevangenisstraf op: in Breda 21 maanden, in Zwolle 6 maanden. Wat precies het verschil verklaart, kan ik zo niet vinden. Misschien omdat in Breda er meer apparaten geïnstalleerd waren.

Update (7 december 2011) in een andere zaak wordt voor onder meer skimmen én het ook echt namaken van de passen, alsmede oplichting, een straf van negenendertig maanden cel opgelegd.

Arnoud<br/> Foto: Paul Wiegmans.

Digitale handtekeningen op je iPhone

handtekening-zosh-iphone.pngIn Apple’s App Store is een applicatie verschenen waarmee je documenten kunt verzenden met je handtekening eronder, meldde iPhoneclub gisteren. De applicatie, Zosh, zou hierdoor een vervanger kunnen zijn van de fax, dat nog steeds de snelste manier is om ondertekende documenten te verzenden. De patent pending signature tool komt neer op een PDF editor die één ding kan, namelijk een plaatje van je handtekening in een PDF invoegen. Dit “let’s you” (sic) een handtekening zetten met je vinger op je iPhone.

Laat ik de discussie over rechtsgeldigheid meteen voor zijn: ja, dit is rechtsgeldig, en wel omdat de wet helemaal nergens eist dat contracten of formulieren ondertekend worden. Die handtekening is dus een leuk stukje dikdoenerij om een afspraak net wat meer gewicht te geven, maar formeel is het nergens voor nodig.

Deze applicatie kan nut hebben als de wederpartij per se een ondertekend document wil hebben, maar dat is puur en alleen een onderlinge wens waar je al of niet aan toe kunt geven. Maar met wettelijke rechtsgeldigheid heeft dat niet zo veel te maken.

En inderdaad, er staan allemaal regels over elektronische en digitale handtekeningen in de wet. Waarom die er staan, is me nog steeds niet duidelijk, en ik ben nog wel op t onderwerp afgestudeerd. In een cynische bui noem ik ’t wel eens technologiefetishisme, het zo leuk vinden van techniek dat we er allerlei regeltjes voor gaan maken om het “goed te regelen” zonder dat iemand zich nu afvraagt of dit wel geregeld moet worden of waarom.

Arnoud

Wanneer wordt wanprestatie oplichting?

Een lezer vroeg me:

Een tijd geleden kocht ik via Marktplaats een telefoon. Ik had vanaf het begin al twijfels, gezien de advertentie en de status van de verkoper, maar ik wilde de gok toch wagen want de prijs was wel erg mooi. Maar je raadt het al: na betaling hoorde ik niets meer. Eerst nog wat smoezen over ziekte en familieproblemen, maar zelfs dat krijg ik nu niet meer. Ik ben naar de politie geweest, en die zeggen dat dit een civiele zaak is (wanprestatie). Maar hoe lang moet ik nu wachten voordat ik wél aangifte van oplichitng kan doen?

Van oplichting (art. 326 Strafrecht) is sprake als je met slinkse trucs iemand anders geld, producten of iets dergelijks probeert af te troggelen. Het gaat dus niet zozeer om de tijd waarin je aan het lijntje wordt gehouden, maar om de intentie van de verkoper. Die moet de bedoeling hebben gehad om jou je geld afhandig te maken en daarvoor geen product te willen sturen.

Nu is dit lastig te bewijzen. Een lange tijdsduur en verbroken contact kan een aanwijzing zijn, want normale verkopers doen dat zelden en oplichters doen dat vaak. Maar doorslaggevend is het niet, het is denkbaar dat ook een welwillende verkoper ineens van de aardbodem verdwijnt. Dat maakt hem nog geen oplichter, in juridische zin. Update (8 mei 2012) de Hoge Raad bepaalde eerder:

dat het enkele aangaan van een overeenkomst en het vervolgens in gebreke blijven op zichzelf – ook indien degene die de overeenkomst is aangegaan al voorzag niet aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen – niet het aannemen van een valse hoedanigheid noch een listige kunstgreep als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht oplevert.

Niet leveren is dus geen oplichting, óók niet als je bij het sluiten van de koop wist dat je nooit zult kunnen gaan leveren. Je moet iets listigs of valsigs doen, bijvoorbeeld vals bewijs dat het product verzonden is aanleveren zodat de klant niet meer weet waar het te zoeken.

Wel heeft hij ondertussen al het geld ontvangen, dat hij nu onder zich houdt en niet wil teruggeven. Je zou kunnen zeggen dat hij dat verduisterd heeft (art. 321 Strafrecht), immers hij verkreeg het legaal maar behoudt het nu wederrechtelijk. Maar ik twijfel of dat opgaat. Als hij namelijk nog steeds meent te kunnen leveren, dan is hij gerechtigd het geld te houden. Pas als de koper hem in gebreke stelt en de koop ontbindt, moet het geld terug. En dan nog: niet terugbetalen van geld na zo’n ontbinding is wederom een contractueel probleem en niet automatisch een strafbaar feit.

De enige echte manier om oplichting aan te tonen, is te laten zien dat er sprake is van een patroon. Eén gedupeerde is waarschijnlijk nog een civiele zaak, tien of honderd gedupeerden geven een vermoeden dat iemand dat met opzet doet. Of dat hij failliet aan het gaan is natuurlijk.

Update (22 januari 2013) zie ook dit arrest met goede samenvatting van de jurisprudentie en een flink aantal voorbeelden van wel en niet bewezen oplichting.

Arnoud

Webwinkels: deskundig en praktisch juridisch advies (boek)

thn_webwomslagblauwrandtxtwit.gifJa, dat boek over webwinkels, hoe staat het er eigenlijk mee? Nou, we zijn al een heel eind (90 pagina’s), en deze Tweede Paasdag wilde ik u graag een sneak preview van de cover plus de inhoudsopgave meegeven. Ik schreef het boek samen met ICTRecht-partner Steven Ras.

Wie wil voorintekenen of leuke ideeën heeft ter promotie of verspreiding: ik houd me aanbevolen!

Juridisch verantwoord zakendoen<br/>

  • Inschrijven en aanmelden
  • <li>Uw ondernemingsvorm </li>
    
    <li>Uw bedrijfsnaam</li>
    
    <li>Elektronisch contracten sluiten</li>
    
    <li>Oneerlijke handelspraktijken </li>
    
    <li>Webwinkels en kansspelen</li>
    
    <li>De rechter en andere instanties </li></ul>
    

    Wettelijke plichten voor webwinkels<br/>

    • Informatie over uzelf
    • <li>Informatie over het winkelen </li>
      
      <li>Verplichtingen rond betalen </li>
      
      <li>Verplichtingen rond levering </li>
      
      <li>Verplicht factureren </li>
      
      <li>Recht van retour</li></ul>
      

      De kwaliteit van uw producten <br/>

      • Conformiteit: voldoen aan de verwachtingen
      • <li>Conformiteitseis</li>
        
        <li>Economische levensduur </li>
        
        <li>Garantie naast conformiteit </li>
        
        <li>Productaansprakelijkheid </li></ul>
        

        Uw kleine lettertjes<br/>

        • Waarom algemene voorwaarden
        • <li>Toepasselijkheid van algemene voorwaarden</li>
          
          <li>Onredelijk bezwarende voorwaarden</li>
          
          <li>Aansprakelijkheid van webwinkels </li></ul>
          

          De privacy van uw klant<br/>

          • Persoonsgegevens en privacy
          • <li>Gerechtvaardigd verwerken </li>
            
            <li>Aanmelden bij het College Bescherming Persoonsgegevens</li>
            
            <li>Privacyverklaring </li>
            

          Regels rond reclame <br/>

          • Online advertenties
          • <li>Commerciële boodschappen en spam </li>
            
            <li>Toestemming voor tell-a-friend</li>
            
            <li>Toestemming via algemene voorwaarden</li>
            
            <li>Regels bij telefonisch contact</li></ul>
            

            Van merken, reclame en domeinnamen <br/>

            • Merknamen en domeinnamen
            • <li>Sterk merk </li>
              
              <li>Merkproducten verkopen</li>
              
              <li>Hoger in Google dan de merkhouder</li></ul>
              

              Auteursrecht voor webwinkels<br/>

              • Auteursrecht op een website
              • <li>Een beschermde databank</li>
                
                <li>Investeren in het bouwen</li>
                
                <li>Citaatrecht </li>
                
                <li>Portretrecht </li>
                
                <li>Stappenplan bij auteursrechtschending </li>
                

Rijksoverheid stapt over op Creative Commons Zero Licentie

creative-commons-zero-public-domain.pngAlle informatie op de website van de Rijksoverheid kan vrij worden hergebruikt, meldde collega-jurist Stefan Kulk gisteren. De copyrightvermelding op Rijksoverheid.nl vermeldt nu dat alles toegestaan is met werken op deze site, tenzij er een expliciet voorbehoud staat bij een individuele tekst of afbeelding. De gebruikte ‘licentie’ is CC Zero, een Creativecommonsvariant waarbij afstand wordt gedaan van alle auteursrechten.

Maar is dat wel nodig, vraag ik me dan af. Op wetten, besluiten en verordeningen, rechterlijke uitspraken en administratieve beslissingen zit geen auteursrecht (artikel 11 Auteurswet). Al het andere resultaat van creatieve arbeid van ambtenaren is gewoon auteursrechtelijk beschermd, maar daarvoor is er een soort van wettelijke licentie, artikel 15b Auteurswet:

Als inbreuk op het auteursrecht op een door of vanwege de openbare macht openbaar gemaakt werk van letterkunde, wetenschap of kunst, waarvan de openbare macht de maker of rechtverkrijgende is, wordt niet beschouwd verdere openbaarmaking of verveelvoudiging daarvan [tenzij een expliciet voorbehoud is gemaakt]

Eerlijk gezegd zie ik qua effect weinig verschil tussen de CC Zero declaratie en dit artikel.

Het enige echt verschil is dat de copyrightverklaring van toepassing is op alles op Rijksoverheid.nl en het wetsartikel alleen op werken waar de overheid het auteursrecht op heeft. Een foto in een overheidsfolder waarvan de rechten bij de fotograaf liggen, mag dus niet zomaar worden gekopieerd. Maar met een foto op Rijksoverheid.nl mag dat wel – tenzij je erbij ziet staan dat de rechten voorbehouden zijn.

Ik kon trouwens zo snel geen voorbehouden vinden, maar houd me aanbevolen voor linkjes.

Arnoud

Zit uw creditcard nog in uw portemonnee?

Als u een creditcard heeft, dan moet u namelijk elke dag even controleren hoe het daarmee staat:

4.2 De Card-houder dient minimaal één keer per dag te controleren of de Card nog in zijn of haar bezit is en dient tevens de informatie van [de maatschappij] – waaronder ook het rekeningoverzicht – terstond te controleren.

Dat blijkt uit de algemene voorwaarden (overigens in Ieniemienieletters) die voor VISA, Mastercard en enkele andere bedrijven gelden.

Op zich is het natuurlijk een goed idee om regelmatig te controleren of er geen misbruik van je kaart wordt gemaakt, maar om dat nu als contractsvoorwaarde op te nemen gaat misschien een beetje ver. Zeker nu in de voorwaarden rond misbruik en diefstal staat:

6.1 Als de Card-houder een redelijk vermoeden van misbruik van de Card, de pincode en/of overige gepersonaliseerde veiligheidskenmerken heeft, bijvoorbeeld uit het rekeningoverzicht, dient de Card-houder dit zo spoedig mogelijk telefonisch aan ICS te melden.

en iets daaronder

Uitsluitend indien de Card-houder frauduleus heeft gehandeld of sprake is van opzet of grove nalatigheid aan de zijde van de Card-houder, draagt de Card-houder alle verliezen als gevolg van verlies, diefstal of misbruik … Van grove nalatigheid is in ieder geval sprake indien de Card-houder één of meer verplichtingen uit hoofde van de artikelen 4, 5.1 en 6.1 niet is nagekomen.

En ja, dat leest u goed: u bent aansprakelijk voor alle onterechte afboekingen die u had kunnen voorkomen als u elke dag uw creditcard-statement zou hebben gecontroleerd.

Nu valt er misschien nog wel een mouw aan te passen omdat je onterechte afboekingen kunt laten storneren (deze voorwaarden hebben het zelfs over “13 maanden na de valutadatum” terwijl ik dacht dat het één maand was). Maar toch denk ik dat het in het algemeen wat te kort door de bocht is om te zeggen “als u niet elke dag uw afboekingen controleert, verliest u elk recht van claimen”.

Arnoud

Hoe bruikbaar is een gespreksopname als bewijs?

Een bewijsmiddel in de vorm van een CD-opname dient met de nodige behoedzaamheid te worden gewaardeerd, aldus de kantonrechter Assen in een ouder maar recent gepubliceerd vonnis. Hoewel je gesprekken mag opnemen en die opnames in beginsel als bewijs bruikbaar zijn, bieden de huidige audio-technieken dusdanig veel mogelijkheden voor vals spel dat de rechtbank niet blind wil varen op wat er te horen was op de CD.

In deze zaak ging het om een vermelding in een bedrijvengids op internet, een onderwerp waarbij bij iedere internetondernemer meteen een belletje “pas op, mogelijke oplichters” zou moeten rinkelen. Het bedrijf met de gids had een ondernemer telefonisch benaderd en opende als volgt:

Goedemiddag, u spreekt met [X] van bedrijfsregister, www.bedrijfsregister.nl. Ik wil nog even een geluidsopname maken van uw opdracht tot vermelding van uw bedrijfsgegevens op onze website”

De ondernemer kon zich echter niets herinneren van zo’n opdracht. Hij ging echter uit van de goede trouw van de beller en kreeg een toezegging dat hem na het gesprek een kopie van het contract zou worden gestuurd. Vervolgens moest hij nog een keer aangeven inderdaad in de gids te willen, waarvan een voicelog zou worden gemaakt als bewijs.

De rechter verwerpt het beroep op de voicelog omdat deze hooguit kan bewijzen dat er gesproken is over een eerdere afspraak, maar niet dat die afspraak is gemaakt. Het gaat om telefonische acquisitie, een techniek waarvan bekend is dat er nogal wat malafide bedrijven gebruik van maken. Een bedrijf dat via dat kanaal te werk gaat, moet dus meer doen om te bewijzen dat zij wel te goeder trouw heeft gehandeld en dat er echt een overeenkomst is. Het risico van misverstanden of onduidelijkheden komt dan ook voor rekening van het bedrijf.

Zo moeilijk is dat trouwens niet, aldus de kantonrechter:

Niet valt in te zien waarom, als daadwerkelijk aansluitend aan een telefonische opdracht een schriftelijke bevestiging wordt toegestuurd, niet wordt verzocht om (een afschrift van) die bevestiging ondertekend retour te zenden.

En nog een leuke opmerking die ik jullie niet wil onthouden:

Overigens en geheel ten overvloede merkt de kantonrechter nog op dat de bij repliek overgelegde CD waarop de geluidsopname zou staan niet uit te luisteren valt; noch op een “normale” cd-speler, noch op een (geavanceerde) computer.

Arnoud