“Dit telefoongesprek wordt opgenomen voor servicedoeleinden”

telefoon.jpgEen lezer vroeg me:

Wij doen veel telefonische acquisitie en verkoop. Om geen discussie achteraf te krijgen, nemen wij al deze gesprekken op. Nu schreef jij ooit dat dat mag als je gesprekspartner bent, maar ik hoor ook van mensen dat ik dit écht moet vragen. Hoe zit dat nu?

Het kan erg verstandig zijn om zakelijke telefoongesprekken op te nemen, dat biedt je handig bewijs als er achteraf discussie ontstaat over wat er gezegd is of hoe dat bedoeld is. En ja, dat mag.

Het is niet verboden om je eigen gesprekken op te nemen – alleen andermans gesprekken opnemen is strafbaar (art. 139b Strafrecht). En in het geval van een opnemende werkgever geldt dat ook bij zakelijke(!) gesprekken van de werknemer.

Echter, wie structureel gesprekken opneemt en deze archiveert in het kader van zijn bedrijfsvoering, valt daarmee onder de Wet bescherming persoonsgegevens. Een gespreksopname is een persoonsgegeven, zeker als je het koppelt aan telefoonnummer, klantnaam of iets dergelijks dat helpt bij identificatie van de klant. En dan is het inderdaad verplicht de betrokken wederpartij te melden dat je dit doet, want de Wbp eist dat je de betrokkenen informeert over wat je met hun persoonsgegevens doet.

Daarnaast hebben die mensen inzagerecht in wat er over hen opgeslagen wordt (art. 35 Wbp). Dit betekent dus dat je een kopie van het gesprek, alsook eventuele transcripties moet afgeven als de wederpartij daarom vraagt.

Toestemming lijkt me formeel niet nodig. Je kunt de opnames rechtvaardigen onder het uitvoeren van de overeenkomst, waar ook de aanloop tot contractsluiting onder valt. Natuurlijk staat het de wederpartij vrij om af te haken zodra hij hoort “Dit gesprek wordt opgenomen voor trainingsdoeleinden”.

Overigens is precies die zin net wat onhandig. Hij klinkt leuk neutraal en positief, maar binnen de Wbp betekent die zin dat je de opname niet zomaar in kunt zetten voor van alles en nog wat. Je mag gegevens alleen gebruiken voor het doel waarvoor je ze verzamelt (en doelen die daar direct mee samenhangen). Trainen van je personeel hangt niet direct samen met bewijzen van een acquisitiegesprek. Je moet dus echt zeggen wat je gaat doen. Maar dan gaat Marketing weer piepen dat het klanten afschrikt.

Arnoud

De invloed van social media op getuigenverklaringen

social-media“Invloed social media op verklaringen”, samenvat Rechtspraak.nl het droogjes. In een strafzaak over poging tot moord waren de nodige getuigenverklaringen beschikbaar, maar uit reacties op een helaas geanonimiseerde website ontstond het vermoeden dat sommige van die getuigen best wel eens “anders dan de waarheid” zouden kunnen hebben verklaard. Waarom verklaringen op een website “invloed van social media” heten?

In 2012 was er een schietpartij in een woonwijk in Middelburg. Vrijwel direct daarna verschenen “op de website [naam website]” berichten met details daarover, kennelijk van getuigen dus. (Zouden ze Twitter.com bedoelen? Social media én website en typisch waar direct na een ophefmakende gebeurtenis berichten gaan komen.) Latere getuigenverklaringen leken niet helemaal overeen te komen met wat daar te lezen was, en dan moet je je als strafrechter toch even kritisch gaan opstellen.

Het is frustrerend hoe weinig details er zijn over precies welke berichten en waarom die twijfel opriepen over de getuigenverklaringen. Maar wat ook meewoog was dat een getuige had verklaard dat diverse mensen hadden afgesproken valse verklaringen te gaan doen. Er was al een tijd sprake was van oplopende spanningen tussen de verdachte en anderen, en die getuigen kwamen uit die groep anderen. Dus ja dan zou ik ook vraagtekens gaan stellen.

Een intrigerend punt dat de rechter aansnijdt is dat het mogelijk is “dat de verklaring (mede) is beïnvloed door informatie verkregen nadien van derden of mogelijke via social media.” Daarvan zou hier sprake zijn geweest (wat we dus niet kunnen analyseren wegens gebrek aan feiten) maar het punt op zich is al intrigerend genoeg. Als een gebeurtenis de nodige tweets, foto’s en dergelijke oproept dan kun je je als pseudo-getuige aardig geloofwaardig voordoen. Lees je in, prent wat dingen uit de foto’s in je hoofd en verwijder even je Facebookupdate dat je die avond ergens anders was. Wie heel gehaaid is, gaat meetwitteren op basis van wat hij leest en versterkt zo zijn geloofwaardigheid als aanwezige.

Dat klinkt ergens wel als een bug in het bewijsrecht. Maar hoe los je dat op?

Arnoud

Hoe bewijs je dat een webpagina bestond op een bepaald moment?

Dat kan geen toeval zijn: gisteren kreeg ik drie keer (in iets verschillende bewoordingen, dat wel) de volgende vraag:

Wat moet je eigenlijk doen om de inhoud van een webpagina op een bepaald moment rechtsgeldig vast te leggen i.v.m. schadeclaims e.d.? Een “Akte van Inhoud” laten opmaken door een notaris, of op een andere manier ergens deponeren waardoor een rechter dit als feit kan hanteren, ook al is de pagina nadien veranderd?

In Nederland gelden geen formele regels voor bewijs: alles dat je kunt aandragen om je standpunt te onderbouwen, is welkom. Het verhaal “dit is onrechtmatig verkregen want” zal je weinig helpen. Hooguit kun je er een rechter achterdochtiger mee maken over de échtheid van het bewijs. Maar als partijen geen punt maken van die echtheid dan mag de rechter er gewoon op afgaan. Ook bij iets triviaals als een MSN-chatlog.

Als mensen wél gaan betwisten dat iets de waarheid is, dan wordt het lastig. Want hoe bewijs je dat een website echt wél online was met bepaalde inhoud op een bepaald moment. Ik herinner me een vonnis (helaas het LJN vergeten) waarin een webwinkel de bewijsopdracht kreeg aan te tonen dat haar bestelprocedure zoals gehanteerd bij de procederende klant anderhalf jaar geleden een aanvinkvakje voor de algemene voorwaarden bevatte. Nou, succes. Wie heeft er überhaupt screenprints of een filmpje van zijn bestelprocedure?

In de andere zaak werd de gedaagde verplicht om iedere verwijzing naar het merk van de eiser van zijn site te verwijderen. Na de deadline waren er in Google nog zoekresultaten zichtbaar met de merknaam in de URL, dus dat gaf een executiegeschil. Daarbij werden screenprints overlegd, maar die waren onvoldoende als bewijs:

Allereerst geldt dat op grond van de schermafbeelding niet is vast te stellen of de getoonde URL daadwerkelijk toegang gaf tot de website van het ’t Stokertje, die volgens het oordeel van de rechtbank in haar bodemvonnis inbreuk maakte op de merkrechten van Smeedatelier De Jong.

Het was dan ook een screenprint van de Google zoekresultaten. Ja, mijn eerste gedachte was ook, wtf, waarom niet een screenprint van de pagina zelf. Mogelijk dat het idee was dat Google-zoekresultaten er officiëler uitzien, of mogelijk was de site zelf onbereikbaar en was dit de enige optie.

En in een zaak uit 2012 stond ter discussie wie de ontwerper was van een set lampen. Daar had de eisende partij een mooie oplossing voor: registratie bij de Belastingdienst (wat niet meer kan tegenwoordig). Maar

de door [appellante A.] overgelegde registraties bewijzen niets meer dan dat [appellante A.] in 2008 en 2010 foto’s bij de Belastingdienst heeft gedeponeerd.

Dat is juist maar wel érg formeel: wie als eerste een registratiedatum kan laten zien, mag toch gevoeglijk worden vermoed de maker te zijn. Wat pijnlijker was dat de registratie door een Commanditaire Vennootschap was gedaan en niet door [appelante A].

Ook had zij screenprints uit Windows Photo Viewer en uit Windows Picture and Fax Viewer overlegd, waarbij per foto tevens de eigenschappen zichtbaar waren, zoals de aanmaak-, bewerkings- en toegangsdatum. Deze screenshots bewijzen niet dat het [appellante A.] was die de lampen had ontworpen. Het Hof komt met diverse scenario’s:

– de screenshots kunnen afkomstig zijn van een andere computer dan die van [appellante A.];
– de ontwerpenkunnen door een ander vervaardigd zijn op [appellante A.]s computer;
– de afbeeldingen kunnen afkomstig zijn van bestanden welke elders, op een andere computer of door iemand anders, zijn vervaardigd en vervolgens op deze computer zijn gezet en al dan niet (op al dan niet onderge-schikte onderdelen) zijn aangepast,
– ongeacht wie de op de screenshots zichtbare ontwerpen heeft “vervaardigd” kan het ook gaan om het resultaat van een poging om lampen welke degene die achter de computer zat elders had gezienna te maken;
– de datum op de computer kan zijn gemanipuleerd.

Daarvan zeggen ze meteen, we wéten niet of dat is gebeurd maar deze mogelijkheden geven zo veel twijfel dat we er geen overtuigend bewijs in zien. Wederom, wat erg formeel. Maar in deze context wel kloppend: de gedaagde hád er een punt van gemaakt dat niet vaststaat dat de eiser de maker/rechthebbende was. En dan is een screenshot inderdaad wat weinig.

Hoe dan wel? Allereerst lijkt me een objectieve datumbron van belang. Dus niet een screenshot vanaf je eigen PC, maar een i-depot, een akte door de notaris of proces-verbaal van constatering door de deurwaarder. Dan staat in ieder geval vast wáár het om gaat en wannéér. Maar bij al deze diensten geldt dat ze geen verificatie doen, geen verificatie kúnnen doen van het werkelijke makerschap. Ik kan een ontwerp stelen en de deurwaarder laten constateren dat het in mijn bezit is of op mijn website staat. Zolang de bestolene niet hardop piept, zou ik dan kunnen claimen maker te izjn.

Bij bewijs over wat de inhoud van een site was (zoals die merkinbreukzaak hierboven of bij zeg smaad) zou zo’n proces-verbaal wél kunnen helpen. De deurwaarder gaat dan zelf naar de site, leest wat er staat en zet dat in zijn proces-verbaal (al dan niet met screenshot). Dan staat vast dat die tekst online stond toen de deurwaarder ging kijken. Een i-depot lijkt een goedkoop alternatief, maar je kunt een webpagina natuurlijk snel even bewerken voor je ‘m i-deponeert dus dat zou iets minder bewijskracht geven.

Algemeen denk ik dat er geen keiharde oplossing is voor het probleem. Hebben jullie suggesties?

Arnoud

Leaseweb wist Megaupload-content, mag dat?

you-wouldnt-upload-a-car-ftd-brein.pngKim Dotcom is mediagenieker dan Leaseweb. De Megauploadeigenaar riep op Twitter dat het Nederlandse hostingbedrijf alle data van zijn cyberlockerdienst had gewist afgelopen februari, meldde Tweakers gisteren. Dat is dan nieuws natuurlijk, en dat Leaseweb verwijst naar de al maanden openstaande facturen is slechts reden voor een update – en in de comments gaat iedereen ook nog eens zitten twijfelen aan Leaseweb. Mis ik iets? Het is toch doodsimpel. Betaal je facturen niet en word afgesloten.

Alex de Joode, cso bij Leaseweb, bevestigt aan Tweakers dat de Megaupload-data op 630 gehuurde servers is gewist. Daar is ook geen discussie over geloof ik, de vraag is of Leaseweb dat mócht doen. In de nieuwswaardige tweet zegt Dotcom “All user data & crucial evidence for our defense destroyed “without warning”.” Waarom hij zelf dat “without warning” tussen aanhalingstekens zet, kan ik niet echt achterhalen.

Er ontstaat vervolgens een welles/nietes-verhaal: Leaseweb zegt “we hebben de advocaten wel degelijk geïnformeerd” en Dotcom reageert met “Who believes this crap?” en dús zat Leaseweb fout. Ja, ik zit me hier te ergeren. Vooral omdat iedereen dat gewoon maar overneemt en bedenkt, hoor en wederhoor, schmederhoor, we doen #boycottLeaseweb. Wut.

De pijn voor Dotcom zit hem natuurlijk in dat “crucial evidence for our defense destroyed”. Dat snap ik best, maar juridisch gezien kun je niet van een leverancier verwachten dat ‘ie zonder financiële compensatie dat bewijs voor jou gaat bewaren. Heb je fysiek bewijs in een garagebox liggen, en betaal je de facturen niet dan gaat de garagebox dicht en de inhoud op Storage Wars. Heb je een getuige met een goed verhaal, en betaal je z’n vliegticket niet dan komt ‘ie niet getuigen. Heel moeilijk lijkt me dat niet.

En nee, dan pleegt Leaseweb geen misdrijf want “destruction of evidence” is alleen strafbaar als gepleegd door of op initiatief van een partij bij de rechtszaak. Gooi ik hier een comment weg die cruciaal bewijs was in een smaadzaak, dan schend ik geen enkele wet.

Maar al die gebruikers dan, wiens data nu weg is? Tsja, die hebben pech. Data ís niets, juridisch gezien. Niet in de VS en niet bij ons. Je hebt enkel en uitsluitend de rechten die je op grond van de algemene voorwaarden van de hoster worden toegekend, en geen juridische meter meer. (Oké oké de redelijkheid en billijkheid geven je een paar centimeter.) Dus gaan roepen dat de ‘rechten’ van gebruikers zijn geschonden (“The data belonged to THEM.”) is echt onzinnig. Ik zou graag zien dat je die rechten wél had maar dan moet je bij de politiek wezen.

Het enige soort van argument gaat over of Leaseweb adequaat heeft gewaarschuwd. Dat is wel relevant. Leaseweb ontbindt de overeenkomst, zoals dat juridisch heet, en dat mag bij wanbetalen alleen “wanneer de schuldenaar in verzuim is” (art. 6:265 BW). Ook de algemene voorwaarden van Leaseweb, artikel 24.4, stellen die eis voor het bedrijf. En goed, dan zijn we dus terug bij de wellesnietes: maar waarom is de nietes van Dotcom nieuwswaardiger dan de welles van Leaseweb?

Update (27 juni): Leaseweb publiceert een tweede verklaring, in reactie op onder meer deze e-mail. Bij Torrentfreak citeert men daaruit dat

“Megaupload continues to request that LeaseWeb preserve any and all information, documentation and data related to Megaupload – as destruction by LeaseWeb would appear to be in violation of amongst other things the applicable civil litigation data preservation rules and would interfere with evidence in a criminal matter[…],” Megaupload’s counsel Ira Rothken explains in the letter.

Oké, leuk dat de US dat soort bewijsregels hebben maar wat heeft Leaseweb BV in Nederland daarmee te maken? Plus, die mail van de advocaat was uit maart 2012 en de “hoi we gaan je data wissen”-mededeling van Leaseweb uit 2013. En op die laatste mededeling was dus geen reactie gekomen.

Arnoud

Antiplagiaattool Ephorus bruikbaar als bewijs bij examenopstel

detectie-ephorusEen één voor plagiaat toekennen nadat met Ephorus een match van 93% was vastgesteld, mag. Dat bepaalde de Raad van State onlangs in een rechtszaak van een scholier die bij een examenopdracht met deze tool betrapt was. Natuurlijk ging het niet alléén om Ephorus, de rector had nader onderzoek uitgevoerd. Ik ben heel benieuwd of meelezende forensisch experts een geloofwaardig weerwoord kunnen produceren op de bevindingen daarvan.

De scholier had een opstel ingeleverd (“Vettaks onzin!”) dat door het antiplagiaatprogramma Ephorus was gescand met een score van 93% overeenstemming met een opstel dat op 23 februari 2012 door een andere eindexamenkandidaat was ingeleverd. Dat is een stevige aanwijzing voor plagiaat, maar je kunt niet een besluit (zoals uitsluiting of een cijfer) opleggen uitsluitend op basis van wat een computerprogramma zegt.

Verder onderzoek dus. Stap 1: wat staat er in de bestandseigenschappen van meneers opstel? De naam van de eerdere mevrouw. Eh, oeps. En inhoudelijk was het ook vrij snel klaar:

Vergelijking van de twee opstellen wijst uit dat het door [de scholier] ingeleverde opstel, afgezien van de titel, een beperkt aantal woorden en de laatste paar zinnen, identiek is aan het opstel van een eindexamenkandidate, die haar opstel twee weken eerder heeft ingeleverd. Zelfs een taalfout komt overeen.

De scholier had nog aangedragen dat hij echt de auteur was, omdat hij het al in februari 2012 op internet had gezet, dus een week voor het inleveren van die collega-scholiere. Daar was alleen geen bewijs van (en, vraag ik me dan af, waarom zóu je). Bovendien is het dan bepaald onlogisch dat de naam van een ander in de bestandseigenschappen terechtkomen, lijkt mij.

Goed, in theorie zou iemand anders na het inleveren die eigenschap hebben kunnen wijzigen, maar een dergelijke theorie klinkt nogal onwaarschijnlijk en vereist dus stevig bewijs. Het recht werkt niet met mathematische zekerheden maar met waarschijnlijkheden – en zaken die onwaarschijnlijk zijn op het niveau “kóm nou” mag je gewoon negeren.

Meneer mag nog wel door met zijn examens, de 1 telt voor 12% mee en het is dus mogelijk dat hij alsnog slaagt.

Arnoud

Wat mag ik met een opgenomen zakelijk gesprek?

richtmicrofoon.jpgEen lezer vroeg me:

In een zakelijk conflict heb ik een gesprek met de helpdesk van de wederpartij opgenomen. Nu heb ik in een brief aan de bedrijfsjurist hiernaar verwezen, en deze wil nu een kopie van de opname. Mag ik deze afgeven? Hoe zit het met de privacy van de wederpartij?

Een gesprek opnemen waar je zelf deelnemer aan bent, is eigenlijk altijd toegestaan. De strafwet verbiedt alleen het afluisteren van andermans gesprekken.

Wanneer je dat gesprek alleen bewaart en gebruikt als bewijs, is dat volkomen legaal. Ook de wet bescherming persoonsgegevens zit hier niet in de weg: hoewel een gespreksopname met naam en tijdstip een persoonsgegeven is, is een dergelijk beperkt gebruik gerechtvaardigd onder je “dringende eigen noodzaak”, je moet immers bewijs kunnen verzamelen van zakelijke gesprekken. En dan mag dat, ook zonder toestemming te vragen. Bedrijven die structureel gesprekken opnemen, moeten het wél melden onder de Wbp, dat hoort bij de informatieplicht (die zin is dus een gesproken privacystatement, zeg maar).

Naast de Wbp is er ook nog ‘gewoon’ de privacy, de persoonlijke levenssfeer. Het is niet echt prettig om opgenomen te worden zonder dat te weten. Maar een werknemer die een zakelijk gesprek voert met een klant, heeft daar eigenlijk geen privacyverwachting in. Vergelijk het met een zakelijke brief, ook daar is niets privé aan.

Het afgeven van een kopie van het gesprek, of een transcriptie, lijkt me een redelijk verzoek. Als het ooit bij de rechter komt, zul je het toch ook moeten overleggen als bewijs en dan krijgt de wederpartij ook al een kopie. En je zou zelfs kunnen zeggen dat er een récht op afgifte is: de persoon wiens persoonsgegevens worden verwerkt, heeft recht van inzage en daaronder vallen ook het opvragen van kopieën van geluidsopnames, zo blijkt uit het Dexia-arrest van de Hoge Raad.

Arnoud

Maar hij staat dáár!

imac-hij-staat-daarDiverse lezers wezen me op dit GeenStijlbericht over een gestolen laptop die de politie niet wilde terughalen. Op de bekende tendentieuze, ongefundeerde en nodeloos kwetsende wijze werd daar melding gemaakt van een poepdure hipstermachine die in 020-Gaza beneden zijn stand weg stond te kwijnen in het onrechtmatige bezit van werkschuw steeltuig. En de pliesie zat achterover want ja die wetgeving mevrouwtje, terwijl de Find My Mac gewoon zegt waar ie staat.

De ophef is in dit geval een tikje onterecht: de locatie die Find My Mac aangeeft, is een flatgebouw en preciezer dan dat is het niet te krijgen. Dus wat móet je dan als politie, de hele flat gaan doorzoeken?

Maar stel, de locatie zou wel precies genoeg zijn. De laptop werd gestolen ergens op het platteland, en de GPS-coördinaten zijn nauwkeurig genoeg om die ene boerderij eruit te pikken die zich tussen de akkers bevindt. Is dat dan bewijs genoeg voor een doorzoeking?

De wet eist een redelijk vermoeden van schuld, en het is de (onafhankelijke) rechter-commissaris die bepaalt of dat vermoeden genoeg onderbouwd is om een doorzoeking van een woning te rechtvaardigen. De afweging komt volgens mij neer op de vraag hoe betrouwbaar die Find My Mac-informatie is. En dan kom je gelijk bij de vraag, hoe weten we dat het wáár is, wat daar staat? Dat dat echt een gestolen laptop is en dat die zich daar bevindt.

Ook een complicatie kan zijn dat de laptop ondertussen doorverkocht is, waarbij de huidige bezitter geheel legaal eigenaar is geworden. Dat is namelijk een kronkel in onze wet: wie te goeder trouw een goed verwerft, wordt daar soms eigenaar van ook als deze eerder gestolen was. Er zijn wel mogelijkheden om als eigenaar je spullen terug te krijgen, maar triviaal zijn die niet. En wat daar met name steekt, is dat meestal de rechter daarover moet beslissen en dat kan rustig een jaar (of meer) duren.

Stel je fiets wordt gestolen en later zie je iemand daarop fietsen. Dan mag je die iemand aanhouden en overdragen aan de politie. Je mag alleen niet de fiets terughalen, want in de tussentijd is hij juridisch bezitter daarvan geworden. En dan is hij rechthebbende (art. 3:119 BW) tenzij jij kunt bewijzen dat het jouw fiets is. Dat zal niet meevallen zo midden op straat. Dus dan gaat de fiets mee naar de politie (als bewijs).

Bij een laptop zou je kunnen zeggen, ik weet het wachtwoord en mijn naam en foto staan bij het account. Dat zou ik wel eens uitgeprobeerd willen zien bij oom agent.

Arnoud

Is een vinkje ook goed of moet het echt een handtekening zijn?

handtekening-zosh-iphone.pngKennelijk is er weer eens een workshop Digitaal contracteren geweest of zo, want ik kreeg deze week een aardig stapeltje mails met vragen hoe je digitaal mensen akkoord kunt laten gaan met een of ander. Vaak gaat het dan over privacyspecifieke zaken, maar ook zaken als ontvangstbevestigingen of gewoon akkoord op een contract wil men het liefst zo eenvoudig mogelijk doen, dus graag met een digitaal vinkje.

Hoofdregel uit de wet is dat rechtshandelingen vormvrij zijn. Oftewel, alle handelingen die juridisch enig gevolg hebben, mogen worden verricht op elke wijze die je maar kunt bedenken, ténzij in de wet staat dat het op een specifieke manier (vorm) moet. Ik kan bijvoorbeeld akkoord geven op een contract door “ja” te zéggen in plaats van een krabbel te zetten op papier. Ook zou ik rooksignalen kunnen sturen vanaf het dak van mijn huis, maar de vraag is of de wederpartij dat ziet – en natuurlijk moet een handeling wel aankomen bij de wederpartij.

Je mag hier als partijen van afwijken. De wederpartij bij dat contract kan bepalen dat er pas een contractsluiting is wanneer ik die krabbel zet, en mijn mondelinge “ja” is dan niet rechtsgeldig. Maar dat hoeft niet. Alleen bij een paar heel specifieke contracten is een geschrift vereist: koop van een huis, een arbeidscontract met concurrentiebeding en, eh, een verzekeringspolis. Meer kan ik er eigenlijk niet bedenken.

Er is dus geen enkele reden om per se een handtekening op papier te eisen. Nou ja, eentje dan: een stuk papier met handtekening levert sterker bewijs op. Wat op dat stuk papier – een akte – staat, is in principe dwingend bewijs tussen de partijen over de afspraak. “Jamaar ik had het anders bedoeld dan het er staat” is na ondertekening dus geen argument meer.

Dit geldt ook bij toestemming onder de privacywet. De regels voor zulke toestemming zijn strenger dan voor ‘gewoon’ een rechtshandeling: de privacywet eist “vrije, specifieke en op informatie berustende” toestemming. Maar ook hier geldt niet dat die toestemming schriftelijk moet zijn gegeven of dat deze pas gegeven is als men een krabbel op papier heeft geproduceerd. Wederom, die handtekening is handig als bewijs, maar dat is het dan.

Maar Arnoud, waarom doet iedereen dan zo moeilijk over digitale handtekeningen en certificaten en PKI-infrastructuren? Tsja, ik heb werkelijk géén idee. Juridisch nodig is het bepaald niet. Technologie-fetishisme noemde ik het eens: het zo leuk vinden van techniek dat we er allerlei regeltjes voor gaan maken om het “goed te regelen” zonder dat iemand zich nu afvraagt of dit wel geregeld moet worden of waarom. Menig organisatie heeft bérgen regels en bijbehorende compliancedocumenten voor digitale handtekeningen, terwijl voor de krabbel op papier er zelden meer is dan “deze moet worden gezet”. Zucht.

Arnoud

Help, de Belastingdienst dateert geen documenten meer, wat nu?

wtf-stempel.jpgPer 1 januari kun je bij de Belastingdienst geen onderhandse akten meer laten dateren. Alleen enkele akten waarvan datering verplicht is, kunnen nog worden gedatumstempeld door de fiscus (met name pandrechten). En voor mensen die langs deze weg dachten “hun intellectueel eigendom vast te leggen”, is dat jammer – nu moeten ze betálen om een zinloze datum te krijgen.

Want nee, het heeft geen enkele waarde als bewijs dat iets je (intellectuel) eigendom is, zo’n datumstempel van de Belastingdienst. Ook een i-Depot, een registratie bij CCproof, een “voor gezien”-akte of proces verbaal door de notaris of een naar jezelf gestuurd aangetekend poststuk betekent juridisch eigenlijk niets. Waarom mensen dit met zulke graagte doen, is me nog steeds een volslagen raadsel.

Eigenlijk is de hele term “intellectueel eigendom” misleidend, tenzij je een juridisch vakgebied wil omschrijven. Er is niet zoiets als een wet dat het IE beschermt; enkel en alleen specifieke wetten over auteursrecht, merken, octrooien of kwekersrechten kunnen je een juridische bescherming tegen overname/afkijken/namaken bieden.

Bij bijna al die wetten is een of andere vorm van registratie verplicht – met uitzondering van het auteursrecht. Dat krijg je als je het werk maakt, mits het voldoende creatief en uitgewerkt is. Dat bewijzen is niet altijd eenvoudig, maar een datumstempel vergemakkelijkt het niet. Drie regels opschrijven en laten dateren is net zo onbeschermd als drie regels zónder datumstempel.

De enige situatie waarin een datumstempel relevant kan zijn, is wanneer twee partijen twisten over wie het werk gemaakt heeft. Degene met het oudste datumstempel op zijn kopie zal wel de maker zijn. Maar een harde regel is dat niet, en bovendien hóef je niet per se een datumstempel van zo’n dienst te hebben om bewijs te leveren. Het overleggen van negatieven, RAW bestanden of conceptversies is ook prima bewijs.

Misschien is een verklaring dat mensen denken “het is in ieder geval íets” of dat ze zich laten misleiden door kreten als “bescherm uw intellectueel eigendom” en menen dat registratie wél verplicht is. Ik krijg in ieder geval regelmatig vragen van het soort “waar registreer ik mijn auteursrecht” of “hoe vraag ik copyright aan”. Wie denkt dat dat moet, kan best geloven ook dat de datering bij zo’n dienst een waardevolle juridische stap is.

Arnoud<br/> PS: Meelezende ICT-ers, vacature hieronder al gezien? 🙂

Waarschuwing voor acquisitiemisleiding afgestraft door rechtbank

Zelden zó veel jeuk gehad als bij het lezen van dit vonnis. Een zakenman die wilde waarschuwen voor de praktijken van acquisitiemisleiding, moet van de rechter op LinkedIn een rectificatie plaatsen, las ik bij Emerce. Hij had op LinkedIn een boze reactie geplaatst over een telefoontje over zijn vermelding in een bedrijvengids, en daarna een brief gekregen die een contractsduur van 12 maanden à 99 euro vermeldde. Dat klinkt als hét voorbeeld van acquisitiefraude, maar de rechter vond dat meneer zijn boze statusbericht toch wel even had moeten onderbouwen. Oh, en omdat hij geen factuur had gehad kan er geen sprake zijn van oplichting en dús mag je dat niet zeggen ook. Argh. Wát een naïeve reactie.

Standaardtruc nummer 1 bij acquisitiefraude is dat je een ondernemer belt en hem wijst op een vermelding in een bedrijvengids, die gecontroleerd, gecorrigeerd of aangepast moet worden. Of dat er iets verlengd moet worden bij de vermelding. Wie druk bezig is met écht werk of anderszins niet goed oplet, denkt dan “oh oké dat zal ik wel een keer afgenomen hebben” of “wat aardig dat ze dit even checken” en krijgt vervolgens een fax waarop de te controleren of corrigeren gegevens staan. En in de kleine lettertjes staat dan iets met de strekking “door retournering gaat u akkoord met 12 maanden vermelding à € heel veel.” Zie de lange, lange lijst van acquisitiebureaus bij het Steunpunt Acquisitiefraude.

De eiser in deze zaak had ook een bedrijvengids, en belde ondernemers of zij in de database opgenomen willen worden. Op zijn minst neem je als je zo handelt het risico dat mensen gaan denken dat je aan acquisitiefraude doet, zou ik zeggen. Zeker als die database niet heel actueel of uitgebreid lijkt – de bedrijvengids vermeldt ICTRecht als in Beverwijk gevestigd, wat toch al sinds 2009 niet meer ons adres is. En als -zo ontdekte Emerce- het gros van daarin opgenomen bedrijven in de gids staat zonder daarvan te weten.

Natuurlijk, dan heb je als legitieme bedrijvengidsuitgever een imagoprobleem. Maar dat betekent niet dat je dús iedereen maar mag aanklagen omdat ze je telefoontje frauduleus vinden. Net zoals e-mailmarketeers moeten leven met continue beschuldigingen vuile spammers te zijn en verkopers van onbewezen medische technieken zoals cellulaire geneeskunde moeten leven met de “geur van kwakzalverij” zoals de rechtbank dat ooit noemde.

De gids had uitgelegd dat de fax die vervolgens kwam, alleen maar werd verstuurd omdat de boze klager in dat telefoongesprek had gezegd geïnteresseerd te zijn in een vermelding. En de fax ziet er (JPG) volgens de rechter uit als een gewone offerte:

De in de fax gebruikte bewoordingen passen naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter eerder bij een offerte waarin een aanbod wordt gedaan tot vermelding van het bedrijf op de site, onder vermelding van de voorwaarden waaronder deze zal plaatsvinden.

In de fax worden “afspraken bevestigd” over een online vermelding in “hetbedrijvenblad.nl”, voor twaalf maanden à 99 euro. Met grote letters staat erbij “conform afspraak volgt geen automatische verlenging”. Maar dat is dus precies wat je ook bij acquisitiefraude ziet: het gesprek gaat over opzeggen en de brief vermeldt in de kleine letters dat je juist een contract áángaat. Toegegeven, die kleine letters zijn hier van gemiddelde grootte maar waarom staat die 12 maanden en dat tarief middenin een blok lopende tekst in plaats van duidelijk als aparte post in dat kader erboven?

Nee, ik zou na zo’n fax ook denken, dit is niet zoals ik me het gesprek herinner. En bij die verstopte 99 euro per maand, tijd voor de prullenbak en een boze blog.

De rechter legt de bewijslast bij meneer: bewijst u maar dat in het gesprek wat anders is gezegd dan “wilt u in onze bedrijvengids? ja graag”, want alleen dan mag u spreken van acquisitiefraude. En dat voelt dan toch als soort van de omgekeerde wereld, gezien die geur die aan dit soort acquisitie kleeft. Zeker omdat mensen zelden zulke gesprekken opnemen (wat je dus wél moet -en mag- doen vanaf nu). Zou het bedrijf niet moeten bewijzen dat in het gesprek open en duidelijk is aangegeven waar het over gaat?

Verder vindt de rechter het overlegde bewijs – twee websites waarvan “de herkomst en juridische status niet helder is” te mager. Maar met één Googleopdracht op “hetbedrijvenblad.nl” vind ik al meteen in de top 10 waarschuwingen van de NVVP, van Provoet (PDF) en anderen, en ook op de bekende consumentenforums (Vara’s Kassa en TROS Radar) wordt melding gemaakt van dergelijke telefoontjes. VOS/ABB waarschuwde ook maar haalde het weg na dit vonnis. Wie een positieve publicatie vindt over deze gids, ik houd me aanbevolen.

Dus argh. Jeuk. Het klópt juridisch wel, de klager moet bewijzen dat zijn beschuldiging voldoende grondslag in de feiten heeft. En omdat hij dat niet kon, moet hij nu rectificeren. Maar als ik het zo zie dan had dat verweer wel wat sterker kunnen zijn. En dat is jammer nu, want het bedrijf heeft met dit vonnis nu de mooie gelegenheid om tegen iedere criticus te roepen “de rechter zegt dat wij legitiem zijn en het verboden is ons oplichters te noemen”.

Arnoud