Garantie binnenste buiten gekeerd (gastpost)

Een paar maanden terug heb ik een summier overzicht gegeven van de rechten die consumenten hebben gekregen bij de implementatie van de Europese Richtlijn 1999/44/EG over de garantie van consumptiegoederen. Voor de Nederlandse situatie komt dit in het kort neer op het volgende. De koper kan gedurende de gemiddelde levensduur kosteloos herstel of vervanging eisen van de verkoper, maar er zit een addertje onder het gras! De koper moet bewijzen dat het product ondeugdelijk was op het moment dat het werd afgeleverd. 1 Dit is niet altijd even makkelijk en daarom is de wetgever de consument tegemoet gekomen door de bewijslast om te draaien wanneer het gebrek zich in de eerste zes maanden voordoet. En hiervan mag niet in het nadeel van de consument worden afgeweken.

Tot zover is alles duidelijk. Echter, er mag wel in het voordeel van de consument worden afgeweken van deze regels. Veel fabrikanten bieden dan ook een fabrieksgarantie aan die ook daadwerkelijk een omkering van de bewijslast inhoudt. Maar is de winkelier ook wettelijk verplicht om een omgekeerde bewijslast te hanteren als hij adverteert met ‘garantie’?

Voordat we die vraag kunnen beantwoorden, moet eerst onderzocht worden wat deze term eigenlijk inhoudt. Iemand die iets garandeert, staat er voor in dat het zo is. Maar deze term is in het verleden door garantie-aanbieders misbruikt om de wettelijke rechten van koper in te perken. Aan deze praktijk gaven verkopers een positieve draai door te benadrukken wat ze wel bereid waren om te doen. Voor de (huidige) wet is garantie het toekennen van bepaalde contractuele rechten aan de koper in het geval dat bepaalde eigenschappen ontbreken aan een product. (Art. 7:6a lid 1 BW) De wetgever heeft bij de behandeling van deze wet het volgende opgemerkt:

Hierbij zij overigens aangetekend dat reeds de toezegging op zichzelf het verwachtingspatroon van de koper beïnvloedt en dus mede van belang kan zijn voor de vraag of de zaak aan de overeenkomst beantwoordt. Dit brengt mee dat het feit dat de verkoper of de producent bepaalde eigenschappen toezegt, mede van invloed is op de aan de koper toekomende wettelijke rechten. Dit dus ook zonder dat de verkoper of de producent hem bij het ontbreken van die eigenschappen bepaalde rechten toekent. Vergelijk ook Asser-Schut-Hijma, no 338. Het kan derhalve zo zijn dat de in de garantie toegekende rechten de koper reeds toekomen, omdat in de garantie bepaalde eigenschappen zijn toegezegd. De koper wordt in dat geval door de garantie niet in een betere positie geplaatst in de zin dat hem expliciet in de garantie meer rechten worden toegekend dan hem volgens de wet toekomen. (Tweede Kamer, vergaderjaar 2000″2001, 27 809, nr. 3, p. 15)

Het bovenstaande doet zich voor als, bijvoorbeeld, de winkelier een garantie geeft dat je de computer die je koopt, kan samenwerken met een bepaald computerprogramma en de koper het recht op herstel heeft wanneer dit niet zo is. De verkoper verlangt dan wel dat je als koper bewijst dat het computerprogramma niet samenwerkt met de computer. Die toezegging is van invloed op het non-conformiteitsbeginsel en dus had je op grond van de wet al recht op kosteloos herstel.

In de meeste gevallen zal een garantie inhouden dat de koper een bepaalde periode het product kan gebruiken. En deze periode zal meestal korter zijn dan de gemiddelde levensduur van het product. Bovendien zal de koper de verwachting hebben dat de verkoper gedurende de garantietermijn de bewijslast overneemt van de consument.

In het eerste geval zou het erg lullig zijn om een winkelier, met goede intenties, te pakken op een kleine procedurefout. De verkoper had er dan beter aan gedaan om het geen garantie te noemen maar een toezegging van een producteigenschap of zoiets. In het laatste geval heeft de winkelier helemaal geen goede intenties. Hij wil goede sier maken met iets wat hij toch al verplicht was.

De richtlijn oneerlijke handelspraktijken bevat een zwarte lijst van handelspraktijken die onder alle omstandigheden als oneerlijk moeten worden beschouwd. Op punt 10 staat een verbod om wettelijke rechten van consumenten als onderscheidend kenmerk te hanteren. Met deze richtlijn in de hand samen met de regels omtrent de algemene voorwaarden kunnen consumenten bij de rechter afdwingen dat de koopovereenkomst wordt vernietigd. De winkelier moet dan de koopsom terug betalen aan de consument.

Daarnaast kunnen we stellen dat er sprake is van een onjuiste voorstelling van zaken die veroorzaakt wordt doordat de winkelier ongeoorloofd zwijgt of al dan niet impliciet onjuiste inlichtingen heeft verstrekt. Dit heet dwaling en biedt ons ook de mogelijkheid om de koop te vernietigen.

Tot slot is er dan nog de bijkoopgarantie. Wordt deze aangeboden zonder dat de koper er van iets extra rechten bovenop zijn wettelijke krijgt, dan durf ik, boven al het bovenstaande, te spreken van het oplichting. Oplichting is een misdrijf waarbij de oplichter het slachtoffer door middel van bedrog geld of goederen afhandig maakt.

-edit Arnoud 9/2: aantal taalfouten gecorrigeerd-

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

  1. ^  Een klassiek voorbeeld hiervan is een productiefout die wel aanwezig is maar zich nog niet geopenbaard heeft.

Leraar24: nieuw platform voor leraren, ouderwetse voorwaarden

leraar24-logo.pngAls je een Web 2.0 site begint, lijkt het logisch dat je dan ook in je gebruiksvoorwaarden rekening houdt met het actieve karakter van de website. Toch gebeurt het nog vaak genoeg dat prachtige nieuwe initiatieven worden gelanceerd met een set voorwaarden en disclaimer die neerkomt op “wij mogen alles met wat u doet en u niet met wat wij doen”. Zo ook Leraar24, een online platform van, voor en door leraren. Het initiatief werd met veel bombarie gelanceerd, maar de onderwijscommunity (o.a. Margreet van den Berg, Pierre Gorissen en Willem Karssenberg) viel het al snel op dat de ‘disclaimer’ heel wat meer deed dan aansprakelijkheid uitsluiten.

Ik mag bijvoorbeeld het logo van Leraar24 niet tonen om te verwijzen naar Leraar24, omdat ik geen uitdrukkelijke toestemming heb. Guess what: die heb ik niet nodig als ik een nieuwsbericht over Leraar24 schrijf. Ook mag ik de broncode van de HTML-pagina’s niet reverse engineeren.

Raadselachtig vond ik het verbod op “Hyperlinks of een vorm van linken die de URL wijzigen”. Wie weet wat dit zou kunnen betekenen?

Ook eist men alle gebruiksrechten op alles wat je plaatst of bijdraagt op de site:

De gebruiker verleent Leraar24 een onherroepelijke, onvoorwaardelijke, wereldwijd en voor altijd geldende, royaltyvrije licentie voor het gebruik van dergelijk materiaal of een onderdeel daarvan in enige en alle media op een naar eigen goeddunken in te vullen wijze. De gebruiker doet tevens afstand van alle persoonlijkheidsrechten en/of morele rechten en soortgelijke rechten op het materiaal;

Dat kan op zich wel (afgezien van de afstand van ‘alle’ persoonlijkheidsrechten), maar het is natuurlijk bepaald onvriendelijk. Als je een communitysite gaat uitprinten en als boek gaat uitgeven, is het op zijn minst wel zo netjes om dat even te overleggen met je leden.

Verder ontbreekt de privacyverklaring waar men in de disclaimer naar verwijst.

De mooiste vind ik nog steeds:

Leraar24 ervaart geen enkele aansprakelijkheid voor enige content of enige schade…

Ik ervaar ook zelden aansprakelijkheid, maar de ervaring leert dat aansprakelijk gesteld worden een interessante ervaring kan zijn.

Misschien moet ik maar eens een cursus “gebruiksvoorwaarden schrijven voor advocaten” gaan geven.

Update: (19 maart) Leraar24 heeft haar voorwaarden aangepast en ze lezen nu een stuk prettiger. Het scheelt dat ik ze (mede) mocht schrijven.

Arnoud

Wettelijke rente bij geld terug na ontbinding koop?

push-for-coin-retour-ontbinding.pngEen lezer mailde me:

Ik had via internet een televisie besteld, maar die liet maar op zich wachten. Na drie maanden heen en weer mailen, bellen en allerlei ander gedoe heb ik ze in gebreke gesteld: nu leveren of ik ontbind de overeenkomst. Ook dat had geen resultaat, dus ik heb de overeenkomst ontbonden. Ik had echter het volledige bedrag (1200 euro) vooruit betaald. Dat gaan ze me terugbetalen, maar ik vroeg me af of ik ook wettelijke rente mag vorderen voor de drie maanden dat ze dat bedrag in hun bezit hebben gehad?

Als de verkoper ook na aanmaning en ingebrekestelling niet levert, dan is hij in verzuim en dat geeft je inderdaad het recht de overeenkomst te ontbinden. Ontbinden wil zeggen terugdraaien: je moet dan alles doen om te zorgen dat beide partijen weer in de positie terechtkomen waar ze waren voordat de overeenkomst werd gesloten. In dit geval dus geld terug.

Wettelijke rente kun je vorderen wanneer iemand je geld moet terugbetalen, maar daarmee in verzuim is. Alleen: hij moet in verzuim zijn met het terugbetalen. In verzuim zijn met het leveren van de televisie betekent niet dat je ook in verzuim bent met het terugbetalen van het aankoopbedrag. Dus nee, je hebt geen recht op rente over het aankoopbedrag dat drie maanden bij de verkoper op de rekening stond.

Zou de verkoper niet terugbetalen, dan kun je hem ook daarvoor aanmanen en in gebreke stellen. Vanaf de dag dat hij dan in gebreke blijft, kun je weer wel wettelijke rente vorderen.

Ergens is dat ook logisch. Ontbinden wil zeggen “de overeenkomst bestond al die tijd, maar nu zeggen we hem op”. De verkoper had dus recht op het geld gedurende die drie maanden. Waarom zou hij dan nu ineens rente moeten betalen als hij het geld teruggeeft?

Heeft iemand hier wel eens geld met rente teruggevorderd (en gekregen)?

Arnoud

Stilzwijgende verlenging aan banden gelegd?

Lidmaatschappen en abonnementen kunnen binnenkort niet meer stilzwijgend verlengd worden, meldde Nu.nl donderdag. Een initiatiefswetsvoorstel van PvdA-Tweede Kamerlid Martijn van Dam heeft als doel die praktijken sterk aan banden te leggen. Het voorstel moet nog door Tweede en Eerste Kamers, maar er zit in ieder geval schot in. Een goede zaak lijkt mij. Volgens onderzoek van Maurice de Hond ergert 54% zich aan jaarlijkse stilzwijgende verlenging en heeft 40% een abonnement waar men eigenlijk al vanaf had gewild.

Update: (6 juli) Let op, dit wetsvoorstel is nog niet in werking! Er is wel een speciale regeling voor internet- en telefoniecontracten, maar die geldt niet voor sportscholen, tijdschriften. Daarbij is dus nog geen snelle opzegmogelijkheid!

Update: (3 september) het wetsvoorstel is nu door de Tweede Kamer heen maar treedt op zijn vroegst pas in 2011 in werking.

Update: (25 oktober 2011) de wet treedt per 1 december 2011 in werking. Lees onze factsheet en veelgestelde vragen voor meer informatie. Of genereer passende voorwaarden voor uw bedrijf.

Het gaat om wetsvoorstel 30520. Concreet komen de voorgestelde maatregelen op het volgende neer:

  • Op de zwarte lijst van verboden algemene voorwaarden (6:236 BW) komt een verbod op stilzwijgende verlenging of vernieuwing met meer dan drie maanden, behalve als het contract wordt omgezet in een contract voor onbepaalde tijd.
  • Op de grijze lijst van vervelende maar niet per se verboden algemene voorwaarden (6:237 BW) komt een bepaling over contracten die langer dan een jaar lopen. Deze moeten per maand opzegbaar zijn.
  • Op de grijze lijst komt verder een verbod op opzegtermijnen die langer zijn dan een jaar.
  • op de zwarte lijst komt verder een verbod op het eisen dat mensen aangetekend op moeten zeggen. Wie elektronisch een contract aangaat, moet dat elektronisch kunnen opzeggen.

Je hebt dus als leverancier van diensten aan consumenten straks nog maar een beperkte keuzevrijheid. Je kunt je klant hooguit houden aan een stilzwijgende verlenging van drie maanden. Het enige alternatief is het contract voor onbepaalde tijd laten aangaan, waarbij een opzegtermijn van 1 maand geldt.

Bij ISPam maakt men zich zorgen over wat dit kan betekenen voor hosters (naast het specifieke verbod voor telecomcontracten). Ook zij leveren vaak contracten met stilzwijgende verlenging. Een terecht punt is wat er gaat gebeuren met domeinnamen die door particulieren worden geregistreerd: die contracten gaan per jaar, maar dat mag niet meer.

Persoonlijk vind ik dit wel een goede oplossing. Je kunt moeilijk van consumenten verwachten dat ze van elk contract bijhouden wanneer het afloopt. Hoewel ik ook wel wat had gezien in een informatieplicht: jaarlijkse verlenging zou dan alleen mogen als het bedrijf tijdig een brief stuurt om je daarop te wijzen en meteen aan te geven hoe je mag opzeggen. Wat zouden jullie het liefst hebben?

Arnoud

Hoe lang moet een kadobon geldig zijn?

kadobon-cadeaubon-vvv-irischeque.jpgEen tijdje geleden viel het me op dat veel mensen mijn boek bij een boekwinkel bestelden. Dat vond ik wat raar – waarom bestellen ze niet direct bij Lulu of bij mij? Maar een kennis had de suggestie dat die mensen waarschijnlijk met boekenbonnen wilden betalen, en dat kan alleen bij erkende boekhandels.

Ik heb het niet zo op die bonnen, eigenlijk precies om die reden. Ik weet dat mensen het goed bedoelen en bang zijn dat een envelop met geld te saai is of zo, maar maakt u zich geen zorgen: ik heb geen enkele moeite met het aannemen van enveloppen met saai geld. Wilt u per se iets leuks kopen, dan graag een fles met bubbels.

Een andere reden om het niet zo op cadeaubonnen (of is het nou kadobonnen) te hebben, is dat er vaak een beperkte geldigheid aan vastzit. De hiernaast afgebeelde Irischeques zijn onbeperkt geldig, en boekenbonnen tegenwoordig ook, maar dat geldt lang niet voor alle bonnen.

Wel zit er een ondergrens aan die geldigheidsduur: een kadobon (of is het nou cadeaubon) moet minstens een jaar na verkoop geldig zijn. Dit omdat een waardebon (jaja) een vordering jegens de winkelier is. De regels over algemene voorwaarden bepalen dat zo’n vordering niet binnen een jaar mag vervallen. Maar dat betekent niet dat een geldigheidsduur van een jaar dus redelijk is. Zo mag je de zwarte lijst over algemene voorwaarden niet toepassen. Die biedt alleen verboden, maar geen toegelaten voorwaarden (‘verbod op a contrario-uitleg’ noemen juristen dat).

Het kan goed zijn dat een termijn van 2 jaar nog steeds onredelijk kort is. Wel moet je als consument aantonen dat het onredelijk is. Daarvoor zou je kunnen kijken naar het soort dienst dat je met de bon kunt krijgen. Is dat iets dat je normaal snel afneemt, dan is 2 jaar vervaltermijn wel redelijk. Voor een wintersportvakantie zou een jaar onredelijk zijn, want het is niet zeker dat mensen twee keer in twaalf maanden op wintersport gaan.

Het nut van zo’n vervaldatum heb ik eigenlijk nooit begrepen. Tuurlijk, gratis geld is altijd leuk, maar je geeft zo’n bon uit in de hoop dat mensen bij je komen kopen. Waarom is het dan erg dat iemand pas twee jaar later met een bon koopt?

Arnoud

Moeilijkst leesbare EULA ooit

Stel je wilt een leuk stuk software gaan gebruiken, en je krijgt dit scherm voor je neus:

Het overkwam Cory Doctorow toen hij World of Warcraft wilde gaan spelen onder Linux.

De juridische vraag: waar zit hij nu aan vast? Nou, vrij weinig eigenlijk. Onleesbare algemene voorwaarden zijn niet rechtsgeldig ter hand gesteld en daarmee niet van toepassing op de gebruiksovereenkomst. Als gebruiker heb je dan alleen de wettelijke rechten: je mag de software gebruiken voor zover het gebruik noodzakelijk is voor het beoogde doel. Nu geven veel EULA’s je niet veel meer dan dat, dus voor de gebruiker maakt het weinig verschil.

Ik neem aan dat dit een renderbug is, maar ik heb geen idee hoe dit kan. Iemand enig idee waar dit aan kan liggen?

(Afbeelding door Cory Doctorow, CC-BY-SA).

Arnoud

Wat is stelen (niet) (gastpost)

Eerder heb ik in mijn column ‘Oeps I did it again!’ gewijd aan de kritiek van Tim Kuik op een column van Hans Bousie.

Iets minder dan een week daarvoor heeft Tim de column geschreven “Stelen moet, stelen doet je goed. Stop propaganda tegen diefstal!” Het woord stelen gebruikt hij maar liefst 11 keer. En hij maakt daarin een verwijzing naar zijn plan. Dat is voor mij aanleiding om hier op terug te komen. Hij schrijft in zijn column namelijk:

Of nu weer dat idee dat je Internetverbinding gedeeltelijk afgesloten kan worden als je die gebruikt om te stelen. Dat is ook weer zoiets. Ben je eindelijk anoniem en word je niet lastiggevallen, denk je. Kan je opeens het Internet niet meer gebruiken om te stelen. Alleen maar omdat je niet naar die waarschuwingen luistert. Dat is dus fascistisch van die communistische kapitalisten. Dat moeten we niet willen, echt niet. Daarom roept de consumentenbond alle eigenaren en rechthebbenden op: maak een vriend en laat je bestelen. Het moet ook geen stelen heten eigenlijk. Dat is ook propaganda. Het is tenslotte voor je eigen gebruik. En dat het illegaal wordt aangeboden op het Internet daar heb je toch geen weet van als consument?

Jawel hier associeert Tim Kuik het plan om de internet verbinding af te sluiten met die mensen die illegaal aanboden bestanden downloaden. Ehhh, Tim, het plan ging toch alleen over uploaden?

Maar hij zegt ook iets anders namelijk dat het stelen oftewel diefstal is. En omdat Tim het belangrijk vind dat anderen zich aan de feiten houden dus dat zal ik dat deze keer maar doen.

Artikel 310 Sr:
Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt, als schuldig aan diefstal, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

Tenzij hij dus doelt op mensen die hun internet verbinding gebruiken om in te breken op de bankrekening van anderen om geld (is namelijk wel een goed) weg te sluizen naar elders, zit hij er wederom naast.

Bij het gebruik van P2P wordt een bestand aangebonden en na de transactie is dat er nog altijd bij de aanbieder. Er wordt dus niks weggenomen en dus kun je niet voor diefstal worden vervolgd. Een veroordeling zou ook op een ander punt mislukken. Foto’s, films, geluid en schrift zijn gegevens en gegevens zijn geen goed. Aangezien het geen goed is kun je het dus ook niet eigendom over hebben noch houden noch bezitten. In het boek Praktisch informaticarecht derde druk (ISBN 90-68-90564-3) van Mr. van der Klaauw-Koop en Mr. Corvers staat op pagina 130 hier overgeschreven:

Onder ‘gegevens’ verstaat de wet: ‘Iedere weergave van feiten, begrippen of instructies, al dan niet op een overeengekomen wijze, geschikt voor overdacht, interpretatie of verwerking door persoon of geautomatiseerde werken.’ De wetgever hakt resoluut de knoop door wat betreft de in het computergegevenarrest opgeworpen vraag naar de kwalificatie van ‘gegeven’. Gegevens zijn in de visie van de wetgever géén ‘goed’.

Vanwege het bovenstaande gaat een beroep op verduistering (321 Sr) of heling (416 Sr) dus ook niet op.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

De domeinnaam in de Wet Koop op Afstand

Een lezer mailde me:

Ik heb voor mijn privéblog een eigen domeinnaam aangevraagd. Alleen, een paar dagen na aanvragen bedacht ik me dat ik liever een andere naam had. Ik beriep me op de Wet Koop op Afstand, maar de hoster zegt dat die niet geldt voor domeinnamen omdat dat maatwerkproducten zijn. Klopt dat?

Inderdaad mag je maatwerkproducten niet terugsturen. Maar een domeinnaam is geen maatwerkproduct. De Wet Koop op Afstand kent dat begrip alleen voor fysieke producten, zoals t-shirts met je naam of foto erop gedrukt. De wet noemt dat ‘zaken’, en een domeinnaam is geen zaak in de zin van de wet. Het aanvragen van een domeinnaam valt dan ook onder dienstverlening en niet onder verkopen van producten. De uitzondering over maatwerk gaat dan ook niet op. (Ik zei ooit van wel maar bij nader inzien klopte dat dus niet helemaal.)

Helaas zit de lezer toch aan de domeinnaam vast. Contracten voor het verrichten van een dienst kun je opzeggen binnen zeven werkdagen na het afsluiten, tenzij men al met je toestemming is begonnen met het uitvoeren. Als men dus al de domeinnaam aangevraagd of geregistreerd heeft, dan kun je er niet meer vanaf.

Dennis & andere hosters: hoe snel zijn jullie met het aanvragen van domeinnamen?

Arnoud

SIDN biedt bulkkorting voor grote domeinboeren, mag dat?

nl_logo.gifHeftige reacties op aangekondigde prijswijziging van SIDN, meldde Arnout Veenman. De domeinautoriteit van Nederland gaat een kortingsregeling invoeren voor providers die domeinnamen registreren. Deze korting is gebaseerd op een staffel: de totale korting is afhankelijk van het aantal domeinen dat een provider per jaar registreert. Wie dus veel domeinnamen registreert, krijgt flinke korting. Met een leuke eigen prijsstelling kun je dan als grote partij makkelijk kleine concurrenten uit de markt duwen. Dat maakte flink wat discussie los natuurlijk.

Mag dat zomaar? Goeie vraag. Op zich mag een stichting zelf haar prijzen vaststellen. Alleen, SIDN heeft een monopolie – zij is de enige die .NL domeinnamen kan uitgeven. En dan moet SIDN goed uitkijken wat ze doet, want misbruik van een “economische machtspositie” (zoals dat heet) is ten strengste verboden. De Europese mededingingsregels verbieden expliciet “het toepassen ten opzichte van handelspartners van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hun daarmede nadeel berokkenend bij de mededinging”, kortweg discriminatie. Onze eigen Mededingingswet kent een overeenkomstig verbod.

Nu is het vrij duidelijk dat de kleine ‘handelspartners’ van SIDN nadeel ondervinden van deze prijsdifferentiatie. Maar is sprake van “gelijkwaardige prestaties”? Dat is een bijzonder complexe vraag, zo blijkt uit de jurisprudentie. Algemeen gezegd komt het erop neer dat sprake moet zijn van een objectieve economische reden om de prijs te veranderen bij verschillende partijen. Kortingen die overeenstemmen met besparingen mogen gewoon, bijvoorbeeld. Zo mag een monopolist gerust korting geven als de klant het product zelf komt afhalen. Ook korting voor bulkafname is in het algemeen geen probleem, tenminste als de korting overeenstemt met de besparingen voor de verkoper voor de bulkafname.

Zijn de SIDN-kortingen objectief gerechtvaardigd? Daarvoor zouden we meer feiten moeten hebben. Ik kan me alleen moeilijk voorstellen dat domeinregistratie in bulk heel veel besparingen oplevert. Dat is toch allemaal geautomatiseerd?

Op Webhostingtalk is een reactie van SIDN te lezen:

Daarnaast willen wij de registrars die een belangrijke bijdrage hebben geleverd en leveren aan het succes van het .nl-domein, belonen door middel van een kortingsregeling. Ook deze kortingsregeling kost SIDN geld, maar wij zijn ervan overtuigd dat ons prijsbeleid het succes van het .nl-domein ten goede zal komen.

Dat riekt naar kortingen of beloningen voor vaste klanten, en die zijn verdacht in het mededingingsrecht. Daar is geen objectieve, economische grond voor. “Vaste klant” zijn is immers geen economische factor. Als het dus werkelijk alleen gaat om belonen van grote klanten, zou ik dat juridisch drijfzand vinden.

Een ander belangrijk punt is dat de prijsdiscriminatie de concurrentie tussen de klanten van SIDN aan moet (kunnen) tasten. De zorg van ‘kleintjes’ dat ze van de markt geduwd worden door in bulk inkopende ‘groten’ kan daar een bewijs van zijn, maar evident is dat niet. Problemen voor concurrenten is nog geen probleem voor de concurrentie. Daarbij speelt altijd de ook lastige vraag mee wat nu eigenlijk de markt is. Zijn domeinnamen zelf een markt? Of is het een bijkomstige dienst die je als webdesigner/webhoster levert?

Arnoud

Prijzen onder voorbehoud van drukfouten, kan dat?

Een lezer wees me op een discussie op het Tros Radar forum over aanbiedingen van elektronicaketen BCC:

Nu stond afgelopen week een Canon EOS 450D in een huis-aan-huis folder van BCC. Prijs: 399,- EUR. Na contact met een winkel blijkt dat ook hier de prijs niet juist is, want dit hoort 599,- EUR te zijn.

Foute prijzen komen regelmatig voor, niet alleen in folders maar ook op internet. Bedrijven zoals BCC proberen zich daartegen in te dekken door in kleine lettertjes te zetten dat de mededelingen onder voorbehoud van druk- en zetfouten zijn. Maar in het algemeen zal ze dat niet veel helpen.

Wie een product adverteert voor een bepaalde prijs, wekt de indruk bij lezers dat hij een aanbod doet om het product te verkopen tegen die prijs. Het kan natuurlijk dat de adverteerder niet wilde verkopen tegen die prijs. Maar de wet zegt dat wanneer die indruk bij de wederpartij gerechtvaardigd is, de adverteerder toch vastzit aan de koop (art. 3:35 BW). Je kunt dus als verkoper niet zomaar zeggen “dat had ik niet bedoeld” en onder je verplichtingen uitkomen.

Bij onwaarschijnlijk lage prijzen (zoals OTTO’s LCD-TV voor 99 euro) ligt dat anders: je kunt daar als wederpartij niet zomaar op vertrouwen, zo bleek uit het arrest in die zaak. Het Hof merkte daarbij nog op:

Ingeval van twijfel omtrent de juistheid van de prijs dient de consument dienaangaande nader onderzoek te verrichten (artikel 3:11 BW).

Hier is de prijs niet bepaald extreem laag. De prijs is zeer laag, maar BCC zegt zelf dat ze de laagste prijs garanderen. Veel onderzoek hoef je niet te doen na zo’n mededeling. Doe je dat toch, dan kom je bijvoorbeeld uit bij de Pricewatch van Tweakers waaruit blijkt dat er anderen zijn die de camera voor zo’n 450 euro leveren. Een prijs van 399 euro bij BCC is dan niet onwaarschijnlijk laag.

De algemene voorwaarden zullen BCC daar weinig bij helpen. Als je als consument niet hoefde te verwachten dat een aanbod een fout bevatte, dan het lijkt mij onredelijk dat de winkel eenzijdig kan zeggen dat de prijs toch een fout was.

Arnoud