Gastpost: Kostbare privacy op internet

| AE 6849 | Privacy | 20 reacties

privacy-statement.jpgOmdat ik met vakantie ben deze week een aantal bijdragen van vaste bezoekers. Vandaag advocate Nine Bennink over haar privacyzorgen en onze laksheid met dit grondrecht.

Een tijdje terug haalde ik mijn internetbestelling op in een winkel van een bekende modeketen. Het meisje achter de kassa vroeg naar mijn paspoort. Ik overhandigde het, waarop zij het documentnummer noteerde op een papiertje. Het papiertje verdween in een rode map. Verontwaardigd vroeg ik haar wat zij met die gegevens ging doen. “Geen idee”, kreeg ik als antwoord. Thuis heb ik direct de winkelketen gemaild. Ik wil weten waar die gegevens worden opgeslagen en waarom. Terecht. Privacy vind ik een belangrijk goed. Toch betrap ik mijzelf op inconsequent gedrag. Op internet ben ik namelijk niet zo oplettend waar mijn gegevens blijven. Bovendien accepteer ik klakkeloos de privacyvoorwaarden van verschillende social media waarmee ik mijn gegevens eenvoudig en zonder tegensputteren aan de desbetreffende dienst weggeef. Aan de hoeveelheid gebruikers van social media te zien ben ik niet de enige. Want ach, wie geeft er daadwerkelijk nog iets om privacy op internet?

Als jurist is het voor mij teleurstellend dat het begrip ‘privacy’ niet wordt gedefinieerd in de wet. Ik ben dan ook aangewezen op de algemene uitleg van het begrip. Privacy schijnt tenminste uit twee onderdelen te bestaan, namelijk: het recht om alleen te zijn en de bescherming van onze gegevens. Ik voel mij vrijwel altijd onbespied en alleen op internet. Ik weet echter niet precies wat er over mij bekend is en waar mijn gegevens zich allemaal bevinden. Ik scherm mijn gegevens slecht af op internet. Niet omdat ik niets te verbergen heb, in tegendeel! Het is een soort struisvogelpolitiek die ik ook niet kan verklaren. Het online beschermen van privacy voelt voor mij minder noodzakelijk dan offline bescherming. Het slachtoffer worden van cybercriminaliteit overkomt toch alleen naïevelingen?

Veel mensen zijn zich niet bewust van alle gevolgen die het delen van gegevens met zich meebrengt. Veel anderen zullen zich verschuilen achter het feit dat zij niet weten hoe de techniek werkt om bijvoorbeeld gegevens te kunnen versleutelen. Is de overheid de aangewezen instantie om ons te informeren en te beschermen tegen het ‘boze’ internet? De overheid heeft naar mijn idee alleen geen macht om daadwerkelijk de privacy op internet de beschermen zolang de burgers niet zelf zeer actief gegevens versleutelen. Internet is een ongrijpbaar en enorm medium waar de overheid (nog) niet op kan anticiperen. De gebruiksvriendelijke techniek is er. Ik ben er dan ook van overtuigd dat vrijwel iedereen kan leren hoe hij zijn gegevens moet versleutelen. We hebben er alleen geen zin in. Het zorgen voor een beveiligde opslag van gegevens, het doorlezen van privacyvoorwaarden die meer dan dertig pagina’s beslaan is te inspannend. Zonder WhatsApp en Facebook hebben we geen sociaal leven. We delen, linken en gebruiken diensten zonder na te denken. Volgens mij willen we niet echt weten wat er met onze gegevens gebeurt.

Bedrijven zullen ons zo min mogelijk wijzen op onze online privacy. Onze laksheid is hun marketinginstrument. Ondernemingen zijn dol op onze zoekgeschiedenis, cookies en aangeklikte links. Met deze informatie kunnen zij mij overhalen om toch dat ene paar schoenen aan te schaffen dat weer als gesponsorde advertentie verschijnt. Zolang bedrijven het hier bij houden, vind ik het acceptabel. Wanneer ‘mijn’ vrienden op Facebook (niets is immers van mij op Facebook) mij die schoenen aanprijzen, gaat het voor mij te ver. Zolang wij als burgers te laks zijn en de overheid ons niet écht informeert, kan deze situatieschets werkelijkheid worden.

We geven daadwerkelijk niets om onze online privacy. We zijn ook nog niet klaar voor een anoniem internet. Foto’s uploaden, delen, webwinkelen, klikken en zoeken op de manier zoals wij dat nu doen, is in ons dagelijks bestaan ingebakken. We accepteren dat we online net iets meer delen dat dat we dat in de kantine tijdens de lunchpauze zouden doen. Prima. Zolang we offline en online letten op de gevaren die er kunnen spelen, zie ik geen problemen. Toch koop ik mijn kleding bij die bewuste winkelketen nooit meer online. Ik winkel wel offline. Dat is tenminste lekker anoniem.

Mijn naam is Nine Bennink. Na mijn studie Recht en ICT bij de RUG ben ik sinds februari 2014 werkzaam als advocaat bij Damsté op de sectie handels- en ondernemingsrecht. Ik houd mij voornamelijk bezig met IE/IT recht. Na werktijd dans ik salsa en kook ik graag.

Incompatibel internet reden voor ontbinding koop smarttelevisie

| AE 6793 | Ondernemingsvrijheid | 23 reacties

samsung-smart-tv-televisieHoe een televisie incompatibel kan zijn met het Nederlandse internet ontgaat me, maar het was in dit vonnis reden om de aanschaf van die televisie te mogen ontbinden. Wel mooi om te zien dat het verwijzen naar de fabrikant ook hier eenvoudig naar de prullenbak verwezen wordt. De winkel die een televisie verkoopt, is verantwoordelijk voor een goede werking. Dat de fabrikant het beter kan onderzoeken, is leuk voor de fabrikant maar de winkel blijft aansprakelijk. Alleen: hoe is Duits internet anders dan Nederlands?

Een consument had bij het bedrijf Qplaza een smarttv merk Samsung gekocht. Een smart-tv heeft internettoegang, maar het gekochte exemplaar bleek soms vast te lopen als deze werd aangesloten op internet. Niet echt conform de verwachtingen.

Wie precies Samsung heeft gebeld is me niet duidelijk, maar de monteurs van de fabrikant slaagden er niet in het probleem op te lossen. Zelfs waar het precies aan lag, is onduidelijk: de gebrekkige internetaansluiting van meneer of een gebrek in de televisie zelf?

De rechter ziet in het onderzoek van Samsung bewijs dat de internetaansluiting goed is: monteurs van een bedrijf als Samsung kijken daar natuurlijk als eerste naar.

Ook had Samsung in een rapport vermeld:

Betreft een compatibiliteitsprobleem waar geen technische oplossing voorhanden is. Bovendien is dit een buitenlands model wat niet in aanmerking kan komen voor ECF.

Wat ECF precies is, weet ik niet. Electronic Content nogwat? Of European Conformity iets? Hoe dan ook, om deze reden haakt de fabrikant af. Kennelijk iets met Duits internet dat anders is dan het onze?

Nee nee, dit is niet ons pakkie an, aldus het verweer van Qplaza. Men heeft twee jaar fabrieksgarantie van Samsung. Qplaza verleent zelf geen garantie aan de koper van een product.

Sorry jongens, maar dát verweer is al een jaar of vijftien niet meer juridisch relevant. Als een tv niet goed werkt, moet deze worden hersteld of vervangen en als dat niet gebeurt dan mag de consument de koop ontbinden: televisie terug en geld terug.

Oh ja er was wel aangeboden te vervangen maar alleen tegen bijbetaling van €750. Eh, nee.

De kantonrechter is er snel klaar mee: televisie terug en geld terug. Wel krijgt de consument nog €326 aan buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente als het geld niet snel genoeg is terugbetaald.

Mooi vonnis. Alleen: hoe krijgen we nu ándere winkels zo ver dat die hiervan schrikken en het wel netjes gaan doen?

Arnoud

Wanneer is een blogger journalist?

| AE 6311 | Uitingsvrijheid | 9 reacties

Bloggers zijn net zo hard beschermd als journalisten onder de wet, las ik bij BoingBoing. Een Amerikaanse hogerberoepsrechtbank bepaalde dat een onderscheid tussen massamedia (“institutional speakers”) en andere meningsuiters onwerkbaar is. Daarmee won de blogger een geschil over smaad. Ik blijf het gek vinden dat zoiets nieuws is. Journlistiek is immers geen beroep maar een handelwijze.

De wet kent geen speciale regels die alleen voor journalisten gelden. Ook een politieperskaart geeft geen speciale rechten – behalve dat je dan afgezette plaatsen mag betreden bij bv. calamiteiten. De vrijheid van meningsuiting is een grondrecht, en dat grondrecht geldt voor alle burgers. De wet kent dan ook geen definitie van journalistiek, maar alleen van de vrijheid van meningsuiting in het algemeen.

De meest expliciete definitie is die van het Europese Hof in het Satamedia-arrest:

[Van journalistiek is sprake] bij de bekendmaking aan het publiek van informatie, meningen of ideeën tot doel hebt, ongeacht het overdrachtsmedium. Deze activiteiten zijn niet voorbehouden aan mediaondernemingen en kunnen een winstoogmerk hebben.

Ook een burger of groep mensen met een website vallen onder deze definitie. Eerder had onze Hoge Raad in het arrest Van Gasteren/Hemelrijk geconstateerd dat:

Inmiddels kan echter (mede) door de opkomst van het internet niet nauwkeurig meer worden omschreven wat in de hier bedoelde zin is te verstaan onder “de pers” omdat daardoor ook voor particulieren de mogelijkheid is ontstaan zich buiten de tot dan toe bestaande media tot een breed publiek te richten.

En het Gerechtshof Arnhem kwam in een zaak over Flitsservice.nl met de conclusie dat de term journalistiek ook geldt “voor degene die op een daarvoor ingerichte en aan het geinteresseerde publiek bekende internetsite berichten, opinies en foto’s plaatst met het doel dat publiek over het desbetreffende onderwerp te informeren”.

Het maakt dus niet uit of je je beroep maakt van journalistiek bezig zijn, of dat je dat voor de lol doet. En ook niet of je dat op gedrukt papier doet dan wel op een blog (of op Twitter). Journalist ben je niet, journalistiek doe je.

Journalistiek doen wil echter niet zeggen dat alles mag. Je moet ook dan rekening houden met de belangen van anderen. Zo kun je iemands privacy schenden of smaad plegen door over een persoon te schrijven. Je kunt strafbare feiten plegen bij je onderzoek (of bij de publicatie daarvan). Daarom vind ik het niet heel verrassend dat een blogger voor smaad aangeklaagd wordt. Het kan zijn dat hij wint of verliest – maar of hij van journalistiek zijn beroep heeft gemaakt, is daarbij irrelevant.

Waarom het dan toch nieuws is, zo’n zaak? Geen idee eigenlijk. Ik vermoed omdat het iets met internet is, waardoor het als nieuwig/verrassend feitje gebracht kan worden. De ondertoon bij zulke berichten is vaak “voor de eerste keer bepaalde de rechter dat”. Wat vaak onzin is. Maar ja.

Arnoud

Een bruidsfoto in je portfolio opnemen, mag dat?

| AE 6092 | Intellectuele rechten, Privacy | 12 reacties

Een lezer vroeg me: Als beginnend fotograaf probeer ik een portfolio op te bouwen. Ik had via internet geadverteerd voor een bruidspaar dat gratis een trouwreportage wilde, met daarbij “Om mijn portfolio aan te vullen”. Ik heb de foto’s gemaakt en de mooiste online op mijn site gezet. Nu krijg ik echter een boze mail… Lees verder

Wacht even, afgesloten internetverbinding voor 18-jarige KPN-hacker?

| AE 5625 | Ondernemingsvrijheid, Security | 24 reacties

De 18-jarige jongen die vorig jaar KPN-servers heeft gehackt heeft een celstraf van 45 dagen en een taakstraf van 100 uur gekregen, meldde Webwereld. Omdat de jongen exact dat aantal dagen al in voorarrest had gezeten, hoeft hij niet meer de cel in. Het vonnis lijkt niet gepubliceerd, logisch omdat het om een minderjarige gaat… Lees verder

Per ongeluk mobiel internetten = geen factuur

| AE 2549 | Informatiemaatschappij | 52 reacties

Als je als telecomboer telefoons of sims levert die zonder nadere handelingen van de consument gaan mobiel internetten, dan kun je daar geen factuur voor sturen. Dat maak ik op uit een recent Rotterdams vonnis tussen Telfort en een klant die bij Telfort een mobiele-telefonieabonnement had afgenomen en een rekening had gekregen voor 15 euro… Lees verder

UTwente verbiedt studenten porno te kijken

| AE 2475 | Informatiemaatschappij | 9 reacties

Ok ok die kop was flauw, want het is ongetwijfeld niet hun bedoeling maar het stáát er wel. De Universiteit Twente overweegt een Gedragscode ICT- en Internetgebruik in te voeren, en daarin staat een verbod (artikel 3.9) op het verzenden en opslaan van “pornografische berichten” of het bezoeken van sites die dat aanbieden. Een bekende… Lees verder