Curatoren in de fout met bestelfunctie failliete webshops

Opnieuw heeft een curator de mogelijkheid laten bestaan om bij een failliete webshop bestellingen te plaatsen, meldde Tweakers gisteren. Het blijkt vaker voor te komen dat curatoren de fout in gaan met de bestelfunctie van over de kop gegane webshops. Nadat het faillissement is uitgesproken, zou je verwachten dat de webshop een virtueel bordje “Gesloten” krijgt, maar dat blijkt lang niet altijd te gebeuren. Waar sta je dan als koper als je (zoals bijna altijd moet) vooruit betaald hebt?

De wet regelt dit volgens mij niet expliciet. Ik kan nergens een plicht voor de curator vinden om te verhinderen dat er nog zaken worden gedaan met de gefailleerde. Het idee is dat je het in de Staatscourant kunt lezen en dat het “dus” je eigen schuld is als je daarna zaken doet met de gefailleerde.

Het is op zich niet verboden om zaken te doen met een partij die failliet is. Juridisch gezien sluit je dan gewoon een onaantastbare overeenkomst. Je bent niet handelingsonbekwaam verklaard (zoals wanneer je minderjarig, geestelijk onbekwaam of regelmatig dronken bent). Als je failliet bent, mag je nog steeds boodschappen doen. Die zijn dan rechtsgeldig gekocht, maar natuurlijk moet je wel geld vragen aan de curator.

Met dank aan Rechtenforum vond ik dit artikel, waaruit je kunt concluderen dat je je geld terug kunt krijgen, omdat je (art. 24 Faillissementswet) een zogeheten “boedelschuld” hebt. Een boedelschuld staat hoger in rang dan gewone vorderingen, zodat er veel meer kans bestaat op uiteindelijke voldoening van de huurschuld ontstaan na datum faillissement.

Arnoud

Het nut van garantie bijkopen

garantiebewijs.pngWie een product koopt, mag verwachten dat dit bepaalde eigenschappen bezit. Dat heet de conformiteitseis: het product moet conform de redelijke gewekte verwachtingen zijn van de koper. Wat die verwachtingen precies zijn, is lastig te zeggen. Een auto kopen bij de dealer is wat anders dan een auto kopen bij een sloperij. Maar wat wel eenvoudig te zeggen is, is dat àls het product niet conform de verwachtingen is, de winkelier moet zorgen voor kosteloos herstel of vervanging.

Veel winkels bieden de mogelijkheid om garantie bij te kopen, met de belofte dat als je dat doet, je tot soms 3 jaar lang kosteloze reparatie of vervanging van je product krijgt. Maar wat is het nut van die belofte als de inhoud precies is waar je wettelijk gezien recht op hebt? Niet veel, zou ik zeggen.

Een belangrijk voordeel van garanties is dat ze de bewijslast omkeren. De winkelier moet aantonen dat een schade buiten de garantie valt, anders wordt deze geacht onderdeel van de garantie te zijn. Je koopt de discussie over conformiteit in feite af. Met garantiebewijs gaan ze meteen aan de slag, maar kom je met het wetboek in de hand dan ben je een paar uur bezig en dan nog kun je nul op het rekest krijgen. “Dat staat dan misschien in de wet maar het is niet ons beleid meneer” heet het dan. En wat doe je dan?

Sommige winkeliers of fabrikanten gaan verder dan wettelijk nodig is. Zo heb ik een laptoptas van Victorinix met “levenslange garantie”. Dat wil zeggen dat ik bij elke beschadiging gratis een reparatie of zelfs een nieuwe tas krijg. Ook wanneer de schade in feite mijn fout is (een te zware belasting deed de draagriem afbreken).

Er zijn echter ook garanties die minder bieden dan waar je wettelijk recht op hebt. Men belooft “1 jaar gratis reparatie” en weigert na dat jaar iedere vorm van medewerking omdat “de garantie verlopen is”. Dat is gewoon keihard verboden. Zolang het product nog in de economische levensduur zit, dient de winkelier het kosteloos te herstellen of een nieuw product te leveren.

Een leuke: als je betaalt voor garantie maar die blijkt minder op te leveren dan waar je wettelijk recht op hebt, waar sta je dan?

Een leuke redenering hierover vond ik in nr. 57 van de juridische reeks Bijzondere overeenkomsten. Zij stellen dat een garantie vernietigbaar is wanneer deze beperkter blijkt dan de wettelijke garantie. De wettelijke regels rond conformiteit zijn van dwingend recht, en een contractsbepaling die daar tegenin gaat, is dan simpelweg niet geldig. En dat betekent dat je je geld terug kunt vragen, want je hebt dan betaald voor een nietige prestatie. Dat wordt helemaal leuk op zaterdagmiddag bij de servicedesk: ik wil graag mijn geld terug voor het garantiebewijs want ik had er niets aan.

Arnoud

Kan ik volstaan met een disclaimer over auteursrechten?

Een lezer vroeg me:

Ik onderhoud een site over vliegtuigspotten. Daarbij gebruik ik graag foto’s, en dat is nog een heel gedoe. Ik moet dan bij een leuke foto flink zoeken om de fotograaf te vinden, en als ik ze vind dan moet ik uitleggen dat de site nietcommercieel is en hopen op een gereduceerd tarief. Gelukkig zitten er ook sympathieke fotografen bij en dan mag ik (met naamsvermelding) de foto gratis gebruiken.

Nu zag ik echter laatst een andere site die dezelfde foto’s had maar dan zonder naamsvermelding. Zij hadden in de linkermarge staan:

Disclaimer: voor zover bekend zitten er geen rechten op de gebruikte foto’s. Mochten er zich op deze blog foto’s bevinden in strijd met het auteursrecht, laat het mij dan weten en de foto zal dan onmiddellijk verwijderd worden.
Is zo’n disclaimer genoeg dan? Hoef ik dan ook niet meer elke keer de fotograaf te zoeken en toestemming te vragen? Want dat zou me een hoop tijd (en geld) schelen.

Teksten als die zie je vaker. Nee, dat is niet genoeg. Het moet echt zoals de vraagsteller het heeft gedaan: netjes vragen en als de fotograaf geld wil, dat geld betalen. Er zijn natuurlijk vrije en gratis bronnen van foto’s (Flickr, SXC.hu, Wikimedia Commons), maar of die net de foto hebben die jij zoekt, is nog maar de vraag.

Mensen die met zo’n tekstje volstaan, lopen een risico op claims van de fotograaf en die claims kunnen fors oplopen.

Die tekst komt van een wettelijke regeling voor internetproviders. Die kunnen inderdaad volstaan met zo’n tekst: zij zijn volgens de wet niet aansprakelijk voor inbreuken door materiaal op de sites van hun klanten, mits ze maar op basis van een klacht de foto weghalen. De fotograaf kan dus klachten indienen bij de hostingprovider van zo’n site, maar hij kan alleen eisen dat ze de foto weghalen. Schadevergoeding kan hij alleen eisen van de plaatser (uploader) zelf.

Persoonlijk heb ik nogal wat moeite met dit zwartwitte beleid. Veel mensen zijn particulier en hebben geen verstand van auteursrechten, maar worden bij de rechter net zo behandeld als grote commerciële bedrijven. Ik zou het een goede zaak vinden als niet-commerciële publicaties anders behandeld werden, bv. doordat je dan geen schadevergoeding hoeft te betalen. Dat zou recht doen aan de huidige praktijk op internet.

Arnoud

Failliete domeinen opkopen, kan dat zomaar?

Naar aanleiding van deze blogpost over opnieuw uitgegeven e-mailadressen vroeg een lezer zich af of hij failliete of om andere redenen verlopen domeinnamen mag registreren en opnieuw gebruiken. Het korte antwoord is natuurlijk “ja, dat mag”, maar dat zou een saaie blogpost zijn geworden, dus er zit een staartje aan:

Zo zou ik bv. de binnenkomende mails willen gebruiken om antispamfilters voor te ontwikkelen. Spammers blijven oude adressen gebruiken, dus dat is een mooie bron van vrijwel zekere spam. Maar daar zit ‘m de kneep: ik zal toch handmatig moeten screenen en dan dus ook legitieme mails tegenkomen.

Vorig jaar blogde ik over Donotreply.com, een site die wekelijks miljoenen bounces en foutmeldingen ontving, maar ook reacties van consumenten en zakelijke klanten op mails die met een donotreply.com-adres zijn verzonden. De eigenaar publiceerde de leukste, wel na de berichten te anonimiseren. (De site is nu uit de lucht trouwens.) Zulk publiceren gaat me toch wat ver, maar als je de post alleen scant op wel/geen spam en er verder niets mee doet, dan zie ik geen juridische problemen.

Het hergebruik van een domeinnaam kán een probleem opleveren als er andermans merk in zit. Ik denk niet dat (om eens wat te noemen) ABN Amro zomaar dsbbank.nl mag kopen en door mag linken naar haar eigen site. Hoewel ik niet meteen weet wie zich daar dan tegen gaat verzetten, maar het merk is nog 5 jaar geldig en degene die het merk opkoopt kan zeker optreden tegen zo’n gebruik van de “failliete” domeinnaam.

Overigens ben ik van mening dat Sedo-parkingpagina’s op verlopen domeinnamen verboden zouden moeten worden. Op zijn minst zouden de domeinnamen moeten worden afgegeven als iemand er wel iets normaals mee wil gaan doen.

Arnoud

Constitutioneel Hof Roemenië: Bewaarplicht in strijd met mensenrechten

disc-data-weg-bewaren-kruis.jpgHet constitutioneel hof van Roemenië heeft geoordeeld dat de bewaarplicht ongrondwettelijk en in strijdt met de mensenrechten is, zo meldde ISPam.nl gisteren. Dit gebeurde al op 8 oktober, maar de Engelse vertaling is nu pas beschikbaar. Kort gezegd oordeelt het Hof dat de bewaarplicht de essentie van het privacyrecht uitholt en daarmee onoverkomelijk in strijd is met dit fundamentele grondrecht.

Het Hof toetst de Roemeense versie van de Wet bewaarplicht aan haar eigen grondwet en meteen ook maar aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dit verdrag, waar ook Nederland lid van is, bepaalt kort gezegd dat inbreuken op het private life van de burger alleen mogen als die:

  1. bij wet geregeld zijn,
  2. een legitiem doel dienen, en
  3. niet op een andere, minder inbreukmakende manier geregeld kunnen worden (proportionaliteit).

Meestal zijn die eerste twee eisen geen probleem: er is altijd wel een wet en een op zich legitiem doel te verzinnen (terrorisme, drugshandel, kinderporno, auteursrechten*). Maar hier valt het Hof al meteen over de eerste eis: ok, er is dan wel een wet, maar die is zo vaag dat het voor providers niet mogelijk is om vast te stellen hoe ze zich daaraan moeten houden. In de Roemeense wet staat namelijk dat men onder andere “the related data necessary for the identification of the subscriber or registered user” moet bewaren, en dat is inderdaad behoorlijk vaag. Vandaar dat het Hof zegt:

The limitation of exerting the right to private life and to the secrecy of the correspondence and the freedom of expression, must also be made in a clear, predictable and unambiguous manner, so that the possibility of the arbitrariness or abuse from authorities in this field may be avoided , as much as possible.

In Nederland staat diezelfde term “related data” in artikel 13.2a lid 1 sub a Telecommunicatiewet, maar de bewaarplicht geldt alleen voor de zaken die in een specifieke lijst genoemd zijn. Bij ons is daarmee denk ik die onduidelijkheid wel weggenomen.

Wat wel bij ons speelt, is het punt van de proportionaliteit. Volgens de Wet Bewaarplicht moeten verkeersgegevens continu worden verzameld en bewaard, los van de vraag of die data nodig is voor bestrijding van enig strafbaar feit. Dat is niet noodzakelijk, zegt het Hof. Een inbreuk op de privacy moet in alle gevallen tijdelijk zijn. Immers:

[T]he regulation of a positive obligation that foresees the continuous limitation of the privacy right and the secrecy of correspondence makes the essence of the right disappear by removing the safeguards regarding its execution. The physical and legal persons, mass users of the public electronic communication services or networks, are permanent subjects to this intrusion into their exercise of their private rights to correspondence and freedom of expression, without the possibility of a free, uncensored manifestation, except for direct communication, thus excluding the main communication means used nowadays.

Op die gronden wordt de Roemeense wet die de bewaarplicht invoert, ongeldig verklaard als strijdig met de Roemeense Grondwet. Maar wat betekent dit nu voor de rest van Europa?

Mijn Roemeens recht is wat -ahem- roestig, maar zo te lezen is dit een wettelijk verplichte toets op deze nieuwe wet (zoals onze Raad van State doet, maar dan goed) en niet een arrest op verzoek van een benadeeld persoon. Dat is jammer, omdat er nu geen directe stap naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens mogelijk is. Dat kan pas als alle nationale rechtsmiddelen uitgeput zijn, en daar zijn we nog lang niet. Een Roemeen (bv. een provider die moet bewaren of een persoon wiens gegevens worden bewaard) zal nu eerst een rechtszaak moeten beginnen, en pas na hoger beroep en cassatie kan deze dan naar dat Hof.

Het is me zelfs niet duidelijk of dat er überhaupt van gaat komen – het kan goed zijn dat deze wet nu ingetrokken wordt en door iets nieuws vervangen gaat worden. En zolang er geen wet is, kan niemand die overtreden en is er dus geen grond om naar het Europese Hof te stappen. In Roemenië dan. Wie in Nederland zin heeft, heeft hier een mooi argument.

Arnoud

Eigendom van een weblog, volgens de CAO

labor-werk-werknemer-arbeid-arbeidsovereenkomst.pngVan wie is deze blog eigenlijk, vroeg biblioblogger Gerard Bierens zich afgelopen week af. Hij was bij een seminar geweest waar was verkondigd dat “alle materiaal wat door de medewerkers geproduceerd wordt, of dat nu gebeurt onder werktijd of op de camping” eigendom zou worden van de HBO-instelling waar men werkzaam was. Dit zou zo in de HBO-CAO (Sinterklaastip: dat rijmt) vermeld staan. Dus kan een in vrije tijd onderhouden weblog dan toch ineens van de onderwijsinstelling zijn?

De tekst van de CAO (zipfile) vermeldt hierover

Artikel E-7 Auteursrechten en industriële eigendom<br/> De rechten op het auteurs-, octrooi- of kwekersrecht alsmede de baten voortvloeiend uit
  • het vervaardigen van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst in de zin van de Auteurswet,
  • het uitvinden van een nieuw voortbrengsel of een nieuwe werkwijze in de zin van de Rijksoctrooiwet of
  • het kweken of winnen van een ras waarop een kwekersrecht kan worden gevestigd als bedoeld in de Zaaizaad- en Plantgoedwet
komen toe aan de werkgever indien het vervaardigen, uitvinden, kweken of winnen door de werknemer in de uitoefening van zijn functie is of wordt verricht ten behoeve van de werkgever.

Dit lijkt sterk op de regels die al in artikel 7 van de Auteurswet zelf staan, namelijk dat

Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt, tenzij tusschen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt degene, in wiens dienst de werken zijn vervaardigd.

De vraag wanneer nu sprake is van “het vervaardigen van bepaalde werken”, is een lastige. Er zijn twee makkelijke situaties: (1) het behoort tot je taakomschrijving dat je die werken zult maken, en (2) je krijgt een specifieke opdracht om die werken te maken. Maar hier is de situatie niet zo makkelijk: er is geen opdracht gegeven om te bloggen, er staat niets in het arbeidscontract over bloggen maar de blog heeft wel enige binding met het werk. En misschien wordt er wel eens geblogd onder werktijd. Dat geeft een groot grijs gebied.

Het is dan verstandig om aanvullende afspraken te maken. Dat kan individueel (als bijlage bij je arbeidsovereenkomst) maar ook collectief. Het is dus op zich rechtsgeldig om in een CAO te bepalen waar de auteursrechten komen te liggen. Echter, het criterium “ten behoeve van de werkgever” is wel erg breed, breder dan wat de Auteurswet zelf bepaalt in ieder geval. Alles dat positief afstraalt op de werkgever kan wel ten diens behoeve zijn.

In februari hadden we een vergelijkbare discussie over de TU/e, waarin mij verweten werd “alleen maar vanuit de student” te redeneren bij de vraag of de TU/e auteursrechten van studenten kan opeisen bij het inschrijvingsformulier. Immers -en ik citeer Alfons Laudy van Octrooicentrum Nederland: “Voor de universiteiten is van belang dat het onderwijs hanteerbaar blijft. En dat komt bij projectonderwijs onder druk te staan als de rechten van (deel)uitvindingen bij studenten liggen.”

Door alle rechten bij de instelling te leggen, blijft het inderdaad allemaal zeer hanteerbaar voor die instelling. Maar een zo algemene regel doet geen recht aan de situatie van vandaag waarin werknemers en studenten steeds meer werken zelf publiceren naast hun dienstverband. Het is eenvoudigweg niet meer redelijk om als instelling of werkgever alles toe te eigenen (met hooguit “er kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt” want de bureaucratie is daar niet op ingesteld en de onderhandelingspositie van de werknemer te zwak). Een regeling zoals deze HBO-CAO verdient een expliciete uitzondering voor bloggen en andere duidelijk eigen activiteiten.

Arnoud

Nieuw op Ius mentis: Geschiedenis van het auteursrecht

Het auteursrecht van vandaag heeft zijn basis in de 19e eeuw. Maar ook daarvoor waren er al diverse juridische rechten voor auteurs en vooral voor uitgevers van werk. Met name de boekdrukkunst heeft economische rechten voor deze partijen een impuls gegeven. Met dank aan juriste Amanda van Rij heb ik eindelijk eens een stuk online dat ingaat op deze vroege geschiedenis.

Het auteursrecht vindt zijn oorsprong in het kopijrecht/drukkersprivilegerecht, dat is ontstaan in de tijd waarin het mogelijk werd om originele creaties, zoals handschriften en later muziekwerken, veelal middels kostbare apparatuur, zoals drukpersen, te vermenigvuldigen. Dit oorspronkelijke kopijrecht benadrukte met name het economische belang van de bescherming van het recht tot verveelvoudigen van originele geestelijke creaties, dat meestal door de drukker-uitgever van de auteur werd gekocht.

Bij de omzetting van het kopijrecht naar auteursrecht in het begin van de 19de eeuw werd het eigendomsrecht van de oorspronkelijke auteur meer benadrukt. Over het algemeen wordt het bestaan van het kopijrecht en het daarvan afgeleide auteursrecht onderbouwd vanuit dit ‘natuurlijke” eigendomsrecht (the natural rights argument) van de auteur, maar ook vanuit de gedachte dat de creaties ten behoeve van de samenleving (the utilitarian argument) en de economische ontwikkeling (the economic argument) dienen te worden aangewend.

Lees verder in Geschiedenis van het auteursrecht op Ius mentis.

Arnoud

“Roken schaadt de garantie”

sigaret-apple-appel.pngApple trekt de betaalde garantie voor Macs in als blijkt dat er in de buurt van de computer is gerookt, want reparatie is volgens Apple dan te ongezond, zo stond op Webwereld. Amerikaanse site Consumerist had een aantal klachten verzameld van rokende Macgebruikers die hun reparatie geweigerd zagen:

Did you know, that smoking isn’t good for your computer, either? It’s true, at least according to Apple. Two readers in different parts of the country claim that their Applecare warranties were voided due to secondhand smoke. Both readers appealed their cases up to the office of God Steve Jobs himself. Both lost.

Kan dat zomaar? Ik denk dat je van een iPhone mag verwachten dat deze ook werkt als de gebruiker een roker is. Het zou dus tegen de conformiteitseis zijn als een apparaat daardoor stukgaat. Oftewel Apple moet dan gratis repareren of vervangen.

Maar het lijkt erop dat het argument niet zozeer is dat het apparaat niet tegen rook kan: het is de reparateur die niet tegen rook kan. Of beter gezegd, Apple wenst haar reparateurs te beschermen tegen meeroken en wil ze dus niet verplichten een naar rook stinkend apparaat te repareren.

Natuurlijk is het zo dat je als werkgever een veilige omgeving moet creëren voor je werknemers, en ook meer algemeen ervoor moet zorgen dat je werknemers niet nodeloos in gevaar moeten komen. In Nederland hebben we ook nog artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet, dat eist dat werknemers in staat worden gesteld hun werkzaamheden te verrichten zonder daarbij hinder of overlast van roken door anderen te ondervinden. Op grond daarvan zou je kunnen eisen dat de reparatieruimte vrij blijft van naar rook stinkende apparatuur van klanten. Maar is dat altijd redelijk?

Ik heb de Voedsel- en Warenautoriteit gevraagd hoe dit zit: kun je als werkgever iemand verplichten om met sigarettenrook in aanmerking te komen? Op het gebied van computers schoonmaken is daarover niets bekend, maar het probleem is in het algemeen wel bekend. Veel cafés hebben namelijk een rookruimte, en ook die moet schoongemaakt worden. Zo las ik in het Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten deze passage over rookruimten:

Niet-rokers hoeven deze ruimten in beginsel niet te betreden. Dit neemt niet weg dat er ook mensen zijn die in de rookruimten werkzaamheden moeten verrichten. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan schoonmaak- en onderhoudspersoneel. Ook wanneer zij hun schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden verrichten wanneer er niet wordt gerookt in de rookruimten, dan nog zal er sprake zijn van blootstelling aan tabaksrook.

De werkgever kan een schoonmaker wel degelijk verplichten om de rookruimte te reinigen. Wel dient de werkgever dan alle mogelijke maatregelen te nemen om hinder en overlast te beperken. Bijvoorbeeld dat de werknemer de rookruimte betreedt na openingsuren of als er niet wordt gerookt.

Naar analogie lijkt het me dan ook dat je als reparateur kunt worden verplicht een naar rook stinkende computer schoon te maken. Wel denk ik dat je dan kunt eisen dat er een afdoende afzuiging wordt geplaatst, of dat je buiten mag werken. Of wat je maar kunt doen om die sigarettenstank te vermijden.

Arnoud<br/> Foto afkomstig van Consumerist.

Op LEGO passende steentjes namaken mag, mits

lego-mega-bloks-blokken-steentjes-nabootsing.pngHet maken van steentjes die op Lego-steentjes passen, is toegestaan. Wel moet je daarbij zo veel mogelijk je best doen om te zorgen dat er geen verwarring kan ontstaan over wiens steentjes het nu eigenlijk zijn. Dat blijkt uit een arrest van de Hoge Raad (via Boek 9) van vorige week, dat een arrest van het Gerechtshof uit 2007 bevestigt. En ik ben benieuwd of we hier nog een voor ICT relevant aspect uit kunnen slepen.

Een hoofdregel in het recht is dat namaken en imiteren van slimme dingen van anderen toegestaan is. Alleen als er een specifiek recht (zoals auteursrecht, octrooi of merkrecht) aan te wijzen is, komt dat anders te liggen. Je mag dus een slimme verkooptruc of schrijftechniek zomaar overnemen. De Hoge Raad trekt (al jarenlang trouwens) de grens bij ‘slaafse nabootsing’, het zonder goede reden heel dicht naast een concurrent gaan zitten met je eigen product of dienst. Je moet alles doen wat redelijkerwijs mogelijk en nodig is om te voorkomen dat er gevaar voor verwarring ontstaat.

Nu zijn er tientallen manieren om blokjes te maken die je met elkaar kunt koppelen via knopjes en buisjes, maar er is maar één manier om dat zo te doen dat die blokjes passen op Legoblokjes. En als je die ene manier nadoet, dan is er zeker verwarring mogelijk. Betekent dit dat je dus geen passende blokjes mag maken? Nee, zegt de Hoge Raad:

Onder omstandigheden kan een bij afnemers van de producten bestaande behoefte aan standaardisatie evenwel een rechtvaardiging zijn voor het verwarringwekkend nabootsen van een product

Die verwarring ontstaat immers door de vereiste plaatsing en hoogte van de koppelelementen op de blokjes. Als je die ergens anders neerzet, past het niet meer. Hoewel je nog steeds alles moet doen wat redelijkerwijs nodig is om verwarringsgevaar te voorkomen, is het niet redelijk dat je dan maar niet-passende blokjes moet gaan maken. Als er behoefte is aan passende blokjes, dan mag je die maken.

Zag u het verschil tussen de twee blokjes in het plaatje hierboven trouwens? Volgens de rechtbank, en bevestigd door de Hoge Raad, zijn deze verschillen genoeg om verwarringsgevaar te voorkomen.

Arnoud

“Minder openbare” websites bestaan niet

Semi-openbare websites bestaan per definitie niet, zo ging NRC Handelsblad gisteren kort door de bocht. Het Gerechtshof Amsterdam had namelijk in hoger beroep een man veroordeeld die op Polinco.net discriminerende teksten had achtergelaten. Eerder had de rechtbank hem vrijgesproken omdat lezers niet onverhoeds tegen de uitingen aan zouden kunnen lopen en daarmee de uiting niet als “in het openbaar” te zien zou zijn.

De uitspraak is op zich geen verrassing; al eerder oordeelde ditzelfde Hof dat internetpublicaties per definitie openbaar zijn vanwege de grote reikwijdte van het medium. En in een ander recent arrest werd een afgeschermde Hyve ook als min of meer openbaar aangemerkt.

Het kort-door-de-bocht gaande van NRC zit hem in de “bestaan per definitie niet”: in al deze zaken ging het om publicaties die in principe een onbeperkt publiek kunnen bereiken. Ok, bij die afgeschermde Hyve lag dat wat onduidelijker maar ook daar kon iedere Hyvesvriend bij de tekst. In haar eerder arrest wijst het Hof zelf al op het feit dat “[n]iet gebleken is dat de website bijvoorbeeld met een wachtwoord was beschermd” als aanwijzing dat de website openbaar zou zijn. Dus wat nu als ik de publicatie achter een wachtwoord zet dat alleen enkele kennissen weten? Of een besloten forum met beperkte toegang voor enkele geregistreerde gebruikers?

Arnoud